De voorzitter opent de zitting op 17/06/2026 om 20:07.
De notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 27/05/2026 worden ter goedkeuring voorgelegd.
27/05/2026: Vergadering gemeenteraad waarvan de notulen ter goedkeuring worden voorgelegd.
Enig artikel - Keurt de notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 27/05/2026 goed.
In overeenstemming met het kader voor organisatiebeheersing dat werd goedgekeurd op de raden van 17/12/2025 en overeenkomstig artikel 219 uit het Decreet over het lokaal bestuur, stelde de algemeen directeur dit beheersrapport op. Het wordt ter kennisgeving voorgelegd aan de gemeenteraad.
Het is de eerste keer dat er op deze manier gerapporteerd wordt over organisatiebeheersing sinds het nieuwe kader - en dus ook de nieuwe manier van werken - van kracht is. Dit rapport wordt beschouwd als nulmeting of als eerste referentiepunt en zal vooral inzicht bieden in de voornaamste resultaten van die nulmeting (in plaats van een terugblik), een huidige stand van zaken geven en een vooruitblik doen naar de beheersacties die het managementteam vooropstelt.
De voornaamste inzichten uit de nulmeting tonen, naast de geïdentificeerde risico’s, ook duidelijk aan dat de organisatie vandaag al over belangrijke sterktes en een groeiende maturiteit beschikt. In het bijzonder scoren financieel management, ICT en personeelsbeleid consequent sterk, wat wijst op een degelijke, betrouwbare en professioneel uitgebouwde ondersteuning van de kernwerking. Zo beschikt de organisatie over een goed onderbouwde financiële planning en rapportering, een kwaliteitsvolle en veilige ICT-omgeving en een personeelsbeleid dat inzet op welzijn, correcte administratieve processen en de ondersteuning van medewerkers. Ook binnen andere thema’s zijn er duidelijke fundamenten aanwezig. De organisatie houdt rekening met signalen van burgers en externe partners en zet in op samenwerking, terwijl er al goede basisstructuren aanwezig zijn op vlak van organisatie, communicatie en het beheer van middelen en contracten. Deze vaststellingen tonen aan dat de organisatie niet van nul vertrekt, maar verder bouwt op een solide en gedragen basis. Dit geeft vertrouwen dat de geïdentificeerde verbeteracties effectief gerealiseerd kunnen worden en dat de organisatie de komende jaren gericht kan doorgroeien naar een meer geïntegreerde, uniforme en sturingsgerichte werking.
Uit de thematische scan blijkt dat de organisatie al over heel wat fundamenten beschikt, maar dat de grootste verbeterkansen zich situeren in monitoring, doelstellingen en procesmanagement, organisatiestructuur en organisatiecultuur. Die vier thema’s verdienen prioritaire aandacht in het verdere beheersactieplan, omdat ze sterk samenhangen en een directe impact hebben op de slagkracht van de organisatie.
Overkoepelend komen vijf belangrijke inzichten terug:
Daarom wordt expliciet voorgesteld om niet vanuit tien losse thema’s te werken, maar steeds vier organisatiebrede hefbomen in het achterhoofd te houden: eigenaarschap, standaardisering, monitoring en continuïteit.
Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
Organisatiebeheersing is het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat men:
1° de vastgelegde doelstellingen bereikt en de risico's om deze te bereiken kent en beheerst;
2° wetgeving en procedures naleeft;
3° over betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikt;
4° op een effectieve en efficiënte wijze werkt en de beschikbare middelen economisch inzet;
5° de activa beschermt en fraude voorkomt.
Het organisatiebeheersingssysteem bepaalt op welke wijze de organisatiebeheersing van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen, procedures en de aanwijzing van de personeelsleden en organen die ervoor verantwoordelijk zijn, en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden die bij het organisatiebeheersingssysteem betrokken zijn.Het organisatiebeheersingssysteem beantwoordt minstens aan het principe van functiescheiding waar mogelijk en is verenigbaar met de continuïteit van de werking van de diensten.
Het organisatiebeheersingssysteem wordt vastgesteld door de algemeen directeur, na overleg met het managementteam. Het algemene kader van het organisatiebeheersingssysteem en de elementen daarin die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.
De algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau over de organisatiebeheersing. Die rapportering gebeurt jaarlijks uiterlijk voor 30 juni van het daaropvolgende jaar.
Met behoud van de toepassing van artikel 57, 85 en 196 kan de algemeen directeur, binnen de grenzen van het organisatiebeheersingssysteem, zijn bevoegdheden toevertrouwen aan andere personeelsleden van de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. Ook de financieel directeur kan zijn bevoegdheden toevertrouwen aan andere personeelsleden van de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. In beide gevallen gebeurt dat schriftelijk en met een ondubbelzinnige omschrijving van de toegekende bevoegdheden en de daaraan verbonden opdrachten, middelen en rapporteringsverplichtingen.
De toepassing van het eerste lid ontslaat de algemeen directeur of de financieel directeur nooit van zijn verantwoordelijkheid.
Enig artikel - Neemt kennis van de rapportage organisatiebeheersing juli 2025 - juni 2026.
Het Decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de algemeen directeur jaarlijks aan de gemeenteraad moet rapporteren over de klachten die ingediend werden tegen het gemeentebestuur.
Er werden in 2025, 55 klachten ingediend bij het gemeentebestuur, waarvan 24 niet-ontvankelijk verklaard werden.
Het Decreet over het lokaal bestuur, Titel 6, Hoofdstuk 1.
Enig artikel - Neemt kennis van de klachtenanalyse 2025, toegevoegd als bijlage aan dit besluit.
In het kader van de openbare veiligheid nam de burgemeester een beslissing.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd navermeld besluit te bekrachtigen:
01/06/2026: Besluit van de burgemeester houdende ophaling PMD-zakken speelveld Kerseleerveld i.v.m. ongedierte.
Enig artikel - Bekrachtigt het besluit van de burgemeester van 01/06/2026 m.b.t. het ophalen van vuilzakken n.a.v. openbare orde en veiligheid
In het kader van de tweede pensioenpijler voor contractuelen wordt aan de gemeenteraad gevraagd kennis te nemen van de wijzigingen in het kader van het revisietraject 2025 van het OFP Prolocus, alsook om deze goed te keuren.
Het bestuur voorziet in een tweede pensioenpijler voor contractueel personeel. Tot 31/12/2021 was het bestuur voor deze groepsverzekering aangesloten bij Ethias en Belfius Insurance. Deze verzekeraars hebben op 23/06/2021 de lopende groepsverzekeringsovereenkomst per 01/01/2022 opgezegd. Teneinde de continuïteit in de tweede pensioenpijler te verzekeren is het bestuur vanaf 01/01/2022 aangesloten bij OFP Prolocus.
Het OFP PROLOCUS in de eerste helft van 2025 een aantal sleuteldocumenten herzien heeft in het kader van haar revisietraject “passiva-zijde” (m.b.t. pensioenverplichtingen), met name:
Het gaat voornamelijk om technisch-juridische aanpassingen, met als doel om de teksten beter te laten aansluiten bij de praktijk.
Daarnaast werden er ook een aantal inhoudelijke wijzigingen aangebracht, zoals bijvoorbeeld in de beheersovereenkomst:
en in het financieringsplan:
In het kader van het revisietraject werden er ook een aantal technisch-juridische wijzigingen aan het Kaderreglement Tweede Pensioenpijler Contractanten (hierna “het Kaderreglement”) en aan het Bijzonder Reglement voorgesteld, hoofdzakelijk met als doel om het beheer van het DC-Plan te vereenvoudigen. Ook het Kaderreglement zelf bepaalde dat het begin 2025 door de sociale partners moest geëvalueerd worden, met mogelijks een bijsturing tot gevolg. De voorgestelde wijzigingen aan het Kaderreglement werden besproken in het Comité C1.
Bovenvermelde documenten werden goedgekeurd op de Raad van Bestuur van het OFP Prolocus van 23/05/2025, en bekrachtigd op de Algemene Vergadering van 17/06/2025. Het Kaderreglement werd goedgekeurd in het Protocol van Akkoord van 12/11/2025 van het Comité C1.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement goed te keuren, en om in te stemmen met de bijlage bij de Toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.
Artikel 1 - Neemt kennis van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan, alsook van het gewijzigde Kaderreglement en het in uitvoering daarvan gewijzigde Bijzonder Reglement.
Artikel 2 - Keurt de wijzigingen aan haar Bijzonder Reglement goed.
Artikel 3 - Stemt in met de bijlage bij de Toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.
Artikel 4 - Geeft aan de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur het mandaat om de bijlage bij de Toetredingsakte en het Bijzonder Reglement te ondertekenen, en verzoekt de personeelsdienst om deze documenten op de gevraagde wijze zo spoedig mogelijk ter beschikking te stellen van het OFP Prolocus.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de opstart en opmaak goed te keuren van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Woonzonering’ en de gekoppelde stedenbouwkundige verordening ‘Wonen’. Met deze instrumenten wenst de gemeente een uniform, hedendaags en transparant ruimtelijk kader voor wonen uit te werken, waarbij verouderde BPA’s, het RUP zonevreemde woningen en oudere verkavelingsvoorschriften gefaseerd worden vervangen. De opdracht wordt via samenwerkingsovereenkomst toevertrouwd aan IGEMO voor een totaalbedrag van € 130.816,40, conform de bijgevoegde offerte.
De gemeente Bonheiden wordt vandaag geconfronteerd met een sterk versnipperd en historisch gegroeid ruimtelijk kader voor wonen. Doorheen de jaren werden verschillende ruimtelijke planningsinstrumenten gebruikt om de ruimtelijke ordening vorm te geven, waaronder het gewestplan, talrijke BPA’s, gemeentelijke RUP’s en een groot aantal verkavelingen met uiteenlopende voorschriften en ouderdom.
Binnen de deelgemeente Rijmenam wordt het ruimtelijk kader voornamelijk bepaald door oude BPA’s, die in veel gevallen sterk verouderd zijn en onvoldoende aansluiten bij hedendaagse woonvormen, bouwtechnieken en maatschappelijke verwachtingen. Zo bevatten bepaalde BPA’s nog voorschriften die het gebruik van hedendaagse materialen beperken, onrealistische inplantingen van bijgebouwen opleggen of zelfs niet gerealiseerde wegenstructuren voorzien.
Binnen de deelgemeente Bonheiden geldt voornamelijk het gewestplan aangevuld met het RUP zonevreemde woningen en verschillende verkavelingsvoorschriften. Het RUP zonevreemde woningen werd destijds opgemaakt in een andere maatschappelijke context waarin de focus voornamelijk lag op het bieden van bijkomende ontwikkelingsmogelijkheden en rechtszekerheid aan zonevreemde woningen. Rekening houdend met de huidige ruimtelijke uitdagingen en de principes van het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen voldoet dit instrument vandaag niet langer aan de gewenste ruimtelijke visie van de gemeente.
Daarnaast bevinden zich op het grondgebied talrijke verkavelingen van verschillende leeftijden, types en schaalgroottes die vaak naast elkaar gelegen zijn, maar sterk uiteenlopende voorschriften bevatten. Hierdoor ontstaat voor burgers, ontwerpers en vergunningverlenende overheden een weinig transparant en moeilijk uitlegbaar kader. Hoewel voor verkavelingen ouder dan 15 jaar afwijkingen mogelijk zijn en deze geen absolute weigeringsgrond meer vormen, blijven zij wel rechten genereren voor eigenaars en aanvragers. Dit leidt regelmatig tot een gevoel van ongelijkheid en willekeur.
Om toch tegemoet te komen aan hedendaagse woonnoden en maatschappelijke verwachtingen moet de dienst omgeving vandaag frequent gebruik maken van afwijkingsmogelijkheden binnen de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Dit zorgt voor bijkomende administratieve procedures, openbare onderzoeken en een aanzienlijke werklast voor de dienst. Ook handelingen die volgens het vrijstellingenbesluit normaal vergunningsvrij zouden zijn, vereisen hierdoor op bepaalde plaatsen alsnog een vergunning.
De gemeente wenst daarom één geïntegreerd gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Woonzonering’ op te maken met één uniform voorschriftenkader en één grafisch plan voor het volledige woongebied van de gemeente. Hierbij wordt bewust gekozen om de beide kernen, Bonheiden en Rijmenam, evenals specifieke zones waarvoor reeds aparte RUP’s werden opgemaakt zoals Meurop, ’d Elst, Peerlaarstraat, Gestelhoflei en Doornlaarstraat, buiten het toepassingsgebied te houden of afzonderlijk te onderzoeken. Het RUP ‘Woonzonering’ zal daarbij de stedenbouwkundige voorschriften op hoofdlijnen vastleggen, terwijl de verdere detaillering en concrete uitwerking van deze voorschriften zal worden geregeld via een daaraan gekoppelde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening.
Met dit nieuwe planningskader wenst de gemeente in te zetten op een duidelijk en hedendaags ruimtelijk beleid voor wonen, waarbij verschillende woonmilieus herkenbaar en transparant worden afgebakend. Hierbij wordt gestreefd om onder meer te werken met gekende benamingen zoals woonpark, wonen in het groen, woongebied met landelijk karakter en woonlinten. Dit om de herkenbaarheid bij de aanvrager te maximaliseren.
Het nieuwe RUP dient bovendien in overeenstemming te zijn met de gemeentelijke woonbehoeftestudie en het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen waarbij ingezet wordt op kernversterking en het beperken van bijkomende verdichting in het buitengebied. Verdere ontwikkeling van woongebieden die niet aan een voldoende uitgeruste weg gelegen zijn, wordt daarbij als niet-wenselijk beschouwd.
Binnen bosrijke woonomgevingen wenst de gemeente bijkomende aandacht te besteden aan het behoud van aanwezige bomenbestanden en het vrijwaren van voldoende open groene ruimte op private percelen. In meer landelijke zones dient de bebouwing lager en meer open te blijven met voldoende brede zijtuinstroken, zodat het openruimtegevoel behouden blijft. Voor de Putsesteenweg zal onderzocht worden waar bijkomende verdichting eventueel ruimtelijk wenselijk kan zijn. Langs belangrijke invalswegen zoals de Rijmenamseweg, Mechelsesteenweg, Waversesteenweg en Muizensteenweg wil de gemeente het groene karakter versterken door middel van diepere voortuinstroken en bijkomende groenaanplanting om licht-, lucht- en geluidshinder beter te bufferen.
Daarnaast wenst de gemeente binnen het RUP en de verordening wonen ook een meer diverse mix van woontypologieën mogelijk te maken met het oog op het aantrekken van jonge gezinnen en het voorzien van een toekomstgericht en kwalitatief woonaanbod. Waar en in welke vorm deze diversificatie wenselijk is, dient verder ruimtelijk onderzocht te worden. Tevens zal onderzocht worden op welke manier via bepaalde voorschriften en sociale lasten kan worden ingezet op een meer betaalbaar woonaanbod.
Tot slot wenst de gemeente ook de toekomstmogelijkheden van de zogenaamde grotere bosvilla’s ruimtelijk te onderzoeken en hiervoor een duidelijk beleidsmatig en juridisch kader uit te werken.
De gemeente Bonheiden wordt vandaag geconfronteerd met een sterk versnipperd en deels achterhaald ruimtelijk kader voor wonen. Door het historisch gegroeide geheel van BPA’s, RUP’s, gewestplanbestemmingen en verkavelingsvoorschriften bestaat er onvoldoende uniformiteit en duidelijkheid voor burgers, kandidaat-kopers, ontwerpers en vergunningverlenende overheden.
De bestaande regelgeving leidt in de praktijk tot interpretatieproblemen, bijkomende afwijkingsprocedures en een verhoogde administratieve belasting voor de dienst omgeving. Hierdoor lopen de behandelingstermijnen van vergunningen op en ontstaat er bij eigenaars vaak een gevoel van ongelijkheid.
De opmaak van een geïntegreerd RUP woonzonering met gekoppelde stedenbouwkundige verordening biedt de mogelijkheid om een coherent en modern woonbeleid uit te werken, afgestemd op de actuele ruimtelijke uitdagingen van de gemeente. Hierbij wordt gestreefd naar een duidelijk onderscheid tussen verschillende woontypologieën en woonmilieus, met respect voor het groene en landelijke karakter van de gemeente. Bij de opmaak hiervan wordt beroep gedaan op reeds eerder opgemaakte visiekaders waaronder de ORIOM-visie, erfgoedlandschappen, beheer- en beheersplannen (niet limitatief).
Daarnaast biedt de opmaak van het RUP en de stedenbouwkundige verordening de mogelijkheid om gerichter in te zetten op een meer diverse en toekomstgerichte woonstructuur binnen de gemeente. De gemeente wenst hierbij te onderzoeken op welke locaties en onder welke voorwaarden bijkomende woontypologieën wenselijk zijn om onder meer jonge gezinnen aan te trekken en een evenwichtiger woonaanbod te creëren.
Binnen bepaalde zones kan daarbij onderzocht worden in welke mate via stedenbouwkundige voorschriften en sociale lasten een meer betaalbaar woonaanbod gerealiseerd kan worden, zonder afbreuk te doen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.
Eveneens is het aangewezen om binnen het nieuwe ruimtelijke kader de toekomstmogelijkheden van de grotere bosvilla’s te onderzoeken en hiervoor een duidelijk en juridisch werkbaar beleidskader uit te werken, rekening houdend met het groene karakter en de draagkracht van de betrokken woonomgevingen.
Door oude BPA’s, het RUP zonevreemde woningen en oudere verkavelingen op te heffen ontstaat een meer uniform en transparant juridisch kader. De gemeente wenst hierbij expliciet in te zetten op kernversterking en het beperken van bijkomende verdichting in het buitengebied conform het provinciaal beleidskader en de gemeentelijke woonbehoeftestudie.
De keuze om hiervoor samen te werken met IGEMO is als volgt te verantwoorden:
De offerte van IGEMO voorziet een totale kostprijs van € 130.816,40 voor de volledige opmaak van het RUP woonzonering, de stedenbouwkundige verordening en het projectmanagement.
Voor de opmaak van het RUP woonzonering en de stedenbouwkundige verordening worden binnen het goedgekeurde meerjarenplan volgende acties voorzien:
De opdracht wordt gegund aan IGEMO voor een totaalbedrag van € 130.816,40 conform de bijgevoegde offerte. Er wordt vanuit de financiële dienst gevraagd de prestaties voor de opmaak van de RUP en de verordening apart te factureren.
Er wordt gewerkt via samenwerkingsovereenkomst met IGEMO, zie bijlage.
Financieel advies:
Het visum van de financieel directeur wordt toegekend aan deze verbintenis. Daarmee wordt bevestigd dat er geen enkele aanwijzing is gevonden dat deze uitgave onwettig, onregelmatig of zonder voldoende krediet in het lopende boekjaar of zonder verbintenis mogelijk binnen het meerjarenplan, zou worden aangegaan.
Gunstig visum Visum 2026/0143 van Financiele dienst van 28 mei 2026
Artikel 1 - Keurt de opstart en opmaak goed van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Woonzonering’ en de gekoppelde stedenbouwkundige verordening ‘Wonen’ met als doel een uniform, hedendaags en coherent ruimtelijk kader voor wonen uit te werken op het gehele grondgebied van Bonheiden.
Artikel 2 - Beslist dat de opmaak van het RUP en de verordening dient te gebeuren rekening houdend met de uitgangspunten zoals opgenomen in dit besluit en conform de heersende beleidskaders waaronder het Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen en de bevindingen uit de gemeentelijke woonbehoeftestudie.
Artikel 3 - Beslist dat bij de opmaak van het RUP en de verordening prioritair ingezet wordt op:
Artikel 4 - Gunt de opdracht voor de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Woonzonering’ en de stedenbouwkundige verordening ‘Wonen’ aan IGEMO via een samenwerkingsovereenkomst zonder toepassing van een afzonderlijke aanbestedingsprocedure aangezien IGEMO de intercommunale van de gemeente betreft.
Artikel 5 - Keurt de offerte van IGEMO goed voor een totaalbedrag van € 130.816,40 inclusief projectmanagement, conform de bijgevoegde offerte.
Artikel 6 - Mandateert de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur om de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen namens de gemeenteraad.
Op 17/02/2026 keurde het college van burgemeester en schepenen het bouwen van een halfopen en een gesloten eengezinswoning na het slopen van de bestaande woning en het aanleggen van verhardingen op Waversesteenweg 15 (1ste afdeling - sectie B nr. 405/G) goed.
Op 29/04/2026 ging de gemeenteraad principieel akkoord met de straatnaamwijziging van Waversesteenweg naar Jacques Morrensplein. Ten gevolge van deze keuze werd een bekendmaking opgemaakt van 01/05/2026 tot en met 31/05/2026 en werd er advies gevraagd aan het verplichte adviesorgaan; de cultuurraad.
Er werden geen bezwaren ontvangen voor de straatnaamwijziging. Er wordt gevraagd aan de gemeenteraad om de straatnaamwijziging naar Jacques Morrensplein goed te keuren.
Bij het vaststellen van de naam wordt bij voorkeur geput uit gegevens van de plaatselijke geschiedenis, het kunst- en cultuurleven, de toponymie en de volkskunde. De naam van een nog levende persoon mag niet worden gebruikt. Enkel de namen van uit historisch, wetenschappelijk of algemeen-maatschappelijk oogpunt belangrijke figuren komen in aanmerking. Hierbij wordt de voorkeur gegeven aan figuren die voor de gemeente of voor de onmiddellijke omgeving van betekenis zijn geweest. De naam van een lid van de koninklijke familie, overleden of nog in leven, mag enkel worden gebruikt indien daartoe vooraf instemming van de Regering werd verkregen. Elke straatnaam bestaat bij voorkeur uit minstens twee elementen, namelijk het type weg (straat, laan, boulevard, steenweg, plein, weg, doorgang…) en een benaming. Dit volgens de richtlijnen en aanbevelingen voor het vaststellen en toekennen van een adres en huisnummer (Best-Address) van 04/11/2020.
Wat de procedure betreft (zie bijlage):
De woning Waversesteenweg 15 en het appartement met huisnummer 17 zijn gelegen tussen Jacques Morrensplein en Kardinaal Cardijnlaan. Tussen de Waversesteenweg 17 en de toegang tot de Kardinaal Cardijnlaan staan paaltjes. De huidige straatnaam zorgt voor verwarring aangezien deze twee gebouwen gelegen zijn tussen twee straten met een andere straatnaam. Een logische keuze zou zijn om deze straatnaam te wijzigen naar Jacques Morrensplein, waar nog meerdere huisnummers beschikbaar zijn. Op Waversesteenweg 15 werd recent een verkavelingsproject goedgekeurd.
Advies van Conan Mattheus, diensthoofd vergunningen:
Positief om de straatnaam te wijzigen naar Jacques Morrensplein.
Advies van Carolien Dirickx, diensthoofd burgerzaken:
Positief om de straatnaam te wijzigen naar Jacques Morrensplein.
Advies van de cultuurraad:
De voorzitter van de cultuurraad geeft positief advies om de straatnaam van Waversesteenweg 15 en 17 te wijzigen naar Jacques Morrensplein.
Het openbaar onderzoek liep over de periode van 01/05/2026 tot en met 31/05/2026. Tijdens deze periode konden burgers of andere belanghebbenden opmerkingen en bezwaren indienen. Er werden geen bezwaren ontvangen.
Het gemeentebestuur voorziet een straatnaambord aan het begin van de nieuwe straat. Het huidige straatnaambord (Waversesteenweg 15-17) aan de inrit van het gemeentehuis moet worden verwijderd.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2026/00176 van Johan Muyldermans van 28 mei 2026
Artikel 1 - Keurt de straatnaamwijzing van Waversesteenweg 15 en 17 naar Jacques Morrensplein goed.
Artikel 2 - Gaat akkoord met volgende huisnummering:
Artikel 3 - Geeft de dienst burgerzaken de opdracht tot het coördineren van de wijziging van straatnaam in GRAR, het bevolkingsregister en het aankopen van een straatnaambord.
Op 29/05/2024 keurde de gemeenteraad de toetreding tot de raamovereenkomst 'Bedrijfsfietsen - juli 2023' via de aankoopcentrale CREAT/TMVS van Farys goed. De huidige overeenkomst loopt ten einde op 30/06/2026. Er wordt een nieuwe raamovereenkomst aangeboden 'Fietsleasing - juli 2026' met een looptijd van 01/07/2026 tot 30/06/2030.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de toetreding tot de raamovereenkomst 'Fietsleasing - juli 2026' binnen de aankoopcentrale CREAT/TMVS van Farys goed te keuren.
Vanaf 01/01/2025 biedt het bestuur fietslease aan aan de medewerkers van gemeente en OCMW. Op 29/05/2024 werd een samenwerkingsverband met de leasepartner O2O, Burggravenlaan 31/001, 9000 Gent aangegaan via de aankoopcentrale van CREAT/TMVS van Farys.
De raamovereenkomst loopt echter ten einde op 30/06/2026. Er werd door de aankoopcentrale CREAT/TMVS van Farys een nieuwe opdracht uitgeschreven om deze raamovereenkomst opnieuw aan te besteden. Deze nieuwe overeenkomt loopt vanaf 01/07/2026 tot 30/06/2030.
De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van een raamovereenkomst via een opdrachtencentrale gebruik maken, waardoor zij krachtens artikel 47, §2 van de Wet van 17/06/2016 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
Aan de toetreding tot de raamovereenkomst 'Fietsleasing - juli 2026' van de aankoopcentrale Creat/TMVS van Farys zijn geen kosten verbonden.
De uitgaven voor de afname binnen de raamovereenkomst zijn voorzien in 2026/A22.2/0112-00/6131999/GEMEENTE/CBS/0/IP-GEEN
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2026/00171 van Financiele dienst van 22 mei 2026
Enig artikel - Keurt de toetreding tot de raamovereenkomst 'Fietsleasing - juli 2026' met een looptijd van 01/07/2026 tot 30/06/2030 binnen de aankoopcentrale Creat/TMVS van Farys goed.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de voorwaarden van de overheidsopdracht 'Natuur- en landschapsonderhoud door maatwerkers voor natuurgebieden en kwetsbare bermen 2026-2030' en de wijze van gunning vast te stellen.
Wat de voorwaarden van de overheidsopdracht betreft: Natuur- en landschapsonderhoud door maatwerkers voor natuurgebieden en kwetsbare bermen 2026-2030.
Wat de wijze van gunning betreft: Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 114.892 excl. btw of € 139.019,32 incl. 21% btw.
15/04/2026: Aanvraag tot overheidsopdracht door de dienst ruimtebeleid.
De gemeente Bonheiden heeft verschillende waardevolle landschappen en bijhorende ecosystemen. Deze dragen bij aan de hoge graad aan biodiversiteit op het grondgebied en de veerkracht van de gemeente met betrekking tot de klimaatsverandering. Vaak gaat het over specifieke locaties met een bepaald microklimaat. Om dit microklimaat en de biodiversiteit te behouden is er een gericht beheer nodig dat vaak niet 100% machinaal kan gebeuren. Daarom wenst het bestuur maatwerkers in te schakelen in deze kwetsbare natuurgebieden en bermen.
De opdracht betreft werken van natuur- en bosbeheer en landschapszorg, met als kenmerken manuele uitvoeringen, arbeidsintensiviteit, kleinschaligheid, noodzaak aan deskundigheid, gebruik van handwerktuigen of lichte machines zoals bosmaaiers, maaibalken en kettingzagen.
De werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door doelgroepwerknemers, zoals gedefinieerd in de respectievelijke decreten over sociale en beschutte werkplaatsen en LDE (Lokale Diensten Economie).
Een overzicht van de niet-limitatieve lijst van uit te voeren taken bestaat uit:
In het kader van de opdracht 'Natuur- en landschapsonderhoud door maatwerkers voor natuurgebieden en kwetsbare bermen 2026-2030' werd op 20/05/2026 een bestek met nr. 2026/ID-2599 opgesteld door de milieudienst.
Deze opdracht is als volgt opgedeeld:
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 114.892 excl. btw of € 139.019,32 incl. 21% btw voor de totale duurtijd van de opdracht, zijnde 1 jaar + 3 keer stilzwijgende verlenging van 1 jaar, van 01/08/2026 tot 31/07/2030 (inclusief verlengingen).
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in 2026/A2.5.1002/0349-00/6160000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN Minawerken in of nabij natuurgebieden of van ecologisch belang.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 114.892 excl. btw of € 139.019,32 incl. 21% btw (inclusief verlengingen).
Financieel advies:
Gunstig mits aanpassing visum FA 2026/00162 van Financiele dienst van 10 mei 2026
Artikel 1 - Keurt het bestek met nr. 2026/ID-2599 en de raming voor de opdracht 'Natuur- en landschapsonderhoud door maatwerkers voor natuurgebieden en kwetsbare bermen 2026-2030', opgesteld door de milieudienst, goed.
Artikel 2 - Stelt de lastvoorwaarden vast, zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming voor de totale opdracht bedraagt € 114.892 excl. btw of € 139.019,32 incl. 21% btw (inclusief verlenging).
Artikel 3 - Gunt bovengenoemde opdracht bij wijze van onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 4 - Bepaalt dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in 2026/A2.5.1002/0349-00/6160000/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN Minawerken in of nabij natuurgebieden of van ecologisch belang.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de voorwaarden van de overheidsopdracht 'Verzekering hospitalisatie voor lokaal bestuur Bonheiden' en de wijze van gunning vast te stellen.
De overheidsopdracht 'Afsluiten van diverse verzekeringspolissen voor gemeente Bonheiden, OCMW Bonheiden, vzw Krankhoeve en vzw Berentrode' werd op 31/08/2022 goedgekeurd door de gemeenteraad. De overeenkomsten met de verzekeringsmaatschappijen werden opgestart op 01/01/2023. De opdracht loopt ten einde op 31/12/2026 en er dient een nieuwe overheidsopdracht opgestart te worden met als aanvangsdatum van de opdracht op 01/01/2027.
Op 21/04/2026 werd de overheidsopdracht 'Doorlichting risico’s en verzekeringspolissen en begeleiding overheidsopdracht verzekeringen 2027 - 2031' aan Van Dessel Insurance Brokers gegund. Op 21/05/2026 bezorgt Van Dessel Insurance Brokers het bestek voor de overheidsopdracht 'Verzekering hospitalisatie voor lokaal bestuur Bonheiden' aan het bestuur. Er wordt voorgesteld de opdracht tot stand te brengen bij wijze van openbare procedure. De opdracht loopt over een termijn van 4 jaar en vangt aan op 01/01/2027.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 48.760,36 excl. btw of € 59.000 incl. 21% btw. voor een looptijd van 4 jaar. De overige polissen in de verzekeringsportefeuille, het Non-life gedeelte, van het gemeentebestuur, OCMW, VZW Berentrode en VZW Krankhoeve zullen in een latere overheidsopdracht worden opgenomen met als doel ook aan te vangen op 01/01/2027. Echter wordt de hospitalisatieverzekering eerder opgestart ten einde alle aangesloten leden tijdig op de hoogte te kunnen stellen van de nieuwe overeenkomst en deze de tijd te geven de voorwaarden te analyseren en al dan niet mee in te stappen in de nieuwe overeenkomst.
Er wordt voorzien de opdracht 'Verzekering hospitalisatie voor lokaal bestuur Bonheiden' te gunnen in augustus 2026, de aangesloten leden worden per brief op de hoogte gebracht in september 2026 door de personeelsdienst.
Verwijzend naar het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 29/04/2026, houdende vaststelling van het begrip 'dagelijks bestuur' in het kader van de overheidsopdrachten, werden de voorwaarden van de overheidsopdracht 'Verzekering hospitalisatie voor lokaal bestuur Bonheiden', en dan expliciet het gedeelte voor OCMW, en de wijze van gunning vastgesteld door het vast bureau op 02/06/2026. Het geraamde bedrag voor OCMW bereikt de drempelwaarde van € 30.000 excl. btw niet en valt zodoende onder het begrip dagelijks bestuur.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in 2026/A8.03/0112-00/6222100/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 48.760,36 excl. btw of € 59.000 incl. 21% btw voor een looptijd van 4 jaar.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2026/00174 van Financiele dienst van 28 mei 2026
Artikel 1 - Keurt het bestek en de raming voor de opdracht 'Verzekering hospitalisatie voor lokaal bestuur Bonheiden', opgesteld door Van Dessel Insurance Borkers, goed.
Artikel 2 - Stelt de lastvoorwaarden vast, zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming voor de totale opdracht bedraagt € 48.760,36 excl. btw of € 59.000 incl. 21% btw. voor een looptijd van 4 jaar.
Artikel 3 - Gunt bovengenoemde opdracht bij wijze van openbare procedure.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de voorwaarden van de overheidsopdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties III' en de wijze van gunning vast te stellen.
Wat de voorwaarden van de overheidsopdracht betreft: 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties III'.
Wat de wijze van gunning betreft: onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking .
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 220.000 excl. btw of € 266.200 incl. 21% btw.
Op 17/12/2025 keurde de gemeenteraad het bestek en de raming voor de opdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties', opgesteld door het studiebureau Heedfeld nv, als een openbare procedure, goed. De raming voor de totale opdracht bedraagt € 216.292 excl. btw of € 261.713,32 incl. 21% btw. De publicatie van de opdracht vond plaats op 05/01/2026. Indienen van offertes werd gesloten op 06/02/2026.
Er werd 1 offerte ingediend door aannemer Schoofs voor een totaal bedrag van € 451.497,74 excl. btw of € 546.312,27 incl. 21% btw. De ingediende offerte bedroeg meer dan het dubbele van het geraamde bedrag. De ingediende offerte overtrof de raming van het studiebureau aanzienlijk. De oorzaak hiervan is dat de onderaannemer, waar de hoofdaannemer beroep op doet, dezelfde is als bij het oorspronkelijke dossier van 2018. De onderaannemer probeerde de gemaakte kosten, die hij door het faillissement van de hoofdaannemer destijds niet kon terugvorderen, alsnog te recupereren in deze opdracht.
Het bestuur stopte de procedure om deze reden en liet het bestek en wijze van gunning opnieuw goedkeuren door de gemeenteraad op 29/04/2026, als een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, beroepend op de wet overheidsopdrachten van 17/06/2016, meer bepaald artikel 41.
Op 06/05/2026 werd deze opdracht gepubliceerd op BOSA en op 01/06/2026 werd de sluiting van de offertes gedaan. Er werd echter geen enkele offerte ingediend.
Wanneer in eerste instantie een openbare procedure is gevoerd, kan — mits de nodige argumentatie — een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking worden opgestart. Wanneer hier ook geen offerte wordt ingediend, moet deze procedure ook formeel stopgezet worden. Op 09/06/2026 werd deze stopzetting van de opdracht goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen.
Aangezien alle lastvoorwaarden en het budget strikt behouden blijven, kan er aansluitend een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking worden opgestart, beroepend op artikel 42 van de Wet Overheidsopdrachten indien voorgaande procedures als regelmatige procedures werden gevoerd en onder strikte voorwaarden, de uitnodiging dient een gegronde motivatie te omvatten. Dit laat toe een snellere procedure te voeren zonder publicatietermijn en de geschikte ondernemers rechtstreeks aan te schrijven. Indien de Europese Commissie erom verzoekt moet een verslag kunnen voorgelegd worden waarin de overstap naar de openbare procedure zonder voorafgaande bekendmaking juridisch wordt gemotiveerd.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 220.000 excl. btw of € 266.200 incl. 21% btw.
De meerderheidsfracties stellen volgend amendement voor: Wegens een administratieve vergissing dient er in dit agendapunt het woord ‘openbare’ op een aantal plaatsen aangepast te worden naar ‘onderhandelings’, met name bij de tekstvakken:
Stemming over dit amendement:
Met 12 stemmen ja: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Chantal Jacobs
Met 7 stemmen nee: Guido Vaganée, Geert Teughels, Wim Van der Donckt, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
Met 3 onthoudingen: Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Peggy Aerts.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het budgetaire actiepunt A4.1.3201.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 220.000 excl. btw of € 266.200 incl. 21% btw.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2026/00182 van Financiele dienst van 07 juni 2026
Artikel 1 - Keurt het bestek met nr. 2025/AV-1554 en de raming voor de opdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties III', opgesteld door het studiebureau Heedfeld nv, Reggerstraat 71 te 3770 Riemst, goed.
Artikel 2 - Stelt de lastvoorwaarden vast, zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming voor de totale opdracht bedraagt € 220.000 excl. btw of € 266.200 incl. 21% btw.
Artikel 3 - Gunt bovengenoemde opdracht bij wijze van onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 4 - Bepaalt dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in het investeringsbudget van 2026, op budgetcode 0759-00/2210807/BESTUUR/CBS/0/IP-GEEN (actie A4.1.3201).
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het lokaal erkenningskader rond Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) goed te keuren.
Op 02/09/2025 ging het college van burgemeester en schepenen akkoord met het feit dat het decreet in verband met Buitenschoolse Opvang en Activiteiten uitgerold diende te zijn tegen 01/09/2026. Dit betekent concreet dat de regie voor buitenschoolse opvang en activiteiten door het lokaal bestuur dient opgenomen te worden. Op dat moment dient het lokaal bestuur te voldoen aan volgende vereisten:
Om de regieopdracht van het erkennen, het toezicht en de handhaving van het BOA-aanbod te kunnen uitvoeren werd er een lokaal erkenningskader rond Buitenschoolse Opvang en Activiteiten opgesteld. Hierbij werd rekening gehouden met de voorwaarden die worden gesteld binnen het BOA-decreet, maar ook met de lokale noden. Het lokaal erkenningskader werd regelmatig intern besproken via de kerngroep en het lokaal samenwerkingsverband en meer specifiek de scholen. Tijdens de samenkomsten met de scholen werd er een advies geformuleerd. Dit is samen met het erkenningskader als bijlage toegevoegd.
Concreet worden er 3 erkenningscategorieën voorzien (buitenschoolse kinderopvang, ochtend- en avondtoezicht en naschoolse activiteiten). Per erkenningscategorie wordt weergeven aan welke voorwaarden de BOA-initiatieven dienen te voldoen om erkend te worden en hoe de controle en de handhaving zal gebeuren.
In de meerjarenplanning wordt jaarlijks een bedrag ingeschreven onder A3.2.2303: Uitrol BOA-decreet (via algemene werkingssubsidie) voor de het toekennen van voormelde subsidies aan BOA-initiatieven. De subsidies worden slechts toegekend binnen de door de toezichthoudende overheid goedgekeurde begrotingskredieten op deze actie.
Financieel advies:
Gunstig mits aanpassing visum FA 2026/00179 van Johan Muyldermans van 28 mei 2026
Artikel 1 - Keurt het lokaal erkenningskader Buitenschoolse Opvang en Activiteiten goed met inwerkingtreding vanaf 01/09/2026 als volgt:
Erkenningskader BOA lokaal bestuur Bonheiden
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1
1° het Lokaal Bestuur: Het lokaal bestuur Bonheiden
2° Opgroeien: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid ‘Opgroeien regie’, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie
3° BOA-decreet: decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten;
4° Buitenschoolse opvang & activiteiten: Het geheel van formeel georganiseerde buitenschoolse opvang en - vrijetijdsactiviteiten voor kinderen; Onder meer de volgende activiteiten worden niet beschouwd als buitenschoolse opvang & activiteiten en vallen bijgevolg niet onder de toepassing van dit decreet:
5° BOA-organisator: een organisator van buitenschoolse opvang & activiteiten;
6° BOA-initiatief: een specifiek initiatief van buitenschoolse opvang & activiteiten georganiseerd door een BOA-organisator;
7° begeleider: persoon die zorg en speelmogelijkheden biedt voor de brede ontplooiing van het kind in het kader van een BOA-initiatief;
8° stagiair: een begeleider in opleiding die nog niet voldoet aan de voorwaarden om begeleider te zijn maar die wel meewerkt in de begeleiding van kinderen bv: in het kader van een stage.
9° medewerker: iedereen die geen begeleider of stagiair is maar wel meewerkt aan de organisatie van een BOA-initiatief;
10° vrijwilliger: iemand die de rol van begeleider of medewerker vervult onder het statuut van vrijwilligerswerk zoals bepaald in de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers;
11° kleuterschool: kleuterschool volgens de definitie van artikel 3 26° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
12° lagere school: lagere school volgens de definitie van artikel 3 27° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
13° basisschool: basisschool volgens de definitie van artikel 3 6° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997waar kleuteronderwijs en lager onderwijs georganiseerd wordt;
14° kinderen: kinderen vanaf de leeftijd waarop ze naar de kleuterschool kunnen gaan tot ze naar het secundair onderwijs gaan.
15° kleuters: kinderen vanaf de leeftijd waarop ze naar de kleuterschool kunnen gaan tot ze naar de lagere school gaan.
16° lagere schoolkinderen: kinderen vanaf ze naar de lagere school gaan tot ze naar het secundair onderwijs gaan
17° gezinnen: de ouders of andere opvoedingsverantwoordelijken van kinderen die deelnemen aan een BOA-initiatief;
18° erkenningscategorie: een categorie bepaald in dit erkenningskader voor een specifiek BOA-initiatief waarvoor een BOA-organisator een erkenning kan aanvragen.
19° ochtend en avondtoezicht: elke vorm van toezicht op school die voor of na de periode van normale aanwezigheid georganiseerd wordt.
20° de periode van normale aanwezigheid: de periode voor – en na de lestijd volgens de definitie van artikel 3 43° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.
21° toezichter: medewerker die verantwoordelijk is voor ochtend en avondtoezicht.
22° controle: controle op het naleven van de erkenningsvoorwaarden. Er wordt consequent gesproken over controle en niet over toezicht om verwarring met ochtend- en avondtoezicht te vermijden.
23° BOA-regisseur: Een BOA-regisseur is de persoon aangeduid door het lokaal bestuur die het buitenschools opvang- en activiteitenbeleid coördineert, afstemt en opvolgt in samenwerking met lokale partners. Hij of zij bewaakt de kwaliteit, samenhang en doelgerichtheid van het aanbod vanuit de lokale noden en het BOA-kader.
Artikel 2
Het lokaal bestuur kent een erkenning toe aan een BOA-organisator, die een BOA-initiatief organiseert georganiseerd binnen de grenzen van de gemeente Bonheiden die voldoet aan volgende voorwaarden:
1° de BOA-organisator realiseert een BOA-initiatief;
2° het BOA-initiatief wordt gerealiseerd overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in dit erkenningskader;
3° de BOA-organisator informeert, voor de erkenningsaanvraag, het lokaal bestuur over de intentie om een erkenning aan te vragen. Zo doende het lokaal bestuur kan ondersteunen.
Met georganiseerd binnen de grenzen van de gemeente Bonheiden wordt bedoeld dat de begin – en eindlocatie van het BOA-initiatief zich in Bonheiden moet bevinden.
De erkenning wordt nominatief toegekend aan een BOA-organisator voor het organiseren van een specifiek BOA-initiatief.
De erkenning wordt toegekend op basis van een aanvraag in overeenstemming met de procedure, bepaald in dit erkenningskader.
Artikel 3
Alle huidige & toekomstige bepalingen uit het BOA-decreet zijn automatisch ook van toepassing op dit erkenningskader.
Hoofdstuk 2: Erkenningscategorieën
Artikel 4
Een BOA-organisator kan één of meerdere van haar BOA-initiatieven laten erkennen in volgende erkenningscategorieën:
Hoofdstuk 3: Erkenningsvoorwaarden
Artikel 5
Algemene voorwaarden:
Om erkend te worden in één van de volgende categorieën moet de BOA-organisator en haar BOA-initiatief aan onderstaande voorwaarden voldoen:
Alle wetgeving over omgevingsvergunningen;
….
Artikel 6
Categorie A: Buitenschoolse kinderopvang
Om erkend te worden in categorie A moet een BOA-initiatief en de BOA-organisator aan onderstaande voorwaarden voldoen:
Bouwsteen 1: Organisatorisch beleid
Het BOA-initiatief organiseert minimaal 200 dagen opvang per jaar.
Als BOA-organisator heb je de integriteit en het beleidsvoerend vermogen om kwaliteitsvolle en duurzame opvang te realiseren. Dat bereik je concreet door:
Deze visie zet je om in doelen en acties en wordt door alle medewerkers uitgedragen.
Bouwsteen 2: Toegankelijkheid
Je aanbod is toegankelijk en inclusief:
Je beschrijft je opvangaanbod en de voorwaarden ervan. Het gaat minstens om het opname en prijsbeleid:
Bouwsteen 3: Pedagogisch beleid
Bouwsteen 4: Medewerkersbeleid
Bouwsteen 5: Verbondenheid
Bouwsteen 6: Monitoring & evaluatie
Artikel 7
Categorie B: Ochtend – en avondtoezicht
Om erkend te worden in categorie B moet een BOA-initiatief en de BOA-organisator aan onderstaande voorwaarden voldoen:
Bouwsteen 1: Organisatorisch beleid
Bouwsteen 2: Toegankelijkheid
Bouwsteen 3: Pedagogisch beleid
Bouwsteen 4: Medewerkersbeleid
Bouwsteen 5: Verbondenheid
Bouwsteen 6: Monitoring & evaluatie
Categorie C: Naschoolse activiteit
Bouwsteen 1: Organisatorisch beleid
Bouwsteen 2: Toegankelijkheid
Bouwsteen 3: Pedagogisch beleid
De naschoolse activiteit die de BOA-organisator aanbiedt, voldoet aan de volgende voorwaarden met betrekking kwaliteit van het aanbod:
Bouwsteen 4: Medewerkersbeleid
Bouwsteen 5: Verbondenheid
Bouwsteen 6: Monitoring & evaluatie
Hoofdstuk 4: Erkenningsprocedure
Artikel 8
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met het toekennen van de erkenning en van de gemeentelijke subsidies aan het BOA-initiatief.
Er wordt geen aparte erkenningsprocedure voorzien. De procedure tot erkenning is deel van de procedure die leidt tot het verkrijgen van gemeentelijke subsidies. (vb. overheidsopdracht, subsidiereglement, beslissing van het college van burgemeester en schepenen)
Artikel 9
In de procedure vermeld in artikel 6 wordt ook vermeld aan welke voorwaarden het BOA-initiatief moet voldoen voor het effectief krijgen van een erkenning en welke voorwaarden pas gelden na het verkrijgen van gemeentelijke subsidies.
Artikel 10
Het zuiver voldoen aan de erkenningsvoorwaarden in dit erkenningskader geeft onder geen enkel beding rechtstreeks recht op subsidies of andere financiering. Welke aanbieders recht hebben op subsidies wordt op een andere reglementaire manier bepaald (bv: via een gemeenteraadsbeslissing, subsidiereglement, …)
Hoofdstuk 5: Controle op de erkenningsvoorwaarden
De controle op het naleven van de erkenningsvoorwaarden gebeurt verschillend per erkenningscategorie.
Categorie A: Buitenschoolse Kinderopvang
Artikel 11
Het lokaal bestuur volgt de naleving van erkenningsvoorwaarden op voor BOA-initiatieven die erkend zijn. De BOA-regisseur is verantwoordelijk voor de controle.
Artikel 12
De BOA-organisator toont zelf in een jaarlijkse rapportage aan dat het BOA-initiatief voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. Het lokaal bestuur kan altijd nog bijkomende documenten opvragen.
Artikel 13
Minimaal één keer per jaar wordt er een evaluatieoverleg georganiseerd tussen het lokaal bestuur en de BOA-organisator.
Artikel 14
Het lokaal bestuur behoudt zich het recht om te allen tijde ter plaatse controle uit te voeren op de naleving van de erkenningsvoorwaarden.
Artikel 15
De concrete modaliteiten & afspraken over de controle en de jaarlijkse rapportage worden bij het verlenen van de erkenning samen met de BOA-organisator in kwestie in een afsprakennota opgenomen.
Artikel 16
Als tijdens de controle tekortkomingen worden vastgesteld wordt er in overleg met de BOA-regisseur een actieplan opgemaakt om de tekortkomingen te verbeteren. Over de uitvoering van dit actieplan wordt gerapporteerd bij de jaarlijkse rapportage tenzij de BOA-regisseur bepaalt dat een snellere opvolging noodzakelijk is.
Categorie B: Ochtend – en avondtoezicht
Artikel 17
Het lokaal bestuur volgt de naleving van erkenningsvoorwaarden op voor BOA-initiatieven die erkend zijn. De BOA-regisseur is verantwoordelijk voor de controle.
Artikel 18
Het lokaal bestuur behoudt zich het recht om te allen tijde ter plaatse controle uit te voeren op de naleving van de erkenningsvoorwaarden.
Artikel 19
De BOA-organisator bezorgt ten laatste eind maart, een kopie van het document van de Vlaamse
overheid waarin vermeld staat hoeveel leerlingen er zijn ingeschreven op 1 februari van dat jaar, aan de financiële dienst van lokaal bestuur Bonheiden.
Categorie C: Naschoolse activiteit
Artikel 20
Het lokaal bestuur volgt de naleving van erkenningsvoorwaarden op voor BOA-initiatieven die erkend zijn. De BOA-regisseur is verantwoordelijk voor de controle.
Artikel 21
Het lokaal bestuur behoudt zich het recht om te allen tijde ter plaatse controle uit te voeren op de naleving van de erkenningsvoorwaarden.
Artikel 22
Als er na klachten of na een controle tekortkomingen worden vastgesteld in het aanbod wordt er een evaluatieoverleg georganiseerd tussen de BOA-regisseur en de BOA-organisator. In overleg met de BOA-regisseur wordt er een actieplan opgemaakt om de tekortkomingen te verbeteren.
Hoofdstuk 6: Handhaving
Artikel 23
Als na het toezicht wordt vastgesteld dat de BOA-organisator de voorwaarden tot erkenning niet naleeft en er ook geen verbetering wordt vastgesteld; of als de BOA-organisator het toezicht verhindert, maant het lokaal bestuur de BOA-organisator schriftelijk aan. Die aanmaning vermeldt een termijn waarin de BOA-organisator moet voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen of aan de vereisten van het toezicht, en kan specifieke voorwaarden bevatten om te voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen.
Artikel 24
Na het verlopen van deze termijn kan het lokaal bestuur de erkenning opheffen als de BOA-organisator:
Artikel 25
Voor de erkenning wordt ingetrokken, zal het lokaal bestuur eerst aan de BOA-organisator laten weten dat het van plan is die beslissing te nemen per aangetekende brief.
Zo krijgt de BOA-organisator de kans om te reageren en gebruik te maken van haar hoorrecht, dit kan zowel mondeling als schriftelijk uitgeoefend worden.
Bij dringende noodzakelijkheid (bv: wanneer de veiligheid van de kinderen niet meer gegarandeerd is) mag het lokaal bestuur de erkenning meteen intrekken, zonder de BOA-organisator eerst te verwittigen.
Artikel 26
De BOA-organisator kan uiterlijk dertig dagen na de kennisgeving van het voornemen tot beslissing van de opheffing van de erkenning bij het lokaal bestuur bezwaar aantekenen met een aangetekende brief.
De termijn van dertig dagen, vermeld in het eerste lid, gaat in vanaf de derde werkdag die volgt op de dag waarop het lokaal bestuur de beslissing met een aangetekende brief aan de postdiensten overhandigd heeft, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
De aangetekende brief, vermeld in het eerste lid, bevat minstens al de volgende gegevens:
Artikel 27
Het lokaal bestuur stuurt een elektronische ontvangstmelding en beslist over de ontvankelijkheid van het bezwaar uiterlijk tien dagen na de datum van de ontvangst van het bezwaar.
Artikel 28
Het bezwaar is ontvankelijk als het bezwaar aan al de volgende voorwaarden voldoet:
Artikel 29
Het bezwaar wordt ten gronde behandeld door het lokaal bestuur.
Artikel 30
Het bezwaar schorst de uitvoering van de beslissing, tenzij de beslissing bij dringende noodzakelijkheid is genomen.
Artikel 2 - Maakt dit besluit bekend conform de bepalingen in het Decreet over het lokaal bestuur.
De Vlaamse overheid legt aan de gemeenten een specifieke inhaalbeweging op voor de realisatie van sociale huurwoningen in de periode 2026-2042. Voor Bonheiden betekent dit dat bijkomend 78 sociale huurwoningen gerealiseerd moeten worden bovenop het bestaande bindend sociaal objectief.
De Vlaamse regelgeving voorziet evenwel de mogelijkheid om een gehele of gedeeltelijke vrijstelling aan te vragen indien de gemeente manifeste ruimtelijke beperkingen kan aantonen, waardoor de specifieke inhaalbeweging niet of slechts gedeeltelijk realiseerbaar is.
De gemeente Bonheiden wenst van deze mogelijkheid gebruik te maken en dient hiertoe een gemotiveerd dossier in bij Wonen in Vlaanderen. Aan de gemeenteraad wordt goedkeuring gevraagd hiervoor.
De Vlaamse overheid heeft voor de gemeente Bonheiden een specifieke inhaalbeweging van 78 sociale huurwoningen vastgelegd voor de periode 2026-2042.
De regelgeving bepaalt dat gemeenten geheel of gedeeltelijk kunnen worden vrijgesteld, indien zij kunnen aantonen dat de specifieke inhaalbeweging niet of niet volledig gerealiseerd kan worden omwille van manifeste ruimtelijke beperkingen.
Binnen het bestaande woonweefsel zijn de ontwikkelingsmogelijkheden voor bijkomende sociale woningbouw zeer beperkt. De gemeente kiest beleidsmatig voor kernversterking en het vrijwaren van open ruimte, conform het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen.
De site Grote Heide vormt de enige locatie binnen de gemeente waar op grotere schaal bijkomende sociale woningen zouden kunnen gerealiseerd worden. De ontwikkeling van deze site bevindt zich echter in een juridisch en beleidsmatig onzekere situatie:
De laatste versie van het masterplan voorziet de realisatie van 27 sociale woningen op de site Grote Heide. Zelfs indien deze ontwikkeling gerealiseerd zou worden, blijft het behalen van de volledige specifieke inhaalbeweging bijzonder moeilijk.
Daarnaast beschikt de gemeente nauwelijks over bijkomende eigen patrimoniumsites die kunnen worden ingezet voor sociale woningbouw.
Ook de andere beschikbare instrumenten blijken onvoldoende:
De gemeente beschikt over een geactualiseerd gemeentelijk actieprogramma (zie bijlage) onbebouwde percelen, conform artikel 2.6 Vlaamse Codex Wonen.
Uit dit actieprogramma, dat werd goedgekeurd op 25/11/2015 en in 2023 werd geactualiseerd, blijkt dat van de 36 onderzochte percelen in eigendom van Vlaamse besturen of semipublieke rechtspersonen uiteindelijk slechts twee percelen potentieel bieden voor ontwikkeling van sociaal woonaanbod.
Deze percelen maken deel uit van het projectgebied Grote Heide. De ontwikkeling van deze site wordt evenwel geconfronteerd met belangrijke juridische en beleidsmatige onzekerheden.
Het actieprogramma toont bijgevolg aan dat de ontwikkelingsmogelijkheden voor bijkomend sociaal woonaanbod binnen de gemeente manifest beperkt zijn;
Argumentatie inzake criterium 1 - manifest ruimtelijke beperkingen:
Uit het gemeentelijk actieprogramma en de actualisatie van de onbebouwde percelen blijkt dat de ontwikkelingsmogelijkheden voor bijkomende sociale woningbouw binnen Bonheiden zeer beperkt zijn.
De gemeente beschikt slechts over een beperkt aantal potentieel ontwikkelbare locaties. Binnen het bestaande woonweefsel zijn de mogelijkheden voor bijkomende sociale woningbouw grotendeels uitgeput. Daarnaast kiest de gemeente beleidsmatig voor kernversterking en het vrijwaren van open ruimte conform het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen.
De site Grote Heide vormt de enige locatie waar een ontwikkeling op grotere schaal mogelijk lijkt. De ontwikkeling van deze site wordt echter ernstig bemoeilijkt door:
Hierdoor bestaat onvoldoende zekerheid dat deze site tijdig en in voldoende omvang ontwikkeld kan worden om de specifieke inhaalbeweging te realiseren.
Bovendien blijkt uit de woonbehoeftestudie van Sweco dat bijkomende sociale woonontwikkeling binnen het bestaande woonweefsel slechts in zeer beperkte mate mogelijk is.
De gemeente besluit bijgevolg dat er manifeste ruimtelijke beperkingen bestaan die de realisatie van de specifieke inhaalbeweging ernstig beperken.
Onderzoek van de verplichte instrumenten:
1. Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening sociaal wonen
De gemeente onderzocht de mogelijkheid van een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake sociaal wonen.
Gelet op het beperkte aantal grotere ontwikkelingssites binnen de gemeente en de beperkte resterende ontwikkelingsmogelijkheden binnen het bestaande woonweefsel, wordt verwacht dat een dergelijke verordening slechts een zeer beperkte bijkomende realisatie van sociale woningen kan opleveren.
Een stedenbouwkundige verordening biedt dan ook geen afdoende oplossing om de volledige specifieke inhaalbeweging te realiseren.
2. Actief beleid inzake recht van voorkoop
De gemeente onderzoekt de mogelijkheden van een actiever beleid inzake de uitoefening van het recht van voorkoop.
Door het beperkte beschikbare aanbod, de hoge vastgoedprijzen en de beperkte financiële draagkracht vormt dit instrument evenwel geen realistische oplossing om op structurele wijze voldoende bijkomende sociale woningen te realiseren.
Ook dit instrument is onvoldoende om de specifieke inhaalbeweging te realiseren.
3. Inhuren van private woningen via de woonmaatschappij
De gemeente voorziet reeds een premie voor eigenaars die hun woning via de woonmaatschappij verhuren.
Ondanks deze financiële stimulans werden sinds de invoering van deze premie geen aanvragen ingediend.
De hoge huurprijzen op de private huurmarkt in Bonheiden maken het voor woonmaatschappijen bijzonder moeilijk om private woningen in te huren tegen haalbare voorwaarden.
Dit instrument blijkt bijgevolg onvoldoende effectief om substantieel bij te dragen aan de specifieke inhaalbeweging.
Conclusie
De gemeente is van oordeel dat:
De gemeente vraagt daarom een gehele dan wel gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging sociaal woonaanbod 2026-2042.
Artikel 1 - Beslist een aanvraag in te dienen bij Wonen in Vlaanderen tot gehele dan wel gedeeltelijke vrijstelling van de specifieke inhaalbeweging sociaal woonaanbod 2026-2042.
Artikel 2 - Stelt het geactualiseerde gemeentelijk actieprogramma inzake onbebouwde bouwgronden en kavels in eigendom van Vlaamse besturen, conform artikel 2.6 Vlaamse Codex Wonen, vast.
Artikel 3 - Keurt het bijhorende motiveringsdossier goed en mandateert het college van burgemeester en schepenen om het dossier verder af te werken en tijdig in te dienen bij de Vlaamse overheid.
Dit punt wordt geagendeerd op vraag van gemeenteraadslid Jef Jacobs, fractie N-VA.
De OpenBib hanteert momenteel openingsuren van 10:00 uur tot 22:00 uur. (maandag 16:00 uur tot 20:00 uur) Tijdens de examenperiodes is er echter een zeer hoge nood aan rustige studieplekken, waarbij studenten graag nog vroeger of flexibeler gebruik zouden willen maken van de infrastructuur. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het college van burgemeester en schepenen de opdracht te geven in gesprek te gaan met de bibliotheekmedewerkers om de haalbaarheid van aangepaste openingsuren tijdens deze piekperiodes te onderzoeken, waarbij het voorstel voornamelijk – maar niet uitsluitend – op studenten is gericht.
Tijdens de blok- en examenperiodes (traditioneel in december/januari en mei/juni, maar ook tijdens de herkansingen in augustus/september) zoeken talloze studenten uit onze gemeente een stille en motiverende ruimte om te studeren. De huidige openingsuren starten om 10:00 uur.
Veel studenten wensen echter vroeger op de ochtend te starten of later dan 22:00 uur te eindigen om hun studiedag optimaal in te delen.
Als N-VA-fractie willen we onze studerende jongeren maximaal ondersteunen tijdens deze stressvolle periodes. Een vroege start van de studiedag is voor veel studenten cruciaal. Hoewel dit voorstel in eerste instantie is ingegeven door de noden van deze studenten, is de verruiming uiteraard bedoeld voor iedereen die vroeg in de ochtend gebruik wil maken van de bib.
Aangezien onze bib met OpenBib al een open systeem hanteert, loont het de moeite om te bekijken of de uren binnen de examenmaanden of consequent doorheen het jaar kunnen worden uitgebreid (bijvoorbeeld een opening vanaf 08:00 uur). Dit vergt uiteraard nauw overleg met het personeel om de praktische haalbaarheid, veiligheid en goede werking te garanderen.
Artikel 1 - De gemeenteraad vraagt aan het college van burgemeester en schepenen om op korte termijn overleg te organiseren met de bibliotheekmedewerkers. Tijdens dat overleg zullen verschillende pistes onderzocht worden om studerende jongeren, maar ook andere vroege bezoekers, beter van dienst te kunnen zijn.
Artikel 2 - Na afloop van het overleg zal het college van burgemeester en schepenen de resultaten en eventuele voorstellen terugkoppelen naar de gemeenteraad.
De voorzitter sluit de zitting op 17/06/2026 om 21:11.
Namens Gemeenteraad,
Ethel Van den Wijngaert
algemeen directeur
Daan Versonnen
voorzitter gemeenteraad