De voorzitter opent de zitting op 17/12/2025 om 20:27.
De notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 26/11/2025 worden ter goedkeuring voorgelegd.
26/11/2025: Vergadering gemeenteraad waarvan de notulen ter goedkeuring worden voorgelegd.
Enig artikel - Keurt de notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 26/11/2025 goed.
Het Decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de algemeen directeur het organisatiebeheerssysteem vaststelt, na overleg met het managementteam.
Het algemene kader van het organisatiebeheersingssysteem en de elementen daarin, die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het is de bedoeling om de implementatie en uitbouw van het organisatiesysteem projectmatig aan te pakken.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het kader voor organisatiebeheersing goed te keuren.
Organisatiebeheersing is het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat men:
Het organisatiebeheerssysteem bepaalt op welke wijze de organisatiebeheersing van de gemeente en het OCMW wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen, procedures en de aanwijzing van de personeelsleden en organen, die ervoor verantwoordelijk zijn en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden, die bij het organisatiebeheerssysteem betrokken zijn.
Naast een verplichting is het ook een grote meerwaarde voor de organisatie om haar processen, verbeterpunten, risico’s en ook sterke punten te kennen. Het kennen en verbeteren van zwakkere punten of risicofactoren en het behouden van sterke punten optimaliseert de werking van de gemeente en het OCMW, zowel op vlak van efficiëntie, effectiviteit, kwaliteit en integriteit.
Het algemene kader van het organisatiebeheerssysteem en de elementen daarin die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het managementteam gaf op 19/11/2025 een positief advies over het kader voor organisatiebeheersing.
Het Decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald de artikelen 217 t.e.m. 220.
Enig artikel - Keurt het kader voor organisatiebeheersing goed, zoals gehecht als bijlage aan dit besluit.
Overeenkomstig artikel 227 van het Decreet over het lokaal bestuur dient elk extern verzelfstandigd agentschap (i.c. het Autonoom GemeenteBedrijf Patrimonium Bonheiden) in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraden een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad over de uitvoering van de beheers- en samenwerkingsovereenkomst sinds de inwerkingtreding ervan.
Hiervoor werd een voorbereidende scenario-analyse uitgevoerd om alle mogelijkheden inzake verzelfstandiging op te lijsten.
Artikel 3 uit de statuten van het AGBPB bepaald als maatschappelijk doel:
Het AGBPB heeft tot doel het beheer en de exploitatie van ten minste een deel van het onroerend patrimonium van de gemeente Bonheiden te optimaliseren.
Het kan hierbij volgende beleidsuitvoerende taken op zich nemen:
Voor de uitvoering van deze taken beslist het AGBPB vrij binnen de grenzen van haar maatschappelijk doel, over de verwerving, de aanwending en de vervreemding van de lichamelijke en onlichamelijke goederen, over de vestiging of de opheffing van de zakelijke rechten op die goederen, alsook over de uitvoering van dergelijke beslissingen en over de hiermee gebeurlijk gepaard gaande financieringen.
Het AGBPB kan om deze doelstellingen te realiseren alle handelingen stellen, zo onder meer het verwerven van onroerende goederen, de vestiging van zakelijke rechten, de bouw, de renovatie, de verbouwing, het verhuren of het aangaan van financieringshuur van onroerende goederen met het oog op verkoop, verhuur, financieringshuur of andere juridische handelingen betreffende deze onroerende goederen. Het AGBPB kan rechtstreeks of onrechtstreeks participeren in publiek- of privaatrechtelijke ondernemingen, verenigingen en instellingen, hierna genoemd filialen, waarvan het maatschappelijk doel overeenstemt met het maatschappelijk doel van het AGBPB. Het AGBPB kan daarenboven elk initiatief nemen of ondersteunen, zo kosteloos als tegen betaling, ter realisatie of ondersteuning van haar maatschappelijk doel.
In de beheersovereenkomst die wordt afgesloten tussen de gemeente en het AGBPB worden de wijze waarop het AGBPB zijn taken moet vervullen en de doelstellingen verder geconcretiseerd.
Volgende gebouwen bevinden zich, rechtstreeks of onrechtstreeks, in het beheer en exploitatie van het AGBPB:
Voor de eerste twee gebouwen werd een lease-and-rent back constructie opgezet. De gemeente was bouwheer van zowel het gemeentehuis (administratief gebouw) als van de bibliotheek. Op 01/10/2006 gaf de gemeente beide gebouwen voor 30 jaar in leasing aan het AGBPB, tegen een jaarlijkse vergoeding:
Feestzaal Sint-Martinus was oorspronkelijk eigendom van BVBA Feestzaal Sint-Martinus, met maatschappelijke zetel, Jacques Morrensplein 10 te Bonheiden, waarvan het AGBPB de enige aandeelhouder en de zaakvoerder was. Echter is het AGBPB nu eigenaar via fusie door overneming van de besloten vennootschap Feestzaal Sint-Martinus.
Hier wordt verwezen naar de akte van 13/07/2025 van de notariële akte fusie door vereniging van alle aandelen in één hand - wijziging statuten.
Artikel 1 - Neemt kennis van het scenario-onderzoek uitgevoerd voor AGB Patrimonium Bonheiden.
Artikel 2 - Behoudt momenteel de AGBPB-structuur voor het beheer en exploitatie van een deel van het onroerend patrimonium en geeft de opdracht om de aangereikte scenario's in detail uit te werken om gefundeerd een beslissing te kunnen nemen over een eventuele vereffening.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de gemeentelijke dotatie dienstjaar 2025 van de gemeente Bonheiden voor de politiezone BODUKAP te verlagen van € 2.682.260 naar € 1.950.590. De bijdrage voor de buitengewone dienst blijft ongewijzigd, nl. € 83.160.
Op 10/10/2025 verleende het college van de politiezone BODUKAP zijn principiële goedkeuring aan het aangepaste budget 2025. In de gewone dienst wordt de gemeentelijke bijdrage vanwege Bonheiden verminderd met € 731.670. In de buitengewone dienst wijzigt de bijdrage niet.
In de meergemeentenzone wordt de begroting van het lokale politiekorps goedgekeurd door de politieraad, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde minimale begrotingsnormen. De begroting van deze politiezone komt ten laste van de verschillende gemeenten van de zone en van de Federale Staat. Wanneer de meergemeentenzone niet over voldoende middelen beschikt om de uitgaven te dekken, die voortkomen uit de vervulling van haar opdracht, wordt het verschil gedragen door de gemeenten die er deel van uitmaken.
Elke gemeenteraad van de gemeenten die deel uitmaken van de zone stemt de dotatie die aan het lokaal politiekorps moet worden toegekend en die aan de politiezone wordt gestort.
Bij de bepaling van de gemeentelijke dotatie dienstjaar 2025 werd rekening gehouden met de nieuwe verdeelsleutel, namelijk Bonheiden 21,6%, Duffel 29%, Sint-Katelijne-Waver 28,1% en Putte 21,3%.
De bijdragen van de verschillende gemeenten worden als volgt aangepast:
Gewone dienst:
Buitengewone dienst:
Visum:
Gunstig visum FA 2025/00339 van Financiele dienst van 30 november 2025
Enig artikel - Verlaagt de gewone dotatie aan de politiezone BODUKAP voor het dienstjaar 2025 van € 2.682.260 naar € 1.950.590. De buitengewone dotatie van € 83.160 blijft ongewijzigd.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de gemeentelijke dotatie dienstjaar 2026 van de gemeente Bonheiden voor de politiezone BODUKAP te stemmen.
Op 25/11/2025 stelde de politieraad van de politiezone BODUKAP zijn begroting voor het dienstjaar 2026 vast.
In deze begroting is de gemeentelijke toelage voor de gewone dienst voor de gemeente Bonheiden voor het dienstjaar 2026 vastgesteld op € 2.507.691 en voor de buitengewone dienst op € 164.160.
In de meergemeentenzone wordt de begroting van het lokale politiekorps goedgekeurd door de politieraad, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde minimale begrotingsnormen.
De begroting van deze politiezone komt ten laste van de verschillende gemeenten van de zone en van de Federale Staat. Wanneer de meergemeentenzone niet over voldoende middelen beschikt om de uitgaven te dekken, die voortkomen uit de vervulling van haar opdracht, wordt het verschil gedragen door de gemeenten die er deel van uitmaken.
Elke gemeenteraad van de gemeenten die deel uitmaken van de zone stemt de dotatie die aan het lokaal politiekorps moet worden toegekend en die aan de politiezone wordt gestort.
Bij de bepaling van de gemeentelijke dotatie dienstjaar 2026 werd er rekening gehouden met de nieuwe verdeelsleutel, namelijk Bonheiden 21,6%, Duffel 29%, Sint-Katelijne-Waver 28,1% en Putte 21,3%.
De bijdragen gewone dotatie (GD) van de verschillende gemeenten worden als volgt vastgesteld:
| • Bonheiden | € 2.507.691; |
| • Duffel | € 3.366.808; |
| • Sint-Katelijne-Waver | € 3.262.320; |
| • Putte | € 2.472.862. |
De bijdragen buitengewone dotatie (BD) van de verschillende gemeenten worden als volgt vastgesteld :
De bijdragen dotatie (meerjarenplan 2026-2031) van de verschillende gemeenten worden als volgt vastgesteld: |
Exploitatie:
|
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| Bon |
1.950.590,00 |
2.507.691,00 |
2.552.115,00 |
2.573.928,00 |
2.672.615,00 |
2.743.009,00 |
2.800.116,00 |
| Duf |
2.618.848,00 |
3.366.808,00 |
3.426.451,00 |
3.455.737,00 |
3.588.233,00 |
3.682.744,00 |
3.759.415,00 |
| SKW |
2.537.575,00 |
3.262.320,00 |
3.320.113,00 |
3.348.490,00 |
3.476.874,00 |
3.568.451,00 |
3.642.743,00 |
| Put |
1.923.499,00 |
2.472.862,00 |
2.516.669,00 |
2.538.179,00 |
2.635.495,00 |
2.704.912,00 |
2.761.225,00 |
Investeringen:
|
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| Bon |
83.160,00 |
164.160,00 |
219.240,00 |
83.160,00 |
83.160,00 |
83.160,00 |
83.160,00 |
| Duf |
111.650,00 |
220.400,00 |
294.350,00 |
111.650,00 |
111.650,00 |
111.650,00 |
111.650,00 |
| SKW |
108.185,00 |
213.560,00 |
285.215,00 |
108.185,00 |
108.185,00 |
108.185,00 |
108.185,00 |
| Put |
82.005,00 |
161.880,00 |
216.195,00 |
82.005,00 |
82.005,00 |
82.005,00 |
82.005,00 |
Artikel 1 – Stemt de dotatie die voor het jaar 2026 aan de politiezone BODUKAP wordt toegekend als volgt:
Artikel 2 – Zendt dit besluit binnen de 10 dagen digitaal naar de toezichthoudende overheid.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de goedkeuring door de gouverneur van de jaarrekening 2024 AGBPB, die door de raad van bestuur vastgesteld werd op 18/06/2025. In toepassing van artikel 243bis van het Decreet over het lokaal bestuur is er geen gemeentelijk advies nodig, aangezien de gemeenteraad ervoor gekozen heeft om alle leden van de gemeenteraad te benoemen als lid van de raad van bestuur.
Aan de bestuurders kan pas kwijting worden gegeven na goedkeuring van de rekening door de gouverneur.
De gouverneur keurde de jaarrekening 2024 goed op 20/10/2025.
De gouverneur keurde de jaarrekening 2024 van het AGBPB goed en brengt via het Agentschap voor Binnenlands Bestuur volgende verantwoording ter kennis:
Uit het onderzoek van de jaarrekening blijkt niet dat ze onjuist of onvolledig is of dat ze geen waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand.
Fasering:
Het Decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid art. 332,§1, derde lid dat bepaalt dat het besluit van de gouverneur ter kennis dient gebracht te worden op de eerstvolgende vergadering van de raad.
Artikel 1 - Neemt kennis van het besluit van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 20/10/2025, houdende de goedkeuring van de jaarrekening 2024 van het AGBPB.
Artikel 2 - Neemt kennis van het feit dat door de goedkeuring van de provinciegouverneur, er kwijting wordt verleend aan de bestuurders van het AGBPB.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de goedkeuring door de gouverneur van de jaarrekening 2024.
Op 18/06/2025 stelde de gemeenteraad de jaarrekening 2024 vast. Op 20/10/2025 keurde de gouverneur deze jaarrekening 2024 goed.
De gouverneur keurde de jaarrekening 2024 goed en brengt via het Agentschap voor Binnenlands Bestuur volgende verantwoording ter kennis:
Uit het onderzoek van de jaarrekening blijkt niet dat ze onjuist en onvolledig is of dat ze geen waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand.
Fasering:
Het Decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid art. 173,§2.
Artikel 1 - Neemt kennis van het besluit van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 20/10/2025, houdende de goedkeuring van de jaarrekening 2024.
Artikel 2 - Neemt kennis van de brief van het Agentschap Binnenlands Bestuur, Afdeling lokale financiën, van 04/11/2025, betreffende de jaarrekening 2024.
De raad van bestuur van het AGBPB stelde op 17/12/2025 het meerjarenplan 2026-2031 vast.
Dit meerjarenplan is onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om het meerjarenplan 2026-2031 van het AGBPB goed te keuren.
De raad van bestuur van het AGBPB stelt het meerjarenplan 2026-2031 vast. De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGBPB goed. Het AGBPB bezorgt, conform het Planlastendecreet van 15/07/2012, haar meerjarenplan 2026-2031 aan de Vlaamse Overheid.
Eenmaal het voorgelegde meerjarenplan 2026-2031 van het AGBPB werd goedgekeurd door de gemeenteraad, wordt het uitvoerbaar op voorwaarde dat de gegevens van de vastgestelde beleidsrapporten in een digitaal bestand werden bezorgd aan de Vlaamse Regering.
De financiële toelagen van de gemeente aan het AGBPB zorgen er voor dat het resultaat op kasbasis en de autofinancieringsmarge gelijk is aan nul, en bedragen:
Artikel 1 - Hecht goedkeuring aan het meerjarenplan 2026-2031 van het AGBPB met volgend financieel resultaat:
| Budgettair resultaat | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| I. Exploitatiesaldo | 257.485 | 258.385 | 259.285 | 260.185 | 261.085 | 261.985 |
| a. Ontvangsten | 303.287 | 304.287 | 305.287 | 306.287 | 307.287 | 308.287 |
| b. Uitgaven | 45.802 | 45.902 | 46.002 | 46.102 | 46.202 | 46.302 |
| II. Investeringssaldo | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| a. Ontvangsten | 0 | 15.000 | 59.000 | 0 | 0 | 0 |
| b. Uitgaven | 0 | 15.000 | 59.000 | 0 | 0 | 0 |
| III. Saldo exploitatie en investeringen | 257.485 | 258.385 | 259.285 | 260.185 | 261.085 | 261.985 |
| IV. Financieringssaldo | -249.198 | -249.198 | -249.198 | -249.198 | -249.198 | -249.198 |
| a. Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| b. Uitgaven | 249.198 | 249.198 | 249.198 | 249.198 | 249.198 | 249.198 |
| V. Budgettair resultaat van het boekjaar | 8.287 | 9.187 | 10.087 | 10.987 | 11.887 | 12.787 |
| VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar | -5.423 | 2.864 | 12.051 | 22.138 | 33.125 | 45.012 |
| a. Op basis van mjp vorig boekjaar | -5.423 | 2.864 | 12.051 | 22.138 | 33.125 | 45.012 |
| VII. Gecumuleerd budgettair resultaat | 2.864 | 12.051 | 22.138 | 33.125 | 45.012 | 57.799 |
| IX. Beschikbaar budgettair resultaat | 2.864 | 12.051 | 22.138 | 33.125 | 45.012 | 57.799 |
| Autofinancieringsmarge | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| I. Exploitatiesaldo | 257.485 | 258.385 | 259.285 | 260.185 | 261.085 | 261.985 |
| II. Netto periodieke aflossingen | 249.198 | 249.198 | 249.198 | 249.198 | 249.198 | 249.198 |
| a. Periodieke aflossingen conform de verbintenissen | 249.198 | 249.198 | 249.198 | 249.198 | 249.198 | 249.198 |
| b. Periodieke terugvordering leningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| III. Autofinancieringsmarge | 8.287 | 9.187 | 10.087 | 10.987 | 11.887 | 12.787 |
Artikel 2 - Verstuurt een kopie van dit besluit aan de Vlaamse Regering.
Art. 254 van het Decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan wordt vastgesteld.
De nieuwe bewindsploegen dienen aldus in 2025 hun strategische en financiële planning voor de bestuursperiode van 2025 tot 2030 op te maken en vast te leggen in het meerjarenplan voor de periode van 2026-2031.
Dat meerjarenplan wordt opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheerscyclus (BBC).
Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn werd vastgesteld, goedkeuren waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld het deel van het meerjarenplan 2026-2031 dat betrekking heeft op de gemeente, vast te stellen.
Het meerjarenplan bevat
Het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW vormt een geïntegreerd geheel. Aldus is een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk, met respect voor de verschillende rechtspersonen die erbij betrokken zijn.
De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor de gemeente en de kredieten voor het OCMW voor dat boekjaar.
Het evenwicht van het meerjarenplan blijkt uit twee parameters, meer bepaald het beschikbaar budgettair resultaat en de autofinancieringsmarge.
Bij het meerjarenplan hoort ook documentatie. Die omvat alle achtergrondinformatie die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen, zonder dat ze essentieel is voor de beoordeling die de raadsleden moeten maken, aangezien de essentiële informatie in het beleidsrapport zelf opgenomen moet zijn.
Het evenwicht van het meerjarenplan blijkt uit twee parameters, meer bepaald het beschikbaar budgettair resultaat en de autofinancieringsmarge.
Artikel 1 – Stelt het deel van de gemeente van het meerjarenplan 2026-2031 vast, zoals gevoegd als bijlage bij dit besluit en met onderstaande schema van de kredieten M3:
| 2026 | ||
| Kredieten Gemeente | Uitgaven | Ontvangsten |
| Exploitatie | 25.564.298 | 27.904.018 |
| Investeringen | 9.528.478 | 116.856 |
| Financiering | 581.878 | 9.528.866 |
| Leningen en leasings | 581.878 | 9.483.989 |
| Toegestane leningen en betalingsuitstel | 0 | 44.877 |
Artikel 2 - Maakt de beslissing binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Art. 254 van het Decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan wordt vastgesteld. De nieuwe bewindsploegen dienen aldus in 2025 hun strategische en financiële planning voor de bestuursperiode van 2025 tot 2030 op te maken en vast te leggen in het meerjarenplan voor de periode van 2026 tot 2031. Dat meerjarenplan wordt opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheerscyclus (BBC). Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna wordt aan de gemeenteraad voorgesteld het deel van het meerjarenplan dat door de raad voor maatschappelijk welzijn werd vastgesteld, goed te keuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld het meerjarenplan 2026-2031, meer bepaald het deel van het OCMW, goed te keuren. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel (gemeente én OCMW) geacht definitief te zijn vastgesteld.
Het meerjarenplan bevat:
Het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW vormt een geïntegreerd geheel. Aldus is een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk, met respect voor de verschillende rechtspersonen die erbij betrokken zijn.
De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor de gemeente en de kredieten voor het OCMW voor dat boekjaar.
Het evenwicht van het meerjarenplan blijkt uit twee parameters, meer bepaald het beschikbaar budgettair resultaat en de autofinancieringsmarge.
Bij het meerjarenplan hoort ook documentatie. Die omvat alle achtergrondinformatie die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen, zonder dat ze essentieel is voor de beoordeling die de raadsleden moeten maken, aangezien de essentiële informatie in het beleidsrapport zelf opgenomen moet zijn.
Het evenwicht van het meerjarenplan blijkt uit twee parameters, meer bepaald het beschikbaar budgettair resultaat en de autofinancieringsmarge.
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| IX. Beschikbaar budgettair resultaat | 95.975 | 70.819 | 49.902 | 203.966 | 1.660.093 | 1.509.278 |
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| III. Autofinancieringsmarge | 72.144 | 181.632 | 277.736 | 369.667 | 244.430 | 665.188 |
Artikel 1 – Keurt het meerjarenplan 2026-2031, deel OCMW, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn in zitting van 17/12/2025, goed.
Artikel 2 - Door deze goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel, zoals hieronder wordt voorgesteld, geacht definitief te zijn.
| Budgettair resultaat | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| I. Exploitatiesaldo | 622.164 | 921.289 | 1.230.309 | 1.491.006 | 1.494.371 | 1.952.132 |
| a. Ontvangsten | 30.629.530 | 31.174.154 | 31.902.428 | 32.649.831 | 33.077.385 | 33.507.229 |
| b. Uitgaven | 30.007.366 | 30.252.865 | 30.672.119 | 31.158.825 | 31.583.015 | 31.555.097 |
| II. Investeringssaldo | -9.723.622 | -5.990.777 | -5.032.442 | -4.799.192 | 1.028.308 | -999.192 |
| a. Ontvangsten | 116.856 | 721.856 | 584.356 | 26.856 | 2.301.856 | 26.856 |
| b. Uitgaven | 9.840.478 | 6.712.633 | 5.616.798 | 4.826.048 | 1.273.548 | 1.026.048 |
| III. Saldo exploitatie en investeringen | -9.101.458 | -5.069.488 | -3.802.133 | -3.308.186 | 2.522.679 | 952.940 |
| IV. Financieringssaldo | 8.933.969 | 5.044.332 | 3.781.416 | 3.462.650 | -1.065.952 | -1.102.955 |
| a. Ontvangsten | 9.528.866 | 5.828.866 | 4.778.866 | 4.628.866 | 228.866 | 228.866 |
| b. Uitgaven | 594.897 | 784.534 | 997.450 | 1.166.216 | 1.294.818 | 1.331.821 |
| V. Budgettair resultaat van het boekjaar | -167.489 | -25.156 | -20.717 | 154.464 | 1.456.727 | -150.015 |
| VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar | 263.464 | 95.975 | 70.619 | 49.502 | 203.366 | 1.659.293 |
| a. Op basis van meerjarenplan vorig boekjaar | 263.464 | 95.975 | 70.619 | 49.502 | 203.366 | 1.659.293 |
| VII. Gecumuleerd budgettair resultaat | 95.975 | 70.819 | 49.902 | 203.966 | 1.660.093 | 1.509.278 |
| IX. Beschikbaar budgettair resultaat | 95.975 | 70.819 | 49.902 | 203.966 | 1.660.093 | 1.509.278 |
| Autofinancieringsmarge | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| I. Exploitatiesaldo | 622.164 | 921.289 | 1.230.309 | 1.491.006 | 1.494.371 | 1.952.132 |
| II. Netto periodieke aflossingen | 550.020 | 739.657 | 952.573 | 1.121.339 | 1.249.941 | 1.286.944 |
| a. Periodieke aflossingen conform de verbintenissen | 594.897 | 784.534 | 997.450 | 1.166.216 | 1.294.818 | 1.331.821 |
| b. Periodieke terugvordering leningen | 44.877 | 44.877 | 44.877 | 44.877 | 44.877 | 44.877 |
| III. Autofinancieringsmarge | 72.144 | 181.632 | 277.736 | 369.667 | 244.430 | 665.188 |
Artikel 3 - Maakt de beslissing binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte.
De kerkraad van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw stelde op 19/11/2025 zijn meerjarenplan 2026-2031 vast.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld dit meerjarenplan 2026-2031 goed te keuren.
De kerkraad van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw keurde op 19/11/2025 een aangepast meerjarenplan 2026-2031 goed, conform de gemaakte afspraken.
Tijdens de gemeenteraad van 22/10/2025 weigerde de gemeenteraad, na amendement, de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw. Het geformuleerde amendement heeft twee grote bezwaren:
Voor wat betreft punt 1 werd advies aangevraagd bij Agentschap Binnenlands Bestuur en deze bevestigt dat het kerkkoor geen verplicht te financieren onderdeel van de werking van het eredienstbestuur is. De voorgestelde aanpassing druist dus niet in tegen de wetgeving op het Decreet van de eredienstbesturen.
Voor wat betreft punt 2 werd een overleg georganiseerd tussen Dhr. Lode Van Looy, burgemeester, Mevr. Mieke Van den Brande, schepen van cultuur, Pastoor Jan Naveld, Dhr. Jan Geens, voorzitter kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Dhr. Marcel Claes, voorzitter koor Onze-Lieve-Vrouw;
Dit meerjarenplan en de wijzigingen zijn onderworpen aan het advies van het erkend representatief orgaan, en aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Bij ontstentenis van het versturen van zijn advies naar de gemeenteraad binnen een termijn van vijftig dagen, die ingaat de dag na het inkomen bij het representatief orgaan van het meerjarenplan, wordt deze geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht. De gemeenteraad spreekt zich uit over de goedkeuring binnen een termijn van honderd dagen, die ingaat op de dag na het inkomen van het advies van het representatief orgaan bij de gemeenteoverheid of de dag na het verstrijken van de termijn van vijftig dagen, en verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het representatief orgaan.
Op 25/11/2025 bracht het representatief orgaan gunstig advies uit.
De nodige verminderde kredieten dienen opgenomen te worden in het gemeentelijk meerjarenplan 2026-2031.
| 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
| exploitatietoelage | € 8.756,00 | € 39.948,00 | € 39.948,00 | € 39.948,00 | € 39.948,00 | € 39.948,00 |
| investeringstoelage | € 3.500,00 | € 5.600,00 | € 5.500,00 | € 8.000,00 |
Visum:
Gunstig visum FA 2025/00338 van Financiele dienst van 30 november 2025
Enig artikel – Keurt het meerjarenplan 2026-2031 goed, vastgesteld op 18/06/2025 door de kerkraad van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw.
De kerkraad van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw stelde op 17/11/2025 zijn budget 2026 vast.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw, gezien het past in het goedgekeurde meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek.
Volgens het Decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erediensten dient de kerkfabriek het budget vóór 30 juni in te dienen bij het centraal kerkbestuur. De budgetten worden na het advies van het erkend representatief orgaan jaarlijks voor 1 oktober gecoördineerd bij de gemeenteoverheid ingediend door het centraal kerkbestuur.
Als het budget past in het goedgekeurde meerjarenplan, neemt de gemeenteraad hiervan akte binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het budget bij de gemeenteoverheid.
Op 25/11/2025: Bracht het erkend representatief orgaan gunstig advies uit.
Het budget 2026 van een kerkfabriek dient in principe vóór 01/10/2025 gecoördineerd, na advies van het bisdom, te worden ingediend door het centraal kerkbestuur bij het gemeentebestuur.
Gezien het voorgelegde budget overeenkomt met het eerste jaar van het goedgekeurde meerjarenplan 2026-2031, dient hiervan enkel akte te worden genomen.
Er wordt een exploitatietoelage van € 8.756 en een investeringstoelage van € 3.500 voorzien in 2026.
Deze werden in het meerjarenplan ingeschreven onder A14.02 Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw: exploitatietoelage en A14.03 Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw: investeringstoelage.
Gunstig visum FA 2025/00337 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 – Neemt akte van budget 2026, vastgesteld door de kerkraad van kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw op 19/11/2025.
| Exploitatieontvangsten | 20.525,00 | Investeringsontvangsten | 0,00 | |
| Exploitatieuitgaven | 61.735,00 | Investeringuitgaven | 3.500,00 | |
| Exploitatie voor overboekingen | -41.210,00 | Investeringen voor overboekingen | 0,00 | |
| Overboekingen | 0,00 | Overboekingen | 0,00 | |
| Exploitatie eigen financieel boekjaar | -41.210,00 | Investeringen eigen financieel boekjaar | 0,00 | |
| Gecorrigeerd overschot N-2 | 32.454,43 | Overschot/tekort n-1 | 0,00 | |
| K1 overschot expl rek N-2 | 56.231,14 | Overschot/tekort investeringen | 0,00 | |
| K2 gecorrigeerd overschot budget N-1 | 23.776,71 | |||
| Exploitatie voor toelage | -8.755,57 | |||
| Exploitatietoelage | 8.755,57 | Investeringstoelage | 3.500,00 | |
| Overschot/tekort exploitatie | 0,00 |
Artikel 2 – Bezorgt dit besluit digitaal aan het Centraal Kerkbestuur Bonheiden, de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw, de gouverneur en het erkend representatief orgaan.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 de lijst van nominatief toe te kennen subsidies goed te keuren.
De lijsten van de nominatieve toelagen werden losgekoppeld van de BBC-beleidsrapporten (meerjarenplan)zodat ze de vorm aannemen van een afzonderlijk besluit van de raad.
Aangezien ze niet meer worden opgenomen in het meerjarenplan, kan de raad er afzonderlijk over beslissen, zonder een aanpassing van het meerjarenplan door te voeren, wat de flexibiliteit vergroot. In de documentatie bij het meerjarenplan wordt wel nog een overzicht opgenomen van de toegestane werkings- en investeringssubsidies, waaronder ook de nominatief toegekende subsidies behoren. Dat overzicht houdt echter niet langer een beslissing in, maar is louter informatief. De documentatie maakt geen deel uit van het meerjarenplan en moet enkel ter beschikking worden gesteld aan de raadsleden.
De bevoegdheid voor “het toekennen van nominatieve subsidies” komt toe aan de raad. De raad moet dus een besluit nemen tot nominatieve toekenning van elke subsidie afzonderlijk. Om niet elk dossier apart voor te leggen aan de raad, wordt thans globaal een lijst van nominatief toe te kennen subsidies voorgelegd aan de gemeenteraad, die deze kan goedkeuren voor uitbetaling in 2026-2031. Wanneer bij de toekenning van deze bedragen zou afgeweken worden of wanneer een nieuwe nominatieve subsidie zou toegekend worden aan een begunstigde die niet in deze overzichtslijst is opgenomen én deze binnen de grenzen van de globale exploitatie of investeringen blijft, dient dat betreffend dossier apart aan de gemeenteraad voorgelegd te worden voor goedkeuring, zonder dat een aanpassing van het meerjarenplan vereist is.
De gemeenteraad geeft hiermee de opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om de nominatieve subsidies uit te keren binnen het voorziene krediet per begunstigde, zoals opgenomen in de bijlage. Een nominatieve subsidie wordt uitgekeerd op basis van een (dotatie)besluit of een subsidieaanvraag en dit conform de afspraken in het organisatiebeheerssysteem, namelijk:
Nominatieve subsidies die van verantwoording worden vrijgesteld (≤ € 1.240) kunnen rechtstreeks aangerekend worden door de financiële dienst, waardoor de goedkeuring door college van burgemeester en schepenen / vast bureau / directiecomité van het AGBPB loopt via de goedkeuring van de verzamelstaat van de aanrekeningen.
Nominatieve subsidies die niet van verantwoording worden vrijgesteld (> € 1.240), dienen steeds ter goedkeuring voor betaling aan college van burgemeester en schepenen / vast bureau / directiecomité van het AGBPB worden voorgelegd.
Zij worden enkel ten informatieve titel opgenomen in de lijst.
De fractie N-VA stelt volgend amendement voor:
De nominatieve subsidie voor De Rode Planeet en vzw Weyneshof verhogen van € 500 naar € 2.500.
Dit amendement wordt met 9 stemmen voor (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs), 14 stemmen tegen (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs) niet aangenomen.
Artikel 1 - Keurt de lijst met toe te kennen nominatieve subsidies 2026-2031, zoals gevoegd in bijlage goed.
Met 15 stemmen voor (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs) en 7 stemmen onthouding (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) goedgekeurd.
Met 15 stemmen voor (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs) en 7 stemmen onthouding (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) goedgekeurd.
Met 15 stemmen voor (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs) en 7 stemmen onthouding (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) goedgekeurd.
Met 14 stemmen voor (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs) en 6 stemmen onthouding (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts) goedgekeurd.
Artikel 2 - Geeft de opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om de nominatieve subsidies uit te keren binnen het voorziene krediet per begunstigde, zoals opgenomen in de lijst. Een nominatieve subsidie wordt uitgekeerd op basis van een (dotatie)besluit of een subsidieaanvraag en dit conform de afspraken in het organisatiebeheerssysteem.
Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 opcentiemen op de onroerende voorheffing te heffen van 724,18 opcentiemen.
18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende de gemeentebelasting 2020-2025: Opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV).
Voor de periode 2026-2031 wordt ten behoeve van de gemeente Bonheiden opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.01 Opcentiemen op de onroerende voorheffing.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00285 van Financiele dienst van 16 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft voor de periode 2026-2031 opcentiemen op de onroerende voorheffing.
Artikel 2 - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de belastingplichtige van de onroerende voorheffing.
Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief
De gemeente heft 724,18 opcentiemen op de onroerende voorheffing.
Artikel 6 - Wijze van inning
De vestiging en inning van de gemeentelijke opcentiemen gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Artikel 7 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een aanvullende belasting op de personenbelasting te heffen van 7,5%.
18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende belastingreglement op de aanvullende personenbelasting (APB) 2020-2025.
Voor de periode 2026-2031 wordt een aanvullende belasting op de personenbelasting gevestigd ten last van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar. De belasting wordt vastgesteld op 7,5% van de, overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek inkomstenbelasting 1992 berekende grondslag, voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De N-VA fractie stelt volgend amendement voor:
De meerwaarde van de opbrengst van de trajectcontroles van 6% wordt in mindering gebracht op de personenbelasting.
Dit amendement wordt met 9 stemmen voor (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) en 14 stemmen tegen (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs) niet aangenomen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.02 Aanvullende belasting op de personenbelasting.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00284 van Financiele dienst van 16 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2 - De belastbare periode
De aanvullende gemeentebelasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de rijksinwoner die belastbaar is in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op 7,5% van de, overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek inkomstenbelasting 1992 berekende grondslag, voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 6 - Wijze van inning
De vestiging en inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het Bestuur der Directe Belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek inkomstenbelastingen.
Artikel 7 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld een kohierbelasting op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente voor de periode 2026-2031 vast te stellen.
18/12/2019: Besluit gemeenteraad houdende reglement kohierbelasting op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente 2020-2025: Vaststelling.
De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd reclamedrukwerk en gelijkgestelde producten heeft een ecologische component, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente.
Het tarief voor het drukwerk wordt vastgesteld per begonnen 100-tal exemplaren en per bladoppervlakte. Deze berekeningswijze huldigt het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.11 Belasting op het verspreiden van reclamedrukwerk.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00312 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Kohierbelasting op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een kohierbelasting op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 2 - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de verantwoordelijke uitgever. Wanneer de verantwoordelijke uitgever niet gekend is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf. Indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever. Wanneer er geen Belgische vestiging is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf.
Artikel 5 - Hoofdelijkheid
De genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, is steeds hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld volgens onderstaande indeling per bedeling van een publicatie en dit per begonnen 100-tal bedeelde exemplaren. Het al dan niet volledig bedrukt zijn van de pagina’s geeft geen aanleiding tot belastingvermindering.
De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.
Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 7 - Vrijstellingen en/of verminderingen
Zijn van de belasting vrijgesteld:
Artikel 8 - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier, vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9 - Aangifteplicht
De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden minstens 3 werkdagen voor de verspreiding spontaan aangifte te doen bij het gemeentebestuur van de gegevens benodigd voor de belastingberekening. De gemeente kan specimen van het verspreide drukwerk of van de gelijkgestelde producten opvragen.
Artikel 10 - Belastingverhoging
Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 9, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 100% van de totale basisbelasting en afzonderlijk in het kohier en op het aanslagbiljet vermeld.
Artikel 11 - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 12 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Tijdens de gemeenteraad van 30/04/2025 werd de contantbelasting op inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval vanaf 01/01/2026 tot en 31/12/2031 vast te stellen. Echter, de Vlaamse Regering besliste om versneld de milieuheffing te verhogen.
In het voorontwerp van programmadecreet wordt voorgesteld om de milieuheffing van huisvuil en bedrijfsafval gelijk te trekken (huisvuil momenteel € 16,26/ton en bedrijfsafval momenteel € 28,76/ton). Beiden worden verhoogd naar € 32/ton.
Dankzij MBS Geel is de drogingsfactor ca. -33%, dus het effect van deze verhoging sijpelt voor 2/3de door. Dit is een extra kost voor de gemeenten van € 1,05 cent per kg afval.
Op de mandaatgroep van 07/11/2025 was er een intergemeentelijk akkoord om deze heffing door te rekening aan de burgers door de diftar-tarieven te laten stijgen met € 0,02/kg.
Bovendien wordt deze aanpassing gebruikt om ook de werkwijze met piekzakken aan te passen, alsook enkele definities scherper te stellen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 de contantbelasting op de ingezamelde afvalfracties van huishoudelijke en vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong in die zin aan te passen.
Het Lokaal Materialenplan 2023-2030 (LMP) werd goedgekeurd op 26/05/2023 door de Vlaamse Regering. Dit plan omvat specifieke doelstellingen om de hoeveelheid restafval te doen dalen tegen 2030.
Europese regelgeving verplicht Vlaanderen om het bioafval uit het restafval te halen en om de eigen reductiedoelstellingen voor het restafval en recyclagedoelstellingen te behalen. Daarom voert dit Lokaal Materialenplan (LMP) de algemene verplichting in voor lokale besturen om een selectieve inzameling van alle bioafval aan te bieden aan de burger. De gemeente is verplicht om de mogelijkheid te bieden aan burgers om het bioafval (GFT) selectief aan te bieden. Aan deze inzameling en verwerking zijn kosten verbonden die doorwegen op de gemeentelijke financiën.
Uit de bevraging over sorteergedrag (OVAM, 2021) blijkt dat de meeste respondenten beter zouden sorteren als het verschil in tarief tussen huisvuil en selectieve stromen verhoogt. Om de scheiding aan de bron aan te moedigen, is het aangewezen dat de tarieven voor GFT lager liggen dan de tarieven voor huisvuil.
Naast de inzameling van huisvuil en GFT voorziet de gemeente ook de inzameling van volgende afvalstoffen:
De verhoging van de Vlaamse milieuheffing vanaf 2026 is opgenomen in het ontwerp van programmadecreet voor het begrotingsjaar 2026, dat deel uitmaakt van de Vlaamse begroting 2026. Dit programmadecreet bevat de fiscale en beleidsmatige maatregelen die samenhangen met de begroting, waaronder aanpassingen aan bestaande heffingen zoals de milieuheffing. De milieuheffing zelf is geregeld in het Materialendecreet van 23/12/2011 (decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen). Voor de verhoging vanaf 2026 wordt dit decreet aangepast via het programmadecreet 2026 en bijhorende uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse Regering. In het voorontwerp van programmadecreet wordt voorgesteld om de milieuheffing van huisvuil en bedrijfsafval gelijk te trekken (huisvuil momenteel € 16,26/ton en bedrijfsafval momenteel € 28,76/ton). Beiden worden verhoogd naar € 32/ton. Dankzij MBS Geel is de drogingsfactor ca. -33%, dus het effect van deze verhoging sijpelt voor 2/3de door. Dit is een extra kost voor de gemeenten van € 1,05 cent per kg afval.
De gemeente keurde een beheersoverdracht goed aan IVAREM om in te staan voor de inzameling en verwerking van het huisvuil. Op de mandaatgroep van 07/11/2025 was er een intergemeentelijk akkoord om deze heffing door te rekening aan de burgers door de diftar-tarieven te laten stijgen met € 0,02/kg.
Bovendien wordt deze aanpassing gebruikt om ook de werkwijze met piekzakken aan te passen. Momenteel moet een burger als hij extra afval heeft, een piekzak aankopen. Dit systeem zou worden aangepast waarbij de burger contact opneemt met IVAREM en hij dit extra afval in om het even welke zak naast zijn container plaatst, waarbij het afval zal verwerkt worden aan kilo-tarief.
De aanpassing van de afvalbelasting en het gebruik van afvalcontainers met gewichtsdiftar is gebaseerd op verschillende logische en beleidsmatige overwegingen die bijdragen aan een duurzamer afvalbeheer en een rechtvaardiger belastingstelsel.
1. Principe van de vervuiler betaalt
De afvalbelasting is ontworpen volgens het principe van de vervuiler betaalt, zoals vastgelegd in diverse milieuwetgevingen, waaronder het decreet van 23/12/2011, betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. Dit principe stelt dat degenen die afval produceren, verantwoordelijk zijn voor de kosten van de inzameling en verwerking ervan. Door een variabele belasting in te voeren die gebaseerd is op het gewicht van het aangeboden afval, worden inwoners gestimuleerd om hun afvalproductie te verminderen en beter te scheiden.
2. Financiële duurzaamheid
De kosten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval drukken zwaar op de gemeentelijke financiën. De invoering van een afvalbelasting zorgt ervoor dat deze kosten eerlijk worden verdeeld onder de gebruikers van de afvaldiensten. Dit draagt bij aan de financiële duurzaamheid van de gemeentelijke afvalbeheerprogramma's en voorkomt dat de lasten onevenredig op de algemene gemeentelijke begroting drukken.
3. Stimulering van afvalreductie en recycling
Door het gebruik van afvalcontainers met gewichtsdiftar worden inwoners direct geconfronteerd met de hoeveelheid afval die zij produceren. Dit systeem moedigt afvalreductie en recycling aan, omdat lagere afvalproductie en betere scheiding van recyclebare materialen direct leiden tot lagere kosten voor de gebruiker. Dit sluit aan bij de doelstellingen van het Lokaal Materialenplan 2023-2030, dat streeft naar een significante vermindering van de hoeveelheid restafval per inwoner.
4. Transparantie en eerlijkheid
Het gebruik van containers met een identificatiechip en een geautomatiseerd registratiesysteem zorgt voor een transparante en eerlijke manier van belastingheffing. Elke gebruiker betaalt op basis van de daadwerkelijke hoeveelheid afval die wordt aangeboden, wat leidt tot een rechtvaardiger belastingstelsel. Dit systeem voorkomt ook fraude en misbruik, omdat elke aanbieding nauwkeurig wordt geregistreerd en toegewezen aan de juiste gebruiker.
5. Sociale rechtvaardigheid
Er worden sociale toelagen voorzien voor gezinnen, die om medische redenen, extra afval produceren. Dit zorgt ervoor dat de belastingdruk eerlijk wordt verdeeld en dat kwetsbare groepen in de samenleving worden beschermd tegen onevenredige financiële lasten. Deze maatregel is in lijn met de sociale doelstellingen van de gemeente en draagt bij aan een inclusieve en rechtvaardige samenleving.
6. Intergemeentelijke samenwerking
De beheersoverdracht aan IVAREM en de afstemming van afvaltarieven binnen het samenwerkingsverband zorgen voor een efficiënter en consistenter afvalbeheer in de regio. Dit bevordert de samenwerking tussen gemeenten en zorgt voor een uniforme aanpak van afvalbeheer, wat leidt tot schaalvoordelen en een betere dienstverlening aan de inwoners.
De ontvangsten die voortkomen uit dit belastingreglement zijn in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen onder A2.10.1002 IVAREM: Variabele bijdrage: inzameling en verwerking restafval.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00322 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Contantbelasting op inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een contantbelasting op de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval.
Artikel 2 - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De belastingplichtige
§1 De belastingplichtige van onder artikel 5 vermelde contantbelasting is eenieder die gebruikmaakt van de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake de inzameling aan huis van huisvuil;
§2 De belastingplichtige van onder artikel 6 vermelde contantbelasting is eenieder die gebruikmaakt van de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake de inzameling van de daarin vermelde afvalsoorten op het recyclagepark;
| Huisvuil |
|
| Rolcontainers* |
0,35 euro per kg vermeerderd met een aanbiedingskostprijs van: |
| Verzamelcontainers* |
Verzamelcontainers zonder weegmogelijkheid: 1,31 euro per 20 liter vulsluis 3,94 euro per 60 liter vulsluis |
|
|
|
| Grofvuil |
|
| per ophaaladres per gewicht* |
25 euro/ophaaladres 0,41 euro/kg* |
| PMD-afval |
|
| Blauwe PMD-zakken |
0,15 euro/60 liter zak |
| Verzamelcontainers |
0,05 euro/20 liter vulsluis |
| GFT |
|
| Rolcontainers* |
0,22 euro per kg vermeerderd met een aanbiedingskostprijs van 1,14 euro per rolcontainer van 40 liter of 140 liter |
| Verzamelcontainers (GFT-cocon)* |
0,44 euro per 10 liter vulsluis |
| Papieren gft-zakjes (8 liter) |
6 euro per bundel van 80 zakjes |
| Plaatsing en vervangingen bij rolcontainers en verzamelcontainer |
|
| slot |
Plaatsen van een slot 40 euro |
| vervanging of bijkomende aanmeldkaart naast container |
15 euro per aanmeldkaart |
| omruiling container |
15 euro (eerste omruiling gratis) |
| vervanging of herstelling containers (incl. chip en interventie) |
46 euro per 40 liter container |
| plaatsingstarieven voor tijdelijke huisvuil containers |
15 euro per container van 140 liter of 240 liter |
*De belasting betreffende het inzamelen en verwerken van GFT, huisvuil via rolcontainers, verzamelcontainers, en de verwerking van grofvuil aan huis wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor waarbij in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op sep van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op september van 2025. Het zo verkregen getal wordt wiskundig afgerond op 0,01 euro.
Artikel 6 - De contantbelasting op de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake de inzameling van volgende afvalsoorten op het recyclagepark bedraagt:
| Grofvuil |
|
| Per gewicht |
0,35 euro per kg met een minimum van 3,5 euro per weging |
| Per volume: |
(omgerekend aan 135 kg per m³ afgerond op 0,5 euro) 12 euro per zitplaats 12 euro per begonnen ¼ m³ |
| Betalende zone (asbestcement, grond, houtafval, vlak glas, steenpuin, kalk, gips, porselein , treinbielzen) |
|
| toegang tot de betalende zone met de wagen via slagboom |
10 euro per begonnen m³ |
| toegang tot de betalende zone te voet via draaikruis |
1 x gratis per bezoek en per gezin |
| Gratis zone (papier en karton, hol glas, KGA, batterijen, textiel, oude metalen, groenafval, AEEA, herbruikbare voorwerpen, piepschuim, harde kunststoffen, matrassen, snoeihout en kleine boomstronken) |
|
| PMD |
aan te leveren in blauwe zakken van IVAREM |
| Incontinentiemateriaal |
aan te leveren in inco-zakken van IVAREM |
| Andere artikelen/diensten |
|
| terbeschikkingstelling van naaldcontainer |
Gratis |
| ter beschikking stellen van blauwe zak |
1,50 euro per rol van 10 zakken van 60 liter |
| ter beschikking stellen van inco zak* |
12,50 euro per rol van 10 zakken van 30 liter (indexeren afgerond op 0,5 euro) |
| ter beschikking stellen van plaat-en kuubzakken voor hechtgebonden asbest |
30 euro voor de eerste zak en 20 euro per volgende zak |
|
|
|
| extra toegang bovenop de basis toegekende 28 gratis beurten per jaar |
5 euro/bezoek |
| toegangskaart per aansluitpunt |
15 euro per toegangskaart |
*De belasting betreffende het aanbieden van grofvuil op de recyclageparken per ¼ gewicht wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor waarbij in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op sep van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op september van 2025. Het zo verkregen getal wordt wiskundig afgerond op 0,01 euro.
*De belasting betreffende het aanbieden van grofvuil op de recyclageparken per volume wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de geïndexeerde tarieven per gewicht waarbij een omrekeningsfactor van 135 kg per m³ wordt aangenomen. Het zo verkregen getal wordt wiskundig afgerond op 0,5 euro.
*De belasting betreffende het ter beschikking stellen van incozakken op de recyclageparken wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor waarbij in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op sep van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op september van 2025. Het zo verkregen getal wordt wiskundig afgerond op 0,50 euro.
Artikel 7 - Wijze van inning
De contantbelasting is verschuldigd als volgt:
§ 1. Diegenen die gebruikmaken van de door de gemeente voorgeschreven zakken voor inzameling aan huis zijn de in artikel 2 vermelde contantbelasting verschuldigd bij de aankoop ervan op de door de gemeente vastgestelde plaats(en). Die recipiënten zijn uitsluitend te verkrijgen in voorverpakte hoeveelheden van 10 stuks.
§ 2. Diegenen die voor de aanbreng van afvalstoffen gebruikmaken van het recyclagepark zijn de in
artikel 3 vermelde contantbelasting verschuldigd. Wanneer het weegsysteem op het recyclagepark in storing is, zal de tariefbepaling van het aangeboden grofvuil gebeuren op basis van het aantal zitplaatsen en op basis van het aangeboden volume van het overige grofvuil.
§ 3. Diegenen die gebruikmaken van de door de gemeente voorgeschreven containers zijn de contantbelasting verschuldigd op het ogenblik dat de kipbeweging van de container en het gewicht van het meegegeven afval door de ophaalwagen worden geregistreerd. De contantbelasting wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie. Indien geen gewicht kon worden geregistreerd, wordt een bedrag voor de aangeboden kilogrammen aangerekend van overeenkomstig 3 kg bij 40 liter, 10,5 kg bij 140 liter, 18 kg bij 240 liter, 27 kg bij 360 liter, 58 kg bij 770 liter en 82,5 kg bij 1 100 liter-containers.
§ 4. Diegenen die gebruikmaken van de door de gemeente voorgeschreven aanmeldkaart voor een verzamelcontainer zijn de contantbelasting verschuldigd bij de sluiting van de vulsluis van de verzamelcontainer. De contantbelasting wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie.
§ 5. De contantbelasting voor vervanging of herstelling van containers en/of chip die door toedoen van de containergebruiker onbruikbaar zijn geworden, wordt aangerekend bij de vervanging. De contantbelasting wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie. Die contantbelasting is niet verschuldigd wanneer de containerhouder het bewijs levert dat het verlies of de beschadiging van de container niet werd veroorzaakt door of het resultaat is van enige nalatigheid van zijnentwege.
§ 6. De contantbelasting bij vervanging of bijkomende aanmeldkaart wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie bij levering of vervanging van de aanmeldkaart. Die contantbelasting is niet verschuldigd wanneer de houder van de aanmeldkaart het bewijs levert dat het verlies of de beschadiging van de aanmeldkaart niet werd veroorzaakt door of het resultaat is van enige nalatigheid van zijnentwege.
§ 7. De contantbelasting bij omruiling van een container op vraag van de containerhouder, wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie bij omruiling van de container. Bij een nieuwe containerhouder zal (zullen), bij wijze van overgangsmaatregel, de container(s) op verzoek éénmalig gratis worden omgeruild.
Indien de container niet leeg en proper wordt aangeboden op het moment van omruiling wordt voor de voorrijkosten een contantbelasting van 25 euro in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie.
§ 8. De contantbelasting voor het plaatsen en verwijderen van een slot op de container op verzoek van de containerhouder, wordt afgetrokken van de vooraf betaalde provisie bij het aanbrengen resp. verwijderen van het slot.
§ 9. De contantbelasting voor het plaatsen van tijdelijke containers wordt aangerekend bij de levering. Indien de containers bij ophaling vuil zijn, wordt een contantbelasting aangerekend van 15 euro per container van 140 liter of 240 liter en 25 euro per container van 1 100 liter.
Artikel 8 - De drempelbedragen en betalingsuitnodigingen worden vastgesteld als volgt:
§ 1. Bij een eerste betalingsuitnodiging voor de vooraf te betalen provisie wordt 40 euro aangerekend die binnen een termijn van twee weken vanaf ontvangst van de betalingsuitnodiging op het vermelde rekeningnummer gestort moet worden. Dit bedrag wordt verhoogd met 20 euro indien de huisvuilinzameling ook via containers gebeurt.
§ 2. Van zodra het drempelbedrag van 15 euro is bereikt, wordt een aanvulling van de provisie verwacht. De provisie wordt aangevuld volgens het geraamde gebruik voor het volgende jaar, gebaseerd op de historiek van het aansluitpunt van de afgelopen 3 maanden. Indien de historiek korter is dan 3 maanden, dan is het bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging vastgesteld op 60 euro. De gebruiker stort dat bedrag binnen een termijn van twee weken vanaf de ontvangst van de betalingsuitnodiging op het vermelde rekeningnummer. De aanvulling van de provisie bedraagt maximaal 100 euro per aansluitpunt en wordt verhoogd met een openstaande schuld.
§ 3. De container wordt geledigd zolang de provisie niet lager is dan 0 euro. De verzamelcontainers en recyclageparken blijven toegankelijk zolang de provisie de 0 euro niet bereikt.
Artikel 9 - De terugbetaling wordt vastgesteld als volgt:
Bij verhuis buiten het werkingsgebied van IVAREM of overlijden van de alleenwonende wordt het nog beschikbare bedrag van de voorafbetaalde provisie door IVAREM teruggestort op het laatst gekende rekeningnummer.
De containers en aanmeldkaarten worden voor verder gebruik geblokkeerd.
Artikel 10 - De intergemeentelijke inning is vastgesteld als volgt:
De vermelde contantbelastingen worden geïnd door het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVAREM.
Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.
Artikel 11 - Diverse bepalingen
De containers zijn eigendom van IVAREM. De container bevat een ingebouwde elektronische gegevensdrager waardoor de identiteit van de gebruiker gekend is. De containers behoren toe aan de fysische locatie (gebouw, infrastructuur of domein) van het aansluitpunt.
Bij gezinnen en 2de verblijven zijn de volgende toekenningsregels voor de containers van toepassing per aansluitpunt:
Bedrijven en verenigingen mogen enkel vergelijkbaar afval aanbieden in het gemeentelijk inzamelcircuit voor zover dit in hoeveelheid en samenstelling vergelijkbaar is met particulieren. Bedrijven en verenigingen kunnen in dit circuit bijgevolg enkel een huisvuilcontainer van 140 liter ontvangen. Een GFT container wordt enkel toegestaan als aanvulling bij een huisvuilcontainer.
Artikel 12 - Gemeenschappen, scholen en residenties kunnen meerdere en grotere afvalcontainers aanvragen.
De toegang tot de recyclageparken verloopt via het ‘HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE RECYCLAGEPARKEN VAN IVAREM’ terug te vinden op de website www.ivarem.be en op de aanplakborden aan de ingang van het recyclagepark.
Artikel 13 - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 14 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 15 - Bekendmaking / Melding aan toezichthoudende overheid
De bekendmaking gebeurt overeenkomstig artikel 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
De gemeente wil inwoners, die om medische redenen extra afval produceren, een sociale toelage verlenen voor de variabele afvalbelasting.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een toelagereglement vast te stellen tot toekenning van een toelage aan personen die om medische redenen extra afval veroorzaken en aan onthaalouders of erkende opvanggezinnen, volgens een bewijs afgeleverd door Kind en Gezin of door het OCMW.
Voor bepaalde bevolkingsgroepen betekent het Diftarsysteem een aanzienlijke meerkost.
Het komt derhalve billijk voor een sociale correctie aan te brengen voor incontinente patiënten, erkende opvanggezinnen en stomapatiënten en een financiële tegemoetkoming op de passende diftarrekening voor hen te voorzien.
IVAREM voorziet een gerichte vermindering van € 30 per belastingjaar en per gezin. Ook gezinnen met een gezinslid dat om medische redenen meer afval produceert (nierdialyse, stoma, incontinentie, huidaandoening, ...), kunnen na voorlegging van een medisch attest vermindering krijgen.
Deze tegemoetkoming steunt op billijkheidsoverwegingen.
De nodige kredieten worden in het meerjarenplan 2026-2031 voorzien op boekhoudsleutel A2.10.1018/0300-00/6491000.
Visum:
Gunstig visum FA 2025/00336 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het toelagereglement in relatie tot de contantbelasting op inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 vast als volgt:
Artikel 1 - Doel
De gemeente wil inwoners die om medische redenen extra afval produceren een sociale toelage verlenen voor de variabele afvalbelasting.
Artikel 2 - Doelgroep
Voor de toelage komen in aanmerking:
Personen die om medische redenen extra afval veroorzaken:
Onthaalouders of erkende opvanggezinnen volgens een bewijs afgeleverd door Kind en Gezin of door het OCMW.
Artikel 3 - Voorwaarden
De gemeente verleent een toelage onder de volgende voorwaarden:
Artikel 4 - Bedragen
De toelage bedraagt € 30 per belastingjaar en per gezin en wordt in één deel uitbetaald. Het bedrag wordt op de DIFTAR provisie rekening van de begunstigde overgemaakt.
Artikel 5 - Procedure
De belastingplichtige doet een aanvraag via het aanvraagformulier terug te vinden op de gemeentelijke website. Deze aanvraag moet jaarlijks ingediend worden voor 30 september.
Artikel 6 - Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op 01/01/2026 tot uiterlijk 31/12/2031 en heft elk voorgaande ten deze op, meer bepaald het reglement inzake sociale toelage bij belasting op het inzamelen en verwerken van afvalstoffen, goedgekeurd door de gemeenteraad van 18/12/2019.
Artikel 2 - Maakt dit reglement binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een contantbelasting op het verwijderen van sluikstorten, opruimen van zwerfvuil en op het uitvoeren van werken voor of in de plaats van derden vast te stellen. De opgenomen bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het reglement contantbelasting op het verwijderen van sluikstorten, opruimen van zwerfvuil en op het uitvoeren van werken voor of in de plaats van derden 2020-2025.
Het politiereglement bevat diverse verplichtingen voor burgers opgelegd in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en hygiëne en het voorkomen van openbare overlast. Sancties zijn tevens voorzien.
Het gebeurt echter vaak dat zulke overtredingen een interventie van de gemeente noodzakelijk maakt in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en hygiëne. Deze interventies brengen bijkomende kosten met zich mee, welke verhaald dienen te worden op de overtreder. Hiertoe dient een belastingreglement op het verwijderen van sluikstort, opruimen van zwerfvuil en uitvoeren van werken voor of in de plaats van derden, te worden vastgesteld.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A2.10.5101 Contantbelasting verwijderen sluikstort, opruimen zwerfvuil en uitvoeren werken voor of i.p.v. derden.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00304 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Contantbelasting op het verwijderen van sluikstorten, opruimen van zwerfvuil en op het uitvoeren van werken voor of in plaats van derden vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een contantbelasting op het verwijderen van sluikstorten, opruimen van zwerfvuil en op het uitvoeren van werken voor of in plaats van derden.
Artikel 2 - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk op de toepasselijke bepalingen in het gemeentelijk politiereglement, welke een ambtshave tussenkomst van de gemeente noodzaakt met het oog op de bescherming van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en hygiëne en het voorkomen van openbare overlast. In voorkomend geval is de belasting verschuldigd door de wettelijk vertegenwoordiger van de belastingschuldige. De daartoe beëdigde aangestelden zijn gemachtigd alle inbreuken vast te stellen.
Artikel 4 - Hoofdelijkheid
Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief
De verschuldigde belasting wordt als volgt vastgesteld:
Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
De belasting wordt gevorderd onverminderd strafrechtelijke of administratiefrechtelijk vervolging.
Artikel 6 - Wijze van inning
De belasting wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een betaalverzoek. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Artikel 7 - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 8 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op valse alarmmeldingen.
Als aanslagvoet wordt een bedrag van € 155 met een jaarlijkse indexaanpassing voorgesteld.
30/06/2021: Besluit van de gemeenteraad betreffende de vaststelling van het belastingreglement op valse alarmmeldingen tot en met 2025.
Op voorstel van de politiezone BODUKAP werd in 2021 een nieuw belastingreglement ingevoerd op valse alarmmeldingen.
De politiezone BODUKAP wordt regelmatig geconfronteerd met valse alarmmeldingen. Elke alarmmelding wordt steeds ernstig genomen en onderzocht met de nodige aandacht en mankracht. Als achteraf blijkt dat dit om een valse melding ging, is er steeds veel tijd, geld en energie verloren gegaan. Bovendien ondermijnt dit de mogelijkheden om echte alarmmeldingen snel en adequaat te onderzoeken.
Voor de toepassing van het reglement wordt verstaan onder:
De belasting zal worden geheven vanaf de derde interventie binnen een periode van één jaar ten gevolge van de in dit reglement opgenomen alarmmeldingen per installatie.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.05 Belasting op vals alarm.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00283 van Financiele dienst van 16 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op de valse alarmmeldingen' vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op de valse alarmmeldingen en alarmmeldingen waarbij binnen de tijdspanne van aankomst bij de plaats van het alarm afgesproken met de politiediensten, de gebruiker, een contactpersoon of een bewakingsagent niet aanwezig is.
De belasting zal worden geheven vanaf de derde interventie binnen een periode van één jaar ten gevolge van de in dit reglement opgenomen alarmmeldingen per installatie.
Artikel 2 - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De belastingplichtige
De belasting valt ten laste van de persoon, de rechtspersoon of de feitelijke vereniging als gebruiker van de alarminstallatie.
Artikel 5 - Hoofdelijkheid
Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 155,00 per nodeloos alarm.
Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijft het bedrag op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 7 - Wijze van inning
De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of via overschrijving na ontvangst van een betaalverzoek. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Artikel 8 - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 9 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op het vervoer van personen met politievoertuig (combitaks). Als aanslagvoet wordt € 110 vastgesteld, met een jaarlijkse indexaanpassing.
18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende de belasting op het vervoer van personen met politievoertuig 2020-2025.
Het artikel 93, 4° van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken (Koninklijk Besluit van 28/12/1950 houdende het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken) bepaalt dat in alle gevallen ten laste van de Staat komen, de kosten van overbrenging van verdachten, beschuldigden en veroordeelden en van personen die ter beschikking van de regering zijn gesteld, en dit zonder verhaal op de veroordeelde partijen.
Onder bepaalde voorwaarden bestaat de noodzaak om de door de gemeente gemaakte kosten te laten vergoeden van het vervoer van dronken personen of van personen die gedragingen stelden, die de levenskwaliteit van de inwoners kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt, waardoor de normale last die het leven in de samenleving onvermijdelijk met zich meebrengt, wordt overstegen.
Eenvoudig gezegd komt het er op neer dat deze belasting is ingegeven door het feit dat bovenstaand vervoer de werklast van het politiepersoneel verzwaart, waardoor andere taken van de politie in het gedrang kunnen komen. Het is dus billijk om een deel van die vervoerskosten te laten vergoeden.
Bijkomend wordt er ingezet om minderjarigen vrij te stellen van deze belasting en een begeleidingstraject te voorzien. Indien dit begeleidingstraject niet (voldoende) wordt gevolgd, komt deze vrijstelling te vervallen.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De opbrengsten van deze belasting worden via de jaarlijkse dotatie aan de politiezone BODUKAP doorgestort.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.04 Belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig (zgn. combitaks).
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00282 van Financiele dienst van 16 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig wegens
Artikel 2 - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De belastingplichtige
De belasting valt ten laste van de vervoerde persoon of in voorkomend geval, van de voor hem burgerlijk verantwoordelijke persoon. Zij is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming bereikt heeft.
Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 110 per rit en per vervoerd persoon.
Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijft het bedrag op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 6 - Vrijstellingen en/of verminderingen
De belasting is niet verschuldigd bij
Artikel 7 - Wijze van inning
De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of via overschrijving na ontvangst van een betaalverzoek. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Artikel 9 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op tweede verblijven. Als aanslagvoet wordt € 1.000 per tweede verblijf voorgesteld, met een jaarlijkse indexatie.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op tweede verblijven. De aanslagvoet wordt geactualiseerd en voorgesteld op € 1.000 per tweede verblijf. Dit bedrag stemt meer overeen met het bedrag van de ons omringende gemeenten.
Tevens dient dit reglement gelezen te worden samen met het belastingreglement op leegstand. Uit ervaring blijkt dat meermaals getracht wordt een leegstaande woning te kwalificeren als een tweede verblijf, waardoor er een aanvoelen is dat een aangifte van een tweede verblijf een manier was om de heffing op leegstand te vermijden. Bijgevolg is het van belang het bedrag van de heffing tweede verblijven te verhogen en meer in de grootorde van de belasting op leegstand te brengen.
Omwille van een arrest van het Hof van Cassatie van 2023 wordt in het reglement expliciet een uiterste datum van aangifte van tweede verblijf opgenomen.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De N-VA fractie vraagt de voorzitter dit punt te verdagen naar de volgende zitting.
Dit voorstel wordt met 7 stemmen voor (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) en 16 stemmen tegen (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs) niet aangenomen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.16 Belasting op tweede verblijven.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00323 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'belasting op tweede verblijven vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
Het belastbaar feit is de opname van het tweede verblijf in het register van tweede verblijven. Zolang een tweede verblijf niet uit het register van tweede verblijven is geschrapt, blijft de belasting elk nieuw aanslagjaar verschuldigd.
De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de bepaling van de aanslag. Bij de eerste opname van een tweede verblijf in het register van tweede verblijven, is de belasting evenwel voor de gehele aanslagjaar verschuldigd vanaf de datum van opname in het register.
Artikel 2 - De belastbare periode
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 31 december 2031 wordt ten behoeve van de gemeente, onder de navolgende voorwaarden, een jaarlijkse belasting gevestigd op tweede verblijven.
Artikel 3 - Definities
De definities opgenomen in artikel 1 van het reglement op de registratie van tweede verblijven, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 17 december 2025, zijn van toepassing.
Artikel 4 - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigden van het tweede verblijf ten tijde van het belastbaar feit.
Indien er sprake is van meerdere zakelijk gerechtigden of van een tweede verblijf in onverdeeldheid, is elke zakelijk gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval van overlijden wordt de belasting gericht ten aanzien van de nalatenschap.
In geval van eigendomsoverdracht of vestiging of overdracht van een zakelijk recht op het tweede verblijf is de nieuwe zakelijk gerechtigde de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari die volgt op de datum waarop de eigendomsoverdracht of de vestiging of overdracht van het zakelijk recht op het tweede verblijf heeft plaatsgehad. De overdrager is verplicht om de overdracht te melden overeenkomstig artikel 9 van het reglement op de registratie van tweede verblijven.
Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op € 1.000 per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar en voor het ganse belastingjaar verschuldigd.
Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
Indien de index negatief evolueert, blijft het bedrag op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 6 - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier. Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7 - Aangifteplicht
De belastingplichtige moet een aangifte van het tweede verblijf indienen bij het gemeentebestuur conform artikel 3 van het reglement op de registratie van tweede verblijven.
Artikel 8 - Belastingverhoging
In het geval van de ambtshalve opname, bedoeld in artikel 4 van het reglement op de registratie van tweede verblijven wordt de belasting verhoogd met een bedrag van € 125 bij een eerste overtreding, € 250 bij een tweede overtreding en € 375 bij een derde en vierde overtreding met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt. Vanaf de vijfde opeenvolgende overtreding zal de belastingverhoging € 750 bedragen.
Artikel 9 - Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 - Administratieve geldboete
Een administratieve geldboete van € 500 wordt opgelegd aan de belastingplichtige die:
Artikel 11 - Bezwaarmogelijkheid
De belastingplichtige kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Indien de belastingplichtige wenst gehoord te worden dient hij daar uitdrukkelijk om te vragen in zijn bezwaarschrift.
Artikel 12 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een reglement op de registratie van tweede verblijven vast te stellen.
10/11/2025: E-mail van Sophie Aerts, juriste IGEMO, m.b.t. voorstel ontwerpreglement tweede verblijven voor zowel wat betreft de belasting- als wat betreft het registratiereglement.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op tweede verblijven. Om deze belasting te kunnen heffen dienen tweede verblijven geïnventariseerd te worden in een gemeentelijk register. Hiertoe dient een registratiereglement vastgesteld te worden met betrekking tot de definitie van een tweede verblijf en de minimale kwaliteitseisen waaraan dit verblijf dient te voldoen, de vaststelling van het tweede verblijf, de meldingsplicht, opname in en schrapping uit het register en het administratief beroep tegen beslissingen tot opname of schrapping van een tweede verblijf.
Omwille van een arrest van het Hof van Cassatie van 2023 wordt in het reglement expliciet een uiterste datum van aangifte van tweede verblijf opgenomen.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Artikel 1 - Stelt het reglement 'registratie van tweede verblijven vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
1. ALGEMEEN
Artikel 1 - Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder de volgende begrippen:
Het tweede verblijf moet bovendien voldoen aan volgende voorwaarden inzake woonkwaliteit:
Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
2. HET REGISTER VAN TWEEDE VERBLIJVEN
Artikel 2 - Het register van tweede verblijven
De gemeente houdt een register van tweede verblijven bij, waarin minimaal de volgende gegevens worden opgenomen:
Artikel 3 - Aangifteplicht
§1. De aangifteplichtige moet ten laatste op 30 april van het jaar volgend op de eerste ingebruikname van een woongelegenheid als tweede verblijf, een aangifte indienen bij de registerbeheerder op een door de gemeente ter beschikking gesteld formulier.
§2. De aangifte wordt per beveiligde zending verstuurd aan het volgende adres: Jacques Morrensplein 10 te 2820 Bonheiden. De aangifte kan eveneens per mail worden ingediend op volgend mailadres: financien@bonheiden.be.
Artikel 4 - Ambtshalve opname
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn overeenkomstig artikel 3 van dit reglement, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt het onroerend goed door de registerbeheerder ambtshalve ingeschreven in het register van tweede verblijven, dit op basis van de gegevens waarover de registerbeheerder beschikt en de indicaties vermeld in artikel 5, §2 van dit reglement.
Artikel 5 - Vaststelling van tweede verblijf
§1. De door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in de artikelen 5 en 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.
§2. Of een woongelegenheid een tweede verblijf is, wordt getoetst aan de volgende indicaties:
Aan alle indicaties dient voldaan te worden. Een tweede verblijf is immers geen leegstaande woning. Een tweede verblijf wordt daadwerkelijk gebruikt als woning en is ook zo ingericht en uitgerust.
Artikel 6 - Opname in het register van tweede verblijven
De registerbeheerder maakt met betrekking tot het tweede verblijf een genummerde administratieve akte op. Dit op basis van de aangifte vermeld in artikel 3 van dit reglement, dan wel, wat betreft de ambtshalve opnamen na een controle ter plaatse en toetsing aan de indicaties vermeld in artikel 5, §2 van dit reglement. In geval van een ambtshalve opname worden de vaststellingen gestaafd met minstens één foto en een beschrijvend verslag waarin de passende objectieve indicaties van tweede verblijf worden opgenomen.
De datum van de administratieve akte geldt als datum van opname in het register.
Artikel 7 - Kennisgeving van de opname in het register van tweede verblijven
§1. De beslissing tot opname van de woning in het register van tweede verblijven wordt, per beveiligde zending door de registerbeheerder ter kennis gebracht aan de zakelijk gerechtigde(n) die bij de gemeente gekend zijn.
Indien een tweede verblijf in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende zakelijk gerechtigden, betekent de registerbeheerder een administratieve akte aan elke zakelijk gerechtigde die bij de gemeente gekend is.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van het tweede verblijf waarop de administratieve akte betrekking heeft.
§2. Deze kennisgeving bevat tevens:
Artikel 8 - Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over opname in het register van tweede verblijven
§1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending of per e-mail en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot opname, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
§2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn
En minstens de volgende gegevens bevatten:
Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor een beroep tegen de opname in het register van tweede verblijven, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning.
§3. De zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd. Dit kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1 van dit artikel, niet is verstreken.
§4. De registerbeheerder registreert elk beroepschrift in het register van tweede verblijven.
§5. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).
Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over de ontvankelijke beroepschriften en geeft per beveiligde zending kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n) binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift.
§8. Indien de beslissing tot opname in het register van tweede verblijven niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning opgenomen in het register van tweede verblijven, vanaf de datum van de administratieve akte.
Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning beschouwd als nooit opgenomen in het register.
§9. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Artikel 9 - Meldingsplichten
§1. Bij wijziging van persoons-en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de zakelijk gerechtigde. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk twee maanden na wijziging aan de registerbeheerder te worden bezorgd.
Wanneer de zakelijk gerechtigde nalaat de wijzigingen door te geven kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven op grond van de gegevens waarover hij beschikt.
§2. Bij overdracht van een zakelijk recht op een tweede verblijf, geldt een meldingsplicht.
De overdrager bezorgt de registerbeheerder binnen een termijn van twee maanden na de overdracht per beveiligde zending of per e-mail een kopie van of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen.
De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:
Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de registerbeheerder op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris de registerbeheerder binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde(n), gestaafd met de nodige bewijsstukken.
§3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van tweede verblijven.
§4. Wanneer de overdracht niet aan de registerbeheerder ter kennis wordt gebracht, kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven aan de overdrager.
Artikel 10 - Openbaarheid van het register van tweede verblijven
Het register van tweede verblijven is een bestuursdocument en is als dusdanig (gedeeltelijk) toegankelijk voor het publiek.
De aanvraag tot openbaarheid kan overeenkomstig de bepalingen uit het Bestuursdecreet van 7 december 2018 worden afgewezen, onder meer ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Artikel 11 - Schrapping uit het register van tweede verblijven
§1. Een woning kan door de registerbeheerder uit het register van tweede verblijven worden geschrapt in de hierna bepaalde gevallen, indien de zakelijk gerechtigde, hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, hierom verzoekt en de nodige gegevens en bewijsstukken levert.
De registerbeheerder kan een woning ambtshalve schrappen uit het register van tweede verblijven indien hij reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat de woning niet als tweede verblijf wordt aangewend.
§2. Een woning wordt uit het register van tweede verblijven geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde hierom verzoekt en bewijst dat de woning minstens vier opeenvolgende maanden ononderbroken niet langer in gebruik is als tweede verblijf. De woning wordt geschrapt te rekenen vanaf de eerste dag van de beëindiging van de aanwending als tweede verblijf, op voorwaarde dat dit blijkt uit de inschrijving in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister, de eventuele andere door de zakelijk gerechtigde aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.
§3. Het verzoek tot schrapping moet om ontvankelijk te zijn:
En minstens de volgende gegevens bevatten:
De indiener van het verzoek tot schrapping kan te allen tijde een nieuw verzoek tot schrapping indienen dat voldoet aan de vereisten opgesomd in deze paragraaf.
§4. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijkheid van de verzoeken tot schrapping.
§5. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijke verzoeken tot schrapping op hun gegrondheid aan de hand van de stukken of een feitenonderzoek, verricht door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).
Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning kan nooit als afdoende bewijs gelden voor het bekomen van een schrapping uit het register van tweede verblijven, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning.
§6. Indien het verzoek tot schrapping onontvankelijk of ongegrond wordt beoordeeld, blijft de woning in het register van tweede verblijven opgenomen, vanaf de datum van de administratieve akte.
§7. De registerbeheerder neemt een beslissing, desgevallend na plaatsbezoek, omtrent het ontvankelijk verzoek tot schrapping en brengt deze beslissing per beveiligde zending ter kennis aan de verzoeker binnen een ordetermijn van negentig dagen te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het verzoek tot schrapping.
Wordt het verzoek tot schrapping ingewilligd, dan wordt de woning geschrapt uit het register, vanaf de datum die vermeld is in de beslissing tot schrapping.
§8. De zakelijk gerechtigde(n) wordt op de hoogte gebracht van de beslissing over de schrapping.
Artikel 12 - Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping
§1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, per beveiligde zending of per e-mail en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing over het verzoek tot schrapping, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
§2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn:
En minstens de volgende gegevens bevatten:
§3. De zakelijk gerechtigde hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen niet is verstreken een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:
§5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken of met een feitenonderzoek, verricht door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).
Het beroep is in ieder geval ongegrond indien de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en geeft kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n), binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending aan de indiener betekend.
§7. Indien er geen tijdig beroepschrift werd ingediend of indien er sprake is van een onontvankelijk of ongegrond administratief beroep, blijft de woning opgenomen in het register van tweede verblijven, vanaf de datum vermeld in de administratieve akte bedoeld in artikel 6 van dit reglement.
Indien de beroepsinstantie het beroep ontvankelijk en gegrond acht, wordt de woning uit het register van tweede verblijven geschrapt vanaf de datum vermeld in de beslissing van de beroepsinstantie.
§8. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
3. INWERKINGTREDING EN BEKENDMAKING
Artikel 13 - Inwerkingtreding
Dit reglement werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 17/12/2025 en treedt in werking op 01/01/2026.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een belasting vast te stellen op bouwen en verbouwen van gebouwen met als grondslag de inhoud in m3 van de bebouwde delen.
Het belastingreglement bouwen en verbouwen wordt vastgesteld voor de periode 2026-2031 in afwachting van de goedkeuring van de stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen en de bijhorende belasting- en retributiereglementen.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.13 Stedenbouwkundige verordening lasten/Belasting op het bouwen en verbouwen
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00305 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op bouwen en verbouwen vanaf 01/01/2026 tot en met de inwerkingtreding stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen' vast als volgt:
Artikel 1
Heft voor de periode 2026 tot inwerkingtreding stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen een gemeentebelasting op het bouwen en verbouwen van gebouwen, met als grondslag de kubieke inhoud van de bebouwde gedeelten.
Artikel 2
De belasting is verschuldigd door de titularis van de bouwvergunning enerzijds en door diegene die een meldingsplichtige handeling stelt in het kader van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening anderzijds, en wordt vastgesteld op € 0,40 per m3 op het totaal van bruto volume van het gebouw inclusief het bruto volume van de beloopbare kelders en aanhorigheden. Bij verbouwing wordt enkel belast de ruimte (aantal kubieke meter) waarmee het bestaande gebouw vermeerderd werd.
Artikel 3
De belastingplichtigen moeten voorafgaandelijk aangifte doen bij het gemeentebestuur en er een bedrag gelijk aan de vermoedelijke belasting in bewaring geven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, dat op elk verzoek van de met toezicht belaste ambtenaren of agenten moet worden getoond. Het in bewaring gegeven bedrag zal van ambtswege als een verworven contantbelasting worden geboekt en tegenover de belastingplichtige met een kwitantie worden bevestigd indien geen tegenbericht van de belastingplichtige bij het gemeentebestuur toekomt uiterlijk de dag voor deze waarop het belastbaar feit zich zal voltrekken, zijnde de dag dat het eigendom onder dak is. Bij gebrek aan contantbetaling of in geval deze niet gelijk is aan de reële belastingschuld, berekend op basis van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, zal van ambtswege worden overgegaan tot inkohiering, respectievelijk terugbetaling van het verschil. De ingekohierde contantbelasting wordt een kohierbelasting.
Artikel 4
Deze belasting wordt niet toegepast wanneer:
Artikel 5
De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 08/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en zijn latere wijzigingen.
Artikel 6 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode vanaf de inwerkingtreding van de stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen t.e.m. 2031, een belasting te heffen op het verlenen van bepaalde omgevingsvergunningen zoals voorzien in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen.
26/11/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende de goedkeuring van de definitieve vaststelling stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen.
Met de inwerkingtreding van het Instrumentendecreet werden duidelijke verplichtingen vastgelegd rond het opleggen van lasten bij omgevingsvergunningen bij zonevreemde ontwikkelingen. Sinds 01/01/2024 zijn gemeenten verplicht om bij bepaalde zonevreemde stedenbouwkundige handelingen financiële lasten op te leggen. Hiertoe dient een gemeentelijke verordening te worden vastgesteld. De voorziene lasten dienen vastgesteld te worden in een afzonderlijk belastingreglement.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Om als bestuur voldoende voorspelbaarheid en rechtszekerheid te creëren voor bouwheren en initiatiefnemers, die vaak met lange voorbereidingstermijnen werken, wordt geopteerd voor een gefaseerde invoering van de belasting bedoeld in artikelen 5, 6, 7, 9 en 10 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen. In het eerste jaar van toepassing wordt een overgangsmaatregel voorzien waarbij slechts 25% van de in het belastingreglement artikel 6 §2, §3, §4 vastgelegde tarieven wordt aangerekend voor omgevingsvergunningen, die definitief en uitvoerbaar worden tussen de datum van inwerkingtreding van het reglement en 31/12/2026. Vanaf 01/01/2027 wordt 100% van de tarieven aangerekend. Deze overgangsmaatregel laat toe om voor lopende en kort op stapel staande projecten de betrokken actoren hun projectplanning en financiële planning tijdig af te stemmen op het nieuwe regelgevend kader.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.13 Stedenbouwkundige verordening lasten/Belasting op het bouwen en verbouwen.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00328 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op het verlenen van bepaalde omgevingsvergunningen vanaf de inwerkingtreding stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een Belasting op het verlenen van definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunning overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 4,5,6,7,9,10§1 en 15§1 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen.
Artikel 2 - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf de inwerkingtreding stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De belastingplichtige
De belasting in verschuldigd door de vergunninghouder of diens rechtverkrijgende na afgifte van de definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunning waarvan geen afstand is gedaan.
Artikel 5 - Hoofdelijkheid
Indien de omgevingsvergunningsaanvraag wordt ingediend namens meerdere aanvragers, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief
§1. De belasting verschuldigd in de gevallen waarin overeenkomstig artikel 4 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen een financiële last wordt opgelegd, wordt als volgt bepaald:
1. In de gevallen bedoeld in artikel 4, 1) van voormelde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen:
De belasting verschuldigd in de gevallen bedoeld in artikel 9, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen bedraagt 5.000,00 euro voor stedenbouwkundige handelingen of het verkavelen van gronden die handelen over 10 of meer woon- en/of verblijfsgelegenheden of kavels voor woningbouw.
De bedragen vermeld in het eerste en tweede lid worden geïndexeerd op dezelfde wijze als bepaald in §1, lid 2 van dit artikel.
§4. De belasting verschuldigd in de gevallen bedoeld in artikel 10 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen bedraagt 125,00 euro per gevelde naaldboom en 250,00 euro per gevelde loofboom waarvoor een last in natura onder de vorm van een heraanplant van bomen op eigen terrein of binnen het grondgebied van de gemeente Bonheiden onmogelijk, onwenselijk of onvoldoende is.
§5. De belastingen bedoeld in de vorige paragrafen van dit artikel zijn cumuleerbaar indien het een omgevingsvergunning betreft die binnen eenzelfde artikel onder meerdere toepassingsgebieden valt of onder het toepassingsgebied van twee of meer in voormelde paragrafen beschreven gevallen valt.
§6. De hierboven vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de gezondheidsindex en zullen jaarlijks en van rechtswege worden aangepast op 1 januari, op basis van de volgende formule:
Aangepast bedrag = basisbedrag x nieuw indexcijfer
basisindexcijfer
Waarbij:
Artikel 2 - Stelt volgende overgangsmaatregel vast voor het eerste jaar (2026):
§1. Om een geleidelijke invoering van de belasting bedoeld in artikelen 5, 6, 7, 9 en 10 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen te waarborgen en de rechtszekerheid voor initiatiefnemers te vergroten, geldt voor alle definitief en uitvoerbaar verleende omgevingsvergunningen waarvan de datum van afgifte ligt tussen de datum van inwerkingtreding van dit reglement en 31/12/2026, een overgangsmaatregel.
§2. Het overeenkomstig het belastingreglement artikel 6 §2, §3, §4 verschuldigde bedrag wordt in deze periode beperkt tot vijfentwintig procent (25%) van het volgens de berekeningsgrondslag en tarieven vastgestelde bedrag.
§3. Voor alle definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunningen met datum van afgifte vanaf 01/01/2027, is honderd procent (100%) van de belasting verschuldigd.
Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op niet-conforme privéwaterafvoer.
Als aanslagvoet wordt € 100 per maand voorgesteld volgend op de maand van datum van het proces-verbaal, zolang de niet-conformiteit blijft bestaan.
De privé-waterafvoer moet volgens de gangbare wettelijke en technische voorschriften aangelegd worden.
Een keuring hiervan is verplicht:
Bij de aanleg van een gescheiden riolering in de straat moet de eigenaar binnen de hersteltermijn die vastgelegd is in de herinneringsbrief van PIDPA de afkoppeling en keuring uitvoeren. De klant/titularis moet de keuring aanvragen bij PIDPA.
Indien dit niet gebeurde binnen de hersteltermijn in de herinneringsbrief, stuurt de rioolbeheerder PIDPA een eerste aanmaning (aangetekend). Wanneer er nog steeds geen keuring heeft plaatsgevonden of de installatie werd niet-conform bevonden na keuring, verzendt de gemeente een tweede aanmaning.
In geval de eigenaar in gebreke blijft, kan een proces-verbaal (milieumisdrijf) opgemaakt worden door de handhavingsambtenaar of toezichthouder van de gemeente. Vanaf dit ogenblik kan de gemeente een belasting heffen op het niet-afkoppelen van hemelwater. Een heffing van € 100 per maand wordt voorgesteld.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A2.4.34131 Belasting op het niet-afkoppelen van hemelwater.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00315 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op niet-conforme privéwaterafvoer vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op niet-conforme privéwaterafvoer.
Er geldt een afkoppelingsplicht om een optimaal gescheiden rioleringsstelsel op het openbaar domein aan te leggen. Elke nieuwe rioolaansluiting dient te gebeuren in gescheiden stelsel, ongeacht of de riolering in de straat in gescheiden of gemengd stelsel is aangelegd. Indien een gescheiden stelsel in de straat aanwezig is, dient het afvalwater uitsluitend aangesloten te zijn op de droogweerafvoer (DWA). Het hemelwater dient maximaal op eigen terrein ter plaatse te blijven en mag in geen geval aangesloten zijn op de DWA.
Bij de aanleg van een gescheiden riolering(aanleg/afkoppelingstraject) in de straat dient de rioolaansluiting te gebeuren in gescheiden stelsel. Het afvalwater wordt uitsluitend aangesloten op de DWA en het hemelwater wordt optimaal afgekoppeld. Indien er uitsluitend een DWA wordt aangelegd, dient de eigenaar zelf in te staan voor de opvang en infiltratie van het regenwater op eigen terrein. De private eigenaar draagt zelf de kosten van deze werken.
De eigenaar die zijn rioleringsstelsel aanpast of uitbreidt nadat de gemeente heeft vastgesteld dat de afkoppeling werd gerealiseerd en die daardoor niet meer voldoet aan de regels van de afkoppeling en geheel of gedeeltelijk een gemengde riolering installeert, zal eveneens aan de handhavingsprocedure worden onderworpen.
Indien in de hierboven vermelde gevallen een vermoeden van niet-conformiteit bestaat en er geen verplichte keuring is opgelegd, is de gemeente/PIDPA gemachtigd zelf een ambtshalve keuring te laten uitvoeren. De eigenaar is verplicht zijn medewerking hieraan te verlenen. Het niet verlenen van medewerking bevestigt het vermoeden van niet-conformiteit. Bijgevolg zal de handhaving toegepast worden.
Artikel 2 - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van het af te koppelen onroerend goed.
Artikel 5 - Hoofdelijkheid
Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk gehouden voor de betaling van de belasting.
Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op € 100 per begonnen kalendermaand, volgend op de maand van datum van proces-verbaal, zolang de niet-conformiteit blijft bestaan.
Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijft het bedrag op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 7 - Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat twee maal per jaar vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8 - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 9 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een belasting op de inname van het openbaar domein bij bouwwerken en verbouwingswerken vast te stellen. Een nieuwe vrijstelling wordt voorzien in geval van inname openbaar domein voor het onderhoud van groengevels, opgelegd in omgevingsvergunningen, alsook een verhoging van het minimum bedrag van de belasting naar € 50. Een jaarlijkse indexering wordt voorzien.
18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende de vaststelling van de belasting op inname van het openbaar domein voor bouwwerken en verbouwingswerken 2020-2025.
Bij bouwwerken en verbouwingswerken wordt het openbaar domein vaak ingenomen door het plaatsen van schutsels, stellingen, kranen, containers, betonblokken en alle andere materialen die gebruikt worden bij bouw- of verbouwingswerken. Hierop wordt een belasting geheven berekend op de ingenomen oppervlakte per dag, met een minimum van € 50.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.12 Belasting op inname openbaar domein bij bouwen/of verbouwingswerken.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00295 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op inname van het openbaar domein bij bouwwerken en verbouwingswerken vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op inname van het openbaar domein bij bouwwerken en verbouwingswerken.
Artikel 2 - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de bouwheer is en voor wiens onroerend goed of in wiens opdracht de schutsels, stellingen, kranen, containers, betonblokken en alle andere materialen die gebruikt worden bij bouw-, verbouwings- of onderhoudswerken zijn geplaatst.
Artikel 4 - Hoofdelijkheid
Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief
De verschuldigde belasting wordt als volgt vastgesteld:
€ 0,25 per dag/ m2 of gedeelte ervan dat wordt ingenomen door schutsels, stellingen, kranen, containers, betonblokken en alle andere materialen die gebruikt worden bij bouw- of verbouwingswerken, met een minimum van € 50.
De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
Artikel 7 - Wijze van inning
De belastingplichtige is ertoe gehouden 15 dagen vóór de inname van het openbaar domein toelating te vragen aan het gemeentebestuur door middel van een aanvraag via het digitaal platform op de website van de gemeente Bonheiden (www.bonheiden.be) waarbij de data van plaatsing en wegneming van het belastbaar object, alsook de ingenomen oppervlakte, worden vermeld. De belastingplichtige geeft bij de afgifte van de vergunning een bedrag gelijk aan de vermoedelijke belasting in bewaring bij de financieel directeur of zij afgevaardigde tegen ontvangstbewijs. De belasting is opeisbaar op het ogenblik dat alle materialen verwijderd zijn van het openbaar domein. Het in bewaring gegeven bedrag zal van ambtswege als een verworven contantbelasting worden geboekt en met een kwitantie aan de belastingplichtige worden bevestigd. Bij gebrek aan contante betaling of indien het in bewaring gegeven bedrag niet gelijk is aan de reële belasting, berekend op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt, zal van ambtswege worden overgegaan tot inkohiering, respectievelijk terugbetaling van het verschil. De ingekohierde contantbelasting wordt een kohierbelasting.
Artikel 8 - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 9 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op het openen en sluiten van grafkelders, columbarium-nissen of urnenkelders voor een bijzetting van een stoffelijk overschot of urne. De vastgestelde belasting wordt jaarlijks geïndexeerd.
18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het belastingreglement op het openen en sluiten van grafkelders 2020-2025.
In geval een grafkelder, columbarium-nis of urnenkelder geopend moet worden voor de bijzetting van een stoffelijk overschot of urne dient door de aanvrager een belasting betaald te worden voor de opening en sluiting van de grafkelder, columbarium-nis of urnenkelder.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.08 Belasting op openen en sluiten van grafkelders.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00307 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op het openen en sluiten van grafkelders, columbarium-nissen of urnenkelders voor een bijzetting van een stoffelijk overschot of urne vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op het openen en sluiten van grafkelders, columbarium-nissen of urnenkelders voor een bijzetting van een stoffelijk overschot of urne.
Artikel 2 - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de persoon die de opening van een grafkelder, columbarium-nis of urnenkelder voor een bijzetting aanvraagt.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 5 - Wijze van inning
De belasting wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een betaalverzoek. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Artikel 6 - Bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Artikel 7 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op ontgravingen en op ontruimingen van columbarium-nissen of urnekelders. De voorgestelde heffing wordt jaarlijks geïndexeerd.
18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling belastingreglement op ontgravingen 2020-2025.
De gemeente heft een belasting op ontgravingen en het ontruimen van een columbarium-nis of urnekelder.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.09 Belasting op ontgravingen.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00303 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op ontgraving, ontruiming van een columbarium-nis of een urnekelder vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit
De gemeente heft een belasting op ontgraving, ontruiming van een columbarium-nis of een urnekelder.
Artikel 2 - De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - De belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door degene die de machtiging tot ontgraving of ontruiming van een columbarium-nis of urnekelder aanvraagt.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt als volgt vastgesteld:
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 5 - Vrijstellingen en/of verminderingen
Zijn vrijgesteld van deze belasting:
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributiereglement vast te stellen voor een per post aangetekende herinneringsbrief aan een nalatige debiteur van zowel fiscale als niet-fiscale schuldvorderingen.
18/12/2019: Besluit gemeenteraad houdende vaststelling retributie op de aanrekening van administratie- en aanmaningskosten van openstaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen 2020-2025.
Een aantal debiteuren laten na de door hen aan de gemeente verschuldigde bedragen tijdig te voldoen. Het groot aantal gewone en aangetekende aanmaningen verhogen aanzienlijk de administratieve- en frankeringskosten. Het is aanvaardbaar om hiervoor een retributie aan te rekenen.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A7.51.11 Terugvordering van procedure en vervolgingskosten.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00299 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op de aanrekening van administratie- en aanmaningskosten van openstaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie op de aanrekening van administratie- en aanmaningskosten van openstaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de debiteur voor wiens openstaande schuld de aangetekende aanmaning wordt verstuurd.
Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijft het tarief op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 6 - Wijze van inning en betalingstermijn
De retributie wordt samen met de openstaande schuld aangerekend.
Artikel 7 - Schorsing dienstverlening
Bij vastgestelde wanbetaling, in het bijzonder als er sprake is van onwil, herhaling of nalatigheid, kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om de dienstverlening van de gemeente te schorsen of stop te zetten op advies van de bevoegde dienst, zonder dat dit enig recht geeft op schadevergoeding uit hoofde van de debiteur.
Artikel 8- Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen op administratieve prestaties. De vastgestelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.
Het leveren van bijkomende administratieve prestaties brengt voor de gemeente kosten met zich. Hiervoor kan de gemeente een kostendekkende vergoeding vragen aan de aanvrager van de administratieve prestaties door middel van een retributie.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.06 Retributie op afgifte van administratieve stukken en prestaties.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00309 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op administratieve prestaties vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie op administratieve prestaties.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de prestatie.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen op de afgifte van administratieve stukken. Een tariefaanpassing wordt voorzien voor de afgifte van reispassen voor volwassenen vanaf 18 jaar en reisdocumenten voor vluchtelingen, vreemdelingen en staatlozen. Alle tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.
De gemeente levert diverse administratieve stukken aan de burger af. Dit brengt kosten voor de administratie met zich. Om deze bijkomende kosten te dekken, dient een retributiereglement vastgesteld te worden.
Wet van 19/07/1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De meerderheidsfracties stellen volgend amendement voor:
Artikel 4:
Wordt:
Dit amendement wordt met eenparigheid van stemmen aangenomen.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.06 Retributie op afgifte van administratieve stukken en prestaties.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00308 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op de afgifte van administratieve stukken vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een Retributie op de afgifte van administratieve stukken.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de persoon op wiens verzoek de stukken worden afgeleverd.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld:
Reispassen:
De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 5 - Wijze van inning en betalingstermijn
De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 6 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen inzake omgevingsvergunningen en vastgoedinformatie. De vastgestelde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
Het vastgoedinformatieplatform is een elektronisch informatiesysteem om vatgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen en uit te wisselen tussen aanleverende entiteiten en aanvrager. De gemeente kan via het vastgoedinformatieplatform (VIP) de door de aanvrager gevraagde vastgoedinformatie verzamelen en vastgoeddossiers ontsluiten. De kost hiervan wordt verhaald op de aanvrager.
Tevens wordt een retributie vastgesteld op prestaties verbonden aan de melding/aanvraag van een omgevingsvergunning, het afleveren van stedenbouwkundige attesten, planologische attesten, digitalisering en opname in het vergunningenregister.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00330 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie met betrekking tot omgevingsvergunningen en vastgoedinformatie vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie met betrekking tot omgevingsvergunningen en vastgoedinformatie.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de aanvrager.
Artikel 5 - Hoofdelijkheid
Als er meerdere aanvragers/melders zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief
1. Aanvraag via vastgoedinformatieplatform:
2. Omgevingsvergunning:
3. Stedenbouwkundige attesten, planologische attesten, digitalisering, opname in het vergunningenregister:
De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
-----------------------------------------------------= geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 7 - Vrijstellingen en/of verminderingen
De retributie is niet verschuldigd als de melding of de aanvraag omgevingsvergunning wordt afgewezen als onontvankelijk.
Worden van de retributie vrijgesteld, de meldingen en aanvragen:
Artikel 8 - Wijze van inning en betalingstermijn
De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of na verzending van een factuur.
Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 9 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een reglement 'Registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen' vast te stellen.
18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het Reglement voor registratie en belasting verwaarloosde woningen en gebouwen 2020-2025.
Het bestrijden van verwaarloosde woningen en gebouwen is een gemeentelijke bevoegdheid. Het is wenselijk om een verwaarlozingsregister bij te houden en een belasting te heffen op verwaarloosde woningen en gebouwen, zodat de beschikbare woningen en gebouwen optimaal benut worden en verloedering tegengegaan wordt, om zo het gemeentelijk- en straatbeeld te verfraaien.
Een gemeentelijk reglement dient vastgesteld te worden waarin de indicaties van verwaarlozing en de procedure tot vaststelling van verwaarlozing worden vastgesteld. De strijd tegen verwaarloosde woningen en gebouwen zal onder meer effect hebben als de opname in het verwaarlozingsregister ook daadwerkelijk belast wordt. Hiertoe wordt een belasting op verwaarlozing van woningen en gebouwen vastgesteld.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A9.15 Heffing ter bestrijding van de verkrotting van (bedrijfs)gebouwen.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00329 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
1. ALGEMEEN
Artikel 1: Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder de volgende begrippen:
Artikel 2: Taakverdeling tot uitvoering
§1. De gemeente vertrouwt, conform artikel 2.15, tweede lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen over aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid voert alle taken daaromtrent uit waaronder het opsporen van verwaarlozing, de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het dossier, het administratief afhandelen en beslissen over opname in en schrapping uit het register, met inbegrip van het administratief beroep tegen deze beslissingen.
De door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in de artikelen 5 en 6 van het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. De gemeente is overeenkomstig het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen bevoegd voor het vestigen van een belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen en het verlenen van een vrijstelling van deze belasting, evenals voor het administratief bezwaar tegen de beslissingen hierover.
2. HET REGISTER VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 3: Het register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid houdt voor de gemeente een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij. Zij maakt een inventaris op van:
§2. In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 4: Vaststelling van verwaarlozing en opmaak van de administratieve akte
§1 Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
De verwaarlozing wordt vastgesteld aan de hand van een puntenverslag, zijnde het technisch verslag in bijlage bij dit reglement.
De woning of het gebouw is verwaarloosd wanneer er minstens 2 indicaties opgenomen zijn in het technisch verslag en alle gebreken samen een eindscore opleveren van minimaal 15 punten.
Een gebrek van categorie 1 geldt voor 1 punt, een gebrek van categorie 2 geldt voor 3 punten, een gebrek van categorie 3 geldt voor 9 punten en een gebrek van categorie 4 geldt voor 15 punten.
§2. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid maakt op basis van voormelde indicaties en een controle ter plaatse een genummerde administratieve akte op. De vaststellingen worden gestaafd met minstens één foto en een technisch verslag waarin de indicaties en puntenscore is opgenomen.
Artikel 5: Opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. Door de opmaak van de administratieve akte overeenkomstig met artikel 4§2 wordt een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen op.
De datum van de administratieve akte geldt als datum van opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.
Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 6: Kennisgeving van de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De beslissing tot opname van de woning of het gebouw in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen wordt per beveiligde zending door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid ter kennis gebracht aan de zakelijk gerechtigde(n) die bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid gekend zijn.
Indien een verwaarloosde woning of verwaarloosd gebouw in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende zakelijk gerechtigden, betekent het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid een administratieve akte aan elke zakelijk gerechtigde die bij de gemeente gekend is.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.
§2.De beslissing tot opname bevat:
§3. Het is aan de betrokkene die de verwaarlozing betwist, om aan te tonen dat er geen sprake is van verwaarlozing.
Artikel 7: Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending en per e-mail en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot opname, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
§2. Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
En minstens de volgende gegevens bevatten:
§3. De zakelijk gerechtigde, hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1, niet is verstreken zijn beroepschrift aanpassen of een vervangend beroepschrift indienen.
§4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de volledige beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:
Indien het beroepschrift onontvankelijk wordt bevonden deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan de indiener.
§5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd - door een met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belast personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§6. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift, neemt de beroepsinstantie een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften en geeft zij per beveiligde zending kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n)..
§7. Indien de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vanaf de datum van de administratieve akte.
Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning of het gebouw beschouwd als nooit opgenomen in het register.
§8. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Artikel 8: Meldingsplichten
§1. Bij wijziging van persoons-en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de zakelijk gerechtigde. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk twee maanden na wijziging aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid te worden bezorgd.
Wanneer de zakelijk gerechtigde nalaat de wijzigingen door te geven kan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid op rechtsgeldige wijze kennisgeven op grond van de gegevens waarover hij beschikt.
§2. Bij overdracht van een zakelijk recht op een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw, geldt een meldingsplicht.
De overdrager bezorgt het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid binnen een termijn van twee maanden na de overdracht per beveiligde zending of per e-mail een kopie van of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen.
De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:
Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde(n)houder(s) van het zakelijk recht, gestaafd met de nodige bewijsstukken.
§3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§4. Wanneer de overdracht niet aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid ter kennis wordt gebracht, kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven aan de overdrager.
Artikel 9: Openbaarheid van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen
Het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is een bestuursdocument en is als dusdanig (gedeeltelijk) toegankelijk voor het publiek.
De aanvraag tot openbaarheid kan overeenkomstig de bepalingen uit het Bestuursdecreet van 07/12/2018 worden afgewezen, onder meer ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Artikel 10: Verzoek tot schrapping uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. Een woning of een gebouw kan door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen worden geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde hierom verzoekt en bewijst dat de gebreken aan de woning of het gebouw zoals opgenomen in het technisch verslag, vermeld in artikel 4 van dit reglement, bij een nieuwe beoordeling via het technisch verslag zou resulteren in een resultaat dat geen aanleiding zou geven tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen overeenkomstig artikel 4, §2 van dit reglement.
Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid kan een woning of gebouw ambtshalve schrappen uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen indien hij reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat de woning of het gebouw niet langer in aanmerking komt voor opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen overeenkomstig de criteria vermeld in artikel 4, §2 van dit reglement.
In geval van sloop worden de gebreken, vermeld artikel 4 §1 van dit reglement, pas als verwijderd beschouwd op voorwaarde dat de van omgevingsvergunning vrijgestelde dan wel vergunningsplichtige sloopwerken volledig werden uitgevoerd, met inbegrip van het opruimen van het puin en het gelijkmaken van de grond. Het einde van de werken kan door de personen bedoeld in artikel 2 van dit reglement tijdens een plaatsbezoek worden vastgesteld. Het plaatsbezoek vindt plaats op verzoek van de zakelijk gerechtigde, na ontvangst door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid van de melding dat de werken werden beëindigd. De schrapping gaat in op datum van de melding dat de sloopwerken werden beëindigd, op voorwaarde dat controle het einde van de werken bevestigt.
§2. Het verzoek tot schrapping bevat op straffe van onontvankelijkheid:
en moet minstens de volgende gegevens bevatten:
De indiener van het verzoek tot schrapping kan te allen tijde een nieuw verzoek tot schrapping indienen dat voldoet aan de vereisten opgesomd in deze paragraaf.
§3. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid onderzoekt de ontvankelijkheid van de verzoeken tot schrapping.
Indien het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid het verzoek tot schrapping onontvankelijk verklaart, deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan de verzoeker.
§4. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping aan de hand van de stukken of een feitenonderzoek, verricht door een bevoegd personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, belast met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§5. Indien het verzoek tot schrapping onontvankelijk of ongegrond wordt beoordeeld, blijft de woning of het gebouw in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen opgenomen, vanaf de datum van de administratieve akte.
§6. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het verzoek tot schrapping neemt het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, desgevallend na plaatsbezoek, een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping en brengt zij de beslissing per beveiligde zending ter kennis aan de verzoeker.
Indien het verzoek tot schrapping wordt ingewilligd, wordt de woning of het gebouw uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen geschrapt vanaf de datum vermeld in de beslissing tot schrapping.
§7. De zakelijk gerechtigde(n) wordt op de hoogte gebracht van de beslissing over de schrapping.
Artikel 11: Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping
§1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending en per e-mail binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing over het verzoek tot schrapping, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
§2. Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
en moet minstens de volgende gegevens bevatten:
§3. De zakelijk gerechtigde, hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1, zijn beroepschrift aanpassen of een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften.
Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:
§5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door een met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belast personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
Het beroep tegen de beslissing over de schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en geeft kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n), binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending aan de zakelijk gerechtigde(n) betekend.
§7. Indien er geen tijdig beroepschrift werd ingediend of indien er sprake is van een onontvankelijk of ongegrond administratief beroep, blijft het gebouw of de woning opgenomen in het register, vanaf de datum van de administratieve akte.
Indien de beroepsinstantie het beroep ontvankelijk en gegrond acht, wordt de woning of het gebouw uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen geschrapt vanaf de beëindiging van de verwaarlozing, zoals deze blijkt uit de aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.
§8. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
3. DE BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 12: Heffingstermijn – belastbaar feit
§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 31/12/2031 wordt er een belasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, als bedoeld in het reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. Het belastbaar feit is de opname gedurende tenminste twaalf maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, te rekenen vanaf de datum van de administratieve akte.
§3. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§4. Zolang een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw niet uit het register geschrapt is, zal de heffing het goed blijven bezwaren en blijft de heffing verschuldigd bij het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.
Artikel 13: Tarief
§1. De belasting bedraagt:
Als het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen staat, bedraagt de belasting:
Als het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen staat, bedraagt de belasting:
Als het gebouw of de woning een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen staat, bedraagt de belasting:
Als het gebouw of de woning een vijfde of verdere opeenvolgende termijnen van twaalf maanden in het register van verwaarloosde woningen of gebouwen staat, bedraagt de belasting:
§2. Periodes van vrijstelling doen geen afbreuk aan §1.
§3. De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
§4. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat de woning of een gebouw onafgebroken in register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen, wordt in geval van overdracht opnieuw herleid tot het bedrag vermeld in §1, op voorwaarde dat de overdracht van het zakelijk recht de volledige woning of het gebouw betreft en behoudens wanneer de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
Artikel 14: De belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.
Zolang de woning of het gebouw niet uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is geschrapt, is de zakelijk gerechtigde op het ogenblik dat een nieuwe periode van twaalf maanden verstrijkt, de nieuwe heffing verschuldigd.
§2. Indien er sprake is van een woning of gebouw in onverdeeldheid of een andere situatie waarbij er sprake is van meerdere zakelijk gerechtigden, is elke zakelijk gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval van overlijden, wordt de belasting gericht ten aanzien van de nalatenschap.
Artikel 15: Vrijstellingen
15.1 Algemeen
§1. Er kunnen vrijstellingen van belasting worden toegestaan met betrekking tot de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw zelf enerzijds en met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingplichtige anderzijds.
De vrijstelling met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingplichtige geldt enkel voor zijn persoon en ontslaat de andere zakelijk gerechtigde(n) niet van hun hoofdelijkheid. Deze vrijstelling geldt dus niet voor de andere zakelijk gerechtigde(n) die zich niet in deze hoedanigheid bevinden. De vrijstelling met betrekking tot de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw zelf geldt voor alle zakelijk gerechtigde(n).
§2. Het toekennen van een vrijstelling gebeurt volgens dit reglement. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de uitvoering hiervan en kan de taken hiervoor delegeren aan de algemeen directeur of ambtenaren, dit binnen de grenzen zoals bepaald door de hogere of eigen regelgeving.
§3. De vrijstelling kan worden aangevraagd vanaf de opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen tot vóór het verstrijken van de termijn vermeld in artikel 9§1 van het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijnde binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
De belastingplichtige bezorgt per e-mail aan de financiële dienst van de gemeente of beveiligde zending aan de gemeente een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier tot het bekomen van een vrijstelling met de nodige bewijsstukken.
De bewijsstukken hebben betrekking op de periode waarvoor de belastingplichtige de vrijstelling wenst te bekomen.
De vrijstelling geldt enkel voor de desbetreffende belastbare periode en moet, zelfs wanneer zij voor langere tijd kan gelden, jaarlijks worden aangevraagd.
In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 15.2 van onderhavig reglement, brengt de gemeente alle zakelijk gerechtigden per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.
In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 15.3 van onderhavig reglement, brengt de gemeente de zakelijk gerechtigde(n) die zich heeft beroepen op deze vrijstelling per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.
§4. Het college van burgemeester en schepenen of de algemeen directeur indien het college van burgemeester en schepenen hem deze bevoegdheid overeenkomstig artikel 57 van het Decreet over het lokaal bestuur toevertrouwt, kan ambtshalve vrijstellingen verlenen indien men reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat men in aanmerking komt voor een vrijstelling van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen.
§5. De start van de vrijstelling begint nadat de reden van vrijstelling is gestart, vb. datum toekenning omgevingsvergunning, datum gerechtelijke uitspraak handelingsonbekwaamheid, datum notariële akte overdracht, …
15.2 Vrijgestelde personen
De belastingplichtige is vrijgesteld:
15.3 Vrijgestelde woningen en gebouwen
Een vrijstelling wordt verleend voor:
De vrijstelling a) of b) kan twee maal met één jaar worden verlengd op voorwaarde dat:
Tijdens het eerste jaar van de vrijstelling, bedoeld in artikel 15.2, 1°, kan de nieuwe zakelijk gerechtigde(n) zich beroepen op de vrijstelling a) of b), ongeacht de eerdere toepassing hiervan.
In de mate de te renoveren, hetzij de te slopen woning een sociale huurwoning betreft in de zin van artikel 1.3, §1, 49° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en voor zover de woning deel uitmaakt van een projectdossier goedgekeurd op het gemeentelijk lokaal woonoverleg, geldt de vrijstelling tot de voorziene einddatum van de werken in het op het lokaal woonoverleg goedgekeurde projectdossier.
Artikel 16: Vestigen, innen en bezwaarprocedure
16.1: Aangifteplicht
In geval van overdracht of vestiging van een zakelijk recht op een verwaarloosde woning of gebouw, is de overdrager ertoe gehouden dit te melden aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid overeenkomstig artikel 8 van het reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen.
16.2: Wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.
16.3: Betalingstermijn
De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
16.4: Administratieve geldboete
Een administratieve geldboete van 500 EUR wordt opgelegd aan de belastingplichtige:
Een administratieve geldboete van 300 EUR wordt opgelegd aan de belastingplichtige die niet tijdig conform artikel 8 §2 een overdracht van een zakelijk recht heeft aangegeven.
Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
16.5: Verwijzingsregel
De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
4. INWERKINGTREDING, OVERGANGSBEPALINGEN EN BEKENDMAKING
Artikel 17: Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en heft het reglement, goedgekeurd door de gemeenteraad van Bonheiden in vergadering van 18/12/2019 op.
Artikel 18: Overgangsbepalingen
Het reglement is onmiddellijk van toepassing op woningen en gebouwen die reeds in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen zijn opgenomen en niet zijn geschrapt zijn voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement.
Vrijstellingen die werden aangevraagd voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement en verkregen, blijven verworven voor de lopende duur waarvoor de vrijstelling geldt.
In geval een aanvraag tot schrapping of een aanvraag tot het bekomen van een vrijstelling die dateert van voor de inwerkingtreding van huidig reglement waarvoor de beslissing door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid na inwerkingtreding van huidig reglement wordt genomen, zal de voor de zakelijk gerechtigde meest gunstige regelgeving gelden.
Hetzelfde geldt voor de administratieve beroepen die werden ingediend voor de inwerkingtreding van huidig reglement en waarvoor de beslissing door het intergemeentelijk samenwerkingsverband of de gemeente wordt genomen na inwerkingtreding van huidig reglement.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 het reglement leegstandsregister en belasting op leegstand vast te stellen.
Het is wenselijk om een leegstandsregister bij te houden en een belasting te heffen op leegstaande woningen zodat de beschikbare woningen en gebouwen optimaal benut worden en verloedering tegengegaan wordt om zo het gemeentelijk- en straatbeeld te verfraaien.
Een gemeentelijk reglement dient vastgesteld te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van leegstand worden vastgesteld. De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal onder meer effect hebben als de opname in het leegstandsregister ook daadwerkelijk belast wordt. Hiertoe wordt een belasting op leegstand vastgesteld.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.14 Belasting op leegstand (IGEMO).
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00326 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Leegstandsregister en belasting op leegstand vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
I. ALGEMEEN
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder de volgende begrippen:
1° de woonfunctie of
2° met volgende functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt:
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19/04/1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet splitsbaar is. Een gedeelte is eerst splitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Artikel 2. Taakverdeling tot uitvoering
§1. De gemeente vertrouwt overeenkomstig artikel 2.9, tweede lid van de Vlaamse Codex Wonen de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toe aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid voert alle taken daaromtrent uit waaronder het opsporen van leegstand, het administratief afhandelen en beslissen over opname in en schrapping uit het leegstandsregister, met inbegrip van het administratief beroep tegen deze beslissingen.
De door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikelen 5 en 6 van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. De gemeente is overeenkomstig het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen bevoegd voor het vestigen van een belasting op leegstaande woningen en gebouwen en het verlenen van een vrijstelling van deze belasting, evenals voor het administratief bezwaar tegen de beslissingen hierover.
2. HET LEEGSTANDSREGISTER
Artikel 3. Het leegstandsregister
§1. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid houdt voor de gemeente een leegstandsregister bij. Zij maakt een inventaris op van:
Beide inventarissen vormen samen het gemeentelijk leegstandsregister.
§2. In elke inventaris worden minimum volgende gegevens van de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw opgenomen:
Artikel 4. Vaststelling van leegstand en opmaak van een administratieve akte
§1. De leegstand wordt beoordeeld aan de hand van één of meerdere objectieve indicaties, zoals vermeld in de volgende limitatieve lijst, hetzij administratieve vaststellingen enerzijds, hetzij materiële vaststellingen anderzijds:
1° Administratieve vaststellingen:
2° Materiële vaststellingen:
§2. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid maakt met betrekking tot de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw een genummerde administratieve akte op, dit op basis van de vaststellingen van leegstand en een controle ter plaatse. De vaststellingen worden gestaafd met minstens één foto en een beschrijvend verslag waarin de passende objectieve indicaties van leegstand worden opgenomen.
Artikel 5. Opname in het leegstandsregister
§1. Door de opmaak van de administratieve akte overeenkomstig artikel 4,§2, wordt een leegstaande woning/kamer of een leegstaand gebouw opgenomen in het leegstandsregister.
De datum van de administratieve akte geldt als datum van opname in het leegstandsregister.
§2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.
Een woning die voorafgaand aan de vaststelling van leegstand reeds is opgenomen in de inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, kan niet worden opgenomen in het leegstandsregister.
Artikel 6. Kennisgeving van de beslissing tot opname in het leegstandsregister
§1. De beslissing tot opname van de woning/kamer of het gebouw in het leegstandsregister wordt door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, per beveiligde zending ter kennis gebracht aan de zakelijk gerechtigde(n) die bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid gekend zijn.
§2. De beslissing tot opname bevat:
§3. Het is aan de betrokkene die de leegstand betwist om aan te tonen dat er geen sprake is van leegstand.
Artikel 7. Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister
§1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending en per e-mail binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot opname, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
§2. Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
Daarnaast moet het beroepschrift volgende gegevens bevatten:
Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning/kamer of het gebouw, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor een beroep tegen de opname in het leegstandsregister zoals omschreven in dit reglement, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning/kamer of het gebouw.
§3. De zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1, niet is verstreken zijn beroepschrift aanpassen of een vervangend beroepschrift indienen.
§4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:
Indien de beroepsinstantie het beroep onontvankelijk verklaart, deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan alle zakelijk gerechtigden.
§5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door een met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen/kamers belast personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning/kamer voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§6. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift neemt de beroepsinstantie een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beroepsinstantie deelt haar beslissing per beveiligde zending mee aan de indiener van het beroep.
§7. Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning/kamer of het gebouw opgenomen in het leegstandsregister vanaf de datum van de administratieve akte.
Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning/kamer of het gebouw beschouwd als nooit opgenomen in het register.
§8. De zakelijk gerechtigde(n), hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Artikel 8. Meldingsplichten
§1. Bij wijziging van persoons-en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de zakelijk gerechtigde. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk twee maanden na wijziging aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid te worden bezorgd.
Wanneer de zakelijk gerechtigde nalaat de wijzigingen door te geven kan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid op rechtsgeldige wijze kennisgeven op grond van de gegevens waarover hij beschikt.
§2. Bij overdracht van een zakelijk recht op een leegstaande woning/kamer of een leegstaand gebouw, geldt een meldingsplicht.
De overdrager bezorgt het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid binnen een termijn van twee maanden na de overdracht per beveiligde zending of per e-mail een kopie van of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen.
De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:
Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde(n), gestaafd met de nodige bewijsstukken.
§3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het leegstandsregister.
§4. Wanneer de overdracht niet aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid ter kennis wordt gebracht, kan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid op rechtsgeldige wijze kennisgeven aan de overdrager.
Artikel 9. Openbaarheid van het leegstandsregister
Het leegstandsregister is een bestuursdocument en is als dusdanig (gedeeltelijk) toegankelijk voor het publiek.
De aanvraag tot openbaarheid kan overeenkomstig de bepalingen uit het Bestuursdecreet van 07/12/2018 worden afgewezen, onder meer ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Artikel 10. Verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister
§1. Een woning/kamer of een gebouw kan door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid uit het leegstandsregister worden geschrapt in de hierna bepaalde gevallen, indien de zakelijk gerechtigde, hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, hierom verzoekt en de nodige gegevens en bewijsstukken levert.
Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid kan een woning/kamer of gebouw ambtshalve schrappen uit het leegstandsregister indien hij reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat de woning of het gebouw niet langer in aanmerking komt voor opname in het leegstandsregister.
§2. Een woning/kamer wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer de woning/kamer minstens zes opeenvolgende maanden ononderbroken in overeenstemming met de woonfunctie hetzij in overeenstemming met elke andere functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning/kamer met zich mee brengt zoals in artikel 1 omschreven, aangewend wordt. De woning/kamer wordt geschrapt te rekenen vanaf de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie of andere functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning/kamer met zich meebrengt zoals in artikel 1 omschreven, op voorwaarde dat deze blijkt uit de inschrijving in het bevolkingsregister, de eventuele andere door de zakelijk gerechtigde aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.
§3. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde hierom verzoekt en bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie van het gebouw aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden. Het gebouw wordt geschrapt te rekenen vanaf de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie van het gebouw, zoals deze blijkt uit de aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.
§4. Een woning/kamer of gebouw, waarvoor een functiewijziging werd vergund, wordt uit het leegstandsregister geschrapt, op voorwaarde dat het gebruik in overeenstemming is met de nieuwe functie. Het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie kan, na ontvangst door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid van de stedenbouwkundige/omgevingsvergunning tot functiewijziging, tijdens een plaatsbezoek door de personen bedoeld in artikel 2,§1 van dit reglement worden vastgesteld. De schrapping gaat in op datum van aanvang van het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie, op voorwaarde dat de controle het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie bevestigt.
§5. Een gesloopte woning/kamer of gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt, op voorwaarde dat de van omgevingsvergunning vrijgestelde dan wel omgevingsvergunningsplichtige sloopwerken volledig werden uitgevoerd, met inbegrip van het opruimen van het puin en het gelijkmaken van de grond. Het einde van de werken kan, na ontvangst door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid van de melding dat de werken werden beëindigd, door de personen bedoeld in artikel 2,§1 van dit reglement tijdens een plaatsbezoek worden vastgesteld. De schrapping gaat in op datum van de melding dat de sloopwerken werden beëindigd, op voorwaarde dat controle het einde van de werken bevestigt.
§6. Het verzoek tot schrapping bevat op straffe van onontvankelijkheid:
Daarnaast moet het verzoek volgende gegevens bevatten:
Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning/kamer of het gebouw, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor een schrapping zoals omschreven in dit reglement, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning/kamer of het gebouw.
De indiener van het verzoek tot schrapping kan te allen tijde een nieuw verzoek tot schrapping indienen dat voldoet aan de vereisten opgesomd in deze paragraaf.
§7. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid onderzoekt de ontvankelijkheid van het verzoek tot schrapping. Indien het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid het verzoek tot schrapping onontvankelijk verklaart, deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan de indiener van het verzoek.
§8. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping aan de hand van de stukken of een feitenonderzoek, verricht door een bevoegd personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, belast met de opsporing van leegstaande woningen/kamers en gebouwen.
Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning/kamer voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§9. Indien het verzoek tot schrapping onontvankelijk of ongegrond wordt beoordeeld, blijft de woning/kamer of het gebouw in het leegstandsregister opgenomen, vanaf de datum van de administratieve akte.
§10. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het verzoekschrift neemt het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, desgevallend na plaatsbezoek, een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Indien het verzoek tot schrapping wordt ingewilligd, wordt de woning/kamer of het gebouw uit het leegstandsregister geschrapt vanaf de datum vermeld in de beslissing tot schrapping.
§11. De zakelijk gerechtigde(n) wordt op de hoogte gebracht van de beslissing over de schrapping.
Artikel 11. Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over schrapping
§1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending en per e-mail en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing over het verzoek tot schrapping, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
§2. Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
Daarnaast moet het beroepschrift volgende gegevens bevatten:
Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning/kamer of het gebouw, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor een beroep tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister zoals omschreven in dit reglement, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning/kamer of het gebouw.
§3. De zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1, niet is verstreken zijn beroepschrift aanpassen of een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:
Indien de beroepsinstantie het beroep onontvankelijk verklaart, deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan de indiener van het beroep.
§5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door een met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen/kamers belast personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning/kamer voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
§6. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift neemt de beroepsinstantie een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften.
De beroepsinstantie deelt haar beslissing per beveiligde zending mee aan de zakelijk gerechtigde(n).
§7. Indien de beslissing over het verzoek tot schrapping niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning/kamer of het gebouw opgenomen in het leegstandregister vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning/kamer of het gebouw uit het leegstandsregister geschrapt vanaf de aanwending overeenkomstig de (woon)functie, zoals deze blijkt uit de aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.
§8. De zakelijk gerechtigde(n), hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
3. DE BELASTING OP LEEGSTAANDE WONINGEN/KAMERS EN GEBOUWEN
Artikel 12. Opheffing
Het raadsbesluit van 16/12/2020 van Bonheiden inzake de vaststelling van het registratie- en belastingreglement voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025 wordt opgeheven en vervangen door dit besluit vanaf 01/01/2026.
Artikel 13. Definities
De definities opgenomen in artikel 1 van het reglement op de registratie van de leegstaande woningen en gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 17/12/2025, gelden eveneens bij de toepassing van dit reglement.
Artikel 14. Heffingstermijn – belastbaar feit
§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 31/12/2031 wordt een belasting gevestigd op de woningen/kamers en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister, als bedoeld in het reglement op de registratie van de leegstaande woningen en gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 17/12/2025.
§2. Het belastbaar feit is de opname gedurende tenminste twaalf maanden in het leegstandsregister, te rekenen vanaf de datum van de administratieve akte.
§3. De belasting voor een leegstaande woning/kamer of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning/kamer of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
§4. Zolang een leegstaande woning/kamer of een leegstaand gebouw niet uit het leegstandsregister geschrapt is, zal de heffing het goed blijven bezwaren en blijft de heffing verschuldigd bij het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.
Artikel 15. Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
§2. Als het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
Als het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
Als het gebouw of de woning een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
Als het gebouw of de woning een vijfde of verdere opeenvolgende termijnen van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
Periodes van vrijstelling doen geen afbreuk aan §1 en §2.
§3. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat de woning/kamer of een gebouw onafgebroken in het leegstandsregister is opgenomen, wordt in geval van overdracht opnieuw herleid tot het bedrag vermeld in §1, op voorwaarde dat de overdracht van het zakelijk recht de volledige woning/kamer of het gebouw betreft en behoudens wanneer de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks participeert .
Artikel 16. De belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.
Zolang de woning/kamer of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de zakelijk gerechtigde op het ogenblik dat een nieuwe periode van twaalf maanden verstrijkt, de nieuwe heffing verschuldigd.
§2. Indien er sprake is van een woning/kamer of gebouw in onverdeeldheid of een andere situatie waarbij er sprake is van meerdere zakelijk gerechtigden, is elke zakelijk gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval van overlijden, wordt de belasting gericht ten aanzien van de nalatenschap.
Artikel 17. Vrijstellingen
17.1 Algemeen
§1. Het toekennen van een vrijstelling gebeurt volgens dit reglement. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de uitvoering hiervan en kan de taken hiervoor delegeren aan de algemeen directeur of aan personeelsleden, dit binnen de grenzen zoals bepaald door de hogere of eigen regelgeving.
Een vrijstelling van de leegstandsbelasting kan door de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger worden aangevraagd tot vóór het verstrijken van de termijn vermeld in artikel 9§1 van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijnde binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.
De belastingplichtige bezorgt per e-mail of per beveiligde zending aan de financiële dienst van de gemeente een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier tot het bekomen van een vrijstelling met bewijsstukken. Het aanvraagformulier is beschikbaar op de website van de gemeente .
De vrijstellingsaanvraag en de bewijsstukken hebben betrekking op de belastbare periode vóór het verstrijken van de verjaardag van de opnamedatum in het leegstandsregister.
De vrijstelling geldt enkel voor de belastingaanslag van de belastbare periode waarop de vrijstelling betrekking heeft en moet, zelfs wanneer zij overeenkomstig de bepalingen van dit artikel verlengbaar is, jaarlijks worden aangevraagd.
Het college van burgemeester en schepenen of de algemeen directeur indien het college van burgemeester en schepenen hem deze bevoegdheid overeenkomstig artikel 57 van het Decreet over het lokaal bestuur toevertrouwt, kan ambtshalve vrijstellingen verlenen indien men reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat men in aanmerking komt voor een vrijstelling van de leegstandsbelasting.
In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 17.2 van onderhavig reglement, brengt de gemeente de zakelijk gerechtigde(n) die zich heeft beroepen op deze vrijstelling per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.
In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 17.3 van onderhavig reglement, brengt de gemeente alle zakelijk gerechtigden per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling
§2. Er kunnen vrijstellingen van belasting worden toegestaan met betrekking tot de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw zelf enerzijds en met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingsplichtige anderzijds.
De vrijstelling met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingplichtige geldt enkel voor zijn persoon en ontslaat de andere zakelijk gerechtigde(n) niet van hun hoofdelijkheid. Deze vrijstelling geldt dus niet voor de andere zakelijk gerechtigde(n) die zich niet in deze hoedanigheid bevinden. De vrijstelling met betrekking tot de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw zelf geldt voor alle zakelijk gerechtigde(n).
17.2. Vrijgestelde personen
De belastingplichtige is vrijgesteld:
1° als de belastingplichtige op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is, minder dan twaalf opeenvolgende maanden zakelijk gerechtigde is. Deze vrijstelling geldt voor de eerste belastingaanslag volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht, teneinde nieuwe zakelijk gerechtigde(n) de tijd te gunnen de leegstand te verhelpen. Deze vrijstelling geldt slechts voor zover het zakelijk recht de volledige woning/kamer of het volledige gebouw betreft en geldt niet indien de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
2° als de belastingplichtige in een erkende ouderenvoorziening verblijft en daarvan het bewijs verstrekt, afgeleverd door de erkende ouderenvoorziening. Deze vrijstelling geldt enkel voor de woning/kamer die onmiddellijk voorafgaand aan de opname volledig en uitsluitend gebruikt werd als hoofdverblijfplaats van de belastingplichtige. De vrijstelling geldt enkel voor de eerste belastingaanslag volgend op de opname in de erkende ouderenvoorziening.
3° als de belastingplichtige zijn of haar de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing gedurende de periode van handelingsonbekwaamheid. Deze vrijstelling kan twee maal aaneensluitend met één jaar worden verlengd.
4° als de belastingplichtige minstens 4 maanden werd opgenomen tijdens de 12 maanden van de belastbare periode leegstand in een psychiatrische instelling, ziekenhuis of revalidatiecentrum en daarvan het bewijs verstrekt, afgeleverd door de betrokken psychiatrische instelling, het ziekenhuis of het revalidatiecentrum, waarbij de vrijstelling geldt voor de periode waarbij de opname kan worden aangetoond, met dien verstande dat de vrijstelling tweemaal met één jaar kan worden verlengd.
5° als de belastingplichtige een woonmaatschappij is waarin de gemeente participeert.
17.3 Vrijgestelde woningen/kamers en gebouwen
Een vrijstelling wordt verleend voor:
1° De woning, kamer of gebouw die gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan.
2° De woning, kamer of gebouw die geen voorwerp meer kunnen uitmaken van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, omdat het onverenigbaar is met een voorlopig goedgekeurd of goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan of van bijzonder plan van aanleg.
3 ° De woning, kamer of gebouw die vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt drie jaar volgend op de datum van vernieling of beschadiging wanneer de belastingplichtige het bewijs voorlegt dat er nog steeds betwisting bestaat over de aansprakelijkheid of de vergoeding van de verzekering of het rampenfonds, die afbraak, nieuwbouw, renovatie of verkoop onmogelijk maakt. In de zin van deze bepaling wordt verstaan onder een ramp: een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de zakelijk gerechtigde en waardoor de schade zo groot is dat het normaal gebruik onmogelijk is, zoals een brand, ontploffing, verzakking, terrorisme, overstroming, storm,…. De vrijstelling kan nadien jaarlijks verlengd worden in geval voormeld bewijs wordt geleverd.
4° De woning, kamer of gebouw die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden omwille van een verzegeling of betredingverbod, of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure opgelegd door een beslissing van een gerechtelijke instantie met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na afloop van de verzegeling of het betredingsverbod of de gerechtelijke procedure. In geval van een expertise in een niet-strafrechtelijke procedure dient minstens één van de aangestelde experten aan te geven dat de woning/kamer niet betreden mag worden of op welk tijdstip dit wel mogelijk is.
5° De woning die of het gebouw dat daadwerkelijk gerenoveerd of gesloopt wordt waardoor de woning of het gebouw niet gebruikt kan worden volgens zijn functie:
De vrijstelling a) of b) kan twee maal aaneensluitend met één jaar worden verlengd op voorwaarde dat:
Na het uitputten van deze vrijstelling kan hierop geen beroep worden gedaan gedurende 10 jaar.
Tijdens het eerste jaar van de vrijstelling, bedoeld in artikel 17.2, 1°, kan de nieuwe zakelijk gerechtigde(n) zich beroepen op de vrijstelling a) of b), ongeacht de eerdere toepassing hiervan.
Een plaatsbezoek kan worden uitgevoerd om te controleren of de woning, de kamer of het gebouw kan gebruikt worden volgens zijn functie.
In de mate de te renoveren, hetzij de te slopen woning een sociale huurwoning betreft in de zin van artikel 1.3,§1, 49° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en voor zover de woning deel uitmaakt van een projectdossier goedgekeurd op het gemeentelijk lokaal woonoverleg, geldt de vrijstelling tot de voorziene einddatum van de werken in het op het lokaal woonoverleg goedgekeurde projectdossier.
6° De woningen, kamers of gebouwen die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30,§2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, vanaf de ondertekening van deze overeenkomst en zolang de overeenkomst loopt.
7° De woningen, kamers of gebouwen die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met een erkend sociaal verhuurkantoor of woonmaatschappij tot verhuur van minimum negen jaar, vanaf de datum van ondertekening huurcontract en zolang deze overeenkomst loopt. Van zodra de woning/kamer effectief gedurende zes opeenvolgende maanden wordt bewoond, kan de woning/kamer uit het leegstandsregister worden geschrapt.
8° De woningen, kamers of gebouwen die ter beschikking worden gesteld voor noodopvang of tijdelijke huisvesting aan een OCMW of een daartoe erkende organisatie, zolang de ter beschikkingstelling duurt.
Artikel 18. Vestigen, innen en bezwaarprocedure
18.1: Aangifteplicht
In geval van overdracht of vestiging van een zakelijk recht op een leegstaande woning of gebouw, is de overdrager ertoe gehouden dit te melden aan de registerbeheerder overeenkomstig artikel 8,§2 van het reglement op de registratie van leegstaande woningen en gebouwen.
18.2: Wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
18.3: Betalingstermijn
De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
18.4: Administratieve geldboete
Een administratieve geldboete van 500 EUR wordt opgelegd aan de belastingplichtige:
Een administratieve geldboete van 300 EUR wordt opgelegd aan de belastingplichtige die niet tijdig conform artikel 8§2 een overdracht van een zakelijk recht heeft aangegeven.
Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
Artikel 19. Verwijzingsregel
De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
4. INWERKINGSTREDING, EN OVERGANGSBEPALINGEN EN BEKENDMAKING
Artikel 20. Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en heft het reglement, goedgekeurd door de gemeenteraad van Bonheiden in vergadering van 16/12/2020, op.
Artikel 21. Overgangsbepalingen
Het reglement is onmiddellijk van toepassing op woningen/kamers en gebouwen die reeds in het leegstandsregister zijn opgenomen en niet zijn geschrapt voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement. De leegstand moet niet opnieuw bewezen worden, noch opnieuw ter kennis worden gebracht van de zakelijk gerechtigde(n).
Vrijstellingen die werden aangevraagd voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement en verkregen, blijven verworven voor de lopende duur waarvoor de vrijstelling geldt.
In geval een aanvraag tot schrapping of een aanvraag tot het bekomen van een vrijstelling die dateert van voor de inwerkingtreding van huidig reglement waarvoor de beslissing door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid na inwerkingtreding van huidig reglement wordt genomen, zal de voor de zakelijk gerechtigde meest gunstige regelgeving gelden.
Hetzelfde geldt voor de administratieve beroepen die werden ingediend voor de inwerkingtreding van huidig reglement en waarvoor de beslissing door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid of de gemeente wordt genomen na inwerkingtreding van huidig reglement.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen voor conformiteitsonderzoeken woningkwaliteit. De vastgestelde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
29/05/2024: Besluit van de gemeenteraad houdende opheffing retributiereglement conformiteitsattest woningen 2021-2025 en vaststelling retributiereglement conformiteitsonderzoek woningkwaliteit 01/06/2024-2025.
Het bewaken van de minimale woningkwaliteit en het bevorderen van de woningkwaliteit is één van de speerpunten van het Vlaams en lokaal woonbeleid. Een conformiteitsattest is een officiële verklaring dat de woongelegenheid voldoet aan de wettelijke minimumkwaliteitseisen, conform de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen.
Een vraag tot bekomen van een conformiteitsattest, is een aanvraag tot conformiteitsonderzoek van de betrokken woongelegenheid. De gemeente kan een retributie heffen op het behandelen van deze aanvraag. De retributie wordt vastgesteld, conform de maximum bedragen voorzien in artikel 3.3/1 Vlaamse Codex Wonen 2021.
Om eigenaars te stimuleren zo veel mogelijk gebreken weg te werken is een conformiteitsonderzoek betreffende een woning, die minder dan 4 gebreken categorie I vertoont, gratis. Ook woonmaatschappijen, als bedoeld in Boek 4, Deel 1, Titel 3 Vlaamse Codex Wonen, worden van de retributie vrijgesteld.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.28 Retributie conformiteitsonderzoek woningkwaliteit.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00324 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie conformiteitsonderzoek woningkwaliteit vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie op de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 Vlaamse Codex Wonen van 2021. Een retributie wordt vastgesteld voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen:
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het conformiteitsonderzoek.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 5 - Wijze van inning en betalingstermijn
De retributie wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een factuur na uitvoering van het conformiteitsonderzoek.
Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 6 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie te heffen voor projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer tegen een tarief van € 3.000 met een jaarlijkse indexatie.
15/12/2021: Besluit van de gemeenteraad houdende de vaststelling van het retributiereglement voor projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer 2022-2025.
Ruimtelijke projecten die een grote impact hebben, zowel qua complexiteit, als qua schaal op de omgeving op het grondgebied van de gemeente verdienen de nodige aandacht. Ze beïnvloeden de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van de gemeente. De evaluatie van deze projecten vereist een grote inzet van de administraties en het bestuur.
Projecten die voldoen aan een minimum aantal vastgelegde criteria dienen verplicht te worden voorgelegd aan de kwaliteitskamer. Naast een kwaliteitstoets, wordt er tevens een objectief, deskundig en omstandig gemotiveerd advies overgemaakt aan de dienst omgeving van de gemeente. Het voorleggen van een project aan de kwaliteitskamer geeft echter geen garantie op het bekomen van een vergunning.
De kosten voor de tussenkomst van de kwaliteitskamer, inclusief de voorbereiding, de bespreking en het verslag vallen ten laste van de initiatiefnemer van het project. Hiertoe wordt het retributiereglement 'projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer' vastgesteld.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A9.26 Retributie voor projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00325 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie voor projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie voor projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die initiatiefnemer is van een project waarvan door het college van Burgemeester en Schepenen werd beslist, na advies van de dienst Vergunningen, hiervoor een advies in te winnen bij de kwaliteitskamer.
De dienst Vergunningen kan een adviesaanvraag aan de kwaliteitskamer adviseren indien het project minstens twee of meer van de hieronder vermelde criteria bevat of op basis van andere relevante overwegingen inzake ruimtelijke kwaliteit;
Artikel 5 - Hoofdelijkheid
Als er meerdere retributieplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief
De verschuldigde retributie bedraagt € 3.000 per project dat wordt voorgelegd aan de kwaliteitskamer.
Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om met ingang van 01/01/2026 en voor een termijn eindigend op 31/12/2028 ten laste van de eigenaar van elke nutsvoorziening, een retributie aan te rekenen op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutsvoorzieningen langs gemeentewegen.
De gemeenteraad onderschreef op 25/01/2017 de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen, die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, ten einde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden. Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten, de Vlaamse Administratie van Wegen en Verkeer en van Binnenlandse Aangelegenheden. De geactualiseerde code biedt meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaalconcept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KIP, ...
De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied. Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein.
Dit reglement heeft uitwerking op alle nutsmaatschappijen voor zover zij op basis van statuten wettelijke of decretale bepalingen niet zijn vrijgesteld van enige heffing door gemeenten. Als tarief wordt voorgesteld:
De opbrengst van deze retributie is ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031: A9.23 Retributie op werken aan nutsvoorzieningen op het openbaar domein.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00300 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein vast als volgt:
Artikel 1
Voor de periode 2026-2028 wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Artikel 2
Retributie naar aanleiding van sleufwerken:
Artikel 3
Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen:
Artikel 4
De retributie dient betaald te worden binnen de 30 dagen na toezending van facturen.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie te heffen op de inname van het openbaar domein en elk domein in private eigendom van het openbaar bestuur of in private eigendom van derden, waarop het bestuur gebruikersrechten heeft, voor ambulante handel, evenementen en activiteiten en het afnemen van gemeentelijke nutsvoorzieningen op het openbaar domein.
18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende de vaststelling van het retributiereglement voor het gebruik van het openbaar domein voor ambulante handel en afname van elektriciteit van gemeentelijke elektriciteitskasten 2020-2025.
Het geactualiseerde retributiereglement voorziet tarieven voor zowel ambulante handel binnen en buiten de wekelijkse markt, evenementen en activiteiten georganiseerd door particulieren, verenigingen, handelaars en commerciële organisaties als kermissen, circussen en tijdelijke exposities.
Tevens voorziet dit reglement nieuwe tarieven voor de afname van elektriciteit en water via gemeentelijke afnamepunten.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00314 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op de inname van het openbaar domein en elk domein in private eigendom van het openbaar bestuur of in private eigendom van derden waarop het bestuur gebruikersrechten heeft, voor ambulante handel, evenementen en activiteiten en het afnemen van gemeentelijke nutsvoorzieningen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie op op de inname van het openbaar domein en elk domein in private eigendom van het openbaar bestuur of in private eigendom van derden waarop het bestuur gebruikersrechten heeft, voor ambulante handel, evenementen en activiteiten en het afnemen van gemeentelijke nutsvoorzieningen.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de houder van de toelating inname openbaar domein en afname elektriciteit en/of water.
Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 6 - Wijze van inning en betalingstermijn
Artikel 7- Boete
Artikel 8 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie het heffen op het parkeren in de blauwe zone. Er wordt een tariefverhoging van € 25 naar € 30 voorgesteld, met een jaarlijkse indexering.
27/08/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing van het retributiereglement op het parkeren in de blauwe zone voor de periode 2020-2025.
Parkeren in de openbare ruimte is een essentieel onderdeel van de mobiliteit. Om het parkeerbeleid in zones met beperkte parkeertijd te reguleren en handhaven kan de gemeente inbreuken op deze parkeervorm afhandelen door middel van het heffen van een retributie. Hiertoe dient de gemeenteraad een retributiereglement vast te stellen. Het tarief wordt verhoogd van € 25 naar € 30, met een jaarlijkse indexering.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor gedepenaliseerde inbreuken inzake parkeren, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A4.7.10 Retributie op parkeren: ontvangsten en kosten inning.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00313 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op het parkeren in de blauwe zone vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie op het parkeren in de blauwe zone.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat van het voertuig.
Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.
Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 6 - Vrijstellingen en/of verminderingen
Zijn van de retributie vrijgesteld:
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributiereglement op het plaatsen van wegwijzers vast te stellen. De vastgestelde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het retributiereglement op het plaatsen van wegwijzers.
Het plaatsen van private wegwijzers kan mits goedkeuring door de gemeente. Een vaste vergoeding van € 250 per wegwijzer wordt hiervoor vastgesteld in een retributiereglement.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A9.24 Retributie op wegwijzers.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00327 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op het plaatsen van wegwijzers vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie op het plaatsen van private wegwijzers, na aanvraag geplaatst door de gemeente of door een aannemer in opdracht van de gemeente en dit volgens volgens de bepalingen het Koninklijk Besluit van 01/12/1975 houdende Algemeen Reglement op de Politie van het Wegverkeer en zijn latere wijzigingen en het Ministerieel Besluit van 11/10/1976 en zijn latere wijzigingen waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, met betrekking tot de signalisatie van plaatsen en instellingen van algemeen belang of van toeristische aard .
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de wegwijzer.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld: € 250 per wegwijzer.
Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
aanvangsindexcijfer (november 2025)
Waarbij:
Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijft het bedrag op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 5 - Wijze van inning en betalingstermijn
Artikel 6 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie te heffen op laadsessies van elektrische voertuigen (EV) aan laadpalen die gekoppeld zijn aan gemeentelijk patrimonium, waarbij de stroom rechtstreeks van het publieke gebouw wordt afgenomen. Voor laadsessies aan een gewone laadpaal wordt een vergoeding van € 0,4235 (€ 0,35/kWh excl. btw) voorgesteld. Voor laadsessies aan een snellaadpaal wordt een vergoeding van € 0,5445 (€ 0,45/kWh excl. btw) voorgesteld. Tevens wordt voorgesteld de bevoegdheid om de tarieven aan te passen binnen de voorwaarden vastgesteld door de gemeenteraad, aan het college van burgemeester en schepenen te delegeren, teneinde sneller te kunnen inspelen op fluctuaties van de elektriciteitsmarkt.
Sinds 01/01/2025 bestaat er een verplichting vanuit de Vlaamse regelgeving, voor de installatie van oplaadpunten op parkeerterreinen van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een parkeerterrein met meer dan 20 parkeerplaatsen.
De gemeente beschikt over semi-publieke laadpalen aan gemeentelijk patrimonium, waarbij de stroom rechtstreeks van het publieke gebouw wordt afgenomen. Om deze laadpalen publiek beschikbaar te stellen, heeft het college van burgemeester en schepenen een Charging Point Operator (CPO) aangesteld, die de transacties met de EV-rijders afrekent. Hiertoe dient een tarief voor het gebruik van de afgenomen elektriciteit vastgesteld te worden. Dit bedrag wordt geïnd door de laadpasaanbieders en via de CPO doorgestort aan de gemeente.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A13.02 Retributie tussenkomst elektriciteit laadpalen.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00316 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op het gebruik van gemeentelijke laadpalen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie op laadsessies aan gemeentelijke laadpalen die gekoppeld zijn aan gemeentelijk patrimonium waarbij de stroom rechtstreeks van het publieke gebouw wordt afgenomen.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de laadpaalbeheerder.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld:
Deze tarieven zijn exclusief eventuele kosten die aangerekend worden door de laadpasaanbieders aan de afnemer.
Artikel 5 - Wijze van inning en betalingstermijn
Artikel 6 - Machtiging college burgemeester en schepenen tot aanpassing retributietarieven
De bevoegdheid om de retributietarieven te wijzingen wordt aan het college van burgemeester en schepenen gedelegeerd binnen de volgende grenzen:
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen voor de terbeschikkingstelling van allerhande materialen.
30/08/2023: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing retributiereglement op het ter beschikking stellen van allerhande materialen 2020-2025.
De gemeente stelt allerhande materialen ter beschikking aan haar burgers. De vergoeding hiervoor wordt vastgesteld in een retributiereglement.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00317 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op de terbeschikkingstelling van allerhande materialen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie op de terbeschikkingstelling van allerhande materialen.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het materiaal.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 5 - Vrijstellingen en/of verminderingen
De gemeente stelt gratis één tot maximum twee dozen van 200 oordopjes per jaar ter beschikking per jeugdvereniging van Bonheiden en Rijmenam.
Artikel 6 - Wijze van inning en betalingstermijn
Artikel 7 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie te heffen op het gebruik van de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang (kleuteropvang met kwaliteitslabel De Wiebelboom).
Om de werking van het IBO in goede banen te leiden en te organiseren, conform het besluit van de Vlaamse Regering van 23/02/2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang en de latere wijzigingen, is het noodzakelijk een retributiereglement vast te stellen voor de periode 2026-2031.
Gezien de tarieven recent in 2023 (van kracht vanaf 01/01/2024) werden geactualiseerd, wordt er geen tariefverhoging voorzien.
Voor het gebruik van de afwezigheidsjokers wordt benadrukt dat deze enkel kunnen ingezet worden, mits voorafgaande verwittiging van de afwezigheid zonder medisch attest.
In geval van afloop van een geattesteerde periode van recht op verhoogde tegemoetkoming, dient onverwijld een nieuw attest voorgelegd te worden om verder van het sociaal tarief te kunnen genieten.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A3.2.2103 Wiebelboom: Opbrengsten.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 20205/00298 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie met betrekking tot de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang De Wiebelboom vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie op het gebruik van de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger van het opgevangen kind.
Artikel 5 - Hoofdelijkheid
Als er meerdere retributieplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
| Voor- en naschoolse opvang |
Per begonnen half uur |
€ 1 |
| Woensdagnamiddag, vakantiedag &schoolvrije dagen (snipperdagen) |
- 3 uur |
€ 5 |
| 3 tot 6 uur |
€ 8 |
|
| + 6 uur |
€ 15 |
|
| Daguitstap |
|
€ 20 |
Artikel 7 - Vrijstellingen en/of verminderingen
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Het samenwerkingsverband "Regiobib Rivierenland", opgericht in het kader van het Eengemaakt Bibliotheek Systeem (EBS), impliceert een uniform dienstreglement, inclusief identieke tarieven voor de diensten van de betrokken bibliotheken. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit retributiereglement vast te stellen.
Vlaanderen werkte via CultuurConnect een uniek systeem uit voor alle Vlaamse bibliotheken m.n. het Eengemaakt Bibliotheek Systeem (EBS). Vlaanderen stimuleert sterk de samenwerking tussen bibliotheken, ook binnen het EBS.
De bibliotheken van Berlaar, Bonheiden, Duffel, Heist-op-den-Berg, Lier, Nijlen, Putte en Sint-Katelijne-Waver vormen het samenwerkingsverband Regiobib Rivierenland. Dit samenwerkingsverband impliceert een uniform dienstreglement inclusief identieke tarieven voor de diensten van de betrokken bibliotheken.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit retributiereglement vast te stellen.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
In overeenstemming met de historische situatie in de meerderheid van de bibliotheken van Regiobib Rivierenland, wordt er geen lidgeld gevraagd aan de personeelsleden van de gemeente.
Aangezien de vrijwilligers van de bibliotheek geen financiële vergoeding krijgen voor hun prestaties, krijgen zij een gratis lidmaatschap.
Wordt:
En
Wordt:
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00333 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op de diensten van de plaatselijke openbare bibliotheek vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie op de diensten aangeboden door de plaatselijke openbare bibliotheek.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door degene op wiens naam de bibliotheekmaterialen werden uitgeleend of aan wie de bibliotheekdiensten werden verleend of in voorkomend geval zijn wettelijk vertegenwoordiger.
Artikel 5 - Hoofdelijkheid
Als er meerdere retributieplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 7 - Vrijstellingen en/of verminderingen
Het jaarlijks lidmaatschap is niet verschuldigd door:
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie te heffen op het onderhoud van graven. De vastgestelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.
De gemeente Bonheiden biedt de dienstverlening 'eenmalig of jaarlijks onderhoud van graven en/of plaatsing van een chrysant' in de periode rond 1 november aan. Hiertoe wordt een retributie vastgesteld.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A15.8 Opbrengst retributie onderhoud van graven.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00302 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op het onderhoud van graven vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie op het onderhoud van graven.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door degene die om de dienstverlening verzoekt.
Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief
De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen betreffende concessies voor een grafkelder, columbariumnis of urnenkelder en het graveren van gedenkplaten. De vastgestelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.
De huidige retributiereglementen betreffende concessies voor grafkelders, columbarium-nissen en urnenkelders en het graveren van gedenkplaten worden samengebracht in één retributiereglement. Enkele retributies op bijkomende diensten werden geactualiseerd en een indexatieformule werd toegevoegd.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00306 van Financiele dienst van 23 november 2025
Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie betreffende concessies voor een grafkelder, columbarium-nis of urnenkelder en het graveren van gedenkplaten vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:
Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven
De gemeente heft een retributie betreffende concessies voor een grafkelder, columbarium-nis of urnenkelder en het graveren van gedenkplaten. Dit ongeacht het gaat over een bestaande, dan wel een hernieuwing.
Artikel 2 - De periode van heffing
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Artikel 3 - Definities
Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:
Artikel 4 - De retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de concessie.
Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
Artikel 6 - Gelijkstellingen en specifieke bepalingen
Worden gelijkgesteld met inwoners van de gemeente voor de toepassing van dit reglement:
Artikel 7 - Wijze van inning en betalingstermijn
De retributie wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een factuur.
Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur.
Artikel 8 - Inwerkingtreding
Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Op 29/11/2017 stelde de gemeenteraad het gemeentelijk subsidiereglement kleine energiebesparende maatregelen en het subsidiereglement rationeel energieverbruik grote ingrepen vast. Binnen dit subsidiereglement zijn er verwijzingen opgenomen naar Vlaamse regelgeving, die momenteel niet langer van toepassing is. Hierdoor kan er geen correcte beoordeling gemaakt worden van de doelgroepen waarnaar het subsidiereglement verwijst. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de beide subsidiereglementen op te heffen in afwachting van een nieuw reglement, dat in het voorjaar van 2026 zal opgesteld worden en waarbij de focus behouden blijft om de meest kwetsbare inwoners te ondersteunen bij energiebesparende maatregelen.
De gemeente ondertekende het burgemeestersconvenant met de doelstelling om tegen 2030 40% CO2-uitstoot te reduceren op het grondgebied van de gemeente. Bijna 50% van de CO2-uitstoot op het grondgebied van de gemeente is te wijten aan het energieverbruik bij huishoudens.
In het huidige subsidiereglement zijn verwijzingen opgenomen naar Vlaamse regelgeving, die intussen gewijzigd is. Een herwerking van deze reglementen is noodzakelijk om een correcte beoordeling van de aanvraagdossiers mogelijk te maken.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
Een gewijzigd Vlaams beleid rond energie en energiebesparing heeft ervoor gezorgd dat de verwijzingen die werden opgenomen binnen het gemeentelijk subsidiereglement niet meer van toepassing zijn.
De verwijzingen die niet meer van toepassing zijn zorgen ervoor dat een correcte afhandeling van eventuele aanvragen niet langer kan plaatsvinden. Om bij aanvragen te vermijden dat er een discussie zou ontstaan over het eventuele recht op deze gemeentelijke subsidie, wordt er vanuit de administratie voorgesteld deze subsidiereglementen op te heffen in afwachting van een nieuw subsidiereglement dat de administratie zal opstellen in het voorjaar van 2026.
Enig artikel - Heft het gemeentelijk subsidiereglement kleine energiebesparende maatregelen en het subsidiereglement rationeel energieverbruik grote ingrepen op in afwachting van een geactualiseerd subsidiereglement, waarbij de focus blijft liggen op het ondersteunen van kwetsbare inwoners om hun energieverbruik te beperken.
In de meerjarenplanning 2026-2031 (A4.2.4211) wordt jaarlijks een investeringstoelage toegekend aan een sportclub, die gemeentelijke infrastructuur beheert.
Sportclubs met eigen infrastructuur in beheer worden geconfronteerd met hoge investeringskosten, waardoor middelen verloren gaan om de aandacht toe te spitsen op hun eigenlijke opdracht.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het subsidiereglement investeringen gemeentelijke sportinfrastructuur goed te keuren opdat sportclubs, actief op gemeentelijke eigendom, zouden kunnen blijven investeren.
In het meerjarenplan 2026-2031 wordt jaarlijks een investeringstoelage toegekend aan een sportclub die gemeentelijke infrastructuur beheert.
Sportclubs met eigen infrastructuur in beheer worden geconfronteerd met hoge investeringskosten, waardoor middelen verloren gaan om de aandacht toe te spitsen op hun eigenlijke opdracht. Het bestaande reglement gaat uit van investeringen die betrekking hebben op veiligheid en energiebeheer. Het betreft een financiële ondersteuning via een investeringsreglement, waarbij een evenwaardige tegenprestatie wordt geëist van de sportclub.
Sinds corona werd het subsidiereglement verschillende keren tijdelijk aangepast naar een regeling 75% inbreng van de gemeente en 25% eigen inbreng van de sportclub.
Het nieuwe reglement hanteert opnieuw de verdeling 50/50 en regelt de verdeling van het subsidiebedrag, indien meerdere clubs in hetzelfde jaar een aanvraag indienen.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
Indien de gemeente erkende sportclubs die gemeentelijke infrastructuur beheren verder wil ondersteunen met een investeringstoelage, is het wenselijk dat een verdeling van het subsidiebedrag tussen meerdere clubs mogelijk is en er een verdeling van 50% inbreng van de gemeente en 50% eigen inbreng van de vereniging gehanteerd wordt. Verder blijven de voorwaarden voor het verkrijgen van een investeringstoelage identiek, teneinde de betreffende sportclubs maximaal te ondersteunen.
Zoals het aangepaste subsidiereglement voorziet, wordt het bedrag van de toelage vastgesteld op 50% van de gemaakte kosten en uitbetaald door overschrijving op de bankrekening van de erkende sportvereniging.
In de meerjarenplanning 2026-2031 is hiervoor jaarlijks € 20.000 voorzien (actie A4.2.4211).
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00341 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Gaat akkoord met de aanpassing van het reglement investeringstoelage sportclubs als volgt:
Subsidiereglement Investeringen Gemeentelijke Sportinfrastructuur
I. Doelstelling
Dit reglement heeft als doel sportverenigingen te ondersteunen die gemeentelijke infrastructuur in hun beheer hebben bij investeringen, met bijzondere aandacht voor veiligheid, duurzaamheid en kwaliteitsverbetering van de sportwerking binnen de gemeente.
II. Voorwerp
Dit reglement bepaalt de voorwaarden, procedures en verdeling van subsidies voor investeringswerken aan gemeentelijke sportinfrastructuur die door erkende sportverenigingen wordt beheerd.
III. Definities en begrippen
§1 – Subsidie: Een financiële bijdrage van de gemeente toegekend op basis van dit reglement, bedoeld om de kosten te ondersteunen voor investeringswerken aan gemeentelijke sportinfrastructuur.
§2 – Erkende sportvereniging: De sportvereniging die door het college van burgemeester en schepenen erkend is op basis van het geldende erkenningsreglement van de gemeente Bonheiden.
§3 – Investeringswerken: Werken aan bestaande sportinfrastructuur die gericht zijn op het verhogen van de veiligheid of het verbeteren van energie-efficiëntie.
§4 – Jeugdsportwerking: Alle georganiseerde sportactiviteiten, opleidingsprogramma’s en begeleidingsinitiatieven gericht op jeugdleden binnen de sportvereniging.
IV. Doelgroep
Subsidies kunnen worden aangevraagd door sportverenigingen die:
V. Voorwaarden
§1 - In aanmerking komende werken:
Enkel de volgende investeringen komen in aanmerking:
§ 2 - Niet in aanmerking komende werken:
§3 - Beperkingen:
§4 - Verdeling van de subsidie:
VI. Aanvraagprocedure
VI. Sancties
Bij niet-naleving van dit reglement kan het gemeentebestuur:
VII. Bezwaren
Sportverenigingen kunnen binnen 30 dagen na kennisgeving van de beslissing van het college schriftelijk bezwaar indienen bij het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur behandelt het bezwaar binnen een redelijke termijn en brengt de vereniging schriftelijk op de hoogte van de uitkomst.
VIII. Ingangsdatum
Dit subsidiereglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen betreffende investeringen in gemeentelijke sportinfrastructuur.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Naar aanleiding van de meerjarenplanning 2026-2031 wordt het subsidiereglement omtrent het opruimen van zwerfvuil aangepast. Aan de gemeenteraad wordt goedkeuring gevraagd voor dit subsidiereglement.
Erkende jeugdbewegingen, verenigingen en organisaties kunnen deelnemen aan acties omtrent het opruimen van zwerfvuil. Voor erkende jeugdbewegingen is er één zwerfvuilactie per jaar en deze vindt plaats in het voorjaar. Voor verenigingen en organisaties zijn er twee acties per jaar; één in het voorjaar en één in het najaar.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
De N-VA fractie vraagt de voorzitter van de gemeenteraad dit punt te verdagen naar een volgende zitting.
Dit voorstel wordt met 9 stemmen voor (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) en 14 stemmen tegen (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs) niet aangenomen.
In de meerjarenplanning 2026-2031 wordt op actie: A2.10.4201 jaarlijks € 12.000 voorzien voor subsidies zwerfvuilacties.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00340 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Keurt het subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil als volgt goed:
SUBSIDIEREGLEMENT VOOR HET OPRUIMEN VAN ZWERFVUIL
I. Doelstelling
Met dit reglement wil de gemeente verenigingen en organisaties in Bonheiden - Rijmenam stimuleren om actief deel te nemen aan acties tegen zwerfvuil. Door het ondersteunen en subsidiëren van dergelijke initiatieven beoogt de gemeente een zichtbaar properder openbaar domein en een grotere betrokkenheid van inwoners bij een nette leefomgeving.
II. Voorwerp
Binnen de perken van de jaarlijkse op het budget voorziene en goedgekeurde kredieten kan het college van burgemeester en schepenen een subsidie verlenen aan een vereniging of organisatie voor het voeren van een zwerfvuilactie, volgens de normen en voorwaarden die hierna worden vastgesteld.
III. Definities en begrippen
Voor de toepassing van het reglement wordt verstaan onder:
IV. Begunstigde
Deze subsidie kan enkel aangevraagd worden door verenigingen of organisaties van Bonheiden – Rijmenam, die voldoen aan onderstaande voorwaarden.
V. Zwerfvuilactie voor erkende jeugdbewegingen
Tijdens één jaarlijkse zwerfvuilactie, die plaatsvindt in het voorjaar, wordt de gemeente verdeeld in pakketten die verschillende straten bevatten:
De pakketten worden verdeeld onder de verschillende erkende jeugdbewegingen, die op één gezamenlijke dag elk hun toegewezen pakket opruimen.
Voorwaarden
De subsidie voor de zwerfvuilactie voor erkende jeugdbewegingen wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
VI. Zwerfvuilactie voor verenigingen en organisaties
Tijdens twee zwerfvuilacties per jaar, één in het voorjaar en één in het najaar, worden acht grote trajecten in de gemeente verdeeld onder verenigingen en organisaties die zich hiervoor kandidaat stellen.
De acht trajecten zijn:
Voorwaarde
De subsidie voor de zwerfvuilactie voor verenigingen en organisaties wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:
VII. Ondersteuning en subsidie
De gemeente voorziet de nodige vuilniszakken en er worden afspraken gemaakt met de milieudienst omtrent de plaats waar de zakken zullen verzameld worden.
De deelnemers aan de opruimactie zijn verzekerd door de gemeente voor eventuele schade of bij ongeval (ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering).
De gemeente zal de zwerfvuilacties voor de erkende jeugdbewegingen, verenigingen en organisaties tijdig bekendmaken via de gemeentelijke communicatiekanalen. De zwerfvuilactie voor de erkende jeugdbewegingen wordt besproken op de Jeugdraad.
De subsidie wordt betaald na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen. De uitbetaling van de subsidie is afhankelijk van de goedgekeurde kredieten op het gemeentebudget.
VIII. Controle en sancties
Indien de opruimactie niet verlopen is conform dit reglement, kan de gemeente de subsidie weigeren.
Bij elk bedrog, poging tot bedrog of indien bepalingen van dit reglement niet nageleefd worden, kan het college van burgemeester en schepenen de totale toegekende subsidie terugvorderen, verhoogd met de wettelijke interest vanaf de dag van uitbetaling van de subsidie.
IX. Bezwaren
Bezwaren tegen beslissingen op basis van dit reglement worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen.
Bezwaren moeten binnen één maand na kennisgeving van de beslissing worden ingediend, per aangetekende brief aan het college.
X. Ingangsdatum
Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Delen van percelen gelegen aan "Groote Heijde" (Matadilaan - Oude Kasteellaan), gekadastreerd volgens 1ste afdeling, sectie B deel van nummers 0260 Y P0000 en 0260 X P0000, met een oppervlakte volgens meting van 2a 33ca (= 2a 25ca voor lot 3 + 8ca voor lot 4) en met gereserveerde perceelsidentificatie 260 H2 P0000 (voor lot 3) en 260 K2 P0000 (voor lot 4), voor eenzelfde grootte, wordt aan de gemeente kosteloos aangeboden.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de kosteloze grondafstand van de percelen ter opname in het openbaar domein te aanvaarden en de overeenkomstige akte goed te keuren.
Op 18/12/2021 werd door Matadi Residences een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het afbreken van een eengezinswoning, het gedeeltelijk ontbossen, het aanleggen en wijzigen van gemeentewegen, het bouwen van 4 vrijstaande meergezinswoningen, een fietsenstalling en een HS-cabine (630 KVA) en het uitvoeren van omgevingsaanlegwerken.
De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 28/04/2022 door de vergunningverlenende overheid. De omgevingsvergunningsaanvraag draagt als kenmerk OMV_2021191844 is gemeentelijk geregistreerd onder het nummer 2021/329.
Conform de beslissing afgeleverd door de Bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen onder nummer OMBER-2022-1030 op datum van 02/03/2023, dient de grond bestemd voor inlijving bij het openbaar domein kosteloos te worden afgestaan aan de gemeente.
Het betreft een strook grond, zoals aangeduid op de bijgaande plannen, met een oppervlakte van 2a 33ca (= 2a 25ca voor lot 3 + 8ca voor lot 4), kadastraal gekend onder Bonheiden, 1ste afdeling, sectie B deel van nummers 0260 Y P0000 en 0260 X P0000 en gelegen aan de "Groote Heijde". Afgebeeld als loten 3 en 4 op het bijgevoegd grondplan.
Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald artikel 41, 11° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
In de "Groote Heijde" (Matadilaan - Oude Kasteellaan) wordt een stuk grond, kadastraal gekend als 1ste afdeling, sectie B deel van nummers 0260 Y P0000 en 0260 X P0000, met een oppervlakte van 2a 33ca (= 2a 25ca voor lot 3 + 8ca voor lot 4), kosteloos aan de gemeente aangeboden, conform de bepalingen van de daarop geldende verkavelingsvergunning, afgeleverd door de bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen onder nummer OMBER-2022-1030 op 02/03/2023, om op te nemen in het openbaar domein.
De overdracht van het perceel moet bij authentieke akte worden vastgelegd. Aangezien het hierbij om een daad van beschikking met betrekking tot onroerende goederen gaat, is het aan de gemeenteraad om de akte goed te keuren.
Aan de overdracht zelf van het onroerend goed zijn geen kosten verbonden.
Artikel 1 - Hecht goedkeuring aan de akte voor de kosteloze overdracht van het perceel gelegen in de "Groote Heijde" (Matadilaan - Oude Kasteellaan) met kadastrale aanduiding: Bonheiden 1ste afdeling, sectie B deel van nummers 0260 Y P0000 en 0260 X P0000, met een oppervlakte van 2a 33ca (= 2a 25ca voor lot 3 + 8ca voor lot 4), die als bijlage bij dit besluit is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt.
Artikel 2 - Duidt de (waarnemend) burgemeester en de (waarnemend) algemeen directeur aan om de gemeente te vertegenwoordigen bij het verlijden van de authentieke akte.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld een overheidsopdracht voor de finalisering van de binnenafwerking van De Splinter op te starten en de voorwaarden van de overheidsopdracht en de wijze van gunning vast te stellen:
Raming: € 640.606,53 excl. btw of € 775.133,90 incl. 21% btw.
De binnenafwerking van De Splinter is nog niet volledig uitgevoerd. De architect heeft een bestek en bijhorende plannen opgemaakt om deze werken uit te voeren, conform de vernieuwde indeling vastgelegd door het college van burgemeester en schepenen van 17/03/2025.
Raming: € 640.606,53 excl. btw of € 775.133,90 incl. 21% btw.
Financieel advies:
Gunstig mits aanpassing visum FA 2025/00264 van Financiele dienst van 16 november 2025
Artikel 1 - Stelt de voorwaarden van de Overheidsopdracht 'De Splinter: binnenafwerking' vast en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Artikel 2 - Keurt het bestek met nr. 2025/1542 en de raming voor de opdracht 'De Splinter: binnenafwerking', opgesteld door studiebureau Ensemble, goed.
Artikel 3 - Kiest als wijze van gunning voor de openbare procedure.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld een overheidsopdracht voor de installatie van HVAC- en sanitaire installaties op te starten en de voorwaarden van de overheidsopdracht en de wijze van gunning vast te stellen:
Raming: € 216.292 excl. btw of € 261.713,32 incl. 21% btw.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 20/02/2024 de ontwerpopdracht voor de opdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties' toe te wijzen aan Studiebureel Heedfeld nv, Reggerstraat 71 te 3770 Riemst.
De sanitaire installaties en HVAC van De Splinter zijn nog niet volledig uitgevoerd. Het studiebureau Heedfeld nv heeft een bestek en bijhorende plannen opgemaakt om deze werken uit te voeren, conform de vernieuwde indeling vastgelegd door het college van burgemeester en schepenen van 11/03/2025.
De voorwaarden en de wijze van gunning van de overheidsopdracht ''De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties' staan beschreven in het lastenboek, opgemaakt door het studiebureau technieken Heedfeld nv.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00347 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Keurt het bestek met nr. 2025/AV-1554 en de raming voor de opdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties', opgesteld door het studiebureau Heedfeld nv, Reggerstraat 71 te 3770 Riemst, goed.
Artikel 2 - Stelt de lastvoorwaarden vast, zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming voor de totale opdracht bedraagt € 216.292 excl. btw of € 261.713,32 incl. 21% btw.
Artikel 3 - Gunt bovengenoemde opdracht bij wijze van openbare procedure.
Het erkenningsreglement verenigingen wil rechtlijnigheid en voorspelbaarheid brengen omtrent de criteria, die vereist zijn om als vereniging erkend te kunnen worden door het gemeentebestuur Bonheiden. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het erkenningsreglement goed te keuren. Na goedkeuring door de gemeenteraad worden alle vroegere reglementen met betrekking tot erkenning van verenigingen opgeheven.
Een projectgroep vanuit vrije tijd, bestaande uit het departementshoofd vrije tijd, de directeur van GC 't Blikveld, het diensthoofd sport & jeugd en de stafmedewerker lokaal cultuurbeleid, werkte het voorontwerp van het erkenningsreglement uit. Daarbij werd rekening gehouden met de vereiste juridische aspecten en voortschrijdend inzicht op basis van ervaringen vanuit het vorige erkenningsreglement. Het reglement is helder en overzichtelijk opgesteld en voldoet aan het principe van rechtlijnigheid en voorspelbaarheid, doordat de criteria eenduidig geformuleerd zijn.
De invoering van het reglement op 01/01/2026 houdt in dat alle voorgaande reglementen met betrekking tot erkenning van verenigingen worden opgeheven. De verenigingen die erkend werden volgens de voorwaarden van het ondersteuningsreglement vrije tijd, zoals vastgesteld door de gemeenteraad dd. 25/04/2018, krijgen een overgangsperiode van zes maanden om zich in regel te stellen met het nieuwe erkenningsreglement.
Artikel 1 - Keurt het erkenningsreglement vereningen goed, als volgt:
Reglement voor de erkenning van verenigingen 2026-2031
Het gemeentebestuur van Bonheiden wil het sociale weefsel in de gemeenschap versterken door het lokaal verenigingsleven actief te ondersteunen.
Door verenigingen te erkennen die bijdragen aan ontmoeting, gemeenschapsvorming, sportieve en culturele beleving en maatschappelijk engagement, wil het bestuur de levenskwaliteit binnen Bonheiden en Rijmenam verhogen.
Met een objectief en transparant erkenningskader streeft de gemeente naar:
Erkende verenigingen kunnen gebruikmaken van gerichte ondersteuningsvormen, zoals logistieke, communicatieve en financiële hulp.
Dit reglement is van toepassing op alle verenigingen die een erkenning aanvragen.
Het voorwerp van dit reglement is het vastleggen van de voorwaarden, de procedure en de voordelen verbonden aan de erkenning van verenigingen.
Een vereniging kan een aanvraag indienen om zich te laten erkennen door het college van burgemeester en schepenen.
De erkenning geldt tot één jaar na het einde van de lopende legislatuur en kan tijdens het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad worden verlengd, op voorwaarde dat de vereniging nog steeds aan alle voorwaarden voldoet.
Erkenning is een bindende voorwaarde om toegang te krijgen tot de verschillende vormen van gemeentelijke ondersteuning.
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Alle verenigingen met maatschappelijke zetel (in geval van vzw) of secretariaat (in geval van feitelijke vereniging) op het grondgebied van Bonheiden-Rijmenam.
Om in aanmerking te komen voor erkenning moet een vereniging gedurende de erkenningsperiode blijvend voldoen aan de volgende voorwaarden, gegroepeerd per domein:
Organisatie en structuur
Open en democratische werking
7. De vereniging is een open vereniging. Hieronder wordt verstaan dat iedereen lid kan worden, op voorwaarde dat hij/zij de waarden, doelstellingen en reglementen van de vereniging respecteert.
8. De vereniging gebruikt het Nederlands bij haar werking, organisatie en administratie.
9. De vereniging verklaart zich akkoord met het ethisch charter en verbindt zich ertoe:
Activiteiten en lokale betrokkenheid
10. De vereniging heeft een reguliere werking.
11. Minstens 50% van de activiteiten vindt plaats op het grondgebied van Bonheiden-Rijmenam, tenzij de aard van de activiteiten die niet toelaten (zoals zwemmen, schaatsen, bergklimmen).
12. De vereniging heeft een publiek zichtbare werking via eigen of gemeentelijke communicatiekanalen.
13. De vereniging is lid van een gemeentelijke adviesraad of heeft lidmaatschap aangevraagd, indien er een adviesraad bestaat die relevant is voor haar werking.
Beleidsmatige afstemming
14. De vereniging draagt met haar werking actief bij aan de beleidsdoelstellingen van het lokaal bestuur.
15. Indien van toepassing, aanvaardt de vereniging VT-cheques en UiTPAS met voordeeltarief.
Uitsluitingen
16. Commerciële initiatieven, beroepsorganisaties, mutualiteiten, vakbonden en politieke partijen komen niet in aanmerking voor erkenning.
17. Verenigingen die reeds door een ander lokaal bestuur erkend zijn of financiële ondersteuning krijgen, komen niet in aanmerking voor erkenning in Bonheiden.
18. Verenigingen met een commerciële werking worden uitgesloten. Dit zijn verenigingen die winsten of vermogensvoordelen uitkeren, rechtstreeks of onrechtstreeks, aan oprichters, leden, bestuurders of derden. Uitzondering hierop zijn uitkeringen die uitsluitend en aantoonbaar kaderen in de verwezenlijking van het belangeloos doel van de vereniging en die daarom niet als winst worden beschouwd.
De erkenning geeft de verenigingen toegang tot volgende voordelen:
Infrastructuur en materiaal
1. Verlaagde tarieven bij de huur van gemeentelijke infrastructuur, volgens de geldende gebruikersreglementen (tariefcategorie B).
2. Gebruik van gemeentelijk uitleenmateriaal, met mogelijkheid tot vervoer door gemeentelijke diensten.
3. Vroegtijdige reservatie van gemeentelijke infrastructuur en uitleenmateriaal tot één jaar vooraf.
Communicatie en promotie
4. Publicatie van activiteiten via gemeentelijke communicatiekanalen volgens de geldende publicatievoorwaarden.
Vorming en ondersteuning
5. Toegang tot vormingen en overlegmomenten georganiseerd door, voor of via gemeentelijke adviesraden.
6. Toegang tot deelname aan gemeentelijke thematische of milieuprojecten waarvoor een vergoeding kan worden voorzien.
Financiële voordelen
7. Toegang tot sectorspecifieke subsidies en evenementensubsidies volgens de geldende reglementen.
8. Waardering bij jubilea: verenigingen die een activiteit organiseren naar aanleiding van hun 25-jarig bestaan of een veelvoud daarvan kunnen een jubileumsubsidie ontvangen. Deze bedraagt 50% van de kosten van de jubileumactiviteit, met een maximum van 500 euro, op voorwaarde dat:
De gemeentelijke diensten kunnen eenmaal per jaar een erkende vereniging vragen aan te tonen dat zij nog voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. Dit kan:
1. op vraag van het college van burgemeester en schepenen,
2. op vraag van een betrokken adviesraad,
3. op initiatief van de gemeentelijke dienst,
4. of na een klacht van een belanghebbende persoon betrokken aan de werking van de vereniging.
Wanneer blijkt dat een vereniging niet voldoet aan de bepalingen van dit reglement, kan het college de erkenning intrekken.
Intrekking kan met onmiddellijke ingang plaatsvinden bij:
Bezwaren tegen beslissingen op basis van dit reglement worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen.
Bezwaren moeten binnen één maand na kennisgeving van de beslissing worden ingediend via een schriftelijke melding aan het college, waarbij de indiener het ontvangstbewijs of de ontvangstbevestiging van het college moet kunnen voorleggen.
Dit reglement heft Deel I en II van het “Ondersteuningsreglement verenigingen Vrije Tijd”, bekrachtigd door de gemeenteraad op 25/04/2018, op en treedt in werking op 01/01/2026.
Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
Het reglement financiële ondersteuning voor de organisatie van evenementen met bovenlokale ondersteuning wil rechtlijnigheid en voorspelbaarheid brengen omtrent de criteria, die vereist zijn voor financiële ondersteuning door het gemeentebestuur Bonheiden. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het reglement financiële ondersteuning voor de organisatie van evenementen met bovenlokale ondersteuning goed te keuren. Na goedkeuring door de gemeenteraad worden alle vroegere reglementen met betrekking tot de financiële ondersteuning voor de organisatie van evenementen met bovenlokale uitstraling opgeheven.
Een projectgroep vanuit vrije tijd, bestaande uit het departementshoofd vrije tijd, de directeur van GC 't Blikveld, het diensthoofd sport & jeugd, de stafmedewerker jeugd, de stafmedewerker sport, de stafmedewerker evenementen en de stafmedewerker lokaal cultuurbeleid, werkte het voorontwerp van het reglement financiële ondersteuning van evenementen met bovenlokale uitstraling uit. Daarbij werd rekening gehouden met de vereiste juridische aspecten en voortschrijdend inzicht op basis van ervaringen vanuit het vorige ondersteuningsreglement. Het reglement is helder en overzichtelijk opgesteld en voldoet aan het principe van rechtlijnigheid en voorspelbaarheid, doordat de criteria eenduidig geformuleerd zijn.
De invoering van het reglement op 01/01/2026 houdt in dat alle voorgaande reglementen met betrekking tot financiële ondersteuning van evenementen met bovenlokale uitstraling worden opgeheven.
Financieel advies:
Gunstig visum FA 2025/00354 van Financiele dienst van 03 december 2025
Artikel 1 - Geeft goedkeuring aan het reglement financiële ondersteuning van evenementen met bovenlokale uitstraling.
Reglement financiële ondersteuning voor de organisatie van evenementen met bovenlokale uitstraling
1. Doelstelling
Het lokaal bestuur Bonheiden wil initiatieven ondersteunen die bijdragen aan een bruisend en inclusief vrijetijdsaanbod. Door ondersteuning te bieden aan evenementen van bijzondere aard met bovenlokale uitstraling, wil het lokaal bestuur Bonheiden de gemeenschapsvorming en de positieve uitstraling van de gemeente Bonheiden bevorderen.
Met dit reglement biedt de gemeente een duidelijk en transparant kader voor de toekenning van financiële ondersteuning aan evenementen van bijzondere aard met bovenlokale uitstraling.
2. Voorwerp
Dit reglement bepaalt de voorwaarden, criteria, categorieën, bedragen en procedures voor de toekenning van financiële ondersteuning voor evenementen van bijzondere aard met bovenlokale uitstraling.
Binnen de perken van de kredieten die jaarlijks op de gemeentelijke begroting worden goedgekeurd in het kader van de meerjarenplanning, kan financiële ondersteuning worden toegekend overeenkomstig dit reglement.
Het reglement is van toepassing op evenementen die worden georganiseerd door een lokaal erkende vereniging en plaatsvinden op het grondgebied van Bonheiden-Rijmenam.
3. Definities en begrippen
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
4. Doelgroep
De financiële ondersteuning kan worden aangevraagd door erkende verenigingen.
5. Voorwaarden
Een evenement komt in aanmerking als het cumulatief voldoet aan de basisvoorwaarden. De concrete drempels per ondersteuningsniveau worden vermeld in de determinatietabel (cf. artikel 6).
A. Inhoudelijke voorwaarden
B. Financiële voorwaarden
C. Veiligheid en bezoekersaantallen
Afhankelijk van het aantal verwachte bezoekers is, conform de bepalingen inzake evenementenorganisatie in de gemeente Bonheiden, een veiligheidsadvies of veiligheidsoverleg noodzakelijk.
D. Toegangsprijs
Wanneer de toegangsprijs een vastgesteld bedrag per dag overschrijdt, voorziet de organisator een kansentarief via het systeem van Vrijetijdscheques en/ of UiTPAS, afhankelijk van het systeem dat op moment van aanvraag van kracht is in de gemeente Bonheiden.
E. Huurkost locatie (indien van toepassing)
Vereisten voor infrastructuurkosten volgens het ondersteuningsniveau.
F. Inclusie
6. Determinatietabel en bedragen
De financiële ondersteuning wordt bepaald op basis van onderstaande categorieën:
| Criterium |
Brons – € 500 |
Zilver – € 2.500 |
Goud – € 5.000 |
| Bovenlokale uitstraling |
Regionaal |
Vlaanderen |
(Inter) Nationaal |
| Aantal bezoekers en veiligheid |
Min. 100 |
Min. 500 + advies noodplanning |
Min. 800 + veiligheidsoverleg |
| Toegangsprijs per dag |
Max €15 of geen limiet en kansentarief via vrijetijdscheques of UiTPAS |
Max €15 of max €40 en kansentarief via vrijetijdscheques of UiTPAS |
Max €15 of max €40 en kansentarief via vrijetijdscheques of UiTPAS |
| Huurkost locatie |
Geen voorwaarden |
Huurkost van de gebruikte infrastructuur bedraagt meer dan €250 |
Huurkost van de gebruikte infrastructuur bedraagt meer dan €750 |
| Inclusiemaatregelen |
Geen bijkomende voorwaarden |
Acties voor kwetsbare doelgroepen of buurtwerking |
Acties voor kwetsbare doelgroepen of buurtwerking |
Wanneer wordt aangetoond dat de volledige opbrengst naar een vooraf aangeduid goed doel gaat, wordt de financiële ondersteuning verhoogd met € 100 voor brons, met € 500 voor zilver en met € 800 voor goud, zijnde 1 euro per minimumaantal bezoekers op het evenement.
7. Aanvraag voor financiële ondersteuning
De aanvraag voor financiële ondersteuning wordt ingediend via het digitale formulier van de gemeente zoals vermeld op de gemeentelijke website.
De aanvraag gebeurt uiterlijk zes weken vóór de datum van het evenement.
Volgende documenten worden toegevoegd:
8. Beoordeling
Het college beoordeelt de aanvraag op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud. Indien nodig kan het college bijkomende informatie opvragen. Het college neemt een principiële beslissing binnen zestig dagen na ontvangst van een volledige aanvraag en bepaalt op basis van de determinatietabel het ondersteuningsniveau. De definitieve beslissing wordt genomen nadat alle vereiste documenten werden ingediend en goedgekeurd.
9. Uitbetaling
De subsidie wordt uitbetaald na ontvangst en goedkeuring van:
10. Weigering
De beslissing tot ondersteuning kan worden geweigerd wanneer:
11. Bezwaren
Bezwaren worden binnen één maand na kennisgeving schriftelijk ingediend bij het college. De indiener moet kunnen aantonen dat het bezwaar tijdig werd ingediend en ontvangen.
12. Ingangsdatum
Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt het nominatief toekennen van evenementensubsidies in de meerjarenplanning.
13. Overgangsmaatregelen
Aanvragen voor evenementen die plaatsvinden vóór 01/01/2026 worden behandeld volgens de procedures die op dat moment van kracht zijn.
Vanaf 01/01/2026 worden alle aanvragen volgens dit reglement beoordeeld.
Artikel 2 - Maakt dit reglement binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website, overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur.
Naar aanleiding van stelselmatige opmerkingen over gebrekkige schoonmaak bij de huur van patrimonium onder beheer van de vzw Krankhoeve, wordt een structurele bijsturing voorgesteld om deze problematiek aan te pakken.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om deze aanpassing van het gebruikersreglement goed te keuren.
IV. Aanpassing gebruikersreglement:
V. Ingangsdatum:
Gezien de problematiek wordt voorgesteld deze aanpassingen te laten ingaan bij verhuur vanaf 01/01/2026.
Op 01/12/2025 gaf het bestuursorgaan van de vzw Krankhoeve gunstig advies voor deze aanpassingen.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
Deze aanpassingen in de gebruikersreglementen zijn dringend, gezien de problematiek inzake het onvoldoende net achter laten bij huur, door vooral huurders van categorie C en D, relatief frequent voorkomt. Met de aanpassing wordt getracht een garantie te bieden om een nette locatie aan te treffen bij aankomst en start van de huur.
Na een simulatie wordt ingeschat dat de vzw Krankhoeve door deze maatregel geen financiële hinder ondervindt en de begroting niet belast. De ingeschatte ontvangsten compenseren de extra te maken kosten.
Artikel 1 - Geeft goedkeuring aan de aanpassing van het algemene gebruikersreglement vzw Krankhoeve voor het deel betreffende de bepalingen inzake schoonmaak
zijnde:
punt II. Afdeling 1 punt d Schoonmaak
'Wat betreft schoonmaak kan beroep gedaan worden op een betalende schoonmaakservice - tarieven per locatie zie gebruikersovereenkomst per gebouw. In deze schoonmaakservice zit de schoonmaak van de infrastructuur en het meubilair. Gebruikte materialen en keukenmateriaal zijn niet inbegrepen in de schoonmaakservice en moeten steeds door de gebruiker schoongemaakt worden – zie ook de schoonmaakinstructies ter plaatse in de lokalen.
Betalende schoonmaakaanvragen moeten minimum 1 maand vooraf aangevraagd worden.'
en
punt IV. Afdeling 5 . Schoonmaak
'Om de volgende gebruiker een nette ruimte aan te bieden, dienen na gebruik alle lokalen terug in de oorspronkelijke toestand en in nette toestand achtergelaten worden. Dit houdt naast het terugzetten van het lokaal in de standaardopstelling ook schoongemaakt moet worden.
Wanneer de betalende schoonmaakservice van toepassing is, dienen de zelf aangebrachte versieringen verwijderd worden, het verwijderen van al de eigen gebruikte materialen incl afval en het gebruikte keukenmateriaal en servies afgewassen worden.
Voor het gebruik van de infrastructuur in het weekend en feestdagen incl het dagdeel voorafgaand aan een weekend- of feestdag, dienen alle huurders van categorie C en D verplicht betalende schoonmaak te nemen.
Gebruikers van categorie A en B kunnen zelf beslissen of ingegaan wordt op de dienstverlening van betalende schoonmaak.'
en
punt V. Afdeling 2 Inbreuk ten aanzien van de schoonmaak
'Bij het vaststellen van de gebreken inzake schoonmaak wordt onderscheid gemaakt tussen kleine en grote opmerkingen.
Kleine opmerkingen: kleine, beperkte bevuilingen zoals vuile vloer, bevuild meubilair, vuil servies, afwas onvoldoende uitgevoerd, …
Grote opmerkingen: grote bevuiling van het lokaal zoals volledige wanorde, intense bevuiling van vloer, meubilair, afwas laten staan.
Een kleine opmerking geeft aanleiding tot een boete van €50.
Een grote opmerking geeft aanleiding tot een boete van €175.
De vzw Krankhoeve met delegatie tot het personeel van de cultuurdienst is bevoegd tot het geven van opmerkingen en het bepalen van de categorie van de opmerking.
Het niet-betalen van de schoonmaakvergoeding geeft aanleiding tot weigering van een nieuwe aanvraag tot reservatie in alle infrastructuur of aanvragen van uitleenmateriaal beheerd door de vzw Krankhoeve/cultuurdienst.
Huurders van categorie B die opteren om zelf schoon te maken en binnen een periode van een jaar een tweede maal een schoonmaakboete krijgen, worden gedurende het volgende jaar verplicht om de dienstverlening van betalende schoonmaak te bestellen'
Artikel 2 - Geeft goedkeuring aan de aanpassing van het specifieke gebruikersreglement vzw Krankhoeve voor het deel OC Krankhoeve betreffende de bepalingen inzake schoonmaak zijnde punt 3.3. Schoonmaak:
'Op deze locatie kan u kiezen voor een betalende poets of zelf schoonmaken. De prijs van de betalende poets bedraagt € 125.
Kiest u voor een betalende poets:
Kiest u om zelf te poetsen:
Basispoetsmateriaal is in het inkomsas aanwezig. Handdoeken en afwasmiddel zijn zelf mee te brengen.'
Artikel 3 - Geeft goedkeuring aan de aanpassing van het specifieke gebruikersreglement vzw Krankhoeve voor het deel OC Sint-Maartensberg betreffende de bepalingen inzake schoonmaak, zijnde punt 3.3. Schoonmaak:
'Op deze locatie kan u kiezen voor een betalende poets of zelf schoonmaken.
De prijs van de betalende poets bedraagt € 125.
Kiest u voor een betalende poets:
Kiest u om zelf te poetsen:
Basispoetsmateriaal is in de berging achter de keuken aanwezig. Handdoeken en afwasmiddel zijn zelf mee te brengen.'
Artikel 4 - Geeft goedkeuring aan de aanpassing van het specifieke gebruikersreglement vzw Krankhoeve voor het deel Pastorij Rijmenam betreffende de bepalingen inzake schoonmaak, zijnde punt 3.3. Schoonmaak:
'Op deze locatie kan u kiezen voor een betalende poets of zelf schoonmaken.
De prijs van de betalende poets bedraagt € 125.
Kiest u voor een betalende poets:
Kiest u om zelf te poetsen:
Basispoetsmateriaal is in de aanpalende garage aanwezig. Handdoeken en afwasmiddel zijn zelf mee te brengen.'
Artikel 5 - Geeft goedkeuring aan de aanpassing van het specifieke gebruikersreglement vzw Krankhoeve voor het deel feestzaal Sint-Martinus betreffende de bepalingen inzake schoonmaak, zijnde punt 3.3. Schoonmaak:
'Op deze locatie kan u kiezen voor een betalende poets of zelf schoonmaken.
De prijs van de betalende poets bedraagt € 125.
Kiest u voor een betalende poets:
Kiest u om zelf te poetsen:
Basispoetsmateriaal is in de berging aanwezig. Handdoeken en afwasmiddel zijn zelf mee te brengen.'
Artikel 6 - Geeft goedkeuring om deze aanpassingen in werking te laten treden vanaf verhuur na 01/01/2026.
Artikel 7 - Maakt dit reglement binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website, overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur.
Op 20/12/2017 keurde de gemeenteraad een overeenkomst met Dierenbescherming Mechelen vzw goed inzake de aanpak van de zwerfkattenproblematiek. Het betreft een overeenkomst van onbepaalde duur, die intussen meermaals gewijzigd werd.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de aangepaste overeenkomst goed te keuren.
Om de zwerfkattenpopulatie niet uit de hand te laten lopen, is het belangrijk dat deze op een structurele manier wordt aangepakt. Hiervoor werkt de gemeente Bonheiden reeds een aantal jaren samen met Dierenbescherming Mechelen. Zwerfkatten worden gesteriliseerd en gecastreerd, en nadien ofwel gesocialiseerd ofwel terug uitgezet op de gevonden locatie.
De voorgestelde wijzigingen betreffen een aanpassing van de geldende tarieven (zie financiële gevolgen).
De voorgestelde aanpassingen aan de overeenkomst hebben te maken met de tarieven van de prestaties.
Het forfaitaire bedrag van € 150 per kwartaal voor verzorging en administratie wijzigt niet. Volgende wijzigingen worden voorgesteld:
Alle andere kosten (testen, medicatie, andere ingrepen) zijn ten laste van de Dierenbescherming Mechelen vzw. Deze prijzen worden op jaarbasis bijgewerkt ten gevolge van de prijsverhogingen van de dierenarts en/of het verwerken van de kadavers.
Visum:
Gunstig visum FA 2025/00344 van Financiele dienst van 30 november 2025
Enig artikel - Keurt de aanpassingen aan de overeenkomst met Dierenbescherming Mechelen goed, zodat de tekst van de overeenkomst luidt als volgt:
OVEREENKOMST TUSSEN GEMEENTE BONHEIDEN EN DE DIERENBESCHERMING MECHELEN VZW INZAKE DE AANPAK VAN DE ZWERFKATTENPROBLEMATIEK
Heden, tussen
ENERZIJDS
De gemeente Bonheiden, vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen waarvoor optreden Lode Van Looy, Burgemeester en Ethel Van den Wijngaert, Algemeen directeur, handelend krachtens de beslissing van de Gemeenteraad genomen in zitting van 17/12/2025, hierna gemeente Bonheiden, genoemd,
ANDERZIJDS
De Dierenbescherming Mechelen vzw waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 2800 Mechelen, Slachthuislaan 3 waarvoor optreden Mickel Leers, voorzitter en An Wauters, secretaris en Yannick Davet, beheerder handelend krachtens de beslissing van de Raad van Beheer, hierna Dierenbescherming Mechelen vzw genoemd,
is overeengekomen wat volgt:
ARTIKEL 1
De Dierenbescherming Mechelen vzw vangt de zwerfkatten die zich op het openbaar domein van gemeente Bonheiden bevinden door middel van speciale en diervriendelijke vangkooien: de vangplaatsen worden bepaald in gezamenlijk overleg tussen de beide partijen. Op private eigendommen wordt opgetreden in uitzonderlijke na schriftelijke toelating van de eigenaar.
Dit vangen gebeurt ofwel door het zelf plaatsen door de Dierenbescherming Mechelen VZW van vangkooien, ofwel door het ter beschikking stellen van vangkooien aan de inwoners van de betrokken gemeente, of door een combinatie van beide.
De Dierenbescherming Mechelen vzw zal in samenwerking met de lokale politie op de vangplaatsen vooraf contact opnemen met de personen die voedsel verstrekken aan de zwerfkatten en de omwonenden op de hoogte brengen van de actie.
Bij het vangen van zwerfkatten neemt de Dierenbescherming Mechelen vzw alle mogelijke maatregelen om het vangen van huiskatten te vermijden. Indien er toch een huiskat gevangen wordt, zal dit dier onmiddellijk terug aan de eigenaar bezorgd worden.
ARTIKEL 2
De gevangen zwerfkatten worden door de Dierenbescherming Mechelen vzw geregistreerd volgens een formulier (zie bijlage 1b) en ten spoedigste toevertrouwd aan de contractdierenarts van de vzw die:
De behandelde zwerfkatten worden door de Dierenbescherming Mechelen vzw na herstel ten spoedigste terug vrijgelaten op de vangplaats, tenzij dit om objectieve redenen niet mogelijk is.
ARTIKEL 3
Gemeente Bonheiden verleent aan de Dierenbescherming Mechelen vzw, binnen de perken van de jaarlijks op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten, de volgende werkingstoelagen voor het behandelen van de gevangen zwerfkatten:
Alle andere kosten (testen, medicatie, andere ingrepen) zijn ten laste van de Dierenbescherming Mechelen vzw.
Deze prijzen worden op jaarbasis bijgewerkt ten gevolge van de prijsverhogingen van de dierenarts en/of het verwerken van de kadavers.
ARTIKEL 4
De werkingstoelagen worden door gemeente Bonheiden driemaandelijks uitbetaald op basis van een werkingsverslag dat door de Dierenbescherming Mechelen vzw wordt opgesteld en dat de volgende gegevens bevat:
Het werkingsverslag wordt binnen de veertien dagen na elk trimester door de Dierenbescherming Mechelen vzw overgemaakt aan gemeente Bonheiden, die de werkingstoelagen betaalt binnen een termijn van twee maanden.
ARTIKEL 5
Het College van Burgemeester en Schepenen en de door haar aangestelde personeelsleden van gemeente Bonheiden oefenen toezicht uit op de naleving van de bepalingen van deze overeenkomst. Op hun eenvoudige vraag worden alle nodige inlichtingen verstrekt en worden hen alle gegevens die betrekking hebben op deze overeenkomst, voorgelegd.
ARTIKEL 6
De beide partijen zullen in gezamenlijk overleg een sensibiliserings- en informatiecampagne organiseren rond het preventief onvruchtbaar maken van huiskatten.
ARTIKEL 7
De Dierenbescherming Mechelen vzw zal er steeds over waken dat de bepalingen van deze overeenkomst op een diervriendelijke wijze worden uitgevoerd.
ARTIKEL 8
Beide partijen verbinden zich ertoe de bepalingen van deze overeenkomst correct en te goeder trouw uit te voeren. Zo deze uitvoering op een bepaald ogenblik ernstig wordt verstoord door een nieuw en belangrijk element dan zal dit dadelijk tussen beide partijen besproken worden en bestaat de mogelijkheid om de overeenkomst vervroegd in der minne te beëindigen teneinde een nieuwe overeenkomst met aangepaste bepalingen af te sluiten.
ARTIKEL 9
Beide partijen kunnen een einde maken aan deze overeenkomst mits het betekenen van een vooropzeg van één maand ingaande de maand volgend op de postdatum van de aangetekende opzeggingsbrief. Deze overeenkomst neemt een aanvang op 01/01/2026.
ARTIKEL 10
Voor geschillen die niet in der minne kunnen geregeld worden, zijn uitsluitend de Rechtbanken van het arrondissement Antwerpen, afdeling Mechelen bevoegd.
Opgesteld in twee exemplaren waarvan elke partij erkent er één te hebben ontvangen, te Slachthuislaan 3, 2800 Mechelen op 17/12/2025
Voor de gemeente Bonheiden
Lode Van Looy Ethel Van den Wijngaert
Burgemeester Algemeen Directeur
Voor Dierenbescherming Mechelen vzw
Mickel Leers An Wauters Yannick Davet
Voorzitter Secretaris Beheerder
Op 30/08/2017 keurde de gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst met Dierenbescherming Mechelen vzw goed voor het onderbrengen en opvangen van kleine huisdieren, die in het verleden reeds gewijzigd werd. Ook nu worden er wijzigingen aan de overeenkomst voorgesteld.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de gewijzigde overeenkomst goed te keuren.
Via de samenwerkingsovereenkomst voor het onderbrengen en opvangen van kleine huisdieren, staat Dierenbescherming Mechelen in voor de rechtstreekse opvang en verzorging van zwervende, verloren, achtergelaten, afgestane, mishandelde en/of verwaarloosde of in beslag genomen honden en katten op het grondgebied van de gemeente. Voor de opvang van andere dieren dient de gemeente zelf de nodige maatregelen te nemen om dergelijke dieren toe te vertrouwen aan een persoon die er een behoorlijke verzorging en huisvesting voor verzekert, een ander dierenasiel (dat wél over de nodige opvangmogelijkheden beschikt) of een dierentuin.
De voorgestelde wijzigingen hebben enerzijds te maken met de werkwijze (artikel 4). Volgende bepalingen wordt toegevoegd:
Anderzijds wordt er een aanpassing aan de financiering voorgesteld:
De meerderheid wenst volgend amendement toe te voegen:
Tijdens de bijzonder algemene vergadering bleek dat er nog enkele verwijzingen in het contract aangepast moesten worden voor wat betreft de wet van 14/08/1986 naar de codex Dierenwelzijn van 17/05/2024. Hieronder de aangepaste paragrafen, en bijgevoegd de finale versie van de samenwerkingsovereenkomst.
naar:
naar:
naar:
naar:
naar:
Dit amendement wordt met eenparigheid van stemmen aangenomen.
Er wordt voorgesteld de werkingstoelage te verhogen van € 0,35/inwoner naar € 0,45/inwoner (jaarlijks geïndexeerd). Er wordt een bepaling toegevoegd over de berekening van de indexering.
De verplaatsingen uitgevoerd door Dierenbescherming Mechelen vzw voor het ophalen van dieren in het kader van onderhavige overeenkomst, worden aangerekend, via driemaandelijkse factuur, op basis van onderstaand tarief (forfait per opgenomen dier):
De verplaatsingskosten worden enkel aangerekend aan het gemeentebestuur indien de eigenaar niet kan opgespoord worden.
De kosten voor de speciale plastiek kadaverzakken worden door de stad/gemeente terugbetaald via een geregelde facturatie volgens de tarieven van onze leverancier, zonder meerprijs. Elke prijsaanpassing door de leverancier wordt onmiddellijk aan de stad/gemeente gemeld.
Visum:
Gunstig visum FA 2025/00345 van Financiele dienst van 30 november 2025
Enig artikel - Keurt de aangepaste samenwerkingsovereenkomst met Dierenbescherming Mechelen vzw voor het onderbrengen en opvangen van kleine huisdieren goed, waarvan de tekst luidt als volgt:
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST MET DIERENBESCHERMING MECHELEN VZW VOOR HET ONDERBRENGEN EN OPVANGEN VAN KLEINE HUISDIEREN
In uitvoering van de verplichtingen voortvloeiende uit de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024, wordt tussen enerzijds de gemeente Bonheiden hier vertegenwoordigd door: Lode Van Looy, Burgemeester en Ethel Van den Wijngaert, Algemeen directeur
En anderzijds, Vzw Dierenbescherming Mechelen, dierenasiel erkend door de FOD Dierenwelzijn onder nummer HK 30100948 met maatschappelijke zetel te 2800 Mechelen, Slachthuislaan 3 en hier vertegenwoordigd door Mickel Leers, voorzitter en An Wauters, secretaris en Yannick Davet, beheerder
volgende overeenkomst gesloten:
Artikel 1 Voorwerp van de overeenkomst
1.1. Omschrijving
Deze overeenkomst betreft het onderbrengen en opvangen van dieren die door hun eigenaar worden afgestaan, van zwervende dieren en van dieren die ten gevolge van een crisissituatie (mishandeling, verwaarlozing, inbeslagname) aangeboden worden.
Conform en in uitvoering van artikel 15 §2 van voormeld decreet
(*) Dierenbescherming Mechelen vzw heeft enkel een vergunning voor honden en katten, bij contactname voor andere kleine huisdieren die aangeboden worden verwijzen wij door naar gespecialiseerde opvang.
Artikel 2 Modaliteiten van de overeenkomst
2.1. Duurtijd
Deze overeenkomst zal aanvangen op 01/01/2026 en is vanaf die datum één jaar geldig. De overeenkomst wordt daarna stilzwijgend verlengd van jaar tot jaar.
2.2. Wijzigingen
Wijzigingen aan deze overeenkomst gebeuren steeds in onderling overleg tussen beide partijen.
2.3. Opzeg
Deze overeenkomst kan opgezegd worden door elk van de partijen, via een aangetekend schrijven aan de andere partij, mits inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden. Deze termijn gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op het versturen van het aangetekend schrijven (postdatum aangetekend schrijven als bewijs).
Artikel 3 Terminologie
3.1. Definities
Artikel 4 Verplichtingen Dierenbescherming Mechelen vzw
4.1. Ontvangst
Zwervende, verloren, achtergelaten, door de eigenaar of met volmacht eigenaar afgestane, mishandelde en/of verwaarloosde of in beslag genomen honden en katten op het grondgebied kunnen zowel door inwoners, de gemeentediensten, de brandweer als de lokale politiediensten of organisaties die in opdracht van deze handelen, aan het asiel overgedragen worden. Bij de afgifte van dieren moet steeds een afgifteformulier worden ingevuld. Bij het afleveren van in beslag genomen dieren dient daarenboven steeds een proces-verbaal van vaststelling te worden voorgelegd. Alle inwoners kunnen gevonden dieren gratis en afstandsdieren tegen een vergoeding onderbrengen in het asiel. De vergoeding wordt vastgelegd door het asiel en hangt duidelijk zichtbaar op aan het onthaal.
Bij overbezetting kunnen dieren geweigerd worden, doorverwezen worden naar andere erkende asielen of geplaatst worden bij pleeggezinnen.
Regeling:
Tijdens de normale openingsuren (op weekdagen: van 9u00 – 18u00, op zaterdag: van 9u00 – 12u00, gesloten op zon- en feestdagen) kunnen bovenvermelde dieren afgeleverd worden in het dierenasiel. Voor afstand van huisdieren werken wij steeds op afspraak en houden wij rekening met de bezetting van de opvanglocaties.
Dierenbescherming Mechelen vzw zal tijdens de openingsuren – uitzonderlijk en op eenvoudig verzoek van de politie, de gemeente of particulieren - zelf gevonden dieren ophalen. Dit steeds in overleg met het personeel en afhankelijk van de beschikbaarheid. De ophalingskosten worden gespecifieerd in artikel 5.1.
Regeling buiten de openingsuren: enkel politie en brandweer kunnen bovenvermelde dieren afleveren aan het asiel. Zij beschikken over een sleutel/code van het dierenasiel. Het asiel stelt hiervoor een schuthok of opvangruimte ter beschikking. Dit schuthok dient als eerste opvang voor gevonden honden en huiskatten, ongeacht de omvang of leeftijd van het dier. Politie en brandweer vullen bij aflevering een aangifteformulier in, ter plaatse voorzien door het asiel (bijlage 1). Belangrijk is te vermelden dat het steeds moet gaan over gezonde dieren die geen dringende medische hulp nodig hebben.
Voor noodgevallen buiten de openingsuren kan de gemeente en de politie het asiel steeds telefonisch bereiken via het noodnummer. Persoonlijke contactgegevens van de beheerder en/of medewerkers van het asiel mogen door politie of gemeente in geen geval aan derden verstrekt worden.
4.2. Afstand
Voor katten of honden die worden afgestaan geldt het registratieformulier als afstandsverklaring welke wordt ondertekend door de eigenaar/volmachthouder. De gemeente neemt zelf geen dieren aan die worden afgestaan door particulieren. Enkel de erkende asielen zijn hiervoor bevoegd.
4.3. Adoptie
Door berichten op de eigen website, persberichten of andere communicatievormen levert het asiel inspanningen om dieren te plaatsen.
Een gevonden dier toevertrouwd aan een dierenasiel moet conform artikel 15 § 4 van voormeld decreet ten minste vijftien dagen na de besteding ter beschikking van de eigenaar worden gehouden. Indien het dier door het gemeentebestuur of door het asiel toevertrouwd of afgestaan wordt aan een persoon, moet deze er zich toe verbinden het ten minste vijfenveertig dagen, te rekenen vanaf het ogenblik dat het aan het gemeentebestuur werd toevertrouwd, ter beschikking te houden van zijn vroegere eigenaar. De termijn bedraagt vijftien dagen als het om een hond gaat. Na het verstrijken van die termijnen wordt de houder er van rechtswege eigenaar van. Het is belangrijk op te merken dat deze regeling niet van toepassing is op dieren die vrijwillig door hun eigenaar worden afgestaan aan een asiel of opvangcentrum. In dat geval kan het asiel of opvangcentrum onmiddellijk over het dier beschikken, tenzij anders overeengekomen.
Deze termijnen moeten conform artikel 15 §5 van voormeld decreet niet in acht worden genomen wanneer een dierenarts oordeelt dat het dier moet worden gedood. In dit geval moeten de identificatiegegevens van het dier, aangevuld met de redenen van euthanasie bijgehouden worden ten behoeve van de vroegere eigenaar van het dier of de controlerende overheid.
Werkwijze:
Zowel omwille van het welzijn van het dier als omwille van de verantwoordelijkheid ten aanzien van de nieuwe eigenaar en zijn/haar huisgenoten streeft het asiel een zo goed mogelijke afstemming tussen huisdier en toekomstige eigenaar na.
De medewerkers van het asiel voeren, steeds op afspraak, een verkennend gesprek met de mensen die een dier willen adopteren (informatieverwerving waar het dier terechtkomt en of de adoptie van het dier aangepast is aan de woon- en leefsituatie).
Bij een adoptie wordt zoveel mogelijk mondelinge en schriftelijke informatie over het dier (o.m. voorgeschiedenis, gezondheidstoestand, gedrag en verzorging) en de verantwoordelijkheden ervoor, aan de adoptant verschaft. Deze informatie is ook in het adoptieregister of op het adoptieformulier van het asieldier terug te vinden. Bij dieren waarvan men weet heeft van medische problemen of gedragsproblemen wordt, zowel mondeling als schriftelijk, duidelijke informatie aan de adoptant meegegeven.
Alle katten worden voor adoptie in het asiel gesteriliseerd/gecastreerd, ontwormd, ontvlooid, ingeënt, gechipt en geregistreerd. Alle honden worden voor adoptie ontwormd, ontvlooid, ingeënt, gechipt en geregistreerd.
De adoptant is voor de adoptie gehouden tot betaling van een financiële bijdrage in de kosten aan het asiel. In dit bedrag kunnen de kosten voor medisch onderzoek, vaccinatie, sterilisatie, chippen en opvang van het dier verrekend worden.
Dierenbescherming Mechelen vzw laat de dieren niet inslapen, tenzij alle alternatieven geprobeerd zijn en er geen mogelijkheden meer resten om het dier te herplaatsen. Ook als een dier duidelijk lijdt, het geen waardig bestaan meer kan leiden en de kans op herstel minimaal of onbestaande is, kan het asiel het dier laten inslapen. Van zodra een dier een ernstig gevaar is voor de veiligheid van het personeel of de vrijwilligers omwille van agressief gedrag, kan het asiel beslissen dit dier te laten inslapen. Enkel een erkend dierenarts kan aan een dier kalmerings- of verdovingsmiddelen toedienen om het op de minst pijnlijke manier te laten inslapen. De wettelijke verplichtingen hierover worden strikt nageleefd.
4.4. Registratie
Dierenbescherming Mechelen vzw registreert elk opgenomen en geadopteerd dier op standaardformulieren (zie voorbeelden in bijlagen 2-5) en houdt hiervan een schriftelijk/digitaal register bij dat ten alle tijde tijdens de openingsuren – mits voorafgaande afspraak - consulteerbaar is door het gemeentebestuur.
Dit register omvat de volgende gegevens:
Elk standaardformulier bevat volgende vermelding:
“Dierenbescherming Mechelen vzw houdt uw persoonsgegevens louter bij met het oog op de subsidiëring van haar werking. U kunt kennis krijgen van uw gegevens en ze kosteloos laten verbeteren (Wet van 08/12/1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens).”
4.5. Dierenwelzijn
Dierenbescherming Mechelen vzw zal de dieren herbergen en verzorgen conform de vigerende wetgeving en onder toezicht van de eigen contractdierenarts.
Dierenbescherming Mechelen vzw stelt alles in het werk om het welzijn van de dieren gedurende de periode dat de dieren in Dierenbescherming Mechelen vzw verblijven maximaal te garanderen en hun verblijf zo kort mogelijk te houden, in functie van het welzijn van de dieren. De huisvesting van de dieren is aangepast aan hun welzijnsnoden.
Dierenbescherming Mechelen vzw doet alle mogelijke inspanningen om aan de dieren in het asiel veel aandacht te geven en ze te observeren om hun karaktereigenschappen te leren kennen. In de mate van het mogelijke gebeurt frequent contact met mensen en sociaal contact met soortgenoten. Voor katten wordt het welzijn nagestreefd door huisvesting in beperkte groepen, de inrichting van de ruimte en het zorgen voor afleiding (krab- en klimpalen, verhoogde ligplaatsen, speeltjes, manden, voldoende kattenbakken). Voor honden wordt het welzijn nagestreefd door te gaan wandelen met de honden, spelmomenten in te lassen op de hondenweide en te zorgen voor afleiding in de kennel.
Dit alles wordt ondersteund door het inzetten van vrijwilligers. Alle vrijwilligers worden gescreend middels een persoonlijk gesprek bij de beheerder of een medewerker van Dierenbescherming Mechelen. Begeleiding wordt ook voorzien, steeds met het oog op het maximaliseren van hun eigen veiligheid, alsook de veiligheid en het welzijn van de opgevangen dieren.
Overtredingen op de Vlaamse Codex Dierenwelzijn, vastgesteld op het grondgebied van de gemeente, zullen door Dierenbescherming Mechelen vzw per email gemeld worden aan de politiezone. Dierenbescherming Mechelen vzw zal haar kennis ter zake ter beschikking stellen van de politie om alzo een einde te kunnen stellen aan de inbreuken op voormeld decreet.
4.6. Naleven van overige wetgeving
Dierenbescherming Mechelen vzw dient alle wetgeving zowel op vlak van dierenwelzijn als op vlak van diergeneeskundige praktijken strikt na te leven. Alle diergeneeskundige handelingen moeten uitgevoerd worden door een dierenarts.
Deze overeenkomst ontslaat het asiel niet van de verplichtingen opgelegd aan de dierenasielen (Koninklijk besluit van 17/02/1997 (B.S. van 24/05/97en volgende wijzigingen) en verenigingen voor dierenbescherming.
Dierenbescherming Mechelen vzw bevestigt te beschikken over alle nodige erkenningen en vergunningen voor de exploitatie van een dierenasiel en staat garant voor het respecteren van de (milieu)wetgeving ter zake.
4.7. Ontlening vangkooien aan particulieren
Voor kittens van zwerfkatten geboren op privéterrein kunnen particulieren – mits borgsom – vangkooien afhalen in het asiel teneinde deze te laten steriliseren of castreren en terug uit te zetten, of voor adoptie aan te bieden. Vangkooien worden tevens uitgeleend aan particulieren die hun huiskat willen binnenbrengen, maar ze zelf niet kunnen vangen.
4.8. Crisissituatie
Katten of honden die ten gevolge van een crisissituatie voor tijdelijk verblijf aangeboden worden, kunnen, voor zover er plaats is, opgenomen worden door Dierenbescherming Mechelen vzw, mits schriftelijke toestemming van de eigenaar of op vraag van de politie.
Onder een dergelijke crisissituatie wordt begrepen: opvang van dieren bij vrijheidsberoving of huisuitdrijving van de eigenaar van het huisdier, op voorwaarde dat de interventie gebeurde op verzoek van de gemeente, hulpdiensten (dienst 100 en brandweer), een gerechtsdeurwaarder, het OCMW/Sociaal Huis, de gerechtelijke overheid of de lokale of federale politie die steeds het standaardformulier van het asiel invullen.
Deze dieren krijgen het statuut van “achtergelaten dier”. Dit betekent dat indien het dier niet binnen de 15 dagen (katten of honden) of 45 dagen (katten reeds afgestaan aan een persoon) opgehaald wordt, het na deze termijn kan geadopteerd worden (conform artikel 15 §4 van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024).
Crisissituaties veroorzaakt door het overlijden of de plotse hospitalisatie van katten- of hondeneigenaars behoren tot de particuliere werking van Dierenbescherming Mechelen vzw.
4.9. Verwilderde huiskatten
De problematiek omtrent de verwilderde huiskatten zal in overleg worden aangepakt, beschreven in de zwerfkattenovereenkomst. Het beperken van de populaties aan verwilderde huiskatten zal niet gebeuren op basis van euthanasie maar door castratie of sterilisatie. Dierenbescherming Mechelen vzw zal haar kennis en materiaal ter beschikking stellen van de gemeente. Het gemeentebestuur beslist autonoom over de prioriteiten bij de aanpak van de problematiek omtrent verwilderde en zwervende huiskatten. Het gemeentebestuur zal via haar begroting een apart budget voorzien voor het vangen, castreren en steriliseren van de verwilderde huiskatten.
4.10. Non-discriminatieclausule
Dierenbescherming Mechelen vzw verbindt zich ertoe:
Wanneer de non-discriminatieclausule niet nageleefd wordt, kan de gemeente, rekening houdend met alle elementen, maatregelen nemen.
Artikel 5 Financiering – Uitvoeringsmodaliteiten
5.1. Subsidievorm
De werkingstoelage bedraagt 45 eurocent per inwoner op begindatum van januari 2026. Deze vergoeding wordt jaarlijks automatisch geïndexeerd:
De genoemde werkingstoelage voor een jaar is gekoppeld aan de consumptieprijsindex en wordt vervolgens jaarlijks aangepast vanaf 1 januari 2026 volgens de formule:
Nieuwe werkingstoelage=
Basiswerkingstoelage (45 Eurocent/per inwoner) x nieuwe Consumptieprijsindex
/ aanvangsindexcijfer
Aanvangsindexcijfer:
Waarbij het aanvangsindexcijfer het consumptieprijsindexcijfer is van de maand die voorafgaat aan de maand tijdens welke deze overeenkomst werd afgesloten.
Nieuwe consumptieprijsindex:
Het nieuwe indexcijfer is het consumptieprijsindexcijfer van de maand die voorafgaat aan deze waarin de aanpassing, conform hetgeen hierboven werd gesteld, wordt doorgevoerd.
Aantal inwoners:
Het aantal inwoners ingeschreven op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het te begroten boekjaar.
De verplaatsingen uitgevoerd door Dierenbescherming Mechelen vzw voor het ophalen van dieren in het kader van onderhavige overeenkomst, worden aangerekend, via driemaandelijkse factuur, op basis van onderstaand tarief (forfait per opgenomen dier)
De verplaatsingskosten worden enkel aangerekend aan het gemeentebestuur indien de eigenaar niet kan opgespoord worden.
5.2. Berekening en uitbetaling van de subsidie en inleveringstermijn bewijsdocumenten
De toegekende subsidie wordt aan het asiel gestort, volgens deze modaliteiten:
5.3. Financieel beheer
Ten behoeve van het toezicht op de vzw’s (exploitatie – solvabiliteit) bezorgt Dierenbescherming Mechelen vzw jaarlijks 1 juni een kopie van de ingediende jaarrekening bij de rechtbank van koophandel alsook een financieel verslag en een beheersverslag aan de milieudienst van de gemeente. Het niet tijdig aanleveren van deze documenten ontslaat de gemeente van uitbetaling van 10% subsidie.
5.4. Opvang- en adoptiecijfers
Het asiel bezorgt tevens jaarlijks vóór 1 juni een overzicht van het aantal opgevangen katten en honden van het voorgaande jaar aan de milieudienst. Dit overzicht van de opgevangen dieren op het grondgebied van GGG bevat een opsplitsing tussen aantal afgestane, aantal gevonden, aantal kittens en zwerfkatten, evenals het aantal geplaatste dieren volgens opsplitsing: geadopteerd, terug naar eigenaar (herenigd), geëuthanaseerd en niet-geadopteerd (informatie over het totaal aantal interventies per maand én op jaarbasis). Dit document wordt door de milieudienst bij de ondertekende overeenkomst gevoegd. De gemeente kan nadere modaliteiten bepalen. Het niet tijdig aanleveren van deze documenten ontslaat de gemeente van uitbetaling van 10% subsidie. Deze laten zowel het asiel als de gemeente toe om de evolutie van de opvang transparant op te volgen.
5.5. Afleveren kadavers (optioneel)
Dierenbescherming Mechelen vzw stelt haar infrastructuur ter beschikking voor de opvang van kadavers van kleine dieren die door de gemeentelijke diensten en brandweer worden gebracht. De vzw staat in voor een geregelde afvoer ervan door een erkende firma. Voor het verwijderen van de kadavers kunnen kosten aangerekend worden:
De kosten voor de speciale plastiek kadaverzakken worden door de stad/gemeente terugbetaald via een geregelde facturatie volgens de tarieven van onze leverancier, zonder meerprijs. Elke prijsaanpassing door de leverancier wordt onmiddellijk aan de stad/gemeente gemeld.
Artikel 6 Rekeningnummer
De subsidie zal gestort worden op rekeningnummer BE05 4197 0327 4175 van de Dierenbescherming Mechelen vzw volgens de overeengekomen termijnen en subsidiebedragen. Dierenbescherming Mechelen vzw verbindt er zich toe de gemeente onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen van de wijziging van haar rekeningnummer.
Artikel 7 Controle en coördinatie
7.1. Overleg
De schepen bevoegd voor het dierenwelzijn en/of milieu of hun vervanger kan in naam van de gemeente zetelen in de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering van de vzw, mits aanvraag en goedkeuring door de desbetreffende RvB en AV van Vzw Dierenbescherming Mechelen.
7.2. Toezicht dierenarts
Dierenbescherming Mechelen vzw staat onder controle van een eigen dierenarts die verantwoording aflegt aan de Afdeling Dierenwelzijn van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid.
7.3. Aanwending subsidie
De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend (onderbrengen en tussentijdse opvang van kleine huisdieren op grondgebied van Bonheiden) en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd, zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.
7.4. Controle- en bezoekrecht
De gemeente heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te controleren ongeacht de manier waarop ze verleend wordt, alsook het bedrag en de aard van de subsidie die wordt toegekend. Ingeval het asiel zich verzet tegen de uitoefening van de controle/bezoekrecht, kan de gemeente de subsidie voor een willekeurige termijn schorsen of definitief inhouden voor de rest van het werkingsjaar. Het recht op controle/bezoek vervalt niet met de al dan niet aanwezigheid van bestuursleden van het asiel. Dit recht kan enkel plaatsvinden tijdens de openingsuren van het asiel.
7.5. Fraude/valse verklaringen
Ingeval van fraude of valse verklaringen in hoofde van Dierenbescherming Mechelen vzw met betrekking tot alle artikels in deze subsidieovereenkomst, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie geheel of gedeeltelijk te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan het dierenasiel.
Artikel 8 Toezicht gemeente
De milieudienst van de gemeente wordt belast met het toezicht op de uitvoering van deze overeenkomst. De gemeente kan in geen geval aansprakelijk gesteld worden voor schade aan personen, goederen die rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van activiteiten met betrekking tot deze overeenkomst.
Artikel 9 Betwistingen
Voor betwistingen met betrekking tot aangelegenheden welke niet in deze overeenkomst zouden geregeld zijn, zullen partijen pogen een minnelijke regeling te bekomen. In geval van geschillen zijn alleen de hoven en rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen – afdeling Mechelen bevoegd.
Opgemaakt te Mechelen, op 17/12/2025 in twee exemplaren. Elke partij verklaart een ondertekend exemplaar(inclusief bijlages) te hebben ontvangen.
Voor de gemeente Bonheiden
Lode Van Looy Ethel Van den Wijngaert
Burgemeester Gemeentesecretaris
Voor Dierenbescherming Mechelen vzw
MICKEL LEERS AN WAUTERS YANNICK DAVET
Voorzitter Secretaris Beheerder
Overeenkomstig artikel 2.2 en 2.3 van de Vlaamse Codex Wonen 2021 hebben gemeenten de regierol inzake lokaal woonbeleid. Voor de uitvoering hiervan neemt de gemeente Bonheiden deel aan de intergemeentelijke samenwerking Wonen langs Dijle en Nete, waarin IGEMO optreedt als uitvoerende partner.
De nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Bonheiden en IGEMO heeft betrekking op de periode 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 en vormt een voortzetting van de bestaande samenwerking. De jaarlijkse gemeentelijke bijdrage in 2026 bedraagt € 73.096,78.
De gemeenteraad wordt gevraagd de samenwerkingsovereenkomst goed te keuren.
De gemeenten Berlaar, Bonheiden, Duffel, Putte en Sint-Katelijne-Waver werken sinds 2010 samen binnen de intergemeentelijke samenwerking Wonen langs Dijle en Nete. Hiervoor worden subsidies verkregen via Wonen in Vlaanderen.
De huidige subsidieperiode (2020–2025) loopt af op 31/12/2025. Een nieuw subsidiedossier voor de periode 2026–2031 werd ingediend op 22/10/2025 en eerder goedgekeurd door de gemeenteraad op 24/09/2025. Wonen in Vlaanderen verklaarde de aanvraag op 22/10/2025 ontvankelijk.
De voorliggende samenwerkingsovereenkomst met IGEMO vormt de juridische basis om de samenwerking in de periode 2026–2031 verder te zetten.
IGEMO ondersteunt de aangesloten gemeenten in hun regierol inzake wonen. De uitvoering omvat zowel basisinitiatieven (art. 2.14–2.16 Besluit Vlaamse Codex Wonen 2021) als eigen initiatieven uit het goedgekeurde subsidiedossier. De looptijd is van 01/01/2026 tot en met 31/12/2031, met mogelijkheid tot beëindiging met 12 maanden opzeg vanaf 31/12/2029.
IGEMO voorziet jaarlijkse inhoudelijke en financiële rapportering, gebaseerd op gepresteerde uren voor:
De facturatie gebeurt per kwartaal. De vierde kwartaalfactuur wordt afgerekend na financiële rapportering.
De samenwerking met IGEMO is noodzakelijk om het lokaal woonbeleid kwalitatief te kunnen uitvoeren, conform de verplichtingen van de Vlaamse Codex Wonen. IGEMO beschikt over de expertise en personele capaciteit om de basisinitiatieven en eigen initiatieven efficiënt en uniform uit te voeren binnen het intergemeentelijke samenwerkingsverband.
De samenwerkingsovereenkomst bouwt voort op een langdurige, goed functionerende samenwerking en verzekert continuïteit voor de komende legislatuur.
Volgens artikel 4 van de samenwerkingsovereenkomst bedraagt:
De jaarlijkse kostprijs én subsidies worden jaarlijks geïndexeerd. Vanaf 2027 zijn de gemeentelijke bijdragen indicatief, aangezien de precieze subsidie-indexering vooraf niet kan worden berekend. De definitieve bedragen worden vastgesteld op de eerste stuurgroep van elk jaar.
Visum:
Gunstig visum FA 2025/00349 van Financiele dienst van 30 november 2025
Artikel 1 - Keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Bonheiden en IGEMO, betreffende de intergemeentelijke samenwerking Wonen langs Dijle en Nete voor de periode 01/01/2026 – 31/12/2031, goed als volgt:
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST WONEN LANGS DIJLE EN NETE
OVEREENKOMST IGEMO – GEMEENTE BONHEIDEN
Tussen de ondergetekenden
Enerzijds
De intergemeentelijke vereniging voor ontwikkeling van het gewest Mechelen en omgeving (IGEMO), publieke rechtspersoon die overeenkomstig het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 de vorm van een dienstverlenende vereniging heeft aangenomen, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2800 Mechelen, Schoutetstraat 2 en KBO nr. 0213.349.124, vertegenwoordigd door de heer Walter Horemans, voorzitter, en de heer Dieter Goossens, algemeen directeur;
Hierna “IGEMO” genoemd,
Anderzijds
De gemeente Bonheiden, met kantoren in het gemeentehuis aan Jacques Morrensplein 10, 2820 Bonheiden, vertegenwoordigd door de heer Lode Van Looy, burgemeester, en mevrouw Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur;
Hierna “gemeente Bonheiden” of “opdrachtgever(s)” genoemd.
Is overeengekomen wat volgt:
ARTIKEL 1: VOORWERP VAN DE OVEREENKOMST
Overeenkomstig artikel 2.3 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 hebben de gemeenten conform artikel 2.2, §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 de regierol voor het woonbeleid op hun grondgebied. Dat betekent dat ze binnen de grenzen van het subsidiariteitsbeginsel zorgen voor de uitwerking, sturing, afstemming en uitvoering van het lokaal woonbeleid.
IGEMO ondersteunt de gemeenten Berlaar, Bonheiden, Duffel, Putte en Sint-Katelijne-Waver in de rol als regisseur van het woonbeleid. Op het vlak van wonen hebben de gemeenten Berlaar, Bonheiden, Duffel, Putte en Sint-Katelijne-Waver een intergemeentelijke samenwerking (IGS) Wonen langs Dijle en Nete.
Deze overeenkomst is een continuering van de reeds bestaande samenwerking waarvoor IGEMO als uitvoerende partner fungeert.
ARTIKEL 2: TAAKOMSCHRIJVING
Voor een uitgebreide taakomschrijving van de opdracht wordt verwezen voor de basisinitiatieven naar artikelen 2.14, 2.15 en 2.16 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021. Voor de eigen initiatieven wordt verwezen naar de aanvraag van subsidies voor intergemeentelijke samenwerkingsprojecten, goedgekeurd op de gemeenteraad van 24 september 2025.
ARTIKEL 3: TERMIJNEN
Deze samenwerkingsovereenkomst neemt een aanvang op 1 januari 2026 en neemt een einde op 31 december 2031.
Partijen bewaken de normale procesvooruitgang en treffen hiertoe de nodige maatregelen (tijdige inplanning van overlegmomenten, tijdig aanleveren van voor de uitvoering van de opdracht benodigde informatie en documenten, tijdig nemen van beslissingen, etc.).
Elke partij kan de samenwerkingsovereenkomst beëindigen mits eerbiediging van een opzegtermijn van twaalf maanden, ten vroegste vanaf het einde van de eerste driejarige periode, zijnde 31 december 2029.
ARTIKEL 4: VERGOEDING
§ 1. De opdracht wordt uitgevoerd voor een jaarlijkse, globale, forfaitaire prijs
§ 2. Voor de uitvoering van de taakomschrijving (zie hoger) worden subsidies aangevraagd bij Wonen in Vlaanderen. Deze subsidies worden aangevraagd door IGEMO. Deze worden in mindering gebracht van de kostprijs.
§ 3. De jaarlijkse gemeentelijke bijdrage wordt aldus bepaald door de globale forfaitaire prijs te verminderen met de bekomen subsidies.
§ 4 Zowel de globale kostprijs als de subsidies worden jaarlijks geïndexeerd.
§ 4.1 De kostprijs wordt jaarlijks geïndexeerd op 1 januari aan een vast percentage van 2,5% (component loopbaanevolutie).
Een loonindexering wordt pas bij iedere overschrijding van de spilindex uitgevoerd. Telkens op 1 januari volgend op het jaar waarin de spilindex overschreden wordt. Bij meerdere loonindexaties in 1 jaar, worden deze allemaal geïndexeerd op 1 januari van het daaropvolgende jaar.
§ 4.2 De indexering van de subsidies wordt door Wonen Vlaanderen voorzien. Het loonaandeel van de subsidiebedragen (90 %) wordt met 2% geïndexeerd telkens nadat de spilindex overschreden wordt. Het werkingsaandeel volgt de gezondheidsindex en wordt jaarlijks op 1 januari gedeeltelijk (75%) geïndexeerd.
Door een algemene besparingsmaatregel is er voor de werkingsjaren 2026 en 2027 geen indexering van het werkingsaandeel voorzien. Voor de werkingsjaren 2028 en 2029 wordt de gedeeltelijke indexering van 75% gehalveerd. Voor de werkingsjaren 2030 en 2031 zal de volgende Vlaamse Regering een beslissing nemen.
§ 5 Onderstaande tabel geeft dan een overzicht van de geïndexeerde kostprijs voor de werkingsperiode 2026 tot en met 2031 volgens percentage vermeld in §4.1, en de berekening van de gemeentelijk bijdrage bij een gelijkblijvend subsidiebedrag.
| kostprijs | subsidie | gemeentelijke bijdrage | |
| 2026 | € 96.512,86 | € 23.416,08 | € 73.096,78 |
| 2027 | € 98.925,68 | € 23.416,08 | € 75.509,60 |
| 2028 | € 101.398,83 | € 23.416,08 | € 77.982,74 |
| 2029 | € 103.933,80 | € 23.416,08 | € 80.517,71 |
| 2030 | € 106.532,14 | € 23.416,08 | € 83.116,06 |
| 2031 | € 109.195,45 | € 23.416,08 | € 85.779,36 |
§ 6 De indexering van de subsidie is niet op voorhand te berekenen. De gemeentelijke bijdrage in bovenstaand overzicht is dus vanaf 2027 een indicatie van het juiste bedrag. Aangezien, de stijging van de subsidie integraal wordt doorgerekend, zal het werkelijk gefactureerd bedrag lager zijn dan wat in deze tabel wordt vooropgesteld. Tijdens de eerste stuurgroep van het desbetreffende jaar, worden de exacte bedragen medegedeeld.
§ 7 Op de eerste stuurgroep van het jaar wordt de definitieve jaarlijkse kostprijs en gemeentelijke bijdrage bepaalt.
ARTIKEL 5: RAPPORTERING
§ 1 Inhoudelijke rapportering
Jaarlijks op eerste stuurgroep van het jaar wordt inhoudelijke rapportering van het voorbije jaar voorgelegd. De rapportering bevat minstens de nodige elementen voor de beoordeling van de uitvoering van de initiatieven zoals omschreven in artikel 2.
§ 2 Financieel management
Op eerste stuurgroep wordt jaarlijks een financiële rapportering voorgelegd van het voorgaande jaar. De rapportering bevat minstens verantwoording op basis van de gepresteerde uren op basis van de inhoudelijke takenpakketten rond:
ARTIKEL 6: FACTURATIE EN BETALING
De facturatie gebeurt per kwartaal waarbij 25% van het verschuldigde jaarlijkse bedrag in rekening wordt gebracht. De schijf horende bij het vierde kwartaal van het desbetreffende jaar wordt pas afgerekend na voorlegging van financiële rapportering, horende bij dat jaar.
Facturen worden verstuurd naar de opdrachtgever met vermelding van de opdrachtgever en de referentie van de overeenkomst.
De betalingstermijn voor de facturen van IGEMO bedraagt 30 kalenderdagen na factuurdatum door middel van overschrijving op de bankrekening vermeld op de factuur.
Tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen, is bij laattijdige betaling van rechtswege en zonder vereiste van voorafgaande ingebrekestelling een interest van 1% per maand verschuldigd, alsmede een forfaitaire schadevergoeding van 10% van het factuurbedrag, met een minimum van 75,00 euro voor een eerste herinnering en 150,00 euro voor een tweede herinnering.
Een bezwaar met betrekking tot de factuur dient binnen de 10 werkdagen na kennisgeving van de factuur te gebeuren middels een gemotiveerde aangetekende brief. Dergelijk bezwaar ontheft de opdrachtgever niet van de betaalverplichting.
ARTIKEL 7: AANSPRAKELIJKHEID EN VERZEKERING
IGEMO en zijn aangestelden zijn verzekerd voor hun beroepsaansprakelijkheid via polis AXA met nr. 010.730.619.189.
De aansprakelijkheid van IGEMO is beperkt tot de tussenkomst verkregen in het kader van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Indien, om welke reden dan ook, er geen tussenkomst zou zijn vanwege voormelde beroepsaansprakelijkheidsverzekering, is de aansprakelijkheid van IGEMO en zijn aangestelden beperkt tot het bedrag van de door de opdrachtgever betaalde vergoedingen voor de door IGEMO verleende diensten die aanleiding geven tot de aansprakelijkheidskwestie.
IGEMO is niet aansprakelijk voor tekortkomingen van derden of andere deskundigen, dewelke in samenspraak met de opdrachtgever werden ingeschakeld.
ARTIKEL 8: UITVOERING EN WIJZIGING VAN DE OPDRACHT
Partijen verbinden zich ertoe de bepalingen van deze overeenkomst te goeder trouw uit te voeren. Zo deze uitvoering ernstig verstoord wordt door een nieuw en belangrijk element, wordt dit dadelijk tussen de contractspartijen besproken teneinde de bepalingen van deze overeenkomst desgevallend schriftelijk aan te passen.
Elke wijziging van de overeenkomst wordt opgenomen in een door de contracterende partijen ondertekend addendum bij de overeenkomst.
ARTIKEL 9: VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS
In het kader van de uitvoering van deze overeenkomst verwerkt IGEMO persoonsgegevens in opdracht van de opdrachtgever. Hiertoe wordt tussen partijen voor aanvang van de uitvoering van de opdracht een verwerkingsovereenkomst gesloten met de opdrachtgever als verwerkingsverantwoordelijke en IGEMO als verwerker.
ARTIKEL 10: DEELBAARHEID
Indien een bepaling van deze overeenkomst onder het toepasselijke recht geheel of gedeeltelijk, onwettig, nietig of onafdwingbaar zou worden verklaard, heeft dit niet de nietigheid, ongeldigheid of onafdwingbaarheid van de overige bepalingen van deze overeenkomst tot gevolg.
Partijen vervangen alsdan in onderling akkoord de aldus nietig, onwettig of onafdwingbaar bevonden bepaling door een geldige, afdwingbare bepaling, zonder hierbij het contractuele evenwicht te ontwrichten. Zo dit laatste niet mogelijk blijkt, kan elk der partijen de overeenkomst beëindigen.
ARTIKEL 11: TOEPASSELIJK RECHT EN BEVOEGDE RECHTBANK
Deze overeenkomt wordt beheerst door en geïnterpreteerd volgens het Belgisch recht.
Partijen stellen alles in het werk om de betwistingen en geschillen voortspruitend uit deze overeenkomst in der minne te regelen. Zo dat niet mogelijk is, zijn de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen (Afdeling Mechelen) bevoegd uitspraak te doen.
Deze overeenkomst werd ondertekend te ………………………………………. op datum van …/…/2025 in drie originelen. Iedere betrokken partij erkent door ondertekening van deze overeenkomst één exemplaar te hebben ontvangen.
Namens gemeente Bonheiden
Lode Van Looy, burgemeester - Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
Namens IGEMO
Walter Horemans, voorzitter - Seppe Jacobs en Leen Seynaeve, Co-algemeen directeur ad interim
Artikel 2 - Machtigt de burgemeester en de algemeen directeur om de overeenkomst te ondertekenen en alle verdere administratieve en financiële stappen te zetten voor de uitvoering ervan.
Artikel 3 - Geeft opdracht aan de financiële dienst om de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage in de meerjarenplanning en jaarlijkse budgetten in te schrijven, conform de bedragen zoals vastgesteld op de jaarlijkse stuurgroep.
Artikel 4 - Bezorgt dit besluit aan IGEMO en neemt het op in het register van de beslissingen van de gemeenteraad.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de samenwerkingsovereenkomst met VOC Neteland vzw (Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren in nood) goed te keuren.
VOC Neteland vzw is een opvangcentrum voor vogels en wilde dieren, gevestigd te Herenthout. Zij maken deel uit van de 9 Vlaamse opvangcentra, erkend door het Agentschap Natuur en Bos van de Vlaamse Gemeenschap en overkoepeld door Vogelbescherming Vlaanderen.
Met een team van meer dan 150 vrijwilligers en 5 medewerkers vangen zij jaarlijks meer dan 4.500 in nood verkerende inheemse wilde dieren op, met het oog op revalidatie en uitzetting in de natuur. Het aantal opgevangen dieren stijgt jaar na jaar.
VOC Neteland vzw vervult een belangrijke taak in de bescherming van biodiversiteit in de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant en de ondersteuning van wetenschappelijk onderzoek, onder meer in het kader van ziektebewaking (denk aan vogelgriep, usutu-virus, ...).
Particulieren, bedrijven, brandweer en politie doen beroep op het opvangcentrum voor het plaatsen en verzorgen van gevonden wilde dieren in nood. Scholen, groepen en verenigingen kunnen terecht op het VOC Neteland voor rondleidingen, natuureducatieve activiteiten, lezingen e.d.
De samenwerking met verschillende instanties, waaronder gemeenten, verzekert een performante dienstverlening door VOC Neteland vzw. Met de vernieuwing van het dienstgebouw en opvangaccommodatie wil VOC Neteland vzw zich voorbereiden op de nieuwe richtlijnen van de Vlaamse Overheid inzake opvang en revalidatie van wilde dieren. VOC Neteland bezorgde de gemeente een ontwerp-samenwerkingsovereenkomst, die indien gewenst door de gemeente, nog aangepast kan worden.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
Bonheiden is een gemeente met veel natuur, en dus ook met potentieel veel wilde dieren in nood. In het verleden heeft de gemeente al meerdere inwoners doorverwezen naar VOC Neteland bij meldingen van wilde dieren in nood.
Een samenwerking met VOC Neteland vzw draagt op verschillende manieren bij tot het behoud van de natuur:
Het VOC Neteland beschikt over deskundig en gediplomeerd personeel en meer dan honderd vrijwilligers. Dieren en hun huisvesting worden 7 op 7 verzorgd.
Tijdens de openingsuren wordt er telefonische permanentie voorzien. Buiten de openingsuren kunnen dieren opgevangen worden in een daartoe voorziene ruimte.
Het VOC Neteland werkt samen met een gespecialiseerde dierenartsenpraktijk.
Een samenwerking met VOC Neteland is complementair aan een samenwerking met Dierenbescherming Mechelen. Dierenbescherming Mechelen richt zich op de opvang van honden en katten. Bij VOC Neteland gaat het om wilde dieren in nood.
Een samenwerkingsovereenkomst zorgt ervoor dat de gemeente zeker is van een deskundige opvang van de wilde dieren, die in nood zijn op haar grondgebied. Voor VOC Neteland geeft een financiële bijdrage van de gemeenten de mogelijkheid om haar organisatie en haar werking te optimaliseren.
De jaarlijkse bijdrage wordt berekend o.b.v. het aantal inwoners van onze gemeente en de afstand tot VOC Neteland (Herenthout).
Voor Bonheiden komt dit op een jaarlijkse bijdrage van € 1.500 (aantal inwoners 15.000-25.000)(15-30 km afstand). De nodige middelen hiervoor zijn voorzien in het voorstel van meerjarenplanning op A2.9.0802: Samenwerking VOC Neteland.
De samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan vanaf 01/01/2026 voor onbepaalde duur en kan ten allen tijde worden opgezegd, mits in achtneming van een aangetekend schrijven en een opzegtermijn van 3 maanden. De vergoeding kan in onderling overleg tweejaarlijks worden aangepast.
Visum:
Het visum van de financieel directeur wordt toegekend aan deze verbintenis. Daarmee wordt bevestigd dat er geen enkele aanwijzing is gevonden dat deze uitgave onwettig, onregelmatig of zonder voldoende krediet in het lopende boekjaar of zonder verbintenis mogelijk binnen het meerjarenplan zou worden aangegaan mits goedkeuring MJP 2026-2031.
Gunstig visum Visum 2025/0106 van Els Van Bever van 23 november 2025
Artikel 1 - Keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Bonheiden en VOC Neteland vzw goed, waarvan de tekst luidt als volgt:
Tussen Het gemeentebestuur Bonheiden, Jacques Morrensplein 10, 2820 Bonheiden, vertegenwoordigd door de heer Lode VAN LOOY, burgemeester en mevrouw Ethel VAN DEN WIJNGAERT, algemeen directeur, verder 'de gemeente genoemd
en
Het Vlaams Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Neteland (VOC), Langstraat 29/0001 te 2270 Herenthout, vertegenwoordigd door voorzitter Dirk BEERSMANS, verder het VOC genoemd.
ARTIKEL 1 - DOEL VAN DE OVEREENKOMST
De samenwerkingsovereenkomst heeft tot doel:
VOC Neteland beschikt over deskundig en gediplomeerd personeel en meer dan honderd vrijwilligers om deze opdracht te vervullen. Dieren en hun huisvesting worden 7 dagen op 7 verzorgd. Tijdens de openingsuren wordt er een telefonische permanentie voorzien. Buiten de openingsuren kunnen dieren opgevangen worden in een daartoe voorziene ruimte.Om gewenning aan de mens te voorkomen, wordt de revalidatieperiode zo kort mogelijk gehouden en is de accommodatie niet toegankelijk voor het publiek. Er wordt echter wel een uitzondering gemaakt voor educatieve doeleinden. Om een goede zorgverlening te garanderen werkt het VOC intensief samen met een gespecialiseerde dierenartsenpraktijk.Gerevalideerde inheemse soorten worden vrijgelaten in een geschikt habitat, exotische soorten worden herplaatst. Selectief aanvaarde gedomesticeerde dieren worden verzorgd en de eigenaars, w.o. valkeniers of duivenmelkers, actief opgezocht.Het VOC onderhoudt een uitgebreide administratie van de binnengebrachte slachtoffers. Er wordt jaarlijks een slachtofferlijst gepubliceerd.Relatie met diensten: in onderling overleg assisteert het VOC, binnen de openingsuren, diensten als politie en brandweer bij verschillende oproepen zoals reeën die in een kanaal zijn gevallen, bevrijden van roofvogels, etc. Mits er voldoende bekwame mensen beschikbaar zijn kan het VOC ook assisteren bij het verwijderen van kauwen en andere vogels uit schoorstenen. Het VOC voorziet de brandweerzones met 2/3e gemeentes met een samenwerkingsovereenkomst van een aangepaste reeënkist, waar een gekwetste ree kan worden ondergebracht voor vervoer naar het VOC. Ook wisselkisten kunnen voorzien worden om onmiddellijke verplaatsing van het dier bij aankomst op het VOC Neteland te voorkomen.Het VOC kan in onderling overleg voorzien in informatie en opleiding van diensten.
Het VOC organiseert verschillende natuureducatieve activiteiten, zoals rondleidingen, natuurwandelingen, opendeurdag, lezingen. De eigen werking, het terrein van het VOC en de onmiddellijke omgeving zijn op deze opdracht afgestemd.Het VOC draagt er zorg voor om het terrein en de accommodaties zo in te richten dat ze een onmiddellijke educatieve waarde hebben voor alle bezoeken.Scholen, verenigingen, instellingen, groepen kunnen beroep doen op het VOC voor een rondleiding of natuureducatieve activiteit, al dan niet met een aanbod op maat. Scholen, verenigingen of instellingen met zetel in de gemeente of gemeente waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten krijgen een reductie van 20% op de gangbare prijs van de natuureducatieve activiteiten.
VOC Neteland investeert in het sociale weefsel van de maatschappij. Het VOC is voor vrijwilligers en kwetsbare personen een ontmoetings- of rustpunt. Voor een aantal vrijwilligers is VOC Neteland een katalysator om terug in een gezond ritme te komen en zo opnieuw deel te nemen of te participeren.VOC Neteland begeleidt personen die op één of andere manier trajectmatig bij het VOC terecht komen, zoals bijvoorbeeld justitie (werkstraffen, reclassering), VDAB, OCMW, psychiatrie, Vlaams fonds voor personen met een handicap... Met het lokale OCMW kunnen afspraken gemaakt worden rond werkbegeleiding van kwetsbare mensen. Het verzorgen van dieren blijkt een belangrijke factor te zijn in de verwerking van psychische kwetsuren.
ARIKEL 4 - DUUR VAN DE OVEREENKOMST
Deze samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan vanaf 1 januari 2026 voor onbepaalde duur. De overeenkomst kan door de partijen van de overeenkomst opgezegd worden via aangetekend schrijven aan de andere partij, mits in achtneming van een opzegtermijn van 3 maanden.
Jaarlijks voorziet VOC een verslag van het werkingsjaar dat minstens de volgende informatie bevat:
Artikel 2 - Voorziet hiervoor de nodige kredieten in de meerjarenplanning 2026-2031.
Vanuit het ‘Loket Onderhoud Buitengebied' (LOB) ondersteunen de 16 Regionale Landschappen in Vlaanderen gemeenten bij het beheer van hun landschappelijke infrastructuur in het buitengebied. Het LOB kan o.a. ingezet worden voor het beheer van straatbomen, kleine landschapselementen (vb. poelen, bomenrijen, houtkanten, hoogstamfruitboomgaarden), trage wegen, bermen en recreatieve infrastructuur.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de samenwerkingsovereenkomst LOB voor 2026-2031 goed te keuren.
Voor een complexe materie als het voeren van een kwalitatief en natuurvriendelijk openruimtebeheer, is een samenwerking tussen verschillende actoren en beleidsniveaus nodig. Het Regionaal Landschap zoekt in samenspraak met de gemeente en haar partners een oplossing om het regulier beheer gestructureerd en consequenter te laten verlopen zodat het efficiënt, betaalbaar en gecoördineerd uitgevoerd kan worden. Voor de gemeente Bonheiden is Regionaal Landschap Rivierenland vzw de organisator van het LOB en link met de hogere overheden.
De concrete projecten die het LOB zal uitwerken worden steeds in overleg met de gemeente bepaald.
Binnen het LOB werd in het verleden al een bomenbeheerplan uitgewerkt, dat nog steeds opgevolgd wordt via het LOB. Verder werd er ook een plan opgesteld om het beheer van grachten en bermen verder op mekaar af te stemmen, zodat dit op een meer natuurvriendelijke manier kan gebeuren. Er werd ook reeds gestart met een inventarisatie van knoteiken en knotessen in de gemeente. Dit zijn zeldzame en waardevolle natuurelementen, die heel typisch zijn voor Bonheiden. Hier zal ook de volgende jaren aan verder gewerkt worden.
Het Decreet over het lokaal bestuur.
Het Loket Onderhoud Buitengebied stelt de gemeenten in staat om het beheer van het openbaar groen efficiënter, kwaliteitsvoller en meer gestructureerd te laten verlopen. Door het gebruik van een digitaal platform kan het LOB kostenramingen en gedetailleerde werklastgrafieken over meerdere jaren heen genereren om een optimale planning uit te werken.
Het voorstel van samenwerkingsovereenkomst voor 2026-2031 bestaat uit 2 delen:
Regionaal Landschap Rivierenland hanteert een dagtarief, waarbij de huidige prijs voor één werkdag van een medewerker is vastgesteld op € 550 inclusief btw. De kost van een LOB hangt af van de keuzes die de gemeente maakt.
Voor deze samenwerkingsovereenkomst wordt een bedrag voorzien van € 6.600 per jaar, wat overeenkomt met 12 werkdagen. In 2027 wordt bijkomend € 1.100 voorzien, voor het project rond knoteiken en knotessen in Bonheiden. Dit budget stemt overeen met 2 LOB-werkdagen en zal worden aangewend voor de inventarisatie en coördinatie van het project.
Deze budgetten zijn voorzien in het voorstel voor de meerjarenplanning 2026-2031.
Visum:
Gunstig visum FA 2025/00348 van Financiele dienst van 30 november 2025
Enig artikel - Keurt de samenwerkingsovereenkomst met Regionaal Landschap Rivierenland voor het Loket Onderhoud Buitengebied goed, zoals toegevoegd in bijlage bij dit besluit.
De voorzitter sluit de zitting op 17/12/2025 om 23:02.
Namens Gemeenteraad,
Ethel Van den Wijngaert
algemeen directeur
Daan Versonnen
voorzitter gemeenteraad