De voorzitter opent de zitting op 29/04/2026 om 20:25.
De notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 25/03/2026 worden ter goedkeuring voorgelegd.
25/03/2026: Vergadering gemeenteraad waarvan de notulen ter goedkeuring worden voorgelegd.
Enig artikel - Keurt de notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 25/03/2026 goed.
De burgemeester was van maandag 06/04/2026 tot en met woensdag 15/04/2026 verhinderd zijn ambt uit te oefenen.
Deze verhindering en de beëindiging van de periode van verhindering wordt aan de gemeenteraad ter kennisneming voorgelegd.
27/03/2026: Besluit van de burgemeester houdende aanduiding van zijn plaatsvervanger bij zijn afwezigheid van maandag 06/04/2026 tot en met woensdag 15/04/2026.
Zelfs bij een tijdelijke afwezigheid moet de burgemeester worden vervangen omdat de continuïteit van zijn ambt steeds moet verzekerd zijn.
Tijdens volgende periode van de verhindering werd de burgemeester van rechtswege vervangen:
van maandag 06/04/2026 tot en met woensdag 15/04/2026 door Bart Vanmarcke, tweede schepen.
Het Decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid artikel 62.
Overeenkomstig artikel 62 van het Decreet over het lokaal bestuur dient de gemeenteraad akte te nemen van de verhindering van de burgemeester en van de beëindiging van de periode van verhindering.
Enig artikel - Neemt er kennis van dat de burgemeester van maandag 06/04/2026 tot en met woensdag 15/04/2026 verhinderd was zijn ambt uit te oefenen.
In zitting van de gemeenteraad van 17/12/2025 werd het reglement op de registratie van tweede verblijven goedgekeurd.
Bij de implementatie werd door de registerbeheerder opgemerkt dat de indicaties van tweede verblijf, zoals ze zijn omschreven in artikel 5, §2 van het reglement, moeilijk toepasbaar zijn daar de huidige formulering van de indicaties inzage vergt van gebruiksgegevens van de nutsvoorzieningen, welke doorgaans niet beschikbaar zijn. Verder is het aangewezen in het reglement een overgangsbepaling op te nemen zodat tweede verblijven die in 2025 reeds onderworpen waren aan de belasting inzake tweede verblijven, met ingang vanaf 01/01/2026 door de registerbeheerder zonder nieuw onderzoek kunnen worden opgenomen in het register van tweede verblijven.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld beide voormelde technische aanpassingen aan het reglement op de registratie van tweede verblijven aan te passen.
In zitting van de gemeenteraad van 17/12/2025 werd het reglement op de registratie van tweede verblijven goedgekeurd.
Bij de implementatie werd door de registerbeheerder opgemerkt dat de indicaties van tweede verblijf, zoals ze zijn omschreven in artikel 5, §2 van het reglement, moeilijk toepasbaar zijn daar de huidige formulering van de indicaties inzage vergt van gebruiksgegevens van de nutsvoorzieningen, welke doorgaans niet beschikbaar zijn. Verder is het aangewezen in het reglement een overgangsbepaling op te nemen zodat tweede verblijven die in 2025 reeds onderworpen waren aan de belasting inzake tweede verblijven, met ingang vanaf 01/01/2026 door de registerbeheerder zonder nieuw onderzoek kunnen worden opgenomen in het register van tweede verblijven.
Met dit besluit worden beide voormelde technische aanpassingen aan het reglement op de registratie van tweede verblijven aangebracht.
Artikel 5, §2:
De tekst was:
Of een woongelegenheid een tweede verblijf is, wordt getoetst aan de volgende indicaties:
Dit wordt:
Of een woongelegenheid een tweede verblijf is, wordt getoetst aan de volgende indicaties:
Artikel 13:
De tekst was:
Dit reglement werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 17/12/2025 en treedt in werking op 01/01/2026.
Dit wordt:
Dit reglement werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 17/12/2025 en treedt in werking op 01/01/2026.
Woongelegenheden die in aanslagjaar 2025 reeds het voorwerp uitmaakten van de belasting inzake tweede verblijven, worden door de registerbeheerder vanaf 1 januari 2026 van rechtswege opgenomen in het register van tweede verblijven. Het gebruik als tweede verblijf moet niet opnieuw bewezen worden en er wordt voor deze woongelegenheden geen (nieuw) beschrijvend verslag opgemaakt.
De registerbeheerder brengt de opname in het register van tweede verblijven overeenkomstig artikel 7 van dit reglement ter kennis van de zakelijk gerechtigde(n).
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Artikel 1 - Past het reglement 'registratie van tweede verblijven vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' als volgt aan:
1. ALGEMEEN
Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder de volgende begrippen:
Het tweede verblijf moet bovendien voldoen aan volgende voorwaarden inzake woonkwaliteit:
Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
2. HET REGISTER VAN TWEEDE VERBLIJVEN
Artikel 2 - Het register van tweede verblijven
De gemeente houdt een register van tweede verblijven bij, waarin minimaal de volgende gegevens worden opgenomen:
Artikel 3 - Aangifteplicht
§1. De aangifteplichtige moet ten laatste op 30 april van het jaar volgend op de eerste ingebruikname van een woongelegenheid als tweede verblijf, een aangifte indienen bij de registerbeheerder op een door de gemeente ter beschikking gesteld formulier.
§2. De aangifte wordt per beveiligde zending verstuurd aan het volgende adres: Jacques Morrensplein 10 te 2820 Bonheiden. De aangifte kan eveneens per mail worden ingediend op volgend mailadres: financien@bonheiden.be.
Artikel 4 - Ambtshalve opname
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn overeenkomstig artikel 3 van dit reglement, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt het onroerend goed door de registerbeheerder ambtshalve ingeschreven in het register van tweede verblijven, dit op basis van de gegevens waarover de registerbeheerder beschikt en de indicaties vermeld in artikel 5, §2 van dit reglement.
Artikel 5 - Vaststelling van tweede verblijf
§1. De door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in de artikelen 5 en 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.
§2. Of een woongelegenheid een tweede verblijf is, wordt getoetst aan de volgende indicaties:
Aan alle indicaties dient voldaan te worden. Een tweede verblijf is immers geen leegstaande woning. Een tweede verblijf wordt daadwerkelijk gebruikt als woning en is ook zo ingericht en uitgerust.
Artikel 6 - Opname in het register van tweede verblijven
De registerbeheerder maakt met betrekking tot het tweede verblijf een genummerde administratieve akte op. Dit op basis van de aangifte vermeld in artikel 3 van dit reglement, dan wel, wat betreft de ambtshalve opnamen na een controle ter plaatse en toetsing aan de indicaties vermeld in artikel 5, §2 van dit reglement. In geval van een ambtshalve opname worden de vaststellingen gestaafd met minstens één foto en een beschrijvend verslag waarin de passende objectieve indicaties van tweede verblijf worden opgenomen.
De datum van de administratieve akte geldt als datum van opname in het register.
Artikel 7 - Kennisgeving van de opname in het register van tweede verblijven
§1. De beslissing tot opname van de woning in het register van tweede verblijven wordt, per beveiligde zending door de registerbeheerder ter kennis gebracht aan de zakelijk gerechtigde(n) die bij de gemeente gekend zijn.
Indien een tweede verblijf in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende zakelijk gerechtigden, betekent de registerbeheerder een administratieve akte aan elke zakelijk gerechtigde die bij de gemeente gekend is.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van het tweede verblijf waarop de administratieve akte betrekking heeft.
§2. Deze kennisgeving bevat tevens:
Artikel 8 - Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over opname in het register van tweede verblijven
§1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending of per e-mail en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot opname, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
§2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn
En minstens de volgende gegevens bevatten:
Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor een beroep tegen de opname in het register van tweede verblijven, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning.
§3. De zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd. Dit kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1 van dit artikel, niet is verstreken.
§4. De registerbeheerder registreert elk beroepschrift in het register van tweede verblijven.
§5. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).
Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over de ontvankelijke beroepschriften en geeft per beveiligde zending kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n) binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift.
§8. Indien de beslissing tot opname in het register van tweede verblijven niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning opgenomen in het register van tweede verblijven, vanaf de datum van de administratieve akte.
Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning beschouwd als nooit opgenomen in het register.
§9. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Artikel 9 - Meldingsplichten
§1. Bij wijziging van persoons-en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de zakelijk gerechtigde. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk twee maanden na wijziging aan de registerbeheerder te worden bezorgd.
Wanneer de zakelijk gerechtigde nalaat de wijzigingen door te geven kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven op grond van de gegevens waarover hij beschikt.
§2. Bij overdracht van een zakelijk recht op een tweede verblijf, geldt een meldingsplicht.
De overdrager bezorgt de registerbeheerder binnen een termijn van twee maanden na de overdracht per beveiligde zending of per e-mail een kopie van of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen.
De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:
Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de registerbeheerder op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris de registerbeheerder binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde(n), gestaafd met de nodige bewijsstukken.
§3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van tweede verblijven.
§4. Wanneer de overdracht niet aan de registerbeheerder ter kennis wordt gebracht, kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven aan de overdrager.
Artikel 10 - Openbaarheid van het register van tweede verblijven
Het register van tweede verblijven is een bestuursdocument en is als dusdanig (gedeeltelijk) toegankelijk voor het publiek.
De aanvraag tot openbaarheid kan overeenkomstig de bepalingen uit het Bestuursdecreet van 7 december 2018 worden afgewezen, onder meer ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Artikel 11 - Schrapping uit het register van tweede verblijven
§1. Een woning kan door de registerbeheerder uit het register van tweede verblijven worden geschrapt in de hierna bepaalde gevallen, indien de zakelijk gerechtigde, hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, hierom verzoekt en de nodige gegevens en bewijsstukken levert.
De registerbeheerder kan een woning ambtshalve schrappen uit het register van tweede verblijven indien hij reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat de woning niet als tweede verblijf wordt aangewend.
§2. Een woning wordt uit het register van tweede verblijven geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde hierom verzoekt en bewijst dat de woning minstens vier opeenvolgende maanden ononderbroken niet langer in gebruik is als tweede verblijf. De woning wordt geschrapt te rekenen vanaf de eerste dag van de beëindiging van de aanwending als tweede verblijf, op voorwaarde dat dit blijkt uit de inschrijving in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister, de eventuele andere door de zakelijk gerechtigde aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.
§3. Het verzoek tot schrapping moet om ontvankelijk te zijn:
En minstens de volgende gegevens bevatten:
De indiener van het verzoek tot schrapping kan te allen tijde een nieuw verzoek tot schrapping indienen dat voldoet aan de vereisten opgesomd in deze paragraaf.
§4. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijkheid van de verzoeken tot schrapping.
§5. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijke verzoeken tot schrapping op hun gegrondheid aan de hand van de stukken of een feitenonderzoek, verricht door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).
Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning kan nooit als afdoende bewijs gelden voor het bekomen van een schrapping uit het register van tweede verblijven, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning.
§6. Indien het verzoek tot schrapping onontvankelijk of ongegrond wordt beoordeeld, blijft de woning in het register van tweede verblijven opgenomen, vanaf de datum van de administratieve akte.
§7. De registerbeheerder neemt een beslissing, desgevallend na plaatsbezoek, omtrent het ontvankelijk verzoek tot schrapping en brengt deze beslissing per beveiligde zending ter kennis aan de verzoeker binnen een ordetermijn van negentig dagen te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het verzoek tot schrapping.
Wordt het verzoek tot schrapping ingewilligd, dan wordt de woning geschrapt uit het register, vanaf de datum die vermeld is in de beslissing tot schrapping.
§8. De zakelijk gerechtigde(n) wordt op de hoogte gebracht van de beslissing over de schrapping.
Artikel 12 - Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping
§1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, per beveiligde zending of per e-mail en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing over het verzoek tot schrapping, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
§2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn:
En minstens de volgende gegevens bevatten:
§3. De zakelijk gerechtigde hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen niet is verstreken een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:
§5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken of met een feitenonderzoek, verricht door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).
Het beroep is in ieder geval ongegrond indien de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en geeft kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n), binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending aan de indiener betekend.
§7. Indien er geen tijdig beroepschrift werd ingediend of indien er sprake is van een onontvankelijk of ongegrond administratief beroep, blijft de woning opgenomen in het register van tweede verblijven, vanaf de datum vermeld in de administratieve akte bedoeld in artikel 6 van dit reglement.
Indien de beroepsinstantie het beroep ontvankelijk en gegrond acht, wordt de woning uit het register van tweede verblijven geschrapt vanaf de datum vermeld in de beslissing van de beroepsinstantie.
§8. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
3. INWERKINGTREDING EN BEKENDMAKING
Artikel 13 - Inwerkingtreding
Dit reglement werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 17/12/2025 en treedt in werking op 01/01/2026.
Woongelegenheden die in aanslagjaar 2025 reeds het voorwerp uitmaakten van de belasting inzake tweede verblijven, worden door de registerbeheerder vanaf 1 januari 2026 van rechtswege opgenomen in het register van tweede verblijven. Het gebruik als tweede verblijf moet niet opnieuw bewezen worden en er wordt voor deze woongelegenheden geen (nieuw) beschrijvend verslag opgemaakt.
De registerbeheerder brengt de opname in het register van tweede verblijven overeenkomstig artikel 7 van dit reglement ter kennis van de zakelijk gerechtigde(n).
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
In uitvoering van een voorwaarde opgenomen in een afgeleverde omgevingsvergunning (OMV_2024116274) voor het bouwen van twee KMO-gebouwen, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen, werd door de projectontwikkelaar een voorstel van ontwerp-rooilijnplan ingediend.
Deze aanvraag heeft tot doel om de eerder voorziene erfdienstbaarheid voor de ontsluiting van het achterliggende perceel binnen het KMO-gebied om te zetten in een volwaardige gemeenteweg met belofte tot kosteloze grondafstand, teneinde de juridische rechtszekerheid te waarborgen en de volledige ontsluitingslus publiek toegankelijk te maken.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het ontwerp van rooilijnplan definitief vast te stellen, overeenkomstig het Decreet van 03/05/2019 houdende de gemeentewegen, en om de dienst omgeving te belasten met het organiseren van het openbaar onderzoek en het inwinnen van de wettelijk vereiste adviezen.
Op 06/02/2026 werd conform gemeentewegendecreet artikel 17 §1 advies gevraagd aan volgende instanties:
Op 26/02/2026 werd volgend advies ontvangen van de Dienst Mobiliteit van de Provincie Antwerpen:
Geen opmerkingen bij het rooilijnplan Doornlaarstraat.
Van de overige instanties werd geen advies ontvangen binnen de gestelde termijn. Overeenkomstig de geldende regelgeving worden deze adviezen als stilzwijgend gunstig beschouwd.
Er zijn geen negatieve adviezen uitgebracht die aanleiding geven tot aanpassing van het rooilijnplan.
Het openbaar onderzoek betreffende het ontwerp van rooilijnplan werd georganiseerd van 05/02/2026 tot en met 07/03/2026.
De bekendmaking van het openbaar onderzoek gebeurde overeenkomstig de wettelijke bepalingen door aanplakking ter plaatse en aan het gemeentehuis. Daarnaast werden de aanpalende eigenaars individueel en aangetekend aangeschreven. De bewijslast van deze bekendmaking wordt als bijlage aan dit besluit toegevoegd.
Gedurende de volledige duur van het openbaar onderzoek werden geen bezwaren, opmerkingen of standpunten ingediend.
Hieruit kan worden afgeleid dat het voorgestelde rooilijnplan maatschappelijk aanvaard wordt en geen aanleiding geeft tot bezorgdheden bij omwonenden of andere belanghebbenden. De bewijsstukken van het gehouden openbaar onderzoek worden aan dit punt als bijlage toegevoegd.
Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad, overeenkomstig artikel 8 van het Decreet van 03/05/2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenten leggen de ligging en de breedte van de gemeentewegen op hun grondgebied vast in gemeentelijke rooilijnplannen, ongeacht de eigenaar van de grond. Deze rooilijnplannen komen tot stand volgens de procedure, bepaald in het decreet, en deze procedure is eveneens van toepassing op de wijziging ervan.
In voorliggend dossier werd de aanleg en inrichting van de ontsluitingsweg reeds beoordeeld en vergund in het kader van de omgevingsvergunning OMV_2024116274, waarbij tevens een expliciete voorwaarde werd opgelegd tot het opmaken van een afzonderlijk rooilijnplan voor het betrokken bijkomend wegsegment. De gemeenteraad heeft zich in zitting van 30/04/2025 reeds uitgesproken over de zaak der wegen met betrekking tot de globale ontsluitingsstructuur.
De huidige beslissing heeft betrekking op de definitieve vaststelling van het rooilijnplan voor het bijkomend wegsegment, dat niet als dusdanig werd opgenomen in een ruimtelijk uitvoeringsplan, waardoor de gemeenteraad bevoegd blijft om hierover afzonderlijk te beslissen.
Het omgevingsvergunningendecreet bepaalt in artikel 31 dat de gemeenteraad zich uitspreekt over de ligging, breedte en uitrusting van de gemeenteweg en over de opname in het openbaar domein. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de doelstellingen en principes van het gemeentewegendecreet. Het voorliggende rooilijnplan omvat een L-vormig wegsegment met een breedte van 8 m en een oppervlakte van 351 m², gelegen op het perceel Bonheiden, 2e afdeling, sectie B, nummer 647E. Het plan werd opgemaakt conform de decretale vereisten en bevat de noodzakelijke aanduidingen inzake ligging, afmetingen en betrokken percelen. Tevens werd voorzien in een verklaring van kosteloze grondafstand, conform de voorwaarden van de omgevingsvergunning.
De aanvraag past binnen de bestemming van het gebied zoals vastgelegd in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de KMO-zone aan de Doornlaarstraat en maakt integraal deel uit van de realisatie van deze bestemming.
Het bij de aanvraag gevoegde rooilijnplan voldoet aan de vorm- en inhoudsvereisten zoals bepaald in het Decreet van 03/05/2019 houdende de gemeentewegen, in het bijzonder wat betreft de aanduiding van de rooilijnen, de betrokken kadastrale percelen en de oppervlakte van de in te nemen gronden.
De voorgestelde wijziging heeft geen betrekking op een rooilijnplan dat opgenomen is in een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, waardoor de procedure van het gemeentewegendecreet volledig van toepassing blijft.
Bijgevolg kan de gemeenteraad overgaan tot de definitieve vaststelling van het rooilijnplan en zich uitspreken over de zaak der wegen, overeenkomstig artikel 31 van het omgevingsvergunningendecreet.
Elke beslissing inzake het gemeentelijk wegennet dient erop gericht te zijn de structuur, samenhang en toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren. In het bijzonder dient te worden tegemoetgekomen aan de huidige en toekomstige behoeften inzake zachte mobiliteit, zoals bepaald in artikel 3 van het gemeentewegendecreet.
§1 In voorliggend dossier wordt hieraan invulling gegeven doordat de opname van het wegsegment als gemeenteweg toelaat dat de gemeente instaat voor het beheer en de verkeersveiligheid. Aangezien de weg in de toekomst door meerdere eigenaars en bezoekers zal worden gebruikt, is het aangewezen dat de gemeente de nodige bevoegdheden kan uitoefenen inzake inrichting, signalisatie en handhaving. Dit draagt bij tot de uitbouw van een veilig lokaal wegennet.
§2 Daarnaast wordt de doorwaadbaarheid van de site verzekerd door de inrichting van een gedeelde ruimte zonder afzonderlijke voetpaden, wat aansluit bij het kleinschalige karakter van de KMO-zone en de principes inzake trage mobiliteit.
Overeenkomstig artikel 4 van het gemeentewegendecreet wordt vastgesteld dat:
§1 De wijziging van het gemeentelijk wegennet ten dienste staat van het algemeen belang, aangezien zij een duurzame en juridisch zekere ontsluiting van de KMO-site mogelijk maakt en toekomstige ontwikkelingen faciliteert.
§2 De maatregel afdoende wordt gemotiveerd, aangezien deze voortvloeit uit een expliciete vergunningsvoorwaarde en noodzakelijk is voor het vermijden van een privaatrechtelijke ontsluitingsstructuur met beperkte garanties inzake beheer en toegankelijkheid.
§3 De verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende en achterliggende percelen worden verzekerd, aangezien het wegsegment specifiek wordt aangelegd om toekomstige ontsluitingen mogelijk te maken zonder bijkomende versnippering van infrastructuur.
§4 Er geen gemeentegrensoverschrijdende impact is, aangezien het project betrekking heeft op een lokaal bedrijventerrein.
§5 Rekening wordt gehouden met de toekomstige noden, doordat de weg wordt ontworpen met een beperkte breedte en een inrichting die snelheid remt en overmatig verkeer ontmoedigt, in overeenstemming met het lokaal karakter van de zone.
Zaak van de wegen
Overeenkomstig artikel 31 van het Decreet van 25/04/2014 betreffende de omgevingsvergunning spreekt de gemeenteraad zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, evenals over de opname ervan in het openbaar domein.
De zaak der wegen heeft in voorliggend dossier betrekking op de concrete aanleg en inrichting van het bijkomend wegsegment, zoals opgenomen in het rooilijnplan opgesteld door landmeter SBV&co op 23/09/2025 en aansluitend op de reeds vergunde ontsluitingslus binnen de KMO-site.
De aanleg van deze wegenis omvat volgende werken:
De voorgestelde aanleg (weergegeven op het typedwarsprofiel 23/09/2025 in bijlage) sluit volledig aan bij de reeds vergunde ontsluitingslus binnen de KMO-site, zowel wat betreft materiaalgebruik, technische opbouw als functionele inrichting. Hierdoor wordt een uniforme en kwalitatieve inrichting van het openbaar domein verzekerd.
De inrichting is afgestemd op het gebruik door zwaar verkeer (thans aan trage snelheid), eigen aan een KMO-zone, en houdt tegelijkertijd rekening met een duurzaam waterbeheer door toepassing van waterdoorlatende materialen en funderingen.
De gekozen inrichting draagt bij tot een leesbare en veilige verkeersstructuur, waarbij de weg wordt opgevat als een gedeelde ruimte die zowel gemotoriseerd verkeer als zachte weggebruikers faciliteert, in overeenstemming met het kleinschalige karakter van het bedrijventerrein.
Gelet op de overeenstemming met de eerder vergunde infrastructuur, de kwalitatieve en duurzame materiaalkeuze, de integratie van nutsvoorzieningen en riolering, en de functionele inpassing binnen de globale ontsluitingsstructuur van de KMO-site, wordt de zaak der wegen gunstig beoordeeld.
Op basis van het volledige dossier, de afwezigheid van bezwaren, de gunstige adviezen en de bovenstaande motivering kan voorliggend dossier gunstig geadviseerd worden wat betreft de definitieve vaststelling van het rooilijnplan en de goedkeuring van de zaak der wegen.
De aanleg van de wegenis gebeurt volledig ten laste van de projectontwikkelaar, conform de voorwaarden opgenomen in de omgevingsvergunning.
De gronden binnen de rooilijn worden kosteloos afgestaan aan de gemeente.
Dit besluit heeft uitsluitend betrekking op de juridische vaststelling van de rooilijn en de opname van de weg in het gemeentelijk wegennet.
Na overdracht staat de gemeente in voor het beheer en onderhoud van de weg, zoals voor de overige delen van de ontsluitingslus.
Artikel 1- Stelt het gemeentelijk rooilijnplan 'Uitbreiding KMO-site Doornlaarstraat', opgemaakt door landmeter SBV&co op 23/09/2025, voor het bijkomend wegsegment binnen de KMO-site aan de Doornlaarstraat te Bonheiden definitief vast, overeenkomstig het Decreet van 03/05/2019 houdende de gemeentewegen.
Artikel 2 - Keurt de zaak der wegen goed met betrekking tot de aanleg van het bijkomend wegsegment, zoals opgenomen in het rooilijnplan en de bijhorende technische beschrijving.
Artikel 3 - Bevestigt dat de gronden gelegen binnen de vastgestelde rooilijn kosteloos worden overgedragen aan de gemeente, conform de voorwaarden van de omgevingsvergunning.
Artikel 4 - Publiceert het besluit van de gemeenteraad na definitieve vaststelling op de gemeentelijke website en plakt dit aan bij het gemeentehuis en ter plaatse, minstens aan het begin- en eindpunt van het betrokken wegdeel.
Artikel 5 - Bezorgt het rooilijnplan samen met dit besluit onmiddellijk na de definitieve vaststelling via beveiligde zending aan het departement en aan de deputatie van de provincie.
Artikel 6 - Maakt het besluit tot definitieve vaststelling bij uittreksel bekend in het Belgisch Staatsblad en publiceert het op de gemeentelijke website, indien de gemeente niet binnen een termijn van dertig dagen op de hoogte wordt gebracht van een georganiseerd administratief beroep.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het vernieuwde masterplan openbare verlichting vast te stellen. Dit masterplan geeft de visie van het beleid weer hoe de openbare verlichting in de gemeente nu en in de toekomst zal aangestuurd worden.
Het gemeentebestuur werkte in het afgelopen jaar aan een herziening van het huidige masterplan openbare verlichting. Hierbij werden zowel de deelruimten als de bijhorende brandregimes herbekeken. Het masterplan is een instrument om in de toekomst de openbare verlichting verder te verduurzamen en te moderniseren volgens de hedendaagse normen en technische mogelijkheden. Het masterplan omvat alle info betreffende de openbare verlichting die momenteel aanwezig is en geeft de visie weer voor toekomstige investeringen.
In 2025 had de gemeente Bonheiden nog een jaarlijks verbruik van van circa 700 MWh aan stroom. Dit is een halvering ten opzichte van 2017 waar er nog een verbruik van circa 1400 MWh gekend was.
De gemeente heeft de openbare verlichting in het verleden overgedragen aan Fluvius. Daarbij werd een verleddingsplan afgesproken, waardoor de volledige openbare verlichting op het grondgebied van de gemeente tegen eind 2028 zal zijn verled.
Het masterplan openbare verlichting voorziet in een kaart van het grondgebied van de gemeente Bonheiden waarin iedere straat is ingedeeld in een specifieke deelruimte. Voor iedere deelruimte wordt er een brandprogramma toegekend. Dit brandprogramma kan voor iedere deelruimte verschillend zijn.
De milieuraad spreekt zijn voorkeur uit voor scenario 3, inzonderheid gelet op de daarin voorziene bijkomende inspanningen met betrekking tot het doven van
openbare verlichting in gebieden met hoge ecologische en natuurwaarden. Hierbij dient het “strooilicht” vermeden te worden en dient gebruik gemaakt van een
aangepast kleurenspectrum (beperking van het blauwe licht);
De milieuraad verzoekt het gemeentebestuur te voorzien in een periodieke en systematische evaluatie van de implementatie van het voorliggende masterplan, teneinde de doeltreffendheid ervan te kunnen beoordelen en, waar nodig, tijdig bij te sturen.
De milieuraad adviseert om, in het kader van een rationeel en duurzaam verlichtingsbeleid, de noodzaak tot het voorzien van openbare verlichting expliciet te
heroverwegen in welbepaalde zones, met name woongebieden, doodlopende straten en wegen die uitsluitend ontsluiting bieden aan één enkele woning.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
Aan de opmaak van het masterplan openbare verlichting zijn geen kosten verbonden.
Artikel 1 - Stelt de herziening van het masterplan (kaart met deelgebieden en brandprogramma's) openbare verlichting vast, zoals gehecht als bijlage bij dit besluit.
Artikel 2 - Neemt in het masterplan op om openbare verlichting in deelruimtes 'natuur' in de toekomst een keuze te maken voor amberkleurige lichtkleur.
Artikel 3 - Kiest ervoor dat in afwachting van interactieve verlichting, de oudere armaturen voorzien blijven in het huidige brandregime. Bij niet-interactieve LED wordt er gestreefd naar een brandregime dat aansluit bij deelruimte uit het nieuwe masterplan.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de rapportering 2025 betreffende het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP).
De gemeente Bonheiden ondertekende het Lokaal Energie- en Klimaatpact van de Vlaamse Regering, waarbij er naast een aantal algemene doelstellingen binnen 4 specifieke werven doelstellingen staan omschreven om op lokaal niveau actie te ondernemen op vlak van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie.
Bij het onderschrijven van het pact wordt er een jaarlijkse rapportage voorzien aan de gemeenteraad. Deze rapportering wordt opgemaakt vanuit het Lokaal Klimaatpactportaal, dat wordt voorzien door de Vlaamse Overheid. Nadat dit ter kennis gegeven wordt aan de gemeenteraad, dient dit bij Agentschap Binnenlands Bestuur ingediend te worden.
De huidige Vlaamse regering besliste om de financiering vanuit het LEKP naar de lokale besturen stop te zetten. De laatste financieringsronde is dit jaar voorzien waarbij er nog een laatste rapportering dient te gebeuren in 2027. Voor de rapportage van dit jaar zal er nog éénmalig gebruik kunnen gemaakt worden van het pactportaal.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
Voor de cijfers op het Lokaal Klimaatpactportaal wordt er gewerkt met verschillende authentieke databronnen. Zo dient het lokaal bestuur niet zelf alle cijfers te rapporteren, wordt extra planlast vermeden en is er een goede vergelijking mogelijk tussen verschillende gemeenten.
Enig artikel - Neemt kennis van de rapportering 2025 in verband met het Lokaal Energie- en Klimaatpact, zoals toegevoegd in bijlage aan dit besluit.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het aanvullend verkeersreglement Achterdiedonken goed te keuren.
Bewoners van Achterdiedonken melden meerdere malen het probleem van de intensiteit van het verkeer in de straat, mede door de aanwijzing in verschillende routeplanners zoals Waze, Google Maps, ... Dit kan omzeild worden door de 'uitzonderlijk plaatselijke verkeersregel' toe te passen. Op deze manier wordt de straat niet meer aangeduid als 'sluipweg' en zal de intensiteit van het verkeer afnemen. Deze aanpassing dient opgenomen te worden in het aanvullend verkeersreglement.
De dienst mobiliteit geeft volgend advies:
Artikel 1 - Past het gemeentelijk verkeersreglement - gemeentewegen - Achterdiedonken aan als volgt:
Artikel 2 - Maakt dit reglement ter kennisgeving over aan de afdeling Beleid Mobiliteit en verkeersveiligheid van de Vlaamse Overheid.
Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur, hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het aanvullend verkeersreglement Diedonken goed te keuren.
Er wordt opgemerkt dat de voorrang hier niet wordt nageleefd. Door hier duidelijke regels rond te maken, kan dit opgelost worden.
De dienst mobiliteit geeft volgend advies:
Artikel 1 - Past het gemeentelijk verkeersreglement - gemeentewegen - Diedonken tijdelijk aan als volgt:
Ter hoogte van kruispunt diedonken x Waversesteenweg geldt: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan iedere bestuurder die rijdt op de openbare weg of de rijbaan die ze oprijden. Fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen rijden in de twee rijrichtingen op de dwarslopende openbare weg die men gaat oprijden. De plaats waar de bestuurders, zo nodig, moeten stoppen om voorrang te verlenen, wordt aangeduid.
Ter hoogte van kruispunt Diedonken x Diedonken gesitueerd aan Diedonken 18 geldt: de bestuurders moeten voorrang verlenen aan iedere bestuurder die rijdt op de openbare weg of de rijbaan die ze oprijden. De plaats waar de bestuurders, zo nodig, moeten stoppen om voorrang te verlenen, wordt aangeduid.
In de zone begrensd door:
geldt: de zone 30 wordt afgebakend. Het begin van de zone 30 wordt aangeduid, ook het einde van de zone 30 wordt aangeduid.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Artikel 2 - Maakt dit reglement ter kennisgeving over aan de afdeling Beleid Mobiliteit en verkeersveiligheid van de Vlaamse Overheid.
Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur, hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het aanvullend verkeersreglement Eisenhowerlaan goed te keuren.
Bewoners van Eisenhowerlaan melden meerdere malen het probleem van het geparkeerde 'zwaar verkeer' in de straat. Hierdoor worden meerdere parkeerplekken ingenomen, waardoor er onvoldoende parkeergelegenheid overblijft voor de bezoekers van de sportvelden. Dit kan worden opgelost door een parkeerverbod voor 'zwaar verkeer' in deze straat in te voeren. Deze aanpassing dient opgenomen te worden in het aanvullend verkeersreglement.
De dienst mobiliteit geeft volgend advies:
De mobiliteitsraad geeft volgend advies:
Een parkeerverbod voor voertuigen met een massa van meer dan 3,5 ton in de Eisenhowerlaan kan worden beargumenteerd op basis van verschillende punten:
Artikel 1 - Past het gemeentelijk verkeersreglement - gemeentewegen - Matadilaan aan als volgt:
Artikel 2 - Maakt dit reglement ter kennisgeving over aan de afdeling Beleid Mobiliteit en verkeersveiligheid van de Vlaamse Overheid.
Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur, hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het aanvullend verkeersreglement Gestelhoflei goed te keuren.
Bewoners van de Gestelhoflei melden meerdere malen het probleem van de intensiteit van het verkeer in de straat, mede door de aanwijzing in verschillende routeplanners zoals Waze, Google Maps, ... Dit kan omzeild worden door de 'uitzonderlijk plaatselijk verkeersregel' toe te passen. Op deze manier wordt de straat niet meer aangeduid als 'sluipweg' en zal de intensiteit van het verkeer afnemen. Deze aanpassing dient opgenomen te worden in het aanvullend verkeersreglement.
De dienst mobiliteit geeft volgend advies:
Artikel 1 - Past het gemeentelijk aanvullend verkeersreglement - gemeentewegen - Gestelhoflei aan als volgt:
Ter hoogte van kruispunt Gestelhoflei x Zwarte Leeuwstraat geldt: De bestuurders moeten voorrang verlenen aan iedere bestuurder die rijdt op de openbare weg of de rijbaan die ze oprijden; de plaats waar de bestuurders, zo nodig, moeten stoppen om voorrang te verlenen, wordt aangeduid.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Artikel 2 - Maakt dit aanvullend reglement ter kennisgeving over aan de afdeling Beleid Mobiliteit en verkeersveiligheid.
Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het aanvullend verkeersreglement Gestellei goed te keuren.
Bewoners van Gestellei melden meerdere malen het probleem van de intensiteit van het verkeer in de straat, mede door de aanwijzing in verschillende routeplanners zoals Waze, Google Maps, ... Dit kan omzeild worden door de uitzonderlijk plaatselijk verkeersregel toe te passen. Op deze manier wordt de straat niet meer aangeduid als 'sluipweg' en zal de intensiteit van het verkeer afnemen. Deze aanpassing dient opgenomen te worden in het aanvullend verkeersreglement.
De dienst mobiliteit geeft volgend advies:
Artikel 1 - Past het gemeentelijk aanvullend verkeersreglement - gemeentewegen - Gestellei aan als volgt:
Ter hoogte van kruispunt Gestellei x Putsesteenweg geldt: De bestuurders moeten voorrang verlenen aan iedere bestuurder die rijdt op de openbare weg of de rijbaan die ze oprijden; de plaats waar de bestuurders, zo nodig, moeten stoppen om voorrang te verlenen, wordt aangeduid.
Ter hoogte van kruispunt Gestellei x Berlaarbaan geldt: De bestuurders moeten voorrang verlenen aan iedere bestuurder die rijdt op de openbare weg of de rijbaan die ze oprijden; de plaats waar de bestuurders, zo nodig, moeten stoppen om voorrang te verlenen, wordt aangeduid.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Ter hoogte van kruispunt Gestellei x Putsesteenweg geldt: De toegang is verboden in beide richtingen, voor iedere bestuurder; de maatregel geldt niet voor plaatselijk verkeer.
Ter hoogte van kruispunt Gestellei x Berlaarbaan geldt: De toegang is verboden in beide richtingen, voor iedere bestuurder; de maatregel geldt niet voor plaatselijk verkeer.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Op volgende locaties:
geldt: het is verboden voor bestuurders sneller te rijden dan 50 km per uur.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens: C43.
Op volgende locaties:
geldt: het is verboden voor bestuurders sneller te rijden dan 30 km per uur; de maatregel geldt alleen voor de bestuurders van voertuigen waarvan de maximaal toegelaten massa hoger is dan 3,5 ton.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Artikel 2 - Maakt dit aanvullend reglement ter kennisgeving over aan de afdeling Beleid Mobiliteit en verkeersveiligheid.
Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur, hiervan dezelfde dag op de hoogte.
In mei 2024 is er een evaluatie uitgevoerd van het gebied rond de Oude Kasteellaan. Uit deze evaluatie is gebleken dat automobilisten de Matadilaan gebruiken om de trajectcontrole in dit gebied te omzeilen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het aanvullend verkeersreglement Matadilaan goed te keuren.
Uit de evaluatie van mei 2024 blijkt dat automobilisten de trajectcontrole op de Oude Kasteellaan omzeilen via de Matadilaan en Van Arteveldelaan. Op basis van deze gegevens wordt voorgesteld om de Matadilaan en Van Arteveldelaan af te sluiten ter hoogte van de Rijmenamseweg, als tijdelijke maatregel. Hierdoor zullen deze straten niet langer éénrichtingsverkeer zijn, maar doodlopende straten waar fietsers en voetgangers nog wel door kunnen.
Na enkele maanden worden er terug tellingen gedaan om de impact in de Eisenhowerlaan te evalueren.
De dienst mobiliteit geeft volgend advies:
De evaluatie van het gebied rond de Oude Kasteellaan, uitgevoerd in mei 2024, toont duidelijk aan dat automobilisten de trajectcontrole omzeilen door gebruik te maken van de Matadilaan. Dit gedrag ondermijnt de doelstellingen van de trajectcontrole; namelijk het bevorderen van verkeersveiligheid en het verminderen van snelheidsovertredingen. Om deze reden wordt voorgesteld om de Matadilaan af te sluiten ter hoogte van de Rijmenamseweg.
Het afsluiten van deze straten biedt meerdere voordelen:
Artikel 1 - Past het gemeentelijk verkeersreglement - gemeentewegen - Matadilaan aan als volgt:
Artikel 2 - Maakt dit reglement ter kennisgeving over aan de afdeling Beleid Mobiliteit en verkeersveiligheid van de Vlaamse Overheid.
Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur, hiervan dezelfde dag op de hoogte.
In mei 2024 is er een evaluatie uitgevoerd van het gebied rond de Oude Kasteellaan. Uit deze evaluatie is gebleken dat automobilisten de Van Arteveldelaan gebruiken om de trajectcontrole in dit gebied te omzeilen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het aanvullend verkeersreglement Van Arteveldenlaan goed te keuren.
Uit de evaluatie van mei 2024 blijkt dat automobilisten de trajectcontrole op de Oude Kasteellaan omzeilen via de Matadilaan en de Van Arteveldelaan. Op basis van deze gegevens wordt voorgesteld om de Matadilaan en de Van Arteveldelaan af te sluiten ter hoogte van de Rijmenamseweg als tijdelijke maatregel. Hierdoor zullen deze straten niet langer éénrichtingsverkeer zijn, maar doodlopende straten, waar fietsers en voetgangers nog wel door kunnen.
Na enkele maanden worden er terug tellingen gedaan om de impact in de Eisenhowerlaan te evalueren.
De dienst mobiliteit geeft volgend advies:
De evaluatie van het gebied rond de Oude Kasteellaan, uitgevoerd in mei, toont duidelijk aan dat automobilisten de trajectcontrole omzeilen door gebruik te maken van de Van Arteveldelaan. Dit gedrag ondermijnt de doelstellingen van de trajectcontrole, namelijk het bevorderen van verkeersveiligheid en het verminderen van snelheidsovertredingen. Om deze reden wordt voorgesteld om Van Arteveldelaan af te sluiten ter hoogte van de Rijmenamseweg.
Het afsluiten van deze straten biedt meerdere voordelen:
Artikel 1 - Past het gemeentelijk verkeersreglement - gemeentewegen - Van Arteveldenlaan tijdelijk aan als volgt:
Ter hoogte van het kruispunt Van Arteveldelaan x Rijmenamseweg geldt: verboden richting voor iedere bestuurder, uitgezonderd fietsers en bromfietsers klasse A. De straat wordt doodlopend, omdat er ter hoogte van dit kruispunt ook afzetpaaltjes zullen worden geplaatst, waardoor doorgaand verkeer niet verder kan.
Artikel 2 - Maakt dit reglement ter kennisgeving over aan de afdeling Beleid Mobiliteit en verkeersveiligheid van de Vlaamse Overheid.
Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur, hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het aanvullend verkeersreglement Peulisbaan goed te keuren.
Bewoners van Peulisbaan melden meerdere malen het probleem van de intensiteit van het verkeer in de straat, mede door de aanwijzing in verschillende routeplanners zoals Waze, Google Maps, ... Dit kan omzeild worden door de uitzonderlijk plaatselijke verkeersregel toe te passen. Op deze manier wordt de straat niet meer aangeduid als 'sluipweg' en zal de intensiteit van het verkeer afnemen. Deze aanpassing dient opgenomen te worden in het aanvullend verkeersreglement.
De dienst mobiliteit geeft volgend advies:
Artikel 1 - Past het gemeentelijk verkeersreglement - gemeentewegen - Peulisbaan aan als volgt:
Artikel 2 - Maakt dit reglement ter kennisgeving over aan de afdeling Beleid Mobiliteit en verkeersveiligheid van de Vlaamse Overheid.
Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur, hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het aanvullend verkeersreglement Spiekelei goed te keuren.
Bewoners van Peulisbaan melden meerdere malen het probleem van de intensiteit van het verkeer in de straat, mede door de aanwijzing in verschillende routeplanners, zoals Waze, Google Maps, ... Dit kan omzeild worden door de uitzonderlijk plaatselijke verkeersregel toe te passen. Op deze manier wordt de straat niet meer aangeduid als 'sluipweg' en zal de intensiteit van het verkeer afnemen. Om te vermijden dat de verkeersintensiteit zich zal verleggen naar de Spiekelei zal hier ook de maatregel uitzonderlijk plaatselijk verkeer toegepast worden. Deze aanpassing dient opgenomen te worden in het aanvullend verkeersreglement.
De dienst mobiliteit geeft volgend advies:
Artikel 1 - Past het gemeentelijk verkeersreglement - gemeentewegen - Spiekelei aan als volgt:
Artikel 2 - Maakt dit reglement ter kennisgeving over aan de afdeling Beleid Mobiliteit en verkeersveiligheid van de Vlaamse Overheid.
Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur, hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Een perceel gelegen aan Schoolstraat 47, gekadastreerd volgens 1ste afdeling, sectie C, deel van nummer 470 X 4 P0000, met een oppervlakte volgens meting van 205 m² en met gereserveerde perceelsidentificatie 1ste afdeling, sectie C, nummer 470 R 5 P0000, voor eenzelfde grootte, wordt aan de gemeente kosteloos aangeboden.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de kosteloze grondafstand van het perceel ter opname in het openbaar domein te aanvaarden en de overeenkomstige akte goed te keuren.
Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald artikel 41, 11° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 281 betreffende bevoegdheid tot ondertekening.
In de Schoolstraat 47 wordt een stuk grond, kadastraal gekend als 1ste afdeling, sectie C, deel van nummer 470 X 4 P0000, met een oppervlakte van 205 m², kosteloos aan de gemeente aangeboden, conform de bepalingen van de daarop geldende verkavelingsvergunning, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 28/02/2007, om op te nemen in het openbaar domein.
De overdracht van het perceel moet bij authentieke akte worden vastgelegd.
Aangezien het hierbij om een daad van beschikking met betrekking tot onroerende goederen gaat, is het aan de gemeenteraad om de akte goed te keuren.
De voorzitter delegeert, overeenkomstig artikel 281 van het Decreet over het lokaal bestuur, thans de bevoegdheid voor de ondertekening van de authentieke akte en stukken aan de (waarnemend) burgemeester.
Overeenkomstig artikel 283 van het Decreet over het lokaal bestuur draagt de algemeen directeur haar bevoegdheid tot ondertekening of mede-ondertekening op aan Anja Verheyden, personeelslid van de gemeente, indien zij zelf niet aanwezig kan zijn.
Aan de overdracht zelf van het onroerend goed zijn geen kosten verbonden. Het college van burgemeester en schepenen gaf in zitting van 25/11/2025 goedkeuring voor de betaling van de notaris-en aktekosten. De aktekosten bedragen € 1.763 excl. btw en € 2.073,38 incl. btw te boeken op actiepunt A7.53.02.
Financieel advies:
Het visum van de financieel directeur wordt toegekend aan deze verbintenis. Daarmee wordt bevestigd dat er geen enkele aanwijzing is gevonden dat deze uitgave onwettig, onregelmatig of zonder voldoende krediet in het lopende boekjaar of zonder verbintenis mogelijk binnen het meerjarenplan, zou worden aangegaan.
Gunstig visum Visum 2026/0086 van Els Van Bever van 11 april 2026
Artikel 1 - Hecht goedkeuring aan de akte voor de kosteloze overdracht van het perceel gelegen in de Schoolstraat 47 met kadastrale aanduiding: Bonheiden 1ste afdeling, sectie C, deel van nummer 470 X 4 P0000, met een oppervlakte van 205 m², die als bijlage bij dit besluit is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt.
Artikel 2 - Neemt kennis van het besluit van de voorzitter dat hij de bevoegdheid voor de ondertekening van de authentieke akte en stukken delegeert aan de (waarnemend) burgemeester.
Artikel 3 - Neemt kennis van het besluit van de algemeen directeur dat zij de bevoegdheid tot ondertekening of mede-ondertekening van de authentieke akte en stukken delegeert aan Anja Verheyden, personeelslid van de gemeente, indien zij zelf niet aanwezig kan zijn.
Artikel 4 - Gaat akkoord met betaling van de aktekosten die € 1.763 excl. btw en € 2.073,38 incl. btw bedragen.
Een perceel gelegen aan Korte Schommenstraat, gekadastreerd volgens 1ste afdeling, sectie C, 470F5 P0000, met een oppervlakte volgens meting van 219 m², wordt aan de gemeente kosteloos aangeboden.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de kosteloze grondafstand van het perceel ter opname in het openbaar domein te aanvaarden en de overeenkomstige akte goed te keuren.
Conform de verkavelingsvergunning, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op datum van 28/02/2007, dient de grond bestemd voor inlijving bij het openbaar domein kosteloos te worden afgestaan aan de gemeente.
Het betreft een strook grond, zoals aangeduid op de bijgaande plannen, met een oppervlakte van 219 m², kadastraal gekend onder Bonheiden, 1ste afdeling, sectie C, 470F5 P0000 en gelegen aan de Korte Schommenstraat.
Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald artikel 41, 11° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 281 betreffende bevoegdheid tot ondertekening.
In de Korte Schommenstraat wordt een stuk grond, kadastraal gekend als 1ste afdeling, sectie C, 470F5 P0000, met een oppervlakte van 219 m², kosteloos aan de gemeente aangeboden, conform de bepalingen van de daarop geldende verkavelingsvergunning, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 28/02/2007, om op te nemen in het openbaar domein.
De overdracht van het perceel moet bij authentieke akte worden vastgelegd.
Aangezien het hierbij om een daad van beschikking met betrekking tot onroerende goederen gaat, is het aan de gemeenteraad om de akte goed te keuren.
De voorzitter delegeert, overeenkomstig artikel 281 van het Decreet over het lokaal bestuur, thans de bevoegdheid voor de ondertekening van de authentieke akte en stukken aan de (waarnemend) burgemeester. Overeenkomstig artikel 283 van het Decreet over het lokaal bestuur draagt de algemeen directeur haar bevoegdheid tot ondertekening of mede-ondertekening op aan Anja Verheyden, personeelslid van de gemeente, indien zij zelf niet aanwezig kan zijn.
Aan de overdracht zelf van het onroerend goed zijn geen kosten verbonden.
Artikel 1 - Hecht goedkeuring aan de akte voor de kosteloze overdracht van het perceel gelegen in de Korte Schommenstraat met kadastrale aanduiding: Bonheiden 1ste afdeling, sectie C, 470F5 P0000, met een oppervlakte van 219 m², die als bijlage bij dit besluit is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt.
Artikel 2 - Neemt kennis van het besluit van de voorzitter dat hij de bevoegdheid voor de ondertekening van de authentieke akte en stukken delegeert aan de (waarnemend) burgemeester.
Artikel 3 - Neemt kennis van het besluit van de algemeen directeur dat zij de bevoegdheid tot ondertekening of mede-ondertekening van de authentieke akte en stukken delegeert aan Anja Verheyden, personeelslid van de gemeente, indien zij zelf niet aanwezig kan zijn.
Delen van percelen gelegen aan Populierenlaan 7, gekadastreerd volgens 1ste afdeling Bonheiden, sectie C, deel van nummers 0476 Z4 P0000 en 0476 D3 P0000, met een oppervlakte volgens meting van 40 en 36 m² en met gereserveerde perceelsidentificatie 1ste afdeling Bonheiden, sectie C, nummers 0476 M5 P0000 en 0476 N5 P0000, voor eenzelfde grootte, wordt aan de gemeente kosteloos aangeboden.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de kosteloze grondafstand de percelen ter opname in het openbaar domein te aanvaarden en de overeenkomstige akte goed te keuren.
Voor de overheidsopdracht 'Wegen- en rioleringswerken in Muizensteenweg, Populierenlaan en Korte Schommenstraat' werd aan de bewoners van de Populierenlaan een gratis grondoverdracht gevraagd, met als doel de opname van deze grondstroken in het openbaar domein.
Het merendeel van de bewoners ging niet akkoord met een kosteloze grondafstand, waardoor het college van burgemeester en schepenen in zitting van 19/08/2025 besliste om:
Voorheen de start van de werken maakte de rijweg in de Populierenlaan een bocht langsheen een haag. Voor de uitvoering van de werken moesten de nieuwe nutsleidingen een bocht maken en kwamen deze nieuwe leidingen onder de nieuwe rijweg te liggen. Dit was niet wenselijk. Daarom zijn er 4 ondertekende akkoordverklaringen ontvangen om de nutsleidingen op privaat domein aan te leggen, namelijk van de nummers 7, 9, 11 en 13.
Voorafgaand aan de werken vertoonde de rijweg ter hoogte van de haag/bomen een inspringing, wat resulteerde in een plaatselijke wegversmalling. Het verwijderen van de bomen en de haag maakte het mogelijk de rijweg geleidelijk recht te trekken, wat bijdraagt tot een optimalere weginrichting in functie van de wegenwerken. Hierdoor diende er een grondafstand gerealiseerd te worden. De eigenaar van Populierenlaan 7 wenst een gratis grondafstand te doen om deze wegversmalling recht te trekken, mits onderstaande voorwaarden:
Om de rijweg optimaal te realiseren is het aangewezen dat de grond ter hoogte van huisnummer 7 wordt verworven.
De kosten voor de gemeente worden geraamd op € 9.200 excl. btw en € 11.132 incl. 21% btw, houdende:
Op 01/04/2026 wordt de ontwerpakte overgemaakt betreffende de grondafstanden van een strook grond, zoals aangeduid op de bijgaande plannen, met een oppervlakte van 40 en 36 m², kadastraal gekend onder Bonheiden, 1ste afdeling Bonheiden, sectie C, deel van nummers 0476 Z4 P0000 en 0476 D3 P0000 en gelegen aan de Populierenlaan 7. Afgebeeld als lot lot A en B op het bijgevoegd grondplan.
Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald artikel 41, 11° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 281 betreffende bevoegdheid tot ondertekening.
In de Populierenlaan 7 wordt een stuk grond, kadastraal gekend als 1ste afdeling Bonheiden, sectie C, deel van nummers 0476 Z4 P0000 en 0476 D3 P0000, met een oppervlakte van 40 en 36 m², kosteloos aan de gemeente aangeboden, mits enkele voorwaarden, om op te nemen in het openbaar domein.
De overdracht van het perceel moet bij authentieke akte worden vastgelegd.
Aangezien het hierbij om een daad van beschikking met betrekking tot onroerende goederen gaat, is het aan de gemeenteraad om de akte goed te keuren. De voorzitter delegeert, overeenkomstig artikel 281 van het Decreet over het lokaal bestuur, thans de bevoegdheid voor de ondertekening van de authentieke akte en stukken aan de (waarnemend) burgemeester.
Overeenkomstig artikel 283 van het Decreet over het lokaal bestuur draagt de algemeen directeur haar bevoegdheid tot ondertekening of mede-ondertekening op aan Anja Verheyden, personeelslid van de gemeente, indien zij zelf niet aanwezig kan zijn.
Aan de overdracht zelf van het onroerend goed zijn geen kosten verbonden.
Het college van burgemeester en schepenen gaf in zitting van 28/10/2025 goedkeuring voor de betaling van de notaris-en aktekosten. De aktekosten, opgemaakt door de aangestelde notaris, bedragen € 1.600 excl. btw of € 1.855,15 incl. btw. te boeken op actiepunt A7.53.02.
Financieel advies:
Het visum van de financieel directeur wordt toegekend aan deze verbintenis. Daarmee wordt bevestigd dat er geen enkele aanwijzing is gevonden dat deze uitgave onwettig, onregelmatig of zonder voldoende krediet in het lopende boekjaar of zonder verbintenis mogelijk binnen het meerjarenplan, zou worden aangegaan.
Gunstig visum Visum 2026/0088 van Els Van Bever van 11 april 2026
Artikel 1 - Hecht goedkeuring aan de akte voor de kosteloze overdracht van het perceel gelegen in de Populierenlaan 7 met kadastrale aanduiding: Bonheiden 1ste afdeling Bonheiden, sectie C, deel van nummers 0476 Z4 P0000 en 0476 D3 P0000, met een oppervlakte van 40 en 36 m², die als bijlage bij dit besluit is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt.
Artikel 2 - Neemt kennis van het besluit van de voorzitter dat hij de bevoegdheid voor de ondertekening van de authentieke akte en stukken delegeert aan de (waarnemend) burgemeester.
Artikel 3 – Neemt kennis van het besluit van de algemeen directeur dat zij de bevoegdheid tot ondertekening of mede-ondertekening van de authentieke akte en stukken delegeert aan Anja Verheyden, personeelslid van de gemeente, indien zij zelf niet aanwezig kan zijn.
Artikel 4 - Gaat akkoord met de betaling van de aktekosten ten belope van € 1.600 excl. btw of € 1.855,15 incl. btw.
Een perceel gelegen aan Weyneshoflei 9, gekadastreerd volgens Rijmenam 2de afdeling, sectie B, deel van nummer 377 W P0000, met een oppervlakte volgens meting van 229 m² en met gereserveerde perceelsidentificatie 2de afdeling, sectie B, 377 Z P0000, voor eenzelfde grootte, wordt aan de gemeente kosteloos aangeboden.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de kosteloze grondafstand van het perceel ter opname in het openbaar domein te aanvaarden en de overeenkomstige akte goed te keuren.
Conform de verkavelingsvergunning, goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op datum van 02/12/2025, dient de grond bestemd voor inlijving bij het openbaar domein kosteloos te worden afgestaan aan de gemeente.
Het betreft een strook grond, zoals aangeduid op de bijgaande plannen, met een oppervlakte van 229 m², kadastraal gekend onder Rijmenam, 2de afdeling, sectie B, deel van nummer 377 W P0000 en gelegen aan de Weyneshoflei 9. Afgebeeld als lot 1 op het bijgevoegd grondplan.
Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald artikel 41, 11° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 281 betreffende bevoegdheid tot ondertekening.
In de Weyneshoflei 9 wordt een stuk grond, kadastraal gekend als Rijmenam 2de afdeling, sectie B, deel van nummer 377 W P0000, met een oppervlakte van 229 m², kosteloos aan de gemeente aangeboden, conform de bepalingen van de daarop geldende verkavelingsvergunning, afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 02/12/2025, om op te nemen in het openbaar domein.
De overdracht van het perceel moet bij authentieke akte worden vastgelegd.
Aangezien het hierbij om een daad van beschikking met betrekking tot onroerende goederen gaat, is het aan de gemeenteraad om de akte goed te keuren. De voorzitter delegeert, overeenkomstig artikel 281 van het Decreet over het lokaal bestuur, thans de bevoegdheid voor de ondertekening van de authentieke akte en stukken aan de (waarnemend) burgemeester.
Overeenkomstig artikel 283 van het Decreet over het lokaal bestuur draagt de algemeen directeur haar bevoegdheid tot ondertekening of mede-ondertekening op aan Anja Verheyden, personeelslid van de gemeente, indien zij zelf niet aanwezig kan zijn.
Aan de overdracht zelf van het onroerend goed zijn geen kosten verbonden.
Artikel 1 - Hecht goedkeuring aan de akte voor de kosteloze overdracht van het perceel gelegen in de Weyneshoflei 9 met kadastrale aanduiding: Rijmenam 2de afdeling, sectie B, deel van nummer 377 W P0000, met een oppervlakte van 229, die als bijlage bij dit besluit is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt.
Artikel 2 - Neemt kennis van het besluit van de voorzitter dat hij de bevoegdheid voor de ondertekening van de authentieke akte en stukken delegeert aan de (waarnemend) burgemeester.
Artikel 3 – Neemt kennis van het besluit van de algemeen directeur dat zij de bevoegdheid tot ondertekening of mede-ondertekening van de authentieke akte en stukken delegeert aan Anja Verheyden, personeelslid van de gemeente, indien zij zelf niet aanwezig kan zijn.
Het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten valt onder de bevoegdheid van de gemeenteraad, behalve o.m. als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur, waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is.
Het bepalen van welke opdrachten als opdrachten van dagelijks bestuur kunnen worden beschouwd is echter een voorbehouden bevoegdheid van de gemeenteraad.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld in het kader van de overheidsopdrachten het begrip dagelijks bestuur als volgt te bepalen:
Inzake gemeentelijke opdrachten liggen de respectieve bevoegdheden van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen vervat in de artikelen 41, tweede lid, 10° en 56,§3, 5° en 6° van het Decreet over het lokaal bestuur.
In het kader van de overheidsopdrachten is het begrip dagelijks bestuur momenteel als volgt bepaald:
Het managementteam verleende op 01/04/2026 gunstig advies aan de voorgestelde aanpassing van het begrip dagelijks bestuur als onderdeel van het 'organisatiebeheersingssysteem de uitgavenprocedure gemeente/OCMW/AGBPB'.
Het Decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur, inzonderheid:
Om de vlotte en efficiënte werking van het lokaal bestuur te bevorderen is het wenselijk om voor de overheidsopdrachten die behoren tot het domein van de dagelijkse werking van een lokaal bestuur de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten te laten vaststellen door het college van burgemeester en schepenen.
Op die manier wordt een verhoogde efficiëntie en productiviteit van de administratieve diensten nagestreefd. Wat de overheidsopdrachten betreft kan er korter op de bal worden gespeeld aangezien het college van burgemeester en schepenen frequenter vergadert dan de gemeenteraad.
De voorgestelde bedragen zijn geen aanpassing t.o.v. het vorige besluit en zijn in overeenstemming met de drempelbedragen van de wetgeving overheidsopdrachten:
Artikel 2 - Stelt het begrip dagelijks bestuur per 01/05/2026 vast als volgt:
De sportdienst wenst banken en een picknicktafel bij het nieuwe skatepark te plaatsen. Om dit te realiseren kan het bestuur via de raamovereenkomst 'Straatmeubilair - juni 2022' voordelig aankopen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de toetreding tot de raamovereenkomst 'Straatmeubilair - juni 2022' binnen de aankoopcentrale CREAT/TMVS van Farys goed te keuren.
27/02/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende toetreding tot de aankoopcentrale CREAT/TMVS van Farys.
Om de aankoop van een picknicktafel en banken te realiseren bij het nieuwe skatepark wenst het bestuur toe te treden tot de raamovereenkomst 'Straatmeubilair - juni 2022' binnen de aankoopcentrale CREAT/TMVS van Farys. De aankoopcentrale biedt via Wolters MABEG, Leuerbroek 1074 te 3640 Kinrooi een groot assortiment aan straatmeubilair, aan economisch voordelige prijzen.
De overeenkomst heeft een looptijd tot 31/05/2026. Er werd door de aankoopcentrale CREAT/TMVS van Farys een nieuwe opdracht uitgeschreven om deze raamovereenkomst opnieuw aan te besteden na 31/05/2026.
Ook voor andere diensten, zoals de uitvoeringsdienst en de dienst mobiliteit zijn de voorwaarden van de overeenkomst voordelig en interessant. Wolters MABEG biedt straatmeubilair voor alle denkbare toepassingen, bv. fietsenstallingen, bloembakken, boombescherming, afvalbakken, vlaggenmasten,...Bovendien beschikt men over een eigen productieatelier, waardoor er ook maatwerk geleverd kan worden.
De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van een raamovereenkomst via een opdrachtencentrale gebruik maken, waardoor zij krachtens artikel 47, §2 van de Wet van 17/06/2016 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
Aan de toetreding tot de raamovereenkomst 'Straatmeubilair - juni 2022' van de aankoopcentrale Creat/TMVS van Farys zijn geen kosten verbonden.
De uitgaven voor de afname binnen de raamovereenkomst zijn voorzien in verschillende actiepunten, afhankelijk van de dienst dewelke een bestelling plaatst.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2026/00120 van Financiele dienst van 11 april 2026
Enig artikel - Keurt de toetreding tot de raamovereenkomst 'Straatmeubilair - juni 2022' binnen de aankoopcentrale Creat/TMVS van Farys goed.
Op 08/10/2024 tekende het gemeentebestuur een overeenkomst i.h.k.v. de benchmarktool 'Vergelijk je gemeente Exello Rivierenland' van Probis BV om een benchmark uit te voeren rond personeelsaantallen en -behoeften binnen verschillende diensten. Op basis van de resultaten daarvan werd er een nieuw organogram opgesteld.
Volgens deze benchmark is er één medewerker teveel op de dienst burgerzaken tewerkgesteld. Echter ondervinden de medewerkers een verhoogde werkdruk. Bovendien kampt de uitvoeringsdienst vandaag met structurele knelpunten rond aansturing, planning, digitalisering en uniforme werkprocessen.
Een objectieve doorlichting is noodzakelijk voor de aanpak van deze problematiek.
Om hierbij externe ondersteuning te kunnen inzetten wenst het gemeentebestuur beroep te doen op de raamovereenkomst 'Organisatieontwikkeling en -beheersing - perceel 2: (strategische) personeelsplanning' van Poolstok.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de toetreding tot de raamovereenkomst goed te keuren.
Een benchmark binnen de gemeente rond personeelsbezetting, uitgevoerd door Probis BV, werd uitgevoerd waarna het organogram werd aangepast.
Voor de dienst burgerzaken kwam daarbij een duidelijke tegenstelling naar boven:
Tijdens de uitvoering van de benchmark bleef de uitvoeringsdienst buiten beschouwing.
Er zijn echter duidelijke signalen die een complexe samenwerking, verouderde werkmethoden en onduidelijkheden weergeven. De uitvoeringsdienst kampt vandaag met structurele knelpunten rond aansturing, planning, digitalisering en uniforme werkprocessen, wat leidt tot grote verschillen in kwaliteit, tempo en opvolging. Bestuur en diensten ervaren onduidelijkheid over prioriteiten, rollen, werkvolume en beslissingsrechten. De modernisering richting een efficiëntere, meer digitale en duurzame werking verloopt moeizaam en roept weerstand op. Deze combinatie maakte duidelijk dat ook hier een objectieve doorlichting noodzakelijk is.
Het doel van de opdracht binnen de raamovereenkomst is enerzijds een grondige doorlichting van de werking en processen van de dienst burgerzaken, anderzijds voor de uitvoeringsdienst een grondige doorlichting van de werking, processen, structuren, tools en de cultuur.
De raamovereenkomst 'Organisatieontwikkeling en -beheersing - perceel 2: (strategische) personeelsplanning' heeft een looptijd dewelke startte op 01/07/2025 en eindigt op 30/06/2029.
Voor beide opdrachten, zowel voor de dienst burgerzaken als voor de uitvoeringsdienst, werd al een voorstel opgemaakt binnen de raamovereenkomst door Mondea, Probis BV en Mobius.
De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van een raamovereenkomst via een opdrachtencentrale gebruik maken, waardoor zij krachtens artikel 47, §2 van de Wet van 17/06/2016 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
De behoeftes van het bestuur stemmen overeen met de bepalingen van het bestek. Het gebruik van het raamcontract houdt geen exclusiviteit in.
Aan de toetreding tot de raamovereenkomst 'Organisatieontwikkeling en -beheersing - perceel 2: (strategische) personeelsplanning' van de aankoopcentrale Poolstok zijn geen kosten verbonden.
Wat betreft de afname binnen de raamovereenkomst:
De uitgave voor het uitvoeren van een opdracht binnen de raamovereenkomst is voorzien in actiepunt A6.3.2 - AR: Erelonen en vergoedingen consultancy, ontwerp en studieopdrachten - ACT: Efficiëntieoefening door externe partner dienst burgerzaken.
De uitgave voor de opdracht bedraagt € 11.880 excl. btw en € 14.374,80 incl. 21% btw, inclusief kosten (transport, telefonie, verzekering,...).
De uitgave voor het uitvoeren van een opdracht binnen de raamovereenkomst is voorzien in actiepunt A6.3.1 - AR: Erelonen en vergoedingen expertises - ACT: Efficiëntieoefening door externe partner uitvoeringsdienst incl. wagenpark.
De uitgave voor de opdracht bedraagt € 35.990 excl. btw en € 43.547,90 incl. 21% btw, inclusief kosten (transport, telefonie, verzekering,...).
Visum:
Gunstig visum FA 2026/00122 van Financiele dienst van 11 april 2026
Enig artikel - Keurt de toetreding tot de raamovereenkomst 'Organisatieontwikkeling en -beheersing - perceel 2: (strategische) personeelsplanning' met een looptijd van 01/07/2025 tot 30/06/2029 binnen de aankoopcentrale Poolstok goed.
Op 26/10/2022 trad het gemeentebestuur toe tot de aankoopcentrale van de stad Brugge, Ruddershove 4 te 8000 Brugge, voor de afname uit de raamovereenkomst 'ICT' voor de aankoop van ICT-producten en -diensten.
Deze raamovereenkomst loopt ten einde in 2026. De aankoopcentrale van de stad Brugge biedt een nieuwe raamovereenkomst aan; 'ICT 2025-2031', opgesplitst in 5 percelen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de toetreding tot de raamovereenkomst 'ICT 2025-2031' van de aankoopcentrale stad Brugge, goed te keuren.
De stad Brugge treedt op als aankoopcentrale voor openbare besturen en biedt de raamovereenkomst 'ICT 2025-2031', waarbij de opdracht in 6 percelen werd verdeeld voor de aankoop van ICT-producten en -diensten, aan. Perceel 3 werd uiteindelijk door Brugge zelf niet gegund, waardoor er maar 5 percelen overbleven om op in te schrijven.
Het gemeentebestuur nam deel aan de vorige raamovereenkomst van deze aankoopcentrale, die ten einde loopt en wenst opnieuw gebruik te maken van de nieuwe, aangeboden raamovereenkomst voor alle percelen binnen deze overeenkomst.
De raamovereenkomst 'ICT Raamcontract 2025-2031' met besteknummer 'BRUGGE-2024-017-SVC' werd uitgeschreven met een looptijd van 3 jaar, te rekenen vanaf de datum vermeld bij de sluiting. Aansluitend op de bovenvermelde looptijd kan de opdracht 3 maal worden verlengd met een periode van 1 jaar tot een maximum van 6 jaar door stad Brugge via de mededingingsprocedure met onderhandeling, volgens de wet betreffende overheidsopdrachten van 17/06/2016.
De gemeente Bonheiden kan krachtens artikel 47, §2, van de wet van 17/06/2017 vrijgesteld worden van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren bij de instap in een raamovereenkomst.
Het is aangewezen dat de gemeente gebruik maakt van de opdrachtencentrale om volgende redenen:
De gemeente is niet verplicht tot enige afname van de raamovereenkomst, er is geen afnameverplichting.
Deze opdracht wordt in zes percelen als volgt gegund door de stad Brugge, dienst informatica, Ruddershove 4 te 8000 Brugge:
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de toetreding tot de 5 percelen (1, 2, 4, 5 en 6) goed te keuren.
De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van een raamovereenkomst via een opdrachtencentrale gebruik maken, waardoor zij krachtens artikel 47, §2 van de Wet van 17/06/2016 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
De uitgaven binnen deze raamovereenkomst werden voorzien in verschillende actiepunten voor ICT lopende over de verschillende jaren binnen het meerjarenplan.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2026/00098 van Financiele dienst van 11 april 2026
Enig artikel - Keurt de toetreding tot de raamovereenkomst 'ICT 2025-2031' aangeboden door de stad Brugge, Ruddershove 4 te 8000 Brugge, dewelke optreedt als aankoopcentrale voor openbare besturen, goed voor de aankoop van ICT-producten en -diensten opgenomen in verschillende percelen:
De automatisatie van het netwerk, de opslagcapaciteit, het maken van backups, het monitoren van kritische componenten en het beheren van de security wordt momenteel in-house beheerd. Om dit te automatiseren dient het gemeentebestuur gebruik te maken van een externe, gespecialiseerde partner.
De aankoopcentrale AZO vzw (Aankoopcentrale voor Zorg en Overheid), Lammekensknokstraat 68 te 8770 Ingelmunster, heeft een raamovereenkomst aan 'AZO - 2024 - Netwerk Services' om deze ondersteuning aan openbare besturen aan te bieden.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de toetreding tot aankoopcentrale AZO vzw, alsook de toetreding tot de raamovereenkomst 'AZO - 2024 - Netwerk Services - perceel 1' goed te keuren.
AZO vzw treedt op als opdrachtencentrale voor de aankoop van netwerk services en -diensten en biedt andere openbare besturen de mogelijkheid hierop beroep te doen. De aankoopcentrale biedt een raamovereenkomst 'AZO - 2024 - Netwerk Services - perceel 1'
Om van deze raamovereenkomst gebruik te kunnen maken, dient het gemeentebestuur toe te treden tot de opdrachtencentrale AZO vzw en aansluitend tot de raamovereenkomst 'AZO - 2024 - Netwerk Services - perceel 1'.
De raamovereenkomst 'AZO - 2024 Netwerk Services - perceel 1' werd door de aankoopcentrale uitgeschreven met een looptijd van 4 jaar, te rekenen vanaf de datum van aanvang op 01/10/2024. Aansluitend op de bovenvermelde looptijd kan de opdracht 2 maal worden verlengd met een periode van 1 jaar tot een maximum van 6 jaar.
De opdracht werd gegund aan AXI NV, Molenweg 107 te 2830 Willebroek.
Het is aangewezen dat het gemeentebestuur gebruik maakt van de raamovereenkomst om volgende redenen:
Het bestuur is niet verplicht tot enige afname binnen de raamovereenkomst.
De dienst ICT heeft reeds gesprekken gehad met AXI NV. Zij bieden een ruim aanbod waarvan onze diensten en voorziene projecten in de meerjarenplanning gebruik van kan maken.
Voor de afname binnen de raamovereenkomst wordt akkoord gegaan met een bedrag van € 370 excl. btw en € 447,70 incl. 21% btw voor het jaarlijkse lidgeld. Dit voor 2026 en is jaarlijks herzienbaar.
Het gemeentebestuur kan van de mogelijkheid tot afname van een raamovereenkomst via een opdrachtencentrale gebruik maken, waardoor zij krachtens artikel 47, §2 van de Wet van 17/06/2016 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
De uitgaven binnen deze raamovereenkomst werden voorzien in actiepunt A7.521.03 - Diverse algemene onderhoudscontracten en in de volgende jaren.
Voorziene uitgave: jaarlijks lidgeld ten bedrage van € 370 excl. btw en € 447,70 incl. 21% btw.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2026/00097 van Financiele dienst van 11 april 2026
Artikel 1 - Keurt de toetreding goed tot de aankoopcentrale AZO vzw (Aankoopcentrale voor Zorg en Overheid), Lammekensknokstraat 68 te 8770 Ingelmunster, goed.
Artikel 2 - Keurt de toetreding tot de raamovereenkomst 'AZO - 2024 - Netwerk Services - perceel 1', gegund aan AXI NV, Molenweg 107 te 2830 Willebroek, goed.
De voorzitter stelt voor om agendapunt 25. Overheidsopdrachten - Voorwaarden van de overheidsopdracht 'Ontwikkelen van logo en huisstijl gemeente' en wijze van gunning: Vaststelling te verdagen naar een gemeenteraad in het najaar.
Het Decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur.
Enig artikel - Verdaagt dit punt naar een latere gemeenteraad ergens in het najaar.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de voorwaarden van de overheidsopdracht 'Aankoop brandstof voor voertuigen - 05/2026 - 05/2029' en de wijze van gunning vast te stellen.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in A.7.31.14.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 99.000 excl. btw of € 119.790 incl. 21% btw over de looptijd van de gehele opdracht.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2026/00121 van Financiele dienst van 11 april 2026
Artikel 1 - Keurt het bestek met nr. 2026/ID-1577 en de raming voor de opdracht 'Aankoop brandstof voor voertuigen - 05/2026 - 05/2029', opgesteld door de technische uitvoeringsdienst, goed.
Artikel 2 - Stelt de lastvoorwaarden vast, zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming voor de totale opdracht bedraagt € 99.000 excl. btw of € 119.790 incl. 21% btw.
Artikel 3 - Gunt bovengenoemde opdracht bij wijze van onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de voorwaarden van de overheidsopdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties II' en de wijze van gunning vast te stellen.
Wat de voorwaarden van de overheidsopdracht betreft: 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties II'.
Wat de wijze van gunning betreft: Mededingingsprocedure met onderhandeling.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 220.000 excl. btw of € 266.200 incl. 21% btw.
Op 27/12/2025 werd voor de overheidsopdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties' de lastvoorwaarden en wijze van gunning vastgesteld door de gemeenteraad. De opdracht werd opgestart als een openbare procedure gezien het geraamde bedrag. Echter, er werd slechts 1 offerte ontvangen met een dermate hoog offertebedrag zijnde € 451.497,74 excl. btw en € 546.312,27 incl. 21% btw. waardoor de opdracht niet werd gegund.
Gezien de offerte meer dan het dubbele bedroeg dan de raming opgemaakt door het studiebureau, besliste het college van burgemeester en schepenen op 31/03/2026 de opdracht stop te zetten en een nieuwe procedure op te starten.
Overeenkomstig artikel 38, §1, 2° (onregelmatige of onaanvaardbare inschrijvingen in het kader van een openbare of niet-openbare procedure) van de wet van 17/06/2016 wordt de nieuwe opdracht opgestart bij wijze van de mededingingsprocedure met onderhandeling.
Deze procedure laat toe de opdracht opnieuw uit te schrijven met hetzelfde bestek waarbij de eerste fase van mededinging overgeslagen kan worden en ondernemers zelf kunnen aanschrijven om een offerte in te dienen. Op deze manier zal de opdracht, ingeval een aanvaardbare offerte ontvangen wordt dewelke voldoet aan de criteria, tijdig kunnen opgestart worden zonder vertraging op de afwerking van de Splinter te veroorzaken.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 220.000 excl. btw of € 266.200 incl. 21% btw.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budgetaire actiepunt A4.1.3201.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 220.000 excl. btw of € 266.200 incl. 21% btw.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2026/00123 van Financiele dienst van 11 april 2026
Artikel 1 - Keurt het bestek met nr. 2026/ID-1590 en de raming voor de opdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties II', opgesteld door het studiebureau Heedfeld nv, Reggerstraat 71 te 3770 Riemst, goed.
Artikel 2 - Stelt de lastvoorwaarden vast, zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming voor de totale opdracht bedraagt € 220.000 excl. btw of € 266.200 incl. 21% btw.
Artikel 3 - Gunt bovengenoemde opdracht bij wijze van mededingingsprocedure met onderhandeling.
Artikel 4 - Bepaalt dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in het investeringsbudget van 2026, op budgetcode 0759-00/2210807/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie A4.1.3201).
In het kader van het uitvoeren van een erfgoedbeleid wordt vanuit IGEMO de ondersteuning geboden aan te sluiten bij de overkoepelende IOED Rivierenland (Intergemeentelijke Onroerend Erfgoed Diensten) en CEC Rivierenland (Culturele Erfgoed Cel).
Aan de gemeenteraad wordt goedkeuring gevraagd voor de aansluiting bij IOED Rivierenland en CEC Rivierenland.
I. Inleiding
Ter ondersteuning voor het gemeentelijk erfgoedbeleid biedt IGEMO twee pijlers aan:
II. Lidmaatschap IOED en CEC Rivierenland voor beleidsperiode 2027-2032:
De IOED Rivierenland en CEC Rivierenland zullen bestaan uit een samenwerkingsverband van zeven lokale besturen uit regio Rivierenland: Bonheiden, Sint-Katelijne Waver, Putte, Berlaar, Willebroek, Puurs - Sint-Amands en Bornem.
a) Financiële bijdrage voor lidmaatschap bij IOED
De financiële bijdrage voor elke gemeente bij IOED Rivierenland is in functie van het aantal inwoners en het aantal erfgoedrelicten. Voor de gemeente Bonheiden is deze bijdrage € 12.681,65/jaar voor de periode 2027 tot 2032.
In deze kost zit:
b) Financiële bijdrage voor lidmaatschap bij CEC Rivierenland
De bijdrage tot lidmaatschap bedraagt € 0,40 per inwoner. Voor het lokaal bestuur Bonheiden komt dit voor 2027 neer op (vermoedelijk i.f.v. het inwonersaantal op 01/01/2027) € 6.282,40. Dit bedrag zal de komende beleidsperiode geïndexeerd worden en mee evolueren met de ingeschatte inwonersaantallen.
Voor 2027 wordt de gezamenlijke bijdrage door de 7 deelnemende gemeentes geraamd op € 59.039,20. Het jaarlijkse werkingsbudget (de subsidiëring vanuit Vlaanderen + bijdrage deelnemende gemeentes) voor de werking van CEC Rivierenland wordt door IGEMO geraamd op € 315.000.
De uitgaven worden als volgt verdeeld:
Theoretisch staat de bijdrage van het lokaal bestuur Bonheiden € 6.282,40 tegenover de 'opbrengst' aan dienstverlening van € 17.857 + € 14.323= € 32.180 of verhouding per € 1,00 bijdrage een opbrengst van € 5,12.
c) Beleidsplan IOED en CEC Rivierenland
IGEMO heeft voor de IOED Rivierenland en CEC Rivierenland een beleidsplan 2027-2032 opgesteld. Dit algemeen geformuleerde beleidsplan omvat de krachtlijnen voor de hele regio - zie bijlages.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
De kosten van het lidmaatschap IOED Rivierenland (raming € 12.682/ jaar) en CEC Rivierenland (raming € 6.500/ jaar) zijn voorzien in de meerjarenplan 2026-2031.
Financieel advies:
Gunstig mits aanpassing visum FA 2026/00096 van Financiele dienst van 11 april 2026
Artikel 1 - Geeft goedkeuring aan het lidmaatschap IOED Rivierenland vanaf 01/01/2027.
Artikel 2 - Geeft goedkeuring aan het lidmaatschap CEC Rivierenland vanaf 01/01/2027.
Met het uitwerken van ondersteuningsbeleid wil het lokaal bestuur de lokale verenigingen ondersteunen in hun waardevolle werking. Een pijler in dit ondersteuningsbeleid zijn de subsidiereglementen die gekoppeld zijn aan het erkenningsreglement.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de verschillende sectorspecifieke subsidiereglementen goed te keuren.
In dit besluit wordt het sectorspecifieke subsidiereglement voor de reguliere werking voor (socio-) culturele verenigingen ter goedkeuring voorgelegd.
1. Inleiding
Met de missie en de visie van het lokaal bestuur als basis vormt het ondersteuningsbeleid voor verenigingen naast het aanbieden van een kwalitatief vrijetijdsaanbod en het ter beschikking stellen van gepaste vrije tijdsinfrastructuur een belangrijke pijler van het gemeentelijk vrijetijdsbeleid. Door het ondersteuningsbeleid, geconcretiseerd in erkennings- en subsidiereglementen, wil het lokaal bestuur de waardevolle verenigingswerking ondersteunen door het het aanbieden van rechtlijnigheid en voorspelbaarheid in de aangeboden maatregelen. Gezien deze maatregelen mee evolueren in functie van de eigentijdse ondersteuningsbehoeften en noden is stelselmatige actualisatie een streefdoel. Na de actualisatie van het erkenningsreglement en het subsidiereglement voor evenementen met bovenlokale uitstraling worden nu de actualisaties van de sectorspecifieke subsidiereglementen voor de reguliere werking van (socio-)culturele, sport- en jeugdverenigingen ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
2. Actualisatie van de sectorspecifieke subsidiereglementen voor de reguliere werking van de verenigingen
Een projectgroep vanuit vrije tijd, bestaande uit het departementshoofd vrije tijd, de directeur van GC 't Blikveld, het diensthoofd sport & jeugd, de stafmedewerker jeugd, de stafmedewerker sport, de stafmedewerker evenementen en de stafmedewerker lokaal cultuurbeleid, werkte de voorontwerpen van de sectorspecifieke subsidiereglementen reguliere werking jeugd-, sport-, cultuur- en socio-culturele verenigingen uit. Daarbij werd rekening gehouden met de vereiste juridische aspecten en voortschrijdend inzicht op basis van ervaringen vanuit de vorige sectorspecifieke subsidiereglementen. De reglementen hebben de intentie om transparantie te bieden en voldoen aan het principe van rechtlijnigheid en voorspelbaarheid doordat de criteria eenduidig geformuleerd en vooraf aftoetsbaar zijn.
De basis van deze reglementering is het erkenningsreglement. Nadien worden de subsidies bepaald op basis van aftoetsing van algemene basisvoorwaarden en per sector specifieke criteria die aftoetsbaar zijn. In tegenstelling tot het vorige ondersteuningsreglement waarbij gewerkt wordt met scores per thema kan een vereniging met het voorliggende reglement zelf mee inschatten op basis van een transparant opgebouwde determinatietabel onder welke categorie (goud, zilver of brons) de werking valt waaraan rechtstreeks een ondersteuningsbedrag is gekoppeld.
3. Sectorspecifieke subsidiereglementen voor de reguliere werking van de (socio-)culturele verenigingen
Voor culturele en sociaal-culturele verenigingen zijn er, indien voldaan aan de basisvoorwaarden, twee bepalende criteria voor bepaling van de basissubsidie: aantal leden en aantal activiteiten.
Bovenop de basissubsidie legt het lokaal bestuur ook beleidsaccenten met bijkomende toelagen. Deze beleidsaccenten focussen op het stimuleren tot participatie van jongeren in het verenigingsleven, het betrekken van leden met een mentale beperking, het ondersteunen van erfgoedwerking als belangrijke pijler van het cultuurbeleid en het stimuleren tot kwalitatieve cultuurwerking door een ondersteuning te voorzien wanneer betalende deskundigheid vereist om de reguliere werking te bestendigen.
Subsidiebedrag en criteria basisondersteuning:
|
|
Brons |
Zilver |
Goud |
|
|
€ 100 |
€ 200 |
€ 400 |
| Aantal leden |
25 |
50 |
100 |
| Aantal activiteiten |
9 |
15 |
30 |
Aanvullende toelagen beleidsaccenten:
| Aantal jeugdleden (jonger dan 18 jaar) |
minder dan 10 |
tussen 10 en 25 |
meer dan 25 |
| € 100 |
€ 150 |
€ 200 |
|
| Erfgoedwerking – aantal activiteiten |
tot 10 |
meer dan 10 |
|
| € 100 |
€ 150 |
|
|
| Betalende expertise |
Maximum € 1.000 |
||
| Inclusieve werking |
vanaf 2 |
|
|
| € 100 |
|
||
Het voorzien van financiële ondersteuning aan het lokale verenigingsleven is een prioritaire doelstelling in de lopende legislatuur.
De voorstellen vallen binnen het financiële kader van de goedkeurde meerjarenplanning 2026-2031 onder ACT 4.2.4302.
Financieel advies:
In kader van de staatssteuntoets wordt besloten dat deze toekenning NIET als staatssteun conform art. 107, lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie wordt aangemerkt gezien niet cumulatief aan de 5 voorwaarden wordt voldaan meer bepaald
- de leden van de verenigingen zijn allemaal van Bonheiden of omliggende gemeenten dus een louter lokaal karakter.
Gunstig visum FA 2026/00091 van Financiele dienst van 30 maart 2026
Artikel 1 - Geeft goedkeuring aan het sectorspecifieke subsidiereglement reguliere werking voor (socio-)culturele verenigingen, zoals toegevoegd in bijlage.
Sectorspecifiek subsidiereglement reguliere werking cultuur- en socio-culturele verenigingen 2026-2031
1. Doelstelling
Om een levendig en divers cultureel leven te stimuleren, ondersteunt het lokaal bestuur Bonheiden erkende cultuur- en socio-culturele verenigingen met een werkingssubsidie. Hiermee waardeert het lokaal bestuur hun bijdrage aan cultuurbeleving, gemeenschapsvorming, ontmoeting en sociale cohesie binnen de gemeente. Naast de ondersteuning van de reguliere verenigingswerking streeft het lokaal bestuur in het bijzonder naar het stimuleren tot jeugdwerking, professionalisme, erfgoedzorg en een inclusieve werking.
De subsidie heeft de intentie verenigingen te ondersteunen in het bestendigen, versterken en verder uitbouwen van hun reguliere werking.
Het lokaal bestuur streeft daarbij naar een objectief, eenvoudig en transparant kader dat rechtlijnigheid en voorspelbaarheid biedt voor alle verenigingen.
2. Voorwerp
Dit reglement bepaalt de criteria, categorieën, bedragen en procedures voor de toekenning van werkingssubsidies en aanvullende toelagen aan erkende cultuur- en socio-culturele verenigingen.
3.Definities en begrippen
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
4. Doelgroep
Dit reglement is van toepassing op erkende cultuur- en socio-culturele verenigingen die actief zijn binnen de gemeente Bonheiden.
5. Voorwaarden
Elke erkende cultuur- of socio-culturele vereniging kan jaarlijks een forfaitaire werkingssubsidie ontvangen, bestaande uit:
Om in aanmerking te komen moet de vereniging:
6. Categorieën, bedragen en criteria
6.1 Basiscategorieën
De werkingssubsidie wordt toegekend op basis van het voldoen aan volgende criteria:
|
|
Brons |
Zilver |
Goud |
|
|
€ 100 |
€ 200 |
€ 400 |
| Aantal leden |
25 |
50 |
100 |
| Aantal activiteiten |
9 |
15 |
30 |
De categorie wordt bepaald op basis van het ledenaantal en het aantal activiteiten op de peildatum 31 augustus van het betrokken werkjaar.
6.2 Beleidsaccenten/ aanvullende toelagen
Naast de forfaitaire werkingssubsidie kunnen erkende (socio-)culturele verenigingen, mits naleving van de voorwaarden van dit reglement, in aanmerking komen voor de volgende aanvullende beleidsondersteunende toelagen.
a) Jeugdwerking
| Aantal jeugdleden | Bedrag |
| minder dan 10 | €100 |
| tussen 10 en 25 | €150 |
| meer dan 25 | €200 |
b) Erfgoedwerking
| Aantal erfgoedactiviteiten | Bedrag |
| tot 10 activiteiten | € 100 |
| meer dan 10 activiteiten | € 150 |
c) Betalende expertise voor niet-betalende voorstellingen
| Betalende expertise voor niet-betalende voorstellingen van culturele verenigingen | Bedrag |
| De inzet van betalende expertise voor betalende voorstellingen komt niet in aanmerking voor terugbetaling | De toelage bedraagt 50% van de bewezen kosten, met maximum van € 25 per aangetoonde repetitie en met een maximale subsidie van € 1000 op jaarbasis |
d) Duurzame inclusieve werking
| Aantal leden waarop inclusieve werking van toepassing is | Bedrag |
| Minimum 2 leden | €100 |
7.Bijzondere bepalingen en beperkingen
De werkingssubsidie toegekend op basis van dit reglement is niet cumuleerbaar met een werkingssubsidie voor reguliere werking toegekend binnen het subsidiereglement voor jeugdverenigingen of het subsidiereglement voor sportverenigingen. Een vereniging kan per werkjaar slechts binnen één sector een werkingssubsidie voor reguliere werking ontvangen. De vereniging dient bij de adviesraad binnen de gekozen sector aangesloten zijn.
Erkende verenigingen kunnen aansluiten bij het raamcontract van het Vlaams Energiebedrijf (VEB) waarbij de gemeente optreedt als contracterende partij. De vereniging blijft volledig verantwoordelijk voor de correcte en tijdige betaling van alle kosten die voortvloeien uit deze aansluiting. Indien de vereniging haar betalingsverplichtingen niet naleeft en na drie (3) opeenvolgende aanmaningen in gebreke blijft, worden de kosten verhaald op het lokaal bestuur. In dat geval kan het lokaal bestuur alle door haar gedragen kosten integraal terugvorderen bij de vereniging. Deze terugvordering gebeurt geheel of gedeeltelijk door inhouding of verrekening met toegekende of toekomstige subsidies.
8. Aanvraag subsidie
De erkende cultuur- of socio-culturele vereniging dient haar subsidieaanvraag in via het digitale formulier van de gemeente zoals vermeld op de gemeentelijke website.
De aanvraag gebeurt uiterlijk op 30 september volgend op het einde van het werkjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
Volgende gegevens worden opgevraagd:
Het dossier wordt door de cultuurdienst nagekeken op volledigheid. Indien het dossier niet als volledig wordt beoordeeld, wordt de vereniging schriftelijk in kennis gesteld en heeft de vereniging 15 kalenderdagen de tijd om het dossier te vervolledigen.
9. Beoordeling en uitbetaling
Het college beoordeelt de aanvraag op ontvankelijkheid en inhoud. Indien nodig kan het college bijkomende informatie opvragen. In dit geval kan afgeweken worden van de vooropgestelde voorziene timing.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen verloopt op basis van een collegebesluit. Indien het bedrag van de werkingssubsidie minder is dan het aangevraagde bedrag, zal de aanvrager in kennis worden gesteld van deze beslissing.
Na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen wordt de werkingssubsidie vóór het einde van het kalenderjaar waarin de aanvraag werd ingediend uitbetaald.
10.Bezwaren
Bezwaren tegen beslissingen op basis van dit reglement worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen. Bezwaren moeten binnen één maand na kennisgeving van de beslissing worden ingediend via een schriftelijke melding aan het college en een kopie aan de cultuurdienst, waarbij de indiener het ontvangstbewijs of de ontvangstbevestiging van het college moet kunnen voorleggen. De schriftelijke melding mag verlopen via mail naar college@bonheiden.be en blikveld@bonheiden.be.
11. Ingangsdatum
Dit reglement heft Deel III van het “Ondersteuningsreglement verenigingen Vrije Tijd” (2018) op en treedt in werking op 1 september 2026.
12. Overgangsmaatregelen
Subsidieaanvragen voor werkjaar 2025–2026 worden behandeld volgens Deel III van het Ondersteuningsreglement verenigingen Vrije Tijd (2018). Subsidieaanvragen voor erkende cultuur- en socio-culturele verenigingen vanaf werkjaar 2026–2027 worden behandeld volgens dit subsidiereglement.
Artikel 2 - Maakt dit reglement binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website, overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur.
Met het uitwerken van ondersteuningsbeleid wil het lokaal bestuur de lokale jeugdverenigingen ondersteunen in hun waardevolle werking. Een pijler in dit ondersteuningsbeleid is het subsidiereglement dat gekoppeld is aan het erkenningsreglement. Om een levendig sociaal weefsel te versterken, ondersteunt het lokaal bestuur Bonheiden erkende jeugdverenigingen met een werkingssubsidie.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het 'Sectorspecifiek subsidiereglement reguliere werking jeugdverenigingen 2026-2031' goed te keuren.
1. Inleiding
2. Voorstel subsidiereglement reguliere werking jeugdverenigingen
Voor jeugdverenigingen werd een determinatietabel voorgesteld met vier categorieën ingedeeld op basis van de criteria: aantal leden en aantal begeleiders met erkende opleiding - met een beleidsaccent (bijkomende premie) voor reguliere G-werking. De basis-subsidiebedragen variëren van € 1.500 tot € 3.500 (exclusief premies).
| brons | zilver | goud | diamant | |
| € 1.500 | € 2.500 | € 3.000 | € 3.500 | |
| leden | 30 | 60 | 80 | 100 |
| begeleiders | 1 | 2 | 3 | 4 |
| G-werking | € 1.000 | € 1.000 | € 1.000 | € 1.000 |
Het voorzien van financiële ondersteuning aan jeugdverenigingen is een prioritaire doelstelling in de lopende legislatuur.
De voorstellen vallen binnen het financiële kader van de goedkeurde meerjarenplanning 2026-2031 onder ACT 4.2.4203.
Financieel advies:
In kader van de staatssteuntoets wordt besloten dat deze toekenning NIET als staatssteun conform art. 107, lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie wordt aangemerkt gezien niet cumulatief aan de 5 voorwaarden wordt voldaan meer bepaald
- de leden van de jeugdverenigingen zijn allemaal van Bonheiden of omliggende gemeenten dus een louter lokaal karakter.
Gunstig visum FA 2026/00109 van Els Van Bever van 13 april 2026
Artikel 1 - Keurt het 'Sectorspecifieke subsidiereglement reguliere werking voor jeugdverenigingen' goed als volgt:
Sectorspecifiek subsidiereglement reguliere werking jeugdverenigingen 2026-2031
1. Doelstelling
Om een levendig sociaal weefsel te versterken, ondersteunt het lokaal bestuur Bonheiden erkende jeugdverenigingen met een werkingssubsidie. Zo waardeert ze hun inzet voor actie, ontmoeting, betrokkenheid en sociale cohesie in de gemeente. De subsidie helpt verenigingen hun werking verder te bestendigen, te versterken en te laten groeien.
Het lokaal bestuur streeft naar een objectief, eenvoudig en transparant kader dat rechtlijnigheid en voorspelbaarheid biedt voor alle verenigingen.
2. Voorwerp
Dit reglement bepaalt de criteria, categorieën, bedragen en procedures voor de toekenning van werkingssubsidies aan erkende jeugdverenigingen.
3. Definities en begrippen
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
4. Doelgroep
Dit reglement is van toepassing op erkende jeugdverenigingen binnen de gemeente Bonheiden.
5. Voorwaarden
Elke erkende jeugdvereniging kan jaarlijks een forfaitaire werkingssubsidie ontvangen, bestaande uit een basisbedrag afhankelijk van de categorie en eventueel aangevuld met een beleidsondersteunende toelage.
Om in aanmerking te komen moet de jeugdvereniging:
6. Categorieën, bedragen en criteria
Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de categorieën, bedragen en criteria.
| Categorie | Bedrag | Criteria |
| Categorie Brons | €1.500 | Minstens 30 leden & |
| Categorie Zilver | €2.500 | Minstens 60 leden & |
| Categorie Goud | €3.000 | Minstens 80 leden & |
| Categorie Diamant | €3.500 | Minstens 100 leden & |
| Beleidsondersteunende |
€ 1.000 | Duurzame reguliere G-werking cf. de definitie in |
De categorie wordt bepaald op basis van het ledenaantal en het aantal gediplomeerde begeleiders op de peildatum 31 augustus van het betrokken werkjaar.
7. Bijzondere bepalingen en beperkingen
De werkingssubsidie toegekend op basis van dit reglement is niet cumuleerbaar met een werkingssubsidie voor reguliere werking toegekend binnen het subsidiereglement voor sportverenigingen of het subsidiereglement voor cultuur- en socio-culturele verenigingen. Een vereniging kan per werkjaar slechts binnen één sector een werkingssubsidie voor reguliere werking ontvangen. De vereniging dient bij de adviesraad binnen de gekozen sector aangesloten te zijn.
Erkende verenigingen kunnen aansluiten bij het raamcontract van het Vlaams Energiebedrijf (VEB) waarbij de gemeente optreedt als contracterende partij. De vereniging blijft volledig verantwoordelijk voor de correcte en tijdige betaling van alle kosten die voortvloeien uit deze aansluiting. Indien de vereniging haar betalingsverplichtingen niet naleeft en na drie (3) opeenvolgende aanmaningen in gebreke blijft, worden de kosten verhaald op het lokaal bestuur.
In dat geval kan het lokaal bestuur alle door haar gedragen kosten integraal terugvorderen bij de vereniging. Deze terugvordering gebeurt geheel of gedeeltelijk door inhouding of verrekening met toegekende of toekomstige subsidies.
8. Aanvraag subsidie
De erkende jeugdvereniging dient haar subsidieaanvraag in via het digitale formulier van de gemeente zoals vermeld op de gemeentelijke website.
De aanvraag gebeurt uiterlijk op 30 september volgend op het einde van het werkjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
Volgende gegevens worden opgevraagd:
Het dossier wordt door de jeugddienst nagekeken op volledigheid. Indien het dossier niet als volledig wordt beoordeeld, wordt de vereniging schriftelijk in kennis gesteld en heeft de vereniging 15 kalenderdagen de tijd om het dossier te vervolledigen.
9. Beoordeling & uitbetaling
Het college beoordeelt de aanvraag op ontvankelijkheid en inhoud. Indien nodig kan het college bijkomende informatie opvragen. In dit geval kan afgeweken worden van de vooropgestelde voorziene timing.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen verloopt op basis van een collegebesluit.
Na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen wordt de werkingssubsidie vóór het einde van het kalenderjaar waarin de aanvraag werd ingediend uitbetaald.
10. Bezwaren
Bezwaren tegen beslissingen op basis van dit reglement worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen.
Bezwaren moeten binnen één maand na kennisgeving van de beslissing worden ingediend via een schriftelijke melding aan het college en een kopie aan de jeugddienst, waarbij de indiener het ontvangstbewijs of de ontvangstbevestiging van het college moet kunnen voorleggen. De schriftelijke melding mag verlopen via mail naar college@bonheiden.be en sport.jeugd@bonheiden.be .
11. Ingangsdatum
Dit reglement heft Deel III van het “Ondersteuningsreglement verenigingen Vrije Tijd” (2018) op en treedt in werking op 1 september 2026.
12. Overgangsmaatregelen
Subsidieaanvragen voor werkjaar 2025–2026 worden behandeld volgens Deel III van het Ondersteuningsreglement verenigingen Vrije Tijd (2018). Subsidieaanvragen voor erkende jeugdverenigingen vanaf werkjaar 2026–2027 worden behandeld volgens dit subsidiereglement.
Artikel 2 - Maakt dit reglement binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website, overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur.
Met het uitwerken van ondersteuningsbeleid wil het lokaal bestuur de lokale verenigingen ondersteunen in hun waardevolle werking. Een pijler in dit ondersteuningsbeleid zijn de subsidiereglementen die gekoppeld zijn aan het erkenningsreglement.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de verschillende sectorspecifieke subsidiereglementen goed te keuren.
In dit besluit wordt het sectorspecifieke subsidiereglement voor de reguliere werking voor sportverenigingen ter goedkeuring voorgelegd.
1. Inleiding
Met de missie en de visie van het lokaal bestuur als basis vormt het ondersteuningsbeleid voor verenigingen naast het aanbieden van een kwalitatief vrijetijdsaanbod en het ter beschikking stellen van gepaste vrije tijdsinfrastructuur een belangrijke pijler van het gemeentelijk vrijetijdsbeleid. Door het ondersteuningsbeleid, geconcretiseerd in erkennings- en subsidiereglementen, wil het lokaal bestuur de waardevolle verenigingswerking ondersteunen door het het aanbieden van rechtlijnigheid en voorspelbaarheid in de aangeboden maatregelen. Gezien deze maatregelen mee evolueren in functie van de eigentijdse ondersteuningsbehoeften en noden is stelselmatige actualisatie een streefdoel. Na de actualisatie van het erkenningsreglement en het subsidiereglement voor evenementen met bovenlokale uitstraling worden nu de actualisaties van de sectorspecifieke subsidiereglementen voor de reguliere werking van (socio-)culturele-, sport- en jeugdverenigingen ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
2. Actualisatie van de sectorspecifieke subsidiereglementen voor de reguliere werking van de verenigingen
Een projectgroep vanuit vrije tijd, bestaande uit het departementshoofd vrije tijd, de directeur van GC 't Blikveld, het diensthoofd sport & jeugd, de jeugdpromotor, de sportpromotor, de stafmedewerker evenementen en de stafmedewerker lokaal cultuurbeleid, werkte de voorontwerpen van de sectorspecifieke subsidiereglementen reguliere werking jeugd-, sport-, cultuur- en socio-culturele verenigingen uit. Daarbij werd rekening gehouden met de vereiste juridische aspecten en voortschrijdend inzicht op basis van ervaringen vanuit de vorige sectorspecifieke subsidiereglementen. De reglementen hebben de intentie om transparantie te bieden en voldoen aan het principe van rechtlijnigheid en voorspelbaarheid doordat de criteria eenduidig geformuleerd en vooraf aftoetsbaar zijn.
De basis van deze reglementering is het erkenningsreglement. Nadien worden de subsidies bepaald op basis van aftoetsing van algemene basisvoorwaarden en per sector specifieke criteria die aftoetsbaar zijn. In tegenstelling tot het vorige ondersteuningsreglement waarbij gewerkt wordt met scores per thema kan een vereniging met het voorliggende reglement zelf mee inschatten op basis van een transparant opgebouwde determinatietabel onder welke categorie (briljant, diamant, goud, zilver of brons) de werking valt waaraan rechtstreeks een ondersteuningsbedrag is gekoppeld.
3. Sectorspecifieke subsidiereglementen voor de reguliere werking van sportverenigingen
Voor sportverenigingen werd een determinatietabel voorgesteld op basis van de criteria: aantal leden, aantal trainers met erkende opleiding en jeugdwerking - met een beleidsaccent (bijkomende premie) voor reguliere G-werking.
Na voorlegging aan de sportraad op 24/02/2026 werden een aantal bezorgdheden en opmerkingen geformuleerd door de leden van de sportraad. Op basis van de in het advies opgenomen opmerkingen werd een tabel opgesteld met 5 categorieën. Hierbij wordt ook rekening gehouden met verenigingen die inzetten op jeugd zonder een exclusieve jeugdwerking uit te bouwen.
| brons | zilver | goud | diamant | briljant | |
| € 250 | € 500 | € 1.000 | € 1.750 | € 3.000 | |
| leden | 20 | 50 | 50 | 100 | 150 |
| gediplomeerde monitoren | 0 | 0 | 1 | 3 | 8 |
| jeugdwerking | / | Min. 15 jeugdleden | aparte werking verplicht | aparte werking verplicht | aparte werking verplicht |
| G-werking | € 1.000 | € 1000 | € 1.000 | € 1.000 | € 1.000 |
Het voorzien van financiële ondersteuning aan het lokale verenigingsleven is een prioritaire doelstelling in de lopende legislatuur.
De voorstellen vallen binnen het financiële kader van de goedkeurde meerjarenplanning 2026-2031 onder ACT 4.2.4202.
Financieel advies:
In kader van de staatssteuntoets wordt besloten dat deze toekenning NIET als staatssteun conform art. 107, lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie wordt aangemerkt gezien niet cumulatief aan de 5 voorwaarden wordt voldaan meer bepaald
- de leden van de sportverenigingen zijn allemaal van Bonheiden of omliggende gemeenten dus een louter lokaal karakter
Gunstig visum FA 2026/00112 van Johan Muyldermans van 13 april 2026
Artikel 1 - Keurt het sectorspecifieke subsidiereglement reguliere werking voor sportverenigingen goed als volgt:
Sectorspecifiek subsidiereglement reguliere werking sportverenigingen 2026-2031
1. Doelstelling
Om een actief en gezond sociaal weefsel te bevorderen, ondersteunt het lokaal bestuur Bonheiden erkende sportverenigingen met een werkingssubsidie. Hiermee waardeert het lokaal bestuur hun bijdrage aan sportparticipatie, talentontwikkeling, ontmoeting, inclusie en sociale cohesie binnen de gemeente. De subsidie ondersteunt sportverenigingen in het bestendigen, versterken en verder uitbouwen van hun reguliere werking.
Het lokaal bestuur streeft daarbij naar een objectief, eenvoudig en transparant kader dat rechtlijnigheid en voorspelbaarheid biedt voor alle sportverenigingen.
2. Voorwerp
Dit reglement bepaalt de criteria, categorieën, bedragen en procedures voor de toekenning van werkingssubsidies aan erkende sportverenigingen.
3. Definities en begrippen
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
4. Doelgroep
Dit reglement is van toepassing op erkende sportverenigingen die actief zijn binnen de gemeente Bonheiden.
5. Voorwaarden
Elke erkende sportvereniging kan jaarlijks een forfaitaire werkingssubsidie ontvangen, bestaande uit een basisbedrag afhankelijk van de categorie en eventueel aangevuld met een beleidsondersteunende toelage.
Om in aanmerking te komen moet de sportvereniging:
6.Categorieën, bedragen en criteria
De werkingssubsidie wordt toegekend op basis van onderstaande categorieën.
| Categorie | Bedrag | Criteria |
| Categorie Brons | €250 | Minstens 20 leden |
| Categorie Zilver | € 500 | Minstens 50 leden waarvan min. 15 jeugdleden (–18 jaar) |
| Categorie Goud | €1.000 | Minstens 50 leden & Minstens 1 gediplomeerde trainer & Jeugdwerking verplicht |
| Categorie Diamant | €1.750 | Minstens 100 leden & Minstens 3 gediplomeerde trainers & Jeugdwerking verplicht |
| Categorie Briljant | €3.000 | Minstens 150 leden & Minstens 8 gediplomeerde trainers & Jeugdwerking verplicht |
Daarnaast kan een beleidsondersteunende toelage worden toegekend:
| Duurzame, reguliere G-werking | € 1.000 | cf. definitie in artikel 3 |
De categorie wordt bepaald op basis van het ledenaantal, het aantal gediplomeerde trainers en de jeugdwerking op de peildatum 31 augustus van het betrokken werkjaar.
7. Bijzondere bepalingen en beperkingen
Een onderafdeling of satellietwerking “sport” van een Bonheidense of niet-Bonheidense vereniging kan maximaal worden ingedeeld in de categorie Brons. Per koepelvereniging kan slechts één (1) onderafdeling of satellietwerking in aanmerking komen voor een werkingssubsidie op basis van dit reglement.
De werkingssubsidie toegekend op basis van dit reglement is niet cumuleerbaar met een werkingssubsidie voor reguliere werking toegekend binnen het subsidiereglement voor jeugdverenigingen of het subsidiereglement voor cultuur- en socio-culturele verenigingen. Een vereniging kan per werkjaar slechts binnen één sector een werkingssubsidie voor reguliere werking ontvangen. De vereniging dient bij de adviesraad binnen de gekozen sector aangesloten te zijn.
Erkende verenigingen kunnen aansluiten bij het raamcontract van het Vlaams Energiebedrijf (VEB) waarbij de gemeente optreedt als contracterende partij. De vereniging blijft volledig verantwoordelijk voor de correcte en tijdige betaling van alle kosten die voortvloeien uit deze aansluiting. Indien de vereniging haar betalingsverplichtingen niet naleeft en na drie (3) opeenvolgende aanmaningen in gebreke blijft, worden de kosten verhaald op het lokaal bestuur. In dat geval kan het lokaal bestuur alle door haar gedragen kosten integraal terugvorderen bij de vereniging. Deze terugvordering gebeurt geheel of gedeeltelijk door inhouding of verrekening met toegekende of toekomstige subsidies.
8. Aanvraag subsidie
De erkende sportvereniging dient haar subsidieaanvraag in via het digitale formulier van de gemeente zoals vermeld op de gemeentelijke website.
De aanvraag gebeurt uiterlijk op 30 september volgend op het einde van het werkjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
Volgende gegevens worden opgevraagd:
Het dossier wordt door de sportdienst nagekeken op volledigheid. Indien het dossier niet als volledig wordt beoordeeld, wordt de vereniging schriftelijk in kennis gesteld en heeft de vereniging 15 kalenderdagen de tijd om het dossier te vervolledigen.
9. Beoordeling & uitbetaling
Het college beoordeelt de aanvraag op ontvankelijkheid en inhoud. Indien nodig kan het college bijkomende informatie opvragen. In dit geval kan afgeweken worden van de vooropgestelde voorziene timing.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen verloopt op basis van een collegebesluit.
Na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen wordt de werkingssubsidie vóór het einde van het kalenderjaar waarin de aanvraag werd ingediend uitbetaald.
10. Bezwaren
Bezwaren tegen beslissingen op basis van dit reglement worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen. Bezwaren moeten binnen één maand na kennisgeving van de beslissing worden ingediend via een schriftelijke melding aan het college en een kopie aan de sportdienst, waarbij de indiener het ontvangstbewijs of de ontvangstbevestiging van het college moet kunnen voorleggen. De schriftelijke melding mag verlopen via mail naar college@bonheiden.be en sport.jeugd@bonheiden.be .
11. Ingangsdatum
Dit reglement heft Deel III van het “Ondersteuningsreglement verenigingen Vrije Tijd” (2018) op en treedt in werking op 1 september 2026.
12. Overgangsmaatregelen
Subsidieaanvragen voor werkjaar 2025–2026 worden behandeld volgens Deel III van het Ondersteuningsreglement verenigingen Vrije Tijd (2018). Subsidieaanvragen voor erkende sportverenigingen vanaf werkjaar 2026–2027 worden behandeld volgens dit subsidiereglement.
Artikel 2 - Maakt dit reglement binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website, overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur.
Met dit reglement wil het lokaal bestuur Bonheiden trainers, begeleiders en bestuursleden van erkende sportverenigingen, erkende jeugdverenigingen en individuele niet-georganiseerd jeugd in Bonheiden - Rijmenam stimuleren om een kadervorming te volgen. Het doel is om een stevige basis te creëren van goed opgeleide, gemotiveerde trainers, begeleiders, bestuursleden en jongeren die hun rol met kennis en vertrouwen kunnen opnemen. Door het ondersteunen en subsidiëren van deze opleidingen wil het lokaal bestuur deze trainers, begeleiders, bestuursleden en jongeren actief ondersteunen in hun groei.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het 'Subsidiereglement voor kadervorming 2026-2031' goed te keuren.
Met dit reglement wil het lokaal bestuur Bonheiden trainers, begeleiders en bestuursleden van erkende sportverenigingen, erkende jeugdvereniging en individuele niet-georganiseerde jeugd in Bonheiden-Rijmenam stimuleren om een kadervorming te volgen. Het doel is om een stevige basis te creëren van goed opgeleide, gemotiveerde trainers, begeleiders, bestuursleden en jongeren, die hun rol met kennis en vertrouwen kunnen opnemen. Door het ondersteunen en subsidiëren van deze opleidingen wil het lokaal bestuur deze trainers, begeleiders, bestuursleden en jongeren actief ondersteunen in hun groei.
In de meerjarenplanning van gemeente Bonheiden wordt een budget van € 4.000 ingeschreven voor het subsidiëren van kadervorming. De betalingsmodaliteiten opgenomen in het reglement werden afgetoetst met de financieel directeur.
Het reglement werd principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 27/01/2026 en nadien, op 09/02/2026, voorgelegd aan de jeugdraad, waar ook een positief advies volgde.
09/02/2026: De jeugdraad verleent positief advies voor het subsidiereglement voor kadervorming 2026 - 2031.
De voorstellen vallen binnen het financiële kader van de goedkeurde meerjarenplanning 2026-2031 onder ACT 4.4.4205.
Financieel advies:
In kader van de staatssteuntoets wordt besloten dat deze toekenning NIET als staatssteun conform art. 107, lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie wordt aangemerkt gezien deze worden uitgekeerd aan personen (en geen bedrijven).
Gunstig visum FA 2026/00110 van Johan Muyldermans van 13 april 2026
Artikel 1 - Keurt het 'Subsidiereglement voor kadervorming 2026-2031' goed als volgt:
SUBSIDIEREGLEMENT VOOR KADERVORMING
Subsidiereglement voor kadervorming 2026-2031
1. Doelstelling
Met dit reglement wil het lokaal bestuur Bonheiden trainers, begeleiders en bestuursleden van erkende sportverenigingen, erkende jeugdverenigingen en individuele niet-georganiseerde jeugd in Bonheiden - Rijmenam stimuleren om een kadervorming te volgen. Het doel is om een stevige basis te creëren van goed opgeleide, gemotiveerde trainers, begeleiders, bestuursleden en jongeren die hun rol met kennis en vertrouwen kunnen opnemen. Door het ondersteunen en subsidiëren van deze opleidingen wil het lokaal bestuur deze trainers, begeleiders, bestuursleden en jongeren actief ondersteunen in hun groei.
2. Voorwerp
Binnen de perken van de jaarlijkse op het budget voorziene en goedgekeurde kredieten kan het college van burgemeester en schepenen een subsidie verlenen aan een trainer, begeleider, bestuurslid of jongere die een kadervorming volgt, volgens de normen en voorwaarden die hierna worden vastgesteld.
3. Definities en begrippen
Voor de toepassing van het reglement wordt verstaan onder:
4. Doelgroep
Dit reglement is van toepassing op trainers, begeleiders en bestuursleden van erkende sportverenigingen, erkende jeugdverenigingen en individuele niet-georganiseerde jongeren in Bonheiden - Rijmenam, die voldoen aan onderstaande voorwaarden.
5. Voorwaarden
a. Kadervorming voor trainers, begeleiders en bestuursleden van sportverenigingen
Als in functie van een erkende sportvereniging een kadervorming wordt gevolgd bij een erkende sportkaderopleiding, kunnen de kosten voor deze vorming volledig of gedeeltelijk terugbetaald worden.
De subsidie voor kadervorming wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
b. Kadervorming voor trainers, begeleiders en bestuursleden van jeugdverenigingen
Als in functie van een erkende jeugdvereniging een kadervorming wordt gevolgd bij een landelijk erkende jeugdorganisatie, kunnen de kosten voor deze vorming volledig of gedeeltelijk terugbetaald worden.
De subsidie voor kadervorming wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
c. Kadervorming voor individuele niet-georganiseerde jeugd
Als individuele niet-georganiseerde jongeren een kadervorming volgen bij een landelijk erkende jeugdorganisatie, kunnen de kosten voor deze vorming volledig of gedeeltelijk terugbetaald worden.
De subsidie voor kadervorming wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
6. Subsidie
De subsidie kan nooit hoger zijn dan de daadwerkelijk gemaakte kost van de cursus. Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 150 euro per persoon en per werkjaar.
Het aanvragen van deze subsidie dient te gebeuren voor eind september en heeft betrekking op het vorige werkjaar.
7. Beoordeling en uitbetaling
Dienst Sport & Jeugd controleert en beoordeelt de aanvragen op volledigheid, ontvankelijkheid en inhoud en kan indien nodig bijkomende informatie opvragen.
De subsidie wordt betaald na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen. De uitbetaling van de subsidie is afhankelijk van de goedgekeurde kredieten op het gemeentebudget.
Deze uitbetaling wordt éénmaal per jaar uitgevoerd, telkens in de maand december.
8. Controle en sancties
Indien de kadervorming niet verlopen is conform dit reglement, kan het lokaal bestuur Bonheiden de subsidie weigeren.
Bij elk bedrog, poging tot bedrog of indien bepalingen van dit reglement niet nageleefd worden, kan het college van burgemeester en schepenen de totale toegekende subsidie terugvorderen, verhoogd met de wettelijke interest vanaf de dag van uitbetaling van de subsidie.
9. Bezwaren
Bezwaren tegen beslissingen op basis van dit reglement worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen.
Bezwaren moeten binnen één maand na kennisgeving van de beslissing worden ingediend, per aangetekende brief aan het college.
10. Ingangsdatum
Dit reglement treedt in werking op 01/09/2026.
Artikel 2 - Maakt dit reglement binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website, overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur.
Dit reglement heeft tot doel erkende jeugdverenigingen te ondersteunen bij het transport van materiaal van en naar kampterreinen tijdens hun jaarlijkse zomerkampen, en op die manier de organisatie en toegankelijkheid van jeugdwerk te faciliteren.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het 'Subsidiereglement kampvervoer voor jeugdverenigingen 2026-2031' goed te keuren.
Dit reglement heeft tot doel erkende jeugdverenigingen te ondersteunen bij het transport van materiaal van en naar kampterreinen tijdens hun jaarlijkse zomerkampen, en zo de organisatie en toegankelijkheid van jeugdwerk te faciliteren.
In de meerjarenplanning van gemeente Bonheiden wordt een budget van € 10.000 ingeschreven voor het subsidiëren van kampvervoer. De betalingsmodaliteiten opgenomen in het reglement werden afgetoetst met de financieel directeur.
Het reglement werd principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 27/01/2026. Nadien werd het op 09/02/2026 voorgelegd aan de jeugdraad, waar er nog een wijziging werd voorgesteld. Deze wijziging werd op 04/03/2026 doorgevoerd en bij besluit van het college van burgemeester en schepenen opnieuw goedgekeurd op 17/03/2026.
De voorstellen vallen binnen het financiële kader van de goedkeurde meerjarenplanning 2026-2031 onder ACT 4.2.4209.
Financieel advies:
In kader van de staatssteuntoets wordt besloten dat deze toekenning NIET als staatssteun conform art. 107, lid 1 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie wordt aangemerkt gezien niet cumulatief aan de 5 voorwaarden wordt voldaan meer bepaald
- het gaat niet over een commerciële activiteit
- de leden van de jeugdverenigingen zijn allemaal van Bonheiden of omliggende gemeenten dus een louter lokaal karakter
Gunstig visum FA 2026/00111 van Johan Muyldermans van 13 april 2026
Artikel 1 - Keurt het 'Subsidiereglement kampvervoer voor jeugdverenigingen 2026-2031' goed als volgt:
SUBSIDIEREGLEMENT VOOR KAMPVERVOER
Subsidiereglement kampvervoer voor jeugdverenigingen 2026-2031
1. Doelstelling
Dit reglement heeft tot doel erkende jeugdverenigingen te ondersteunen bij het transport van materiaal van en naar kampterreinen tijdens hun jaarlijkse zomerkampen, en zo de organisatie en toegankelijkheid van jeugdwerk te faciliteren.
2. Voorwerp
Dit reglement bepaalt de voorwaarden waaronder erkende jeugdverenigingen van de gemeente Bonheiden en Rijmenam aanspraak kunnen maken op een gemeentelijke subsidie voor kampvervoer.
3. Definities en begrippen
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
4. Doelgroep
Dit reglement is van toepassing op erkende jeugdverenigingen binnen de gemeente Bonheiden.
5. Voorwaarden
§1 – In aanmerking komend kampvervoer
Enkel kampvervoer dat wordt uitgevoerd door een professioneel transportbedrijf komt in aanmerking voor subsidiëring, met name:
§2 – Niet in aanmerking komende kosten
De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidiëring:
Deze kosten zijn steeds volledig ten laste van de jeugdvereniging.
6. Aanvraagprocedure
De jeugdvereniging dient jaarlijks uiterlijk op 1 april een aanvraag voor kampvervoer in bij Dienst Sport & Jeugd, via het digitale formulier van de gemeente zoals vermeld op de gemeentelijke website.
7. Organisatie van het kampvervoer
De jeugdvereniging staat zelf in voor:
8. Beoordeling
9. Subsidie
§1 – Verdeling van de subsidie
De verdeling van het voorziene subsidiebedrag gebeurt in twee fasen:
Elke vereniging die voldoet aan de voorwaarden ontvangt een gelijk basisbedrag van 1.000 EUR. Het totale bedrag dat hiervoor wordt aangewend, wordt bekomen door vermenigvuldiging van het basisbedrag met het aantal ontvankelijke aanvragen.
Het saldo van het beschikbare subsidiebedrag, na aftrek van de toegekende basis-bedragen, wordt proportioneel verdeeld onder de betrokken verenigingen in verhouding tot de door hen aangetoonde en aanvaarde kosten voor kampvervoer.
De volledige berekening van het subsidiebedrag volgt deze formule:
§2 – Beperkingen
10. Uitbetaling
11. Sancties
Bij het niet naleven van de bepalingen van dit reglement kan de gemeente beslissen om:
12. Bezwaren
Bezwaren tegen beslissingen in uitvoering van dit reglement dienen schriftelijk en gemotiveerd te worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, binnen 15 dagen na kennisgeving van de beslissing.
13. Ingangsdatum
Dit reglement treedt in werking op 15/05/2026 en is van toepassing op alle kampvervoer vanaf die datum.
Artikel 2 - Maakt dit reglement binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website, overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur.
Op 17/02/2026 keurde het college van burgemeester en schepenen het bouwen van een halfopen en een gesloten eengezinswoning na het slopen van de bestaande woning en het aanleggen van verhardingen op Waversesteenweg 15 (1ste afdeling - sectie B nr. 405/G) goed.
De gebouweenheden van Waversesteenweg 15 en 17 zijn niet direct gelegen aan de weg van Waversesteenweg, maar zijn gelegen tussen het Jacques Morrensplein en de Kardinaal Cardijnlaan. Er staan paaltjes tussen het stuk Waversesteenweg 15-17 en de toegang tot de Kardinaal Cardijnlaan.
Gezien de twee desbetreffende gebouwen gelegen zijn tussen twee straten, schept dit verwarring bij o.a. instanties en postbedeling.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd principieel akkoord te gaan met de wijziging van straatnaam: Jacques Morrensplein in plaats van Waversesteenweg.
De woning Waversesteenweg 15 en het appartement met huisnummer 17 zijn gelegen tussen Jacques Morrensplein en Kadinaal Cardijnlaan. Tussen de Waversesteenweg 17 en de toegang tot de Kardinaal Cardijnlaan staan paaltjes.
De huidige straatnaam zorgt voor verwarring aangezien deze gelegen is tussen twee andere straten. Een logische keuze zou zijn om deze straatnaam te wijzigen naar Jacques Morrensplein, waar nog meerdere huisnummers beschikbaar zijn. Op Waversesteenweg 15 werd recent een verkavelingsproject goedgekeurd.
Wat de procedure betreft (zie bijlage):
Advies Conan Mattheus, diensthoofd vergunningen: Positief om de straatnaam te wijzigen naar Jacques Morrensplein.
Advies Carolien Dirickx, diensthoofd burgerzaken: Positief om de straatnaam te wijzigen naar Jacques Morrensplein.
De gemeenteraad geeft opdracht om vanaf 01/05/2026 te starten met een openbare bekendmaking voor een periode van 30 dagen. Tijdens deze periode kunnen burgers/belanghebbenden opmerkingen en bezwaren indienen.
Een nieuwe straatnaam zorgt voor een betere en logischere adressering.
Het gemeentebestuur voorziet een straatnaambord aan het begin van de nieuwe straat.
Visum:
Gunstig visum FA 2026/00118 van Financiele dienst van 11 april 2026
Artikel 1 - Gaat principieel akkoord met de wijziging van straatnaam voor Waversesteenweg 15 en Waversesteenweg 17 naar Jacques Morrensplein.
Artikel 2 - Gaat principieel akkoord met volgende huisnummering:
Artikel 3 - Geeft opdracht tot het plaatsen van een openbare bekendmaking op de website waarbij burgers binnen de 30 dagen eventuele opmerkingen en bezwaren schriftelijk kunnen indienen bij het gemeentebestuur. Deze openbare bekendmaking zal lopen van 01/05/2026 t.e.m. 31/05/2026.
Artikel 4 - Geeft opdracht tot het vragen van advies aan de cultuurraad.
Artikel 5 - Geeft opdracht tot het aanschrijven van de eigenaars en bewoners van Waversesteenweg 15 en 17.
De gemeente Bonheiden werkt samen met verschillende lokale besturen binnen de referentieregio Rivierenland rond de regie sociale economie en werk, met stad Mechelen als beherende gemeente. Door een gewijzigde Vlaamse financieringswijze vanaf 2026 ontvangt elk lokaal bestuur een eigen budget voor dit beleid. De betrokken gemeenten wensen de regionale samenwerking verder te zetten en financieel bij te dragen volgens een verdeelsleutel op basis van het aantal inwoners. Ook de gemeenten Berlaar en Nijlen willen toetreden, waardoor de samenwerking de volledige referentieregio zou omvatten. Aan de gemeenteraad wordt goedkeuring gevraagd van de verderzetting van de interlokale vereniging, de overeenkomst met statutaire draagkracht en de overdracht van het saldo van de vorige beleidsperiode.
Sinds 2020 neemt stad Mechelen als beherende gemeente de regierol sociale economie en werk op in samenwerking met de volgende 10 lokale besturen uit de referentieregio Rivierenland: Bornem, Puurs-Sint-Amands, Willebroek, Bonheiden, Duffel, Sint-Katelijne Waver, Putte, Lier, Heist-op-den-Berg. De financieringswijze wijzigt vanaf 2026: elk lokaal bestuur ontvangt een eigen budget sociale economie en werk.
Alle besturen uit de regio hebben aangegeven de regionale regie sociale economie en werk te willen verderzetten en financieel te willen bijdragen volgens een specifieke verdeelsleutel. Ook Berlaar en Nijlen hebben aangegeven te willen toetreden tot de regionale samenwerking, waardoor de regierol sociale economie en werk de referentieregio zou dekken.
De deelnemende gemeenten engageren zich om conform de Vlaamse beleidsaanbevelingen en rekening houdende met de beleidslijnen en beleidsopties van elke gemeente minimaal één jaarlijkse actie per beleidsaanbeveling te organiseren:
Inhoudelijk wensen de lokale besturen gezamenlijk binnen de regie sociale economie en werk te werken aan de volgende thema’s:
De lokale besturen komen overeen om een jaarlijks budget te voorzien van € 120.000 aan de hand van een verdeelsleutel volgens inwonersaantallen (zie bijlage voor de details).
De interlokale vereniging draagt € 29.970,09 over van de afgelopen beleidsperiode 2020-2025.
Het Decreet over het lokaal bestuur, artikel 56 §1: Het college van burgemeester en schepenen bereidt de beraadslagingen en de besluiten van de gemeenteraad voor.
Budget is voorzien op A3.3.2234 Lokaal sociaal economiebeleid.
Jaarlijkse bijdrage van € 5.198,85.
Visum:
Gunstig visum FA 2026/00076 van Financiele dienst van 15 maart 2026
Artikel 1 - Geeft goedkeuring aan de verderzetting van interlokale vereniging (ILV) regie sociale economie en werk Rivierenland samen met de gemeentebesturen van Berlaar, Bonheiden, Bornem, Duffel, Heist-op-den-Berg, Lier, Mechelen, Nijlen, Putte, Puurs-Sint-Amands, Sint-Katelijne-Waver en Willebroek.
Artikel 2 - Keurt onderstaande overeenkomst met statutaire draagkracht en huishoudelijk reglement van 'ILV regie sociale economie en werk Rivierenland goed:
TUSSEN
De gemeente Berlaar, geldig vertegenwoordigd door Walter Horemans, voorzitter gemeenteraad en Anja Neels, algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van XX/XX/2026;
De gemeente Bonheiden, geldig vertegenwoordigd door Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad en Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van 29/04/2026;
De gemeente Bornem, geldig vertegenwoordigd door Jeroen Segers, voorzitter gemeenteraad en Björn Caljon, algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van XX/XX/2026;
De gemeente Duffel, geldig vertegenwoordigd door geldig vertegenwoordigd door Dirk Verbist, voorzitter gemeenteraad en Tim Op de Beeck , algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van XX/XX/2026;
De gemeente Heist-op-den-Berg, geldig vertegenwoordigd door Bernadette De Cat, voorzitter gemeenteraad en Hans Welters, algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van XX/XX/2026;
De stad Lier, geldig vertegenwoordigd door Thierry Suetens, voorzitter gemeenteraad en Katrijn Bosschaerts, algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van XX/XX/2026;
De stad Mechelen, geldig vertegenwoordigd door Seppe Vriens, voorzitter gemeenteraad en Gert Eeraerts, algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van XX/XX/2026;
De gemeente Nijlen, geldig vertegenwoordigd door Thomas Van Herbruggen, voorzitter gemeenteraad en Veerle Poelmans, algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van XX/XX/2026;
De gemeente Putte, geldig vertegenwoordigd door Maarten Op de Beeck, voorzitter gemeenteraad en Ernie Kasprzak, algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van XX/XX/2026;
De gemeente Puurs-Sint-Amands, geldig vertegenwoordigd door Els Goedgezelschap, voorzitter gemeenteraad en Ellen De Vos, algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van XX/XX/2026;
De gemeente Sint-Katelijne-Waver, geldig vertegenwoordigd door Sven Verelst, voorzitter gemeenteraad en Gunter Desmet, algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van XX/XX/2026;
De gemeente Willebroek, geldig vertegenwoordigd door Eddy Moens, voorzitter gemeenteraad en Dirk Blommaert, algemeen directeur, handelend volgens de beslissing van de gemeenteraad, genomen in zitting van XX/XX/2026
WORDT OVEREENGEKOMEN EN AANVAARD HETGEEN VOLGT:
HOOFDSTUK 1. DEFINITIES
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:
1. Beherende gemeente: de gemeente waar de zetel van de vereniging gevestigd is en die de (financiële) coördinatie van de projecten op zich neemt.
2. Interlokale vereniging: een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid tussen de verschillende gemeenten om een project van gemeentelijk belang te verwezenlijken.
3. Beheerscomité: de vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten belast met het beheer van de interlokale vereniging.
4. Stuurgroep: medewerkers van de deelnemende gemeenten belast met de dagelijkse werking van de interlokale vereniging.
HOOFDSTUK 2. BENAMING, ZETEL, DOEL, DUUR
Artikel 1: Benaming en zetel
1.1. De deelnemende gemeenten gaan bij de onderhavige overeenkomst met statutaire draagkracht over tot de verderzetting van een interlokale vereniging met het oog op opname van de regierol inzake
sociale economie en werk. De interlokale vereniging heeft geen rechtspersoonlijkheid en er is geen beheersoverdracht voorzien.
1.2. De interlokale vereniging draagt de naam ILV regie sociale economie en werk Rivierenland en de werking ervan wordt geregeld door de bepalingen van deze overeenkomst met statutaire draagkracht en aanvullend het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
1.3. De stad Mechelen treedt op als beherende gemeente en de zetel van de interlokale vereniging is gevestigd te Mechelen, Grote Markt 21, 2800 Mechelen.
Artikel 2: Doelstelling en activiteiten
2.1. De doelstelling van de interlokale vereniging bestaat in het vervullen van een gezamenlijke regierol om de uitbouw van de lokale sociale economie en werk te stimuleren op het grondgebied van de deelnemende gemeenten.
2.2. De deelnemende gemeenten engageren zich om conform de Vlaamse beleidsaanbevelingen minimaal één jaarlijkse actie per beleidsaanbeveling te organiseren:
Hierbij wordt rekening gehouden met de beleidslijnen en de beleidsopties van elke deelnemende gemeente.
2.3 Inhoudelijk wensen de lokale besturen gezamenlijk binnen de regie sociale economie en werk te werken aan de volgende thema’s:
Artikel 3. Duurtijd
3.1 De vereniging werd afgesloten voor onbepaalde duur.
Artikel 4. Opzeg
4.1 Voor de periode van structurele financiering lokaal beleid sociale economie en werk ( 2026-2031), is er geen opzeg door een deelnemende gemeente mogelijk.
4.2 Daarna kunnen deelnemende gemeenten de overeenkomst uitsluitend per aangetekend schrijven gericht aan de beherende gemeente opzeggen en dit uiterlijk op 30 juni van het lopende kalenderjaar, waarbij de opzeg dan uitwerking heeft vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar, ten vroegste op 1 januari 2032.
HOOFDSTUK 3. HET BEHEERSCOMITÉ
Artikel 5. Beheerscomité
5.1. De deelnemende gemeenten gaan over tot de verderzetting van een beheerscomité van de interlokale vereniging waarbij elke gemeente beschikt over één mandaat in te vullen door één natuurlijk persoon.
5.2. De deelnemende gemeenten worden in het beheerscomité uitsluitend vertegenwoordigd door de burgemeester of een schepen daartoe aangeduid door de bevoegde organen van de deelnemende gemeenten. Er wordt tegelijk een vervangend lid van het beheerscomité aangeduid. Elk lid van het beheerscomité beschikt over één stem. Er wordt een voorzitter en een ondervoorzitter gekozen uit de leden van het beheerscomité.
5.3. Alle leden van het beheerscomité zijn van rechtswege ontslagnemend bij verlies van hun openbaar mandaat.
5.4. Het secretariaat van het beheerscomité wordt waargenomen door de medewerker van de beherende gemeente die de regierol sociale economie en werk uitvoert en deze medewerker wordt aangesteld als secretaris. De secretaris maakt verslag op en staat in voor de praktische organisatie van de vergaderingen.
5.5. Ter ondersteuning van het beheerscomité wordt er een stuurgroep opgericht, die de vergaderingen van het beheerscomité voorbereidt en adviseert bij beslissingen. De stuurgroep bestaat uit medewerkers van de deelnemende gemeenten; elke deelnemende gemeente voorziet een medewerker voor deze stuurgroep. Het huishoudelijk reglement regelt verder de samenstelling en werkzaamheden van deze stuurgroep. Leden van de stuurgroep wonen de vergadering van het beheerscomité bij. Zij adviseren het beheerscomité, zonder over stemrecht te beschikken. Het beheerscomité kan experten uitnodigen tot het bijwonen van de vergaderingen. Deze aanwezigheden worden opgenomen in de notulen. De experten beschikken niet over stemrecht.
5.6. Het beheerscomité vergadert minstens twee keer per jaar. Het beheerscomité vergadert ofwel na oproeping door de secretaris ofwel op verzoek van minstens twee leden van het beheerscomité. De oproepingen worden verzonden, per e-mail, door de secretaris, minstens zeven kalenderdagen voor de vergaderdatum. De uitnodiging vermeldt de datum, het uur, de plaats en de agenda van de vergadering. De leden van het beheerscomité kunnen punten toevoegen aan de vergadering.
5.7. Het beheerscomité stelt de rekeningen van de interlokale vereniging vast en legt ze ter goedkeuring voor aan de raden van de deelnemende gemeenten, waarvan de gewone meerderheid de goedkeuring verleent. Het beheerscomité stelt jaarlijks een actieplan en begroting op en zorgt voor een jaarverslag.
5.8. Het beheerscomité is het bindmiddel tussen de beherende gemeente en de overige gemeenten van de interlokale vereniging. Het beheerscomité staat in voor de bewaking, de controle en de evaluatie van de werking van de interlokale vereniging. Het beheerscomité stelt een huishoudelijk reglement op waarin de organisatie en de werkzaamheden worden vastgelegd. Het huishoudelijk reglement wordt gevoegd bij de overeenkomst met statutaire draagkracht zonder er deel van uit te maken.
HOOFDSTUK 4. FINANCIEEL BEHEER
Artikel 6. Financiering
6.1. De lokale besturen komen overeen om een jaarlijks budget te voorzien van 120.000€ aan de hand van een verdeelsleutel volgens inwonersaantallen.
6.2. De jaarlijkse bijdrage per lokaal bestuur wordt uiterlijk op 30 september van het betreffende werkjaar aan stad Mechelen overgemaakt op BE47 09100 0010 2180 met mededeling ‘bijdrage (naamlokaal bestuur) regionale regie sociale economie en werk’. De bijdragen worden op volgende wijze bepaald:
Inwonersaantal op 1/1/2025
Verdeelsleutel Jaarlijkse bijdrage (€)
Berlaar 12.105,00 0,03 4.021,22
Bonheiden 15.650,00 0,04 5.198,85
Bornem 22.229,00 0,06 7.384,35
Duffel 18.087,00 0,05 6.008,40
Heist o/d Berg 44.715,00 0,12 14.854,08
Lier 38.503,00 0,11 12.790,49
Mechelen 89.518,00 0,25 29.737,40
Nijlen 23.756,00 0,07 7.891,62
Putte 19.084,00 0,05 6.339,60
Puurs-Sint-Amands 27.065,00 0,07 8.990,85
SKW 21.916,00 0,06 7.280,38
Willebroek 28.606,00 0,08 9.502,76
Totaal 361.234,00 1,00 120.000,00
6.3 De jaarlijkse bijdrage dient vanaf 2027 te worden geïndexeerd als volgt:
Voor het kalenderjaar 2027
120.000 x gezondheidsindex december 2026 / 136,69 (indexbasis 2013 - gezondheidsindex december 2025)
Voor de volgende kalenderjaren 120.000 euro wordt als basisbedrag genomen en 136,69 als indexbasis. De breuk wordt telkens voltooid met de gezondheidsindex van de voorafgaande maand december van het voorgaande kalenderjaar.
6.4 Stad Mechelen engageert zich om de jaarlijkse bijdrage van de lokale besturen voor te behouden voor: de loon- en werkingskosten van een regisseur, overheadkosten op de loonkost (tussen 3500- 5000€), en een werkingsbudget van 5000€.
6.5. We dragen 29.970,09 € over van afgelopen beleidsperiode 2020-2025.
6.6 Het eventueel positief resultaat van de rekening blijft in de vereniging en wordt aangewend voor het doel van de vereniging.
6.7 Bij een negatief eindsaldo wordt, mits consensus van het beheerscomité, dezelfde pro-rata verdeelsleutel als in art 6.2 gehanteerd.
HOOFDSTUK 5. VEREFFENING
Artikel 7. Vereffening
7.1. Op verzoek van drie vierde van het aantal deelnemende gemeenten en aan de hand van de daartoe strekkende gemeenteraadsbeslissingen kan het beheerscomité voorstellen aan alle deelnemende leden om over te gaan tot ontbinding van de interlokale vereniging.
7.2. De beherende gemeente staat in voor de vereffening van de vereniging.
7.3. De deelnemende gemeenten dienen de vereffening goed te keuren.
HOOFDSTUK 6. SLOTBEPALINGEN
Artikel 8. Slotbepalingen
8.1. Deze overeenkomst is alleen aanpasbaar mits onderling schriftelijk akkoord tussen alle deelnemende gemeenten middels een addendum op deze overeenkomst met statutaire draagkracht en na goedkeuring van alle gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.
8.2. Voor alles wat niet door deze statuten wordt geregeld, is het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 van toepassing.
Artikel 3 - Keurt de rekeningen van de interlokale vereniging goed, als volgt: overdracht van € 29.970,09 van de afgelopen beleidsperiode 2020-2025.
De welzijnskoepel Rivierenland is een samenwerkingsverband van 12 lokale besturen dat inzet op het versterken van lokaal welzijnsbeleid via belangenbehartiging, kennisdeling en het aantrekken van externe middelen. Na een evaluatie werd beslist om de coördinatiefunctie over te hevelen van IGEMO naar een lokaal bestuur, om de werking effectiever en kostenefficiënter te maken. Daarom wordt de huidige overeenkomst met IGEMO stopgezet (tot 01/07/2026), een nieuwe samenwerking goedgekeurd en een nieuwe coördinator aangeworven.
Bij aanvang van de vernieuwde regionale Welzijnskoepel wordt het totaalbudget geraamd op € 120.000/jaar. Voor 2026 wordt de bijdrage pro rata berekend in functie van de opstartdatum (te rekenen per maand).
De deelnemende gemeenten voorzien in een jaarlijkse financiële bijdrage voor de uitvoering van de basisopdrachten van de regionale Welzijnskoepel op basis van een bedrag per inwoner.
De coördinator zal – in afstemming met het coördinerende lokaal bestuur – jaarlijks (voor 15 november) een budget (voor het komende werkingsjaar) en een financiële rapportering (voor 30 april) opmaken. Het financieel saldo wordt desgevallend overgeheveld naar het volgende werkingsjaar.
Zowel het budget als de financiële rapportering worden voorgelegd aan de beleidsgroep “welzijn”. In functie van de financiële resultaten kan de beleidsgroep voorstellen formuleren m.b.t. de wijze van vaststelling en/of het bedrag van de gemeentelijke bijdrage. Deze voorstellen worden desgevallend ter besluitvorming voorgelegd aan de regionale mandaatgroep.
De jaarlijkse bijdrage dient vanaf 2027 te worden geïndexeerd als volgt:
Voor het kalenderjaar 2027:
€ 120.000 x gezondheidsindex december 2026 / 136,69 (indexbasis 2013 - gezondheidsindex december 2025)
Voor de volgende kalenderjaren:
€ 120.000 wordt als basisbedrag genomen en 136,69 als indexbasis. De breuk wordt telkens voltooid met de gezondheidsindex van de voorafgaande maand december van het voorgaande kalenderjaar
Budget is voorzien in meerjarenplan 2026/A1.4.2201/0986-00/6160000/OCMW/VB/IP-GEEN.
Financieel advies:
Gunstig mits aanpassing visum FA 2026/00101 van Financiele dienst van 11 april 2026
Artikel 1- Gaat akkoord om de samenwerkingsovereenkomst tussen IGEMO en de lokale besturen met betrekking tot de organisatie van de regionale welzijnskoepel op te zeggen. De opzegperiode loopt tot 01/07/2026.
Artikel 2 - Gaat akkoord om onderstaande nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de lokale besturen met betrekking tot de organisatie van de regionale welzijnskoepel goed te keuren. Deze overeenkomst gaat in vanaf 01/07/2026.
Samenwerkingsovereenkomst Welzijnskoepel regio Rivierenland
Deze samenwerkingsovereenkomst betreft de organisatie en werking van de Welzijnskoepel in de regio Rivierenland. Zij wordt afgesloten tussen volgende lokale besturen:
Gemeente Berlaar vertegenwoordigd door de heer Walter Horemans, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Anja Neels, algemeen directeur.
Gemeente Bonheiden vertegenwoordigd door de heer Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur.
Gemeente Bornem vertegenwoordigd door de heer Jeroen Segers, voorzitter gemeenteraad en de heer Björn Caljon, algemeen directeur.
Gemeente Duffel vertegenwoordigd door de heer Dirk Verbist, voorzitter gemeenteraad en de heer Tim Op de Beeck, algemeen directeur.
Gemeente Heist-op-den-Berg vertegenwoordigd door mevrouw Bernadette De Cat, voorzitter gemeenteraad en de heer Hans Welters, algemeen directeur.
Stad Lier vertegenwoordigd door de heer Thierry Suetens, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Katrijn Bosschaerts, algemeen directeur.
Stad Mechelen vertegenwoordigd door de heer Seppe Vriens, voorzitter gemeenteraad en de heer Gert Eeraerts, algemeen directeur.
Gemeente Nijlen vertegenwoordigd door de heer Thomas Van Herbruggen, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Veerle Poelmans, algemeen directeur.
Gemeente Putte vertegenwoordigd door de heer Maarten Op de Beeck, voorzitter gemeenteraad, en de heer Ernie Kasprzak, algemeen directeur,
Gemeente Puurs-Sint-Amands vertegenwoordigd door Els Goedgezelschap, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Ellen De Vos, algemeen directeur.
Gemeente Sint-Katelijne-Waver vertegenwoordigd door de heer Sven Verelst, voorzitter gemeenteraad en de heer Gunter Desmet, algemeen directeur.
Gemeente Willebroek vertegenwoordigd de heer Eddy Moens, voorzitter gemeenteraad en de heer Dirk Blommaert, algemeen directeur.
1. Context-feiten-juridische grond
Op de regionale mandaatgroep van 2 februari 2018 werd principieel beslist een regionale Welzijnskoepel op te richten.
Op 1 januari 2020 ging de regionale Welzijnskoepel regio Rivierenland formeel van start.
De Welzijnskoepel regio Rivierenland is een netwerkstructuur van de 12 lokale besturen uit de referentieregio Rivierenland (Berlaar, Bonheiden, Bornem, Duffel, Heist op den Berg, Lier, Mechelen, Nijlen, Putte, Puurs-Sint-Amands, Sint-Katelijne-Waver, Willebroek) die tot doel heeft om complexe en gedeelde uitdagingen op vlak van welzijn en sociaal beleid samen aan te pakken.
Sinds de oprichting van de Welzijnskoepel regio Rivierenland werd de coördinatie in handen gelegd van de dienstverlenende vereniging IGEMO, in haar hoedanigheid van regionaal samenwerkingsverband voor streekbeleid en -ontwikkeling.
Op 6 juni 2025 besliste de regionale mandaatgroep om de coördinatie van de regionale Welzijnskoepel over te hevelen van IGEMO naar één van de 12 lokale besturen van het samenwerkingsverband.
2. Missie en objectieven
De vernieuwde missie van de regionale welzijnskoepel luidt: “Door als lokale besturen complexe en gedeelde uitdagingen op vlak van welzijn en sociaal beleid samen aan te pakken staan we sterker om initiatieven te nemen die de levenskwaliteit van onze burgers bevorderen en de sociale cohesie binnen onze regio versterken. Dit doen we door beleidsafstemming, belangenbehartiging, strategievorming en gezamenlijke initiatieven die onze financiële slagkracht vergroten.”
De volgende doelstellingen staan centraal in de werking van de regionale Welzijnskoepel:
1. Uitwisselen van expertise en kennis
2. Belangenbehartiging – we spreken met één stem
3. Bovenlokale strategievorming: de ambitie om meer focus te brengen in de thema’s en inhoudelijke prioriteiten van de regionale Welzijnskoepel en het duidelijker positioneren van de Welzijnskoepel binnen het landschap. Dit vertaalt zich in regionale strategische prioriteiten en het streven naar complementariteit met bestaande structuren en initiatieven.
4. Versterken van financiële draagkracht.
Het is niet de bedoeling lokale verantwoordelijkheden en taken op een regionale schaal te tillen. Er wordt geen regionaal OCMW of sociaal huis gecreëerd. De regionale samenwerking draagt wel bij tot een lokale versterking van de betrokken besturen.
3. Basisprincipes
3.1. Werkingsgebied en deelnemers
De Welzijnskoepel wordt gevormd door de lokale besturen van de referentieregio Rivierenland.
Andere gemeenten en andere welzijnsactoren kunnen desgewenst toetreden. De toetredingsmodaliteiten worden bepaald in het huishoudelijk reglement van de Welzijnskoepel.
3.2. Solidariteit
Iedere deelnemende gemeente aan de regionale Welzijnskoepel is gelijkwaardig. Dit vertaalt zich in het beslissingsmodel. Elke gemeenten heeft 1 stem. Er wordt gestreefd naar consensus, evenwel zonder dat er vetorechten of blokkeringsmechanismen worden gecreëerd.
Iedere deelnemende gemeente financiert een solidair aandeel op basis van een bedrag per inwoner voor de basiswerking van de regionale dienstverlening (zie missie en doelstellingen).
3.3. Dienstverlening en projecten op basis van afnamemodel
Voor de bepaling van het aanbod van de diensten binnen het samenwerkingsmodel wordt gekozen voor het solidariteitsprincipe. Dit betekent dat er (unaniem) in consensus beslist wordt of een bepaalde dienst/product via het samenwerkingsmodel kan aangeboden worden.
Wat de afname van diensten betreft, wordt gekozen voor het afnamemodel. Het staat iedere stad/gemeente vrij om al dan niet beroep te doen op de aangeboden diensten. Voor afname van diensten worden aparte tarieven bepaald door de aanbiedende gemeente of door het samenwerkingsverband.
Voor dienstverlening tussen gemeenten en deelname aan projecten of initiatieven van gemeenten, worden prijsafspraken gemaakt. De regionale Welzijnskoepel fungeert als intermediair die zorg draagt voor billijke, aanvaardbare en gemotiveerde condities.
Daar waar geopteerd wordt voor het ontplooien van een regionale dienstverlening of de realisatie van een project of initiatief binnen het raamwerk van de regionale Welzijnskoepel, zal de besluitvorming solidair gebeuren – op basis van hoger vermeld beslissingsmodel – doch zonder dat dit betekent dat alle deelnemende gemeenten per definitie de dienstverlening moeten afnemen of verplicht deelnemen aan het project of initiatief.
4. Overlegmodel
De regionale Welzijnskoepel functioneert vanaf heden volgens onderstaand bestuurlijk model.
4.1. Beleidsgroep “welzijn”
De beleidsgroep “welzijn” vormt het kloppend hart van de regionale Welzijnskoepel. Hij beheert de Welzijnskoepel en vormt het beheersmatige beslissingsorgaan.
4.1.1. Opdracht van de beleidsgroep “welzijn”
In de beleidsgroep is er ruimte voor overleg en reflectie. De beleidsgroep volgt lokale en bovenlokale ontwikkelingen op het vlak van sociaal beleid en welzijn op, bereidt regionale visies en standpunten voor en buigt zich over afbakenings-, verdelings- en vereveningsvraagstukken. De beleidsgroep mandateert vertegenwoordigers in regionale structuren en bovenlokale welzijnsorganisaties.
De beleidsgroep is een forum waar de vraag en aanbod van diensten en projecten worden besproken, waar knopen worden doorgehakt over initiatiefnemers en samenwerkingen. De beleidsgroep beslist over het uitwerken en realiseren van een regionale dienstverlening binnen het raamwerk van de regionale welzijnskoepel.
De beleidsgroep is verantwoordelijk voor budgettering en financiële opvolging.
4.1.2. Samenstelling van de beleidsgroep “welzijn”
Iedere gemeente heeft recht op 2 vaste vertegenwoordigers en 2 plaatsvervangers in de beleidsgroep “welzijn”. Iedere gemeente bepaalt zelf wie haar vertegenwoordigers zijn, doch bij voorkeur de schepen van sociale zaken/welzijn en een verantwoordelijke ambtenaar. De vertegenwoordigers dragen verantwoordelijkheid en beschikken over een grondige kennis op het vlak van welzijn. In functie van een efficiënte werking worden zij gemandateerd door het lokaal bestuur waarbij goede afspraken worden gemaakt over terugkoppeling, informatiedoorstroming, interne besluitvormingsprocessen.
Onder haar leden verkiest de regionale Welzijnskoepel een voorzitter (uit de groep van schepenen sociale zaken/welzijn).
Er is geen vergoeding toegelaten voor de afgevaardigden in de beleidsgroep “welzijn”.
4.1.3. Organisatie en werking van de beleidsgroep “welzijn”
De organisatie en werking van de beleidsgroep “welzijn” wordt vastgelegd in een huishoudelijk reglement. De beleidsgroep vergadert regelmatig op een vooraf bepaald vast momentum.
De voorbereiding en ondersteuning van de beleidsgroep “welzijn” gebeurt door de coördinator van de regionale Welzijnskoepel. Deze coördinator wordt ingebed binnen de werking van één van de participerende lokale besturen.
De beleidsgroep “welzijn” vat zijn werkzaamheden aan van zodra de gemeenten de samenwerkingsovereenkomst m.b.t de regionale Welzijnskoepel hebben goedgekeurd en de gemeentelijke vertegenwoordigers (max. 2) en plaatsvervangers hebben aangeduid.
4.2. Werkgroepen “welzijn”
Binnen de schoot van de beleidsgroep “welzijn” kunnen werkgroepen worden geïnstalleerd om (niet exhaustief):
Verder biedt de regionale Welzijnskoepel ook kansen en mogelijkheden tot ervaringsuitwisseling en kennisdeling. De organisatie en werking van werkgroepen wordt beslist door de beleidsgroep “welzijn” en desgevallend gecoördineerd door de coördinator van de regionale Welzijnskoepel.
De werkgroepen fungeren ad hoc. De deelnemers worden door de gemeenten aangeduid in functie van de noden en themata.
4.3. Regionale mandaatgroep
De regionale mandaatgroep heeft een helikopterview over alle regionale of gemeente-overschrijdende beleidsvraagstukken en -thema’s en vormt een baken voor een integraal en geïntegreerd streekbeleid. Daar waar de beleidsgroep “welzijn” in de cockpit zit voor het beheer van de regionale Welzijnskoepel, komt de regionale mandaatgroep in het vizier wanneer het gaat over beleid.
Regionale beleidskeuzes en -beslissingen worden voorbereid door de regionale mandaatgroep én – met absoluut respect voor de lokale autonomie – hetzij beslist door de gemeentelijke bestuursorganen (college van burgemeester en schepenen en gemeenteraad), hetzij beslist na terugkoppeling met de gemeentelijke bestuursorganen. Deze beleidskeuzes en -beslissingen worden voorbereid door, overlegd en bediscussieerd met de beleidsgroep “welzijn”. Een vertrouwens- en respectvolle wisselwerking tussen regionale mandaatgroep en beleidsgroep “welzijn” is een absolute must. De coördinator van de regionale Welzijnskoepel vertolkt hierin een cruciale rol.
5. Coördinatie
5.1. Coördinatie van de regionale Welzijnskoepel
Coördinatie is het sleutelwoord voor de regionale Welzijnskoepel.
Voor de coördinatie van de regionale Welzijnskoepel ligt de klemtoon op
1) het procesmatig managen van visievorming en standpuntbepaling in functie van belangenbehartiging en beleidsmatige keuzes (afbakening, verdeling, verevening…),
2) het vraaggericht initiëren, coördineren en managen van onderlinge dienstverlening en
3) het zoeken naar en concretiseren van externe financieringen.
De coördinatie van de regionale Welzijnskoepel wordt ingebed binnen de werking van één van de participerende lokale besturen en staat in voor de voorbereiding en ondersteuning van de beheers- en overlegorganen, en voor de uitvoering van de door de beleidsgroep “welzijn” opgedragen taken.
5.2. Coördinator van de regionale Welzijnskoepel
De essentie van de coördinatie van de regionale welzijnskoepel ligt vervat in het proces, het traject, de zoektocht naar samen werken, samen beslissen, samen sterk maken, …
5.2.1. Profiel van de coördinator
Voor de coördinerende taken wordt een proces-/projectmanager aangesteld.
Deze coördinator stelt zich onafhankelijk en onpartijdig op. Het belang van de deelnemende lokale besturen staat op een gelijkwaardige wijze voorop.
5.2.2. Opdrachten van de coördinator
De coördinator focust in de uitvoering van zijn opdracht op de objectieven van de regionale welzijnskoepel, namelijk belangenbehartiging, dienstverlening en maximaliseren van de externe financiering.
Het initiëren, coördineren en realiseren van overleg (lokaal, interlokaal en/of regionaal) vergt voorbereiding, zowel operationeel, administratief als inhoudelijk. Ook dit behoort tot de opdracht van de coördinator van de regionale Welzijnskoepel.
5.3. Support voor de regionale welzijnskoepel
Ter ondersteuning van de coördinator in het bijzonder en van de regionale Welzijnskoepel in het algemeen, zorgt het coördinerende lokaal bestuur voor de nodige aansturing, omkadering en inbedding binnen de eigen organisatie. Tevens worden de nodige materialen (bureauruimte, IT materiaal, ...) voorzien zodat de coördinator zijn/haar functie op een kwalitatieve wijze kan uitvoeren.
In functie van de algemene werking en de communicatie wordt binnen de regionale Welzijnskoepel een bescheiden werkingsbudget voorzien.
Daar waar binnen de beleidsgroep “welzijn” geopteerd wordt voor het ontplooien van een regionale dienstverlening of de realisatie van een project of initiatief binnen het raamwerk van de regionale Welzijnskoepel, kan overgegaan worden tot de aanwerving van extra medewerkers voor de regionale Welzijnskoepel.
5.4. Coördinatiecel Welzijn
De coördinatiecel Welzijn staat in voor de opmaak van de agenda van de beleidsgroep “welzijn”. Voor de samenstelling wordt minimaal 1 vertegenwoordiger aangeduid per eerstelijnszone.
De coördinator van de regionale Welzijnskoepel heeft de opdracht de coördinatiecel bijeen te roepen.
6. Budget en bijdrage
Bij aanvang van de vernieuwde regionale Welzijnskoepel wordt het totaalbudget geraamd op 120.000 EUR/jaar. Voor 2026 wordt de bijdrage pro rata berekend in functie van de opstartdatum (te rekenen per maand).
De deelnemende gemeenten voorzien in een jaarlijkse financiële bijdrage voor de uitvoering van de basisopdrachten van de regionale Welzijnskoepel op basis van een bedrag per inwoner.
De coördinator zal – in afstemming met het coördinerende lokaal bestuur – jaarlijks (voor 15 november) een budget (voor het komende werkingsjaar) en een financiële rapportering (voor 30 april) opmaken. Het financieel saldo wordt desgevallend overgeheveld naar het volgende werkingsjaar.
Zowel het budget als de financiële rapportering worden voorgelegd aan de beleidsgroep “welzijn”. In functie van de financiële resultaten kan de beleidsgroep voorstellen formuleren m.b.t. de wijze van vaststelling en/of het bedrag van de gemeentelijke bijdrage. Deze voorstellen worden desgevallend ter besluitvorming voorgelegd aan de regionale mandaatgroep.
De jaarlijkse bijdrage dient vanaf 2027 te worden geïndexeerd als volgt:
Voor het kalenderjaar 2027:
120.000 euro x gezondheidsindex december 2026 / 136,69 (indexbasis 2013 - gezondheidsindex december 2025)
Voor de volgende kalenderjaren:
120.000 euro wordt als basisbedrag genomen en 136,69 als indexbasis. De breuk wordt telkens voltooid met de gezondheidsindex van de voorafgaande maand december van het voorgaande kalenderjaar
Wat het gebruik maken van elkaars expertise, diensten en projecten betreft, wordt gewerkt met een afnamemodel: iedere gemeente die hiervan gebruik maakt betaalt aan de dienstverlener een bijdrage. De hoogte van en de wijze waarop de bijdrage wordt vastgesteld (forfaitair, reële prestaties…), wordt in overleg tussen aanbieder en afnemer(s) bepaald.
7. Duurtijd
7.1. Duurtijd
Deze overeenkomst treedt in werking vanaf 1 juli 2026 en loopt voor onbepaalde duur.
7.2. Toetreding, uittreding
7.2.1. Toetreding
Nieuwe partners kunnen toetreden op voordracht van en mits goedkeuring door de oprichtende (en niet uitgetreden) leden van de beleidsgroep “welzijn”. De modaliteiten worden vastgelegd in het huishoudelijk reglement van de beleidsgroep “welzijn”.
7.2.2 Uittreding
Elke gemeente of partner kan zich terugtrekken uit de regionale Welzijnskoepel mits een vooropzeg van minstens 1 jaar met ingang op de eerstvolgende 1 januari en mits de terugtrekking ter kennis gebracht is aan de leden van de beleidsgroep “welzijn” door middel van een aangetekend schrijven.
Met de vorming van de nieuwe woonmaatschappijen trad op 01/01/2024 ook een nieuw toewijsmodel in werking. De Vlaamse overheid schetste een breed kader waarmee de toewijzingsraden van de woonmaatschappijen aan de slag gaan om tot een concrete invulling te komen.
De woonmaatschappij neemt het initiatief om een toewijzingsraad op te richten. Alle gemeenten van het werkingsgebied zijn vertegenwoordigd in de toewijzingsraad, aangevuld met relevante huisvestings- en welzijnsactoren uit het werkingsgebied van de woonmaatschappij. De woonmaatschappij zit de toewijzingsraad voor. Midden 2024 werd het toewijzingsreglement goedgekeurd. Hier dienen nu een aantal wijzigingen aan te gebeuren.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te geven over het ontwerp van wijzigingen aan het toewijzingsreglement.
Enig artikel - Gaat akkoord met de goedkeuring van het aangepast toewijzingsreglement voor het werkingsgebied van woonmaatschappij Woonstroom 'Rivierenland-Midden' (Bonheiden, Duffel, Lier en Sint-Katelijne-Waver), zie bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat er tweemaal per jaar in een openbare zitting van de gemeenteraad een toelichting moet worden gegeven over de uitoefening van de bevoegdheden en taken van de raad van bestuur van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de toelichting over IVAREM, zoals toegevoegd in bijlage.
20/03/2026: Ontvangst e-mail van Mieke Van den Brande met de vraag om de toelichting mandaat bestuurder van IVAREM te agenderen op de gemeenteraad.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
Enig artikel - Neemt kennis van de uitoefening van de bevoegdheden en taken van de raad van bestuur van IVAREM, zoals toegevoegd in bijlage.
Het kruispunt Bakestraat/Doornlaarstraat/Meiboomstraat/Grensstraat betreft een complex en druk verkeersknooppunt met een verhoogd risico op verkeersonveiligheid.
De voorgestelde maatregelen beogen op korte termijn een gedragswijziging bij weggebruikers te realiseren en op middellange termijn te komen tot een structureel veilige verkeerssituatie voor alle betrokkenen.
Op 4 september 2023 werd, in overleg tussen de gemeenten Bonheiden en Keerbergen, een proefopstelling ingevoerd met als doel de verkeerssituatie te evalueren en nadien te komen tot een definitieve inrichting.
Sindsdien hebben zich nieuwe ontwikkelingen voorgedaan die een verhoogde verkeersdruk met zich meebrengen, met name:
- de ontwikkeling en verkaveling van de KMO-zone Doornlaar en Meiboomstraat;
- de organisatie van de ontsluiting via de Doornlaarstraat;
- een merkbare toename van mobiliteit in de betrokken zone.
Daarnaast werden door omwonenden bezwaarschriften ingediend, waarin bezorgdheid wordt geuit over de toenemende verkeersonveiligheid.
Studiebureau Sweco werd door de gemeente Bonheiden aangesteld om een voorstel tot herinrichting uit te werken. Tot op heden wordt echter nog gewacht op de definitieve plannen en concrete uitvoering.
Recente snelheidscontroles door de politiezone BHK bevestigen de bezorgdheden van de bewoners en tonen aan dat de huidige situatie problematisch is:
Controle 25 november 2025 (07:59 – 09:00)
- Gepasseerde voertuigen: 265
- Geflitste voertuigen: 109 (41,1%)
- Binnen tolerantie: 79
- Hoogst gemeten snelheid: 75 km/u
Controle 1 december 2025 (10:21 – 11:21)
- Gepasseerde voertuigen: 166
- Geflitste voertuigen: 51 (30,7%)
- Binnen tolerantie: 49
- Hoogst gemeten snelheid: 113 km/u
Controle 9 maart 2026 (06.37 – 7.37)
- Gepasseerde voertuigen: 282
- Geflitste voertuigen: 98 (34,8%)
- Binnen tolerantie: 53
- Hoogst gemeten snelheid: 81 km/u
Deze cijfers tonen een structureel probleem van overdreven snelheid en onderstrepen de noodzaak tot onmiddellijke en aanvullende maatregelen.
Schepen Bart Vanmarcke van de meerderheidsfractie Team2820, stelt volgend amendement voor:
Het amendement wordt met éénparigheid van stemmen aangenomen.
Gelet op het voorgaande stelt de N-VA fractie uit hoofde van raadslid Guido Vaganée aan de gemeenteraad voor om volgende beslissingen te nemen:
Artikel 1 - Plaatsing van preventieve snelheidsdisplays
De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om, als bewarende maatregel, één of meerdere dynamische snelheidsinformatieborden (“smileyborden”) te plaatsen. Deze borden moeten weggebruikers sensibiliseren en aanzetten tot het naleven van de geldende snelheidslimiet van maximaal 50 km/u.
Artikel 2 - Intergemeentelijke afstemming handhaving
De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om in overleg te treden met de buurgemeente Keerbergen, met het oog op het uitwerken van een afgestemd en doeltreffend handhavingsbeleid voor de mobiliteitsproblematiek op het kruispunt Bakestraat/Doornlaarstraat/Meiboomstraat/Grensstraat.
Op 7 april 2026 verscheen er een artikel op VRT NWS met als titel: ‘Vlaanderen wil tegen 2042 zo'n 56.000 sociale woningen bijbouwen: hoeveel moeten erbij komen in jouw gemeente?’
Via een interactieve Vlaamse landkaart ontdekten we samen dat in Bonheiden-Rijmenam 148 extra sociale woningen moeten gebouwd worden in de komende 16 jaar: Vlaanderen wil tegen 2042 zo'n 56.000 sociale woningen bijbouwen: hoeveel moeten erbij komen in jouw gemeente? | VRT NWS Nieuws
Bevoegd Vlaams Minister van wonen Hans Bonte vatte als volgt samen:
We zochten verder en vonden volgende verontrustende artikels:
De fractie Groen ziet een belangrijke rol weggelegd voor de schepenen van sociale zaken en ruimtelijke ordening, ondersteund door hun resp. diensthoofden.
Schepen Bart Vanmarcke van de meerderheidsfractie Team2820, wenst volgend amendement toe te voegen:
Aanpassing van de volgende zin in 'feiten en context' en in het besluit':
'Aan de gemeenteraad wordt gevraagd een grondig onderzoek op te starten'
naar:
'Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een grondig onderzoek op te starten'.
Het amendement wordt met éénparigheid van stemmen aangenomen.
Enig artikel – Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd een grondig onderzoek op te starten :
De voorzitter sluit de zitting op 29/04/2026 om 22:26.
Namens Gemeenteraad,
Ethel Van den Wijngaert
algemeen directeur
Daan Versonnen
voorzitter gemeenteraad