De voorzitter opent de zitting op 25/03/2026 om 20:09.
De voorzitter van de gemeenteraad schorst de zitting bij de behandeling van punt 14 'Overheidsopdrachten - Voorwaarden van de overheidsopdracht 'Aankoop brandstof voor voertuigen - 05/2026 - 05/2029' en wijze van gunning: Vaststelling' van 21.10 u. tot 21.15 u.
De notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 25/02/2026 worden ter goedkeuring voorgelegd.
25/02/2026: Vergadering gemeenteraad waarvan de notulen ter goedkeuring worden voorgelegd.
Enig artikel - Keurt de notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 25/02/2026 goed.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de goedkeuring door de gouverneur van het meerjarenplan 2026-2031.
Op 17/12/2025 stelde de gemeenteraad het meerjarenplan AGB Patrimonium Bonheiden 2026-2031 vast. Op 02/02/2026 keurde de gouverneur dit meerjarenplan 2026-2031 goed.
De gouverneur keurde het meerjarenplan 2026-2031 goed en brengt via het Agentschap voor Binnenlands Bestuur volgende verantwoording ter kennis:
Het nazicht van dit beleidsrapport heeft aanleiding gegeven tot een belangrijke vaststelling. In bijlage kan u een kopie terugvinden van de brief waarbij deze vaststelling werd overgemaakt aan uw bestuur. Naast bovenstaande vaststellingen wil ik u ook graag wijzen op een eerder technische bemerking, te vinden als bijlage bij deze e-mail.
Het wegwerken van deze vaststellingen en bemerkingen strekt tot aanbeveling en zal de kwaliteit van uw beleidsrapporten ongetwijfeld verder verhogen. Deze bemerkingen zullen worden opgevolgd bij de volgende beleidsrapporten.
Fasering:
Het Decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid art. 173,§2.
Artikel 1 - Neemt kennis van het besluit van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 02/02/2026, houdende de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031.
Artikel 2 - Neemt kennis van de brief van het Agentschap Binnenlands Bestuur, Afdeling lokale financiën, van 02/02/2026, betreffende het meerjarenplan 2026-2031.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de goedkeuring door de gouverneur van het meerjarenplan 2026-2031.
Op 17/12/2025 stelde de gemeenteraad het meerjarenplan gemeente en OCMW 2026-2031 vast. Op 02/02/2026 keurde de gouverneur dit meerjarenplan 2026-2031 goed.
De gouverneur keurde het meerjarenplan 2026-2031 goed en brengt via het Agentschap voor Binnenlands Bestuur volgende verantwoording ter kennis:
Het nazicht van dit beleidsrapport heeft niet geleid tot formele opmerkingen. Er zijn wel enkele technische bemerkingen gemaakt. Het wegwerken van deze bemerkingen strekt tot aanbeveling en zal de kwaliteit van de beleidsrapporten ongetwijfeld verder verhogen. Deze bemerkingen zullen worden opgevolgd bij de volgende beleidsrapporten.
Fasering:
Het Decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid art. 173,§2.
Artikel 1 - Neemt kennis van het besluit van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 02/02/2026, houdende de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031.
Artikel 2 - Neemt kennis van de e-mail van het Agentschap Binnenlands Bestuur, Afdeling lokale financiën, van 04/02/2026, betreffende het meerjarenplan 2026-2031.
Sinds de wijziging van de GAS-wet in 2013 kan een gemeente administratieve geldboetes opleggen voor parkeerinbreuken en negatie van verkeersborden C3 en F103. Gemeente Bonheiden heeft deze handhaving ingevoerd door de goedkeuring van een bijzondere politieverordening op 24/06/2015 en gewijzigd op 31/01/2018. Het GAS 4 KB werd recent gewijzigd (KB 14/1/2026, BS 23/01/2026). Door de wijziging van het KB dient de bijzondere politieverordening aangepast te worden.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatische toestellen te wijzigen.
Sinds de wijziging van de GAS-wet in 2013 kan een gemeente ook administratieve geldboetes opleggen voor parkeerinbreuken en negatie van verkeersborden C3 en F103.
De federale overheid legt in een KB, verder KB GAS4 genoemd, de limitatieve lijst vast van de inbreuken uit de wegverkeerswet waarvoor GAS-boetes kunnen opgelegd worden. De gemeente moet in een bijzondere politieverordening vastleggen welke inbreuken zij hiervan wenst te handhaven door middel van GAS.
Gemeente Bonheiden heeft deze GAS4 handhaving ingevoerd (goedkeuring bijzondere politieverordening bij besluit van 24/06/2015 en gewijzigd bij besluit van 31/01/2018).
Het GAS4 KB werd zeer recent gewijzigd (KB 14/01/2026, BS 23/01/2026). Door deze wijzigingen dient de bijzondere politieverordening aangepast te worden.
Volgende wijzigingen worden doorgevoerd:
Aanpassingen bijzondere politieverordening parkeren en stilstaan gelet op Nieuwe GAS-wet en wijzigingen KB parkeren en stilstaan:
1. Titel
Huidige:
Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatische werkende toestellen.
Nieuwe:
Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
2. Hoofstuk 2: definities
Huidige:
Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder: Artikel 2.1. "Rijbaan": het deel van de openbare weg dat voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht.
…
Artikel 2.29. "Lading", elk goed of materiaal dat door een voertuig wordt vervoerd.
Nieuwe:
De definities opgenomen in artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg zijn van toepassing op deze bijzondere politieverordening.
3. Afdeling 2 overtredingen van de eerste categorie volgens KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Huidige:
Artikel 11. Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
Nieuwe:
Artikel 11: Opgeheven.
Huidige:
Artikel 14. Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
Nieuwe:
Artikel 14. Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
Huidige:
Artikel 16. Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°.f van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Nieuwe:
Artikel 16. Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°.f en 77.5, tweede lid van voormeld koninklijk besluit.
De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit
mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.
Huidige:
Artikel 17. Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden, zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.
Nieuwe:
Artikel 17. Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden, zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.
Huidige:
Artikel 18. Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
Nieuwe:
Artikel 18. Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
Huidige:
Artikel 19. Het is verboden een voertuig te parkeren:
Nieuwe:
Artikel 19. Het is verboden een voertuig te parkeren:
Huidige:
Artikel 28. Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan.
Nieuwe:
Artikel 28. Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Huidige:
Artikel 30. Niet in acht nemen het verkeersbord C3, wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.
Nieuwe:
Artikel 30. Niet in acht nemen het verkeersbord C3.
Huidige:
Artikel 31. Niet in acht nemen het verkeersbord F 103, wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.
Nieuwe:
Artikel 31. Niet in acht nemen het verkeersbord F 103.
Huidige:
Geen artikel 32.
Nieuwe:
Artikel 32. Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.
4. Afdeling 5. Sancties, procedure- en slotbepalingen. Hoofdstuk 1. Sancties
Huidige:
Artikel 90. Overtredingen van artikels uit deze bijzondere politieverordening worden bestraft met een straf bepaald in KB van 1 december 1975 of met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling bepaald in KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Artikel 90/1. Het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, derde lid, derde zin van de wet van 24 juni 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties kan worden bestraft met een administratieve geldboete van maximaal 350 euro.
Nieuwe:
Artikel 90. Overtredingen van artikels uit deze bijzondere politieverordening worden bestraft met een straf bepaald in KB van 1 december 1975 of met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling bepaald in KB (van 9 maart 2014) betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 90/1. Het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, derde lid, derde zin van de wet van 24 juni 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties kan worden bestraft met een administratieve geldboete van maximaal 500 euro.
5. Hoofdstuk 2. Procedure
Huidige:
Artikel 91. De sanctionerend ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de
…
Artikel 93. Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze bij gewone zending op de hoogte met de verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een Nieuwee termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald.
Nieuwe:
Artikel 91. De sanctionerend ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de
…
Artikel 93. Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze bij gewone zending op de hoogte met de verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald. De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt binnen een termijn van zes maanden genomen en ter kennis gebracht van de betrokkenen. Deze termijn van zes maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten.
Sinds de wijziging van de GAS-wet in 2013 kan een gemeente ook administratieve geldboetes opleggen voor parkeerinbreuken en negatie van verkeersborden C3 en F103.
De federale overheid legt in een Koninklijk Besluit, verder KB GAS4 genoemd, de limitatieve lijst vast van de inbreuken uit de wegverkeerswet waarvoor GAS-boetes kunnen opgelegd worden. De gemeente moet in een bijzondere politieverordening vastleggen welke inbreuken zij hiervan wenst te handhaven door middel van GAS.
De gemeente Bonheiden heeft deze GAS4 handhaving ingevoerd (goedkeuring bijzondere politieverordening bij besluit van 24/06/2015 en gewijzigd bij besluit van 31/01/2018).
De recente wijziging het GAS4 KB door het KB van 14/01/2026 dient de bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, aangepast te worden aan de gewijzigde hogere wetgeving.
Artikel 1 - Past de bijzondere politieverordening als volgt aan:
Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatische werkende toestellen.
Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Afdeling 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied
Artikel 1. Deze verordening is van toepassing op elke meerderjarige natuurlijke persoon of rechtspersoon die zich op het grondgebied van de stad Mechelen bevindt.
Hoofdstuk 2. Definities
De definities opgenomen in artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg zijn van toepassing op deze bijzondere politieverordening.
Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder :
Artikel 2.1. "Rijbaan" : het deel van de openbare weg dat voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht.
Artikel 2.2. "Rijstrook" : elk deel van een rijbaan die in haar langsrichting verdeeld is door:
a) één of meer witte doorlopende of onderbroken strepen. Deze strepen mogen beter zichtbaar gemaakt worden door retro-reflecterende middelen;
b) voorlopige markeringen die bestaan uit :
- hetzij oranje doorlopende of onderbroken strepen;
- hetzij doorlopende of onderbroken strepen gevormd door oranje spijkers.
Artikel 2.3. "Autoweg" : de openbare weg waarvan het begin aangeduid is met het verkeersbord F9 en het einde met het verkeersbord F11.
Artikel 2.4. "Fietspad" : het deel van de openbare weg dat voor het verkeer van fietsen en tweewielige bromfietsen klasse A is voorbehouden door de verkeersborden D7, D9 of door de wegmarkeringen bedoeld in artikel 74 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Het fietspad maakt geen deel uit van de rijbaan.
Artikel 2.5. "Kruispunt" : de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen.
Artikel 2.6. "Overweg" : de gehele of gedeeltelijke kruising van een openbare weg door een of meer buiten de rijbaan aangelegde sporen.
Artikel 2.7. "Bebouwde kom" : een gebied met bebouwing en waarvan de invalswegen aangeduid zijn met de verkeersborden F1, F1a of F1b, en de uitvalswegen met de verkeersborden F3, F3a of F3b.
Artikel 2.8. "Bestuurder" : al wie een voertuig bestuurt of trek-, last- en rijdieren of vee geleidt of bewaakt.
Artikel 2.9. "Voertuig" : elk middel van vervoer te land, alsmede alle verrijdbaar landbouw- of bedrijfsmaterieel.
Artikel 2.10. "Motorvoertuig" : elk voertuig uitgerust met een motor, bestemd om op eigen kracht te rijden.
Artikel 2.11. "Bromfiets" :
1° ofwel een "bromfiets klasse A", dit wil zeggen elk twee- of driewielig voertuig uitgerust met een motor met inwendige verbranding waarvan de cilinderinhoud ten hoogste 50 cm³ bedraagt, of met een elektrische motor en dat naar bouw en motorvermogen, op een horizontale weg, niet sneller kan rijden dan 25 km per uur;
2° ofwel een "bromfiets klasse B", dit wil zeggen :
De maximale lege massa van de driewielige bromfietsen is beperkt tot 270 kg; deze van de vierwielige bromfietsen tot 350 kg; voor de elektrische voertuigen geldt die massa evenwel zonder de batterijen.
De driewielige bromfiets met twee wielen die op dezelfde as zijn gemonteerd en waarvan de afstand tussen de middens van de contactvlakken van deze wielen met de grond kleiner is dan 0,46 m, wordt beschouwd als bromfiets met twee wielen.
De niet-bereden tweewielige bromfiets wordt niet als voertuig beschouwd.
Bevestiging van een aanhangwagen aan een bromfiets brengt geen wijziging in de classificatie van dit voertuig.
De voertuigen bestuurd door personen met een handicap, uitgerust met een motor die niet toelaat zich sneller dan stapvoets voort te bewegen, worden niet als bromfiets beschouwd.
Artikel 2.12. "Motorfiets" : elk tweewielig motorvoertuig met of zonder zijspanwagen en dat niet beantwoordt aan de bepaling van de bromfiets.
Bevestiging van een aanhangwagen aan een motorfiets brengt geen wijziging in de classificatie van dit voertuig.
Artikel 2.13. "Auto" : elk motorvoertuig, met inbegrip van de trolleybus, dat niet beantwoordt aan de bepalingen van de bromfiets, van de motorfiets, van de drie- en van de vierwieler met motor.
Artikel 2.14. "Stilstaand voertuig" : een voertuig dat niet langer stilstaat dan nodig is voor het in- of uitstappen van personen of voor het laden of lossen van zaken.
Artikel 2.15. "Geparkeerd voertuig" : een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- of uitstappen van personen of voor het laden of lossen van zaken.
Artikel 2.16. "Aanhangwagen" : elk voertuig dat bestemd is om door een ander te worden voortbewogen.
Artikel 2.17. "Sleep" : elke groep voertuigen die aan elkander gekoppeld zijn met het doel door een en dezelfde kracht te worden voortbewogen.
Artikel 2.18. "Maximale toegelaten massa" : de maximale totale massa van het voertuig, bepaald volgens de weerstand van de onderdelen van het chassis overeenkomstig de voorschriften van het technisch reglement van de auto's.
Artikel 2.19. "Woonerf" en "erf" : één of meer speciaal ingerichte openbare wegen waarvan de toegangen zijn aangeduid met verkeersborden F12a, en de uitgangen met verkeersborden F12b.
In het "woonerf" overweegt de woonfunctie.
Het "erf" is een zone waarvan de kenmerken overeenstemmen met die van het woonerf, maar waar de activiteiten verruimd kunnen zijn tot ambacht, handel, toerisme, onderwijs en recreatie.
Artikel 2.20. "Voetgangerszone" : een of meer openbare wegen waarvan de toegang aangeduid is met het verkeersbord F103 en de uitgang met het verkeersbord F105.
Artikel 2.21. "Straat" : een openbare weg in een bebouwde kom die geheel of gedeeltelijk omgeven is met bebouwing en met toegangen tot activiteiten langs de weg en die gekenmerkt is door het gedeeld gebruik van de ruimte door verschillende soorten weggebruikers. De wegen die gelegen zijn in een zone 30, ofwel in een woonerf of erf, zijn straten.
Artikel 2.22. "Trottoir" : het gedeelte van de openbare weg, al dan niet verhoogd aangelegd ten opzichte van de rijbaan, in ’t bijzonder ingericht voor het verkeer van voetgangers; het trottoir is verhard en de scheiding ervan met de andere gedeelten van de openbare weg is duidelijk herkenbaar voor alle weggebruikers.
Het feit dat het verhoogd trottoir over de rijbaan doorloopt, brengt geen wijziging aan zijn bestemming.
Artikel 2.23. "Gelijkgrondse berm" : de ruimte, onderscheiden van het trottoir en het fietspad, begrepen tussen enerzijds de rijbaan en anderzijds een sloot, een talud, de grenzen van eigendommen, die zich op hetzelfde hoogteniveau bevindt als de rijbaan en gevolgd mag worden door de weggebruikers, bepaald onder de voorwaarden van dit besluit.
De gelijkgrondse berm is meestal niet met verhard materiaal aangelegd en moeilijk begaanbaar voor de voetgangers.
Artikel 2.24. "Verhoogde berm" : een ruimte die hoger ligt dan het rijbaanniveau, onderscheiden van het trottoir en het fietspad, en die tussen deze rijbaan ligt en een sloot, een talud, of grenzen van eigendommen.
De verhoogde berm is meestal niet met verhard materiaal aangelegd en moeilijk begaanbaar voor voetgangers.
Artikel 2.25. "Verkeersgeleider" : een inrichting die op de rijbaan is aangebracht en die bestemd is om het voertuigenverkeer te kanaliseren;
de verkeersgeleider bestaat uit een wegmarkering, ofwel uit een verhoging op de rijbaan, ofwel uit beide elementen samen.
Artikel 2.26. "Middenberm" : elke aanleg in de lengterichting om de rijbanen te scheiden, behalve wegmarkeringen.
Artikel 2.27. "Weggebruiker" is elke persoon die gebruik maakt van de openbare weg.
Artikel 2.28. "Voetganger" : een persoon die zich te voet verplaatst. De personen die een kruiwagen, een kinderwagen, een ziekenwagen of enig ander voertuig zonder motor dat geen bredere dan de voor de voetgangers vereiste ruimte nodig heeft, aan de hand leiden en de personen die een fiets of een tweewielige bromfiets aan de hand leiden, worden gelijkgesteld met voetgangers.
Artikel 2.29. "Lading", elk goed of materiaal dat door een voertuig wordt vervoerd.
Afdeling 2 overtredingen van de eerste categorie volgens KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Artikel 10. Binnen de woonerven en de erven is het parkeren verboden, behalve:
Artikel 11. Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
Opgeheven.
Artikel 12. In voetgangerszones is het parkeren verboden.
Artikel 13. Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting. Indien het een rijbaan is met eenrichtingsverkeer mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden.
Artikel 14. Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
Artikel 15. Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet geplaatst worden:
Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen evenwel haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden.
Artikel 16. Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°.f en 77.5, tweede lid van voormeld koninklijk besluit.
De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.
Artikel 17. Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden, zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.
Artikel 18. Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
- 1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
- 2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor de voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
- 3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naast bijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
- 4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijk reglementering;
- 5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
- 6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.
- 7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
Artikel 19. Het is verboden een voertuig te parkeren:
Artikel 20. Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft.
Artikel 21. Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te laten parkeren.
Artikel 22. Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto’s, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te laten parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht.
Artikel 23. Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te laten parkeren.
Artikel 24. Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart, bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document, op de binnenkant van de voorruit of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor persoon met een handicap geparkeerde voertuig.
Artikel 25. Verkeersborden E1, E3, E5, E7 en van type E9 betreffende het stilstaan en het parkeren niet in acht nemen.
Artikel 26. Verkeersbord E11 niet in acht nemen.
Artikel 27. Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken.
Artikel 28. Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Artikel 29. Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht.
Artikel 30. Niet in acht nemen het verkeersbord C3. wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.
Artikel 31. Niet in acht nemen het verkeersbord F 103. wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.
Artikel 32. Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.
Afdeling 3. Overtredingen van de tweede categorie volgens KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Artikel 50. Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op autowegen, behalve op de parkeerstroken, aangewezen door het verkeersbord E9a.
Artikel 51. Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
Artikel 52. Het is verboden een voertuig te parkeren:
Artikel 53. Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°c van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Afdeling 4. Overtredingen van de vierde categorie volgens KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Artikel 70. Opgeheven.
Afdeling 5. Sancties, procedure- en slotbepalingen.
Hoofdstuk 1. Sancties
Artikel 90. Overtredingen van artikels uit deze bijzondere politieverordening worden bestraft met een straf bepaald in KB van 1 december 1975 of met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling bepaald in KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 90/1. Het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, derde lid, derde zin van de wet van 24 juni 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties kan worden bestraft met een administratieve geldboete van maximaal 500 euro.
Hoofdstuk 2. Procedure
Artikel 91. De sanctionerend ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de vaststelling van de inbreuk, bij gewone zending, aan de overtreder de gegevens mee met betrekking tot de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsook het bedrag van de administratieve geldboete
Artikel 91/1. Bij afwezigheid van de bestuurder wordt vermoed dat de inbreuken op afdeling 2 en 3 van deze verordening werden begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.
Artikel 92. De administratieve boete wordt betaald door de overtreder binnen de dertig dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen deze termijn zijn verweermiddelen bij gewone zending laat geworden aan de sanctionerend ambtenaar. De overtreder kan binnen deze termijn op zijn verzoek gehoord worden wanneer het bedrag van de administratieve geldboete hoger ligt dan 70 euro.
Artikel 93. Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze bij gewone zending op de hoogte met de verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald. De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt binnen een termijn van zes maanden genomen en ter kennis gebracht van de betrokkenen. Deze termijn van zes maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten.
Artikel 94. Wordt de boete niet betaald binnen de eerste termijn van dertig dagen, dan wordt, behoudend in geval van verweermiddelen, een herinnering verstuurd bij gewone zending met uitnodiging tot, betaling binnen een nieuwe termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van die herinnering.
Artikel 95. de beslissing van de sanctionerend ambtenaar om een boete op te leggen, kan gedwongen worden uitgevoerd indien de boete niet werd betaald binnen de termijn van dertig dagen na de herinnering zoals bepaald in artikel 94 van deze verordening, tenzij de overtreder binnen deze termijn een beroep instelt bij de Politierechtbank.
Artikel 2- Maakt deze wijzigingen aan de bijzondere politieverordening bekend overeenkomstig de bepalingen van het Decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 3 - Zendt een afschrift van dit besluit dadelijk aan:
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld het principieel akkoord van het college van burgemeester en schepenen tot ondertekening van het aangepast protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24/06/2013, betreffende de gemeentelijke administratieve sancties met de Procureur des Konings te Antwerpen, te bekrachtigen.
Sinds de wijziging van de GAS-wet in 2013 kan een gemeente ook administratieve geldboetes opleggen voor parkeerinbreuken en negatie van verkeersborden C3 en F103. De federale overheid legt in een Koninklijk Besluit (verder KB GAS 4 genoemd) de limitatieve lijst vast van de inbreuken uit de wegverkeerswetgeving, waarvoor GAS-boetes kunnen opgelegd worden. De gemeente moet in een bijzondere politieverordening vastleggen welke inbreuken zij hiervan wenst te handhaven door middel van GAS. Daarnaast moet het college van burgemeester en schepenen hierover verplicht een protocol afsluiten met het parket en dit laten bekrachtigen door de gemeenteraad. De gemeente Bonheiden heeft deze GAS 4 handhaving ingevoerd (goedkeuring bijzondere politieverordening GAS en afsluiten protocol met parket).
Het GAS 4 KB werd zeer recent gewijzigd (KB 14/01/2026).
Door deze wijziging werd er een aangepast protocolakkoord door de Procureur des Konings te Antwerpen ter goedkeuring en ondertekening voorgelegd.
Het GAS 4 KB werd zeer recent gewijzigd (KB 14/01/2026). Het gaat om een aantal kleine aanpassingen.
Door deze wijzigingen werd een aangepast protocolakkoord door de heer Franky De Keyzer, Procureur des Konings te Antwerpen, opgesteld en ter ondertekening voorgelegd.
Het college van burgemeester en schepenen keurde in zitting van 10/03/2026 de ondertekening van een aangepast protocolakkoord principieel goed. Artikel 23, §1 van de wet van 24/06/2013 bepaalt dat de gemeenteraad een protocolakkoord, dat gesloten wordt tussen de bevoegde Procureur des Konings en het college van burgemeester en schepenen, kan bekrachtigen.
Artikel 1 - Bekrachtigt de goedkeuring tot ondertekening van het aangepaste protocolakkoord, zoals opgenomen in de bijlage, betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24/06/2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties met de heer Franky De Keyzer, Procureur des Konings te Antwerpen.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing bekend overeenkomstig het Decreet over het lokaal bestuur.
Regionaal Landschap Rivierenland stelt een actualisering van de ledenbijdrage voor, vanaf 2026. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om deze actualisering goed te keuren.
Daarnaast stelt men voor om jaarlijks een indexatie van 2% te voorzien, zodat men op langere termijn de dienstverlening op peil kan houden. Er zal jaarlijks worden bekeken of een indexatie nodig is. RLRL vroeg reeds in 2025 aan de gemeenten een principieel akkoord met deze aangepaste ledenbijdrage, zodat de nodige middelen konden opgenomen worden in de meerjarenplanning en het voorstel in 2026 kan voorgelegd worden aan de Algemene Vergadering voor definitieve goedkeuring.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
De jaarlijkse ledenbijdrage vanaf 2026 zou komen op een totaalbedrag van € 6.839 op basis van het inwonersaantal (15.652 x € 0,25/inwoner, zijnde € 3.913 ) en per hectare gemeentelijk oppervlakte (2.926 hectare totale oppervlakte).
Er zal door Regionaal Landschap Rivierenland jaarlijks bekeken worden of een indexatie van 2% nodig is.
Actiepost : A2.5.0903
Visum:
Het visum van de financieel directeur wordt toegekend aan deze verbintenis. Daarmee wordt bevestigd dat er geen enkele aanwijzing is gevonden dat deze uitgave onwettig, onregelmatig of zonder voldoende krediet in het lopende boekjaar of zonder verbintenis mogelijk binnen het meerjarenplan, zou worden aangegaan.
Gunstig visum Visum 2026/0042 van Els Van Bever van 23 februari 2026
Artikel 1 - Gaat akkoord met de aanpassing van de ledenbijdrage vanaf 2026 aan Regionaal Landschap Rivierenland, zijnde € 0,25 per inwoner aan te vullen met € 1,00 per hectare gemeentelijk oppervlakte, mits akkoord van alle andere deelnemende gemeenten.
Artikel 2 - Gaat akkoord met een jaarlijkse indexatie van 2%, waarbij jaarlijks zal bekeken worden of een indexatie nodig is, mits akkoord van alle andere deelnemende gemeenten.
OVAM heeft een 30-tal handhavers die in samenspraak met de lokale besturen en op basis van de lokale politiereglementen werken als GAS-vaststellers voor zwerfvuil. De gemeenteraad stelde deze GAS-vaststellers reeds aan.
Door de wijzigingen in het gemeentelijk politiereglement, goedgekeurd op de gemeenteraad van 25/11/2025, dienen de artikelen waarop gehandhaafd kan worden aangepast te worden in de overeenkomst met de GAS-vaststellers van OVAM.
De lokale besturen kunnen een beroep doen op het team handhavers zwerfvuil ter ondersteuning van een handhavingsactie inzake zwerfvuil op hun grondgebied. Via patrouilles op het terrein, ook ’s avonds en in het weekend, zal getracht worden overtreders op heterdaad te betrappen. Bij vaststelling van een overtreding wordt een bestuurlijk verslag opgemaakt. Er wordt niet gewerkt met waarschuwingen.
De scope is beperkt tot zwerfvuil: sigarettenpeuken, kauwgom, blikjes, flesjes, pizzadozen, snoepverpakkingen, fruitafval, hondenpoepzakjes, … Ook controle op het bijhebben van een recipiënt voor hondenpoep valt onder dit project. De handhavers zwerfvuil worden niet ingezet voor controles rond sluikstorten, analyse van camerabeelden, sensibiliserende acties, controle op het buiten zetten van huisvuil op verkeerde tijdstippen, of andere afvalovertredingen.
In overleg met de lokale besturen kan er een aanpak op maat afgesproken worden. Dit in overleg en in samenwerking met de lokale GAS-vaststellers, de GAS-sanctioneringsambtenaar, de milieudienst en de lokale politie. Over de ingediende bestuurlijke verslagen volgt achteraf een rapportering door de sanctionerend ambtenaar: aantal en hoogte van de boetes, aantal beroepen, aantal minderjarigen (een excelsjabloon wordt ter beschikking gesteld).
Het lokaal bestuur stelt gewestelijke personeelsleden aan. Hier wordt een onderscheid gemaakt met de gemeentelijke ambtenaar-vaststeller, de gemeenschapswacht-vaststeller of de operationele personeelsleden van de politie, die ook allen vaststellingen kunnen doen.
De personeelsleden moeten voldoen aan de vereisten, zoals bepaald in het Koninklijk Besluit van 21/12/2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden, die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie. Dit zijn enerzijds aanwervings- of aanstellingsvoorwaarden en anderzijds het slagen voor een verplichte opleiding. Deze gewestelijke personeelsleden die aangesteld worden als vaststeller gemeentelijke administratieve sancties, mogen enkel optreden binnen hun welomschreven bevoegdheid.
Zwerfvuil en sluikstorten zijn al jaren een ecologisch en maatschappelijk probleem, dat veel geld kost aan de maatschappij. Op Vlaams en lokaal niveau wordt een geïntegreerd beleid gevoerd, gebaseerd op 6 pijlers: preventie, infrastructuur (o.a. vuilbakken), omgeving, communicatie, participatie en handhaving.
Ook in Bonheiden wordt rond deze 6 pijlers gewerkt. Handhaving vormt het sluitstuk van dit beleid. Een versterking van de handhaving kan een belangrijke bijdrage leveren aan de netheid van de gemeente.
Er zijn geen financiële gevolgen voor de gemeente voor dit project. Lokale besturen kunnen gratis beroep doen op de gewestelijke vaststellers.
Enig artikel - Stelt OVAM aan als gewestelijk vaststeller, waarbij de personeelsleden aangeduid door de leidende ambtenaar van deze entiteit, een vaststellingsbevoegdheid krijgen voor de gemeentelijke administratieve sancties voor de gemeente Bonheiden, voor de vaststelling van overtredingen bepaald in de artikelen 5.2.1, 5.2.4, 5.6.3.1, 5.6.3.2, 5.6.4.1, 7.2.5 uit het gemeentelijk politiereglement.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld het afsprakenkader goed te keuren betreffende de uitvoering van conformiteitsonderzoeken van woningen, die met het oog op inhuurname worden aangeboden aan een woonmaatschappij, binnen de intergemeentelijke samenwerking Wonen langs Dijle en Nete.
24/02/2021: Besluit van de gemeenteraad houdende afsprakenkader conformiteitsonderzoeken van woningen met het oog op inhuurname door sociaal verhuurkantoor.
Elke woning in het Vlaamse Gewest moet voldoen aan de minimale vereisten van veiligheid, gezondheid en woningkwaliteit. Binnen de intergemeentelijke samenwerking 'Wonen langs Dijle en Nete' worden conformiteitsonderzoeken uitgevoerd om de woningkwaliteit op de private huurmarkt te bewaken en te verbeteren.
Dit afsprakenkader heeft betrekking op woningen die door woonmaatschappijen worden ingehuurd op de private huurmarkt. De woonmaatschappijen hebben een centrale rol in het realiseren van betaalbare en kwaliteitsvolle huurwoningen. Een objectieve beoordeling van de woningkwaliteit is hierbij essentieel.
Het intergemeentelijk samenwerkingsproject Wonen langs Dijle en Nete engageert zich om conformiteitsonderzoeken systematisch en binnen korte termijn uit te voeren. De gemeente beslist op basis van deze vaststellingen over de afgifte van een conformiteitsattest.
Het afsprakenkader bevat onder meer:
engagementen van de woonmaatschappijen, IGEMO, de gemeenten en Wonen in Vlaanderen;
afspraken rond timing en uitvoering van conformiteitsonderzoeken;
procedurestappen bij conforme en niet-conforme woningen;
bepalingen inzake inwerkingtreding, evaluatie en verval.
Het afsprakenkader legt de samenwerking vast tussen de woonmaatschappijen, IGEMO en de gemeenten binnen de intergemeentelijke samenwerking 'Wonen langs Dijle en Nete' voor de uitvoering van conformiteitsonderzoeken.
Door duidelijke afspraken te maken over de procedure, de verantwoordelijkheden en de uitvoering van conformiteitsonderzoeken wordt een uniforme en efficiënte werking verzekerd. Dit ondersteunt de bewaking van de woningkwaliteit en de correcte afhandeling van conformiteitsattesten.
Het is aangewezen het afsprakenkader goed te keuren, zodat de samenwerking op een duidelijke en geactualiseerde basis kan worden verdergezet.
Artikel 1 - Keurt het afsprakenkader conformiteitsonderzoeken van woningen met het oog op inhuurname door een woonmaatschappij goed.
Artikel 2 - Stelt de burgemeester en de algemeen directeur in staat de overeenkomst te ondertekenen namens de gemeente.
Artikel 3 - Bezorgt een ondertekende versie aan IGEMO.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de procedure rond de opmaak van het conformiteitsattest woningkwaliteit bij te stellen door de geldigheidsduur van het conformiteitsattest te beperken, afhankelijk van het aantal vastgestelde gebreken van categorie I. De wijziging treedt in werking op 01/04/2026.
Een conformiteitsattest bewijst dat een woning voldoet aan de minimale woningkwaliteitsnormen.
Standaard is een conformiteitsattest 10 jaar geldig overeenkomstig artikel 3.9, eerste lid, 5° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze geldigheidsduur kan door een gemeente worden beperkt.
De gemeente kiest ervoor de duurtijd te beperken om:
Door de geldigheidsduur te beperken neemt de gemeente een proactieve rol op in het verbeteren van de woningkwaliteit op haar grondgebied.
De geldigheidsduur wordt gekoppeld aan het aantal gebreken van categorie I:
Een conformiteitsattest kan enkel worden afgeleverd wanneer een woning minder dan 7 gebreken van categorie I heeft en geen gebreken van categorie II of III.
De standaardgeldigheidsduur van een conformiteitsattest bedraagt 10 jaar, maar de regelgeving laat toe dat gemeenten deze duur beperken.
Door de geldigheidsduur te differentiëren op basis van het aantal gebreken categorie I:
De beperking tot 5 jaar bij 4 of meer gebreken categorie I vormt een proportionele en doelgerichte maatregel binnen het lokale woningkwaliteitsbeleid.
Het beperken van de conformiteitsattesten in de tijd kan resulteren in een verhoogde aanvraag van hernieuwing van deze attesten. De financiële implicaties volgen de regels opgenomen in het retributiereglement.
Artikel 1 - Beperkt de geldigheidsduur van een conformiteitsattest tot 5 jaar wanneer de woongelegenheid 4 of meer gebreken uit categorie I heeft, overeenkomstig artikel 3.9, eerste lid, 5° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Artikel 2 - Stelt de burgemeester en de algemeen directeur in staat de overeenkomst, in bijlage, te ondertekenen namens de gemeente.
Artikel 3 - Bezorgt de ondertekende versie aan IGEMO.
Artikel 4 - Bepaalt dat de verordening in werking treedt op 01/04/2026 en heft de voorgaande verordening inzake de geldigheidsduur van conformiteitsattesten op.
Op 10/12/2024 verleende het college van burgemeester en schepenen een vergunning voor percelen gelegen aan de Doornlaarstraat, ter hoogte van huisnummer 89, 89A, 89B, 89C, 89D en 89E, kadastraal bekend: afdeling 2 sectie B nrs. 647F, 647E, 648K, 648G, 648E en 650D. Het projectgebied (ongeveer 23.374 m² groot) ligt aan de oostelijke gemeentegrens van Bonheiden, in een bedrijvenzone grenzend aan landbouwgebied, boszones en lintbebouwing.
Aangezien deze zone nog uitgebreid kan worden, dient men een nieuwe straatnaam toe te kennen om in de toekomst een correct adresbeleid uit te kunnen voeren. Ter voorbereiding van dit dossier, werd aan de milieuraad gevraagd om potentiële straatnamen voor te stellen. Ook de burgemeester bracht op 16/12/2025 een voorstel tot straatnaam aan.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd principieel akkoord te gaan en een keuze te maken tussen de vooropgestelde namen: Glanshaverstraat, Ditsland of D'Heghtstraat.
Bij het vaststellen van de naam wordt bij voorkeur geput uit gegevens van de plaatselijke geschiedenis, het kunst- en cultuurleven, de toponymie en de volkskunde. De naam van een nog levende persoon mag niet worden gebruikt. Enkel de namen van uit historisch, wetenschappelijk of algemeen-maatschappelijk oogpunt belangrijke figuren komen in aanmerking. Hierbij wordt de voorkeur gegeven aan figuren die voor de gemeente of voor de onmiddellijke omgeving van betekenis zijn geweest. De naam van een lid van de koninklijke familie, overleden of nog in leven, mag enkel worden gebruikt indien daartoe vooraf instemming van de Regering werd verkregen. Elke straatnaam bestaat bij voorkeur uit minstens twee elementen, namelijk het type weg (straat, laan, boulevard, steenweg, plein, weg, doorgang…) en een benaming. Dit volgens de richtlijnen en aanbevelingen voor het vaststellen en toekennen van een adres en huisnummer (Best-Address) van 04/11/2020.
Wat de procedure betreft (zie bijlage):
Op 03/03/2026 werden de voorstellen van de milieuraad en burgemeester Lode van Looy voorgedragen aan het college van burgemeester en schepenen. Er werd beslist om de keuze te laten aan de gemeenteraad uit volgende voorstellen: Glanshaverstraat, Ditsland of D'Heghtstraat.
Elke straatnaam bestaat bij voorkeur uit minstens twee elementen, namelijk het type weg (straat, laan, boulevard, steenweg, plein, weg, doorgang…) en een benaming. Met analogie naar de omliggende straten is het advies om straat toe te kennen als type weg.
De gemeenteraad geeft opdracht om vanaf 01/04/2026 te starten met een openbare bekendmaking voor een periode van 30 dagen. Tijdens deze periode kunnen burgers/belanghebbenden opmerkingen en bezwaren indienen.
Een nieuwe straatnaam zorgt voor een betere adressering en toekenning van adressen in de toekomst.
Het gemeentebestuur voorziet een straatnaambord aan het begin van de nieuwe straat.
Visum:
Gunstig visum FA 2026/00067 van Johan Muyldermans van 08 maart 2026
Artikel 1 - Gaat principieel akkoord met de toekenning van één van de volgende straatnamen:
Artikel 2 - Geeft opdracht tot het plaatsen van een openbare bekendmaking op de website waarbij burgers binnen de 30 dagen eventuele opmerkingen en bezwaren schriftelijk kunnen indienen bij het gemeentebestuur. Deze openbare bekendmaking zal lopen van 01/04/2026 t.e.m. 30/04/2026.
Op basis van de wijziging van de wet op het politieambt van 21/03/2018 dient het gebruik van vaste intelligente camera's (type ANPR) geregulariseerd te worden.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de toestemmingsaanvraag goed te keuren. Dit is op vraag van de korpschef van de politiezone BODUKAP.
De plaatsing en het gebruik van camera’s door politiediensten wordt niet langer geregeld door de camerawet van 21/03/2007. De wet op het politieambt (WPA) legt sinds 2018 het kader vast voor de plaatsing en het zichtbaar gebruik van camera’s door de politiediensten ter ondersteuning van hun opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie. Het politioneel zichtbaar gebruik van camera’s door de politie wordt sindsdien geregeld in artikel 25/1 e.v. van de Wet op het Politieambt (hierna: WPA). Artikel 25/4 van deze wet bepaalt dat de korpschef formeel toestemming dient te vragen aan de gemeenteraad voor de plaatsing en het zichtbaar (politioneel) gebruik van camera’s op niet-besloten plaatsen.
Onderhavig punt wordt voorgelegd aan de gemeenteraad met de bedoeling om op overzichtelijke wijze alle reeds bestaande en in gebruik zijnde politionele camera’s (velen al van voor de wetswijziging in 2018) op de niet-besloten plaatsen op het grondgebied weer te geven, de plaatsing en het gebruik daarvan te herbevestigen, en tevens de plaatsing en het gebruik van nieuwe camera’s van de nodige toestemming te voorzien.
Overeenkomstig artikel 25/4 WPA vraagt de korpschef van de Politiezone BODUKAP toestemming aan de gemeenteraad voor de plaatsing en het zichtbaar (politioneel) gebruik van de hieronder opgesomde vaste intelligente camera's van het type ANPR:
QCAM 5, merk Macq :
G3, merk Macq :
De gemeenteraad dient evident een geïnformeerde toestemming te kunnen geven. De voorliggende aanvraag van de korpschef preciseert daarom naast het type camera en de locaties ervan, zoals hierboven weergegeven, eveneens de doeleinden waarvoor de camera’s zullen worden geïnstalleerd of gebruikt; de voorziene gebruiksmodaliteiten én de genomen gegevensbeschermingsmaatregelen.
Deze toestemmingsaanvraag houdt bovendien, overeenkomstig artikel 25/4 WPA, ook rekening met een impact- en risicoanalyse op het vlak van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en met een operationele analyse, met name wat de categorieën van verwerkte persoonsgegevens betreft, de proportionaliteit van de aangewende middelen, de te bereiken operationele doelstellingen en de bewaartermijn van de gegevens die nodig is om deze doelstellingen te bereiken. De korpschef van de Politiezone BODUKAP is de verwerkingsverantwoordelijke.
De politiezone BODUKAP gebruikt de camera's met inachtneming van de doelstellingen, zoals bepaald in en volgens de voorwaarden die de WPA oplegt. Politiezone BODUKAP zal de camera’s en de opnames ervan dan ook enkel gebruiken voor duidelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden in het kader van de opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie, zoals omschreven in art. 14-25 van de WPA.
Camera’s zijn dan ook een onmisbaar middel in het uitvoeren van het veiligheidsbeleid, zowel voor opdrachten van gerechtelijke als bestuurlijke politie en/of bij een verhoogd risico op ordeverstoring, al of niet bij grote volkstoelopen, bij escalatie van geweld tegen en/of belaging van politieploegen of bij bedreiging van de openbare veiligheid door calamiteiten die dringend aandacht vragen. Camera’s hebben zowel een preventieve, ontradende als opsporingswaarde.
In de aanvraag wordt verduidelijkt dat de bovenvermelde camera’s, conform de bepalingen voorzien in de WPA, gebruikt zullen worden om volgende doeleinden te bereiken:
De verwerking van de persoonsgegevens via het gebruik van deze camera’s beoogt dan ook zonder twijfel legitieme doelstellingen. Camerabewaking is evenwel een ingrijpend middel. Elke verwerking van persoonsgegevens, waaronder ook de verwerking via (ANPR-) camera’s, dient daarom zorgvuldig gemotiveerd te worden. Daarbij wordt rekening gehouden met de waargenomen veiligheids- en leefbaarheidsproblematiek; de noodzakelijkheid van de camerabewaking; de meerwaarde voor de handhaving; én de waarborgen inzake gegevensbescherming.
De waargenomen en ervaren veiligheids- en leefbaarheidsproblematiek;
Vaste intelligente camera’s van het type ANPR:
De noodzakelijkheid van de camera’s - alternatieven:
De gemeente heeft per locatie onderzocht of er minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren. Op vele locaties werd in het verleden ingezet op structurele infrastructuurmaatregelen (bv. drempels, Berlijnse kussens, wegversmallingen, …). Deze werden overwogen, maar zijn onhaalbaar of hadden niet het verhoopte resultaat:
De meerwaarde voor de handhaving:
De waarborgen inzake gegevensbescherming:
Uit de aanvraag van de korpschef blijkt dat er verschillende waarborgen zijn en gegevensbeschermingsmaatregelen worden genomen, die uitvoerig opgenomen werden onder titel 4 en 5 van de aanvraag, gevoegd in bijlage.
Rekening houdend met bovenstaande elementen, is de verwerking van persoonsgegevens via de plaatsing en het gebruik van opgesomde camera’s gerechtvaardigd:
De plaatsing en het zichtbaar gebruik van de vaste camera’s van het type ANPR is derhalve een noodzakelijke, proportionele en wettelijk onderbouwde maatregel. De verwerking van persoonsgegevens in dit kader wordt in overeenstemming bevonden met de bepalingen van de GDPR, met specifieke aandacht voor het beperken van de impact op de persoonlijke levenssfeer en het vermijden van bijkomende overlast voor bewoners.
Hierbij dient wel beklemtoond te worden dat deze camera’s zeker niet de enige maatregel zijn in kader van het veiligheidsbeleid, maar de plaatsing en gebruik ervan kadert binnen een breder veiligheidsbeleid, waarbij ook nog steeds ingezet wordt op andere maatregelen, zoals sensibilisering.
Edwin Stevens, namens de meerderheidsfracties, stelt volgend amendement voor:
‘Mobiliteit - Regularisatie ANPR-cameratoezicht - toestemmingsaanvraag plaatsing en zichtbaar gebruik van ANPR-camera's: Goedkeuring’:
Bij de argumentatie van het agendapunt het woord ‘fietsstraat’ te vervangen door de woorden ‘fietsvriendelijke straat’ bij:
Guldensporenlaan 2 – Guldensporenlaan 59:
Gestellei 2 – Gestellei 40:
Dit amendement wordt met 14 stemmen ja (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck,Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs) en 11 stemmen nee (Jan Fonderie, Guido Vaganée, Geert Teughels, Wim Van der Donckt, Karl Theerens, Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) aanvaard.
Artikel 2 - Stelt de korpschef in kennis van de verleende toestemming. Deze staat in voor het gebruik van de camera's op zichtbare wijze conform de wettelijke bepalingen.
Artikel 3 - Neemt akte van de opdracht van de burgemeester aan de korpschef om deze toestemming ter kennis te brengen van de procureur des Konings.
Het gemeentebestuur moet in de opvolging van sommige dossiers beroep doen op een beëdigd landmeter-expert. Om dit vlot te kunnen realiseren is een toetreding tot de raamovereenkomst 'Aanstellen van een beëdigd landmeter-expert - december 2024' van CREAT aangewezen. De raamovereenkomst heeft een looptijd van 01/12/2024 tot 30/11/2028.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de toetreding tot de raamovereenkomst 'Aanstellen van een beëdigd landmeter-expert - december 2024' van CREAT goed te keuren.
Het gemeentebestuur moet in sommige gevallen beroep doen op een beëdigd landmeter-expert, zoals voor onder andere (niet limitatief):
In de raamovereenkomst 'Aanstellen van een beëdigd landmeter-expert - december 2024' zitten al deze posten vervat.
De raamovereenkomst start op 01/12/2024. Het einde van de overeenkomst is voorzien op 30/11/2028. De overeenkomst werd gesloten met Van Eester, Wommelgemsesteenweg 137 te 2531 Vremde. Bij een eerder prijsvergelijk in een dossier betreffende grondafstand bleek dit de voordeligste inschrijver in vergelijking met 6 overige inschrijvers.
De raamovereenkomst bepaalt bovendien een doorlooptijd per opdrachttype, met een maximale doorlooptijd van 30 werkdagen als het om minder dan 20 percelen gaat. Het definiëren van een vooraf afgesproken doorlooptijd bevordert een vlotte opvolging van de dossiers.
Aan de toetreding tot de raamovereenkomst 'Aanstellen van een beëdigd landmeter-expert - december 2024' zijn geen kosten verbonden. De bijgevoegde geïndexeerde prijslijst 'Prijslijst Landmeter - december 2024' is geldig vanaf 01/12/2025. De prijzen worden jaarlijks herzien volgens de opgegeven formule in het document 'Agendapunt-opstart-procedure-RO-landmeter-december-2024'.
De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van een raamovereenkomst via een opdrachtencentrale gebruik maken, waardoor zij krachtens artikel 47, §2 van de Wet van 17/06/2016 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
De behoeftes van het bestuur stemmen overeen met de bepalingen van het bestek. Het gebruik van het raamcontract houdt geen exclusiviteit in.
Aan de toetreding tot de raamovereenkomst 'Aanstellen van een beëdigd landmeter-expert - december 2024' van de aankoopcentrale CREAT zijn geen kosten verbonden.
Enig artikel - Keurt de toetreding tot de raamovereenkomst 'Aanstellen van een beëdigd landmeter-expert - december 2024' met een looptijd van 01/12/2024 tot 30/11/2028 binnen de aankoopcentrale CREAT goed.
Het lokaal bestuur Bonheiden start in deze legislatuur met de invoering van burgerbudgetten. Hiermee wil het bestuur de inwoners van Bonheiden en Rijmenam rechtstreeks betrekken bij de besteding van een deel van het gemeentebudget.
De aankoopcentrale Cipal dv biedt via C-Smart een raamovereenkomst aan om het bestuur daarin te ondersteunen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de raamovereenkomst 'CSMRTBUR25 Burgerparticipatie; Participatieprocessen en ondersteunende dienstverlening’ aangeboden door de aankoopcentrale van C-Smart goed te keuren.
Het lokaal bestuur Bonheiden start in deze legislatuur met de invoering van burgerbudgetten. Hiermee wil het bestuur de inwoners van Bonheiden en Rijmenam rechtstreeks betrekken bij de besteding van een deel van het gemeentebudget.
Doelstelling:
Met de invoering van een burgerbudget beoogt het lokaal bestuur:
In 2027, 2029 en 2030 wordt telkens een bedrag van € 30.000 voorzien. Dit budget wordt verdeeld over verschillende projecten die door inwoners worden ingediend, geselecteerd en uitgevoerd.
Het lokaal bestuur bepaalt de spelregels, staat in voor de coördinatie en begeleidt het volledige traject van voorbereiding tot uitvoering.
Organisatorische en financiële impact:
De voorbereidende werkzaamheden starten reeds in 2026. Het betreft een arbeidsintensief traject waarbij meerdere diensten betrokken zullen zijn, waaronder de participatieverantwoordelijke, de communicatiedienst en de inhoudelijk bevoegde diensten in functie van de ingediende projecten.
Het welslagen van het burgerbudget is in sterke mate afhankelijk van een professionele voorbereiding, duidelijke communicatie en een kwalitatieve procesbegeleiding. Vanuit die optiek is het aangewezen om beroep te doen op gespecialiseerde externe begeleiding.
Naast het voorziene budget voor de burgerbudgetten zelf zijn er bijkomende kosten verbonden aan:
Voor deze kosten is krediet voorzien binnen het meerjarenplan 2026–2031. De kostprijs van de externe begeleiding is afhankelijk van diverse factoren, waaronder het aantal begeleide workshops, projectateliers met deelnemers/inwoners en eventuele jury- of selectiemomenten.
Raamovereenkomst CSMRTBUR25 Burgerparticipatie:
Volgens het bestek met publieke referentie “CSMRTBUR25” treedt C-smart dv op als aankoopcentrale. Cipal dv is opdrachtgever en aanbestedende overheid voor de raamovereenkomst, maar is niet noodzakelijk de contracterende partij in de deelprojecten. Alle afnemers kunnen rechtstreeks contracteren met de opdrachtnemer DBP Partners+, vertegenwoordigd door Indiville bv.
Via deze raamovereenkomst kunnen afnemers participatieprojecten laten inrichten en ondersteunen, gericht op het structureel betrekken van burgers en eventueel andere belanghebbenden bij (lokale) beleidsvraagstukken. Dit omvat zowel het ontwerp, de uitvoering en de ondersteuning van participatieprocessen als de evaluatie en terugkoppeling naar de betrokken afnemers. De opdrachtnemer hanteert daarbij een best passend digitaal instrumentarium. De deelprojecten slaan typisch op de 'end-to-end' realisatie van een specifieke casus.
Voorgesteld wordt om vrijblijvend en zonder aankoopverplichting toe te treden tot de raamovereenkomst CSMRTBUR25 Burgerparticipatie. Deze raamovereenkomst werd afgesloten door C-Smart met DBP Partners+, een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid die de ondernemingen Indiville bv, Bpact bv, Levuur bv en Tree bv verenigt.
Het lokaal bestuur Bonheiden werkt reeds meerdere jaren samen met Tree bv voor de ontwikkeling en het beheer van het digitale participatieplatform www.2820vraagt.be. Tijdens deskresearch en verkennende gesprekken in het kader van de mogelijke opstart van de burgerbudgetten kwam binnen DBP Partners+ ook Levuur bv naar voren als geschikte partner voor de inhoudelijke en procesmatige begeleiding van dit traject.
Advies departementshoofd vrije tijd:
De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van een raamovereenkomst via een opdrachtencentrale gebruik maken, waardoor zij krachtens artikel 47, §2 van de Wet van 17/06/2016 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
Gunstig visum FA 2026/00070 van Financiele dienst van 08 maart 2026
Enig artikel - Gaat akkoord met de toetreding tot de raamovereenkomst 'CSMRTBUR25 Burgerparticipatie: Participatieprocessen en ondersteunende dienstverlening’ van C-Smart via de aankoopcentrale Cipal dv.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de voorwaarden van de overheidsopdracht 'Aankoop brandstof voor voertuigen - 05/2026 - 05/2029' en de wijze van gunning vast te stellen.
De meerderheid stelt voor dit punt af te voeren van de agenda.
Enig artikel - Voert dit punt af van de agenda.
De voorbije jaren werd een deel van de poets op verschillende locaties uitbesteed aan een externe ondernemer. Aangezien de huidige overeenkomst ten einde loopt in april 2026 dient er een nieuwe overheidsopdracht opgestart te worden.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de voorwaarden van de overheidsopdracht 'Externe poetshulp 04/2026-04/2029' en de wijze van gunning vast te stellen.
Wat de voorwaarden van de overheidsopdracht betreft: externe poetshulp 04/2026-04/2029.
Wat de wijze van gunning betreft: onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 79.110 excl. btw of € 95.723,10 incl. 21% btw.
Voor het poetsen van een aantal gebouwen is het nodig een externe poetsfirma aan te stellen. Dit gebeurde tot nu toe al via een overheidsopdracht, dewelke ten einde loopt in april 2026.
In het kader van de opdracht 'Externe poetshulp 04/2026-04/2029' werd een bestek met nr. 2026/ID-1575 opgesteld door de poetsdienst. De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 79.110 excl. btw of € 95.723,10 incl. 21% btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor de periode van een jaar, te starten op 22/04/2026, met de mogelijkheid om 2 keer met 1 jaar te verlengen.
De opdracht omvat het poetsen van volgende locaties:
De facturatie dient per entiteit te gebeuren, zijnde:
Het tijdstip van uitvoering voor de verschillende opdrachten werd beschreven in de technische bepalingen van het bestek.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 79.110 excl. btw of € 95.723,10 incl. 21% btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 79.110 excl. btw of € 95.723,10 incl. 21% btw.
Per entiteit:
Visum:
Gunstig visum FA 2026/00062 van Financiele dienst van 08 maart 2026
Artikel 1 - Keurt het bestek met nr. 2026/ID-1575 en de raming voor de opdracht 'Externe poetshulp 04/2026-04/2029', opgesteld door de poetsdienst, goed.
Artikel 2 - Stelt de lastvoorwaarden vast, zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming voor de totale opdracht bedraagt € 79.110 excl. btw of € 95.723,10 incl. 21% btw.
Artikel 3 - Gunt bovengenoemde opdracht bij wijze van onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Als vooruitstrevend bestuur en in het kader van administratieve vereenvoudiging wordt ernaar gestreefd, indien het Decreet over het lokaal bestuur dit mogelijk maakt, om bevoegdheden zo dicht mogelijk bij de werking zelf te leggen en om delegaties waar die al van toepassing waren op basis van het Gemeentedecreet, te continueren.
Vermits het bestuur voor een aantal belangrijke uitdagingen staat en er graag snel, efficiënt en flexibel ingespeeld wenst te worden op organisatorische noden, is het opportuun om de bevoegdheden tot het vaststellen van reglementen inzake personeelsaangelegenheden (rechtspositieregeling en arbeidsreglement) en het bepalen van het organogram, opnieuw te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau.
Hiervoor wordt aan de gemeenteraad akkoord gevraagd.
30/08/2023: Besluit gemeenteraad houdende de delegatie van bevoegdheden tot vaststelling van reglementen inzake personeelsaangelegenheden en het bepalen van het organogram door de gemeenteraad aan het college van burgemeester en schepenen.
Het Decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de bevoegdheid voor de vaststelling van alle reglementen aangaande personeelsaangelegenheden, alsook het bepalen van het organogram, gedelegeerd kan worden van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn aan het college van burgemeester en schepenen/vast bureau.
Het Decreet over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikels 41, 1ste en 2de lid, 161 en 186 m.b.t. de delegatie van bevoegdheden van de gemeenteraad aan het college van burgemeester en schepenen voor wat betreft alle reglementen aangaande personeelsaangelegenheden en het bepalen van het organogram.
Vermits het bestuur voor een aantal belangrijke uitdagingen staat en er graag snel, efficiënt en flexibel ingespeeld wenst te worden op organisatorische noden, is het opportuun om de bevoegdheden tot het vaststellen van reglementen inzake personeelsaangelegenheden (rechtspositieregeling en arbeidsreglement) en het bepalen van het organogram, die nu bij de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn berusten, te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau.
Guido Vaganéé, namens de fractie N-VA stelt volgend amendement voor:
De gemeenteraad,
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur, in het bijzonder de bepalingen inzake de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn;
Overwegende dat een vooruitstrevend bestuur het respect voor de democratische werking van de gemeenteraad centraal stelt;
Overwegende dat het bestuur voor belangrijke maatschappelijke en organisatorische uitdagingen staat, waarvoor een breed gedragen maatschappelijk draagvlak noodzakelijk is;
Overwegende dat transparantie en betrokkenheid van de gemeenteraad essentieel zijn bij strategische beslissingen inzake personeelsbeleid en organisatiestructuur;
Beslist:
Artikel 1
De bevoegdheden inzake:
worden niet opnieuw gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau.
Artikel 2
De gemeenteraad wordt verzocht hiermee in te stemmen.
Dit amendement wordt met 11 stemmen ja (Jan Fonderie, Guido Vaganée, Geert Teughels, Wim Van der Donckt, Karl Theerens, Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) en met 14 stemmen nee (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs) verworpen.
Artikel 1 - Delegeert de bevoegdheid voor het bepalen van reglementen inzake personeelsaangelegenheden (o.m. de lokale rechtspositieregeling en het arbeidsreglement) van de gemeenteraad aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2 - Delegeert de bevoegdheid voor het vaststellen van het organogram van de gemeenteraad aan het college van burgemeester en schepenen.
Op 01/09/2026 begint een nieuwe zesjarige cyclus voor scholengemeenschappen. Vanaf deze datum kunnen nieuwe scholengemeenschappen worden gevormd en bestaande scholengemeenschappen worden verlengd of gewijzigd. Een wijziging kan zowel een toetreding als een uitstap inhouden, al dan niet gelijktijdig. Ook een inhoudelijke wijziging van de afspraken is mogelijk.
Aan de gemeenteraad wordt goedkeuring gevraagd om de huidige scholengemeenschap Anker uit te breiden met de gemeentelijke basisschool Klimboom Boortmeerbeek.
29/04/2020: Het gemeenteraadsbesluit houdende de vorming van de huidige scholengemeenschap Anker.
De huidige scholengemeenschap Anker loopt op 31/08/2026 af na een periode van zes schooljaren en is als volgt samengesteld:
Het schoolbestuur wenst de samenstelling van de huidige scholengemeenschap te wijzigen als volgt: toetreding van 012153 GBS Klimboom, lokaal bestuur Boortmeerbeek.
De betrokken school die wil toetreden, maakt momenteel deel uit van de bestaande scholengemeenschap Midden Vlaams Brabant. Door de keuze van de lokale besturen Haacht en Herent om hun gemeentelijke scholen over te dragen aan het GO! is de scholengemeenschap Midden Vlaams Brabant onvoldoende groot in leerlingenaantallen om te kunnen blijven bestaan.
De beslissing voldoet aan de voorwaarden vermeld in art. 11 van de wet van 19/12/1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Een schoolbestuur kan in het kader van de organisatie van zijn basisonderwijs beslissen om een scholengemeenschap te vormen met zijn scholen. Deze beslissing regelt de organisatie en de werking van de scholengemeenschap,
De voorgenomen beslissing voldoet aan de decretale vereisten:
De scholengemeenschap valt onder de verantwoordelijkheid en het hiërarchisch toezicht van het schoolbestuur .
De nieuwe scholengemeenschap zou bestaan uit 9 basisscholen met meer dan 2.700 leerlingen en voldoende buffer om extra stimuluspunten te bekomen en te kunnen inzetten op meer coördinatie en samenwerking. Bovendien is dit een scholengemeenschap waarbij het werkingsgebied niet onoverkomelijk groot is om reaffectaties en gedeelde aanstellingen tussen de scholen vlot mogelijk te maken.
Artikel 1 - Gaat akkoord met de wijziging van de samenstelling van de huidige scholengemeenschap Anker als volgt:
012153 GBS Klimboom, lokaal bestuur Boortmeerbeek treedt toe.
De aldus gewijzigde samenwerking in scholengemeenschap Anker wordt aangegaan voor de in de regelgeving voorziene periode van zes jaar, van 01/09/2026 tot 31/08/2032, met de volgende scholen:
Artikel 2 - Keurt de overeenkomst 'Intergemeentelijke samenwerking onder de vorm van een interlokale vereniging: vorming scholengemeenschap basisonderwijs voor de schooljaren 2026 -2032' goed als volgt:
Tussen de gemeentebesturen van Bonheiden, Boortmeerbeek, Duffel en Sint-Katelijne-Waver, vertegenwoordigd door de burgemeesters en de algemeen directeurs, respectievelijk:
voor Bonheiden:
in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van (datum)
voor Boortmeerbeek:
in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van (datum)
voor Duffel:
in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van (datum)
voor Sint-Katelijne-Waver:
in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van (datum)
wordt het volgende overeengekomen:
Titel 1: Onderwerp, benaming, duurtijd, aanvang, verlenging en opzeg
Artikel 1
Voornoemde gemeentebesturen sluiten een intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst zonder rechtspersoonlijkheid, in de vorm van een interlokale vereniging, voor de vorming van een scholengemeenschap basisonderwijs voor de schooljaren 2026 tot en met 2032.
Deze scholengemeenschap draagt de volgende benaming: interlokale vereniging Anker.
Artikel 2
Deze samenwerkende scholen dragen de volgende benamingen:
De zetel wordt gevestigd te: GLOC, Daliastraat 35 te 2860 Sint-Katelijne-Waver
Artikel 3
§1. Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van zes schooljaren en gaat in op 01/09/2026 en eindigt op 31/08/2032.
§2. Tijdens de voormelde periode kan de beslissing of overeenkomst inzake de vorming van een scholengemeenschap evenwel worden gewijzigd, zodat een school alsnog tot de scholengemeenschap kan toetreden of uit de scholengemeenschap kan stappen volgens de geldende modaliteiten.
Titel 2: Beheerscomité – organisatie en werking
Artikel 4
§1. Er wordt een beheerscomité opgericht.
§2. Door elke gemeenteraad wordt één lid van het college van burgemeester en schepenen afgevaardigd, alsmede één vervangend lid met hetzelfde mandaat ingeval van afwezigheid van het effectief lid.
§3. Het beheerscomité duidt in zijn midden een voorzitter aan.
Artikel 5
§1. Het beheerscomité houdt minstens één zitting per trimester op een gezamenlijk afgesproken datum.
§2. De wijze van samenroeping, de wijze van vergaderen alsmede plaats en uur van de vergaderingen wordt bepaald bij de installatie. Het beheerscomité stelt hiertoe een huishoudelijk reglement op.
§3. De directeurs wonen de vergaderingen van het beheerscomité bij met raadgevende stem.
§4. Het beheerscomité kan deskundigen uitnodigen op de vergaderingen.
Artikel 6
§1. Alle afspraken worden genomen bij consensus.
§2. De afspraken worden gemaakt met inachtneming van de bevoegdheden van het medezeggenschapscollege of de individuele schoolraden.
Artikel 7
§1. Van elke vergadering wordt een verslag opgemaakt. Dit wordt ter kennis overgemaakt aan alle betrokken gemeentebesturen en de betrokken directeurs.
Titel 3 : Beheerscomité - bevoegdheden
Artikel 8
§1.Het beheerscomité maakt minimaal afspraken over:
§ 2. Het beheerscomité maakt afspraken over:
§3. Alle afspraken worden ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegde orgaan van de betrokken gemeenten.
Artikel 9
§1. De toegekende financiële middelen worden in onderling overleg in consensus vastgelegd en door elke deelnemende gemeente zelf beheerd.
Artikel 10
Het beheerscomité ziet toe op de uitvoering van deze overeenkomst.
Titel 4: Infrastructuur, didactisch materiaal en werkingskosten
Artikel 11
In geval van gemeenschappelijk gebruik van materiaal, blijft dit eigendom van de inbrengende gemeente. Binnen de scholengemeenschap wordt via de daarvoor aangeduide gemeente een passende verzekering genomen van deze materialen en het eventueel onderhoud en de herstellingen ten laste genomen.
Artikel 12
Elke deelnemende gemeente draagt de werkingskosten in de eigen gemeente
Titel 5: Personeel
Artikel 13
§1. Zonder afbreuk te doen aan de principes dat een personeelslid wordt geaffecteerd aan een school kan
§2. Bij de toepassing van 3° en 4° moeten minstens volgende principes worden gehanteerd:
§3. De bepalingen inzake inzetbaarheid opgenomen zoals bedoeld in paragraaf 1 en paragraaf 2 worden, opgenomen in het besluit waarin de aanstelling wordt vastgesteld, evenals in de functiebeschrijving.
Titel 6: Slotbepalingen
Artikel 14
Meer specifieke regels en afspraken kunnen intern worden vastgelegd in elke school, via een dienstnota.
Artikel 15
Deze overeenkomst wordt aangegaan onder het uitdrukkelijk voorbehoud dat de vereiste goedkeuring verleend wordt aan de betreffende verlenging van de scholengemeenschap door de respectievelijke gemeenteraden.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de samenwerkingsovereenkomst met RLRL voor het project 'herinrichten van diverse speelpleinen in Bonheiden' goed te keuren. Daarbij wordt vermeld dat de gemeente reeds een bestaand samenwerkingsverband heeft met RLRL, waardoor er gebruik gemaakt kan worden van hun expertise, zonder een nieuwe overheidsopdracht te moeten uitschrijven.
In het jeugdbeleidsplan werd een traject uitgetekend om de bestaande speelpleinen kwalitatief te vernieuwen. De gemeente wenst dit traject nu concreet in uitvoering te brengen. Voor de realisatie van dit traject wordt voorgesteld om samen te werken met RLRL, dat instaat voor de inhoudelijke uitwerking van de speelpleinen, met bijzondere aandacht voor de groenaanleg. Om dit project te realiseren heeft RLRL een samenwerkingsvoorstel uitgewerkt (zie bijlage in dit besluit). Dit betreft een algemeen voorstel waarbij er telkens een aantal stappen doorlopen worden om een bepaald speelplein aan te pakken. Ieder jaar zal er een addendum worden opgemaakt, waarbij op basis van participatiegraad, grootte en omvang van het project een concreet budget wordt opgesteld.
De in het samenwerkingsvoorstel opgenomen bedragen betreffende richtprijzen, werden ruim geraamd. De effectieve kostprijs die opgenomen zal worden in het addendum zal in de praktijk naar verwachting lager uitvallen. Dit houdt verband met een efficiënte inzet van de beschikbare werkdagen. Waar mogelijk worden inhoudelijk samenhangende of gelijktijdig geplande opdrachten gebundeld, met als doel het totaal aantal benodigde werkdagen te reduceren en zo een financieel voordeel te realiseren voor de gemeente. De concrete bundeling van opdrachten wordt telkens vastgelegd in een jaarlijks addendum bij de samenwerkingsovereenkomst. Voorbeelden hiervan zijn onder meer het gezamenlijk organiseren van participatiemomenten voor speelterreinen binnen dezelfde buurt, evenals het opmaken van één overkoepelend aanbestedingsdossier voor meerdere speelterreinen.
Bij de uitwerking van zo'n speelplein zal er telkens een participatietraject worden opgenomen. Dit participatietraject bevat het uitwerken van het traject op maat van het speelterrein, het uitvoeren van een participatiemoment, het interpreteren van de resultaten en terugkoppelen met de gemeente Bonheiden (en de buurtbewoners). Dit kan bijvoorbeeld via het organiseren van een fysiek participatiemoment (presentatie, infomarkt…) of niet-fysiek participatiemoment (ideëenbus, inspiratieboeken, online bevraging, …). Dit is steeds in samenspraak met de gemeente en kan verschillen van speelplein tot speelplein.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
Er is jaarlijks een budget voorzien van € 30.000 in actie A4.1.4204 Aanleg speel/buurtpleinen (cfr. speelpleintjesplan) - Installaties, machines en uitrusting - gemeenschapsgoederen.
Financieel advies:
Gunstig mits aanpassing visum FA 2026/00071 van Financiele dienst van 08 maart 2026
Enig artikel - De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met Regionaal Landschap Rivierenland 'Herinrichten van diverse speelpleinen in Bonheiden' goed, waarvan de tekst luidt als volgt:
1. Partners in de overeenkomst. De samenwerkingsovereenkomst ‘herinrichten van diverse speelpleinen in Bonheiden’ wordt afgesloten tussen:
1.1. Gemeente Bonheiden (hierna genoemd “de opdrachtgever”):
contactpersoon: Lode Van Looy
adres: Jacques Morrensplein 10 - B2820 Bonheiden
telefoon: +32 (0) 15 50 28 20
email: lode.vanlooy@bonheiden.be
contactpersoon: Ethel Van den Wijngaert
adres: Jacques Morrensplein 10 - B2820 Bonheiden
telefoon: +32 (0) 15 50 28 01
email: ethel.vandenwijngaert@bonheiden.be
en
1.2. Regionaal Landschap Rivierenland vzw (hierna genoemd “de opdrachtnemer”):
contactpersoon: Ankatrien Boulanger
adres: Hallestraat 6 - B2800 Mechelen
ondernemingsnummer: 0899.152.980.
Het voorliggend document werd opgemaakt te Mechelen, op 26/02/2026 in 2 exemplaren waarbij elke partij verklaart één exemplaar te hebben ontvangen.
| Ankatrien Boulanger |
Lode Van Looy |
Ethel Van den Wijngaert |
| coördinator RLRL |
burgemeester |
algemeen directeur |
2. Voorstelling Regionaal Landschap Rivierenland
Regionaal Landschap Rivierenland (RLRL) is een samenwerkingsverband van overheden (Vlaams, provinciaal, gemeentelijk) en organisaties uit de sectoren natuur, landbouw, erfgoed, recreatie en jacht, actief in 23 gemeenten rond de benedenlopen van de Nete, Dijle, Zenne, Rupel en Schelde.
Via structurele ondersteuning en concrete projecten ondersteunt RLRL gemeenten, particulieren en andere partners in diverse projecten waarbij we bruggenbouwers zijn binnen de domeinen van landschapszorg, biodiversiteit, erfgoed, klimaat en recreatie.
Regionaal Landschap Rivierenland is een divers team bestaande uit biologen, groenmanagers, landschapsarchitecten, geografen, ruimtelijke planners, communicatiedeskundigen, milieudeskundigen… wat een sterk interdisciplinaire aanpak mogelijk maakt. Verder beschikt het regionaal landschap over een ruim gebiedskennis en een uitgebreid netwerk van lokale en bovenlokale actoren.
RLRL werkt vanuit een participatieve aanpak en zorgt zo voor draagvlak en concrete voorstellen voor realisatie van projecten. Elk advies en elke inrichting vertrekt vanuit ecologische kennis van soorten en biotopen en houdt rekening met cultuurhistorische landschapswaarden. Zo bouwt RLRL samen met haar partners aan een klimaatrobuust, ecologisch en cultuurhistorisch waardevol landschap!
3. Projectbeschrijving:
Dit voorstel is gebaseerd op het overleg tussen de gemeente en RLRL dat plaatsvond op vrijdag 05 september 2025 voor het herinrichten van diverse speelpleinen op het grondgebied van de gemeente Bonheiden en is in overleg met de gemeente op maat verfijnd. De kostenraming is gebaseerd op basis van huidig geldende dagprijs (€ 550,00/dag).
3.1. Locatie en opdracht
De verschillende speelpleinen zijn verspreid over het grondgebied van de gemeente Bonheiden. De terreinen bevinden zich in diverse woonbuurten en/of sluiten aan bij openbare gebouwen, elk met specifieke ruimtelijke kenmerken en gebruikers. De bestaande speelterreinen zijn verouderd en voldoen niet langer aan de maatschappelijke en hedendaagse normen voor een klimaatbestendige, natuur- en onderhoudsvriendelijke en gebruikersvriendelijke ruimte. De gemeente Bonheiden heeft een duidelijke toekomstvisie uitgewerkt voor de toekomst van de verschillende speelterreinen. De gemeente wil sterk inzetten op een duidelijke differentiatie van het huidig aanbod van de diverse speelterreinen.
De speelterreinen worden uitgebouwd tot gezellige buurtpleinen met natuurlijke speelprikkels en beperkt onderhoud. De buurtpleinen zijn voornamelijk gericht op spontane ontmoetingen tussen buurtbewoners.
Het bijgevoegd kader vormt een duidelijk overzicht van de verschillende speelterreinen binnen het grondgebied van Bonheiden. De onderstaande speelterreinen worden opgenomen in deze opdracht ‘herinrichten van diverse speelpleinen in Bonheiden’.
|
|
oprichtingsjaar |
oppervlakte |
type |
| speelplein Bareelveld-Tramweg |
2004 |
ca. 4.550,00m² |
middelgroot |
| speelplein Kerseleerveld |
2006 |
ca. 2.000,00m² |
|
| speelplein Kapelweg-Ravennestlaan |
2002 |
ca. 1.550,00m² |
|
| speelplein Kleinbeeklei |
2000 |
ca. 1.000,00m² |
|
| speelplein Venneboslaan |
2001 |
ca. 800,00m² |
klein |
| speelplein Krekelweg |
1999 |
ca. 750,00m² |
|
| speelplein Kloosterplein |
2018 |
ca. 600,00m² |
Er worden jaarlijks één tot twee speelterreinen geselecteerd om het volledige traject voor herinrichten te doorlopen. De selectie van de speelterreinen gebeurt in overleg met het Regionaal Landschap Rivierenland en de gemeente Bonheiden.
De opdracht strekt zich uit over een periode van zes jaar, de opdracht wordt gefaseerd. De voorgestelde termijnen zijn indicatief en afhankelijk van het verloop van het project. Het bijgevoegd kader vormt een overzicht van de termijnen van de opdracht. De onderstaande termijnen werd opgesteld in samenspraak met de gemeente Bonheiden.
|
|
omschrijving van de opdracht |
| 2026 |
speelplein Krekelweg + speelplein Venneboslaan |
| 2027 |
speelplein Bareelveld-Tramweg |
| 2028 |
speelplein Kerseleerveld + speelplein Kloosterplein |
| 2029 |
- |
| 2030 |
speelplein Kapelweg-Ravennestlaan |
| 2031 |
speelplein Kleinbeeklei |
3.2. Plan van aanpak
Het plan van aanpak (kern van de opdracht) wordt algemeen beschreven, passend voor de verschillende speelterreinen. Het plan van aanpak kan beperkt wijzigen op basis van specifieke noden van een speelterrein in samenspraak met alle betrokken actoren. Ons voorstel voor de aanpak van deze opdracht bestaat uit volgende delen:
(1) het inventariseren van de bestaande toestand, inclusief het opstellen en uitvoeren van een participatietraject met de gemeente Bonheiden en betrokken buurtbewoners en het analyseren van de ruimtelijke omgeving
(2a) het opmaken van een volledig uitvoeringsdossier
(2b) indien verplicht - het opmaken van een vergunningsdossier
(3) het opmaken van een volledig aanbestedingsdossier, inclusief het aanstellen van de aannemer voor het uitvoeren van de werken
(4) Het coördineren van de uitvoeringswerken
Onderstaande omschrijving geeft weer welke taken RLRL zal opnemen en welke taken de gemeente zelf dient uit te voeren.
Deel 1: inventariseren van de bestaande toestand + participatiemoment
De bestaande toestand wordt geïnventariseerd. De verschillende betrokken partijen worden in kaart gebracht en bevraagd naar een gewenst toekomstbeeld van het speelterrein. RLRL voert volgende taken uit in de opdracht:
Binnen ‘deel 1: inventariseren van de bestaande toestand’ worden de onderstaande taken niet standaard uitgevoerd door RLRL. Deze opdrachten kunnen indien gewenst / noodzakelijk - worden opgenomen door RLRL, in samenspraak met de gemeente Bonheiden, waarbij de bijkomende werktijd zal gefactureerd worden aan het standaardtarief:
Deel 2a: opmaak van het uitvoeringsdossier.
De ontwerpplannen van de nieuwe toestand worden opgesteld, gebaseerd op de resultaten van deel 1. De financiële haalbaarheid wordt gedefinieerd. Het dossier wordt in samenspraak met de gemeente Bonheiden opgemaakt en houdt maximaal rekening met de gemeentelijke beleidsplannen en -kaarten zoals het (klimaats)beleidsplan, hemelwater-droogteplan en omgevingsanalyse.. RLRL voert volgende taken uit in de opdracht.
Binnen ‘deel 2a: opmaak van het uitvoeringsdossier’ worden de onderstaande taken niet standaard uitgevoerd door RLRL. Deze opdrachten kunnen - indien gewenst / noodzakelijk - worden opgenomen door RLRL, in samenspraak met de gemeente Bonheiden, waarbij de bijkomende werktijd zal gefactureerd worden aan het standaardtarief:
Binnen ‘deel 2a: opmaak van het uitvoeringsdossier’ worden de onderstaande taken niet uitgevoerd door RLRL. Deze opdrachten kunnen worden opgenomen door een externe partner, in samenspraak met de gemeente Bonheiden.
Deel 2b: indien verplicht - opmaak van een vergunningsdossier.
De ontwerpplannen bevatten vergunningsplichtige handelingen. Het vergunningsdossier wordt opgesteld en ingediend in samenspraak met de gemeente Bonheiden. RLRL voert volgende taken uit in de opdracht.
Binnen ‘deel 2b: opmaak van een vergunningsdossier’ worden de onderstaande taken niet standaard uitgevoerd door RLRL. Deze opdrachten kunnen - indien gewenst / noodzakelijk - worden opgenomen door RLRL, in samenspraak met de gemeente Bonheiden, waarbij de bijkomende werktijd zal gefactureerd worden aan het standaardtarief:
Binnen ‘deel 2b: opmaak van een vergunningsdossier’ worden de onderstaande taken niet uitgevoerd door RLRL. Deze opdrachten worden opgenomen door de gemeente Bonheiden
Deel 3: opmaak van het aanbestedingsdossier + aanstellen van de aannemer
Het aanbestedingsdossier van de nieuwe toestand wordt opgesteld, gebaseerd op de resultaten van deel 2a/2b. De uitvoerder (aannemer en/of groendienst) van de opdracht wordt afgestemd met de gemeente Bonheiden. RLRL voert volgende taken uit in de opdracht.
Deel 4: coördinatie van de uitvoeringswerken
De uitvoeringswerken van de nieuwe toestand worden gecoördineerd, gebaseerd op de resultaten van deel 3. De verantwoordelijkheid van de uitvoeringswerken blijft bij de gemeente Bonheiden. RLRL voert volgende taken uit in de opdracht:
Binnen ‘deel 4: coördinatie van de uitvoeringswerken’ worden de onderstaande taken niet standaard uitgevoerd door RLRL. Deze opdrachten kunnen - indien gewenst / noodzakelijk - worden opgenomen door RLRL, in samenspraak met de gemeente Bonheiden, waarbij de bijkomende werktijd zal gefactureerd worden aan het standaardtarief:
4. Samenvatting taakverdeling
| Gemeente Bonheiden | RLRL |
| Deel 1: inventariseren van bestaande toestand + participatiemoment | |
|
|
| Deel 2a: opmaak van het uitvoeringsdossier |
|
|
|
| Deel 2b: indien verplicht - opmaak van een vergunningsdossier |
|
|
|
|
Deel 3: opmaak van het aanbestedingsdossier + aanstellen van de aannemer
|
|
|
|
|
Deel 4: coördinatie van de uitvoeringwerken
|
|
|
|
5. Kostenraming
De kostenraming binnen de opdracht wordt opgesteld op basis van het type en de oppervlakte van de speelterreinen, met name een klein en middelgroot speelterrein. De kostenraming is een inschatting op basis van verworven ervaring van voorgaande projecten. Het aantal werkdagen varieert per categorie, afhankelijk van de omvang van het speelterrein.
Er worden twee afzonderlijke kostenramingen uitgewerkt. De kostenraming is telkens het richtinggevend bedrag voor het uitvoeren van de opdracht, per speelterrein. Indien meer werkdagen werden ingeschat dan noodzakelijk, worden de overige dagen doorgeschoven naar het volgende jaar. Indien te weinig werkdagen worden ingeschat, wordt in overleg met de gemeente Bonheiden beslist om taken uit te stellen, te schrappen en/of extra werkuren/-dagen te vergoeden.
Vanuit de basisdienstverlening (basiswerking) van RLRL worden de volgende opdrachten opgenomen in de voorliggende opdracht:
kostenraming - personeelskosten RLRL (incl. BTW)
type: klein speelterrein
deel 1: inventariseren van bestaande toestand + participatiemoment
kostprijs € 2.200,00 (= 4 werkdagen)
deel 2a: opmaak van het uitvoeringsdossier
kostprijs € 3.300,00 (= 6 werkdagen)
deel 3: opmaak van het aanbestedingsdossier + aanstellen van een uitvoerende partij
kostprijs € 1.650,00 (= 3 werkdagen)
deel 4: coördinatie van de uitvoeringswerken
kostprijs € 1.650,00 (= 3 werkdagen)
totale kostprijs € 8.800,00 (= 16 werkdagen)
De kostprijs is excl. deel 2b ‘vergunningsdossier’ aan € 1.650,00 (= 3 werkdagen)
kostenraming - personeelskosten RLRL (incl. BTW)
type: middelgroot speelterrein
deel 1: inventariseren van bestaande toestand + participatiemoment
kostprijs € 3.300,00 (= 6 werkdagen)
deel 2a: opmaak van het uitvoeringsdossier
kostprijs € 5.500,00 (= 10 werkdagen)
deel 3: opmaak van het aanbestedingsdossier + aanstellen van een uitvoerende partij
kostprijs € 3.300,00 (= 6 werkdagen)
deel 4: coördinatie van de uitvoeringswerken
kostprijs € 2.750,00 (= 5 werkdagen)
totale kostprijs € 14.850,00 (= 27 werkdagen).
De kostprijs is excl. deel 2b ‘vergunningsdossier’ aan € 1.650,00 (= 3 werkdagen)
Op basis van de vastgestelde termijnen (zie projectbeschrijving) wordt onderstaand overzicht van de kostenraming opgesteld met jaarlijkse richtprijzen van de opdracht. Aan het begin van elk kalenderjaar wordt een addendum opgemaakt op basis van voorliggende overeenkomst. De opdracht wordt geconcretiseerd en de jaarlijkse onkosten worden gespecifieerd.
De werkdagen worden optimaal ingezet. Gelijklopende opdrachten kunnen worden gebundeld om het aantal werkdagen te reduceren, ten voordele van de gemeente Bonheiden. Het koppelen van opdrachten wordt opgenomen in het jaarlijks addendum. Diverse voorbeelden zijn het koppelen van participatiemomenten van speelterreinen in dezelfde buurt, het opmaken van één overschrijdend aanbestedingsdossier voor speelterreinen…. Binnen het aantal werkdagen en de kostenraming van het overzicht werd het opstellen van een vergunningsdossier niet opgenomen.
|
|
Omschrijving van de opdracht |
raming |
#dagen |
| 2026 |
speelplein Krekelweg + speelplein Venneboslaan |
€ 17.600,00 |
32d. |
| 2027 |
speelplein Bareelveld-Tramweg |
€ 14.850,00 |
27d. |
| 2028 |
speelplein Kerseleerveld + speelplein Kloosterplein |
€ 23.650,00 |
43d. |
| 2029 |
- |
- |
- |
| 2030 |
speelplein Kapelweg-Ravennestlaan |
€ 14.850,00 |
27d. |
| 2031 |
speelplein Kleinbeeklei |
€ 14.850,00 |
27d. |
| TOTAAL |
€ 85.800,00 |
156d. |
|
Voor een RLRL-medewerker wordt er in 2026 een dagprijs van 550,00 euro incl. BTW gerekend. Deze kostenraming voor personeelskosten is inclusief de vervoersonkosten en (eventuele) kosten voor het gebruik van een digitaal platform. Bovenstaande raming is berekend op de huidige dagprijs maar kan wijzigen indien het bestuur van RLRL beslist om de dagprijs te indexeren. Indien er een wijziging zou zijn tijdens de looptijd van deze samenwerkingsovereenkomst, zal RLRL de op dat moment geldende dagprijs tijdig en transparant communiceren.
We werken met een kostenraming op maat van de vraag, waarbij het aantal nodige werkdagen wordt ingeschat op basis van ervaring van voorgaande projecten. Dit zal met de gemeente besproken worden en gedurende de overeenkomst geëvalueerd worden. Binnen de werkdagen/uren die worden aangerekend aan de gemeente is enkel de tijd opgenomen waarbij de RLRL-medewerker taken uitvoert die specifiek zijn voor de opdracht van de gemeente.Wanneer het aantal aangerekende dagen een overschatting zou blijken te zijn, worden deze niet-gepresteerde dagen niet in rekening gebracht.
Wanneer de vooropgestelde dagen ontoereikend blijken om de opdracht te voltooien, dan wordt na overleg verwacht dat de gemeente eventuele extra werkuren/dagen vergoedt, indien het gewenst is de opdracht in hetzelfde jaar af te ronden.
Wanneer de gemeente tijdens de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst de opdracht wil uitbreiden, zal RLRL een uitbreiding van het aantal dagen voorstellen aan de gemeente. Bij akkoord wordt de beschrijving van de aanvullende opdracht en de overeenkomstige kostenraming toegevoegd in bijlage van de ondertekende overeenkomst.
40,00% van de loonkost kan bij aanvang van de opdracht worden gefactureerd. De overige 60,00% wordt bij het afleveren van de plannen gefactureerd. De facturatie kan ook worden opgesteld naargelang de diverse projectfasen. Facturen ingestuurd door RLRL aan de gemeente worden betaald binnen een termijn van 30 kalenderdagen op rekeningnummer IBAN BE40 5230 8028 5763 (BIC TRIOBEBB) van RLRL.
Bijlage 1: Algemene voorwaarden
1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op deze overeenkomst. Deze voorwaarden hebben ook voorrang op de algemene voorwaarden van de opdrachtgever, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. Afwijkende of aanvullende bepalingen zijn alleen geldig indien deze schriftelijk en uitdrukkelijk zijn overeengekomen, en zijn in dat geval enkel een vervanging of aanvulling op de specifieke bepalingen waarop zij betrekking hebben; de overige bepalingen van de algemene voorwaarden blijven onverkort van toepassing.
2. Door de ondertekening van de overeenkomst verklaart de opdrachtgever kennis te hebben genomen van deze voorwaarden en deze te hebben aanvaard.
3. De overeenkomst wordt als voldaan aanzien op het moment dat de diensten volledig zijn uitgevoerd en de beëindiging is bevestigd door het RLRL en de opdrachtgever, al dan niet na een gezamenlijke terreincontrole. De noodzaak van een gezamenlijke terreincontrole wordt bepaald door RLRL en is afhankelijk van het project.
4. Indien als deel van het project bepaalde werken moeten uitgevoerd worden, die door RLRL gecoördineerd en opgevolgd worden, zorgt de gemeente voor de aanbesteding van het contract en sluit deze hiervoor ook het contract af met de aannemer, tenzij anders vermeld.
5. Indien één van de partners in deze overeenkomst deze wenst op te zeggen, wordt de lopende fase nog afgewerkt en betaald, tenzij in onderlinge overeenkomst een andere regeling wordt getroffen. De resterende voorziene fasen worden niet meer uitgevoerd noch betaald. Alle reeds gemaakte (personeels)kosten worden 100% vergoed aan RLRL. De annulatie van de overeenkomst gaat in één maand na de schriftelijke melding van de vraag tot opzegging aan de aangeduide contactpersoon van RLRL en de partners.
6. Indien de opdrachtgever acties of handelingen voorstelt die indruisen tegen de doelstellingen zoals voorzien in de statuten van RLRL, onafhankelijk van het feit of hiervoor de nodige vergunningen werden verkregen, behoudt RLRL zich het recht voor om te weigeren deze uit te voeren en, waar nodig, de overeenkomst te verbreken.
7. RLRL is als door de overheid gesubsidieerde vzw verplicht de wet op de overheidsopdrachten te volgen. Voor de uitvoering van landschapswerken wordt jaarlijks een raamcontract aangegaan met een sociaal economiebedrijf.
8. RLRL stelt waar relevant een werfverslag op en stuurt dit digitaal door naar de relevante partijen. Opmerkingen op dit werfverslag moeten per mail overgemaakt worden ten laatste op de 7e kalenderdag na verzending van het verslag, tenzij expliciet anders afgesproken. Indien er geen opmerkingen worden ontvangen binnen deze afgesproken tijd wordt verondersteld dat men akkoord gaat met de inhoud van het werfverslag.
9. Het indienen van de vergunningsaanvraag is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. RLRL ondersteunt de opdrachtgever bij de opmaak van het dossier voor het verkrijgen van de vereiste vergunningen ter uitvoering van dezeovereenkomst, tenzij hierover andere afspraken werden gemaakt tussen opdrachtgever en RLRL. Indien de vergunning geweigerd wordt en het project hierdoor niet of slechts deels kan uitgevoerd worden, zullen de reeds gemaakte (personeels)kosten 100% vergoed worden aan RLRL.
10. RLRL bekijkt binnen elk project welke eventuele subsidies kunnen aangesproken worden en zet zich maximaal in om zo kostenefficiënt mogelijk te werken. Indien er gebruikt gemaakt wordt van subsidiëring vanuit de basiswerking van RLRL, moet er gebruik gemaakt worden van het raamcontract met het sociaal economiebedrijf aangesteld door RLRL. Dubbele subsidiëring is echter niet mogelijk: bij gesubsidieerde projecten kan er geen gebruik gemaakt worden van de financiële steun die RLRL vanuit de basiswerking kan geven. Indien een bepaalde subsidie niet wordt toegekend en het project hierdoor niet verder kan gezet worden, worden de tot dan toe door RLRL gemaakte (personeels)kosten 100% vergoed.
11. Eventuele tekortkomingen bij de uitvoering van de in deze overeenkomst behandelde werken en eventuele schade aan het eigendom als gevolg van de uitvoering van de in deze overeenkomst behandelde werken, zullen worden verhaald op de aannemer van de werken.
12. RLRL werkt pesticidenvrij en maakt bij aanplantingen gebruik van inheems, en waar mogelijk, autochtoon plantgoed, tenzij er wetenschappelijke of cultuurhistorische redenen zijn om hiervan af te wijken. Er is geen garantie of terugbetaling bij uitval van plantgoed.
13. De opdrachtgever staat in voor de instandhouding en het onderhoud van de landschapselementen volgens de zorgplicht en dit gedurende een minimum van 10 jaar. Hij vervangt afgestorven of beschadigde planten in het eerstvolgende plantseizoen met autochtoon plantmateriaal. Hij onthoudt zich alle maatregelen die het bestaan van de landschapselementen geheel of gedeeltelijk kan bedreigen of doen verdwijnen. De opdrachtgever kan via een overeenkomst op maat bij RLRL beroep doen op het Loket Onderhoud Buitengebied voor het coördineren en uitvoeren van reguliere beheerwerken van het terrein (LOB-overeenkomst).
14. De opdrachtgever geeft de toestemming tot publicatie van de resultaten van deze werken in de pers. Wanneer de opdrachtgever een persmoment wil organiseren, vragen wij dat dit vooraf met RLRL wordt besproken. Bij elke communicatie dienen de betrokken partners en bijhorende logo’s vermeld te worden.
Clausule aansprakelijkheid voor hulppersonen
15. Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld in deze overeenkomst, en voor zover toegestaan door de wet, zijn alle vorderingen, verplichtingen of aansprakelijkheden (direct of indirect) die voortvloeien uit of verband houden met in deze overeenkomst opgenomen verbintenissen van Regionaal Landschap Rivierenland vzw uitsluitend afdwingbaar tegen Regionaal Landschap Rivierenland vzw zelf.
16. De opdrachtgever doet uitdrukkelijk en onherroepelijk afstand (voor zichzelf en namens haar verbonden Ondernemingen) van enige vordering en recht in verband met deze overeenkomst jegens hulppersonen van Regionaal Landschap Rivierenland vzw, behoudens in de gevallen die uitdrukkelijk door de wet zijn voorzien.
17. Niettegenstaande het bovenstaande mag niets in dit document worden geïnterpreteerd als een beperking of afstand van de rechten van Regionaal Landschap Rivierenland vzw om vorderingen in te stellen tegen, rechtsmiddelen te zoeken bij, of de aansprakelijkheid op zich te nemen van een hulppersoon die namens Regionaal Landschap Rivierenland vzw enige overeenkomst heeft ondertekend, of verplichting uit hoofde van deze overeenkomst heeft uitgevoerd, voor zover toegestaan door de Wet.
18. Deze clausule is van toepassing op zowel (buiten)contractuele aansprakelijkheden.
19. Deze clausule blijft van kracht na de beëindiging of afloop van deze overeenkomst en is van toepassing op alle vorderingen, procedures, schadevergoedingseisen, aansprakelijkheden en kosten in verband met deze overeenkomst.
De gemeente Bonheiden is deelnemer aan de opdrachthoudende vereniging PONTES.
Op 23/04/2026 vindt er een bijzondere algemene vergadering (BAV) plaats.
Aangezien de vertegenwoordiger van de gemeente in vergaderingen van deze opdrachthoudende vereniging moet handelen volgens de instructies van de gemeenteraad, moet de agenda van deze bijzondere algemene vergadering vooraf aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de agenda goed te keuren.
De gemeente Bonheiden is deelnemer aan de opdrachthoudende vereniging PONTES.
Op 23/04/2026 vindt er om 19.00 u. een digitale bijzondere algemene vergadering plaats.
Volgende punten staan geagendeerd:
Bestuur: verlenging statutaire duur werking Pontes (verzoek van de leden-deelgemeenten) – kennisname
Bestuur: statutaire duur werking Pontes (verlenging en herbevestiging beheersoverdracht) – goedkeuring
Varia en rondvraag
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de agenda goed te keuren.
Wim Van der Donckt, namens de fractie N-VA, stelt volgend amendement voor:
Gelet op:
Overwegende dat:
Beslist het voorliggende ontwerpbesluit als volgt te amenderen:
Artikel 1 (gewijzigd):
De gemeenteraad keurt de agenda van de bijzondere algemene vergadering van PONTES van 23 april 2026 niet goed.
Artikel 2 (nieuw):
De vertegenwoordiger van de gemeente Bonheiden wordt overeenkomstig artikel 432 DLB gemandateerd om tegen alle agendapunten van de bijzondere algemene vergadering van PONTES van 23 april 2026 te stemmen.
Artikel 3 (nieuw):
De gemeenteraad beslist, met toepassing van artikel 445 en volgende van het Decreet Lokaal Bestuur en overeenkomstig de statutaire bepalingen van PONTES, principieel tot het opstarten van de procedure tot uittreding uit de opdrachthoudende vereniging PONTES.
Artikel 4 (nieuw):
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met:
Artikel 5 (nieuw):
Deze beslissing wordt onverwijld overgemaakt aan de opdrachthoudende vereniging PONTES overeenkomstig artikel 432, §3 DLB.
Toelichting:
Dit amendement concretiseert de decretale bevoegdheid van de gemeenteraad om instructies te geven aan haar vertegenwoordiger en maakt gebruik van de in het Decreet Lokaal Bestuur voorziene mogelijkheid tot uittreding uit een opdrachthoudende vereniging. Het beoogt een principiële beleidsbeslissing die nadien verder juridisch en financieel wordt uitgewerkt.
Dit amendement wordt met 11 stemmen ja (Jan Fonderie, Guido Vaganée, Geert Teughels, Wim Van der Donckt, Karl Theerens, Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) en 14 stemmen nee (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs) verworpen.
Artikel 1 - Neemt kennis van de motiveringsnota van PONTES m.b.t. de verlenging van haar werking.
Artikel 2 - Beslist om aan de algemene vergadering van PONTES te verzoeken om tot een statutaire verlenging van de bestaansduur over te gaan.
Artikel 3 - Hecht goedkeuring aan de agendapunten van de Bijzondere algemene vergadering van PONTES die op 23/04/2026 plaatsvindt, en aan de daarbij horende documentatie nodig voor het onderzoek van de volgende agendapunten:
Bestuur: verlenging statutaire duur werking Pontes (verzoek van de leden-deelgemeenten) – kennisname
Bestuur: statutaire duur werking Pontes (verlenging en herbevestiging beheersoverdracht) – goedkeuring
Varia en rondvraag
Artikel 4 - Keurt de verlenging van de statutaire duur van PONTES goed en herbevestigt de beheersoverdracht van het crematoriumbeheer in de zin van artikel 2 van het Decreet van 16/01/2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging aan IGS PONTES OV.
Artikel 5 - Verleent aan zijn afgevaardigde(n) in de bijzondere algemene vergadering van 23/04/2026 van de intergemeentelijke vereniging PONTES het mandaat om te beraadslagen en te beslissen, overeenkomstig voormeld besluit.
Artikel 6 - Bevestigt de aanstelling van Yves Goovaerts als afgevaardigde en Lukas De Backer, als plaatsvervanger, aangeduid door de gemeenteraad in de zitting van 29/01/2025.
Artikel 7 - Zendt een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de opdrachthoudende vereniging PONTES, gevestigd J. Moretuslei 2 te 2610 Wilrijk.
De voorzitter sluit de zitting op 25/03/2026 om 22:16.
Namens Gemeenteraad,
Ethel Van den Wijngaert
algemeen directeur
Daan Versonnen
voorzitter gemeenteraad