Terug
Gepubliceerd op 05/02/2026

Notulen  Gemeenteraad

wo 17/12/2025 - 20:30 raadzaal van het gemeentehuis, Jacques Morrensplein 10, 2820 Bonheiden
Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
Lode Van Looy, burgemeester
Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

De voorzitter opent de zitting op 17/12/2025 om 20:27.

  • Openbaar

    • Gemeenteraad - Notulen vergadering 26/11/2025: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      De notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 26/11/2025 worden ter goedkeuring voorgelegd.

      Voorgeschiedenis

      26/11/2025: Vergadering gemeenteraad waarvan de notulen ter goedkeuring worden voorgelegd.

      Feiten en context
      • De notulen van de vergadering van de gemeenteraad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld.
      • Elk gemeenteraadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
      • Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen van de vorige vergadering, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.
      Juridische grond
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid de artikelen 32, 50, vijfde lid, 277 en 278,§1.
      • Het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, inzonderheid Hoofdstuk 7.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Enig artikel - Keurt de notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 26/11/2025 goed.

    • Gemeenteraad - Kader organisatiebeheersing: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Het Decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de algemeen directeur het organisatiebeheerssysteem vaststelt, na overleg met het managementteam. 

      Het algemene kader van het organisatiebeheersingssysteem en de elementen daarin, die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.

      Het is de bedoeling om de implementatie en uitbouw van het organisatiesysteem projectmatig aan te pakken.

      Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het kader voor organisatiebeheersing goed te keuren.

      Voorgeschiedenis
      • 08/10/2025: Bespreking met Mondea houdende kader organisatiebeheersing op het managementteam.
      • 19/11/2025: Finalisering kader organisatiebeheersing op het managementteam.
      • 02/12/2025: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met het kader voor organisatiebeheersing.
      Feiten en context

      Organisatiebeheersing is het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat men:

      1. de vastgelegde doelstellingen bereikt en de risico’s om deze te bereiken kent en beheerst.
      2. de wetgeving en de procedures naleeft.
      3. over betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikt.
      4. op een effectieve en efficiënte wijze werkt en de beschikbare middelen economisch inzet.
      5. de activa beschermt en fraude voorkomt.

      Het organisatiebeheerssysteem bepaalt op welke wijze de organisatiebeheersing van de gemeente en het OCMW wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen, procedures en de aanwijzing van de personeelsleden en organen, die ervoor verantwoordelijk zijn en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden, die bij het organisatiebeheerssysteem betrokken zijn.

      Naast een verplichting is het ook een grote meerwaarde voor de organisatie om haar processen, verbeterpunten, risico’s en ook sterke punten te kennen. Het kennen en verbeteren van zwakkere punten of risicofactoren en het behouden van sterke punten optimaliseert de werking van de gemeente en het OCMW, zowel op vlak van efficiëntie, effectiviteit, kwaliteit en integriteit.

      Het algemene kader van het organisatiebeheerssysteem en de elementen daarin die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.

      Advies

      Het managementteam gaf op 19/11/2025 een positief advies over het kader voor organisatiebeheersing.

      Juridische grond

      Het Decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald de artikelen 217 t.e.m. 220.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Enig artikel - Keurt het kader voor organisatiebeheersing goed, zoals gehecht als bijlage aan dit besluit.

    • AGBPB - Evaluatie beheersovereenkomst: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Overeenkomstig artikel 227 van het Decreet over het lokaal bestuur dient elk extern verzelfstandigd agentschap (i.c. het Autonoom GemeenteBedrijf Patrimonium Bonheiden) in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraden een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad over de uitvoering van de beheers- en samenwerkingsovereenkomst sinds de inwerkingtreding ervan.

      Hiervoor werd een voorbereidende scenario-analyse uitgevoerd om alle mogelijkheden inzake verzelfstandiging op te lijsten.

      Voorgeschiedenis
      • 29/01/2003: Besluit van de raad van bestuur van het AGBPB houdende de vaststelling van de statuten van het AGBPB, voor het laatst gewijzigd op 27/03/2019.
      • 29/01/2003: Besluit van de gemeenteraad houdende de vaststelling van de statuten van het AGBPB, voor het laatst gewijzigd op 27/03/2019.
      • 26/06/2019: Besluit van de raad van bestuur van het AGBPB houdende de goedkeuring van de beheersovereenkomst gemeente-Autonoom Gemeentebedrijf Patrimonium Bonheiden.
      • 26/06/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende de goedkeuring van de beheersovereenkomst gemeente-Autonoom Gemeentebedrijf Patrimonium Bonheiden.
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende de goedkeuring van de evaluatie beheersovereenkomst AGBPB.
      • 30/06/2021: Besluit van de gemeenteraad houdende de goedkeruing van de fusie door overnemning van de besloten vennootschap Feestzaal Sint-Martinus door het Autonoom Gemeentebedrijf Patrimonium Bonheiden en ontwerp noteriële fusieakte.
      • 18/02/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen houdende de gunning van 'scenarioanalyse autonoom gemeentebedrijf Patrimonium Bonheiden'.
      Feiten en context

      Artikel 3 uit de statuten van het AGBPB bepaald als maatschappelijk doel:

      Het AGBPB heeft tot doel het beheer en de exploitatie van ten minste een deel van het onroerend patrimonium van de gemeente Bonheiden te optimaliseren.

      Het kan hierbij volgende beleidsuitvoerende taken op zich nemen:

      • De exploitatie van infrastructuren bestemd voor culturele, toeristische, sportieve, educatieve, administratieve en technische activiteiten of voor ontspanning;
      • Het verwerven van gronden en het verwerven of oprichten van onroerende goederen met het doel ze gebruiksklaar te maken, te renoveren en te verkopen of te leasen met het oog op de versterking van het economisch, cultureel, sportief, toeristisch en sociaal gebeuren of met het oog op de administratieve en technische ondersteuning van dit beleid;
      • Het beheer en eventueel de uitbating van door het gemeentebestuur met dat doel ingebracht patrimonium.

      Voor de uitvoering van deze taken beslist het AGBPB vrij binnen de grenzen van haar maatschappelijk doel, over de verwerving, de aanwending en de vervreemding van de lichamelijke en onlichamelijke goederen, over de vestiging of de opheffing van de zakelijke rechten op die goederen, alsook over de uitvoering van dergelijke beslissingen en over de hiermee gebeurlijk gepaard gaande financieringen.

      Het AGBPB kan om deze doelstellingen te realiseren alle handelingen stellen, zo onder meer het verwerven van onroerende goederen, de vestiging van zakelijke rechten, de bouw, de renovatie, de verbouwing, het verhuren of het aangaan van financieringshuur van onroerende goederen met het oog op verkoop, verhuur, financieringshuur of andere juridische handelingen betreffende deze onroerende goederen. Het AGBPB kan rechtstreeks of onrechtstreeks participeren in publiek- of privaatrechtelijke ondernemingen, verenigingen en instellingen, hierna genoemd filialen, waarvan het maatschappelijk doel overeenstemt met het maatschappelijk doel van het AGBPB. Het AGBPB kan daarenboven elk initiatief nemen of ondersteunen, zo kosteloos als tegen betaling, ter realisatie of ondersteuning van haar maatschappelijk doel.

      In de beheersovereenkomst die wordt afgesloten tussen de gemeente en het AGBPB worden de wijze waarop het AGBPB zijn taken moet vervullen en de doelstellingen verder geconcretiseerd.

      Volgende gebouwen bevinden zich, rechtstreeks of onrechtstreeks, in het beheer en exploitatie van het AGBPB:

      • Het gemeentehuis;
      • De bibliotheek;
      • De feestzaal Sint-Martinus.

      Voor de eerste twee gebouwen werd een lease-and-rent back constructie opgezet. De gemeente was bouwheer van zowel het gemeentehuis (administratief gebouw) als van de bibliotheek. Op 01/10/2006 gaf de gemeente beide gebouwen voor 30 jaar in leasing aan het AGBPB, tegen een jaarlijkse vergoeding:

      • Het AGBPB verhuurt het administratief gebouw, met uitzondering van het deel van het politiewijkkantoor, aan de gemeente;
      • Het AGBPB verhuurt het deel bestemd voor het wijkkantoor van de politie van datzelfde administratief gebouw aan de politiezone BODUKAP;
      • Het AGBPB verhuurt de bibliotheek aan de gemeente;
      • Hiertoe werden volgende overeenkomsten opgesteld:
        • Leasingovereenkomst m.b.t. het administratief gebouw te Bonheiden d.d. 26/01/2005;
        • Leasingovereenkomst m.b.t. de bibliotheek te Bonheiden d.d. 26/01/2005;
        • Huurovereenkomst m.b.t. het administratief gebouw met uitzondering van het deel ‘wijkkantoor politie’ te Bonheiden d.d. 12/10/2006;
        • Huurovereenkomst m.b.t het wijkkantoor van de politie in het administratief gebouw te Bonheiden d.d. 12/10/2006;
        • Huurovereenkomst m.b.t. de bibliotheek te Bonheiden d.d. 23/12/2009;

      Feestzaal Sint-Martinus was oorspronkelijk eigendom van BVBA Feestzaal Sint-Martinus, met maatschappelijke zetel, Jacques Morrensplein 10 te Bonheiden, waarvan het AGBPB de enige aandeelhouder en de zaakvoerder was. Echter is het AGBPB nu eigenaar via fusie door overneming van de besloten vennootschap Feestzaal Sint-Martinus. 
      Hier wordt verwezen naar de akte van 13/07/2025 van de notariële akte fusie door vereniging van alle aandelen in één hand - wijziging statuten.

      Juridische grond
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald de artikelen 227 en 234§,3.
      • De statuten van het AGBPB.
      • De beheersovereenkomst van het AGBPB.
      Argumentatie
      • De beheersovereenkomst tussen de gemeente en het AGBPB omvat de manier en de regels waarop het AGBPB het onroerend patrimonium beheert. Deze regels, dikwijls financieel en technisch van aard, werden voorbije legislatuur toegepast. Er wordt zoveel mogelijk gestreefd naar een uniforme regelgeving binnen gemeente en AGBPB. Het zijn ook dezelfde diensten die de regels toepassen. 
      • De AGBPB-structuur biedt voldoende waarborgen om de gemeenteraad een democratische controle en inspraak te waarborgen. De raad van bestuur van het AGBPB bestaat immers uit dezelfde leden als de gemeenteraad. En het directiecomité van het AGBPB bestaat uit dezelfde leden als het college van burgemeester en schepenen.
      • Het betalingsverkeer in de AGBPB-structuur verloopt vlot en gaat gepaard met een jaarlijkse externe controle door een commissaris. De jaarrekening en de budgetten werden voorgelegd aan de gemeenteraad.
      • De beheersovereenkomst heeft een duidelijke structuur hetgeen zowel naar transparantie als naar administratieve eenvormigheid voordelen biedt.
      • De werking voldoet aan de wettelijke modaliteiten bepaald in verschillende regelgeving die zowel voor overheidsdiensten als AG's van toepassing is.
      • Er is geen personeel te werk gesteld in het AGBPB en er kan volledig teruggevallen worden op gemeentelijke ondersteuning.
      • Door de huur- en lease-back-constructie kan de btw gespreid worden, hetgeen het bestaan van het AGBPB rechtvaardigt. Echter de herzieningstermijn van deze btw-constructie is verlopen waardoor eventueel voor vereffening kan geopteerd worden
      • Een AGB-constructie kent evenwel nog mogelijke fiscale en organisatorische opportuniteiten inzake zaalverhuur welke momenteel nog is ondergebracht in EVA VZW Krankhoeve. Deze dienen derhalve eerst onderzocht te worden alvorens tot vereffening over te gaan.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Neemt kennis van het scenario-onderzoek uitgevoerd voor AGB Patrimonium Bonheiden.
      Artikel 2 - Behoudt momenteel de AGBPB-structuur voor het beheer en exploitatie van een deel van het onroerend patrimonium en geeft de opdracht om de aangereikte scenario's in detail uit te werken om gefundeerd een beslissing te kunnen nemen over een eventuele vereffening.

    • Politie - Gemeentelijke dotatie 2025 politiezone BODUKAP: Aanpassing

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de gemeentelijke dotatie dienstjaar 2025 van de gemeente Bonheiden voor de politiezone BODUKAP te verlagen van € 2.682.260 naar € 1.950.590. De bijdrage voor de buitengewone dienst blijft ongewijzigd, nl. € 83.160.

      Op 10/10/2025 verleende het college van de politiezone BODUKAP zijn principiële goedkeuring aan het aangepaste budget 2025. In de gewone dienst wordt de gemeentelijke bijdrage vanwege Bonheiden verminderd met € 731.670. In de buitengewone dienst wijzigt de bijdrage niet.

      Voorgeschiedenis
      • 04/06/2019: Besluit van de politieraad houdende aanpassing van de verdeelsleutel voor de berekening van de dotatie van de verschillende gemeenten.
      • 13/12/2024: Goedkeuring van de begroting van de politiezone BODUKAP - dienstjaar 2025.
      • 13/12/2024: Principiële goedkeuring van het politiecollege houdende vaststelling van begrotingswijziging 1 van de gewone dienst en 2 van de buitengewone dienst - dienstjaar 2025.
      • 29/01/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing gemeentelijke dotatie 2025 politiezone BODUKAP.
      • 13/10/2025: E-mail van Peter Ledegen, financieel directeur gemeente Putte, met betrekking tot de aanpassing van de dotatie dienstjaar 2025.
      • 25/11/2025: Besluit van de politieraad houdende aanpassing van het budget 2025 (gewone dienst).
      Feiten en context

      In de meergemeentenzone wordt de begroting van het lokale politiekorps goedgekeurd door de politieraad, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde minimale begrotingsnormen. De begroting van deze politiezone komt ten laste van de verschillende gemeenten van de zone en van de Federale Staat. Wanneer de meergemeentenzone niet over voldoende middelen beschikt om de uitgaven te dekken, die voortkomen uit de vervulling van haar opdracht, wordt het verschil gedragen door de gemeenten die er deel van uitmaken.

      Elke gemeenteraad van de gemeenten die deel uitmaken van de zone stemt de dotatie die aan het lokaal politiekorps moet worden toegekend en die aan de politiezone wordt gestort.

      Bij de bepaling van de gemeentelijke dotatie dienstjaar 2025 werd rekening gehouden met de nieuwe verdeelsleutel, namelijk Bonheiden 21,6%, Duffel 29%, Sint-Katelijne-Waver 28,1% en Putte 21,3%.

      De bijdragen van de verschillende gemeenten worden als volgt aangepast:

       Gewone dienst:

      •  Bonheiden: € 2.682.260 - € 731.670 = € 1.950.590;
      •  Duffel: € 3.601.183 - € 982.335 = € 2.618.848;
      •  Sint-Katelijne-Waver: € 3.489.422 - € 951.847 = € 2.537.575;
      •  Putte: € 2.645.007 - € 721.508 = € 1.923.499.

      Buitengewone dienst:

      • Bonheiden: € 83.160;
      • Duffel: € 111.650;
      • Sint-Katelijne-Waver: € 108.185;
      • Putte: € 82.005.
      Adviezen
      Juridische grond
      • De Wet van 07/12/1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus inzonderheid de artikelen 40.
      • Het Besluit van de gemeenteraad van 22/08/2001, houdende financiering van de politiezone BODUKAP.
      • Het Koninklijk Besluit van 24/12/2001 tot vaststelling van de minimale begrotingsnormen van de lokale politie.
      • Het Koninklijk Besluit van 07/04/2005, houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van de meergemeentenpolitiezone.
      • Het Koninklijk Besluit van 05/08/2006, houdende wijziging van het Koninklijk Besluit van 07/04/2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentenpolitiezone.
      Financiële gevolgen
      • De gewone dotatie wordt verminderd met € 731.670.
      • De buitengewone dotatie blijft ongewijzigd, nl. € 83.160.

      Visum:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00339 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Enig artikel - Verlaagt de gewone dotatie aan de politiezone BODUKAP voor het dienstjaar 2025 van € 2.682.260 naar € 1.950.590. De buitengewone dotatie van € 83.160 blijft ongewijzigd.

    • Politie - Gemeentelijke dotatie 2026 politiezone BODUKAP: Stemming

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de gemeentelijke dotatie dienstjaar 2026 van de gemeente Bonheiden voor de politiezone BODUKAP te stemmen.

      Op 25/11/2025 stelde de politieraad van de politiezone BODUKAP zijn begroting voor het dienstjaar 2026 vast.

      In deze begroting is de gemeentelijke toelage voor de gewone dienst voor de gemeente Bonheiden voor het dienstjaar 2026 vastgesteld op € 2.507.691 en voor de buitengewone dienst op € 164.160.

      Voorgeschiedenis
      • 04/06/2019: Besluit van de politieraad houdende de aanpassing van de verdeelsleutel voor de berekening van de dotatie van de verschillende gemeenten.
      • 10/10/2025: Principiële goedkeuring van het politiecollege houdende vaststelling van de begroting politiezone BODUKAP 2026.
      • 13/10/2025: Ontvangst begroting politiezone BODUKAP 2026, welke nadien nog licht is gewijzigd.
      • 25/11/2025: Voorlegging van de begroting politiezone BODUKAP 2026 aan de politieraad.
      Feiten en context

      In de meergemeentenzone wordt de begroting van het lokale politiekorps goedgekeurd door de politieraad, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde minimale begrotingsnormen.

      De begroting van deze politiezone komt ten laste van de verschillende gemeenten van de zone en van de Federale Staat. Wanneer de meergemeentenzone niet over voldoende middelen beschikt om de uitgaven te dekken, die voortkomen uit de vervulling van haar opdracht, wordt het verschil gedragen door de gemeenten die er deel van uitmaken.

      Elke gemeenteraad van de gemeenten die deel uitmaken van de zone stemt de dotatie die aan het lokaal politiekorps moet worden toegekend en die aan de politiezone wordt gestort.

      Bij de bepaling van de gemeentelijke dotatie dienstjaar 2026 werd er rekening gehouden met de nieuwe verdeelsleutel, namelijk Bonheiden 21,6%, Duffel 29%, Sint-Katelijne-Waver 28,1% en Putte 21,3%.

      De bijdragen gewone dotatie (GD) van de verschillende gemeenten worden als volgt vastgesteld:

          • Bonheiden    € 2.507.691;        
          • Duffel € 3.366.808; 
          • Sint-Katelijne-Waver      € 3.262.320;
          • Putte  € 2.472.862.

      De bijdragen buitengewone dotatie (BD) van de verschillende gemeenten worden als volgt vastgesteld :

          • Bonheiden    € 164.160;        
          • Duffel € 220.400; 
          • Sint-Katelijne-Waver      € 213.560;
          • Putte  € 161.880.

        De bijdragen dotatie (meerjarenplan 2026-2031) van de verschillende gemeenten worden als volgt vastgesteld: 

       

      Exploitatie:

       

      2025

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      Bon

      1.950.590,00

      2.507.691,00

      2.552.115,00

      2.573.928,00

      2.672.615,00

      2.743.009,00

      2.800.116,00

      Duf

      2.618.848,00

      3.366.808,00

      3.426.451,00

      3.455.737,00

      3.588.233,00

      3.682.744,00

      3.759.415,00

      SKW

      2.537.575,00

      3.262.320,00

      3.320.113,00

      3.348.490,00

      3.476.874,00

      3.568.451,00

      3.642.743,00

      Put

      1.923.499,00

      2.472.862,00

      2.516.669,00

      2.538.179,00

      2.635.495,00

      2.704.912,00

      2.761.225,00

      Investeringen:

       

      2025

      2026

      2027

      2028

      2029

      2030

      2031

      Bon

      83.160,00

      164.160,00

      219.240,00

      83.160,00

      83.160,00

      83.160,00

      83.160,00

      Duf

      111.650,00

      220.400,00

      294.350,00

      111.650,00

      111.650,00

      111.650,00

      111.650,00

      SKW

      108.185,00

      213.560,00

      285.215,00

      108.185,00

      108.185,00

      108.185,00

      108.185,00

      Put

      82.005,00

      161.880,00

      216.195,00

      82.005,00

      82.005,00

      82.005,00

      82.005,00

      Juridische grond
      • De Wet van 07/12/1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus inzonderheid de artikelen 40 en 71.
      • Het Besluit van de gemeenteraad van 22/08/2001, houdende financiering van de politiezone Bodukap.
      • Het Koninklijk Besluit van 24/12/2001 tot vaststelling van de minimale begrotingsnormen van de lokale politie.
      • Het Koninklijk Besluit van 07/04/2005, houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van de meergemeentenpolitiezone.
      • Het Koninklijk Besluit van 05/08/2006 houdende wijziging van het Koninklijk Besluit van 07/04/2005, houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentenpolitiezone.
      Financiële gevolgen
      • Het bedrag van € 2.507.691 zal worden opgenomen in het budget 2026 op boekhoudsleutel A1.4.01/0400-00/6494000/CBS/IP Geen.
      • Het bedrag van € 164.160 zal worden opgenomen in het budget 2026 op boekhoudsleutel A1.4.02/0400-00/6640000/CBS/IP Geen.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 7 stemmen tegen
      Besluit

      Artikel 1 – Stemt de dotatie die voor het jaar 2026 aan de politiezone BODUKAP wordt toegekend als volgt:

      • Gewone dotatie: € 2.507.691;
      • Buitengewone dotatie: € 164.160.

      Artikel 2 – Zendt dit besluit binnen de 10 dagen digitaal naar de toezichthoudende overheid.

    • Financiën - Goedkeuring gouverneur rekening 2024 AGBPB: Kennisneming

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de goedkeuring door de gouverneur van de jaarrekening 2024 AGBPB, die door de raad van bestuur vastgesteld werd op 18/06/2025. In toepassing van artikel 243bis van het Decreet over het lokaal bestuur is er geen gemeentelijk advies nodig, aangezien de gemeenteraad ervoor gekozen heeft om alle leden van de gemeenteraad te benoemen als lid van de raad van bestuur.

      Aan de bestuurders kan pas kwijting worden gegeven na goedkeuring van de rekening door de gouverneur.

      De gouverneur keurde de jaarrekening 2024 goed op 20/10/2025.

      Voorgeschiedenis
      • 26/06/2025: Toezending door het autonoom gemeentebedrijf van het dossier aan de gouverneur.
      • 26/06/2025: Digitale rapportering.
      • 05/11/2025: E-mail van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur, Afdeling Lokale Financiën, dat de jaarrekening 2024 van het AGBPB door de gouverneur werd goedgekeurd.
      Feiten en context

      De gouverneur keurde de jaarrekening 2024 van het AGBPB goed en brengt via het Agentschap voor Binnenlands Bestuur volgende verantwoording ter kennis: 

      Uit het onderzoek van de jaarrekening blijkt niet dat ze onjuist of onvolledig is of dat ze geen waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand.

      Fasering:

      • 26/06/2025: Digitale rapportering jaarrekening 2024 van het AGBPB en melding van deze publicatie op de gemeentelijke webtoepassing.
      • 20/10/2025: Goedkeuring jaarrekening 2025 van het AGBPB door de gouverneur.
      Juridische grond

      Het Decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid art. 332,§1, derde lid dat bepaalt dat het besluit van de gouverneur ter kennis dient gebracht te worden op de eerstvolgende vergadering van de raad.

      Besluit

      Artikel 1 - Neemt kennis van het besluit van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 20/10/2025, houdende de goedkeuring van de jaarrekening 2024 van het AGBPB.

      Artikel 2 - Neemt kennis van het feit dat door de goedkeuring van de provinciegouverneur, er kwijting wordt verleend aan de bestuurders van het AGBPB.

    • Financiën - Goedkeuring gouverneur rekening 2024: Kennisneming

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de goedkeuring door de gouverneur van de jaarrekening 2024.

      Op 18/06/2025 stelde de gemeenteraad de jaarrekening 2024 vast. Op 20/10/2025 keurde de gouverneur deze jaarrekening 2024 goed.

      Voorgeschiedenis
      • 18/06/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling jaarrekening dienstjaar 2024.
      • 26/06/2025: Digitale rapportering van het dossier aan de toezichthoudende overheid.
      • 04/11/2025: Brief van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Afdeling Lokale Financiën met als bijlage een afschrift van het besluit van de gouverneur en de technische bemerkingen en aanbevelingen bij de jaarrekening 2024.
      • 05/11/2025: E-mail van het loket van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Afdeling Lokale Financiën met de vermelding dat de jaarrekening 2024 door de gouverneur werd goedgekeurd en met vaststellingen en aanbevelingen van technische aard.
      Feiten en context

      De gouverneur keurde de jaarrekening 2024 goed en brengt via het Agentschap voor Binnenlands Bestuur volgende verantwoording ter kennis:

      Uit het onderzoek van de jaarrekening blijkt niet dat ze onjuist en onvolledig is of dat ze geen waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand.

      Fasering:

      • 18/06/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling jaarrekening dienstjaar 2024.
      • 26/06/2025: Ontvangst jaarrekening door de gouverneur.
      • 26/06/2025: Digitale rapportering van het dossier aan de toezichthoudende overheid.
      • 20/10/2025: Goedkeuring jaarrekening over het financiële boekjaar 2024 door de gouverneur.
      Juridische grond

      Het Decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid art. 173,§2.

      Besluit

      Artikel 1 - Neemt kennis van het besluit van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 20/10/2025, houdende de goedkeuring van de jaarrekening 2024.

      Artikel 2 - Neemt kennis van de brief van het Agentschap Binnenlands Bestuur, Afdeling lokale financiën, van 04/11/2025, betreffende de jaarrekening 2024.

    • Financiën - Meerjarenplan 2026-2031 - AGBPB: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      De raad van bestuur van het AGBPB stelde op 17/12/2025 het meerjarenplan 2026-2031 vast.
      Dit meerjarenplan is onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om het meerjarenplan 2026-2031 van het AGBPB goed te keuren.

      Voorgeschiedenis
      • 02/12/2025: Bespreking van het meerjarenplan 2026-2031 op het directiecomité.
      • 17/12/2025: De raad van bestuur van het AGBPB stelt het meerjarenplan 2026-2031 vast.
      Feiten en context

      De raad van bestuur van het AGBPB stelt het meerjarenplan 2026-2031 vast. De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGBPB goed. Het AGBPB bezorgt, conform het Planlastendecreet van 15/07/2012, haar meerjarenplan 2026-2031 aan de Vlaamse Overheid.

      Eenmaal het voorgelegde meerjarenplan 2026-2031 van het AGBPB werd goedgekeurd door de gemeenteraad, wordt het uitvoerbaar op voorwaarde dat de gegevens van de vastgestelde beleidsrapporten in een digitaal bestand werden bezorgd aan de Vlaamse Regering.

      Juridische grond
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid artikel 242.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30/03/2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
      • De Grondwet, inzonderheid art. 170,§3 en §4 betreffende de fiscale autonomie van provincies en gemeenten.
      • De Omzendbrief KB/ABB 2019/4 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
      Financiële gevolgen

      De financiële toelagen van de gemeente aan het AGBPB zorgen er voor dat het resultaat op kasbasis en de autofinancieringsmarge gelijk is aan nul, en bedragen:

      • 2026: € 10.000,00
      • 2027: € 10.000,00
      • 2028: € 10.000,00
      • 2029: € 10.000,00
      • 2030: € 10.000,00
      • 2031: € 10.000,00.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Onthouders: Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Peggy Aerts
      Resultaat: Met 20 stemmen voor, 3 onthoudingen
      Besluit

      Artikel 1 - Hecht goedkeuring aan het meerjarenplan 2026-2031 van het AGBPB met volgend financieel resultaat:

      Budgettair resultaat 2026 2027 2028 2029 2030 2031
      I. Exploitatiesaldo 257.485 258.385 259.285 260.185 261.085 261.985
          a. Ontvangsten 303.287 304.287 305.287 306.287 307.287 308.287
          b. Uitgaven 45.802 45.902 46.002 46.102 46.202 46.302
      II. Investeringssaldo 0 0 0 0 0 0
          a. Ontvangsten 0 15.000 59.000 0 0 0
          b. Uitgaven 0 15.000 59.000 0 0 0
      III. Saldo exploitatie en investeringen 257.485 258.385 259.285 260.185 261.085 261.985
      IV. Financieringssaldo -249.198 -249.198 -249.198 -249.198 -249.198 -249.198
          a. Ontvangsten 0 0 0 0 0 0
          b. Uitgaven 249.198 249.198 249.198 249.198 249.198 249.198
      V. Budgettair resultaat van het boekjaar 8.287 9.187 10.087 10.987 11.887 12.787
      VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar -5.423 2.864 12.051 22.138 33.125 45.012
          a. Op basis van mjp vorig boekjaar -5.423 2.864 12.051 22.138 33.125 45.012
      VII. Gecumuleerd budgettair resultaat 2.864 12.051 22.138 33.125 45.012 57.799
      IX. Beschikbaar budgettair resultaat 2.864 12.051 22.138 33.125 45.012 57.799

       

      Autofinancieringsmarge 2026 2027 2028 2029 2030 2031
      I. Exploitatiesaldo 257.485 258.385 259.285 260.185 261.085 261.985
      II. Netto periodieke aflossingen 249.198 249.198 249.198 249.198 249.198 249.198
          a. Periodieke aflossingen conform de verbintenissen 249.198 249.198 249.198 249.198 249.198 249.198
          b. Periodieke terugvordering leningen 0 0 0 0 0 0
      III. Autofinancieringsmarge 8.287 9.187 10.087 10.987 11.887 12.787

      Artikel 2 - Verstuurt een kopie van dit besluit aan de Vlaamse Regering.

    • Financiën - Meerjarenplan 2026-2031/Deel gemeente: Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Art. 254 van het Decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan wordt vastgesteld.

      De nieuwe bewindsploegen dienen aldus in 2025 hun strategische en financiële planning voor de bestuursperiode van 2025 tot 2030 op te maken en vast te leggen in het meerjarenplan voor de periode van 2026-2031.

      Dat meerjarenplan wordt opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheerscyclus (BBC).

      Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.

      De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn werd vastgesteld, goedkeuren waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld het deel van het meerjarenplan 2026-2031 dat betrekking heeft op de gemeente, vast te stellen.

      Voorgeschiedenis
      • 02/12/2025: Besluit college van burgemeester en schepenen houdende vaststelling van het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031.
      • 03/12/2025: Het managementteam bespreekt het voorontwerp van het meerjarenplan 2026-2031.
      • 03/12/2025: Verzending meerjarenplan 2026-2031 aan de gemeenteraadsleden.
      • 09/12/2025: Toelichting op de gemeenteraadscommissie Financiën.
      Feiten en context

      Het meerjarenplan bevat

      • een strategische nota: hierin worden de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven
      • een financiële nota: hierin wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd
      • een toelichting: deze bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.

      Het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW vormt een geïntegreerd geheel. Aldus is een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk, met respect voor de verschillende rechtspersonen die erbij betrokken zijn.
      De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor de gemeente en de kredieten voor het OCMW voor dat boekjaar. 
      Het evenwicht van het meerjarenplan blijkt uit twee parameters, meer bepaald het beschikbaar budgettair resultaat en de autofinancieringsmarge.
      Bij het meerjarenplan hoort ook documentatie. Die omvat alle achtergrondinformatie die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen, zonder dat ze essentieel is voor de beoordeling die de raadsleden moeten maken, aangezien de essentiële informatie in het beleidsrapport zelf opgenomen moet zijn.

      Advies
      • 19/11/2025: Advies mondiale raad.
      • 24/11/2025: Advies cultuurraad.
      • 27/11/2025: Advies beheersorgaan van de POB.
      • 02/12/2025: Advies milieuraad.
      • 03/12/2025: Advies managementteam.
      • 10/12/2025: Advies mobiliteitsraad.
      • 10/12/2025: Advies seniorenraad.
      • 11/12/2025: Advies sportraad.
      • 15/12/2025: Advies Lokaal Overleg Kinderopvang.
      • 15/12/2025: Advies raad voor lokale economie.
      • 16/12/2025: Advies jeugdraad.
      • Geen advies ontvangen van GECORO.
      Juridische grond
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 25/06/2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra van maatschappelijk welzijn, inzonderheid Afdeling 3. Budgetwijzigingen en interne kredietaanpassingen.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur:
        • Titel 4. De beleids- en beheerscyclus van de gemeente en het OCMW, meer specifiek:
          • Hoofdstuk 1. De beleidsrapporten:
            • Afdeling 1. Algemene bepalingen;
            • Afdeling 2. Het meerjarenplan.
        • Art. 171,§2. De algemeen directeur zorgt in overleg met het managementteam voor de opmaak van het voorontwerp van de beleidsrapporten.
        • Art. 176. De financieel directeur staat onder de functionele leiding van de algemeen directeur in voor het opstellen, in overleg met het managementteam, van het voorontwerp van de beleidsrapporten en de opvolgingsrapportering.
        • Art. 249,§1. De beleidsrapporten van de gemeente en het OCMW vormen een geïntegreerd geheel
        • Art. 249,§2. Het ontwerp van beleidsrapport wordt op zijn minste 14 dagen voor de vergadering waarop het wordt besproken aan aan ieder lid van de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn bezorgd.
        • Art. 249,§3. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen over hun deel van het beleidsrapport. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.
        • Art. 249,§4. Elke raad (gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn) stemt telkens over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport. In afwijking daarvan kan elk raadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de betrokken raad pas over het geheel van zijn zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming. Als de afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de raad. Als de andere raad voordien zijn deel van het beleidsrapport al had vastgesteld, vervalt die vaststelling en stelt die raad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering.
        • Art. 254. Voor het einde van het jaar volgend op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30/03/2018, betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra van maatschappelijk welzijn, en latere wijzigingen.
      • Het Ministerieel Besluit van 26/06/2018, en latere wijzigingen, tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de lokale besturen. In dit besluit worden de concrete schema's en rekeningstelsels vastgelegd.
      • Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 - 18/07/2025: meerjarenplannen 2026-2031.
      Financiële gevolgen

      Het evenwicht van het meerjarenplan blijkt uit twee parameters, meer bepaald het beschikbaar budgettair resultaat en de autofinancieringsmarge.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs
      Onthouders: Sofie Crauwels, Conny Van den Brande
      Resultaat: Met 14 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen
      Besluit

      Artikel 1 – Stelt het deel van de gemeente van het meerjarenplan 2026-2031 vast, zoals gevoegd als bijlage bij dit besluit en met onderstaande schema van de kredieten M3:

        2026
      Kredieten Gemeente Uitgaven Ontvangsten
      Exploitatie 25.564.298 27.904.018
      Investeringen 9.528.478 116.856
      Financiering 581.878 9.528.866
          Leningen en leasings 581.878 9.483.989
          Toegestane leningen en betalingsuitstel 0 44.877

      Artikel 2 - Maakt de beslissing binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Meerjarenplan 2026-2031/Deel OCMW: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Art. 254 van het Decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan wordt vastgesteld. De nieuwe bewindsploegen dienen aldus in 2025 hun strategische en financiële planning voor de bestuursperiode van 2025 tot 2030 op te maken en vast te leggen in het meerjarenplan voor de periode van 2026 tot 2031. Dat meerjarenplan wordt opgemaakt volgens de regels over de beleids- en beheerscyclus (BBC). Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.
      De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moeten eerst hun eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna wordt aan de gemeenteraad voorgesteld het deel van het meerjarenplan dat door de raad voor maatschappelijk welzijn werd vastgesteld, goed te keuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld het meerjarenplan 2026-2031, meer bepaald het deel van het OCMW, goed te keuren. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel (gemeente én OCMW) geacht definitief te zijn vastgesteld.

      Voorgeschiedenis
      • 02/12/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen houdende vaststelling van het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031.
      • 02/12/2025: Besluit van het vast bureau houdende vaststelling van het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031.
      • 03/12/2025: Bespreking van het meerjarenplan op het managementteam.
      • 03/12/2025: Verzending meerjarenplan 2026-2031 aan de gemeenteraadsleden.
      • 09/12/2025: Gemeenteraadscommissie financiën.
      • 17/12/2025: Vaststelling meerjarenplan 2026-2031, deel OCMW, door de raad voor maatschappelijk welzijn.
      • 17/12/2025: Vaststelling meerjarenplan 2026-2031, deel gemeente, door de gemeenteraad.
      Feiten en context

      Het meerjarenplan bevat:

      • een strategische nota: hierin worden de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven;
      • een financiële nota: hierin wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd;
      • een toelichting: deze bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.

      Het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW vormt een geïntegreerd geheel. Aldus is een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid mogelijk, met respect voor de verschillende rechtspersonen die erbij betrokken zijn.
      De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor de gemeente en de kredieten voor het OCMW voor dat boekjaar. 
      Het evenwicht van het meerjarenplan blijkt uit twee parameters, meer bepaald het beschikbaar budgettair resultaat en de autofinancieringsmarge.
      Bij het meerjarenplan hoort ook documentatie. Die omvat alle achtergrondinformatie die nuttig is om het meerjarenplan te beoordelen, zonder dat ze essentieel is voor de beoordeling die de raadsleden moeten maken, aangezien de essentiële informatie in het beleidsrapport zelf opgenomen moet zijn.

      Advies
      • 19/11/2025: Advies mondiale raad.
      • 24/11/2025: Advies cultuurraad.
      • 27/11/2025: Advies beheersorgaan van de POB.
      • 02/12/2025: Advies milieuraad.
      • 03/12/2025: Advies managementteam.
      • 10/12/2025: Advies seniorenraad.
      • 11/12/2025: Advies sportraad.
      • 15/12/2025: Advies Lokaal Overleg Kinderopvang.
      • 15/12/2025: Advies raad voor lokale economie.
      • 16/12/2025: Advies jeugdraad.
      • Geen advies ontvangen van GECORO.
      Juridische grond
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 25/06/2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra van maatschappelijk welzijn, inzonderheid Afdeling 3. Budgetwijzigingen en interne kredietaanpassingen.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur:
        • Titel 4. De beleids- en beheerscyclus van de gemeente en het OCMW, meer specifiek:
          • Hoofdstuk 1. De beleidsrapporten:
            • Afdeling 1. Algemene bepalingen;
            • Afdeling 2. Het meerjarenplan.
        • Art. 171,§2. De algemeen directeur zorgt in overleg met het managementteam voor de opmaak van het voorontwerp van de beleidsrapporten.
        • Art. 176. De financieel directeur staat onder de functionele leiding van de algemeen directeur in voor het opstellen, in overleg met het managementteam, van het voorontwerp van de beleidsrapporten en de opvolgingsrapportering.
        • Art. 249,§1. De beleidsrapporten van de gemeente en het OCMW vormen een geïntegreerd geheel
        • Art. 249,§2. Het ontwerp van beleidsrapport wordt op zijn minste 14 dagen voor de vergadering waarop het wordt besproken aan aan ieder lid van de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn bezorgd.
        • Art. 249,§3. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen over hun deel van het beleidsrapport. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.
        • Art. 249,§4. Elke raad (gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn) stemt telkens over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport. In afwijking daarvan kan elk raadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de betrokken raad pas over het geheel van zijn zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming. Als de afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de raad. Als de andere raad voordien zijn deel van het beleidsrapport al had vastgesteld, vervalt die vaststelling en stelt die raad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering.
        • Art. 254. Voor het einde van het jaar volgend op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30/03/2018, betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra van maatschappelijk welzijn, en latere wijzigingen.
      • Het Ministerieel besluit van 26/06/2018, en latere wijzigingen, tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de lokale besturen. In dit besluit worden de concrete schema's en rekeningstelsels vastgelegd.
      • Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 - 18/07/2025: meerjarenplannen 2026-2031.
      Financiële gevolgen

      Het evenwicht van het meerjarenplan blijkt uit twee parameters, meer bepaald het beschikbaar budgettair resultaat en de autofinancieringsmarge.

        2026 2027 2028 2029 2030 2031
      IX. Beschikbaar budgettair resultaat 95.975 70.819 49.902 203.966 1.660.093

      1.509.278

       

        2026 2027 2028 2029 2030 2031
      III. Autofinancieringsmarge 72.144 181.632 277.736 369.667 244.430 665.188
      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs
      Onthouders: Sofie Crauwels, Conny Van den Brande
      Resultaat: Met 14 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 2 onthoudingen
      Besluit

      Artikel 1 – Keurt het meerjarenplan 2026-2031, deel OCMW, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn in zitting van 17/12/2025, goed.

      Artikel 2 - Door deze goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel, zoals hieronder wordt voorgesteld, geacht definitief te zijn. 

      Budgettair resultaat 2026 2027 2028 2029 2030 2031
      I. Exploitatiesaldo 622.164 921.289 1.230.309 1.491.006 1.494.371 1.952.132
          a. Ontvangsten 30.629.530 31.174.154 31.902.428 32.649.831 33.077.385 33.507.229
          b. Uitgaven 30.007.366 30.252.865 30.672.119 31.158.825 31.583.015 31.555.097
      II. Investeringssaldo -9.723.622 -5.990.777 -5.032.442 -4.799.192 1.028.308 -999.192
          a. Ontvangsten 116.856 721.856 584.356 26.856 2.301.856 26.856
          b. Uitgaven 9.840.478 6.712.633 5.616.798 4.826.048 1.273.548 1.026.048
      III. Saldo exploitatie en investeringen -9.101.458 -5.069.488 -3.802.133 -3.308.186 2.522.679 952.940
      IV. Financieringssaldo 8.933.969 5.044.332 3.781.416 3.462.650 -1.065.952 -1.102.955
          a. Ontvangsten 9.528.866 5.828.866 4.778.866 4.628.866 228.866 228.866
          b. Uitgaven 594.897 784.534 997.450 1.166.216 1.294.818 1.331.821
      V. Budgettair resultaat van het boekjaar -167.489 -25.156 -20.717 154.464 1.456.727 -150.015
      VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar 263.464 95.975 70.619 49.502 203.366 1.659.293
         a. Op basis van meerjarenplan vorig boekjaar 263.464 95.975 70.619 49.502 203.366 1.659.293
      VII. Gecumuleerd budgettair resultaat 95.975 70.819 49.902 203.966 1.660.093 1.509.278
      IX. Beschikbaar budgettair resultaat 95.975 70.819 49.902 203.966 1.660.093 1.509.278

       

      Autofinancieringsmarge 2026 2027 2028 2029 2030 2031
      I. Exploitatiesaldo 622.164 921.289 1.230.309 1.491.006 1.494.371 1.952.132
      II. Netto periodieke aflossingen 550.020 739.657 952.573 1.121.339 1.249.941 1.286.944
      a. Periodieke aflossingen conform de verbintenissen 594.897 784.534 997.450 1.166.216 1.294.818 1.331.821
      b. Periodieke terugvordering leningen 44.877 44.877 44.877 44.877 44.877 44.877
      III. Autofinancieringsmarge 72.144 181.632 277.736 369.667 244.430 665.188

      Artikel 3 - Maakt de beslissing binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      De kerkraad van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw stelde op 19/11/2025 zijn meerjarenplan 2026-2031 vast.

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld dit meerjarenplan 2026-2031 goed te keuren.

      Voorgeschiedenis
      • 11/06/2025: Overleg met het centraal kerkbestuur over het voorontwerp van de meerjarenplannen 2026-2031 (conform art. 33, laatste lid van het decreet dat van toepassing is op de kerkfabrieken), inclusief goedkeuring van de afsprakennota.
      • 18/06/2025: Vaststelling meerjarenplan 2026-2031 door de kerkraad.
      • 08/09/2025: Bijkomend overleg met kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw naar aanleiding van afwijking afspraken. 
      • 18/09/2025: Doorsturen van het  meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw door het centraal kerkbestuur via software Religiopoint.
      • 19/09/2025: Gunstig advies van het erkend representatief orgaan wat betreft het meerjarenplan 2026-2031 kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw.
      • 22/10/2025: Besluit van de gemeenteraad betreffende de weigering goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031, inclusief amendement.
      • 29/10/2025: E-mail van Agentschap Binnenlands Bestuur met antwoord op adviesvraag aangaande verplichte financiering kerkkoor.
      • 19/11/2025: Vaststelling aangepast meerjarenplan 2026-2031 door de kerkraad.
      • 25/11/2025: Overleg tussen Lode Van Looy, burgemeester, Mieke Van den Brande, schepen van cultuur, Pastoor Jan Naveld, Jan Geens, voorzitter kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Marcel Claes, voorzitter koor Onze-Lieve-Vrouw.
      • 25/11/2025: Gunstig advies bisdom.
      Feiten en context

      De kerkraad van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw keurde op 19/11/2025 een aangepast meerjarenplan 2026-2031 goed, conform de gemaakte afspraken.
      Tijdens de gemeenteraad van 22/10/2025 weigerde de gemeenteraad, na amendement, de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw. Het geformuleerde amendement heeft twee grote bezwaren:

      1. het niet correct toepassen van het decreet op de erediensten
      2. het culturele/morele aspect 

      Voor wat betreft punt 1 werd advies aangevraagd bij Agentschap Binnenlands Bestuur en deze bevestigt dat het kerkkoor geen verplicht te financieren onderdeel van de werking van het eredienstbestuur is. De voorgestelde aanpassing druist dus niet in tegen de wetgeving op het Decreet van de eredienstbesturen.

      Voor wat betreft punt 2 werd een overleg georganiseerd tussen Dhr. Lode Van Looy, burgemeester, Mevr. Mieke Van den Brande, schepen van cultuur, Pastoor Jan Naveld, Dhr. Jan Geens, voorzitter kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Dhr. Marcel Claes, voorzitter koor Onze-Lieve-Vrouw;

      • Uit de toelichting van de kerkfabriek bleek enerzijds dat er minder inkomsten zijn waardoor besparingen worden gezocht in de uitgaven. Anderzijds is de kerkfabriek de mening toegedaan zich in hoofdzaak te willen houden aan haar kernopdracht, met name instandhouding van de kerk en de kerkelijke vieringen. De kerkfabriek gaf aan dat het toekennen van vrijwilligersvergoedingen ter dekking van de onkosten van de kerkelijke zondagsvieringen tot haar ondersteuningstaak behoort. In de rand werd ook opgemerkt dat steeds maximum vergoedingen worden gevraagd, waardoor het budget voor de onkostenvergoedingen omvangrijk geworden is.
      • Vanuit de Onze- Lieve-Vrouw Parochie werd op de vergadering bevestigd dat de parochie zal tussenkomen voor de koorrepetities, die nodig zijn voor de kerkelijke vieringen.
      • De voorzitter van het Onze-Lieve-Vrouwkoor stelde vast dat door het samenleggen van de engagementen van Kerkfabriek en Parochie de beschikbare middelen ten voordele van de ondersteuning van de kerkkoren behouden blijft zoals voorheen.
      • Namens het gemeentebestuur werd nota genomen van de onkostenverdelingen en de geformuleerde oplossingen. Om de genoemde redenen, werd ter vergadering positief advies verleend voor de begrote vrijwilligersvergoeding door de kerkfabriek.

      Dit meerjarenplan en de wijzigingen zijn onderworpen aan het advies van het erkend representatief orgaan, en aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Bij ontstentenis van het versturen van zijn advies naar de gemeenteraad binnen een termijn van vijftig dagen, die ingaat de dag na het inkomen bij het representatief orgaan van het meerjarenplan, wordt deze geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht. De gemeenteraad spreekt zich uit over de goedkeuring binnen een termijn van honderd dagen, die ingaat op de dag na het inkomen van het advies van het representatief orgaan bij de gemeenteoverheid of de dag na het verstrijken van de termijn van vijftig dagen, en verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het representatief orgaan.

      Advies

      Op 25/11/2025 bracht het representatief orgaan gunstig advies uit.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Het Decreet van 07/05/2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten. 
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30/10/2013 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en de centrale besturen van de erkende erediensten.
      • De Omzendbrief BB-2013/01 van 01/03/2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
      Financiële gevolgen

      De nodige verminderde kredieten dienen opgenomen te worden in het gemeentelijk meerjarenplan 2026-2031.

        2026 2027 2028 2029 2030 2031
      exploitatietoelage € 8.756,00 € 39.948,00 € 39.948,00 € 39.948,00 € 39.948,00 € 39.948,00
      investeringstoelage € 3.500,00 € 5.600,00 € 5.500,00 € 8.000,00    

      Visum:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00338 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Onthouders: Peggy Aerts
      Resultaat: Met 22 stemmen voor, 1 onthouding
      Besluit

      Enig artikel – Keurt het meerjarenplan 2026-2031 goed, vastgesteld op 18/06/2025 door de kerkraad van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw.

    • Financiën - Budget 2026 kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw: Aktename

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      De kerkraad van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw stelde op 17/11/2025 zijn budget 2026 vast.

      Aan de gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw, gezien het past in het goedgekeurde meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek.

      Voorgeschiedenis
      • 11/06/2025: Overleg financiën en centraal kerkbestuur.
      • 18/06/2025: Vaststelling meerjarenplan 2026-2031 door de kerkraad.
      • 18/06/2025: Vaststelling budget 2026 door de kerkraad.
      • 08/09/2025: Bijkomend overleg met kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw naar aanleiding van afwijking afspraken.
      • 18/09/2025: Voorleggen budget 2026 aan het erkend representatief orgaan door de centrale kerkraad.
      • 25/09/2025: Doorsturen van het budget 2026 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw door het centraal kerkbestuur via de software Religiopoint. 
      • 22/10/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende de niet goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw.
      • 19/11/2025: Vaststelling budget 2026 door de kerkraad.
      • 25/11/2025: Gunstig advies bisdom.
      • 17/12/2025: Besluit van de gemeenteraad betreffende de goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw.
      Feiten en context

      Volgens het Decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erediensten dient de kerkfabriek het budget vóór 30 juni in te dienen bij het centraal kerkbestuur. De budgetten worden na het advies van het erkend representatief orgaan jaarlijks voor 1 oktober gecoördineerd bij de gemeenteoverheid ingediend door het centraal kerkbestuur.

      Als het budget past in het goedgekeurde meerjarenplan, neemt de gemeenteraad hiervan akte binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het budget bij de gemeenteoverheid. 

      Advies

      Op 25/11/2025: Bracht het erkend representatief orgaan gunstig advies uit.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Het Decreet van 07/05/2004, betreffende de materiële organisatie en werking van de erediensten.
      • De Omzendbrief BB-2013/01 van 01/03/2013, betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 13/10/2013, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en de centrale besturen van de erkende erediensten.
      Argumentatie

      Het budget 2026 van een kerkfabriek dient in principe vóór 01/10/2025 gecoördineerd, na advies van het bisdom, te worden ingediend door het centraal kerkbestuur bij het gemeentebestuur.

      Gezien het voorgelegde budget overeenkomt met het eerste jaar van het goedgekeurde meerjarenplan 2026-2031, dient hiervan enkel akte te worden genomen.

      Financiële gevolgen

      Er wordt een exploitatietoelage van € 8.756 en een investeringstoelage van € 3.500 voorzien in 2026.

      Deze werden in het meerjarenplan ingeschreven onder A14.02 Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw: exploitatietoelage en A14.03 Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw: investeringstoelage.

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00337 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 – Neemt akte van budget 2026, vastgesteld door de kerkraad van kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw op 19/11/2025.

      Exploitatieontvangsten 20.525,00   Investeringsontvangsten 0,00
      Exploitatieuitgaven 61.735,00   Investeringuitgaven 3.500,00
      Exploitatie voor overboekingen -41.210,00   Investeringen voor overboekingen 0,00
      Overboekingen 0,00   Overboekingen 0,00
      Exploitatie eigen financieel boekjaar -41.210,00   Investeringen eigen financieel boekjaar 0,00
      Gecorrigeerd overschot N-2 32.454,43   Overschot/tekort n-1 0,00
           K1 overschot expl rek N-2 56.231,14   Overschot/tekort investeringen 0,00
           K2 gecorrigeerd overschot budget N-1 23.776,71      
      Exploitatie voor toelage -8.755,57      
      Exploitatietoelage 8.755,57   Investeringstoelage 3.500,00
      Overschot/tekort exploitatie 0,00      

      Artikel 2 – Bezorgt dit besluit digitaal aan het Centraal Kerkbestuur Bonheiden, de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw, de gouverneur en het erkend representatief orgaan.

    • Financiën - Lijst nominatieve subsidies 2026-2031: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden
      Afwezig: Yves Goovaerts, schepen
      Jef Jacobs, gemeenteraadslid

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 de lijst van nominatief toe te kennen subsidies goed te keuren.

      Feiten en context

      De lijsten van de nominatieve toelagen werden losgekoppeld van de BBC-beleidsrapporten (meerjarenplan)zodat ze de vorm aannemen van een afzonderlijk besluit van de raad.

      Aangezien ze niet meer worden opgenomen in het meerjarenplan, kan de raad er afzonderlijk over beslissen, zonder een aanpassing van het meerjarenplan door te voeren, wat de flexibiliteit vergroot. In de documentatie bij het meerjarenplan wordt wel nog een overzicht opgenomen van de toegestane werkings- en investeringssubsidies, waaronder ook de nominatief toegekende subsidies behoren. Dat overzicht houdt echter niet langer een beslissing in, maar is louter informatief. De documentatie maakt geen deel uit van het meerjarenplan en moet enkel ter beschikking worden gesteld aan de raadsleden.

      Juridische grond
      • De wet van 14/11/1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
      • Het Decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur.
      • Het besluit van de Vlaamse Regering van 30/03/2018 over de BBC (BVR BBC).
      • Het ministerieel besluit van 26/06/2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de BBC (MB BBC). De omzendbrief KB/ABB 2019/4 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de BBC.
      • Artikel 41 §1 23° van het decreet lokaal bestuur: De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd: het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies.
      • Vaststelling op 28/11/2023 door de algemeen directeur van het organisatiebeheerssysteem: de uitgavenprocedure gemeente/OCMW/AGBPB, meer bepaald onderdeel 2.3 Subsidies, samenwerking- en beheersovereenkomsten.
      • 26/06/2019: Besluit van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn m.b.t. de vrijstelling van de voorgeschreven verplichtingen inzake controle op de toekenning en aanwending van sommige toelagen.
      Argumentatie

      De bevoegdheid voor “het toekennen van nominatieve subsidies” komt toe aan de raad. De raad moet dus een besluit nemen tot nominatieve toekenning van elke subsidie afzonderlijk. Om niet elk dossier apart voor te leggen aan de raad, wordt thans globaal een lijst van nominatief toe te kennen subsidies voorgelegd aan de gemeenteraad, die deze kan goedkeuren voor uitbetaling in 2026-2031. Wanneer bij de toekenning van deze bedragen zou afgeweken worden of wanneer een nieuwe nominatieve subsidie zou toegekend worden aan een begunstigde die niet in deze overzichtslijst is opgenomen én deze binnen de grenzen van de globale exploitatie of investeringen blijft, dient dat betreffend dossier apart aan de gemeenteraad voorgelegd te worden voor goedkeuring, zonder dat een aanpassing van het meerjarenplan vereist is.

      De gemeenteraad geeft hiermee de opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om de nominatieve subsidies uit te keren binnen het voorziene krediet per begunstigde, zoals opgenomen in de bijlage. Een nominatieve subsidie wordt uitgekeerd op basis van een (dotatie)besluit of een subsidieaanvraag en dit conform de afspraken in het organisatiebeheerssysteem, namelijk:

      • Nominatieve subsidies die van verantwoording worden vrijgesteld (≤ € 1.240) kunnen rechtstreeks aangerekend worden door de financiële dienst, waardoor de goedkeuring door college van burgemeester en schepenen / vast bureau / directiecomité van het AGBPB loopt via de goedkeuring van de verzamelstaat van de aanrekeningen.

      • Nominatieve subsidies die niet van verantwoording worden vrijgesteld (> € 1.240), dienen steeds ter goedkeuring voor betaling aan college van burgemeester en schepenen / vast bureau / directiecomité van het AGBPB worden voorgelegd.

      • Volgende subsidies/toelagen worden omwille van andere wetgeving uitgekeerd op basis van een apart raadsbesluit: 
        • de dotatie aan de hulpverleningszone; 
        • de dotatie aan de politiezone;
        • de subsidies aan de kerkfabrieken.

      Zij worden enkel ten informatieve titel opgenomen in de lijst.

      Bijzonderheden bij de besluitvorming

      De fractie N-VA stelt volgend amendement voor:

      De nominatieve subsidie voor De Rode Planeet en vzw Weyneshof verhogen van € 500 naar € 2.500.

      Dit amendement wordt met 9 stemmen voor (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs), 14 stemmen tegen (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs) niet aangenomen.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs
      Onthouders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts
      Resultaat: Met 15 stemmen voor, 6 onthoudingen
      Besluit

      Artikel 1 - Keurt de lijst met toe te kennen nominatieve subsidies 2026-2031, zoals gevoegd in bijlage goed.

      • Stemming 1a. Nominatieve subsidie voor Kerkfabriek Sint-Ludwina, raadslid Dirk Keuleers niet aanwezig.

      Met 15 stemmen voor (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs) en 7 stemmen onthouding (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) goedgekeurd. 

      • Stemming 1b. Nominatieve subsidie voor BRON, raadslid Lukas De Backer niet aanwezig.

      Met 15 stemmen voor (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs) en 7 stemmen onthouding (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) goedgekeurd. 

      • Stemming 1c. Nominatieve subsidie voor De Stieweg, raadslid Yves Goovaerts niet aanwezig.

      Met 15 stemmen voor (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs) en 7 stemmen onthouding (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) goedgekeurd. 

      • Stemming 1d. Nominatieve subsidie voor Rijmenam Explosief, raadsleden Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts en Jef Jacobs niet aanwezig.

      Met 14 stemmen voor (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs) en 6 stemmen onthouding (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts) goedgekeurd. 

      Artikel 2 - Geeft de opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om de nominatieve subsidies uit te keren binnen het voorziene krediet per begunstigde, zoals opgenomen in de lijst. Een nominatieve subsidie wordt uitgekeerd op basis van een (dotatie)besluit of een subsidieaanvraag en dit conform de afspraken in het organisatiebeheerssysteem.

      Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Opcentiemen op de onroerende voorheffing vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 opcentiemen op de onroerende voorheffing te heffen van 724,18 opcentiemen.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende de gemeentebelasting 2020-2025: Opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV).

      Feiten en context

      Voor de periode 2026-2031 wordt ten behoeve van de gemeente Bonheiden opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Het Wetboek inkomstenbelasting 1992, meer bepaald art. 464, 1°.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 13/12/2013 betreffende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, meer bepaald art. 2.1.4.0.2 en art. 3.1.0.0.4.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.01 Opcentiemen op de onroerende voorheffing.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00285 van Financiele dienst van 16 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      De gemeente heft voor de periode 2026-2031 opcentiemen op de onroerende voorheffing.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder: 

        • Opcentiemen: bijkomende belasting op het verschuldigd bedrag van een belasting van een andere overheid.
        • Onroerende voorheffing: jaarlijkse Vlaamse belasting op onroerende goederen die in het Vlaams Gewest liggen, berekend op basis van het kadastraal inkomen.

      Artikel 4 - De belastingplichtige 

      De belasting is verschuldigd door de belastingplichtige van de onroerende voorheffing.

      Artikel 5 Berekeningsgrondslag en tarief  

      De gemeente heft 724,18 opcentiemen op de onroerende voorheffing.

      Artikel 6 - Wijze van inning

      De vestiging en inning van de gemeentelijke opcentiemen gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.

      Artikel 7 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Aanvullende belasting op de personenbelasting vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een aanvullende belasting op de personenbelasting te heffen van 7,5%.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende belastingreglement op de aanvullende personenbelasting (APB) 2020-2025.

      Feiten en context

      Voor de periode 2026-2031 wordt een aanvullende belasting op de personenbelasting gevestigd ten last van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar. De belasting wordt vastgesteld op 7,5% van de, overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek inkomstenbelasting 1992 berekende grondslag, voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Het Wetboek inkomstenbelasting van 1992, meer bepaald art. 464 t.e.m. 470.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Bijzonderheden bij de besluitvorming

      De N-VA fractie stelt volgend amendement voor:

      De meerwaarde van de opbrengst van de trajectcontroles van 6% wordt in mindering gebracht op de personenbelasting.

      Dit amendement wordt met 9 stemmen voor (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) en 14 stemmen tegen (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs) niet aangenomen.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.02 Aanvullende belasting op de personenbelasting.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00284 van Financiele dienst van 16 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
      Onthouders: Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Peggy Aerts
      Resultaat: Met 14 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 3 onthoudingen
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit

      De gemeente heft een aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      De aanvullende gemeentebelasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder: 

        • Aanslagjaar: jaar waarin de aanslag gevestigd wordt.
        • Inkomstenjaar: aan het aanslagjaar voorafgaande jaar waarin de inkomsten verworven werden.

      Artikel 4 - De belastingplichtige 

      De belasting is verschuldigd door de rijksinwoner die belastbaar is in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

      Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De belasting wordt vastgesteld op 7,5% van de, overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek inkomstenbelasting 1992 berekende grondslag, voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

      Artikel 6 - Wijze van inning

      De vestiging en inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het Bestuur der Directe Belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek inkomstenbelastingen.

      Artikel 7 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Kohierbelasting op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld een kohierbelasting op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente voor de periode 2026-2031 vast te stellen.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit gemeenteraad houdende reglement kohierbelasting op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente 2020-2025: Vaststelling.

      Feiten en context

      De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd reclamedrukwerk en gelijkgestelde producten heeft een ecologische component, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente.

      Het tarief voor het drukwerk wordt vastgesteld per begonnen 100-tal exemplaren en per bladoppervlakte. Deze berekeningswijze huldigt het principe ‘de vervuiler betaalt’.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Decreet van 23/12/2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (materialendecreet).
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      • Besluit Vlaamse regering van 17/02/2021 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.11 Belasting op het verspreiden van reclamedrukwerk.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00312 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Kohierbelasting op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      De gemeente heft een kohierbelasting op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder: 

        • Huis-aan-huis verspreiding: Het systematisch achterlaten van drukwerk zonder individuele adressering in de brievenbussen van woningen, zonder dat de bestemmeling hiervoor enig initiatief heeft genomen. Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding worden niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
        • Reclamedrukwerk: Elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen, en die erop gericht is een potentieel cliënteel er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.
        • Gelijkgestelde producten: De stalen en reclamedragers van gelijk welke aard die aanzetten tot gebruik van het aangewezen product of de aangeboden dienst.

      Artikel 4 - De belastingplichtige 

      De belasting is verschuldigd door de verantwoordelijke uitgever. Wanneer de verantwoordelijke uitgever niet gekend is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf. Indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever. Wanneer er geen Belgische vestiging is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf.

      Artikel 5 - Hoofdelijkheid

      De genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, is steeds hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.

      Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief 

       De belasting wordt vastgesteld volgens onderstaande indeling per bedeling van een publicatie en dit per begonnen 100-tal bedeelde exemplaren. Het al dan niet volledig bedrukt zijn van de pagina’s geeft geen aanleiding tot belastingvermindering.

        • Bedeling van een niet-geadresseerd reclameblad met een oppervlakte groter dan 1 A4-blad (d.i. 2 A4 bladzijden), doch maximum 25 bladen of een equivalent hiervan: € 3,00 per begonnen 100-tal exemplaren met een minimum van € 70,00
        • Bedeling van een niet-geadresseerd reclameblad met een oppervlakte groter dan 1 A4-bladen doch tussen 25 bladen of een  equivalent hiervan en maximum 100 A4 bladen of een equivalent hiervan: € 6,00 per begonnen 100-tal exemplaren met een minimum van € 120,00. 
        • Bedeling van een niet-geadresseerd reclameblad met een oppervlakte groter dan 1 A4-bladen doch meer dan 100 bladen of een equivalent hiervan: € 9,00 per begonnen 100-tal exemplaren met een minimum € 180,00.

      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld tarief
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

      Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 7 - Vrijstellingen en/of verminderingen

      Zijn van de belasting vrijgesteld:

        • Publicaties van publiekrechtelijke personen
        • Publicaties van politieke, socio-culturele en sportverenigingen
        • Publicaties van scholen die gevestigd zijn op het grondgebied van de gemeente Bonheiden
        • Publicaties kleiner dan of gelijk aan 1 A4-blad

      Artikel 8 - Wijze van inning

      De belasting wordt ingevorderd met een kohier, vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

      Artikel 9 - Aangifteplicht 

      De belastingplichtigen zijn ertoe gehouden minstens 3 werkdagen voor de verspreiding spontaan aangifte te doen bij het gemeentebestuur van de gegevens benodigd voor de belastingberekening. De gemeente kan specimen van het verspreide drukwerk of van de gelijkgestelde producten opvragen.

      Artikel 10 - Belastingverhoging 

      Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 9, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.

      Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
      In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 100%  van de totale basisbelasting en afzonderlijk in het kohier en op het aanslagbiljet vermeld.

      Artikel 11 - Bezwaarmogelijkheid 

      De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

      Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

      Artikel 12 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Contantbelasting op inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Aanpassing

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Tijdens de gemeenteraad van 30/04/2025 werd de contantbelasting op inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval vanaf 01/01/2026 tot en 31/12/2031 vast te stellen. Echter, de Vlaamse Regering besliste om versneld de milieuheffing te verhogen.

      In het voorontwerp van programmadecreet wordt voorgesteld om de milieuheffing van huisvuil en bedrijfsafval gelijk te trekken (huisvuil momenteel € 16,26/ton en bedrijfsafval momenteel € 28,76/ton). Beiden worden verhoogd naar € 32/ton.

      Dankzij MBS Geel is de drogingsfactor ca. -33%, dus het effect van deze verhoging sijpelt voor 2/3de door. Dit is een extra kost voor de gemeenten van € 1,05 cent per kg afval.

      Op de mandaatgroep van 07/11/2025 was er een intergemeentelijk akkoord om deze heffing door te rekening aan de burgers door de diftar-tarieven te laten stijgen met € 0,02/kg.

      Bovendien wordt deze aanpassing gebruikt om ook de werkwijze met piekzakken aan te passen, alsook enkele definities scherper te stellen.

      Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 de contantbelasting op de ingezamelde afvalfracties van huishoudelijke en vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong in die zin aan te passen.

      Voorgeschiedenis
      • 29/01/2025: Besluit van de gemeenteraad betreffende de aanpassing (GFT-inzameling) van het reglement contantbelasting op de ingezamelde afvalfracties van huishoudelijke en vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong vanaf heden tot 31/12/2025.
      • 12/03/2025: E-mail van Vincent Volckaert, algemeen directeur IVAREM m.b.t. het aanreiken van een model vaste en variabele afvalbelasting.
      • 04/04/2025: Bijkomend overleg van de mandaatgroep IVAREM (burgemeesters) m.b.t. het doorhakken van de laatste knopen.
      • 30/04/2025: Besluit van de gemeenteraad betreffende de aanpassing van het reglement 'Contantbelasting op inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031'.
      • 03/10/2025: Principiële goedkeuring van de Vlaamse regering van Programmadecreet bij de begroting 2026.
      • 07/11/2025: Regionale mandaatgroep IVAREM.
      • 14/11/2025: IVAREM bezorgt een aangepast variabel afvalbelastingreglement.
      Feiten en context

      Het Lokaal Materialenplan 2023-2030 (LMP) werd goedgekeurd op 26/05/2023 door de Vlaamse Regering. Dit plan omvat specifieke doelstellingen om de hoeveelheid restafval te doen dalen tegen 2030.

      Europese regelgeving verplicht Vlaanderen om het bioafval uit het restafval te halen en om de eigen reductiedoelstellingen voor het restafval en recyclagedoelstellingen te behalen. Daarom voert dit Lokaal Materialenplan (LMP) de algemene verplichting in voor lokale besturen om een selectieve inzameling van alle bioafval aan te bieden aan de burger. De gemeente is verplicht om de mogelijkheid te bieden aan burgers om het bioafval (GFT) selectief aan te bieden. Aan deze inzameling en verwerking zijn kosten verbonden die doorwegen op de gemeentelijke financiën.

      Uit de bevraging over sorteergedrag (OVAM, 2021) blijkt dat de meeste respondenten beter zouden sorteren als het verschil in tarief tussen huisvuil en selectieve stromen verhoogt. Om de scheiding aan de bron aan te moedigen, is het aangewezen dat de tarieven voor GFT lager liggen dan de tarieven voor huisvuil.

      Naast de inzameling van huisvuil en GFT voorziet de gemeente ook de inzameling van volgende afvalstoffen:

      • papier & karton en PMD via huis-aan-huisinzameling;
      • textiel en hol glas via containers die op verschillende plaatsen in de gemeente zijn opgesteld;
      • grofvuil op afroep aan huis;
      • o.a. papier & karton, PMD, glas, groenafval, houtafval, oude metalen, bouw- en sloopafval, textiel, grofvuil, piepschuim, kunststoffen, matrassen, asbestcement, batterijen, KGA en AEEA via het recyclagepark.

      De verhoging van de Vlaamse milieuheffing vanaf 2026 is opgenomen in het ontwerp van programmadecreet voor het begrotingsjaar 2026, dat deel uitmaakt van de Vlaamse begroting 2026. Dit programmadecreet bevat de fiscale en beleidsmatige maatregelen die samenhangen met de begroting, waaronder aanpassingen aan bestaande heffingen zoals de milieuheffing. De milieuheffing zelf is geregeld in het Materialendecreet van 23/12/2011 (decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen). Voor de verhoging vanaf 2026 wordt dit decreet aangepast via het programmadecreet 2026 en bijhorende uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse Regering. In het voorontwerp van programmadecreet wordt voorgesteld om de milieuheffing van huisvuil en bedrijfsafval gelijk te trekken (huisvuil momenteel € 16,26/ton en bedrijfsafval momenteel € 28,76/ton). Beiden worden verhoogd naar € 32/ton. Dankzij MBS Geel is de drogingsfactor ca. -33%, dus het effect van deze verhoging sijpelt voor 2/3de door. Dit is een extra kost voor de gemeenten van € 1,05 cent per kg afval.
      De gemeente keurde een beheersoverdracht goed aan IVAREM om in te staan voor de inzameling en verwerking van het huisvuil. Op de mandaatgroep van 07/11/2025 was er een intergemeentelijk akkoord om deze heffing door te rekening aan de burgers door de diftar-tarieven te laten stijgen met € 0,02/kg.
      Bovendien wordt deze aanpassing gebruikt om ook de werkwijze met piekzakken aan te passen. Momenteel moet een burger als hij extra afval heeft, een piekzak aankopen. Dit systeem zou worden aangepast waarbij de burger contact opneemt met IVAREM en hij dit extra afval in om het even welke zak naast zijn container plaatst, waarbij het afval zal verwerkt worden aan kilo-tarief.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      • Het bestuursdecreet van 07/12/2018, betreffende de bepalingen rond de werking van overheidsinstanties en de relatie tussen de burger en de overheid.
      • De algemene bestuurlijke politieverordening, meer bepaald de artikelen betreffende het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.
      • Het Decreet van 23/12/2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en latere wijzigingen, meer bepaald:
        • Art. 26 dat de gemeente toelaat het intergemeentelijk samenwerkingsverband te machtigen om de kosten voor het beheer van huishoudelijk afval te innen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17/02/2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), en latere wijzigingen.
      • Het Lokaal Materialenplan (LMP) goedgekeurd op 26/05/2023 door de Vlaamse Regering; Het LMP geldt als uitvoeringsplan en preventieprogramma voor het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, zoals voorzien in artikels 17 en 18 van het Decreet van 23/12/2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
      Argumentatie

      De aanpassing van de afvalbelasting en het gebruik van afvalcontainers met gewichtsdiftar is gebaseerd op verschillende logische en beleidsmatige overwegingen die bijdragen aan een duurzamer afvalbeheer en een rechtvaardiger belastingstelsel.

      1. Principe van de vervuiler betaalt

      De afvalbelasting is ontworpen volgens het principe van de vervuiler betaalt, zoals vastgelegd in diverse milieuwetgevingen, waaronder het decreet van 23/12/2011, betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. Dit principe stelt dat degenen die afval produceren, verantwoordelijk zijn voor de kosten van de inzameling en verwerking ervan. Door een variabele belasting in te voeren die gebaseerd is op het gewicht van het aangeboden afval, worden inwoners gestimuleerd om hun afvalproductie te verminderen en beter te scheiden.

      2. Financiële duurzaamheid

      De kosten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval drukken zwaar op de gemeentelijke financiën. De invoering van een afvalbelasting zorgt ervoor dat deze kosten eerlijk worden verdeeld onder de gebruikers van de afvaldiensten. Dit draagt bij aan de financiële duurzaamheid van de gemeentelijke afvalbeheerprogramma's en voorkomt dat de lasten onevenredig op de algemene gemeentelijke begroting drukken.

      3. Stimulering van afvalreductie en recycling

      Door het gebruik van afvalcontainers met gewichtsdiftar worden inwoners direct geconfronteerd met de hoeveelheid afval die zij produceren. Dit systeem moedigt afvalreductie en recycling aan, omdat lagere afvalproductie en betere scheiding van recyclebare materialen direct leiden tot lagere kosten voor de gebruiker. Dit sluit aan bij de doelstellingen van het Lokaal Materialenplan 2023-2030, dat streeft naar een significante vermindering van de hoeveelheid restafval per inwoner.

      4. Transparantie en eerlijkheid

      Het gebruik van containers met een identificatiechip en een geautomatiseerd registratiesysteem zorgt voor een transparante en eerlijke manier van belastingheffing. Elke gebruiker betaalt op basis van de daadwerkelijke hoeveelheid afval die wordt aangeboden, wat leidt tot een rechtvaardiger belastingstelsel. Dit systeem voorkomt ook fraude en misbruik, omdat elke aanbieding nauwkeurig wordt geregistreerd en toegewezen aan de juiste gebruiker.

      5. Sociale rechtvaardigheid

      Er worden sociale toelagen voorzien voor gezinnen, die om medische redenen, extra afval produceren. Dit zorgt ervoor dat de belastingdruk eerlijk wordt verdeeld en dat kwetsbare groepen in de samenleving worden beschermd tegen onevenredige financiële lasten. Deze maatregel is in lijn met de sociale doelstellingen van de gemeente en draagt bij aan een inclusieve en rechtvaardige samenleving.

      6. Intergemeentelijke samenwerking

      De beheersoverdracht aan IVAREM en de afstemming van afvaltarieven binnen het samenwerkingsverband zorgen voor een efficiënter en consistenter afvalbeheer in de regio. Dit bevordert de samenwerking tussen gemeenten en zorgt voor een uniforme aanpak van afvalbeheer, wat leidt tot schaalvoordelen en een betere dienstverlening aan de inwoners.

      Financiële gevolgen

      De ontvangsten die voortkomen uit dit belastingreglement zijn in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen onder A2.10.1002 IVAREM: Variabele bijdrage: inzameling en verwerking restafval.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00322 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
      Onthouders: Peggy Aerts
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 1 onthouding
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Contantbelasting op inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      De gemeente heft een contantbelasting op de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval.

      Artikel 2 - De belastbare periode 

      De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder: 

        • onder container: ‘het aan een aansluitpunt ter beschikking gestelde en verplicht te gebruiken recipiënt voor de inzameling van afvalstoffen voorzien van een identificatiechip waardoor de identiteit van de aanbieder en het aantal aanbiedingen, alsook de aangeboden hoeveelheid afval via een geautomatiseerd systeem kunnen worden geregistreerd’
        • onder tijdelijke container: ‘de aan een inrichter van een evenement ter beschikking gestelde container(s) voor maximaal 1 maand voor het inzamelen en verwerken van afvalstoffen dat op het evenement ontstaat’
        • onder verzamelcontainer: ‘het permanent of tijdelijk voorziene ondergrondse of bovengrondse brengsysteem dat door meerdere aansluitpunten verplicht wordt gebruikt voor de inzameling van afvalstoffen door middel van een aanmeldkaart’
        • verzamelcontainers voor flexibel gebruik: ‘een verzamelcontainer die voor iedereen toegankelijk is en waarbij het mogelijk is om afvalstoffen aan te bieden met behulp van een QR-code of een ander digitaal betaalsysteem’.
        • GFT: ‘bioafval bestaande uit groente, fruit en tuinafval’.
        • GFT-cocon: ‘een bovengrondse verzamelcontainer specifiek voor de inzameling van GFT.’
        • GFT-zakjes: ‘speciaal ontworpen zakken van composteerbaar papier, bedoeld voor het verzamelen van groente-, fruit- en tuinafval (GFT) in GFT-containers en GFT-cocons omdat biologisch afbreekbare plastic zakjes, zelfs met composteerbaarheidslogo, niet toegelaten zijn bij GFT-afval omdat ze niet voldoende afbreken binnen de gebruikelijke composteringsduur’.
        • onder aansluitpunt: ‘iedere entiteit (gebouw, constructie, appartement, woongelegenheid, infrastructuur, domein, openbaar gebouw en andere) op het grondgebied van de gemeente die geïnitialiseerd is als ophaalpunt en die per ophaalpunt van afvalstoffen als dusdanig gekend is als afvalproducent en gebruikmaakt van de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake het inzamelen van afvalsoorten’
        • onder aanmeldkaart: ‘een digitale kaart met onbepaalde geldigheidsduur die ter beschikking wordt gesteld van een aansluitpunt en die de houder van de kaart toegang verleent tot een verzamelcontainer’
        • onder toegangskaart: ‘een digitale kaart met onbepaalde geldigheidsduur die ter beschikking wordt gesteld aan een aansluitpunt en die de houder van de kaart toegang verleent tot het recyclagepark’
        • onder gezin: ‘dezelfde betekenis van particuliere huishoudens als in de bepaling van de laatste algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkings- en vreemdelingenregisters’
        • onder 2de verblijf: ‘iedere natuurlijke persoon, zonder op het aansluitpunt ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister’
        • onder bedrijf: ‘ieder natuurlijke of rechtspersoon met een aansluitpunt die een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent en opgenomen is in het KBO met beperkte hoeveelheid bedrijfsafval (vergelijkbaar in hoeveelheid en samenstelling met gezinnen)
        • onder vereniging: ‘iedere natuurlijke of rechtspersoon met een aansluitpunt die opgenomen is in het verenigingsloket met beperkte hoeveelheid bedrijfsafval (vergelijkbaar in hoeveelheid en samenstelling met gezinnen)
        • onder gemeenschap/rusthuis: ‘betekenis van collectieve huishoudens in de bepaling van de laatste algemene onderrichtingen betreffende het houden van de bevolkings- en vreemdelingenregisters’
        • onder scholen: ‘Gebouwen of groepen gebouwen die zijn bestemd voor het geven van officieel onderwijs en gesubsidieerd vrij onderwijs.’
        • onder residenties: ‘de beheerder van een gebouw voor particulier gebruik als eigenaar, vereniging van mede-eigenaars of syndicus’
        • studentenverblijven: ‘een gebouw of wooneenheid die hoofdzakelijk bestemd is voor het huisvesten van studenten, en waarvan het beheer wordt gevoerd door de eigenaar, een erkende studentenhuisvestingsorganisatie, of een aangestelde beheerder’.

      Artikel 4 - De belastingplichtige 

      §1 De belastingplichtige van onder artikel 5 vermelde contantbelasting is eenieder die gebruikmaakt van de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake de inzameling aan huis van huisvuil;

      §2 De belastingplichtige van onder artikel 6 vermelde contantbelasting is eenieder die gebruikmaakt van de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake de inzameling van de daarin vermelde afvalsoorten op het recyclagepark;

      Artikel 5Berekeningsgrondslag en tarief

      De contantbelasting op de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake de inzameling aan huis van huisvuil bedraagt:

      Huisvuil

      Rolcontainers*

      0,35 euro per kg

      vermeerderd met een aanbiedingskostprijs van:
              1,00    euro per  40 liter container
              1,71    euro per 140 liter container
              2,43    euro per 240 liter container
              6,37    euro per 770 liter container
              8,79    euro per 1 100 liter container

      Verzamelcontainers*

      Verzamelcontainers zonder weegmogelijkheid:

      1,31 euro per 20 liter vulsluis

      3,94 euro per 60 liter vulsluis

       

       

      Grofvuil

      per ophaaladres

      per gewicht*

      25 euro/ophaaladres

      0,41 euro/kg*

      PMD-afval

      Blauwe PMD-zakken

      0,15 euro/60 liter zak
      0,30 euro/120 liter zak

      Verzamelcontainers

      0,05 euro/20 liter vulsluis
      0,15 euro/60 liter vulsluis

      GFT

      Rolcontainers*

      0,22 euro per kg vermeerderd met een aanbiedingskostprijs van 1,14 euro per rolcontainer van 40 liter of 140 liter

      Verzamelcontainers (GFT-cocon)*

      0,44 euro per 10 liter vulsluis

      Papieren gft-zakjes (8 liter)

      6 euro per bundel van 80 zakjes

      Plaatsing en  vervangingen bij rolcontainers en verzamelcontainer

      slot

      Plaatsen van een slot 40 euro
      Verwijderen van een slot 15 euro

      vervanging of bijkomende aanmeldkaart naast container

      15 euro per aanmeldkaart

      omruiling container

      15 euro (eerste omruiling gratis)

      vervanging of herstelling containers (incl. chip en interventie)

      46 euro per 40 liter container
      46 euro per 140 liter container
      53 euro per 240 liter container
      145 euro per 770 liter container
      235 euro per 1100 liter container
      Vervanging van enkel chip 15 euro

      plaatsingstarieven voor tijdelijke huisvuil containers

      15 euro per container van 140 liter of 240 liter
      25 euro per container van 1 100 liter

      *De belasting betreffende het inzamelen en verwerken van GFT, huisvuil via rolcontainers, verzamelcontainers, en de verwerking van grofvuil aan huis wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor waarbij in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op sep van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op september van 2025. Het zo verkregen getal wordt wiskundig afgerond op 0,01 euro.

      Artikel 6 - De contantbelasting op de (inter)gemeentelijke dienstverlening inzake de inzameling van volgende afvalsoorten op het recyclagepark bedraagt:

      Grofvuil

      Per gewicht

      0,35 euro per kg met een minimum van 3,5 euro per weging

      Per volume:
      - zetels en zitbanken
      - ander grofvuil (per volume)

      (omgerekend aan 135 kg per m³ afgerond op 0,5 euro)

      12 euro per zitplaats

      12 euro per begonnen ¼ m³

       

      Betalende zone

      (asbestcement, grond, houtafval, vlak glas, steenpuin, kalk, gips, porselein , treinbielzen)

      toegang tot de betalende zone met de wagen via slagboom

      10 euro per begonnen m³
      asbestcement is gratis tot 1 m³/jaar per gezin

      toegang tot de betalende zone te voet via draaikruis

      1 x gratis per bezoek en per gezin

       

      Gratis zone

      (papier en karton, hol glas, KGA, batterijen, textiel, oude metalen, groenafval, AEEA, herbruikbare voorwerpen, piepschuim, harde kunststoffen, matrassen, snoeihout en kleine boomstronken)

      PMD

      aan te leveren in blauwe zakken van IVAREM

      Incontinentiemateriaal

      aan te leveren in inco-zakken van IVAREM

       

      Andere artikelen/diensten

      terbeschikkingstelling van naaldcontainer

      Gratis

      ter beschikking stellen van blauwe zak

      1,50 euro per rol van 10 zakken van 60 liter

      ter beschikking stellen van inco zak*

      12,50 euro per rol van 10 zakken van 30 liter

      (indexeren afgerond op 0,5 euro)

      ter beschikking stellen van plaat-en kuubzakken voor hechtgebonden asbest

      30 euro voor de eerste zak en 20 euro per volgende zak

       

       

      extra toegang bovenop de basis toegekende 28 gratis beurten per jaar

      5 euro/bezoek

      toegangskaart per aansluitpunt

      15 euro per toegangskaart

      *De belasting betreffende het aanbieden van grofvuil op de recyclageparken per ¼ gewicht wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor waarbij in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op sep van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op september van 2025. Het zo verkregen getal wordt wiskundig afgerond op 0,01 euro.

      *De belasting betreffende het aanbieden van grofvuil op de recyclageparken per volume wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de geïndexeerde tarieven per gewicht waarbij een omrekeningsfactor van 135 kg per m³ wordt aangenomen. Het zo verkregen getal wordt wiskundig afgerond op 0,5 euro.

      *De belasting betreffende het ter beschikking stellen van incozakken op de recyclageparken wordt jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex en wel als volgt: elk bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor waarbij in de teller de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op sep van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het bedrag wordt gewijzigd, en met de noemer de afgevlakte gezondheidsindex die van toepassing was op september van 2025. Het zo verkregen getal wordt wiskundig afgerond op 0,50 euro.

      Artikel 7 - Wijze van inning

      De contantbelasting is verschuldigd als volgt:

      § 1. Diegenen die gebruikmaken van de door de gemeente voorgeschreven zakken voor inzameling aan huis zijn de in artikel 2 vermelde contantbelasting verschuldigd bij de aankoop ervan op de door de gemeente vastgestelde plaats(en). Die recipiënten zijn uitsluitend te verkrijgen in voorverpakte hoeveelheden van 10 stuks.
      § 2. Diegenen die voor de aanbreng van afvalstoffen gebruikmaken van het recyclagepark zijn de in
      artikel 3 vermelde contantbelasting verschuldigd. Wanneer het weegsysteem op het recyclagepark in storing is, zal de tariefbepaling van het aangeboden grofvuil gebeuren op basis van het aantal zitplaatsen en op basis van het aangeboden volume van het overige grofvuil.
      § 3. Diegenen die gebruikmaken van de door de gemeente voorgeschreven containers zijn de contantbelasting verschuldigd op het ogenblik dat de kipbeweging van de container en het gewicht van het meegegeven afval door de ophaalwagen worden geregistreerd. De contantbelasting wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie. Indien geen gewicht kon worden geregistreerd, wordt een bedrag voor de aangeboden kilogrammen aangerekend van overeenkomstig 3 kg bij 40 liter, 10,5 kg bij 140 liter, 18 kg bij 240 liter, 27 kg bij 360 liter, 58 kg bij 770 liter en 82,5 kg bij 1 100 liter-containers.
      § 4. Diegenen die gebruikmaken van de door de gemeente voorgeschreven aanmeldkaart voor een verzamelcontainer zijn de contantbelasting verschuldigd bij de sluiting van de vulsluis van de verzamelcontainer. De contantbelasting wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie.
      § 5. De contantbelasting voor vervanging of herstelling van containers en/of chip die door toedoen van de containergebruiker onbruikbaar zijn geworden, wordt aangerekend bij de vervanging. De contantbelasting wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie. Die contantbelasting is niet verschuldigd wanneer de containerhouder het bewijs levert dat het verlies of de beschadiging van de container niet werd veroorzaakt door of het resultaat is van enige nalatigheid van zijnentwege.
      § 6. De contantbelasting bij vervanging of bijkomende aanmeldkaart wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie bij levering of vervanging van de aanmeldkaart. Die contantbelasting is niet verschuldigd wanneer de houder van de aanmeldkaart het bewijs levert dat het verlies of de beschadiging van de aanmeldkaart niet werd veroorzaakt door of het resultaat is van enige nalatigheid van zijnentwege.
      § 7. De contantbelasting bij omruiling van een container op vraag van de containerhouder, wordt in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie bij omruiling van de container. Bij een nieuwe containerhouder zal (zullen), bij wijze van overgangsmaatregel, de container(s) op verzoek éénmalig gratis worden omgeruild.
      Indien de container niet leeg en proper wordt aangeboden op het moment van omruiling wordt voor de voorrijkosten een contantbelasting van 25 euro in mindering gebracht van de vooraf betaalde provisie.
      § 8. De contantbelasting voor het plaatsen en verwijderen van een slot op de container op verzoek van de containerhouder, wordt afgetrokken van de vooraf betaalde provisie bij het aanbrengen resp. verwijderen van het slot.
      § 9. De contantbelasting voor het plaatsen van tijdelijke containers wordt aangerekend bij de levering. Indien de containers bij ophaling vuil zijn, wordt een contantbelasting aangerekend van 15 euro per container van 140 liter of 240 liter en 25 euro per container van 1 100 liter.

      Artikel 8 - De drempelbedragen en betalingsuitnodigingen worden vastgesteld als volgt:

      § 1. Bij een eerste betalingsuitnodiging voor de vooraf te betalen provisie wordt 40 euro aangerekend die binnen een termijn van twee weken vanaf ontvangst van de betalingsuitnodiging op het vermelde rekeningnummer gestort moet worden. Dit bedrag wordt verhoogd met 20 euro indien de huisvuilinzameling ook via containers gebeurt.
      § 2. Van zodra het drempelbedrag van 15 euro is bereikt, wordt een aanvulling van de provisie verwacht. De provisie wordt aangevuld volgens het geraamde gebruik voor het volgende jaar, gebaseerd op de historiek van het aansluitpunt van de afgelopen 3 maanden. Indien de historiek korter is dan 3 maanden, dan is het bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging vastgesteld op 60 euro. De gebruiker stort dat bedrag binnen een termijn van twee weken vanaf de ontvangst van de betalingsuitnodiging op het vermelde rekeningnummer. De aanvulling van de provisie bedraagt maximaal 100 euro per aansluitpunt en wordt verhoogd met een openstaande schuld.
      § 3. De container wordt geledigd zolang de provisie niet lager is dan 0 euro. De verzamelcontainers en recyclageparken blijven toegankelijk zolang de provisie de 0 euro niet bereikt.

      Artikel 9 - De terugbetaling wordt vastgesteld als volgt:

      Bij verhuis buiten het werkingsgebied van IVAREM of overlijden van de alleenwonende wordt het nog beschikbare bedrag van de voorafbetaalde provisie door IVAREM teruggestort op het laatst gekende rekeningnummer.

      De containers en aanmeldkaarten worden voor verder gebruik geblokkeerd.

      Artikel 10 - De intergemeentelijke inning is vastgesteld als volgt:

      De vermelde contantbelastingen worden geïnd door het intergemeentelijk samenwerkingsverband IVAREM.

      Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

      Artikel 11 - Diverse bepalingen

      De containers zijn eigendom van IVAREM. De container bevat een ingebouwde elektronische gegevensdrager waardoor de identiteit van de gebruiker gekend is. De containers behoren toe aan de fysische locatie (gebouw, infrastructuur of domein) van het aansluitpunt.

      Bij gezinnen en 2de verblijven zijn de volgende toekenningsregels voor de containers van toepassing per aansluitpunt:

        • Het standaardvolume voor de container is 140 liter bij huisvuil en GFT en 240 liter bij papier en karton.
        • De standaardcontainer voor huisvuil kan worden omgewisseld naar een container van 40 of 240 liter.
        • De standaardcontainer voor GFT kan worden omgewisseld naar een container van 40.
        • Maximaal 2 containers van 140 liter bij GFT per aansluitpunt.
        • Maximaal 1 container bij PK per aansluitpunt
        • Maximaal 1 container van ofwel 140 liter ofwel 240 liter bij huisvuil per aansluitpunt
        • Meerdere containers van 40 liter bij huisvuil tot een maximum van drie zijn mogelijk bij:
          • appartement, studio, aaneensluitende bebouwing, serviceflats zonder mogelijke berging
          • woning verder dan 50 meter gelegen van de openbare weg die bediend wordt tijdens de reguliere inzameling
          • Afwijkingen op deze toewijzingsregels worden enkel toegestaan door de gemeente, mits afdoende motivering.
        • Gezinnen kunnen gezamenlijk een 770 liter voor PK aanvragen

      Bedrijven en verenigingen mogen enkel vergelijkbaar afval aanbieden in het gemeentelijk inzamelcircuit voor zover dit in hoeveelheid en samenstelling vergelijkbaar is met particulieren. Bedrijven en verenigingen kunnen in dit circuit bijgevolg enkel een huisvuilcontainer van 140 liter ontvangen. Een GFT container wordt enkel toegestaan als aanvulling bij een huisvuilcontainer.

      Artikel 12 - Gemeenschappen, scholen en residenties kunnen meerdere en grotere afvalcontainers aanvragen.

      De toegang tot de recyclageparken verloopt via het ‘HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE RECYCLAGEPARKEN VAN IVAREM’ terug te vinden op de website www.ivarem.be en op de aanplakborden aan de ingang van het recyclagepark.

      Artikel 13 - Bezwaarmogelijkheid

      De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval)  bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 

      Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. 

      Artikel 14 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.   

      Artikel 15 - Bekendmaking / Melding aan toezichthoudende overheid 

      De bekendmaking gebeurt overeenkomstig artikel 285 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 hiervan dezelfde dag op de hoogte. 

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Toelagereglement in relatie tot de contantbelasting op de ingezamelde afvalfracties van huishoudelijke en vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong 2026-2031: Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      De gemeente wil inwoners, die om medische redenen extra afval produceren, een sociale toelage verlenen voor de variabele afvalbelasting.

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een toelagereglement vast te stellen tot toekenning van een toelage aan personen die om medische redenen extra afval veroorzaken en aan onthaalouders of erkende opvanggezinnen, volgens een bewijs afgeleverd door Kind en Gezin of door het OCMW.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2019: Toelagereglement in relatie tot het belastingreglement op de ingezamelde afvalfracties van huishoudelijke en vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong 2020-2025.
      • 29/01/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing contantbelasting op de ingezamelde afvalfracties van huishoudelijke en vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong vanaf heden tot 31/12/2025 (GFT-inzameling).
      • 30/04/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling contantbelasting op inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
      • 18/06/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing contantbelasting op de ingezamelde afvalfracties van huishoudelijke en vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong vanaf heden tot 31/12/2025 (GFT-inzameling-zakjes).
      • 17/12/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing contantbelasting op inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
      Feiten en context

      Voor bepaalde bevolkingsgroepen betekent het Diftarsysteem een aanzienlijke meerkost.

      Het komt derhalve billijk voor een sociale correctie aan te brengen voor incontinente patiënten, erkende opvanggezinnen en stomapatiënten en een financiële tegemoetkoming op de passende diftarrekening voor hen te voorzien.

      IVAREM voorziet een gerichte vermindering van € 30 per belastingjaar en per gezin. Ook gezinnen met een gezinslid dat om medische redenen meer afval produceert (nierdialyse, stoma, incontinentie, huidaandoening, ...), kunnen na voorlegging van een medisch attest vermindering krijgen.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De Grondwet, inzonderheid art. 170,§3 en §4 betreffende de fiscale autonomie van provincies en gemeenten.
      • De Wet van 14/11/1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen gewijzigd bij decreten van 30/05/2010 en 17/02/2012.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, inzonderheid art. 41,23° dat bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies.
      • De Omzendbrief KB/ABB 2019/4 over de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
      Argumentatie

      Deze tegemoetkoming steunt op billijkheidsoverwegingen.

      Financiële gevolgen

      De nodige kredieten worden in het meerjarenplan 2026-2031 voorzien op boekhoudsleutel A2.10.1018/0300-00/6491000.

      Visum:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00336 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het toelagereglement in relatie tot de contantbelasting op inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 vast als volgt:

      Artikel 1 - Doel

      De gemeente wil inwoners die om medische redenen extra afval produceren een sociale toelage verlenen voor de variabele afvalbelasting.

      Artikel 2 - Doelgroep

      Voor de toelage komen in aanmerking:

      Personen die om medische redenen extra afval veroorzaken:

        • Personen met chronische incontinentie, die eveneens houder zijn van een attest en/of begunstigde zijn van een tegemoetkoming:
          • Katzschaal thuisverpleging met score 3 of 4 voor het criterium incontinentie en toiletbezoek
          • Tegemoetkoming incontinentie VAPH
          • Attest ziekenfonds onbehandelbare incontinentie
          • Attest ziekenfonds incontinentieforfait voor zwaar zorgbehoevende
          • Erkenning van handicap met score 3 of meer voor persoonlijke hygiëne van FOD Sociale Zekerheid
        • Personen met een stoma
        • Personen die thuisdialyse toepassen
        • Personen met een huidaandoening met blaarvorming en loskomende opperhuid of een andere huidaandoening die overmatig gebruik van verzorgingsmateriaal tot gevolg heeft

      Onthaalouders of erkende opvanggezinnen volgens een bewijs afgeleverd door Kind en Gezin of door het OCMW.

      Artikel 3 - Voorwaarden

      De gemeente verleent een toelage onder de volgende voorwaarden:

        • Inwoner zijn op 1 januari van het betrokken belastingjaar.
        • Behoren tot minimaal één van de categorieën van artikel 2 op 1 januari van het betrokken belastingjaar.
        • Na voorlegging van het attest (ziekenfonds, Vlaams Agentschap of arts) bij het gemeentebestuur.
        • Personen die verblijven in een instelling, rust- of verzorgingstehuis of deel uitmaken van een woon-leef gemeenschap komen niet in aanmerking voor deze toelage.
        • Het verlenen van de subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die het college van burgemeester en schepenen voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14/11/1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.

      Artikel 4 - Bedragen

      De toelage bedraagt € 30 per belastingjaar en per gezin en wordt in één deel uitbetaald. Het bedrag wordt op de DIFTAR provisie rekening van de begunstigde overgemaakt.

      Artikel 5 - Procedure

      De belastingplichtige doet een aanvraag via het aanvraagformulier terug te vinden op de gemeentelijke website. Deze aanvraag moet jaarlijks ingediend worden voor 30 september.

      Artikel 6 - Inwerkingtreding

      Dit besluit treedt in werking op 01/01/2026 tot uiterlijk 31/12/2031 en heft elk voorgaande ten deze op, meer bepaald het reglement inzake sociale toelage bij belasting op het inzamelen en verwerken van afvalstoffen, goedgekeurd door de gemeenteraad van 18/12/2019.

      Artikel 2 - Maakt dit reglement binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Contantbelasting op het verwijderen van sluikstorten, opruimen van zwerfvuil en op het uitvoeren van werken voor of in plaats van derden vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een contantbelasting op het verwijderen van sluikstorten, opruimen van zwerfvuil en op het uitvoeren van werken voor of in de plaats van derden vast te stellen. De opgenomen bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het reglement contantbelasting op het verwijderen van sluikstorten, opruimen van zwerfvuil en op het uitvoeren van werken voor of in de plaats van derden 2020-2025.

      Feiten en context

      Het politiereglement bevat diverse verplichtingen voor burgers opgelegd in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en hygiëne en het voorkomen van openbare overlast. Sancties zijn tevens voorzien.

      Het gebeurt echter vaak dat zulke overtredingen een interventie van de gemeente noodzakelijk maakt in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en hygiëne. Deze interventies brengen bijkomende kosten met zich mee, welke verhaald dienen te worden op de overtreder. Hiertoe dient een belastingreglement op het verwijderen van sluikstort, opruimen van zwerfvuil en uitvoeren van werken voor of in de plaats van derden, te worden vastgesteld.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      • Het gemeentelijk politiereglement.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A2.10.5101 Contantbelasting verwijderen sluikstort, opruimen zwerfvuil en uitvoeren werken voor of i.p.v. derden.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00304 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Contantbelasting op het verwijderen van sluikstorten, opruimen van zwerfvuil en op het uitvoeren van werken voor of in plaats van derden vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      De gemeente heft een contantbelasting op het verwijderen van sluikstorten, opruimen van zwerfvuil en op het uitvoeren van werken voor of in plaats van derden.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - De belastingplichtige 

      De belasting is verschuldigd door de persoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk op de toepasselijke bepalingen in het gemeentelijk politiereglement, welke een ambtshave tussenkomst van de gemeente noodzaakt met het oog op de bescherming van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en hygiëne en het voorkomen van openbare overlast. In voorkomend geval is de belasting verschuldigd door de wettelijk vertegenwoordiger van de belastingschuldige. De daartoe beëdigde aangestelden zijn gemachtigd alle inbreuken vast te stellen.

      Artikel 4 - Hoofdelijkheid

      Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

      Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De verschuldigde belasting wordt als volgt vastgesteld:

        • Ambtshalve interventie door personeel van de gemeente: met een minimum totaal van € 125
          • administratieve kost: € 50
          • uitvoeringskost: € 50 per begonnen uur/ per arbeider
          • zaterdagsupplement uitvoeringskost: + 150%
          • zon- en feestdagen supplement uitvoeringskost: + 200%
          • nachtsupplement ( tussen 22u en 6u) uitvoeringskost: + 200%
          • vervoerskost per begonnen uur/ per voertuig:
            • bestelwagen: € 30
            • vrachtwagen: € 45
            • tractor: € 45
            • veegmachine klein: € 90
            • veegmachine groot: € 110
            • graafkraan: € 125
          • afvalverwerkingskost indien afval moet verwerkt worden: € 0,25/ kg
          • stockagekost indien gestockeerd moet worden: € 0,15/ m2/ dag
        • Ambtshalve interventie via opdracht toevertrouwd aan derden:
          • administratieve kost: € 125
          • uitvoeringskost: factuurbedrag van de derde
        • Ambtshalve interventie door zowel eigen personeel en materieel van de gemeente, als van een derde:
          • zelfde bedragen
          • administratieve kost: € 125
        • Verwijderen van zwerfvuil en/of verwijderen van op een verkeerd tijdstip aangeboden huishoudelijke afvalstoffen in een correct afvalrecipiënt op het correct perceel:
          • forfaitaire kost: € 50
      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)
      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag
      aanvangsindexcijfer (november 2025)
      Waarbij:
        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)
      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.

      De belasting wordt gevorderd onverminderd strafrechtelijke of administratiefrechtelijk vervolging.

      Artikel 6 - Wijze van inning

      De belasting wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een betaalverzoek.  Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting. 

      Artikel 7 - Bezwaarmogelijkheid 

      De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

      Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

      Artikel 8 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Belasting op de valse alarmmeldingen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op valse alarmmeldingen. 

      Als aanslagvoet wordt een bedrag van € 155 met een jaarlijkse indexaanpassing voorgesteld.

      Voorgeschiedenis

      30/06/2021: Besluit van de gemeenteraad betreffende de vaststelling van het belastingreglement op valse alarmmeldingen tot en met 2025.

      Feiten en context

      Op voorstel van de politiezone BODUKAP werd in 2021 een nieuw belastingreglement ingevoerd op valse alarmmeldingen.
      De politiezone BODUKAP wordt regelmatig geconfronteerd met valse alarmmeldingen. Elke alarmmelding wordt steeds ernstig genomen en onderzocht met de nodige aandacht en mankracht. Als achteraf blijkt dat dit om een valse melding ging, is er steeds veel tijd, geld en energie verloren gegaan. Bovendien ondermijnt dit de mogelijkheden om echte alarmmeldingen snel en adequaat te onderzoeken.
      Voor de toepassing van het reglement wordt verstaan onder:

      • een valse alarmmelding: elke alarmmelding ten gevolge van een alarmsignaal dat niet het gevolg is van een inbraak of een poging daartoe;
      • gebruiker van de alarminstallatie: een natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging die het genot heeft van de alarminstallatie.

      De belasting zal worden geheven vanaf de derde interventie binnen een periode van één jaar ten gevolge van de in dit reglement opgenomen alarmmeldingen per installatie.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.05 Belasting op vals alarm.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00283 van Financiele dienst van 16 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op de valse alarmmeldingen' vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      De gemeente heft een belasting op de valse alarmmeldingen en alarmmeldingen waarbij binnen de tijdspanne van aankomst bij de plaats van het alarm afgesproken met de politiediensten, de gebruiker, een contactpersoon of een bewakingsagent niet aanwezig is.

      De belasting zal worden geheven vanaf de derde interventie binnen een periode van één jaar ten gevolge van de in dit reglement opgenomen alarmmeldingen per installatie.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder: 

        • Valse alarmmelding: elke alarmmelding ten gevolge van een alarmsignaal dat niet het gevolg is van een inbraak of een poging daartoe of een alarmmelding waarbij binnen de tijdspanne van aankomst bij de plaats van het alarm afgesproken met de politiediensten de gebruiker, een contactpersoon of een bewakingsagent niet aanwezig is.
        • Gebruiker van de alarminstallatie: een natuurlijk persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging die het genot heeft van de alarminstallatie.

      Artikel 4 - De belastingplichtige 

      De belasting valt ten laste van de persoon, de rechtspersoon of de feitelijke vereniging als gebruiker van de alarminstallatie.

      Artikel 5 - Hoofdelijkheid

      Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

      Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 155,00 per nodeloos alarm.

      Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD                Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijft het bedrag op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 7 - Wijze van inning

      De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of via overschrijving na ontvangst van een betaalverzoek. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.

      Artikel 8 - Bezwaarmogelijkheid 

      De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag  bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

      Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

      Artikel 9 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op het vervoer van personen met politievoertuig (combitaks). Als aanslagvoet wordt € 110 vastgesteld, met een jaarlijkse indexaanpassing.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende de belasting op het vervoer van personen met politievoertuig 2020-2025.

      Feiten en context

      Het artikel 93, 4° van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken (Koninklijk Besluit van 28/12/1950 houdende het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken) bepaalt dat in alle gevallen ten laste van de Staat komen, de kosten van overbrenging van verdachten, beschuldigden en veroordeelden en van personen die ter beschikking van de regering zijn gesteld, en dit zonder verhaal op de veroordeelde partijen. 

      Onder bepaalde voorwaarden bestaat de noodzaak om de door de gemeente gemaakte kosten te laten vergoeden van het vervoer van dronken personen of van personen die gedragingen stelden, die de levenskwaliteit van de inwoners kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt, waardoor de normale last die het leven in de samenleving onvermijdelijk met zich meebrengt, wordt overstegen.
      Eenvoudig gezegd komt het er op neer dat deze belasting is ingegeven door het feit dat bovenstaand vervoer de werklast van het politiepersoneel verzwaart, waardoor andere taken van de politie in het gedrang kunnen komen. Het is dus billijk om een deel van die vervoerskosten te laten vergoeden.
      Bijkomend wordt er ingezet om minderjarigen vrij te stellen van deze belasting en een begeleidingstraject te voorzien. Indien dit begeleidingstraject niet (voldoende) wordt gevolgd, komt deze vrijstelling te vervallen.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Het Koninklijk Besluit van 28/12/1950, houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, meer bepaald:
        • Art. 93, 4° dat bepaalt dat in alle gevallen ten laste van de Staat komen, de kosten van overbrenging van verdachten, beschuldigden en veroordeelden en van personen die ter beschikking van de regering zijn gesteld, en dit onder verhaal op de veroordeelde partijen.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • De Wet van 07/12/1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst op twee niveaus voor bepaalde opdrachten van bestuurlijke politiediensten, meer bepaald:
        • Art. 90 dat bepaalt dat de gemeenteraad of de politieraad kan een reglement vaststellen betreffende de inning van een vergoeding voor opdrachten van bestuurlijke politie van de lokale politie.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41, §14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • De Wet van 15/05/2007 betreffende de civiele veiligheid, meer bepaald:
        • Art. 107 dat bepaalt dat voor de uitvoering van de opdrachten inzake veiligheid op het grondgebied van zijn gemeente kan de burgemeester beroep doen op de middelen van de posten van de zones.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      De opbrengsten van deze belasting worden via de jaarlijkse dotatie aan de politiezone BODUKAP doorgestort.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.04 Belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig (zgn. combitaks).

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00282 van Financiele dienst van 16 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      De gemeente heft een belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig wegens

        • openbare dronkenschap of vermoedelijke alcoholintoxicatie ten gevolge van een positieve ademanalyse of weigering van een ademanalyse.
        • het veroorzaken van overlast, dit is gedragingen stellen die de levenskwaliteit van de inwoners kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt, waardoor de normale last die het leven in de samenleving onvermijdelijk met zich meebrengt, wordt overstegen.
        • bestuurlijke aanhouding om welke reden dan ook.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder: 

        • Rit: als rit dient verstaan te worden het traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming is gebracht. De eindbestemming is de meest aangewezen eindbestemming naargelang het geval (politiecommissariaat, thuis, bij de meerderjarige die het ouderlijk gezag of feitelijk toezicht uitoefent, verpleeginstelling, amigo …).

      Artikel 4 - De belastingplichtige 

      De belasting valt ten laste van de vervoerde persoon of in voorkomend geval, van de voor hem burgerlijk verantwoordelijke persoon. Zij is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming bereikt heeft.

      Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 110 per rit en per vervoerd persoon.

      Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijft het bedrag op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 6 - Vrijstellingen en/of verminderingen

      De belasting is niet verschuldigd bij

        • het vervoer van minderjarigen of
        • gerechtelijk aangehouden personen bedoeld in artikel 93, 4° van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken.

      Artikel 7 - Wijze van inning

      De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of via overschrijving na ontvangst van een betaalverzoek.  Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.

      Artikel 8 - Bezwaarmogelijkheid 
      De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

      Artikel 9 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Belasting op tweede verblijven vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op tweede verblijven. Als aanslagvoet wordt € 1.000 per tweede verblijf voorgesteld, met een jaarlijkse indexatie.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2019: Besluit gemeenteraad houdende belasting op tweede verblijven 2020-2025.
      • 10/11/2025: E-mail van Sophie Aerts, juriste Igemo, aangaande aanlevering modelreglementen tweede verblijven zowel wat betreft belasting als registratie.
      Feiten en context

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op tweede verblijven. De aanslagvoet wordt geactualiseerd en voorgesteld op € 1.000 per tweede verblijf. Dit bedrag stemt meer overeen met het bedrag van de ons omringende gemeenten.

      Tevens dient dit reglement gelezen te worden samen met het belastingreglement op leegstand. Uit ervaring blijkt dat meermaals getracht wordt een leegstaande woning te kwalificeren als een tweede verblijf, waardoor er een aanvoelen is dat een aangifte van een tweede verblijf een manier was om de heffing op leegstand te vermijden. Bijgevolg is het van belang het bedrag van de heffing tweede verblijven te verhogen en meer in de grootorde van de belasting op leegstand te brengen.

      Omwille van een arrest van het Hof van Cassatie van 2023 wordt in het reglement expliciet een uiterste datum van aangifte van tweede verblijf opgenomen.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Bijzonderheden bij de besluitvorming

      De N-VA fractie vraagt de voorzitter dit punt te verdagen naar de volgende zitting.

      Dit voorstel wordt met 7 stemmen voor (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) en 16 stemmen tegen (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs) niet aangenomen.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.16 Belasting op tweede verblijven.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00323 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
      Onthouders: Peggy Aerts
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 1 onthouding
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'belasting op tweede verblijven vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      Het belastbaar feit is de opname van het tweede verblijf in het register van tweede verblijven. Zolang een tweede verblijf niet uit het register van tweede verblijven is geschrapt, blijft de belasting elk nieuw aanslagjaar verschuldigd.

      De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de bepaling van de aanslag. Bij de eerste opname van een tweede verblijf in het register van tweede verblijven, is de belasting evenwel voor de gehele aanslagjaar verschuldigd vanaf de datum van opname in het register.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 31 december 2031 wordt ten behoeve van de gemeente, onder de navolgende voorwaarden, een jaarlijkse belasting gevestigd op tweede verblijven.

      Artikel 3 - Definities

      De definities opgenomen in artikel 1 van het reglement op de registratie van tweede verblijven, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 17 december 2025, zijn van toepassing.

      Artikel 4 - De belastingplichtige 

      De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigden van het tweede verblijf ten tijde van het belastbaar feit.

      Indien er sprake is van meerdere zakelijk gerechtigden of van een tweede verblijf in onverdeeldheid, is elke zakelijk gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval van overlijden wordt de belasting gericht ten aanzien van de nalatenschap.

      In geval van eigendomsoverdracht of vestiging of overdracht van een zakelijk recht op het tweede verblijf is de nieuwe zakelijk gerechtigde de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari die volgt op de datum waarop de eigendomsoverdracht of de vestiging of overdracht van het zakelijk recht op het tweede verblijf heeft plaatsgehad. De overdrager is verplicht om de overdracht te melden overeenkomstig artikel 9 van het reglement op de registratie van tweede verblijven.

      Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De belasting wordt vastgesteld op € 1.000 per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar en voor het ganse belastingjaar verschuldigd.

      Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)
      Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijft het bedrag op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 6 - Wijze van inning

      De belasting wordt ingevorderd met een kohier. Het kohier wordt opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

      Artikel 7 - Aangifteplicht 

      De belastingplichtige moet  een aangifte van het tweede verblijf indienen bij het gemeentebestuur conform artikel 3 van het reglement op de registratie van tweede verblijven.

      Artikel 8 - Belastingverhoging 

      In het geval van de ambtshalve opname, bedoeld in artikel 4 van het reglement op de registratie van tweede verblijven wordt de belasting verhoogd met een bedrag van € 125 bij een eerste overtreding, € 250 bij een tweede overtreding en € 375 bij een derde en vierde overtreding met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt. Vanaf de vijfde opeenvolgende overtreding zal de belastingverhoging € 750 bedragen.

      Artikel 9 - Betalingstermijn

      De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

      Artikel 10 - Administratieve geldboete

      Een administratieve geldboete van € 500 wordt opgelegd aan de belastingplichtige die:

        • weigert inzage te geven in documenten(boeken en bescheiden) die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting (in kader van controle en onderzoek);
        • weigert toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend, aan de personeelsleden die hiervoor zijn aangesteld. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid worden geboden vaststellingen te doen.
      Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.

      Artikel 11 - Bezwaarmogelijkheid 

      De belastingplichtige kan tegen de belastingaanslag bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

      Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Indien de belastingplichtige wenst gehoord te worden dient hij daar uitdrukkelijk om te vragen in zijn bezwaarschrift.

      Artikel 12 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Registratie van tweede verblijven vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een reglement op de registratie van tweede verblijven vast te stellen.

      Voorgeschiedenis

      10/11/2025: E-mail van Sophie Aerts, juriste IGEMO, m.b.t. voorstel ontwerpreglement tweede verblijven voor zowel wat betreft de belasting- als wat betreft het registratiereglement.

      Feiten en context

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op tweede verblijven. Om deze belasting te kunnen heffen dienen tweede verblijven geïnventariseerd te worden in een gemeentelijk register. Hiertoe dient een registratiereglement vastgesteld te worden met betrekking tot de definitie van een tweede verblijf en de minimale kwaliteitseisen waaraan dit verblijf dient te voldoen, de vaststelling van het tweede verblijf, de meldingsplicht, opname in en schrapping uit het register en het administratief beroep tegen beslissingen tot opname of schrapping van een tweede verblijf.

      Omwille van een arrest van het Hof van Cassatie van 2023 wordt in het reglement expliciet een uiterste datum van aangifte van tweede verblijf opgenomen.

      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'registratie van tweede verblijven vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      1. ALGEMEEN

      Artikel 1 - Definities

      Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder de volgende begrippen:

        • Aangifteplichtige: de zakelijk gerechtigde en eenieder die het tweede verblijf kan betrekken op 1 januari van het jaar volgend op de eerste ingebruikname van de woongelegenheid als tweede verblijf, hetzij als zakelijk gerechtigde, hetzij als huurder of in welke hoedanigheid ook.
        • Beroepsinstantie: het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid m.b.t. een administratief beroep tegen de beslissing tot opname in of schrapping uit het register van tweede verblijven.
        • Beveiligde zending: een zending per aangetekende post, een elektronische aangetekende zending, hetzij een zending met afgifte tegen ontvangstbewijs.
        • Intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid: Intergemeentelijke Vereniging voor Ontwikkeling van het Gewest Mechelen en Omgeving (Igemo) publieke rechtspersoon die de vorm van een dienstverlenende vereniging overeenkomstig het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur heeft aangenomen.
        • Register van tweede verblijven: het gemeentelijk register dat bestaat uit een inventaris van tweede verblijven, opgemaakt als digitaal bestand.
        • Registerbeheerder: het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid dat door het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het register van tweede verblijven.
        • Tweede verblijf: Elke private woongelegenheid, woning, appartement, weekendhuisje, chalet, met chalet gelijkgestelde caravan en alle andere vaste woongelegenheden die voor de eigenaar of voor de huurder ervan niet tot hoofdverblijf dient maar die op elk ogenblik door hen voor bewoning kan worden gebruikt en waar niemand is ingeschreven voor het hoofdverblijf in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente Bonheiden. Als tweede verblijf worden niet beschouwd:
          • de lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor de uitoefening van een beroepsactiviteit;
          • garages;
          • tenten;
          • verplaatsbare caravans;
          • woonaanhangwagens.

      Het tweede verblijf moet bovendien voldoen aan volgende voorwaarden inzake woonkwaliteit:

          • woning is vlot toegankelijk;
          • volledig of gedeeltelijk bemeubeld;
          • aangesloten op de nutsvoorzieningen;
          • aanwezigheid van sanitaire voorzieningen;
          • minimale infrastructuur tot kook- en slaapgelegenheid.

      Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

          • Volle eigendom;
          • Het recht van opstal of van erfpacht, inclusief onderopstal en ondererfpacht;
          • Het vruchtgebruik, inclusief recht van bewoning en ondervruchtgebruik.

      2. HET REGISTER VAN TWEEDE VERBLIJVEN

      Artikel 2 - Het register van tweede verblijven

      De gemeente houdt een register van tweede verblijven bij, waarin minimaal de volgende gegevens worden opgenomen:

        • het adres van het tweede verblijf;
        • de kadastrale gegevens van het tweede verblijf;
        • de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijk gerechtigde(n);
        • het nummer en de datum van de administratieve akte.

      Artikel 3 - Aangifteplicht

      §1. De aangifteplichtige moet ten laatste op 30 april van het jaar volgend op de eerste ingebruikname van een woongelegenheid als tweede verblijf, een aangifte indienen bij de registerbeheerder op een door de gemeente ter beschikking gesteld formulier.
      §2. De aangifte wordt per beveiligde zending verstuurd aan het volgende adres: Jacques Morrensplein 10 te 2820 Bonheiden. De aangifte kan eveneens per mail worden ingediend op volgend mailadres: financien@bonheiden.be.

      Artikel 4 - Ambtshalve opname

      Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn overeenkomstig artikel 3 van dit reglement, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt het onroerend goed door de registerbeheerder ambtshalve ingeschreven in het register van tweede verblijven, dit op basis van de gegevens waarover de registerbeheerder beschikt en de indicaties vermeld in artikel 5, §2 van dit reglement.

      Artikel 5 - Vaststelling van tweede verblijf

      §1. De door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in de artikelen 5 en 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.
      §2. Of een woongelegenheid een tweede verblijf is, wordt getoetst aan de volgende indicaties:

        • het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister op het adres van de woning;
        • de woning is afgewerkt;
        • de woning is helemaal of gedeeltelijk bemeubeld;
        • de woning is aangesloten op de nutsvoorziening en heeft een verbruik dat minstens ¼ bedraagt van het gangbare verbruik (op jaarbasis) van een gezin van gelijke grootte;
        • de woning heeft sanitaire voorzieningen;
        • de woning is uitgerust om er te eten en te slapen.

      Aan alle indicaties dient voldaan te worden. Een tweede verblijf is immers geen leegstaande woning. Een tweede verblijf wordt daadwerkelijk gebruikt als woning en is ook zo ingericht en uitgerust.

      Artikel 6 -  Opname in het register van tweede verblijven

      De registerbeheerder maakt met betrekking tot het tweede verblijf een genummerde administratieve akte op. Dit op basis van de aangifte vermeld in artikel 3 van dit reglement, dan wel, wat betreft de ambtshalve opnamen na een controle ter plaatse en toetsing aan de indicaties vermeld in artikel 5, §2 van dit reglement. In geval van een ambtshalve opname worden de vaststellingen gestaafd met minstens één foto en een beschrijvend verslag waarin de passende objectieve indicaties van tweede verblijf worden opgenomen.
      De datum van de administratieve akte geldt als datum van opname in het register.

      Artikel 7 - Kennisgeving van de opname in het register van tweede verblijven

      §1. De beslissing tot opname van de woning in het register van tweede verblijven wordt, per beveiligde zending door de registerbeheerder ter kennis gebracht aan de zakelijk gerechtigde(n) die bij de gemeente gekend zijn.
      Indien een tweede verblijf in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende zakelijk gerechtigden, betekent de registerbeheerder een administratieve akte aan elke zakelijk gerechtigde die bij de gemeente gekend is.
      De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van het tweede verblijf waarop de administratieve akte betrekking heeft.
      §2. Deze kennisgeving bevat tevens:

        • de administratieve akte en, in geval van een ambtshalve opname, het beschrijvend verslag;
        • informatie met betrekking tot:
          • de gevolgen van de opname;
          • de beroepsprocedure tegen opname in het register van tweede verblijven;
          • de mogelijkheid tot schrapping uit het register van tweede verblijven.

      Artikel 8 - Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over opname in het register van tweede verblijven

      §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending of per e-mail en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot opname, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
      §2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn

        • een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per e-mail;
        • gemotiveerd zijn;
        • de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde, of van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

      En minstens de volgende gegevens bevatten:

        • de identiteit en het adres van de indiener;
        • het nummer van de administratieve akte;
        • het adres van het tweede verblijf waarop het beroepschrift betrekking heeft;
        • alle bewijsstukken (minstens één) op basis waarvan wordt aangevoerd dat de opname in het register van tweede verblijven onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;
        • een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek.

      Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor een beroep tegen de opname in het register van tweede verblijven, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning.
      §3. De zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd. Dit kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1 van dit artikel, niet is verstreken.

      §4. De registerbeheerder registreert elk beroepschrift in het register van tweede verblijven.

      §5. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

        • het is te laat ingediend;
        • het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;
        • het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform §2 van dit artikel.

      §6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).
      Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
      §7. De beroepsinstantie doet uitspraak over de ontvankelijke beroepschriften en geeft per beveiligde zending kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n) binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift.
      §8. Indien de beslissing tot opname in het register van tweede verblijven niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning opgenomen in het register van tweede verblijven, vanaf de datum van de administratieve akte.
      Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning beschouwd als nooit opgenomen in het register.
      §9. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

      Artikel 9 - Meldingsplichten

      §1. Bij wijziging van persoons-en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de zakelijk gerechtigde. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk twee maanden na wijziging aan de registerbeheerder te worden bezorgd.
      Wanneer de zakelijk gerechtigde nalaat de wijzigingen door te geven kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven op grond van de gegevens waarover hij beschikt.
      §2. Bij overdracht van een zakelijk recht op een tweede verblijf, geldt een meldingsplicht.
      De overdrager bezorgt de registerbeheerder binnen een termijn van twee maanden na de overdracht per beveiligde zending of per e-mail een kopie van of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen.

      De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:

        • de identiteit en het adres van de overdrager;
        • het nummer van de administratieve akte;
        • de identiteit van de verkrijger van het zakelijk recht en het aandeel in het zakelijk recht;
        • het adres van de woning waarop de overdracht betrekking heeft;
        • de kadastrale gegevens van de woning waarop de overdracht betrekking heeft;
        • de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris.

      Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris de registerbeheerder op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris de registerbeheerder binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde(n), gestaafd met de nodige bewijsstukken.
      §3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van tweede verblijven.
      §4. Wanneer de overdracht niet aan de registerbeheerder ter kennis wordt gebracht, kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven aan de overdrager.

      Artikel 10 - Openbaarheid van het register van tweede verblijven

      Het register van tweede verblijven is een bestuursdocument en is als dusdanig (gedeeltelijk) toegankelijk voor het publiek.
      De aanvraag tot openbaarheid kan overeenkomstig de bepalingen uit het Bestuursdecreet van 7 december 2018 worden afgewezen, onder meer ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

      Artikel 11 - Schrapping uit het register van tweede verblijven

      §1. Een woning kan door de registerbeheerder uit het register van tweede verblijven worden geschrapt in de hierna bepaalde gevallen, indien de zakelijk gerechtigde, hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, hierom verzoekt en de nodige gegevens en bewijsstukken levert.
      De registerbeheerder kan een woning ambtshalve schrappen uit het register van tweede verblijven indien hij reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat de woning niet als tweede verblijf wordt aangewend.
      §2. Een woning wordt uit het register van tweede verblijven geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde hierom verzoekt en bewijst dat de woning minstens vier opeenvolgende maanden ononderbroken niet langer in gebruik is als tweede verblijf. De woning wordt geschrapt te rekenen vanaf de eerste dag van de beëindiging van de aanwending als tweede verblijf, op voorwaarde dat dit blijkt uit de inschrijving in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister, de eventuele andere door de zakelijk gerechtigde aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.
      §3. Het verzoek tot schrapping moet om ontvankelijk te zijn:

        • een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per e-mail of online via de gemeentelijke website;
        • gemotiveerd zijn;
        • de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde, hetzij van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde;
        • per beveiligde zending of per e-mail worden ingediend.

      En minstens de volgende gegevens bevatten:

        • de identiteit en het adres van de indiener;
        • het nummer van de administratieve akte;
        • het adres van de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
        • alle bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de woning geschrapt mag worden uit het register van tweede verblijven overeenkomstig §2 van dit artikel. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;
        • een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek.

      De indiener van het verzoek tot schrapping kan te allen tijde een nieuw verzoek tot schrapping indienen dat voldoet aan de vereisten opgesomd in deze paragraaf.

      §4. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijkheid van de verzoeken tot schrapping.
      §5. De registerbeheerder onderzoekt de ontvankelijke verzoeken tot schrapping op hun gegrondheid aan de hand van de stukken of een feitenonderzoek, verricht door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).
      Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
      Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning kan nooit als afdoende bewijs gelden voor het bekomen van een schrapping uit het register van tweede verblijven, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning.
      §6. Indien het verzoek tot schrapping onontvankelijk of ongegrond wordt beoordeeld, blijft de woning in het register van tweede verblijven opgenomen, vanaf de datum van de administratieve akte.
      §7. De registerbeheerder neemt een beslissing, desgevallend na plaatsbezoek, omtrent het ontvankelijk verzoek tot schrapping en brengt deze beslissing per beveiligde zending ter kennis aan de verzoeker binnen een ordetermijn van negentig dagen te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het verzoek tot schrapping.
      Wordt het verzoek tot schrapping ingewilligd, dan wordt de woning geschrapt uit het register, vanaf de datum die vermeld is in de beslissing tot schrapping.
      §8. De zakelijk gerechtigde(n) wordt op de hoogte gebracht van de beslissing over de schrapping.

      Artikel 12 -  Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping

      §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, per beveiligde zending of per e-mail en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing over het verzoek tot schrapping, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
      §2. Het beroepschrift moet om ontvankelijk te zijn:

        • een poststempel of datum van afgifte bevatten, tenzij het werd ingediend per e-mail;
        • gemotiveerd zijn;
        • de naam of handtekening bevatten van de zakelijk gerechtigde, hetzij van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

      En minstens de volgende gegevens bevatten:

        • de identiteit en het adres van de indiener;
        • het nummer van de administratieve akte;
        • het adres van de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
        • alle bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de beslissing over het verzoek tot schrapping uit het register van tweede verblijven onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;
        • een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 van het Gerechtelijk Wetboek.

      §3. De zakelijk gerechtigde hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen niet is verstreken een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
      §4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

        • het is te laat ingediend;
        • het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;
        • het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform §2 van dit artikel.

      §5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken of met een feitenonderzoek, verricht door de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente met de opsporing van tweede verblijven belaste personen (cfr. artikel 5, §1 van onderhavig reglement).
      Het beroep is in ieder geval ongegrond indien de toegang tot de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
      §6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en geeft kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n), binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending aan de indiener betekend.
      §7. Indien er geen tijdig beroepschrift werd ingediend of indien er sprake is van een onontvankelijk of ongegrond administratief beroep, blijft de woning opgenomen in het register van tweede verblijven, vanaf de datum vermeld in de administratieve akte bedoeld in artikel 6 van dit reglement.
      Indien de beroepsinstantie het beroep ontvankelijk en gegrond acht, wordt de woning uit het register van tweede verblijven geschrapt vanaf de datum vermeld in de beslissing van de beroepsinstantie.
      §8. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

      3. INWERKINGTREDING EN BEKENDMAKING

      Artikel 13 -  Inwerkingtreding

      Dit reglement werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 17/12/2025 en treedt in werking op 01/01/2026.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Belasting op bouwen en verbouwen vanaf 01/01/2026 tot en met inwerking treden stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een belasting vast te stellen op bouwen en verbouwen van gebouwen met als grondslag de inhoud in mvan de bebouwde delen.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het belastingreglement op bouwen en verbouwen 2020-2025.
      • 26/11/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende de goedkeuring van de definitieve vaststelling stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen.
      Feiten en context

      Het belastingreglement bouwen en verbouwen wordt vastgesteld voor de periode 2026-2031 in afwachting van de goedkeuring van de stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen en de bijhorende belasting- en retributiereglementen.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 16/07/2010 betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codes Ruimtelijke Ordening.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.13 Stedenbouwkundige verordening lasten/Belasting op het bouwen en verbouwen

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00305 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op bouwen en verbouwen vanaf 01/01/2026 tot en met de inwerkingtreding stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen' vast als volgt:

      Artikel 1

      Heft voor de periode 2026 tot inwerkingtreding stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen een gemeentebelasting op het bouwen en verbouwen van gebouwen, met als grondslag de kubieke inhoud van de bebouwde gedeelten.

      Artikel 2

      De belasting is verschuldigd door de titularis van de bouwvergunning enerzijds en door diegene die een meldingsplichtige handeling stelt in het kader van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening anderzijds, en wordt vastgesteld op € 0,40 per mop het totaal van bruto volume van het gebouw inclusief het bruto volume van de beloopbare kelders en aanhorigheden. Bij verbouwing wordt enkel belast de ruimte (aantal kubieke meter) waarmee het bestaande gebouw vermeerderd werd.

      Artikel 3

      De belastingplichtigen moeten voorafgaandelijk aangifte doen bij het gemeentebestuur en er een bedrag gelijk aan de vermoedelijke belasting in bewaring geven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, dat op elk verzoek van de met toezicht belaste ambtenaren of agenten moet worden getoond. Het in bewaring gegeven bedrag zal van ambtswege als een verworven contantbelasting worden geboekt en tegenover de belastingplichtige met een kwitantie worden bevestigd indien geen tegenbericht van de belastingplichtige bij het gemeentebestuur toekomt uiterlijk de dag voor deze waarop het belastbaar feit zich zal voltrekken, zijnde de dag dat het eigendom onder dak is. Bij gebrek aan contantbetaling of in geval deze niet gelijk is aan de reële belastingschuld, berekend op basis van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, zal van ambtswege  worden overgegaan tot inkohiering, respectievelijk terugbetaling van het verschil. De ingekohierde contantbelasting wordt een kohierbelasting.

      Artikel 4

      Deze belasting wordt niet toegepast wanneer:

      1. openbare besturen bouwen
      2. woonhuizen gebouwd worden me genot van overheidspremie of rentesubsidie
      3. heropbouw van door oorlogsfeiten vernielde of beschadigde gebouwen, indien de oorspronkelijke aard van het gebouw geëerbiedigd blijft en slechts voor een inhoud gelijk aan deze van het geteisterde gebouw
      4. woonhuizen die gebouwd worden door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, of de door haar erkende vennootschappen, evenals door de Vlaamse landmaatschappij en haar gewestelijke en plaatselijke vennootschappen
      5. de gebouwen een voorlopig karakter hebben, welke binnen het jaar van hun oprichting gesloopt worden en alleenstaande niet omsloten afdaken
      6. inrichtingen van openbaar nut bouwen voor zover zij geen winstgevende activiteit hebben
      7. heropbouw van door ramp vernielde (delen van) gebouwen (welke zijn voorgevallen zonder enige toedoen van de eigenaar)

      Artikel 5

      De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 08/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en zijn latere wijzigingen.

      Artikel 6 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Belasting op het verlenen van bepaalde omgevingsvergunningen vanaf de inwerkingtreding stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode vanaf de inwerkingtreding van de stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen t.e.m. 2031, een belasting te heffen op het verlenen van bepaalde omgevingsvergunningen zoals voorzien in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen.

      Voorgeschiedenis

      26/11/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende de goedkeuring van de definitieve vaststelling stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen.

      Feiten en context

      Met de inwerkingtreding van het Instrumentendecreet werden duidelijke verplichtingen vastgelegd rond het opleggen van lasten bij omgevingsvergunningen bij zonevreemde ontwikkelingen. Sinds 01/01/2024 zijn gemeenten verplicht om bij bepaalde zonevreemde stedenbouwkundige handelingen financiële lasten op te leggen. Hiertoe dient een gemeentelijke verordening te worden vastgesteld. De voorziene lasten dienen vastgesteld te worden in een afzonderlijk belastingreglement.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Decreet van 25/04/2014 betreffende de omgevingsvergunning, meer bepaald art. 75, §3, 4°.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      • Het Decreet van 26/05/2023 betreffende het realisatiegerichte instrumentarium (instrumentendecreet).
      • De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen van 26/11/2025.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
      Om als bestuur voldoende voorspelbaarheid en rechtszekerheid te creëren voor bouwheren en initiatiefnemers, die vaak met lange voorbereidingstermijnen werken, wordt geopteerd voor een gefaseerde invoering van de belasting bedoeld in artikelen 5, 6, 7, 9 en 10 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen. In het eerste jaar van toepassing wordt een overgangsmaatregel voorzien waarbij slechts 25% van de in het belastingreglement artikel 6 §2, §3, §4 vastgelegde tarieven wordt aangerekend voor omgevingsvergunningen, die definitief en uitvoerbaar worden tussen de datum van inwerkingtreding van het reglement en 31/12/2026. Vanaf 01/01/2027 wordt 100% van de tarieven aangerekend. Deze overgangsmaatregel laat toe om voor lopende en kort op stapel staande projecten de betrokken actoren hun projectplanning en financiële planning tijdig af te stemmen op het nieuwe regelgevend kader.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.13 Stedenbouwkundige verordening lasten/Belasting op het bouwen en verbouwen.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00328 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
      Onthouders: Peggy Aerts
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 1 onthouding
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op het verlenen van bepaalde omgevingsvergunningen vanaf de inwerkingtreding stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      De gemeente heft een Belasting op het verlenen van definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunning overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 4,5,6,7,9,10§1 en 15§1 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      De belasting wordt geheven voor de periode vanaf de inwerkingtreding stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder: 

        • Bruto bouwvolume: het bouwvolume van een constructie en haar fysisch aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw, zoals een aangebouwde garage, veranda of berging (niet limitatieve voorbeeldenlijst), gemeten met inbegrip van buitenmuren en dak, en met uitsluiting van het volume van de gebruikelijke onderkeldering onder het maaiveld, uitgedrukt in m3;
        • Bruto vloeroppervlakte: het totaal van de boven- en ondergrondse vloeroppervlakte van een constructie en haar fysisch aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw, zoals een aangebouwde garage, veranda of berging (niet-limitatieve voorbeeldenlijst) gemeten met inbegrip van buitenmuren en de beloopbare (met een minimale hoogte van 2m) kelders en zolderruimtes. Bij verbouwing wordt enkel belast de ruimte waarmee het bestaande gebouw vermeerderd werd, uitgedrukt in m2.
        • Definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunning: een verleende omgevingsvergunning waartegen geen administratief beroep bij een hogere vergunningverlenende overheid meer open staat of waarbij geen beroepsprocedure meer hangende is en waarvan geen afstand is gedaan.
        • Woon- en/of verblijfsgelegenheid: een woning of een deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van één of meer personen, ongeacht of het gaat om een eengezinswoning, een appartement, een studio of een al dan niet gemeubileerde kamer.

      Artikel 4 - De belastingplichtige 

      De belasting in verschuldigd door de vergunninghouder of diens rechtverkrijgende na afgifte van de definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunning waarvan geen afstand is gedaan.

      Artikel 5 - Hoofdelijkheid

      Indien de omgevingsvergunningsaanvraag wordt ingediend namens meerdere aanvragers, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

      Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief

      §1. De belasting verschuldigd in de gevallen waarin overeenkomstig artikel 4 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen een financiële last wordt opgelegd, wordt als volgt bepaald:

      1. In de gevallen bedoeld in artikel 4, 1) van voormelde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen:

          1. 1,50 euro per m² bruto vloeroppervlakte bij omgevingsvergunningsaanvragen voor het bouwen of herbouwen van woningen of woonprojecten, te rekenen vanaf 100m² totale bruto vloeroppervlakte per woon en/of verblijfsgelegenheid;
          2. 1,50 euro per m² bruto vloeroppervlakte bij omgevingsvergunningsaanvragen voor het uitbreiden van woningen of woonprojecten, wat betreft de uitbreiding waardoor de totale bruto vloeroppervlakte van de betrokken uitgebreide woon- en/of verblijfsgelegenheid 100m² overstijgt;
          3. 1,50 euro per m² bruto vloeroppervlakte bij omgevingsvergunningsaanvragen voor het bouwen of herbouwen van een vrijstaand bijgebouw bij de woning of het woonproject, te rekenen vanaf 40m² totale bruto vloeroppervlakte van het bijgebouw;
          4. 1,50 euro per m² bruto vloeroppervlakte bij omgevingsvergunningsaanvragen voor het uitbreiden van een vrijstaand bijgebouw bij de woning of het woonproject, wat betreft de uitbreiding waardoor de totale bruto vloeroppervlakte van het totaal aan bijgebouwen 40m² overstijgt;
          5. 0,5 euro per m³ bruto bouwvolume voor constructies met een andere functie dan vermeld onder a) t.e.m. d):
      2. In het geval bedoeld in artikel 4, 2) van voormelde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen:  1.000,00 euro per extra woon- en/of verblijfsgelegenheid in de nieuw vergunde toestand ten opzichte van de vorige toestand(zorgwoningen niet inbegrepen); 
      3. In het geval bedoeld in artikel 4, 3) van voormelde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen:  2.000,00 euro per bijkomend bebouwbaar lot bij omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden;
      §2. De belasting verschuldigd in de gevallen bedoeld in artikelen 5, 6 en 7 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen bedraagt:
        1. 10.000,00 euro per toepassing van de afwerkingsregel conform artikel 4.4.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening voor de bouw van een nieuwe woning;
        2. 2.500,00 euro voor het herbouwen van een zonevreemde constructie, conform de artikelen 4.4.13, 4.4.14, 4.4.17, 4.4.18 en 4.4.20 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
        3. 25,00 euro per m³ bruto volume voor het uitbreiden van een zonevreemde constructie, conform de artikelen 4.4.15 en 4.4.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
        4. 250,00 euro voor het verbouwen van een zonevreemde constructie, conform de artikelen 4.4.12 en 4.4.16 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
          1. 50,00 euro per m² bruto vloeroppervlakte van het (deel van het) bebouwde onroerend goed waarvan de functie wijzigt naar de functie wonen, in toepassing van de zonevreemde functiewijzigingen conform artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
          2. 10,00 euro per m² bruto vloeroppervlakte van het (deel van het) bebouwde onroerend goed waarvan de functie wijzigt naar een andere functie dan wonen, in toepassing van de zonevreemde functiewijzigingen conform artikel 4.4.23 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
      §3. De belasting verschuldigd in de gevallen bedoeld in artikel 9, §1 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen bedraagt 20.000,00 euro per ontbrekende autoparkeerplaats, zoals vastgesteld in de verleende omgevingsvergunning.

      De belasting verschuldigd in de gevallen bedoeld in artikel 9, §2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen bedraagt 5.000,00 euro voor stedenbouwkundige handelingen of het verkavelen van gronden die handelen over 10 of meer woon- en/of verblijfsgelegenheden of kavels voor woningbouw.

      De bedragen vermeld in het eerste en tweede lid worden geïndexeerd op dezelfde wijze als bepaald in §1, lid 2 van dit artikel.

      §4. De belasting verschuldigd in de gevallen bedoeld in artikel 10 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen bedraagt 125,00 euro per gevelde naaldboom en 250,00 euro per gevelde loofboom waarvoor een last in natura onder de vorm van een heraanplant van bomen op eigen terrein of binnen het grondgebied van de gemeente Bonheiden onmogelijk, onwenselijk of onvoldoende is.

      §5. De belastingen bedoeld in de vorige paragrafen van dit artikel zijn cumuleerbaar indien het een omgevingsvergunning betreft die binnen eenzelfde artikel onder meerdere toepassingsgebieden valt of onder het toepassingsgebied van twee of meer in voormelde paragrafen beschreven gevallen valt.

      §6. De hierboven vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de gezondheidsindex en zullen jaarlijks en van rechtswege worden aangepast op 1 januari, op basis van de volgende formule:

      Aangepast bedrag = basisbedrag x nieuw indexcijfer

                                              basisindexcijfer

      Waarbij:

        • de basisbedragen de bedragen vermeld in deze verordening zijn;
        • het nieuw indexcijfer is het indexcijfer van november voorafgaand aan de indexering;
        • het basisindexcijfer het indexcijfer van november 2025 is.
      Artikel 7 - Vrijstellingen en/of verminderingen
      • Van de belasting bij afgifte van een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 4 en artikel 9§2 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen zijn vrijgesteld omgevingsvergunningsaanvragen:
        • door het openbaar bestuur of een intergemeentelijk samenwerkingsverband waarin de gemeente Bonheiden participeert;
        • ingediend door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of de door haar erkende vennootschappen, evenals door de Vlaamse Landmaatschappij en haar gewestelijke en plaatselijke vennootschappen;
        • met een openbaar nut, daaronder eveneens begrepen omgevingsvergunningsaanvragen die bestemd zijn voor de realisatie van o.m. kinderopvang, scholen, ziekenhuizen, rusthuizen en andere soortgelijke collectieve zorginstellingen;
        • ingediend door woonmaatschappijen als bedoeld in Boek 4, Deel 1, Titel 3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
        • die een tijdelijk karakter hebben met een duurtijd van maximaal 3 jaar of waarvan het voorwerp een tijdelijk karakter heeft en waarbij de vergunde, opgerichte constructie binnen 3 jaar na oprichting wordt gesloopt;
        • voor alleenstaande, niet omsloten afdaken;
        • voor herstelwerken genoodzaakt door vernieling of beschadiging ten gevolge van een vreemde oorzaak die de eigenaar niet kan worden toegerekend.
      • Van de belasting bij afgifte van een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 10 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen zijn vrijgesteld:
        • omgevingsvergunningen voor ontbossing verleend voor ontbossing in functie van vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen, op voorwaarde dat die ontbossing opgenomen is in een beheersplan dat is goedgekeurd op grond van artikel 25, 43§1, 43§2 of 43§3 van het Bosdecreet van 13 juni 1990, van artikel 34§1 van het Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu op opgenomen is in een natuurbeheerplan dat is goedgekeurd conform artikel 16octies van het voormeld Natuurbehoudsdecreet;
        • omgevingsvergunningen voor ontbossing en/of het vellen van bomen op een terrein waarvoor door de houder van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor diezelfde ontbossing en/of te vellen bomen reeds integraal werd gecompenseerd, dan wel een financiële last werd opgelegd conform artikel 10.
      Artikel 8 - Wijze van inning en betalingstermijn
      De belasting is verschuldigd na afgifte van de definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunning waarvan geen afstand is gedaan. 
      De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of via overschrijving na ontvangst van een betalingsverzoek. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
      Onverminderd de mogelijkheid tot verlenging van de betaaltermijn voorzien in artikel 17, §5 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen en onverminderd de betaalverplichting neergelegd in artikel 17, §1, lid 1 van voormelde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening, is de belasting betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van de uitnodiging tot betaling.
      De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelasting.
      Artikel 9 - Bezwaarmogelijkheid 
      De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag  bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
      Artikel 10 - Inwerkingtreding
      Dit reglement treedt in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, met dien verstande dat dit besluit slechts in werking treedt samen met de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen.

      Artikel 2 - Stelt volgende overgangsmaatregel vast voor het eerste jaar (2026):

      §1. Om een geleidelijke invoering van de belasting bedoeld in artikelen 5, 6, 7, 9 en 10 van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake financiële lasten bij omgevingsvergunningen te waarborgen en de rechtszekerheid voor initiatiefnemers te vergroten, geldt voor alle definitief en uitvoerbaar verleende omgevingsvergunningen waarvan de datum van afgifte ligt tussen de datum van inwerkingtreding van dit reglement en 31/12/2026, een overgangsmaatregel.

      §2. Het overeenkomstig het belastingreglement artikel 6 §2, §3, §4 verschuldigde bedrag wordt in deze periode beperkt tot vijfentwintig procent (25%) van het volgens de berekeningsgrondslag en tarieven vastgestelde bedrag.

      §3. Voor alle definitieve en uitvoerbare omgevingsvergunningen met datum van afgifte vanaf 01/01/2027, is honderd procent (100%) van de belasting verschuldigd.

      Artikel 3 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Belasting op niet-conforme privéwaterafvoer vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op niet-conforme privéwaterafvoer.

      Als aanslagvoet wordt € 100 per maand voorgesteld volgend op de maand van datum van het proces-verbaal, zolang de niet-conformiteit blijft bestaan.

      Feiten en context

      De privé-waterafvoer moet volgens de gangbare wettelijke en technische voorschriften aangelegd worden.

      Een keuring hiervan is verplicht:

      • vóór de eerste ingebruikname, nl. bij de aanvraag tot een nieuwe aansluiting op de riolering of de indienststelling van een IBA;
      • bij belangrijke wijzigingen;
      • na vaststelling van een inbreuk op de gelijkvormigheid, op verzoek van de exploitant;
      • bij de aanleg van gescheiden riolering op het openbaar domein, met de verplichting om af te koppelen op privédomein, volgens de bepalingen van VLAREM.

      Bij de aanleg van een gescheiden riolering in de straat moet de eigenaar binnen de hersteltermijn die vastgelegd is in de herinneringsbrief van PIDPA de afkoppeling en keuring uitvoeren. De klant/titularis moet de keuring aanvragen bij PIDPA.

      Indien dit niet gebeurde binnen de hersteltermijn in de herinneringsbrief, stuurt de rioolbeheerder PIDPA een eerste aanmaning (aangetekend). Wanneer er nog steeds geen keuring heeft plaatsgevonden of de installatie werd niet-conform bevonden na keuring, verzendt de gemeente een tweede aanmaning.

      In geval de eigenaar in gebreke blijft, kan een proces-verbaal (milieumisdrijf) opgemaakt worden door de handhavingsambtenaar of toezichthouder van de gemeente. Vanaf dit ogenblik kan de gemeente een belasting heffen op het niet-afkoppelen van hemelwater. Een heffing van € 100 per maand wordt voorgesteld.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De wet van 26/03/1971 inzake de bescherming van oppervlaktewateren tegen verontreiniging en later wijzigingen.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet van 05/04/1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en latere wijzigingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse regering van 01/06/1995, houdende algemene sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREMII) en latere wijzigingen.
      • De Europese kaderrichtlijn Water van 22/12/2000, welke tot doel stelt de watervoorraden, de waterbeheersing en de kwaliteit van de leefomgeving tegen 2015 veilig te stellen.
      • Het Besluit van de Vlaamse regering van 08/04/2001, houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting (de niet-aangesloten binnen-installatie en installaties voor tweede-circuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk) en het algemeen waterverkoopreglement en later wijzigingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse regering van 28/06/2001, betreffende de keuring van de binnen-installatie en de privé-waterafvoer.
      • Het Decreet van 18/07/2003 betreffende het integraal waterbeleid.
      • Het Besluit van de Vlaamse regering van 10/03/2006, houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsplicht en et vaststellen van de zoneringsplannen.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse regering van 05/07/2013, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      • Het Ministerieel Besluit van 17/08/2020 tot goedkeuring van het bijzonder waterverkoopreglement van PIDPA in uitvoering van artikel 2.5.3.1 §2 van het decreet van 18/07/2003 betreffende het integraal waterbeleid.
      • Het Decreet van 30/11/2018 tot bekrachtiging van de coördinatie van de waterregelgeving in het decreet van 18/07/2003 en tot opheffing van de gecoördineerde regelgeving.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A2.4.34131 Belasting op het niet-afkoppelen van hemelwater.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00315 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op niet-conforme privéwaterafvoer vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      De gemeente heft een belasting op niet-conforme privéwaterafvoer.

      Er geldt een afkoppelingsplicht om een optimaal gescheiden rioleringsstelsel op het openbaar domein aan te leggen. Elke nieuwe rioolaansluiting dient te gebeuren in gescheiden stelsel, ongeacht of de riolering in de straat in gescheiden of gemengd stelsel is aangelegd. Indien een gescheiden stelsel in de straat aanwezig is, dient het afvalwater uitsluitend aangesloten te zijn op de droogweerafvoer (DWA). Het hemelwater dient maximaal op eigen terrein ter plaatse te blijven en mag in geen geval aangesloten zijn op de DWA.

      Bij de aanleg van een gescheiden riolering(aanleg/afkoppelingstraject) in de straat dient de rioolaansluiting te gebeuren in gescheiden stelsel. Het afvalwater wordt uitsluitend aangesloten op de DWA en het hemelwater wordt optimaal afgekoppeld. Indien er uitsluitend een DWA wordt aangelegd, dient de eigenaar zelf in te staan voor de opvang en infiltratie van het regenwater op eigen terrein. De private eigenaar draagt zelf de kosten van deze werken.

      De eigenaar die zijn rioleringsstelsel aanpast of uitbreidt nadat de gemeente heeft vastgesteld dat de afkoppeling werd gerealiseerd en die daardoor niet meer voldoet aan de regels van de afkoppeling en geheel of gedeeltelijk een gemengde riolering installeert, zal eveneens aan de handhavingsprocedure worden onderworpen.

        • Het niet-afkoppelen van hemelwater en alle handelingen die leiden tot een vergelijkbaar resultaat worden als niet-conform beschouwd in volgende gevallen:
          • het niet-afkoppelen van hemelwater op privéterrein van bestaande woningen, aansluitbaar op een gescheiden stelsel in de straat, en aangetoond door een niet-conform keuringsattest of het ontbreken van een keuringsattest;
          • het niet-afkoppelen van hemelwater op privéterrein, zoals opgelegd in de omgevingsvergunning en/of aangeduid op het goedgekeurde plan dat deel uitmaakt van deze vergunning;
          • het weigeren samen te werken voor de bouw van een IBA wanneer de gemeente of PIDPA de eigenaar contacteert;
          • het niet-lozen van afvalwater in de openbare riolering als er riolering (gemengd of gescheiden) in de straat aanwezig is (aansluitingsplicht). Hiervan kan worden afgeweken indien de aansluiting (bij een bestaande woning) overmatige kosten met zich zou meebrengen.;
          • het gebruiken van een IBA bij woningen die aansluitbaar zijn op een bestaande riolering en die gelegen zijn in centraal gebied of geoptimaliseerd buitengebied volgens het zoneringsplan. In te optimaliseren buitengebied niet buiten werking stellen van een IBA en aansluiting op de riolering binnen de termijn opgelegd door de rioolbeheerder;
          • een niet-aangevraagde aansluiting;
          • het niet voorhanden zijn van een geldig keuringsattest, vastgesteld door de gemeente of de rioolbeheerder, ingeval dit verplicht is.

      Indien in de hierboven vermelde gevallen een vermoeden van niet-conformiteit bestaat en er geen verplichte keuring is opgelegd, is de gemeente/PIDPA gemachtigd zelf een ambtshalve keuring te laten uitvoeren. De eigenaar is verplicht zijn medewerking hieraan te verlenen. Het niet verlenen van medewerking bevestigt het vermoeden van niet-conformiteit. Bijgevolg zal de handhaving toegepast worden.

        • De privé-waterafvoer wordt geacht niet-conform de geldende wettelijke en reglementaire voorschriften te zijn indien:
          • de aansluiting van het afvalwater in strijd is met de geldende milieu voorschriften;
          • huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in het gedeelte van de privé-waterafvoer dat bestemd is om hemelwater af te voeren;
          • hemelwater wordt geloosd in het gedeelte van de privé-waterafvoer dat bestemd is om huishoudelijk afvalwater af te voeren, tenzij hiervan kan worden afgeweken ter uitvoering van art. 4.2.1.3 of art. 6.2.2.1.2 VLAREM II;
          • uit de keuring in art. 12 §1, lid 3 BVR van 08/04/2001 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsplicht en het algemeen waterreglement, blijkt dat niet voldaan is aan alle bepalingen van het BVR van 05/07/2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, en aan de bepalingen van de omgevingsvergunning over de waterafvoer.
      De regels m.b.t. de keuring privéwaterafvoer liggen vast in het Algemeen Waterverkoopreglement en bijhorend Ministerieel besluit keuring. Indien er (nog) geen conform keuringsattest is kan de rioolbeheerder de aansluiting weigeren, of de aansluiting schorsen of beperken. De rioolbeheerder zal de klant hiervoor 2 aanmaningen sturen om zich in orde te stellen. In geval geen bewijs van het verdwijnen van de niet-conformiteit zet de gemeente te handhaving voort. In het kader van  het Decreet algemene bepalingen milieubeleid kan de handhavingsambtenaar/toezichthouder in geval van milieumisdrijf een proces-verbaal opstellen. Vanaf de maand volgend op de datum van het proces-verbaal zal de belasting verschuldigd zijn. Het proces-verbaal wordt overgemaakt aan de bevoegde Procureur des Konings. Ongeacht het gevolg dat het parket hieraan geeft, blijft de belasting verschuldigd zolang de niet-conformiteit blijft bestaan.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder: 

        • Afvalwater: Bestaat enkel uit water afkomstig van normale huishoudelijke activiteiten. Concreet gaat het om sanitaire installaties, keukens, reiniging van gebouwen en afvalwater afkomstig van wassalons waar de toestellen enkel door de klanten zelf worden bediend. Het lozen van huishoudelijk afvalwater van woongelegenheden vereist in principe geen omgevingsvergunning.
        • Hemelwater: de verzamelnaam voor regen, sneeuw, hagel met inbegrip van dooiwater.
        • Exploitant: een natuurlijke of rechtspersoon die een ingedeelde inrichting exploiteert. In dit geval beheert en onderhoudt de exploitant het openbaar waterdistributienetwerk.
        • Gescheiden riolering: een dubbel stelsel van leidingen of openluchtgreppels waarvan het ene stelsel bestemd is voor het  opvangen en transporteren van afvalwater en het andere stelsel voor het opvangen en transporteren van regenwater.
        • Algemeen waterverkoopreglement (AWVR): het algemeen waterverkoopreglement reguleert de rechten en plichten van waterbedrijven en hun klanten in Vlaanderen en voorziet een uniforme behandeling bij de aansluiting op drinkwater- rioleringsnetwerken.
        • Bijzonder waterverkoopreglement (BWVR): dit reglement bevat aanvullende bepalingen op het algemeen waterverkoopreglement met betrekking tot de uitvoering van de saneringsverplichting in het algemeen  waterreglement.
        • Individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA): een systeem dat het huishoudelijk afvalwater zuivert alvorens het water geloosd kan worden in het oppervlaktewater of gelijkmatig op de bodem. In het individueel te optimaliseren buitengebied koggen de woningen te ver van een riolering en zal er in de toekomst geen riolering worden aangelegd. Volgens het zoneringsplan is dan het plaatsen van een IBA verplicht.

      Artikel 4 - De belastingplichtige 

      De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van het af te koppelen onroerend goed.

      Artikel 5 - Hoofdelijkheid

      Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk gehouden voor de betaling van de belasting.

      Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De belasting wordt vastgesteld op € 100 per begonnen kalendermaand, volgend op de maand van datum van proces-verbaal, zolang de niet-conformiteit blijft bestaan.

      Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijft het bedrag op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 7 - Wijze van inning

      De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat twee maal per jaar vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

      Artikel 8 - Bezwaarmogelijkheid 

      De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

      Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

      Artikel 9 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Belasting op inname van het openbaar domein bij bouwwerken en verbouwingswerken vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een belasting op de inname van het openbaar domein bij bouwwerken en verbouwingswerken vast te stellen. Een nieuwe vrijstelling wordt voorzien in geval van inname openbaar domein voor het onderhoud van groengevels, opgelegd in omgevingsvergunningen, alsook een verhoging van het minimum bedrag van de belasting naar € 50. Een jaarlijkse indexering wordt voorzien.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende de vaststelling van de belasting op inname van het openbaar domein voor bouwwerken en verbouwingswerken 2020-2025.

      Feiten en context

      Bij bouwwerken en verbouwingswerken wordt het openbaar domein vaak ingenomen door het plaatsen van schutsels, stellingen, kranen, containers, betonblokken en alle andere materialen die gebruikt worden bij bouw- of verbouwingswerken. Hierop wordt een belasting geheven berekend op de ingenomen oppervlakte per dag, met een minimum van € 50.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.12 Belasting op inname openbaar domein bij bouwen/of verbouwingswerken.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00295 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
      Onthouders: Peggy Aerts
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 1 onthouding
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op inname van het openbaar domein bij bouwwerken en verbouwingswerken vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      De gemeente heft een belasting op inname van het openbaar domein bij bouwwerken en verbouwingswerken.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - De belastingplichtige 

      De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de bouwheer is en voor wiens onroerend goed of in wiens opdracht de schutsels, stellingen, kranen, containers, betonblokken en alle andere materialen die gebruikt worden bij bouw-, verbouwings- of onderhoudswerken zijn geplaatst.

      Artikel 4 - Hoofdelijkheid

      Als er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

      Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De verschuldigde belasting wordt als volgt vastgesteld:

      € 0,25 per dag/ mof gedeelte ervan dat wordt ingenomen door schutsels, stellingen, kranen, containers, betonblokken en alle andere materialen die gebruikt worden bij bouw- of verbouwingswerken, met een minimum van € 50. 

      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)
      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
      Artikel 6 - Vrijstellingen en/of verminderingen
      Zijn van de belasting vrijgesteld:
        • de inname van het openbaar domein ingevolge werken van de staat, het gewest, de provincie of gemeente, de openbare nutsbedrijven en alle andere instellingen van openbaar nut;
        • de inname van het openbaar domein bij het herbouwen van door oorlogsfeiten, brand of rampen vernielde of beschadigde gebouwen;
        • de inname van het openbaar domein om groene gevels, opgelegd in omgevingsvergunningen, te onderhouden.
        • de inname van het openbaar domein bij het leggen van afvoerbuizen voor bemalingswater

      Artikel 7 - Wijze van inning

      De belastingplichtige is ertoe gehouden 15 dagen vóór de inname van het openbaar domein toelating te vragen aan het gemeentebestuur door middel van een aanvraag via het digitaal platform op de website van de gemeente Bonheiden (www.bonheiden.be) waarbij de data van plaatsing en wegneming van het belastbaar object, alsook de ingenomen oppervlakte, worden vermeld. De belastingplichtige geeft bij de afgifte van de vergunning een bedrag gelijk aan de vermoedelijke belasting in bewaring bij de financieel directeur of zij afgevaardigde tegen ontvangstbewijs. De belasting is opeisbaar op het ogenblik dat alle materialen verwijderd zijn van het openbaar domein. Het in bewaring gegeven bedrag zal van ambtswege als een verworven contantbelasting worden geboekt en met een kwitantie aan de belastingplichtige worden bevestigd. Bij gebrek aan contante betaling of indien het in bewaring gegeven bedrag niet gelijk is aan de reële belasting, berekend op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt, zal van ambtswege worden overgegaan tot inkohiering, respectievelijk terugbetaling van het verschil. De ingekohierde contantbelasting wordt een kohierbelasting.

      Artikel 8 - Bezwaarmogelijkheid 

      De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

      Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

      Artikel 9 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Belasting op het openen en sluiten van grafkelders, columbariumnissen of urnenkelders voor een bijzetting van een stoffelijk overschot of urne vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op het openen en sluiten van grafkelders, columbarium-nissen of urnenkelders voor een bijzetting van een stoffelijk overschot of urne. De vastgestelde belasting wordt jaarlijks geïndexeerd.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het belastingreglement op het openen en sluiten van grafkelders 2020-2025.

      Feiten en context

      In geval een grafkelder, columbarium-nis of urnenkelder geopend moet worden voor de bijzetting van een stoffelijk overschot of urne dient door de aanvrager een belasting betaald te worden voor de opening en sluiting van de grafkelder, columbarium-nis of urnenkelder.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 16/01/2004.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.08 Belasting op openen en sluiten van grafkelders.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00307 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Peggy Aerts, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
      Resultaat: Met 17 stemmen voor, 6 stemmen tegen
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op het openen en sluiten van grafkelders, columbarium-nissen of urnenkelders voor een bijzetting van een stoffelijk overschot of urne vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      De gemeente heft een belasting op het openen en sluiten van grafkelders, columbarium-nissen of urnenkelders voor een bijzetting van een stoffelijk overschot of urne.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - De belastingplichtige 

      De belasting is verschuldigd door de persoon die de opening van een grafkelder, columbarium-nis of urnenkelder voor een bijzetting aanvraagt.

      Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De belasting wordt als volgt vastgesteld:

      • Openen en sluiten van een grafkelder: € 100
      • Openen en sluiten van een columbarium-nis of urnenkelder: € 50
      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)
      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag
      aanvangsindexcijfer (november 2025)
      Waarbij:
        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 5 - Wijze van inning

      De belasting wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een betaalverzoek.  Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.

      Artikel 6 - Bezwaarmogelijkheid 

      De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

      Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

      Artikel 7 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Belasting op ontgraving, ontruiming van een columbarium-nis of een urnekelder vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een belasting te heffen op ontgravingen en op ontruimingen van columbarium-nissen of urnekelders. De voorgestelde heffing wordt jaarlijks geïndexeerd.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling belastingreglement op ontgravingen 2020-2025.

      Feiten en context

      De gemeente heft een belasting op ontgravingen en het ontruimen van een columbarium-nis of urnekelder.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 16/01/2004.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.09 Belasting op ontgravingen.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00303 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Belasting op ontgraving, ontruiming van een columbarium-nis of een urnekelder vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - De belastbare grondslag of het belastbaar feit 

      De gemeente heft een belasting op ontgraving, ontruiming van een columbarium-nis of een urnekelder.

      Artikel 2 - De belastbare periode

      De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - De belastingplichtige 

      De belasting is verschuldigd door degene die de machtiging tot ontgraving of ontruiming van een columbarium-nis of urnekelder aanvraagt.

      Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De belasting wordt als volgt vastgesteld:

      • Gewone ontgraving: € 750
      • Ontruiming van een columbarium-nis of een urnekelder: € 350
      Het overbrengen van een op het gemeentelijk kerkhof geplaatste asurne (niet geconcedeerd) naar een geconcedeerde nis in het columbarium wordt niet als een  ontgraving beschouwd gezien deze op dezelfde plaats blijft staan en wordt dus niet als belastbaar beschouwd.
      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)
      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag
      aanvangsindexcijfer (november 2025)
      Waarbij:
        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 5 - Vrijstellingen en/of verminderingen

      Zijn vrijgesteld van deze belasting:

        • ontgravingen/ontruimingen die op bevel van een rechterlijke overheid uitgevoerd worden
        • ontgravingen/ontruimingen naar aanleiding van een bestemmingsverandering op de gemeentelijke begraafplaats
        • ontgravingen/ontruimingen van voor het vaderland gevallen militairen en burgers
      Artikel 6 - Wijze van inning
      De belasting wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een betaalverzoek.  Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
      Artikel 7 - Bezwaarmogelijkheid 
      De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
      Artikel 8 - Inwerkingtreding
      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.
      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.
    • Financiën - Reglement 'Retributie op de aanrekening van administratie- en aanmaningskosten van openstaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributiereglement vast te stellen voor een per post aangetekende herinneringsbrief aan een nalatige debiteur van zowel fiscale als niet-fiscale schuldvorderingen.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit gemeenteraad houdende vaststelling retributie op de aanrekening van administratie- en aanmaningskosten van openstaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen 2020-2025.

      Feiten en context

      Een aantal debiteuren laten na de door hen aan de gemeente verschuldigde bedragen tijdig te voldoen. Het groot aantal gewone en aangetekende aanmaningen verhogen aanzienlijk de administratieve- en frankeringskosten. Het is aanvaardbaar om hiervoor een retributie aan te rekenen.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A7.51.11 Terugvordering van procedure en vervolgingskosten.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00299 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op de aanrekening van administratie- en aanmaningskosten van openstaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie op de aanrekening van administratie- en aanmaningskosten van openstaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder: 

        • Eerste aanmaning: eerste herinnering per gewone brief nadat de uiterste betaaldatum verstreken is, inclusief een nieuwe betaaltermijn
        • Aangetekende aanmaning: herinnering per aangetekend schrijven nadat de betalingstermijn toegestaan in de tweede herinnering verstreken is zonder dat betaling volgde.

      Artikel 4 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door de debiteur voor wiens openstaande schuld de aangetekende aanmaning wordt verstuurd.

      Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief

        • eerste aanmaning: kosteloos
        • aangetekende aanmaning: € 10, verhoogd met de kost voor de aangetekende zending.
      Het in dit reglement opgenomen tarief wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index, zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld tarief
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)
      Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

      Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijft het tarief op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 6 - Wijze van inning en betalingstermijn

      De retributie wordt samen met de openstaande schuld aangerekend.

      Artikel 7 - Schorsing dienstverlening

      Bij vastgestelde wanbetaling, in het bijzonder als er sprake is van onwil, herhaling of nalatigheid, kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om de dienstverlening van de gemeente te schorsen of stop te zetten op advies van de bevoegde dienst, zonder dat dit enig recht geeft op schadevergoeding uit hoofde van de debiteur.

      Artikel 8- Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie op administratieve prestaties vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen op administratieve prestaties. De vastgestelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het retributiereglement op administratieve prestaties 2020-2025.
      • 18/11/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen betreffende het principieel akkoord m.b.t. de retributie op Belgische nationtaliteitsaanvragen.
      Feiten en context

      Het leveren van bijkomende administratieve prestaties brengt voor de gemeente kosten met zich. Hiervoor kan de gemeente een kostendekkende vergoeding vragen aan de aanvrager van de administratieve prestaties door middel van een retributie.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      • De wet van 18/06/2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, in het bijzonder art. 116/1 en 116/2.
      • De omzendbrief van de FOD Justitie van 18/07/2018 met betrekking tot de procedure voornaamsverandering.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.06 Retributie op afgifte van administratieve stukken en prestaties.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00309 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op administratieve prestaties vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie op administratieve prestaties.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de prestatie.

      Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld:

        • voor verzoeken tot voornaamswijziging:
          • Gewoon tarief: € 200
          • Tarief voor transgenders: € 20 (de retributie mag niet meer bedragen dan 1/10de van het gewone tarief)
        • Voor stamboomopzoekingen:
          • voor complexe opzoekingen welke meer dan 15 minuten werktijd vergen: € 20 per begonnen uur werktijd
        • Voor Belgische nationaliteitsaanvragen:
          • per dossier: € 50
      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)
      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag
      aanvangsindexcijfer (november 2025)
      Waarbij:
        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)
      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4  cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
      Artikel 5 - Vrijstellingen en/of verminderingen
        • Voor verzoeken tot naamsverandering:
          • voor personen van vreemde nationaliteit die een verzoek tot verkrijgen van de Belgische nationaliteit hebben ingediend en geen voorna(a)m(en) hebben bij het verzoek tot voornaamtoevoeging: € 0
        • voor stamboomopzoekingen:
          • voor eenvoudige opzoekingen die minder dan 15 minuten werktijd vergen: € 0
          • voor stamboomopzoekingen op vraag van studenten die een verzoek indienen in opdracht van de school met een bewijs van de school: € 0 
        • voor Belgische nationaliteitsaanvragen:
          • personen die recht hebben op verhoogde tegemoetkoming in de gezondheidszorg en dit kunnen aantonen via een attest van hun ziekenfonds
          • personen die aantonen dat zij reeds een retributie hebben betaald voor dezelfde aanvraag bij een andere gemeente, in geval van administratieve overdracht van het dossier.    
      Artikel 6 - Wijze van inning en betalingstermijn
      De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. 
      Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
      Artikel 7 - Inwerkingtreding
      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie op de afgifte van administratieve stukken vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen op de afgifte van administratieve stukken. Een tariefaanpassing wordt voorzien voor de afgifte van reispassen voor volwassenen vanaf 18 jaar en reisdocumenten voor vluchtelingen, vreemdelingen en staatlozen. Alle tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2024: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing van de contantbelasting op de afgifte van administratieve stukken 2020-2025.
      • 18/11/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen betreffende het principieel akkoord over de wijziging van het reglement op belasting op administratieve stukken.
      Feiten en context

      De gemeente levert diverse administratieve stukken aan de burger af. Dit brengt kosten voor de administratie met zich. Om deze bijkomende kosten te dekken, dient een retributiereglement vastgesteld te worden.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Wet van 19/07/1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten.

      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Koninklijk besluit van 23/03/1998 betreffende het rijbewijs.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Ministerieel besluit van 15/03/2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan de vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven.
      • Koninklijk besluit van 05/03/2017 tot bepaling van de verblijfsvergunningen waarvoor de gemeenten retributies kunnen innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen ervan en tot bepaling van het maximumbedrag bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 14/03/1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12/10/1953.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Bijzonderheden bij de besluitvorming

      De meerderheidsfracties stellen volgend amendement voor:

      Artikel 4:

      • kinderen jonger dan 18 jaar:
        • afgifte van een nieuw paspoort via de gewone procedure: gratis
        • afgifte van een nieuw paspoort via de spoedprocedure: € 5 
        • afgifte van een nieuw paspoort via de superdringende procedure: € 50
      • Volwassenen vanaf 18 jaar:
        • afgifte van een nieuw paspoort via de gewone procedure: € 20 
        • afgifte van een nieuw paspoort via de spoedprocedure: € 20
        • afgifte van een nieuw paspoort via de superdringende procedure: € 20 
      • Reisdocumenten voor vluchtelingen, vreemdelingen en staatlozen:
        • afgifte van een nieuw paspoort via de gewone procedure: € 20 
        • afgifte van een nieuw paspoort via de spoedprocedure: € 20 
        • afgifte van een nieuw paspoort via de superdringende procedure: € 20 

      Wordt:

      • kinderen jonger dan 18 jaar:
        • afgifte van een nieuw paspoort via de gewone procedure: gratis
        • afgifte van een nieuw paspoort via de spoedprocedure: € 5 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
        • afgifte van een nieuw paspoort via de superdringende procedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
      • Volwassenen vanaf 18 jaar:
        • afgifte van een nieuw paspoort via de gewone procedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
        • afgifte van een nieuw paspoort via de spoedprocedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
        • afgifte van een nieuw paspoort via de superdringende procedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
      • Reisdocumenten voor vluchtelingen, vreemdelingen en staatlozen:
        • afgifte van een nieuw paspoort via de gewone procedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
        • afgifte van een nieuw paspoort via de spoedprocedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
        • afgifte van een nieuw paspoort via de superdringende procedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid

      Dit amendement wordt met eenparigheid van stemmen aangenomen.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.06 Retributie op afgifte van administratieve stukken en prestaties.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00308 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op de afgifte van administratieve stukken vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een Retributie op de afgifte van administratieve stukken.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door de persoon op wiens verzoek de stukken worden afgeleverd.

      Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld:

        • Rijbewijzen:
          • Algemeen:
            • afgifte: €10, verhoogd met de kostprijs aangerekend door de federale overheid.
            • geen retributie op de verlenging van de geldigheidsduur van het rijbewijs categorie A3, AM, A, B, B+E en G (groep I) om medische redenen.
          • Internationaal rijbewijs:
            • afgifte: €14, verhoogd met de kostprijs aangerekend door de federale overheid.
        • Reispassen:

          • kinderen jonger dan 18 jaar:
            • afgifte van een nieuw paspoort via de gewone procedure: gratis
            • afgifte van een nieuw paspoort via de spoedprocedure: € 5 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een nieuw paspoort via de superdringende procedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
          • Volwassenen vanaf 18 jaar:
            • afgifte van een nieuw paspoort via de gewone procedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een nieuw paspoort via de spoedprocedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een nieuw paspoort via de superdringende procedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
          • Reisdocumenten voor vluchtelingen, vreemdelingen en staatlozen:
            • afgifte van een nieuw paspoort via de gewone procedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een nieuw paspoort via de spoedprocedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een nieuw paspoort via de superdringende procedure: € 20 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
        • Identiteitskaarten:
          • Elektronische identiteitskaart voor Belgen voor personen vanaf 12 jaar:
            • afgifte van een kaart via de gewone procedure: € 5,90 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een kaart via extreme spoedprocedure met gecentraliseerde levering: € 8,60 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een kaart via extreme spoedprocedure geleverd door firma: € 12,40 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
          • Elektronische identiteitskaarten/elektronische verblijfsbewijzen vreemdelingen (EU,EU+,F, F+, N, M, M+) voor personen vanaf 12 jaar:
            • afgifte van een kaart via de gewone procedure: € 5,90 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een kaart via extreme spoedprocedure geleverd door firma: € 12,40 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
          • Kids-ID:
            • afgifte van een kaart via gewone procedure: €1,90 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een kaart via extreme spoedprocedure met gecentraliseerde levering: € 5,60 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een kaart via extreme spoedprocedure geleverd door firma: € 5,40 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
          • Elektronische verblijfbewijzen vreemdelingen (A, B, H, K, L, I, J) voor personen vanaf 12 jaar:
            • afgifte van een kaart via gewone procedure: € 5,30 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een kaart via extreme spoedprocedure met levering door firma: € 12,40 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
          • Elektronische vreemdelingenkaart voor personen jonger dan 12 jaar:
            • afgifte van een kaart VEIK - 12 jaar EU, EU+, F, F+, M, M+: € 1,90 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een kaart VEIK - 12 jaar A, B, K, L: € 1,70 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een kaart VEIK - 12 jaar EU, EU+, F, F+, M, M+ spoed: € 5,40 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
            • afgifte van een kaart VEIK - 12 jaar A, B, K, L spoed: € 4,40 verhoogd met de kosten aangerekend door de federale overheid
          • Bestelling en levering van nieuwe PUK-codes voor de elektronische identiteitskaart: € 5
        • Attest van immatriculatie: € 5
        • Trouwboekje: € 35

      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 5 - Wijze van inning en betalingstermijn

      De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs.

      Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

      Artikel 6 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie met betrekking tot omgevingsvergunningen en vastgoedinformatie vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen inzake omgevingsvergunningen en vastgoedinformatie. De vastgestelde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende goedkeuring belastingreglement omgevingsvergunningen en afgifte stedenbouwkundige aanvragen, inlichtingen en attesten 2020-2025.
      • 31/01/2024: Besluit van de gemeenteraad houdende goedkeuring ingebruikname vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributiereglement vastgoedinformatie.
      Feiten en context

      Het vastgoedinformatieplatform is een elektronisch informatiesysteem om vatgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen en uit te wisselen tussen aanleverende entiteiten en aanvrager. De gemeente kan via het vastgoedinformatieplatform (VIP) de door de aanvrager gevraagde vastgoedinformatie verzamelen en vastgoeddossiers ontsluiten. De kost hiervan wordt verhaald op de aanvrager.

      Tevens wordt een retributie vastgesteld op prestaties verbonden aan de melding/aanvraag van een omgevingsvergunning, het afleveren van stedenbouwkundige attesten, planologische attesten, digitalisering en opname in het vergunningenregister.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15/05/2009.
      • Het Decreet van 25/04/2014 betreffende de omgevingsvergunning.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      • Het Decreet van 22/12/2023 over het vastgoedinformatieplatform.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:

      • A9.07 Retributie omgevingsvergunning - stedenbouwkundige/planologische attesten;
      • A9.21 Retributie vastgoedinformatie.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00330 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie met betrekking tot omgevingsvergunningen en vastgoedinformatie vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie met betrekking tot omgevingsvergunningen en vastgoedinformatie.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder: 

        • VIP: Vastgoedinformatieplatform: Elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie samen te voegen, te ontsluiten en ter beschikking te stellen.
        • Vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed.
        • MER: Milieueffectrapportage beoogt de mogelijke gevolgen van plannen, programma's of projecten voor het leefmilieu en voor de gezondheid van de mens in beeld te brengen opdat deze op een gelijkwaardige wijze (als andere objecten en belangen) zouden worden meegenomen bij de opmaak van en de besluitvorming over deze plannen, programma's of projecten.
        • VR: Veiligheidsrapport

      Artikel 4 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door de aanvrager.

      Artikel 5 - Hoofdelijkheid

      Als er meerdere aanvragers/melders zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.

      Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      1. Aanvraag via vastgoedinformatieplatform:

        • Per kadastraal perceel: € 100.
        • Per groep van 5 kadastrale percelen: € 100 op voorwaarde dat:
          • de percelen aangrenzend zijn;
          • de percelen binnen eenzelfde gemeentelijke grens liggen en
          • er maximaal op één perceel een gebouweenheid of gebouweenheden geregistreerd zijn.
        • Een bijkomende platformretributie wordt geheven door het VIP.

      2. Omgevingsvergunning:

        • Procedure:
          • Melding (stedenbouw en ingedeeld inrichtingen = Klasse 3): € 50
          • Vereenvoudigde procedure: € 100
          • Gewone procedure: € 150
          • Verkaveling: € 500
          • Aanvraag tot bijstelling van stedenbouwkundige voorwaarden (volgt gewone procedure): € 150
          • Aanvraag tot bijstelling van verkaveling (volgt gewone procedure): € 150
        • Handelingen: binnen elke procedure worden volgende extra handelingen aangerekend:
          • Organiseren openbaar onderzoek (gewone procedure omvat standaard 1 openbaar onderzoek): € 50 per bijkomend onderzoek
          • Aangetekende zending: € 10 
          • Opmaak gemeenteraadsbesluit ifv wijziging rooilijn (zaak van de wegen): € 100
          • Organiseren informatievergadering: € 500
          • Met MER (volledig rapport, geen screening: organiseren openbaar onderzoek, adviseren en publicatie): € 2.000
          • Met VR (veiligheidsrapport, organiseren openbaar onderzoek, adviseren en publicatie): € 2.000
          • Klasse I (advies aan overheid, organiseren openbaar onderzoek): € 2.000

      3. Stedenbouwkundige attesten, planologische attesten, digitalisering, opname in het vergunningenregister:

          • Analoog dossier digitaliseren: € 100
          • Afgifte stedenbouwkundig attest: € 150
          • Opname vergunningenregister: € 150
          • Afgifte planologisch attest: € 3.000

      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD  Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------= geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 7 - Vrijstellingen en/of verminderingen

      De retributie is niet verschuldigd als de melding of de aanvraag omgevingsvergunning wordt afgewezen als onontvankelijk.

      Worden van de retributie vrijgesteld, de meldingen en aanvragen:

        • Door overheden;
        • Voor de bouw van sociale huurwoningen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en de door haar erkende sociale huisvestingsmaatschappijen;
        • Voor door oorlogsgeweld of ramp vernielde gebouwen of constructies voor zover de schade is veroorzaakt buiten de wil van de aanvrager of exploitant om.

      Artikel 8 - Wijze van inning en betalingstermijn

      De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of na verzending van een factuur.

      Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

      Artikel 9 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een reglement 'Registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen' vast te stellen.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het Reglement voor registratie en belasting verwaarloosde woningen en gebouwen 2020-2025.

      Feiten en context

      Het bestrijden van verwaarloosde woningen en gebouwen is een gemeentelijke bevoegdheid. Het is wenselijk om een verwaarlozingsregister bij te houden en een belasting te heffen op verwaarloosde woningen en gebouwen, zodat de beschikbare woningen en gebouwen optimaal benut worden en verloedering tegengegaan wordt, om zo het gemeentelijk- en straatbeeld te verfraaien.

      Een gemeentelijk reglement dient vastgesteld te worden waarin de indicaties van verwaarlozing en de procedure tot vaststelling van verwaarlozing worden vastgesteld. De strijd tegen verwaarloosde woningen en gebouwen zal onder meer effect hebben als de opname in het verwaarlozingsregister ook daadwerkelijk belast wordt. Hiertoe wordt een belasting op verwaarlozing van woningen en gebouwen vastgesteld.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      • Het Decreet van 25/04/2014 betreffende de omgevingsvergunning.
      • Het Decreet van 14/10/2016 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen.
      • De overeenkomst met IGEMO van 18/12/2017 inhoudende deelname aan de intergemeentelijke samenwerking 'Wonen langs Dijle en Nete', waarbij IGEMO de gemeente ondersteunt bij het organiseren en realiseren van het lokaal woonbeleid.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      • De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A9.15 Heffing ter bestrijding van de verkrotting van (bedrijfs)gebouwen.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00329 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      1. ALGEMEEN

      Artikel 1: Definities

      Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder de volgende begrippen:

      • Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 aren. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar, ondernemer, zelfstandige, bestuurder een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats. De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden een woning als afsplitsbaar van een bedrijfsgebouw kan worden beschouwd. (Artikel 2, 1° van het Decreet van 19/04/1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.)
      • Belastbare periode: iedere periode van twaalf opeenvolgende maanden van opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
      • Belastingplichtige: degene die een zakelijk recht heeft op de woning of het gebouw op het ogenblik van het verschuldigd worden van de heffing, d.i. de persoon op wiens naam de heffing wordt in gekohierd.
      • Belastingschuldige: degene die de belasting moet betalen, dit is de belastingplichtige of zijn rechtsopvolger.
      • Beroepsinstantie: het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
      • Beveiligde zending: een zending per aangetekende post, een elektronische aangetekende zending, hetzij een zending met afgifte tegen ontvangstbewijs.
      • Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat niet beantwoordt aan de definitie van een woning zoals bedoeld in dit reglement, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, zoals gedefinieerd in dit artikel.
      • Intergemeentelijke samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid: Intergemeentelijke Vereniging voor Ontwikkeling van het Gewest Mechelen en Omgeving (IGEMO) publieke rechtspersoon die de vorm van een dienstverlenende vereniging overeenkomstig het Decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur heeft aangenomen.
      • Register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het gemeentelijk register vermeld in artikel 2.15 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 dat bestaat uit twee afzonderlijke inventarissen, een inventaris van verwaarloosde woningen en een inventaris van verwaarloosde gebouwen, opgemaakt als digitaal bestand.
      • Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, zolang de woning of het gebouw niet uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is geschrapt.
      • Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
      • Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
        • volle eigendom;
        • recht van opstal of van erfpacht, inclusief onderopstal en ondererfpacht;
        • vruchtgebruik, inclusief recht van bewoning en ondervruchtgebruik.

      Artikel 2: Taakverdeling tot uitvoering

      §1. De gemeente vertrouwt, conform artikel 2.15, tweede lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen over aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.

      Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid voert alle taken daaromtrent uit waaronder het opsporen van verwaarlozing, de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het dossier, het administratief afhandelen en beslissen over opname in en schrapping uit het register, met inbegrip van het administratief beroep tegen deze beslissingen.

      De door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in de artikelen 5 en 6 van het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

      §2. De gemeente is overeenkomstig het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen bevoegd voor het vestigen van een belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen en het verlenen van een vrijstelling van deze belasting, evenals voor het administratief bezwaar tegen de beslissingen hierover.

      2. HET REGISTER VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN

      Artikel 3: Het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

      §1. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid houdt voor de gemeente een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij. Zij maakt een inventaris op van:

        • de verwaarloosde woningen enerzijds, en
        • de verwaarloosde gebouwen anderzijds.

      §2. In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:

        1. het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
        2. de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde /gebouw;
        3. de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijk gerechtigde(n);
        4. het nummer en de datum van de administratieve akte;
        5. de toestand van verwaarlozing van de woning of het gebouw, inclusief het technisch verslag bedoeld in artikel 4 van dit reglement.

      Artikel 4: Vaststelling van verwaarlozing en opmaak van de administratieve akte

      §1 Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
      De verwaarlozing wordt vastgesteld aan de hand van een puntenverslag, zijnde het technisch verslag in bijlage bij dit reglement.

      De woning of het gebouw is verwaarloosd wanneer er minstens 2 indicaties opgenomen zijn in het technisch verslag en alle gebreken samen een eindscore opleveren van minimaal 15 punten.

      Een gebrek van categorie 1 geldt voor 1 punt, een gebrek van categorie 2 geldt voor 3 punten, een gebrek van categorie 3 geldt voor 9 punten en een gebrek van categorie 4 geldt voor 15 punten.

      §2. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid maakt op basis van voormelde indicaties en een controle ter plaatse een genummerde administratieve akte op. De vaststellingen worden gestaafd met minstens één foto en een technisch verslag waarin de indicaties en puntenscore is opgenomen.

      Artikel 5: Opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

      §1. Door de opmaak van de administratieve akte overeenkomstig met artikel 4§2 wordt een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen op.

      De datum van de administratieve akte geldt als datum van opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

      §2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.

      Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

      Artikel 6: Kennisgeving van de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

      §1. De beslissing tot opname van de woning of het gebouw in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen wordt per beveiligde zending door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid ter kennis gebracht aan de zakelijk gerechtigde(n) die bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid gekend zijn.

      Indien een verwaarloosde woning of verwaarloosd gebouw in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende zakelijk gerechtigden, betekent het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid een administratieve akte aan elke zakelijk gerechtigde die bij de gemeente gekend is.
      De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

      §2.De beslissing tot opname bevat:

        1. de genummerde administratieve akte met inbegrip van het technisch verslag;
        2. informatie met betrekking tot:
          1. de gevolgen van de opname;
          2. de beroepsprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
          3. de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
          4. de mogelijkheid tot het bekomen van een vrijstelling van belasting.

      §3. Het is aan de betrokkene die de verwaarlozing betwist, om aan te tonen dat er geen sprake is van verwaarlozing.

      Artikel 7: Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

      §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending en per e-mail en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot opname, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.

      §2. Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

        1. een poststempel of datum van afgifte, tenzij het werd ingediend per e-mail;
        2. de identiteit en het adres van de indiener;
        3. een motivatie;
        4. de naam of een handtekening van de zakelijk gerechtigde of van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

      En minstens de volgende gegevens bevatten:

        • het nummer van de administratieve akte;
        • het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepsschrift betrekking heeft;
        • alle bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;
        • een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 Gerechtelijke Wetboek.

      §3. De zakelijk gerechtigde, hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1, niet is verstreken zijn beroepschrift aanpassen of een vervangend beroepschrift indienen.

      §4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de volledige beroepschriften. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

        • het is te laat ingediend;
        • het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;
        • het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform § 2 van dit artikel.

      Indien het beroepschrift onontvankelijk wordt bevonden deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan de indiener.

      §5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Zij onderzoekt de gegrondheid op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd - door een met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belast personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.

      Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.

      §6. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift, neemt de beroepsinstantie een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften en geeft zij per beveiligde zending kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n)..

      §7. Indien de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vanaf de datum van de administratieve akte.
      Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning of het gebouw beschouwd als nooit opgenomen in het register.

      §8. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

      Artikel 8: Meldingsplichten

      §1. Bij wijziging van persoons-en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de zakelijk gerechtigde. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk twee maanden na wijziging aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid te worden bezorgd.
      Wanneer de zakelijk gerechtigde nalaat de wijzigingen door te geven kan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid op rechtsgeldige wijze kennisgeven op grond van de gegevens waarover hij beschikt.
      §2. Bij overdracht van een zakelijk recht op een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw, geldt een meldingsplicht.
      De overdrager bezorgt het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid binnen een termijn van twee maanden na de overdracht per beveiligde zending of per e-mail een kopie van of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen.
      De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:

        • de identiteit en het adres van de overdrager;
        • het nummer van de administratieve akte;
        • de identiteit van de verkrijger van het zakelijk recht en het aandeel in het zakelijk recht;
        • het adres van de woning of het gebouw waarop de overdracht betrekking heeft;
        • de kadastrale gegevens van de woning of het gebouw waarop de overdracht betrekking heeft;
        • de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris.

      Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde(n)houder(s) van het zakelijk recht, gestaafd met de nodige bewijsstukken.
      §3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
      §4. Wanneer de overdracht niet aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid ter kennis wordt gebracht, kan de registerbeheerder op rechtsgeldige wijze kennisgeven aan de overdrager.

      Artikel 9: Openbaarheid van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

      Het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is een bestuursdocument en is als dusdanig (gedeeltelijk) toegankelijk voor het publiek.
      De aanvraag tot openbaarheid kan overeenkomstig de bepalingen uit het Bestuursdecreet van 07/12/2018 worden afgewezen, onder meer ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

      Artikel 10: Verzoek tot schrapping uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

      §1. Een woning of een gebouw kan door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen worden geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde hierom verzoekt en bewijst dat de gebreken aan de woning of het gebouw zoals opgenomen in het technisch verslag, vermeld in artikel 4 van dit reglement, bij een nieuwe beoordeling via het technisch verslag zou resulteren in een resultaat dat geen aanleiding zou geven tot opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen overeenkomstig artikel 4, §2 van dit reglement.

      Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid kan een woning of gebouw ambtshalve schrappen uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen indien hij reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat de woning of het gebouw niet langer in aanmerking komt voor opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen overeenkomstig de criteria vermeld in artikel 4, §2 van dit reglement.

      In geval van sloop worden de gebreken, vermeld artikel 4 §1 van dit reglement, pas als verwijderd beschouwd op voorwaarde dat de van omgevingsvergunning vrijgestelde dan wel vergunningsplichtige sloopwerken volledig werden uitgevoerd, met inbegrip van het opruimen van het puin en het gelijkmaken van de grond. Het einde van de werken kan door de personen bedoeld in artikel 2 van dit reglement tijdens een plaatsbezoek worden vastgesteld. Het plaatsbezoek vindt plaats op verzoek van de zakelijk gerechtigde, na ontvangst door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid van de melding dat de werken werden beëindigd. De schrapping gaat in op datum van de melding dat de sloopwerken werden beëindigd, op voorwaarde dat controle het einde van de werken bevestigt.

      §2. Het verzoek tot schrapping bevat op straffe van onontvankelijkheid:

        1. een poststempel of datum van afgifte, tenzij het werd ingediend per e-mail;
        2. de identiteit en het adres van de verzoeker;
        3. een motivatie;
        4. de naam of een handtekening van de zakelijk gerechtigde of van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

      en moet minstens de volgende gegevens bevatten:

        • het nummer van de administratieve akte;
        • het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek tot schrapping betrekking heeft;
        • de bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de woning of het gebouw mag geschrapt worden uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen overeenkomstig dit artikel. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;
        • een schriftelijke volmacht tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 Gerechtelijke Wetboek.

      De indiener van het verzoek tot schrapping kan te allen tijde een nieuw verzoek tot schrapping indienen dat voldoet aan de vereisten opgesomd in deze paragraaf.

      §3. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid onderzoekt de ontvankelijkheid van de verzoeken tot schrapping.
      Indien het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid het verzoek tot schrapping onontvankelijk verklaart, deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan de verzoeker.

      §4. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping aan de hand van de stukken of een feitenonderzoek, verricht door een bevoegd personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, belast met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen.

      Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.

      §5. Indien het verzoek tot schrapping onontvankelijk of ongegrond wordt beoordeeld, blijft de woning of het gebouw in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen opgenomen, vanaf de datum van de administratieve akte.

      §6. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het verzoek tot schrapping neemt het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, desgevallend na plaatsbezoek, een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping en brengt zij de beslissing per beveiligde zending ter kennis aan de verzoeker.

      Indien het verzoek tot schrapping wordt ingewilligd, wordt de woning of het gebouw uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen geschrapt vanaf de datum vermeld in de beslissing tot schrapping.

      §7. De zakelijk gerechtigde(n) wordt op de hoogte gebracht van de beslissing over de schrapping.

      Artikel 11: Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping

      §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending en per e-mail binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing over het verzoek tot schrapping, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.

      §2. Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

        1. een poststempel of datum van aangifte, tenzij het werd ingediend per e-mail;
        2. de identiteit en het adres van de indiener;
        3. een motivatie;
        4. de naam of een handtekening van de zakelijk gerechtigde of van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

      en moet minstens de volgende gegevens bevatten:

        • het nummer van de administratieve akte;
        • het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;
        • de bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de beslissing over het verzoek tot schrapping uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;
        • een schriftelijke volmacht tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 Gerechtelijke Wetboek.

      §3. De zakelijk gerechtigde, hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1, zijn beroepschrift aanpassen of een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

      §4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van de beroepschriften.
      Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

        • het is te laat ingediend;
        • het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;
        • het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform §2 van dit artikel.

      §5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door een met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belast personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.

      Het beroep tegen de beslissing over de schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.

      §6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en geeft kennis van de beslissing aan de zakelijk gerechtigde(n), binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending aan de zakelijk gerechtigde(n) betekend.

      §7. Indien er geen tijdig beroepschrift werd ingediend of indien er sprake is van een onontvankelijk of ongegrond administratief beroep, blijft het gebouw of de woning opgenomen in het register, vanaf de datum van de administratieve akte.

      Indien de beroepsinstantie het beroep ontvankelijk en gegrond acht, wordt de woning of het gebouw uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen geschrapt vanaf de beëindiging van de verwaarlozing, zoals deze blijkt uit de aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.
      §8. De zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

      3. DE BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN

      Artikel 12: Heffingstermijn – belastbaar feit

      §1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 31/12/2031 wordt er een belasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, als bedoeld in het reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen.

      §2. Het belastbaar feit is de opname gedurende tenminste twaalf maanden in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, te rekenen vanaf de datum van de administratieve akte.

      §3. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

      §4. Zolang een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw niet uit het register geschrapt is, zal de heffing het goed blijven bezwaren en blijft de heffing verschuldigd bij het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.

      Artikel 13: Tarief

      §1. De belasting bedraagt:

        • 2.000,00 euro voor een leegstaande woning of gebouw;

      Als het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen staat, bedraagt de belasting:

        • 4.000,00 euro voor een leegstaande woning of gebouw;

      Als het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen staat, bedraagt de belasting:

        • 6.000,00 euro voor een leegstaande woning of gebouw;

      Als het gebouw of de woning een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen staat, bedraagt de belasting:

        • 8.000,00 euro voor een leegstaande woning of gebouw;

      Als het gebouw of de woning een vijfde of verdere opeenvolgende termijnen van twaalf maanden in het register van verwaarloosde woningen of gebouwen staat, bedraagt de belasting:

        • 10.000,00 euro voor een leegstaande woning of gebouw;

      §2. Periodes van vrijstelling doen geen afbreuk aan §1.

      §3. De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
      Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
      ----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
      aanvangsindexcijfer (november 2025)
      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.

      §4. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat de woning of een gebouw onafgebroken in register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen, wordt in geval van overdracht opnieuw herleid tot het bedrag vermeld in §1, op voorwaarde dat de overdracht van het zakelijk recht de volledige woning of het gebouw betreft en behoudens wanneer de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.

      Artikel 14: De belastingplichtige

      §1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.

      Zolang de woning of het gebouw niet uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is geschrapt, is de zakelijk gerechtigde op het ogenblik dat een nieuwe periode van twaalf maanden verstrijkt, de nieuwe heffing verschuldigd.

      §2. Indien er sprake is van een woning of gebouw in onverdeeldheid of een andere situatie waarbij er sprake is van meerdere zakelijk gerechtigden, is elke zakelijk gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval van overlijden, wordt de belasting gericht ten aanzien van de nalatenschap.

      Artikel 15: Vrijstellingen

      15.1 Algemeen

      §1. Er kunnen vrijstellingen van belasting worden toegestaan met betrekking tot de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw zelf enerzijds en met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingplichtige anderzijds.

      De vrijstelling met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingplichtige geldt enkel voor zijn persoon en ontslaat de andere zakelijk gerechtigde(n) niet van hun hoofdelijkheid. Deze vrijstelling geldt dus niet voor de andere zakelijk gerechtigde(n) die zich niet in deze hoedanigheid bevinden. De vrijstelling met betrekking tot de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw zelf geldt voor alle zakelijk gerechtigde(n).

      §2. Het toekennen van een vrijstelling gebeurt volgens dit reglement. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de uitvoering hiervan en kan de taken hiervoor delegeren aan de algemeen directeur of ambtenaren, dit binnen de grenzen zoals bepaald door de hogere of eigen regelgeving.

      §3. De vrijstelling kan worden aangevraagd vanaf de opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen tot vóór het verstrijken van de termijn vermeld in artikel 9§1 van het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijnde binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

      De belastingplichtige bezorgt per e-mail aan de financiële dienst van de gemeente of beveiligde zending aan de gemeente een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier tot het bekomen van een vrijstelling met de nodige bewijsstukken.

      De bewijsstukken hebben betrekking op de periode waarvoor de belastingplichtige de vrijstelling wenst te bekomen.

      De vrijstelling geldt enkel voor de desbetreffende belastbare periode en moet, zelfs wanneer zij voor langere tijd kan gelden, jaarlijks worden aangevraagd.

      In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 15.2 van onderhavig reglement, brengt de gemeente alle zakelijk gerechtigden per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.

      In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 15.3 van onderhavig reglement, brengt de gemeente de zakelijk gerechtigde(n) die zich heeft beroepen op deze vrijstelling per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.

      §4. Het college van burgemeester en schepenen of de algemeen directeur indien het college van burgemeester en schepenen hem deze bevoegdheid overeenkomstig artikel 57 van het Decreet over het lokaal bestuur toevertrouwt, kan ambtshalve vrijstellingen verlenen indien men reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat men in aanmerking komt voor een vrijstelling van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen.

      §5. De start van de vrijstelling begint nadat de reden van vrijstelling is gestart, vb. datum toekenning omgevingsvergunning, datum gerechtelijke uitspraak handelingsonbekwaamheid, datum notariële akte overdracht, …

      15.2 Vrijgestelde personen

      De belastingplichtige is vrijgesteld:

        • als de belastingplichtige op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is, minder dan twaalf opeenvolgende maanden zakelijk gerechtigde is. Deze vrijstelling geldt voor de eerste belastingaanslag volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht, teneinde nieuwe houders van het zakelijk recht de tijd te gunnen de verwaarlozing te verhelpen. Deze vrijstelling geldt slechts voor zover het zakelijk recht de volledige woning of het volledige gebouw betreft en geldt niet indien de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
        • als de belastingplichtige in een erkende ouderenvoorziening verblijft en daarvan het bewijs verstrekt, afgeleverd door de erkende ouderenvoorziening. Deze vrijstelling geldt enkel voor de woning die onmiddellijk voorafgaand aan de opname volledig en uitsluitend gebruikt werd als hoofdverblijfplaats van de betrokkene. De vrijstelling geldt enkel voor de eerste belastingaanslag volgend op de opname.
        • als de belastingplichtige zijn of haar handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing gedurende de periode van handelingsonbekwaamheid.
        • als de belastingplichtige die op de verjaardag van de opnamedatum langdurig werd opgenomen in een psychiatrische instelling, ziekenhuis of revalidatiecentrum en daarvan het bewijs verstrekt, afgeleverd door de betrokken psychiatrische instelling, het ziekenhuis of het revalidatiecentrum. De vrijstelling geldt voor een periode van één jaar, met dien verstande dat de vrijstelling twee maal met één jaar kan worden verlengd.

      15.3 Vrijgestelde woningen en gebouwen

      Een vrijstelling wordt verleend voor:

        • De woningen of gebouwen die gelegen zijn binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan.
        • De woningen of gebouwen die geen voorwerp meer kunnen uitmaken van een (omgevings-)vergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, omdat het onverenigbaar is met een voorlopig goedgekeurd of goedgekeurd bijzonder plan van aanleg.
        • De woningen of gebouwen die vernield of beschadigd werden ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling kan maximaal drie maal verleend worden in de drie jaar volgend op de datum van vernieling of beschadiging wanneer de belastingplichtige het bewijs voorlegt dat er nog steeds betwisting bestaat over de aansprakelijkheid of de vergoeding van de verzekering of het rampenfonds, die afbraak, nieuwbouw, renovatie of verkoop onmogelijk maakt. In de zin van deze bepaling wordt verstaan onder een ramp een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht en waardoor de schade zo groot is dat het normaal gebruik onmogelijk is, zoals een brand, ontploffing, verzakking, terrorisme, overstroming, storm,…
        • De woningen of gebouwen die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden omwille van een verzegeling of betredingverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na afloop van de verzegeling of het betredingsverbod of de gerechtelijke expertise.
        • De woningen of gebouwen die daadwerkelijk gerenoveerd of gesloopt worden:
          1. Hetzij ingevolge een niet vervallen (omgevings-)vergunning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende één jaar;
          2. Hetzij zonder dat voor deze werken een omgevingsvergunning is vereist, met dien verstande dat de vrijstelling slechts geldt voor één jaar en op voorwaarde dat een gedetailleerde, ondertekende en gedagtekende renovatienota wordt voorgelegd. De renovatienota bevat minstens de volgende elementen:
            • een overzicht van niet-vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd;
            • een (gedetailleerd) tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd.
            • een raming van de kosten vergezeld van offertes, facturen en/of bestekken waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zullen worden;
            • een plan of tekening en fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.

      De vrijstelling a) of b) kan twee maal met één jaar worden verlengd op voorwaarde dat:

          • Één of meer facturen worden ingediend waaruit blijkt dat het afgelopen jaar een bedrag van minimum 5.000 euro (inclusief btw) aan de betreffende renovatiewerken werd besteed;
          • én een actuele renovatienota wordt voorgelegd (voor de werken verricht zonder omgevingsvergunning).

      Tijdens het eerste jaar van de vrijstelling, bedoeld in artikel 15.2, 1°, kan de nieuwe zakelijk gerechtigde(n) zich beroepen op de vrijstelling a) of b), ongeacht de eerdere toepassing hiervan.

      In de mate de te renoveren, hetzij de te slopen woning een sociale huurwoning betreft in de zin van artikel 1.3, §1, 49° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en voor zover de woning deel uitmaakt van een projectdossier goedgekeurd op het gemeentelijk lokaal woonoverleg, geldt de vrijstelling tot de voorziene einddatum van de werken in het op het lokaal woonoverleg goedgekeurde projectdossier.

        • De woningen of gebouwen die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30,§2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, vanaf de ondertekening van deze overeenkomst en zolang de overeenkomst loopt.
        • De woningen of gebouwen die zijn beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard onderzoeks- of erfgoedpremiedossier is ingediend. Dit gedurende de termijn van behandeling of voor de termijn dat de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven.
          De vrijstelling wordt jaarlijks aangevraagd en de maximale duur van toekenning is beperkt tot vijf jaar.
          Deze beperking geldt niet in het geval dat de bevoegde overheid attesteert dat het monument in de bestaande toestand bewaard mag blijven.
        • De woningen of gebouwen die voorwerp uitmaken van een brownfieldconvenant, definitief gesloten overeenkomstig hoofdstuk III van het Decreet van 30/03/2007 betreffende de brownfieldconvenanten. Deze vrijstelling geldt tot aan de beëindiging van het brownfieldconvenant, overeenkomstig art. 10,§3 van het Decreet van 30/03/2007 betreffende de brownfieldconvenanten.
          De vrijstelling wordt jaarlijks aangevraagd en de maximale duur van toekenning is beperkt tot vijf jaar.
        • De woningen of gebouwen die het voorwerp uitmaken van een door de OVAM conform verklaard bodemsaneringsproject overeenkomstig titel III, hoofdstuk V van het Decreet van 27/10/2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming. Deze vrijstelling gaat in op de datum van de aanvraag van de vrijstelling tot aan de datum van de eindverklaring van de OVAM overeenkomstig artikel 68 van het Decreet van 27/10/2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming.
          De vrijstelling wordt jaarlijks aangevraagd en de maximale duur van toekenning is beperkt tot vijf jaar.

      Artikel 16: Vestigen, innen en bezwaarprocedure

      16.1: Aangifteplicht

      In geval van overdracht of vestiging van een zakelijk recht op een verwaarloosde woning of gebouw, is de overdrager ertoe gehouden dit te melden aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid overeenkomstig artikel 8 van het reglement op de registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen.

      16.2: Wijze van invordering

      De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar door het college van burgemeester en schepenen.

      16.3: Betalingstermijn

      De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

      16.4: Administratieve geldboete

      Een administratieve geldboete van 500 EUR wordt opgelegd aan de belastingplichtige:

        • die weigert inzage te geven in documenten (boeken en bescheiden) die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting (i.k.v. controle en onderzoek);
        • die weigert toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend aan de personeelsleden die hiervoor zijn aangesteld. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid worden geboden vaststellingen te doen.

      Een administratieve geldboete van 300 EUR wordt opgelegd aan de belastingplichtige die niet tijdig conform artikel 8 §2 een overdracht van een zakelijk recht heeft aangegeven.
      Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.

      16.5: Verwijzingsregel

      De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

      4. INWERKINGTREDING, OVERGANGSBEPALINGEN EN BEKENDMAKING

      Artikel 17: Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en heft het reglement, goedgekeurd door de gemeenteraad van Bonheiden in vergadering van 18/12/2019 op.

      Artikel 18: Overgangsbepalingen

      Het reglement is onmiddellijk van toepassing op woningen en gebouwen die reeds in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen zijn opgenomen en niet zijn geschrapt zijn voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement.

      Vrijstellingen die werden aangevraagd voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement en verkregen, blijven verworven voor de lopende duur waarvoor de vrijstelling geldt.

      In geval een aanvraag tot schrapping of een aanvraag tot het bekomen van een vrijstelling die dateert van voor de inwerkingtreding van huidig reglement waarvoor de beslissing door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid na inwerkingtreding van huidig reglement wordt genomen, zal de voor de zakelijk gerechtigde meest gunstige regelgeving gelden.

      Hetzelfde geldt voor de administratieve beroepen die werden ingediend voor de inwerkingtreding van huidig reglement en waarvoor de beslissing door het intergemeentelijk samenwerkingsverband of de gemeente wordt genomen na inwerkingtreding van huidig reglement.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Leegstandsregister en belasting op leegstand vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 het reglement leegstandsregister en belasting op leegstand vast te stellen.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling reglement van leegstandsregister en leegstandsbelasting 2020-2025.
      • 16/12/2020: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing reglement van leegstandsregister en leegstandsbelasting 2020-2025.
      • 25/10/2025: E-mail van Sophie Aerts, juriste IGEMO, betreffende ontwerpreglementen leegstand en verwaarlozing.
      • 17/12/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende de goedkeuring van het registratiereglement tweede verblijven.
      Feiten en context

      Het is wenselijk om een leegstandsregister bij te houden en een belasting te heffen op leegstaande woningen zodat de beschikbare woningen en gebouwen optimaal benut worden en verloedering tegengegaan wordt om zo het gemeentelijk- en straatbeeld te verfraaien.

      Een gemeentelijk reglement dient vastgesteld te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van leegstand worden vastgesteld. De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal onder meer effect hebben als de opname in het leegstandsregister ook daadwerkelijk belast wordt. Hiertoe wordt een belasting op leegstand vastgesteld.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 41 dat bepaalt dat de uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen door de gemeenteraden of de provincieraden worden geregeld volgens de beginselen bij de Grondwet vastgesteld;
        • Art. 162 dat bepaalt dat de provinciale en gemeentelijke instellingen bij de wet worden geregeld;
        • Art. 170, §4, dat bepaalt dat geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald:
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      • Het Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
      • Het Decreet van 25/04/2014 betreffende de omgevingsvergunning.
      • Het Decreet van 14/10/2016 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen.
      • De overeenkomst met IGEMO van 18/12/2017 tot deelname aan de intergemeentelijke samenwerking Wonen langs Dijle en Nete waarbij IGEMO de gemeente ondersteunt bij het organiseren en realiseren van het lokaal woonbeleid.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      • De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.14 Belasting op leegstand (IGEMO).

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00326 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Leegstandsregister en belasting op leegstand vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt: 

      I. ALGEMEEN
      Artikel 1. Definities

      Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder de volgende begrippen:

        • Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar, ondernemer, zelfstandige, bestuurder een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats. De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden een woning kan worden beschouwd als afsplitsbaar van een bedrijfsgebouw. (Artikel 2, 1° van het decreet van 19/04/1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.)
        • Belastbare periode: iedere periode van twaalf opeenvolgende maanden van opname in het leegstandsregister.
          Belastingplichtige: de zakelijk gerechtigde van de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw op het ogenblik van het verschuldigd worden van de heffing, d.i. de persoon op wiens naam de heffing wordt ingekohierd.
        • Belastingschuldige: degene die de belasting moet betalen, dit is de belastingplichtige of zijn rechtsopvolger.
        • Beroepsinstantie: het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
        • Beveiligde zending: een aangetekende zending, een elektronisch aangetekende zending, hetzij een aangetekende zending met ontvangstbewijs.
        • Functie van het gebouw: deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25/04/2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
        • Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat niet beantwoordt aan de definitie van een woning zoals bedoeld in dit reglement, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, zoals gedefinieerd in dit artikel.
        • Intergemeentelijke samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid: Intergemeentelijke Vereniging voor Ontwikkeling van het Gewest Mechelen en Omgeving (IGEMO) publieke rechtspersoon die de vorm van een dienstverlenende vereniging overeenkomstig het decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur heeft aangenomen.
        • Kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de kamer deel uitmaakt.
        • Leegstaande woning of kamer: een woning of kamer die gedurende een periode van minstens twaalf maanden niet wordt aangewend in overeenstemming met:

      1° de woonfunctie of
      2° met volgende functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt:

          • Functie als tweede verblijf, voor zover het een woning betreft die voor de eigenaar, de huurder, de bewoner of de gebruiker niet tot hoofdverblijf dient, maar die op elk ogenblik door hen voor effectieve en niet-occasionele bewoning kan worden gebruikt, die voldoet aan de vereisten inzake woonkwaliteit en bij de gemeente geregistreerd is als tweede verblijf in de zin van het registratiereglement op tweede verblijven.
          • Een culturele, sociale of recreatieve functie indien aan volgende voorwaarden cumulatief is voldaan:
            • Het gaat om een effectief en niet-occasioneel gebruik gedurende een periode van minstens twaalf opeenvolgende maanden van meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte van de woning voor een culturele, sociale of recreatieve werking.
            • Er is een schriftelijke, rechtsgeldige overeenkomst, tegenstelbaar aan derden, met de zakelijk gerechtigde over de duurtijd, het gebruik en vergoeding voor het gebruik van de woning.
            • De werking ontvangt ofwel subsidies voor haar culturele, sociale of recreatieve werking of is aangesloten bij een erkende gemeentelijke adviesraad van de gemeente waar de woning gelegen is.
        • Leegstaand gebouw: indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

      Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19/04/1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet splitsbaar is. Een gedeelte is eerst splitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

        • Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of nieuwe woning wordt beschouwd als leegstaand indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig de functie.
        • Leegstandsregister: het gemeentelijk register vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen dat bestaat uit twee afzonderlijke inventarissen, een inventaris van leegstaande woningen/kamers en een inventaris van leegstaande gebouwen, opgemaakt als digitaal bestand.
        • Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum in het leegstandsregister, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
        • Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
        • Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
          • volle eigendom;
          • recht van opstal of van erfpacht, inclusief onderopstal en ondererfpacht;
          • vruchtgebruik, inclusief recht van bewoning en ondervruchtgebruik.

      Artikel 2. Taakverdeling tot uitvoering

      §1. De gemeente vertrouwt overeenkomstig artikel 2.9, tweede lid van de Vlaamse Codex Wonen de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toe aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
      Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid voert alle taken daaromtrent uit waaronder het opsporen van leegstand, het administratief afhandelen en beslissen over opname in en schrapping uit het leegstandsregister, met inbegrip van het administratief beroep tegen deze beslissingen.
      De door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikelen 5 en 6 van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
      §2. De gemeente is overeenkomstig het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen bevoegd voor het vestigen van een belasting op leegstaande woningen en gebouwen en het verlenen van een vrijstelling van deze belasting, evenals voor het administratief bezwaar tegen de beslissingen hierover.

      2. HET LEEGSTANDSREGISTER

      Artikel 3. Het leegstandsregister

      §1. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid houdt voor de gemeente een leegstandsregister bij. Zij maakt een inventaris op van:

        • de leegstaande woningen/kamers en
        • de leegstaande gebouwen.

      Beide inventarissen vormen samen het gemeentelijk leegstandsregister.

      §2. In elke inventaris worden minimum volgende gegevens van de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw opgenomen:

        • het adres;
        • de kadastrale gegevens;
        • de identiteit en het (de) adres(sen) van de zakelijk gerechtigde(n);
        • het nummer en de datum van de administratieve akte;
        • de indicatie(s) die aanleiding hebben gegeven tot een opname.

      Artikel 4. Vaststelling van leegstand en opmaak van een administratieve akte

      §1. De leegstand wordt beoordeeld aan de hand van één of meerdere objectieve indicaties, zoals vermeld in de volgende limitatieve lijst, hetzij administratieve vaststellingen enerzijds, hetzij materiële vaststellingen anderzijds:

      1° Administratieve vaststellingen:

        • het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister op het adres van de woning/kamer of het gebouw;
        • het ontbreken van een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO ) in een gebouw;
        • het ontbreken van een opname in het register van tweede verblijven; een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de woonfunctie, een functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt of de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
        • de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;
        • de vermindering van de onroerende voorheffing toegekend naar aanleiding van leegstand of niet-productiviteit.

      2° Materiële vaststellingen:

        • de onmogelijkheid om de woning/kamer of het gebouw op een normale wijze te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde of verzegelde toegang;
        • het aanbieden van het gebouw of van de woning/kamer als “te huur” of “te koop”;
        • de woning/kamer of het gebouw is niet bemeubeld;
        • ernstig vervuild glaswerk en/of buitenschrijnwerk;
        • verwaarlozing van de tuin en buitensporig veel onkruid;
        • ruwbouwwerken, winddichtheid en/of waterdichtheid is niet gewaarborgd;
        • een uitpuilende, dichtgeplakte of geen brievenbus;
        • neergelaten rolluiken of gesloten blinden/luiken;
        • onmogelijke bereikbaarheid van het gebouw of de woning, bijv. door versperring van de toegangsweg door overwoekering van planten;
        • het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen; 
        • het vermoeden van gebruik als domiciliewoning, zijnde het door een proces-verbaal of bestuurlijk verslag van de politie of een soortgelijk document opgemaakt door een bevoegde overheid gestaafde vermoeden dat de woning niet effectief wordt bewoond, ondanks inschrijving in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister of wachtregister; 
        • getuigenissen: verklaringen van omwonenden, postbode, wijkagenten of personeelsleden van de betrokken gemeente.

       §2. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid maakt met betrekking tot de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw een genummerde administratieve akte op, dit op basis van de vaststellingen van leegstand en een controle ter plaatse. De vaststellingen worden gestaafd met minstens één foto en een beschrijvend verslag waarin de passende objectieve indicaties van leegstand worden opgenomen.

      Artikel 5. Opname in het leegstandsregister

      §1. Door de opmaak van de administratieve akte overeenkomstig artikel 4,§2, wordt een leegstaande woning/kamer of een leegstaand gebouw opgenomen in het leegstandsregister.
      De datum van de administratieve akte geldt als datum van opname in het leegstandsregister.
      §2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.
      Een woning die voorafgaand aan de vaststelling van leegstand reeds is opgenomen in de inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, kan niet worden opgenomen in het leegstandsregister.

      Artikel 6. Kennisgeving van de beslissing tot opname in het leegstandsregister 

      §1. De beslissing tot opname van de woning/kamer of het gebouw in het leegstandsregister wordt door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, per beveiligde zending ter kennis gebracht aan de zakelijk gerechtigde(n) die bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid gekend zijn.

      §2. De beslissing tot opname bevat:

        • de administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag;
        • informatie met betrekking tot:
          • de gevolgen van de opname
          • de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister
          • de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister
          • de mogelijkheid tot het bekomen van een vrijstelling van de leegstandsbelasting.

      §3. Het is aan de betrokkene die de leegstand betwist om aan te tonen dat er geen sprake is van leegstand.

      Artikel 7. Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister

      §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde, hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending en per e-mail binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing tot opname, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
      §2. Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

        1. een poststempel of datum van afgifte, tenzij het werd ingediend per e-mail; de identiteit en het adres van de indiener;
        2. een motivatie;
        3. de naam of een handtekening van de zakelijk gerechtigde of van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

      Daarnaast moet het beroepschrift volgende gegevens bevatten:

        • het nummer van de administratieve akte;
        • het adres van de woning/kamer of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;
        • de bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de opname in het leegstandsregister als leegstaand gebouw of leegstaande woning/kamer onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;
        • een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 Gerechtelijke Wetboek.

      Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning/kamer of het gebouw, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor een beroep tegen de opname in het leegstandsregister zoals omschreven in dit reglement, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning/kamer of het gebouw.
      §3. De zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1, niet is verstreken zijn beroepschrift aanpassen of een vervangend beroepschrift indienen.
      §4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

        • het is te laat ingediend;
        • het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;
        • het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform §2 van dit artikel;

      Indien de beroepsinstantie het beroep onontvankelijk verklaart, deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan alle zakelijk gerechtigden.
      §5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door een met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen/kamers belast personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
      Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning/kamer voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
      §6. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift neemt de beroepsinstantie een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beroepsinstantie deelt haar beslissing per beveiligde zending mee aan de indiener van het beroep.
      §7. Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning/kamer of het gebouw opgenomen in het leegstandsregister vanaf de datum van de administratieve akte.

      Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning/kamer of het gebouw beschouwd als nooit opgenomen in het register.

      §8. De zakelijk gerechtigde(n), hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

      Artikel 8. Meldingsplichten

      §1. Bij wijziging van persoons-en contactgegevens geldt een meldingsplicht in hoofde van de zakelijk gerechtigde. De gewijzigde persoons- en contactgegevens dienen uiterlijk twee maanden na wijziging aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid te worden bezorgd.

      Wanneer de zakelijk gerechtigde nalaat de wijzigingen door te geven kan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid op rechtsgeldige wijze kennisgeven op grond van de gegevens waarover hij beschikt.

      §2. Bij overdracht van een zakelijk recht op een leegstaande woning/kamer of een leegstaand gebouw, geldt een meldingsplicht.

      De overdrager bezorgt het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid binnen een termijn van twee maanden na de overdracht per beveiligde zending of per e-mail een kopie van of een uittreksel uit de notariële akte waarbij het zakelijk recht werd overgedragen.

      De kopie of het uittreksel bevat minstens de volgende gegevens:

        • de identiteit en het adres van de overdrager;
        • het nummer van de administratieve akte;
        • de identiteit van de verkrijger van het zakelijk recht en het aandeel in het zakelijk recht;
        • het adres van de woning/kamer of het gebouw waarop de overdracht betrekking heeft;
        • de kadastrale gegevens van de woning/kamer of het gebouw waarop de overdracht betrekking heeft;
        • de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris.

      Wanneer de overdrager de notaris hierom verzoekt, kan de instrumenterende notaris het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid op de hoogte stellen van de overdracht van het zakelijk recht. In voorkomend geval zal de notaris het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis stellen van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde(n), gestaafd met de nodige bewijsstukken.

      §3. Bij overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger(s) van het volle eigendomsrecht, of van een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik, voorafgaand aan de overdracht in kennis van de opname van het onroerend goed in het leegstandsregister.
      §4. Wanneer de overdracht niet aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid ter kennis wordt gebracht, kan het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid op rechtsgeldige wijze kennisgeven aan de overdrager.

      Artikel 9. Openbaarheid van het leegstandsregister

      Het leegstandsregister is een bestuursdocument en is als dusdanig (gedeeltelijk) toegankelijk voor het publiek.

      De aanvraag tot openbaarheid kan overeenkomstig de bepalingen uit het Bestuursdecreet van 07/12/2018 worden afgewezen, onder meer ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

      Artikel 10. Verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister

      §1. Een woning/kamer of een gebouw kan door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid uit het leegstandsregister worden geschrapt in de hierna bepaalde gevallen, indien de zakelijk gerechtigde, hetzij de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, hierom verzoekt en de nodige gegevens en bewijsstukken levert.
      Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid kan een woning/kamer of gebouw ambtshalve schrappen uit het leegstandsregister indien hij reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat de woning of het gebouw niet langer in aanmerking komt voor opname in het leegstandsregister.
      §2. Een woning/kamer wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer de woning/kamer minstens zes opeenvolgende maanden ononderbroken in overeenstemming met de woonfunctie hetzij in overeenstemming met elke andere functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning/kamer met zich mee brengt zoals in artikel 1 omschreven, aangewend wordt. De woning/kamer wordt geschrapt te rekenen vanaf de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie of andere functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning/kamer met zich meebrengt zoals in artikel 1 omschreven, op voorwaarde dat deze blijkt uit de inschrijving in het bevolkingsregister, de eventuele andere door de zakelijk gerechtigde aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.
      §3. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer de zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde hierom verzoekt en bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie van het gebouw aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden. Het gebouw wordt geschrapt te rekenen vanaf de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie van het gebouw, zoals deze blijkt uit de aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.
      §4. Een woning/kamer of gebouw, waarvoor een functiewijziging werd vergund, wordt uit het leegstandsregister geschrapt, op voorwaarde dat het gebruik in overeenstemming is met de nieuwe functie. Het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie kan, na ontvangst door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid van de stedenbouwkundige/omgevingsvergunning tot functiewijziging, tijdens een plaatsbezoek door de personen bedoeld in artikel 2,§1 van dit reglement worden vastgesteld. De schrapping gaat in op datum van aanvang van het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie, op voorwaarde dat de controle het gebruik in overeenstemming met de nieuwe functie bevestigt.
      §5. Een gesloopte woning/kamer of gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt, op voorwaarde dat de van omgevingsvergunning vrijgestelde dan wel omgevingsvergunningsplichtige sloopwerken volledig werden uitgevoerd, met inbegrip van het opruimen van het puin en het gelijkmaken van de grond. Het einde van de werken kan, na ontvangst door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid van de melding dat de werken werden beëindigd, door de personen bedoeld in artikel 2,§1 van dit reglement tijdens een plaatsbezoek worden vastgesteld. De schrapping gaat in op datum van de melding dat de sloopwerken werden beëindigd, op voorwaarde dat controle het einde van de werken bevestigt.
      §6. Het verzoek tot schrapping bevat op straffe van onontvankelijkheid:

        1. een poststempel of datum van afgifte, tenzij het werd ingediend per e-mail;
        2. de identiteit en het adres van de verzoeker;
        3. een motivatie;
        4. de naam of een handtekening van de zakelijk gerechtigde of van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

      Daarnaast moet het verzoek volgende gegevens bevatten:

        • het nummer van de administratieve akte;
        • het adres van de woning/kamer of van het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
        • de bewijsstukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de woning/kamer of het gebouw mag geschrapt worden uit het leegstandsregister overeenkomstig §2 tot en met §5 van dit artikel. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;
        • een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 Gerechtelijke Wetboek.

      Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning/kamer of het gebouw, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor een schrapping zoals omschreven in dit reglement, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning/kamer of het gebouw.

      De indiener van het verzoek tot schrapping kan te allen tijde een nieuw verzoek tot schrapping indienen dat voldoet aan de vereisten opgesomd in deze paragraaf.

      §7. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid onderzoekt de ontvankelijkheid van het verzoek tot schrapping. Indien het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid het verzoek tot schrapping onontvankelijk verklaart, deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan de indiener van het verzoek.
      §8. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping aan de hand van de stukken of een feitenonderzoek, verricht door een bevoegd personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, belast met de opsporing van leegstaande woningen/kamers en gebouwen.
      Het verzoek tot schrapping wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning/kamer voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
      §9. Indien het verzoek tot schrapping onontvankelijk of ongegrond wordt beoordeeld, blijft de woning/kamer of het gebouw in het leegstandsregister opgenomen, vanaf de datum van de administratieve akte.
      §10. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het verzoekschrift neemt het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, desgevallend na plaatsbezoek, een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Indien het verzoek tot schrapping wordt ingewilligd, wordt de woning/kamer of het gebouw uit het leegstandsregister geschrapt vanaf de datum vermeld in de beslissing tot schrapping.
      §11. De zakelijk gerechtigde(n) wordt op de hoogte gebracht van de beslissing over de schrapping.

      Artikel 11. Administratief en rechterlijk beroep tegen de beslissing over schrapping

      §1. Op straffe van onontvankelijkheid kan de zakelijk gerechtigde hetzij zijn advocaat of wettelijk vertegenwoordiger, per beveiligde zending en per e-mail en binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing over het verzoek tot schrapping, een administratief beroep indienen bij de beroepsinstantie.
      §2. Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

        1. een poststempel of datum van afgifte, tenzij het werd ingediend per e-mail;
        2. de identiteit en het adres van de indiener;
        3. een motivatie;
        4. de naam of een handtekening van de zakelijk gerechtigde of van de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde.

      Daarnaast moet het beroepschrift volgende gegevens bevatten:

        • het nummer van de administratieve akte;
        • het adres van de woning/kamer of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;
        • de bewijs stukken (minstens één) op grond waarvan wordt aangevoerd dat de beslissing over het verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister onterecht zou zijn. Alle bewijsmiddelen van gemeen recht zijn toegelaten, met uitzondering van de eed;
        • een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, een bewijs van wettelijke vertegenwoordiging of de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, indien het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, behoudens bij toepassing van artikel 440 Gerechtelijke Wetboek. 

      Het louter voorleggen van een inschrijving in het bevolkingsregister op het betreffende adres of het voorleggen van een (handels-)huurovereenkomst met betrekking tot de woning/kamer of het gebouw, kan nooit als afdoende bewijs gelden voor een beroep tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping uit het leegstandsregister zoals omschreven in dit reglement, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van de woning/kamer of het gebouw.
      §3. De zakelijk gerechtigde of de persoon die optreedt in naam en voor rekening van de zakelijk gerechtigde, kan zolang de termijn van dertig kalenderdagen, zoals vermeld in §1, niet is verstreken zijn beroepschrift aanpassen of een vervangend beroepschrift indienen, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
      §4. De beroepsinstantie onderzoekt de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is onontvankelijk in de volgende limitatief opgesomde gevallen:

        • het is te laat ingediend;
        • het voldoet niet aan de vereisten vermeld in §2 van dit artikel;
        • het is niet afkomstig van een zakelijk gerechtigde of diens vertegenwoordiger conform §2 van dit artikel;

      Indien de beroepsinstantie het beroep onontvankelijk verklaart, deelt zij haar gemotiveerde beslissing per beveiligde zending mee aan de indiener van het beroep.
      §5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door een met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen/kamers belast personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid.
      Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw of de woning/kamer voor het feitenonderzoek wordt geweigerd of verhinderd.
      §6. Binnen een ordetermijn van negentig dagen, te rekenen vanaf de dag na deze van de kennisgeving van het beroepschrift neemt de beroepsinstantie een beslissing over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften.

      De beroepsinstantie deelt haar beslissing per beveiligde zending mee aan de zakelijk gerechtigde(n).

      §7. Indien de beslissing over het verzoek tot schrapping niet tijdig wordt betwist met een administratief beroep of het administratief beroep onontvankelijk of ongegrond wordt verklaard, blijft de woning/kamer of het gebouw opgenomen in het leegstandregister vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.

      Als het administratief beroep wordt ingewilligd, wordt de woning/kamer of het gebouw uit het leegstandsregister geschrapt vanaf de aanwending overeenkomstig de (woon)functie, zoals deze blijkt uit de aangeleverde stukken of desgevallend een plaatsbezoek.

      §8. De zakelijk gerechtigde(n), hetzij zijn advocaat of wettelijke vertegenwoordiger, kan tegen de beslissing van de beroepsinstantie beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg. De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de beroepsinstantie. De artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

      3. DE BELASTING OP LEEGSTAANDE WONINGEN/KAMERS EN GEBOUWEN

      Artikel 12. Opheffing

      Het raadsbesluit van 16/12/2020 van Bonheiden inzake de vaststelling van het registratie- en belastingreglement voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025 wordt opgeheven en vervangen door dit besluit vanaf 01/01/2026.

      Artikel 13. Definities

      De definities opgenomen in artikel 1 van het reglement op de registratie van de leegstaande woningen en gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 17/12/2025, gelden eveneens bij de toepassing van dit reglement.

      Artikel 14. Heffingstermijn – belastbaar feit

      §1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 31/12/2031 wordt een belasting gevestigd op de woningen/kamers en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister, als bedoeld in het reglement op de registratie van de leegstaande woningen en gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 17/12/2025.

      §2. Het belastbaar feit is de opname gedurende tenminste twaalf maanden in het leegstandsregister, te rekenen vanaf de datum van de administratieve akte.

      §3. De belasting voor een leegstaande woning/kamer of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning/kamer of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

      §4. Zolang een leegstaande woning/kamer of een leegstaand gebouw niet uit het leegstandsregister geschrapt is, zal de heffing het goed blijven bezwaren en blijft de heffing verschuldigd bij het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.

      Artikel 15. Tarief van de belasting

      §1. De belasting bedraagt: 

        • 2.000,00 euro voor een leegstaande woning of gebouw;
        • 1.000,00 euro voor een kamer.

      §2. Als het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:

        • 4.000,00 euro voor een leegstaande woning of gebouw;
        • 2.000,00 euro voor een kamer.

      Als het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:

        • 6.000,00 euro voor een leegstaande woning of gebouw;
        • 3.000,00 euro voor een kamer.

      Als het gebouw of de woning een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:

        • 8.000,00 euro voor een leegstaande woning of gebouw;
        • 4.000,00 euro voor een kamer.

      Als het gebouw of de woning een vijfde of verdere opeenvolgende termijnen van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:

        • 10.000,00 euro voor een leegstaande woning of gebouw;
        • 5.000,00 euro voor een kamer.

      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
      Basisbedrag x Nieuw indexcijfer (november)
      ----------------------------------------------------- = geïndexeerd bedrag
      aanvangsindexcijfer (november 2025)
      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.

      Periodes van vrijstelling doen geen afbreuk aan §1 en §2.

      §3. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat de woning/kamer of een gebouw onafgebroken in het leegstandsregister is opgenomen, wordt in geval van overdracht opnieuw herleid tot het bedrag vermeld in §1, op voorwaarde dat de overdracht van het zakelijk recht de volledige woning/kamer of het gebouw betreft en behoudens wanneer de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks participeert .

      Artikel 16. De belastingplichtige

      §1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.

      Zolang de woning/kamer of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de zakelijk gerechtigde op het ogenblik dat een nieuwe periode van twaalf maanden verstrijkt, de nieuwe heffing verschuldigd.

      §2. Indien er sprake is van een woning/kamer of gebouw in onverdeeldheid of een andere situatie waarbij er sprake is van meerdere zakelijk gerechtigden, is elke zakelijk gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval van overlijden, wordt de belasting gericht ten aanzien van de nalatenschap.

      Artikel 17. Vrijstellingen

      17.1 Algemeen

      §1. Het toekennen van een vrijstelling gebeurt volgens dit reglement. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de uitvoering hiervan en kan de taken hiervoor delegeren aan de algemeen directeur of aan personeelsleden, dit binnen de grenzen zoals bepaald door de hogere of eigen regelgeving.

      Een vrijstelling van de leegstandsbelasting kan door de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger worden aangevraagd tot vóór het verstrijken van de termijn vermeld in artikel 9§1 van het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijnde binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet.

      De belastingplichtige bezorgt per e-mail of per beveiligde zending aan de financiële dienst van de gemeente een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier tot het bekomen van een vrijstelling met bewijsstukken. Het aanvraagformulier is beschikbaar op de website van de gemeente .

      De vrijstellingsaanvraag en de bewijsstukken hebben betrekking op de belastbare periode vóór het verstrijken van de verjaardag van de opnamedatum in het leegstandsregister.
      De vrijstelling geldt enkel voor de belastingaanslag van de belastbare periode waarop de vrijstelling betrekking heeft en moet, zelfs wanneer zij overeenkomstig de bepalingen van dit artikel verlengbaar is, jaarlijks worden aangevraagd.

      Het college van burgemeester en schepenen of de algemeen directeur indien het college van burgemeester en schepenen hem deze bevoegdheid overeenkomstig artikel 57 van het Decreet over het lokaal bestuur toevertrouwt, kan ambtshalve vrijstellingen verlenen indien men reeds over de nodige gegevens en bewijsstukken beschikt waaruit blijkt dat men in aanmerking komt voor een vrijstelling van de leegstandsbelasting.

      In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 17.2 van onderhavig reglement, brengt de gemeente de zakelijk gerechtigde(n) die zich heeft beroepen op deze vrijstelling per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling.
      In geval van een vrijstelling bedoeld in artikel 17.3 van onderhavig reglement, brengt de gemeente alle zakelijk gerechtigden per beveiligde zending in kennis van haar beslissing over de vrijstelling

      §2. Er kunnen vrijstellingen van belasting worden toegestaan met betrekking tot de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw zelf enerzijds en met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingsplichtige anderzijds.

      De vrijstelling met betrekking tot de hoedanigheid van de belastingplichtige geldt enkel voor zijn persoon en ontslaat de andere zakelijk gerechtigde(n) niet van hun hoofdelijkheid. Deze vrijstelling geldt dus niet voor de andere zakelijk gerechtigde(n) die zich niet in deze hoedanigheid bevinden. De vrijstelling met betrekking tot de leegstaande woning/kamer of het leegstaande gebouw zelf geldt voor alle zakelijk gerechtigde(n).

      17.2. Vrijgestelde personen

      De belastingplichtige is vrijgesteld:

      1° als de belastingplichtige op het ogenblik dat de belasting verschuldigd is, minder dan twaalf opeenvolgende maanden zakelijk gerechtigde is. Deze vrijstelling geldt voor de eerste belastingaanslag volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht, teneinde nieuwe zakelijk gerechtigde(n) de tijd te gunnen de leegstand te verhelpen. Deze vrijstelling geldt slechts voor zover het zakelijk recht de volledige woning/kamer of het volledige gebouw betreft en geldt niet indien de nieuwe zakelijk gerechtigde een rechtspersoon betreft waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.

      2° als de belastingplichtige in een erkende ouderenvoorziening verblijft en daarvan het bewijs verstrekt, afgeleverd door de erkende ouderenvoorziening. Deze vrijstelling geldt enkel voor de woning/kamer die onmiddellijk voorafgaand aan de opname volledig en uitsluitend gebruikt werd als hoofdverblijfplaats van de belastingplichtige. De vrijstelling geldt enkel voor de eerste belastingaanslag volgend op de opname in de erkende ouderenvoorziening.

      3° als de belastingplichtige zijn of haar de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing gedurende de periode van handelingsonbekwaamheid. Deze vrijstelling kan twee maal aaneensluitend met één jaar worden verlengd.

      4° als de belastingplichtige minstens 4 maanden werd opgenomen tijdens de 12 maanden van de belastbare periode leegstand in een psychiatrische instelling, ziekenhuis of revalidatiecentrum en daarvan het bewijs verstrekt, afgeleverd door de betrokken psychiatrische instelling, het ziekenhuis of het revalidatiecentrum, waarbij de vrijstelling geldt voor de periode waarbij de opname kan worden aangetoond, met dien verstande dat de vrijstelling tweemaal met één jaar kan worden verlengd.

      5° als de belastingplichtige een woonmaatschappij is waarin de gemeente participeert.

      17.3 Vrijgestelde woningen/kamers en gebouwen

      Een vrijstelling wordt verleend voor:

      1° De woning, kamer of gebouw die gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan.

      2° De woning, kamer of gebouw die geen voorwerp meer kunnen uitmaken van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, omdat het onverenigbaar is met een voorlopig goedgekeurd of goedgekeurd ruimtelijk uitvoeringsplan of van bijzonder plan van aanleg.

      3 ° De woning, kamer of gebouw die vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt drie jaar volgend op de datum van vernieling of beschadiging wanneer de belastingplichtige het bewijs voorlegt dat er nog steeds betwisting bestaat over de aansprakelijkheid of de vergoeding van de verzekering of het rampenfonds, die afbraak, nieuwbouw, renovatie of verkoop onmogelijk maakt. In de zin van deze bepaling wordt verstaan onder een ramp: een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de zakelijk gerechtigde en waardoor de schade zo groot is dat het normaal gebruik onmogelijk is, zoals een brand, ontploffing, verzakking, terrorisme, overstroming, storm,…. De vrijstelling kan nadien jaarlijks verlengd worden in geval voormeld bewijs wordt geleverd.

      4° De woning, kamer of gebouw die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kunnen worden omwille van een verzegeling of betredingverbod, of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure opgelegd door een beslissing van een gerechtelijke instantie met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt tot één jaar na afloop van de verzegeling of het betredingsverbod of de gerechtelijke procedure. In geval van een expertise in een niet-strafrechtelijke procedure dient minstens één van de aangestelde experten aan te geven dat de woning/kamer niet betreden mag worden of op welk tijdstip dit wel mogelijk is.

      5° De woning die of het gebouw dat daadwerkelijk gerenoveerd of gesloopt wordt waardoor de woning of het gebouw niet gebruikt kan worden volgens zijn functie:

        1. Hetzij ingevolge een niet-vervallen (omgevings-)vergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt gedurende 2 jaar
        2. Hetzij zonder dat voor deze werken een omgevingsvergunning is vereist, met dien verstande dat de vrijstelling geldt gedurende één jaar en op voorwaarde dat een gedetailleerde, ondertekende en gedagtekende renovatienota wordt voorgelegd. De renovatienota bevat minstens de volgende elementen:
          1. een overzicht van welke niet-vergunningsplichtige werken worden uitgevoerd;
          2. een (gedetailleerd) tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd;
          3. een raming van de kosten vergezeld van offertes, facturen en/of bestekken waaruit blijkt dat de werken uitgevoerd zullen worden;
          4. een plan of tekening en fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.

      De vrijstelling a) of b) kan twee maal aaneensluitend met één jaar worden verlengd op voorwaarde dat:

          • één of meer facturen, met vermelding van het adres waar de werken worden uitgevoerd, worden ingediend waaruit blijkt dat het afgelopen jaar een bedrag van minimum 5.000 euro (inclusief btw) aan de betreffende renovatiewerken werd besteed; een voorschotfactuur is onvoldoende;
          • én een actuele renovatienota wordt voorgelegd (voor de werken verricht zonder omgevingsvergunning).;

      Na het uitputten van deze vrijstelling kan hierop geen beroep worden gedaan gedurende 10 jaar.

      Tijdens het eerste jaar van de vrijstelling, bedoeld in artikel 17.2, 1°, kan de nieuwe zakelijk gerechtigde(n) zich beroepen op de vrijstelling a) of b), ongeacht de eerdere toepassing hiervan.

      Een plaatsbezoek kan worden uitgevoerd om te controleren of de woning, de kamer of het gebouw kan gebruikt worden volgens zijn functie.

      In de mate de te renoveren, hetzij de te slopen woning een sociale huurwoning betreft in de zin van artikel 1.3,§1, 49° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en voor zover de woning deel uitmaakt van een projectdossier goedgekeurd op het gemeentelijk lokaal woonoverleg, geldt de vrijstelling tot de voorziene einddatum van de werken in het op het lokaal woonoverleg goedgekeurde projectdossier.

      6° De woningen, kamers of gebouwen die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30,§2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, vanaf de ondertekening van deze overeenkomst en zolang de overeenkomst loopt.

      7° De woningen, kamers of gebouwen die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst met een erkend sociaal verhuurkantoor of woonmaatschappij tot verhuur van minimum negen jaar, vanaf de datum van ondertekening huurcontract en zolang deze overeenkomst loopt. Van zodra de woning/kamer effectief gedurende zes opeenvolgende maanden wordt bewoond, kan de woning/kamer uit het leegstandsregister worden geschrapt.

      8° De woningen, kamers of gebouwen die ter beschikking worden gesteld voor noodopvang of tijdelijke huisvesting aan een OCMW of een daartoe erkende organisatie, zolang de ter beschikkingstelling duurt.

      Artikel 18. Vestigen, innen en bezwaarprocedure

      18.1: Aangifteplicht

      In geval van overdracht of vestiging van een zakelijk recht op een leegstaande woning of gebouw, is de overdrager ertoe gehouden dit te melden aan de registerbeheerder overeenkomstig artikel 8,§2 van het reglement op de registratie van leegstaande woningen en gebouwen.

      18.2: Wijze van invordering

      De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

      18.3: Betalingstermijn

      De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

      18.4: Administratieve geldboete

      Een administratieve geldboete van 500 EUR wordt opgelegd aan de belastingplichtige:

        • die weigert inzage te geven in documenten (boeken en bescheiden) die noodzakelijk zijn voor de vestiging van de belasting (i.k.v. controle en onderzoek);
        • die weigert toegang te verlenen tot de al dan niet bebouwde onroerende goederen, die een belastbaar element kunnen vormen of bevatten of waar een belastbare activiteit wordt uitgeoefend aan de personeelsleden die hiervoor zijn aangesteld. Om de belastingplicht te kunnen bepalen of de grondslag van de belasting te kunnen controleren of onderzoeken, moet aan die personeelsleden de mogelijkheid worden geboden vaststellingen te doen.

      Een administratieve geldboete van 300 EUR wordt opgelegd aan de belastingplichtige die niet tijdig conform artikel 8§2 een overdracht van een zakelijk recht heeft aangegeven.
      Het bedrag van de administratieve boete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.

      Artikel 19. Verwijzingsregel

      De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

      4. INWERKINGSTREDING, EN OVERGANGSBEPALINGEN EN BEKENDMAKING

      Artikel 20. Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en heft het reglement, goedgekeurd door de gemeenteraad van Bonheiden in vergadering van 16/12/2020, op.

      Artikel 21. Overgangsbepalingen

      Het reglement is onmiddellijk van toepassing op woningen/kamers en gebouwen die reeds in het leegstandsregister zijn opgenomen en niet zijn geschrapt voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement. De leegstand moet niet opnieuw bewezen worden, noch opnieuw ter kennis worden gebracht van de zakelijk gerechtigde(n).

      Vrijstellingen die werden aangevraagd voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement en verkregen, blijven verworven voor de lopende duur waarvoor de vrijstelling geldt.

      In geval een aanvraag tot schrapping of een aanvraag tot het bekomen van een vrijstelling die dateert van voor de inwerkingtreding van huidig reglement waarvoor de beslissing door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid na inwerkingtreding van huidig reglement wordt genomen, zal de voor de zakelijk gerechtigde meest gunstige regelgeving gelden.

      Hetzelfde geldt voor de administratieve beroepen die werden ingediend voor de inwerkingtreding van huidig reglement en waarvoor de beslissing door het intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid of de gemeente wordt genomen na inwerkingtreding van huidig reglement.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie conformiteitsonderzoek woningkwaliteit vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen voor conformiteitsonderzoeken woningkwaliteit. De vastgestelde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

      Voorgeschiedenis

      29/05/2024: Besluit van de gemeenteraad houdende opheffing retributiereglement conformiteitsattest woningen 2021-2025 en vaststelling retributiereglement conformiteitsonderzoek woningkwaliteit 01/06/2024-2025.

      Feiten en context

      Het bewaken van de minimale woningkwaliteit en het bevorderen van de woningkwaliteit is één van de speerpunten van het Vlaams en lokaal woonbeleid. Een conformiteitsattest is een officiële verklaring dat de woongelegenheid voldoet aan de wettelijke minimumkwaliteitseisen, conform de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen.

      Een vraag tot bekomen van een conformiteitsattest, is een aanvraag tot conformiteitsonderzoek van de betrokken woongelegenheid. De gemeente kan een retributie heffen op het behandelen van deze aanvraag. De retributie wordt vastgesteld, conform de maximum bedragen voorzien in artikel 3.3/1 Vlaamse Codex Wonen 2021.

      Om eigenaars te stimuleren zo veel mogelijk gebreken weg te werken is een conformiteitsonderzoek betreffende een woning, die minder dan 4 gebreken categorie I vertoont, gratis. Ook woonmaatschappijen, als bedoeld in Boek 4, Deel 1, Titel 3 Vlaamse Codex Wonen, worden van de retributie vrijgesteld.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      • Het Besluit van de Vlaamse regering van 11/09/2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder Boek 3.
      • De Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder Boek 3.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031, A9.28 Retributie conformiteitsonderzoek woningkwaliteit.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00324 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie conformiteitsonderzoek woningkwaliteit vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie op de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 Vlaamse Codex Wonen van 2021. Een retributie wordt vastgesteld voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen:

        • In het kader van de procedure verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, met toepassing van artikel 3.7 §1 Vlaamse Codex Wonen;
        • In het kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure ongeschikt of onbewoonbaarverklaring, met toepassing van artikel 3.12 Vlaamse Codex Wonen;
        • In het kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure, met toepassing van artikel 3.10, derde lid Vlaamse Codex Wonen.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - De retributieplichtige

      De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het conformiteitsonderzoek. 

      Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De retributie wordt als volgt vastgesteld:

        • Gratis: 
          • Indien de zelfstandige woning of kamerwoning minder dan 4 gebreken heeft van categorie I;
          • Indien een woonmaatschappij als bedoeld in Boek 4, Deel 1, Titel 3 Vlaamse Codex Wonen het conformiteitsonderzoek aanvraagt.
        • € 90:
          • Voor alle andere zelfstandige woningen;
          • Voor alle andere kamerwoningen, vermeerderd met € 15 per kamer, met een maximum van € 1775 per gebouw.
      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)
      ----------------------------------------------------   =  geïndexeerd bedrag
      aanvangsindexcijfer (november 2025)
      Waarbij:
        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)
      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3 of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent. 
      Indien de index negatief evolueert blijven de bedragen op het niveau van het voorgaand jaar.

      Artikel 5 - Wijze van inning en betalingstermijn

      De retributie wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een factuur na uitvoering van het conformiteitsonderzoek.

      Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

      Artikel 6 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie voor projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie te heffen voor projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer tegen een tarief van € 3.000 met een jaarlijkse indexatie.

      Voorgeschiedenis

      15/12/2021: Besluit van de gemeenteraad houdende de vaststelling van het retributiereglement voor projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer 2022-2025.

      Feiten en context

      Ruimtelijke projecten die een grote impact hebben, zowel qua complexiteit, als qua schaal op de omgeving op het grondgebied van de gemeente verdienen de nodige aandacht. Ze beïnvloeden de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van de gemeente. De evaluatie van deze projecten vereist een grote inzet van de administraties en het bestuur.

      Projecten die voldoen aan een minimum aantal vastgelegde criteria dienen verplicht te worden voorgelegd aan de kwaliteitskamer. Naast een kwaliteitstoets, wordt er tevens een objectief, deskundig en omstandig gemotiveerd advies overgemaakt aan de dienst omgeving van de gemeente. Het voorleggen van een project aan de kwaliteitskamer geeft echter geen garantie op het bekomen van een vergunning.

      De kosten voor de tussenkomst van de kwaliteitskamer, inclusief de voorbereiding, de bespreking en het verslag vallen ten laste van de initiatiefnemer van het project. Hiertoe wordt het retributiereglement 'projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer' vastgesteld.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A9.26 Retributie voor projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00325 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie voor projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie voor projecten met ondersteuning van de kwaliteitskamer.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:

        • Kwaliteitskamer: adviescommissie voor ruimtelijke projecten met een grote impact zowel qua complexiteit als qua schaal, samengesteld uit onafhankelijk, externe deskundigen/experten met bijzondere kennis inzake o.m. architectuur en stedenbouw, ruimtelijke ordening, erfgoed, mobiliteit, milieu en landschap.

      Artikel 4 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die initiatiefnemer is van een project waarvan door het college van Burgemeester en Schepenen werd beslist, na advies van de dienst Vergunningen, hiervoor een advies in te winnen bij de kwaliteitskamer. 
      De dienst Vergunningen kan een adviesaanvraag aan de kwaliteitskamer adviseren indien het project minstens twee of meer van de hieronder vermelde criteria bevat of op basis van andere relevante overwegingen inzake ruimtelijke kwaliteit;

        • Het project bevat 5 of meer woongelegenheden;
        • Het project bevat meer dan 100 mhandelsruimte, dienstenruimte, werkplaats, loods, stalling en dergelijke;
        • Het project ontvangt zwaar vervoer (+3,5T);
        • Het project brengt meer dan 250 vervoersbewegingen met zich;
        • Het project wijkt af van het referentiebeeld in de omgeving;
        • Het project bevat beschermd bouwkundig erfgoed, beschermd dorpsgezicht of beschermd landschap of is gelegen binnen het gezichtsveld van beschermd erfgoed, dorpsgezicht of landschap;
        • Het project bevat geïnventariseerd bouwkundig erfgoed of paalt aan geïnventariseerd bouwkundig erfgoed.

      Artikel 5 - Hoofdelijkheid

      Als er meerdere retributieplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.

      Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De verschuldigde retributie bedraagt € 3.000 per project dat wordt voorgelegd aan de kwaliteitskamer.

      Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)
      Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
      Indien de index negatief evolueert, blijft het bedrag op het niveau van het voorgaande jaar.
      Artikel 7 - Vrijstellingen en/of verminderingen
      De retributie is niet verschuldigd voor projecten:
        • op initiatief van de gemeente, het autonoom gemeentebedrijf, het OCMW en de intercommunale waarbij de gemeente aangesloten is;
        • voor de bouw van sociale huurwoningen door de VMSW en de door haar erkende huisvestingsmaatschappijen;
        • voor de hogere overheden (het Rijk, het Vlaams Gewest en de provincie).
      Artikel 8 - Wijze van inning en betalingstermijn
      De retributie wordt na ontvangst van een factuur uiterlijk 5 werkdagen voorafgaand aan de bespreking van het project in de kwaliteitskamer betaald.
      Artikel 9 - Inwerkingtreding
      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein 2026-2028': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om met ingang van 01/01/2026 en voor een termijn eindigend op 31/12/2028 ten laste van de eigenaar van elke nutsvoorziening, een retributie aan te rekenen op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutsvoorzieningen langs gemeentewegen.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein 2020-2022.
      • 14/12/2022: Besluit van de gemeenteraad houdende retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein 2023-2025.
      • 25/09/2025: Brief van Fluvius met typereglement retributie en model gemeenteraadsbesluit.
      • 17/10/2025: E-mail van Fluvius met verklarende nota inzake de beperking van toewijzing van de retributiebedragen.
      Feiten en context

      De gemeenteraad onderschreef op 25/01/2017 de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen, die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, ten einde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden. Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten, de Vlaamse Administratie van Wegen en Verkeer en van Binnenlandse Aangelegenheden. De geactualiseerde code biedt meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaalconcept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KIP, ...

      De gemeente en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied. Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein. 

      Dit reglement heeft uitwerking op alle nutsmaatschappijen voor zover zij op basis van statuten wettelijke of decretale bepalingen niet zijn vrijgesteld van enige heffing door gemeenten. Als tarief wordt voorgesteld:

      • voor sleufwerken, per dag en per m² openliggende sleufoppervlakte voor alle sleufwerken:
        • € 10,24/m² voor sleufwerken in rijwegen;
        • € 7,88/m² voor sleufwerken in voetpaden;
        • € 4,73/m² voor sleufwerken in aardewegen;
        • Op deze basisbedragen wordt, in analogie met de niet-periodieke tarieven, een indexatie toegepast.
      • Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
      • Elk deel van een m² wordt als een volledige m² in rekening gebracht.
      • Voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m²:
        • € 1 per kalenderjaar/per aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
      • Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij:
        • € 0,50 per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
      Adviezen
      Juridische grond
      • De Grondwet, inzonderheid art. 173 betreffende de fiscale autonomie van provincies en gemeenten.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.
      Argumentatie
      • Deze retributie helpt het financieel evenwicht van de gemeente te bewaren en vormt een compensatie voor de lasten die de gemeente moet dragen.
      • Bij de tarieven voor de sleufwerken dient duidelijk vermeld te worden dat de retributie verschuldigd is per m².
      Financiële gevolgen

      De opbrengst van deze retributie is ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031: A9.23 Retributie op werken aan nutsvoorzieningen op het openbaar domein.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00300 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein vast als volgt:

      Artikel 1

      Voor de periode 2026-2028 wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.

        • Permanente nutsvoorzieningen zijn:
          • alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,…), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten…) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof,
          • telecommunicatie,
          • radiodistributie en kabeltelevisie,
          • de transmissie van enigerlei data, ongeacht of een privé-gebruiker al dan niet op die installaties kan aangesloten worden,
          • alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
        • De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
        • Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente voorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.

      Artikel 2

      Retributie naar aanleiding van sleufwerken:

        • De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per vierkante meter openliggende sleufoppervlakte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt voor werken in rijwegen € 10,24/m², voor werken in voetpaden € 7,88/m² en voor werken in aardewegen € 4,73/m².
        • Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
        • Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
        • Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

      Artikel 3

      Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen:

        • Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van € 1,00 per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
        • Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als haar werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van € 0,50 per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
        • Deze retributie is verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.

      Artikel 4

      De retributie dient betaald te worden binnen de 30 dagen na toezending van facturen.

      Artikel 2 -  Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie op de inname van het openbaar domein en elk domein in private eigendom van het openbaar bestuur of in private eigendom van derden waarop het bestuur gebruikersrechten heeft, voor ambulante handel, evenementen en activiteiten en het afnemen van gemeentelijke nutsvoorzieningen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie te heffen op de inname van het openbaar domein en elk domein in private eigendom van het openbaar bestuur of in private eigendom van derden, waarop het bestuur gebruikersrechten heeft, voor ambulante handel, evenementen en activiteiten en het afnemen van gemeentelijke nutsvoorzieningen op het openbaar domein.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende de vaststelling van het retributiereglement voor het gebruik van het openbaar domein voor ambulante handel en afname van elektriciteit van gemeentelijke elektriciteitskasten 2020-2025.

      Feiten en context

      Het geactualiseerde retributiereglement voorziet tarieven voor zowel ambulante handel binnen en buiten de wekelijkse markt, evenementen en activiteiten georganiseerd door particulieren, verenigingen, handelaars en commerciële organisaties als kermissen, circussen en tijdelijke exposities.

      Tevens voorziet dit reglement nieuwe tarieven voor de afname van elektriciteit en water via gemeentelijke afnamepunten.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De Wet van 25/06/1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten en de latere wijzigingen.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Koninklijk Besluit van 24/09/2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten. 
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:

      • A4.7.02 Wekelijkse markt / ambulante handel;
      • A13.11 Elektriciteit marktkasten incl. retributie.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00314 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Peggy Aerts, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
      Resultaat: Met 17 stemmen voor, 6 stemmen tegen
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op de inname van het openbaar domein en elk domein in private eigendom van het openbaar bestuur of in private eigendom van derden waarop het bestuur gebruikersrechten heeft, voor ambulante handel, evenementen en activiteiten en het afnemen van gemeentelijke nutsvoorzieningen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie op op de inname van het openbaar domein en elk domein in private eigendom van het openbaar bestuur of in private eigendom van derden waarop het bestuur gebruikersrechten heeft, voor ambulante handel, evenementen en activiteiten en het afnemen van gemeentelijke nutsvoorzieningen.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder: 

        • Inname openbaar domein: het gebruik of bezet houden van de openbare ruimte zoals straten, pleinen, voetpaden, bermen, parkeerplaatsen e.d., voor private of publieke doeleinden, waarvoor een toestemming of vergunning van de gemeente vereist is.
        • Ambulante handel: De verkoop, het te koop aanbieden of het uitstallen met het oog op verkoop van producten en diensten aan de consument door een handelaar buiten een vaste vestiging of commerciële ruimte.
        • Evenement: een publiek toegankelijke sociaal-culturele activiteit, beperkt in tijd, die verplaatsbaar is en erop gericht is een publiek uit te nodigen om de activiteit bij te wonen.
        • Activiteit: georganiseerde handelingen of bezigheden, al dan niet publiek, georganiseerd door particulieren, verenigingen, handelaars of commerciële organisaties, met het oog op deelname door de burger.
        • Nutsvoorzieningen: elektriciteit afgenomen van een gemeentelijke nutskast, alsook leidingwater afgenomen van het lokaal bestuur.

      Artikel 4 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door de houder van de toelating inname openbaar domein en afname elektriciteit en/of water.

      Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De retributie wordt als volgt vastgesteld:

        • Ambulante handel
          • Inname openbaar domein binnen de organisatie van de wekelijkse markt:
            • Zonder abonnement:
              • standplaats: € 2,50 per lopende meter per dag
              • gebruik elektriciteit: € 5 per aansluiting per dag
              • gebruik water: € 5 per aansluiting per dag
            • Met abonnement - periode 1 jaar:
              • standplaats: € 1,25 per lopende meter per dag
              • gebruik elektriciteit: € 5 per aansluiting per dag
              • gebruik water: € 5 per aansluiting per dag
          • Inname openbaar domein buiten de organisatie van de wekelijkse markt/ losse standplaats:
            • Zonder abonnement:
              • standplaats: € 5 per lopende meter per dag
              • gebruik elektriciteit: € 5 per aansluiting per dag
              • gebruik water: € 5 per aansluiting per dag
            • Met abonnement - periode 1 jaar:
              • standplaats: € 2,5 per lopende meter per dag
              • gebruik elektriciteit: € 5 per aansluiting per dag
              • gebruik water: € 5 per aansluiting per dag
          • Inname openbaar domein buiten de organisatie van de wekelijkse markt/ vaste staanplaats:
            • Met abonnement - periode 3 maanden:
              • standplaats: € 500 per periode van 3 maanden
              • gebruik elektriciteit: € 5 per aansluiting per dag
              • gebruik water: € 5 per aansluiting per dag
            • Met abonnement - periode 1 jaar:
              • standplaats: € 1750 per jaar
              • gebruik elektriciteit: € 5 per aansluiting per dag
              • gebruik water: € 5 per aansluiting per dag
        • Evenementen en activiteiten:
          • Inname openbaar domein door erkende verenigingen van de gemeente Bonheiden:
            • standplaats of inname: kosteloos
            • gebruik elektriciteit: kosteloos
            • gebruik water: kosteloos
          • Inname openbaar domein door particulieren, handelaars of commerciële organisaties van de gemeente Bonheiden:
            • standplaats of inname: kosteloos
            • gebruik elektriciteit en/of water: forfait € 15 per dag
          • Inname openbaar domein door particulieren, handelaars, commerciële organisaties of verenigingen van buiten de gemeente Bonheiden:
            • Inname openbaar domein met een oppervlakte < 1000 m2:
              • inname: € 50 per dag
              • gebruik elektriciteit en/of water: forfait € 15 per dag
            • Inname openbaar domein met een oppervlakte > 1000 m2
              • inname: € 100 per dag
              • gebruik elektriciteit en/of water: forfait € 15 per dag
          • Inname openbaar domein kermissen:
              • inname: kosteloos
              • gebruik elektriciteit en/of water: kosteloos
          • Inname openbaar domein circussen en tijdelijke exposities:
            • inname openbaar domein en gebruik elektriciteit en/of water: forfait € 75 per dag

      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 6 - Wijze van inning en betalingstermijn

      • De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of via overschrijving na ontvangst van een factuur.
      • Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.

      Artikel 7- Boete 

      • In geval van het niet-respecteren van de aanvraagvoorwaarden, o.m. het verstrekken van foutieve of onvolledige gegevens, het laattijdig verstrekken van gegevens, het niet indienen van een aanvraag e.d. kan leiden tot een weigering van inname openbaar domein en/of gebruik van nutsvoorzieningen. Bijkomend wordt een boete opgelegd van € 250 vermeerderd met het dubbele van de toepasselijke retributie. 
      • Schade te wijten aan een oneigenlijk of niet-correct gebruik van het openbaar domein en/of de nutsvoorzieningen dient volledig vergoed te worden.

      Artikel 8 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie op het parkeren in de blauwe zone vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie het heffen op het parkeren in de blauwe zone. Er wordt een tariefverhoging van € 25 naar € 30 voorgesteld, met een jaarlijkse indexering.

      Voorgeschiedenis

      27/08/2025: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing van het retributiereglement op het parkeren in de blauwe zone voor de periode 2020-2025.

      Feiten en context

      Parkeren in de openbare ruimte is een essentieel onderdeel van de mobiliteit. Om het parkeerbeleid in zones met beperkte parkeertijd te reguleren en handhaven kan de gemeente inbreuken op deze parkeervorm afhandelen door middel van het heffen van een retributie. Hiertoe dient de gemeenteraad een retributiereglement vast te stellen. Het tarief wordt verhoogd van € 25 naar € 30, met een jaarlijkse indexering.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Het Koninklijk besluit van 01/12/1975, houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, meer bepaald art. 27.en 27.2 en latere wijzigingen.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Ministerieel besluit van 07/05/1999, betreffende de parkeerkaart voor personen met een handicap en de latere wijzigingen.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszone.
      • De wet van 04/05/2023 houdende invoeging van het boek XIX 'Schulden van de consument' in het Wetboek van economisch recht.
      • De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor gedepenaliseerde inbreuken inzake parkeren, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A4.7.10 Retributie op parkeren: ontvangsten en kosten inning.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00313 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
      Onthouders: Peggy Aerts
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 1 onthouding
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op het parkeren in de blauwe zone vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie op het parkeren in de blauwe zone.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder: 

        • Parkeerschijf: Schijf die op een zichtbare plaats aan de binnenkant van de voorruit van het voertuig wordt aangebracht voor het instellen van de parkeerduurtijd. De parkeerschijf stemt overeen met het model bepaald door de federale overheid.
        • Parkeerduurtijd: Is de duurtijd die men mag parkeren indien de parkeerschijf wordt gelegd. Zonder nadere bepaling bedraagt deze 2 uren. Indien deze afwijkt wordt dit kenbaar gemaakt door verkeersborden.
        • plaats voor 'kort parkeren': plaats waar een voertuig tijdens de dagen en uren die ter plaatse zijn aangegeven, maximum 30 minuten kan geparkeerd worden zonder gebruik te maken van een parkeerschijf. De controle gebeurt volledig digitaal met een automatische activatie via een sensor. De beschikbare parkeertijd in minuten wordt in groene cijfers aangegeven op een display ter plaatse. Van zodra een voertuig de maximale parkeerduur overschrijdt, wordt de verstreken tijd in rode cijfers aangegeven. Buiten de opgegeven uren en dagen is de normale regeling van een 'blauwe zone' van toepassing.
        • Persoon met een handicap: Het statuut van 'persoon met een handicap' wordt beoordeeld op het ogenblik van het parkeren door het aanbrengen op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig van de speciale parkeerkaart voor gehandicapten uitgereikt overeenkomstig de modaliteiten bepaald bij Ministerieel Besluit.
        • Attest 'inname openbaar domein': Attest afgeleverd door de gemeentediensten aan bestuurders aan wie een vergunning werd afgeleverd voor de inname van het openbaar domein ter gelegenheid van bouwwerken en verbouwingswerken. Dit attest vermeldt de naam en het adres van diegene aan wie de vergunning werd uitgereikt, alsook de periode waarvoor de vergunning werd uitgereikt.

      Artikel 4 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door de houder van de nummerplaat van het voertuig.

      Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De retributie wordt als volgt vastgesteld:

        • Voor parkeren in de blauwe zone met uitzondering van plaatsen 'kort parkeren'
          • Maximale toegelaten parkeerduurtijd: gratis
          • Voor elke 24 uur volgend op de periode die gratis is: forfaitair bedrag van € 30.
          • Indien de parkeerschijf niet zichtbaar achter de voorruit van het voertuig is geplaatst of in geval de gebruiker de pijl niet op het streepje plaatst dat volgt op het tijdstip van aankomst of indien de gebruiker de aanduidingen wijzigt zonder dat het voertuig de parkeerplaats heeft verlaten, wordt de gebruiker steeds geacht te kiezen voor het forfaitair tarief van € 30.
        • Voor parkeren in blauwe zone enkel voor plaatsen 'kort parkeren' tijdens dagen en uren ter plaatse aangegeven:
          • Voor maximaal 30 minuten toegelaten door verkeersbord E9a met onderborden GVIIc (met opschrift '30 min') en GV (met opschrift 'van maandag tot zaterdag' - 09.00u tot 18.00u): Gratis
          • Voor elke 24 uur volgend op de periode die gratis is: forfaitair bedrag van € 30.
      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld tarief
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

      Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 6 - Vrijstellingen en/of verminderingen

      Zijn van de retributie vrijgesteld:

        • Voor parkeren in de blauwe zone met uitzondering van plaatsen 'kort parkeren':
          • Personen met een handicap die de speciale parkeerkaart voor gehandicapten op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig hebben geplaatst.
          • Bewoners die de door de gemeente uitgereikte officiële bewonerskaart op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig hebben geplaatst.
          • Bestuurders aan wie een vergunning werd afgeleverd voor de inname van het openbaar domein ter gelegenheid van bouwwerken en verbouwingswerken. Deze vrijstelling wordt beoordeeld op het ogenblik van het parkeren, door het aanbrengen van een attest 'Inname openbaar domein' afgeleverd door de gemeentediensten op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig.
        • Voor parkeren in blauwe zone enkel voor plaatsen 'kort parkeren' tijdens dagen en uren ter plaatse aangegeven:
          • Personen met een handicap die de speciale parkeerkaart voor gehandicapten op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig hebben geplaatst.
      Artikel 7 - Wijze van inning en betalingstermijn
      Bij toepassing van het hierboven vermelde forfait, brengt de aangestelde van de gemeente een uitnodiging om de retributie binnen de vijf dagen te betalen aan op de voorruit van het voertuig.
      Bij gebreke aan betaling van de verschuldigde retributie wordt een aanmaningsprocedure opgestart door de aangestelde firma van de concessieovereenkomst. De retributie die niet betaald wordt volgens de richtlijnen vermeld staande op de retributieheffing (afgeleverd door de parkeerwachter op de wagen, of toegestuurd per post) volgt de minnelijke aanmaningsprocedure (hetzij B2B, hetzij B2C), met administratieve kosten ten laste van de wanbetaler:
        1. T.a.v. ondernemingen
          1. Eerste betaalherinnering: + € 10,00
          2. Tweede betaalaanmaning: (€ 10,00) + € 10,00
          3. Minnelijke aanmaning gerechtsdeurwaarder: tarief burgerlijke en handelszaken K.B. 30-11-1976 (niet limitatief onder andere aanmaning met dreiging – inlichting – postzegel –dossierkost – kostprijs inlichtingen - kwijtings-en inningsrecht)
        2. T.a.v. consumenten (binnen- en buitenlandse nummerplaathouders) en conform de wetgeving consumentenschulden ( Boek XIX – W.E.R. art 4.2 ea )
          1. Eerste betaalherinnering : gratis + wettelijke wachtperiode
          2. Ingebrekestelling door advocaat of gerechtsdeurwaarder met verhoging forfaitaire vergoeding voor de invorderingskosten volgens wettelijk bepaalde plafonds:
            • € 20,00 als het verschuldigde saldo lager dan of gelijk is aan € 150,00
            • € 30,00 vermeerderd met 10 % van het verschuldigde bedrag op de schijf tussen € 150,01 en € 500,00 als het verschuldigde saldo tussen € 150,01 en € 500,00 is
            • € 65,00 vermeerderd met 5 % van het verschuldigde bedrag op de schijf boven € 500,00 met een maximum van € 2.000,00 als het verschuldigde saldo hoger is dan € 500,00
      De gevorderde verwijlintresten worden gerekend vanaf de ingebrekestelling op de nog te betalen som tegen de referentie-intrestvoet vermeerderd met acht procentpunten bedoeld in art 5, lid 2 van de Wet van 02/08/2002 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties (zie ook: Art XIX.4, 1° WER)
      Artikel 8 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie op het plaatsen van wegwijzers vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributiereglement op het plaatsen van wegwijzers vast te stellen. De vastgestelde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

      Voorgeschiedenis

      18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het retributiereglement op  het plaatsen van wegwijzers.

      Feiten en context

      Het plaatsen van private wegwijzers kan mits goedkeuring door de gemeente. Een vaste vergoeding van € 250 per wegwijzer wordt hiervoor vastgesteld in een retributiereglement.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Het Koninklijk Besluit van 01/12/1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en latere wijzigingen.
      • Het Ministerieel Besluit van 11/10/1976 waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald en latere wijzigingen.
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A9.24 Retributie op wegwijzers.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00327 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op het plaatsen van wegwijzers vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie op het plaatsen van private wegwijzers, na aanvraag geplaatst door de gemeente of door een aannemer in opdracht van de gemeente en dit volgens volgens de bepalingen het Koninklijk Besluit van 01/12/1975 houdende Algemeen Reglement op de Politie van het Wegverkeer en zijn latere wijzigingen en het Ministerieel Besluit van 11/10/1976 en zijn latere wijzigingen waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, met betrekking tot de signalisatie van plaatsen en instellingen van algemeen belang of van toeristische aard .

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de wegwijzer.

      Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief 

      De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld: € 250 per wegwijzer.

      Het in dit reglement opgenomen bedrag wordt jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:

      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)

      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag

      aanvangsindexcijfer (november 2025)

      Waarbij:

        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijft het bedrag op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 5 - Wijze van inning en betalingstermijn

      • De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of via overschrijving na ontvangt van een factuur, voorafgaand aan de plaatsing van de wegwijzer.
      • Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur.

      Artikel 6 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie op het gebruik van gemeentelijke laadpalen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie te heffen op laadsessies van elektrische voertuigen (EV) aan laadpalen die gekoppeld zijn aan gemeentelijk patrimonium, waarbij de stroom rechtstreeks van het publieke gebouw wordt afgenomen. Voor laadsessies aan een gewone laadpaal wordt een vergoeding van € 0,4235 (€ 0,35/kWh excl. btw) voorgesteld. Voor laadsessies aan een snellaadpaal wordt een vergoeding van € 0,5445 (€ 0,45/kWh excl. btw) voorgesteld. Tevens wordt voorgesteld de bevoegdheid om de tarieven aan te passen binnen de voorwaarden vastgesteld door de gemeenteraad, aan het college van burgemeester en schepenen te delegeren, teneinde sneller te kunnen inspelen op fluctuaties van de elektriciteitsmarkt.

      Voorgeschiedenis
      • 19/08/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen houdende aanstelling CPO (Charging Point Operator) voor het laadpaalbeheer voor laadpalen aan gemeentelijk patrimonium.
      • 02/09/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen houdende principieel akkoord voor de tarieven van laadpalen bij gemeentelijke gebouwen.
      Feiten en context

      Sinds 01/01/2025 bestaat er een verplichting vanuit de Vlaamse regelgeving, voor de installatie van oplaadpunten op parkeerterreinen van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een parkeerterrein met meer dan 20 parkeerplaatsen.

      De gemeente beschikt over semi-publieke laadpalen aan gemeentelijk patrimonium, waarbij de stroom rechtstreeks van het publieke gebouw wordt afgenomen. Om deze laadpalen publiek beschikbaar te stellen, heeft het college van burgemeester en schepenen een Charging Point Operator (CPO) aangesteld, die de transacties met de EV-rijders afrekent. Hiertoe dient een tarief voor het gebruik van de afgenomen elektriciteit vastgesteld te worden. Dit bedrag wordt geïnd door de laadpasaanbieders en via de CPO doorgestort aan de gemeente.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het energiedecreet van 08/05/2009.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      • Het Besluit van Vlaamse regering houdende algemene bepalingen over het energiebeleid.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A13.02 Retributie tussenkomst elektriciteit laadpalen.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00316 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Peggy Aerts, Chantal Jacobs
      Onthouders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
      Resultaat: Met 17 stemmen voor, 6 onthoudingen
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op het gebruik van gemeentelijke laadpalen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie op laadsessies aan gemeentelijke laadpalen die gekoppeld zijn aan gemeentelijk patrimonium waarbij de stroom rechtstreeks van het publieke gebouw wordt afgenomen.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door de laadpaalbeheerder.

      Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief 

      De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld:

        • laadsessie aan gewone laadpaal: € 0,4235 (€ 0,35/kWh excl. BTW)
        • laadsessie aan snellaadpaal: € 0,5445 (€ 0,45/kWh excl. BTW)

      Deze tarieven zijn exclusief eventuele kosten die aangerekend worden door de laadpasaanbieders aan de afnemer.

      Artikel 5 - Wijze van inning en betalingstermijn

      • De retributie wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een factuur.
      • Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het Decreet over het lokaal bestuur.

      Artikel 6 - Machtiging college burgemeester en schepenen tot aanpassing retributietarieven

      De bevoegdheid om de retributietarieven te wijzingen wordt aan het college van burgemeester en schepenen gedelegeerd binnen de volgende grenzen:

        • Per 1 mei en per 1 november vindt een onderzoek plaats of de tarieven nog actueel zijn, via volgende voorwaarden:
          • retributie mag nooit onder de gemiddelde jaarlijkse energieprijs zitten die het lokaal bestuur afneemt bij haar energieleverancier
          • voorgestelde retributie houdt rekening met de marktwerking waarbij de totaal aangerekende kost aan de afnemer maximaal 5 cent goedkoper, of 5 cent duurder mag zijn dan de omliggende publieke laadpalen in de gemeente waarbij de eerste voorwaarde als prioritair wordt gezien
      Artikel 7 - Vrijstelling
      Worden van de retributie vrijgesteld:
      dienstvoertuigen van lokaal bestuur Bonheiden en haar extern verzelfstandigde agentschappen
      Artikel 8 - Inwerkingtreding
      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie op de terbeschikkingstelling van allerhande materialen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen voor de terbeschikkingstelling van allerhande materialen.

      Voorgeschiedenis

      30/08/2023: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing retributiereglement op het ter beschikking stellen van allerhande materialen 2020-2025.

      Feiten en context

      De gemeente stelt allerhande materialen ter beschikking aan haar burgers. De vergoeding hiervoor wordt vastgesteld in een retributiereglement.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:

      • A2.9.3101 Aankoop benodigdheden rattenbestrijding incl. retributie;
      • A2.10.0402 Aankoop/verkoop compostbakken, compostvaten, ...

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00317 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op de terbeschikkingstelling van allerhande materialen vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie op de terbeschikkingstelling van allerhande materialen.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het materiaal.

      Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld:

        • ter beschikking stellen rattendoos: € 9,50/stuk
        • ter beschikking stellen rattenklem: € 4,50/stuk
        • ter beschikking stellen compostvaten en compostbakken: Deze worden enkel ter beschikking gesteld aan de inwoners van de gemeente Bonheiden voor eigen gebruik. Per adres kunnen er maximaal 3 compostbakken en 1 compostvat besteld worden.
          • compostvat inclusief beluchtingsstok: € 73/stuk
          • compostbak uit kunststof, vervaardigd uit 100% gerecycleerde materialen: € 140/stuk
          • aanbouwmodule: € 105/stuk

      Artikel 5 - Vrijstellingen en/of verminderingen

      De gemeente stelt gratis één tot maximum twee dozen van 200 oordopjes per jaar ter beschikking per jeugdvereniging van Bonheiden en Rijmenam.

      Artikel 6 - Wijze van inning en betalingstermijn

      • De retributie wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs.
      • Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur.

      Artikel 7 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie met betrekking tot de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang De Wiebelboom vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie te heffen op het gebruik van de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang (kleuteropvang met kwaliteitslabel De Wiebelboom).

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het retributiereglement met betrekking tot het Initiatief Buitenschoolse Kinderopvang 2020-2025.
      • 25/10/2023: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het retributiereglement met betrekking tot de kleuteropvang met kwaliteitslabel De Wiebelboom 2020-2025: aanpassing.
      Feiten en context

      Om de werking van het IBO in goede banen te leiden en te organiseren, conform het besluit van de Vlaamse Regering van 23/02/2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang en de latere wijzigingen, is het noodzakelijk een retributiereglement vast te stellen voor de periode 2026-2031.

      Gezien de tarieven recent in 2023 (van kracht vanaf 01/01/2024) werden geactualiseerd, wordt er geen tariefverhoging voorzien.

      Voor het gebruik van de afwezigheidsjokers wordt benadrukt dat deze enkel kunnen ingezet worden, mits voorafgaande verwittiging van de afwezigheid zonder medisch attest.

      In geval van afloop van een geattesteerde periode van recht op verhoogde tegemoetkoming, dient onverwijld een nieuw attest voorgelegd te worden om verder van het sociaal tarief te kunnen genieten.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A3.2.2103 Wiebelboom: Opbrengsten.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 20205/00298 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie met betrekking tot de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang De Wiebelboom vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie op het gebruik van de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder: 

        • IBO: Initiatief buitenschoolse opvang
        • Afwezigheidsjoker: Per kind beschikt een gezin over 4 jokers per schooljaar die kunnen ingezet worden om een afwezigheid zonder medisch attest tijdens schooldagen te wettigen en vrijgesteld te worden van de in artikel 6 voorziene retributie op voorwaarde dat de afwezigheid vooraf werd gemeld. Deze joker kan enkel ingezet worden tijdens schooldagen, niet tijdens vakantiedagen of schoolvrije dagen. Ongebruikte afwezigheidsjokers kunnen niet worden overgedragen naar een volgend jaar.
        • Annuleringskost: Kost die in rekening wordt gebracht in geval van niet of laattijdig annuleren van gereserveerde opvang.

      Artikel 4 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger van het opgevangen kind.

      Artikel 5 - Hoofdelijkheid

      Als er meerdere retributieplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.

      Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief  

      De retributie wordt als volgt vastgesteld:

        • Basistarief:

      Voor- en naschoolse opvang

      Per begonnen half uur

      € 1

      Woensdagnamiddag,

      vakantiedag &schoolvrije dagen (snipperdagen)

      - 3 uur

      € 5

      3 tot 6 uur

      € 8

      + 6 uur

      € 15

      Daguitstap

       

      € 20

        • Annuleringskost / wijzigingskost schooldagen:
          • tot 14 kalenderdagen vóór gereserveerd moment: kosteloos
          • minder dan 14 kalenderdagen vóór gereserveerde dag: forfait volledig dagtarief
        • Annuleringskost / wijzigingskost vakantiedag of schoolvrije dag:
          • tot 14 kalenderdagen vóór gereserveerde dag: forfait € 5 administratiekost
          • minder dan 14 kalenderdagen vóór gereserveerde dag: forfait volledig dagtarief
        • ophalen van kinderen na sluitingstijd:   
          • € 5 per begonnen half uur mits voorafgaande verwittiging van laattijdigheid
          • extra forfait € 5 ingeval geen voorafgaande verwittiging van laattijdigheid 

      Artikel 7 - Vrijstellingen en/of verminderingen

      • Bij gelijktijdige opvang van meerdere kinderen uit hetzelfde gezin: een korting van 25% op de voor die dag verschuldigde retributie vastgelegd in artikel 6.
      • Sociaal tarief: een korting van 50% op de verschuldigde retributie vastgelegd in artikel 6 ingeval van recht op verhoogde tegemoetkoming. Hiertoe dient een bewijsstuk (attest van de mutualiteit) overgemaakt te worden aan de coördinator van de kinderopvangdienst. Bij afloop van de geattesteerde periode dient onverwijld een nieuw attest van recht op verhoogde tegemoetkoming overgemaakt te worden om verder in aanmerking te komen voor het sociaal tarief. Bij gelijktijdige opvang van meerdere kinderen uit hetzelfde gezin geldt ook een korting van 25% voor die dag.
      • De forfaitaire annuleringskost, wijzigingskost of kost wegens laattijdig ophalen vervalt of er kan een vrijstelling verkregen worden ingeval:
        • er gebruik wordt gemaakt van de 4 afwezigheidsjokers die per kind ingezet kunnen worden tijdens het schooljaar (enkel op schooldagen, niet op schoolvrije dagen of vakantiedagen) als het kind afwezig is zonder medisch attest mits voorafgaande verwittiging van afwezigheid.
        • het laattijdig ophalen, annuleren of wijzigen het gevolg is van ziekte. Binnen 48 u dient een medisch attest overgemaakt te worden aan de begeleiding of de coördinator van de kinderopvangdienst.       
        • overmacht. Dit dient binnen 48 u gemeld te worden aan de coördinator van de kinderopvangdienst.
      • Een reservatie van een schooldag kan kosteloos geannuleerd of gewijzigd worden tot 7 kalenderdagen voor het gereserveerde moment indien beide ouders te kampen hebben met laat gemelde werkschema’s (Imeldaziekenhuis en andere shiftberoepen). Deze gezinnen staven dit mits voorlegging van een document op erewoord, dat ze beroepshalve in deze situatie verkeren. Wanneer er niet tijdig wordt geannuleerd of een wijziging wordt doorgegeven, wordt het volledige dagtarief aangerekend
      • Een reservatie van een vakantiedag of schoolvrije dag kan geannuleerd of gewijzigd worden tot 7 kalenderdagen voor het gereserveerde moment indien beide ouders te kampen hebben met laat gemelde werkschema’s (Imeldaziekenhuis en andere shiftberoepen). Deze gezinnen staven dit mits voorlegging van een document op erewoord, dat ze beroepshalve in deze situatie verkeren Er wordt bij elke wijziging of annulatie een administratieve kost aangerekend van € 5 per dag en per kind. Wanneer er niet tijdig wordt geannuleerd of een wijziging wordt doorgegeven, wordt het volledige dagtarief aangerekend. 
      Artikel 8 - Wijze van inning en betalingstermijn
      • De retributie wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een factuur.
      • Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur.
      Artikel 9 - Inwerkingtreding
      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie op de diensten van de plaatselijke openbare bibliotheek vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Het samenwerkingsverband "Regiobib Rivierenland", opgericht in het kader van het Eengemaakt Bibliotheek Systeem (EBS), impliceert een uniform dienstreglement, inclusief identieke tarieven voor de diensten van de betrokken bibliotheken. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit retributiereglement vast te stellen.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad betreffende de vaststelling van het retributiereglement op de diensten van de plaatselijke openbare bibliotheek.
      • 30/06/2021: Besluit van de gemeenteraad betreffende de goedkeuring van de toetreding tot het samenwerkingsverband "Regiobib Rivierenland - een sterk verhaal en het bijhorende dienstreglement voor de bibliotheken van Bonheiden, Duffel, Lier, Putte en Sint-Katelijne-Waver, conform de fasering in dit besluit uitgebreid met de bibliotheken van Berlaar en Heist-op-den-Berg.
      • 30/06/2021: Besluit van de gemeenteraad betreffende de wijziging van het retributiereglement op de diensten van de plaatselijke openbare bibliotheek.
      Feiten en context

      Vlaanderen werkte via CultuurConnect een uniek systeem uit voor alle Vlaamse bibliotheken m.n. het Eengemaakt Bibliotheek Systeem (EBS). Vlaanderen stimuleert sterk de samenwerking tussen bibliotheken, ook binnen het EBS.

      De bibliotheken van Berlaar, Bonheiden, Duffel, Heist-op-den-Berg, Lier, Nijlen, Putte en Sint-Katelijne-Waver vormen het samenwerkingsverband Regiobib Rivierenland. Dit samenwerkingsverband impliceert een uniform dienstreglement inclusief identieke tarieven voor de diensten van de betrokken bibliotheken.

      Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit retributiereglement vast te stellen.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, van de burgers geen retributie kan worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      In overeenstemming met de historische situatie in de meerderheid van de bibliotheken van Regiobib Rivierenland, wordt er geen lidgeld gevraagd aan de personeelsleden van de gemeente.

      Aangezien de vrijwilligers van de bibliotheek geen financiële vergoeding krijgen voor hun prestaties, krijgen zij een gratis lidmaatschap.

      Bijzonderheden bij de besluitvorming

      De meerderheidsfracties stellen volgend amendement voor:
      • Artikel 3 
        • Vrijetijdscheque: cheque uitgegeven door de gemeente Bonheiden waarmee bepaalde vrijetijdsactiviteiten, georganiseerd door de deelnemende organisaties, kunnen worden betaald.

      Wordt:

      • Vrijetijdscheques/ UiTPAS met voordeeltarief: Voordeeltarief voor deelname aan vrijetijdsactiviteiten binnen de gemeente voor mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties. 

      En

      • Artikel 6:
        • .........
        • houder Uitpas: € 1,00

      Wordt:

      • “kansentarief via vrijetijdscheques of UiTPAS": € 1,00
      Dit amendement wordt met eenparigheid van stemmen aangenomen.
      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:

      • A7.41.04 BIB: Inschrijvings- en uitleengelden;
      • A7.41.05 BIB: andere terugvorderingen en tussenkomsten;
      • A7.41.06 BIB: boetes.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00333 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op de diensten van de plaatselijke openbare bibliotheek vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie op de diensten aangeboden door de plaatselijke openbare bibliotheek.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder: 

        • Interbibliothecair leenverkeer (IBL): dienst die het mogelijk maakt materialen uit een andere bibliotheek te raadplegen of lenen.
        • Samenwerkingsverband: De bibliotheken van de gemeenten Berlaar, Bonheiden, Duffel, Heist-op-den-Berg, Lier, Nijlen, Putte en Sint-Katelijne-Waver werken samen onder de noemer "Regiobib Rivierenland".
        • Vrijetijdscheques/ UiTPAS met voordeeltarief: Voordeeltarief voor deelname aan vrijetijdsactiviteiten binnen de gemeente voor mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties. 
        • Verloren materiaal: geleend materiaal dat acht weken na de overschrijding van de uiterste inleverdatum niet werd ingeleverd.

      Artikel 4 - De retributieplichtige

      De retributie is verschuldigd door degene op wiens naam de bibliotheekmaterialen werden uitgeleend of aan wie de bibliotheekdiensten werden verleend of in voorkomend geval zijn wettelijk vertegenwoordiger.

      Artikel 5 - Hoofdelijkheid

      Als er meerdere retributieplichtigen zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.

      Artikel 6 - Berekeningsgrondslag en tarief

      De retributie wordt als volgt vastgesteld:

        • Jaarlijks lidmaatschap:
          • Vanaf 18 jaar: € 5,00
          • bib aan huis: € 5,00
          • kansentarief via vrijetijdscheques of UiTPAS: € 1,00
        • Lenen van materialen: gratis
        • Fotokopie/print per pagina:
          • zwart/wit: € 0,05
          • kleur: € 0,10
        • Bijkomende heffingen:
          • laattijdig indienen bibliotheekmateriaal: € 0,10 per dag, per item met een maximum van € 4,20 per item
          • verlies of zware beschadiging van materiaal: kostprijs van het materiaal, zonder leverancierskorting
          • duplicaat lenerskaart: € 1,00
          • terbeschikkingstelling afgevoerd bibliotheekmateriaal: € 0,50 per item
          • diensten interbibliothecair leenverkeer:
            • IBL-aanvraag voor werk buiten het samenwerkingsverband: € 3,00 per werk
            • IBL-aanvraag voor werk binnen het samenwerkingsverband: gratis
          • acht weken na de overschrijding van de uiterste inleverdatum wordt het geleende materiaal als definitief verloren beschouwd. De heffing bedraagt: kostprijs van het materiaal, zonder leverancierskorting verhoogd met een administratieve kost van € 6,00 per werk
          • lezingen en workshops: de gemeenteraad machtigt het college van burgemeester en schepenen de tarieven van lezingen en workshops in de bibliotheek vast te stellen binnen minimum € 4,00 en maximum € 10,00
          • reservatie van werken: gratis
          • port- en administratiekosten: aangetekende maningsbrief: €10,00 verhoogd met de kost voor de aangetekende zending

      Artikel 7 - Vrijstellingen en/of verminderingen

      Het jaarlijks lidmaatschap is niet verschuldigd door:

        • leerkrachten "in bezit van een geldige lerarenkaart" (Klasse)
        • personeel van het lokaal bestuur Bonheiden
        • vrijwilligers werkzaam in de bibliotheek
      Artikel 8 - Wijze van inning en betalingstermijn
      • De retributie wordt contant via bancontact of cash betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of via overschrijving binnen 30 dagen na ontvangst van een factuur.
      • Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur.
      Artikel 9 - Inwerkingtreding
      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie op het onderhoud van graven vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voor de periode 2026-2031 een retributie te heffen op het onderhoud van graven. De vastgestelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende de vaststelling van een retributie op de verzorging van grafsteden.
      • 21/06/2023: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing van het retributiereglement op onderhoud graven 2020-2025.
      • 19/06/2024: Besluit van de gemeenteraad houdende aanpassing van het retributiereglement op onderhoud graven 2020-2025.
      Feiten en context

      De gemeente Bonheiden biedt de dienstverlening 'eenmalig of jaarlijks onderhoud van graven en/of plaatsing van een chrysant' in de periode rond 1 november aan. Hiertoe wordt een retributie vastgesteld.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 16/01/2004.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018, betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: A15.8 Opbrengst retributie onderhoud van graven.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00302 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie op het onderhoud van graven vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie op het onderhoud van graven.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - De retributieplichtige 

      De retributie is verschuldigd door degene die om de dienstverlening verzoekt.

      Artikel 4 - Berekeningsgrondslag en tarief

      De verschuldigde retributie wordt als volgt vastgesteld: 

        • onderhoudsbeurt in de maand oktober + plaatsing chrysant in de week vóór 1 november: € 60 pro rata berekend voor een meervoudige zerk.
        • jaarlijkse onderhoudsbeurt in de maand oktober gedurende de (nog resterende) looptijd van een grafconcessie + plaatsing chrysant in de week vóór 1 november: € 60 te vermenigvuldigen met de (resterende) looptijd van de grafconcessie en pro rata berekend voor een meervoudige zerk.
        • plaatsen van een chrysant zonder onderhoudsbeurt: € 15 pro rata berekend voor een meervoudige zerk. 
      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)
      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag
      aanvangsindexcijfer (november 2025)
      Waarbij:
        • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
        • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
        • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)
      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.
      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.
      Artikel 5 - Wijze van inning en betalingstermijn
      • De retributie wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een factuur.
      • Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
      Artikel 6 - Inwerkingtreding
      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Reglement 'Retributie betreffende concessies voor een grafkelder, columbarium-nis of urnenkelder en het graveren van gedenkplaten vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031': Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voor de periode 2026-2031 een retributie vast te stellen betreffende concessies voor een grafkelder, columbariumnis of urnenkelder en het graveren van gedenkplaten. De vastgestelde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het retributiereglement op het graveren van gedenkplaten 2020-2025.
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het retributiereglement betreffende grondconcessies met grafkelder 2020-2025.
      • 18/12/2019: Besluit van de gemeenteraad houdende vaststelling van het retributiereglement betreffende columbariumconcessies en urnenveld met columbarium of urnenkelder 2020-2025.
      Feiten en context

      De huidige retributiereglementen betreffende concessies voor grafkelders, columbarium-nissen en urnenkelders en het graveren van gedenkplaten worden samengebracht in één retributiereglement. Enkele retributies op bijkomende diensten werden geactualiseerd en een indexatieformule werd toegevoegd.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De gecoördineerde Grondwet van 17/02/1994, meer bepaald:
        • Art. 173 dat bepaalt dat behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.
      • Het Decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 16/01/2004.
      • Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald: 
        • Art. 40,§3 dat bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt en dat deze reglementen o.m. betrekking kunnen hebben op de gemeentelijke belastingen en retributies;
        • Art. 41/14 dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en tot het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan (inclusief verminderingen en vrijstellingen) tot de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad behoort. Deze bevoegdheid kan m.a.w. niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd;
        • Artikel 177 dat bepaalt dat de financieel directeur een dwangbevel kan uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen of door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 20/04/2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones.
      Argumentatie

      Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen voor de dienst die de gemeente aanbiedt, gelet op de financiële toestand van het lokaal bestuur en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

      Financiële gevolgen

      De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031:

      • A15.7 Begraafplaatsen: Opbrengst grafconcessies;
      • A15.6 Begraafplaatsen: Opbrengst retributie graveren gedenkplaten.

      Financieel advies: 

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00306 van Financiele dienst van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt het reglement 'Retributie betreffende concessies voor een grafkelder, columbarium-nis of urnenkelder en het graveren van gedenkplaten vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031' vast als volgt:

      Artikel 1 - Verleende dienst waarvoor de retributie wordt geheven

      De gemeente heft een retributie betreffende concessies voor een grafkelder, columbarium-nis of urnenkelder en het graveren van gedenkplaten. Dit ongeacht het gaat over een bestaande, dan wel een hernieuwing.

      Artikel 2 - De periode van heffing

      De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.

      Artikel 3 - Definities

      Voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:

        • concessie voor een grafkelder is een concessie voor:
          • ofwel een perceel in volle grond van 2 m voor het begraven in een kelder, van maximum 2 niet-veraste lichamen, boven elkaar van personen van minimum 7 jaar oud;
          • ofwel een perceel in volle grond van 1,2 m2 voor het niet-veraste lichaam van een kind jonger dan 7 jaar;
          • ofwel een perceel met grafmonument en kelder, dat voor hergebruik werd aangeduid.
        • concessie voor een columbarium-nis is een concessie voor een columbarium-nis voor het bijzetten van maximum 2 veraste lichamen.
        • concessie voor een urneveldkelder is een concessie voor een perceel op het urneveld, in volle grond van 0,48 mvoor het begraven in een kelder, van maximum 2 veraste lichamen.

      Artikel 4 - De retributieplichtige

      De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de concessie.

      Artikel 5 - Berekeningsgrondslag en tarief

      De retributie wordt als volgt vastgesteld:

      • Concessie grafkelder, urnenkelder of columbarium-nis:
        • voor inwoners van de gemeente:
          • termijn van 20 jaar: € 300
          • termijn van 30 jaar: € 450
          • hernieuwing per jaar: € 15
          • termijn van 20 jaar bij hergebruik van een bestaande grafkelder (die voor hergebruik werd aangeduid): € 150
        • voor niet-inwoners van de gemeente:
          • termijn van 20 jaar: € 975
          • termijn van 30 jaar: € 1425
          • hernieuwing per jaar: € 45
          • termijn van 20 jaar bij hergebruik van een bestaande grafkelder (die voor hergebruik werd aangeduid): € 525
      • Bijkomende diensten:
        • leveren en plaatsen van een grafkelder: € 1000
        • leveren en plaatsen van een columbarium-nis of urnekelder: € 375
        • graveren en plaatsen van een gedenkplaat grafkelder, columbarium-nis of urnekelder: € 400
        • Bij-graveren van de naam en/of het overlijdensjaar van de bijkomende persoon (voor bijzettingen met of zonder concessie): € 140
        • graveren gedenkplaatje strooiweide: € 50
      • begraving of bijzetting in een niet-geconcedeerde grond, columbarium-nis of urnekelder en asverstrooiïng op de daartoe bestemde asverstrooiïngsweide: kosteloos
      De in dit reglement opgenomen bedragen worden jaarlijks, op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptie-index zoals gepubliceerd door de FOD Economie (STATBEL) volgens de volgende formule:
      Basisbedrag   x   Nieuw indexcijfer (november)
      -----------------------------------------------------   = geïndexeerd bedrag
      aanvangsindexcijfer (november 2025)
      Waarbij:
      • basisbedrag: oorspronkelijk vastgesteld bedrag
      • aanvangsindexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november 2025 (basis=2013)
      • nieuw indexcijfer: consumptie-indexcijfer van de maand november van het afgelopen jaar (basis=2013)

      De aldus bekomen bedragen worden afgerond naar een veelvoud van 10 cent. Dit betekent dat een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 1, 2, 3  of 4 cent wordt afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent. Een geïndexeerd bedrag dat eindigt op 5, 6, 7, 8 of 9 wordt afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

      Indien de index negatief evolueert, blijven de bedragen op het niveau van het voorgaande jaar.

      Artikel 6 - Gelijkstellingen en specifieke bepalingen

      Worden gelijkgesteld met inwoners van de gemeente voor de toepassing van dit reglement:

      • EU-ambtenaren, die als gevolg van hun persoonlijk statuut vrijgesteld zijn van inschrijving in de gemeentelijke bevolkings- of vreemdelingenregisters en die werkelijk in de gemeente verblijven. Het bewijs van verblijf dient geleverd te worden aan de bevoegde ambtenaar.
      • Personen die de gemeente verlaten hebben na een onafgebroken verblijf van 10 jaar in de gemeente, en die vervolgens opgenomen zijn in een woonzorgcentrum of een andere instelling of die bij een familielid, niet-inwoner van de gemeente, van thuiszorg genieten en om die reden niet gedomicilieerd zijn in de gemeente. Het bewijs van verblijf en de duur ervan dient geleverd te worden aan de bevoegde ambtenaar.
      Personen die niet in de gemeente wonen of verblijven kunnen uitsluitend in geconcedeerde grond begraven of in een nis worden bijgezet waarop de vastgestelde retributies van toepassing zijn.

      Artikel 7 - Wijze van inning en betalingstermijn

      De retributie wordt betaald via overschrijving na ontvangst van een factuur.

      Bij gebreke aan betaling van de retributie kan het bedrag ingevorderd worden conform artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur.

      Artikel 8 - Inwerkingtreding

      Het reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen, inzake dezelfde materie.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 285 en 288 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Subsidiereglement kleine energiebesparende maatregelen/subsidiereglement rationeel energieverbruik grote ingrepen: Opheffing

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Op 29/11/2017 stelde de gemeenteraad het gemeentelijk subsidiereglement kleine energiebesparende maatregelen en het subsidiereglement rationeel energieverbruik grote ingrepen vast. Binnen dit subsidiereglement zijn er verwijzingen opgenomen naar Vlaamse regelgeving, die momenteel niet langer van toepassing is. Hierdoor kan er geen correcte beoordeling gemaakt worden van de doelgroepen waarnaar het subsidiereglement verwijst. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de beide subsidiereglementen op te heffen in afwachting van een nieuw reglement, dat in het voorjaar van 2026 zal opgesteld worden en waarbij de focus behouden blijft om de meest kwetsbare inwoners te ondersteunen bij energiebesparende maatregelen.

      Voorgeschiedenis
      • 07/07/2016: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met de aanpassing van het subsidiereglement rationeel energiegebruik (REG).
      • 23/08/2016: Start van het participatietraject in samenwerking met de Bond Beter Leefmilieu in functie van een subsidiereglement voor kwetsbare inwoners.
      • 17/11/2016: De milieuraad geeft positief advies voor een hervorming van het subsidiereglement REG.
      • 30/11/2016: De gemeenteraad gaat principieel akkoord met de aanpassing van het subsidiereglement REG.
      • 16/03/2017: Participatieavond met verhuurders in functie van de aanpassing van het subsidiereglement.
      • 21/09/2017: Overleg met OCMW in functie van het vernieuwde subsidiereglement.
      • 08/09/2017: Principiële goedkeuring van het ontwerp-subsidiereglement door het college van burgemeester en schepenen.
      • 17/11/2017: E-mail van de voorzitter van de minaraad, met als bijlage het advies van deze adviesraad.
      • 22/11/2017: Het college van burgemeester en schepenen neemt een standpunt in naar aanleiding van het advies van de minaraad.
      • 29/11/2017: Vaststelling van de subsidiereglementen voor kleine energiebesparende maatregelen en rationeel energieverbruik grote ingrepen door de gemeenteraad.
      Feiten en context

      De gemeente ondertekende het burgemeestersconvenant met de doelstelling om tegen 2030 40% CO2-uitstoot te reduceren op het grondgebied van de gemeente. Bijna 50% van de CO2-uitstoot op het grondgebied van de gemeente is te wijten aan het energieverbruik bij huishoudens.

      In het huidige subsidiereglement zijn verwijzingen opgenomen naar Vlaamse regelgeving, die intussen gewijzigd is. Een herwerking van deze reglementen is noodzakelijk om een correcte beoordeling van de aanvraagdossiers mogelijk te maken.

      Juridische grond

      Het Decreet over het lokaal bestuur.

      Argumentatie

      Een gewijzigd Vlaams beleid rond energie en energiebesparing heeft ervoor gezorgd dat de verwijzingen die werden opgenomen binnen het gemeentelijk subsidiereglement niet meer van toepassing zijn.

      De verwijzingen die niet meer van toepassing zijn zorgen ervoor dat een correcte afhandeling van eventuele aanvragen niet langer kan plaatsvinden. Om bij aanvragen te vermijden dat er een discussie zou ontstaan over het eventuele recht op deze gemeentelijke subsidie, wordt er vanuit de administratie voorgesteld deze subsidiereglementen op te heffen in afwachting van een nieuw subsidiereglement dat de administratie zal opstellen in het voorjaar van 2026.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs
      Onthouders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 7 onthoudingen
      Besluit

      Enig artikel - Heft het gemeentelijk subsidiereglement kleine energiebesparende maatregelen en het subsidiereglement rationeel energieverbruik grote ingrepen op in afwachting van een geactualiseerd subsidiereglement, waarbij de focus blijft liggen op het ondersteunen van kwetsbare inwoners om hun energieverbruik te beperken.

    • Financiën - Subsidiereglement investeringen gemeentelijke sportinfrastructuur: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      In de meerjarenplanning 2026-2031 (A4.2.4211) wordt jaarlijks een investeringstoelage toegekend aan een sportclub, die gemeentelijke infrastructuur beheert.

      Sportclubs met eigen infrastructuur in beheer worden geconfronteerd met hoge investeringskosten, waardoor middelen verloren gaan om de aandacht toe te spitsen op hun eigenlijke opdracht.

      Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het subsidiereglement investeringen gemeentelijke sportinfrastructuur goed te keuren opdat sportclubs, actief op gemeentelijke eigendom, zouden kunnen blijven investeren.

      Voorgeschiedenis
      • 28/12/2011: De gemeenteraad stelt het subsidiereglement investeringen sportclubs vast.
      • 24/02/2021: Goedkeuring van de gemeenteraad van de tijdelijke aanpassing van het subsidiereglement investeringen gemeentelijke sportinfrastructuur 2021-2022.
      • 26/10/2022: Goedkeuring van de gemeenteraad van de tijdelijke aanpassing van het subsidiereglement investeringen gemeentelijke sportinfrastructuur 2023-2024.
      • 26/02/2025: Goedkeuring van de gemeenteraad van de tijdelijke aanpassing van het subsidiereglement investeringen gemeentelijke sportinfrastructuur 2025.
      Feiten en context

      In het meerjarenplan 2026-2031 wordt jaarlijks een investeringstoelage toegekend aan een sportclub die gemeentelijke infrastructuur beheert. 

      Sportclubs met eigen infrastructuur in beheer worden geconfronteerd met hoge investeringskosten, waardoor middelen verloren gaan om de aandacht toe te spitsen op hun eigenlijke opdracht. Het bestaande reglement gaat uit van investeringen die betrekking hebben op veiligheid en energiebeheer. Het betreft een financiële ondersteuning via een investeringsreglement, waarbij een evenwaardige tegenprestatie wordt geëist van de sportclub.

      Sinds corona werd het subsidiereglement verschillende keren tijdelijk aangepast naar een regeling 75% inbreng van de gemeente en 25% eigen inbreng van de sportclub.

      Het nieuwe reglement hanteert opnieuw de verdeling 50/50 en regelt de verdeling van het subsidiebedrag, indien meerdere clubs in hetzelfde jaar een aanvraag indienen.

      Adviezen
      Juridische grond

      Het Decreet over het lokaal bestuur.

      Argumentatie

      Indien de gemeente erkende sportclubs die gemeentelijke infrastructuur beheren verder wil ondersteunen met een investeringstoelage, is het wenselijk dat een verdeling van het subsidiebedrag tussen meerdere clubs mogelijk is en er een verdeling van 50% inbreng van de gemeente en 50% eigen inbreng van de vereniging gehanteerd wordt. Verder blijven de voorwaarden voor het verkrijgen van een investeringstoelage identiek, teneinde de betreffende sportclubs maximaal te ondersteunen.

      Financiële gevolgen

      Zoals het aangepaste subsidiereglement voorziet, wordt het bedrag van de toelage vastgesteld op 50% van de gemaakte kosten en uitbetaald door overschrijving op de bankrekening van de erkende sportvereniging.

      In de meerjarenplanning 2026-2031 is hiervoor jaarlijks € 20.000 voorzien (actie A4.2.4211).

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00341 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Gaat akkoord met de aanpassing van het reglement investeringstoelage sportclubs als volgt:

      Subsidiereglement Investeringen Gemeentelijke Sportinfrastructuur

      I. Doelstelling

      Dit reglement heeft als doel sportverenigingen te ondersteunen die gemeentelijke infrastructuur in hun beheer hebben bij investeringen, met bijzondere aandacht voor veiligheid, duurzaamheid en kwaliteitsverbetering van de sportwerking binnen de gemeente.

      II. Voorwerp

      Dit reglement bepaalt de voorwaarden, procedures en verdeling van subsidies voor investeringswerken aan gemeentelijke sportinfrastructuur die door erkende sportverenigingen wordt beheerd.

      III. Definities en begrippen

      §1 – Subsidie: Een financiële bijdrage van de gemeente toegekend op basis van dit reglement, bedoeld om de kosten te ondersteunen voor investeringswerken aan gemeentelijke sportinfrastructuur.

      §2 – Erkende sportvereniging: De sportvereniging die door het college van burgemeester en schepenen erkend is op basis van het geldende erkenningsreglement van de gemeente Bonheiden.
      §3 – Investeringswerken: Werken aan bestaande sportinfrastructuur die gericht zijn op het verhogen van de veiligheid of het verbeteren van energie-efficiëntie.
      §4 – Jeugdsportwerking: Alle georganiseerde sportactiviteiten, opleidingsprogramma’s en begeleidingsinitiatieven gericht op jeugdleden binnen de sportvereniging.

      IV. Doelgroep

      Subsidies kunnen worden aangevraagd door sportverenigingen die:

        • Erkend zijn door de gemeente
        • Actief in gemeentelijke sportinfrastructuur
        • Opgenomen zijn in de beheersovereenkomst tussen de gemeente en vzw Berentrode

      V. Voorwaarden

      §1 - In aanmerking komende werken:
      Enkel de volgende investeringen komen in aanmerking:

        • Werken die de veiligheid van de sportinfrastructuur verhogen
        • Werken die bijdragen aan energie-optimalisatie

      § 2 - Niet in aanmerking komende werken:

        • Werken die behoren tot het gewone onderhoud
        • Losse materialen of toestellen
        • Aanplantingen en inrichtingswerken

      §3 - Beperkingen:

        • Een vereniging kan per kalenderjaar slechts één aanvraag indienen
        • Er kunnen geen subsidies worden toegekend voor hetzelfde doel via andere gemeentelijke kanalen

      §4 - Verdeling van de subsidie:

        • De gemeente subsidieert maximaal 50% van de aanvaarde kosten
        • De sportvereniging draagt minimum 50% van de kosten
        • Bij meerdere aanvragen wordt de beschikbare subsidie proportioneel verdeeld volgens het aandeel van de investeringskosten van elke club, met een maximum van 50%  van de aanvaarde kosten per club

      VI.  Aanvraagprocedure

      • De sportvereniging dient jaarlijks vóór 1 mei een aanvraag in bij de gemeentelijke sportdienst
      • De aanvraag moet ondertekend zijn door minstens twee bestuursleden
      • De aanvraag bevat:
        • Een gedetailleerde beschrijving van de geplande werken
        • Een kostenraming of offerte
        • Een toelichting over extra impulsen voor de jeugdsportwerking
      • Het college van burgemeester en schepenen neemt een beslissing en deelt deze schriftelijk mee
      • Binnen 6 maanden na uitvoering van de werken bezorgt de sportvereniging:
        • Ondertekende facturen
        • Betalingsbewijzen
      • De uitbetaling gebeurt jaarlijks in december, op voorwaarde dat alle stukken uiterlijk op 30 november bij de sportdienst zijn ingediend

      VI. Sancties

      Bij niet-naleving van dit reglement kan het gemeentebestuur:

        • De aanvraag weigeren
        • Reeds toegekende subsidies geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien:
          • Onjuiste of onvolledige informatie werd verstrekt;
          • De werken niet zijn uitgevoerd zoals beschreven;
          • Facturen of betalingsbewijzen ontbreken.

      VII. Bezwaren

      Sportverenigingen kunnen binnen 30 dagen na kennisgeving van de beslissing van het college schriftelijk bezwaar indienen bij het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur behandelt het bezwaar binnen een redelijke termijn en brengt de vereniging schriftelijk op de hoogte van de uitkomst.

      VIII. Ingangsdatum

      Dit subsidiereglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt alle voorgaande reglementen betreffende investeringen in gemeentelijke sportinfrastructuur.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Financiën - Subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Naar aanleiding van de meerjarenplanning 2026-2031 wordt het subsidiereglement omtrent het opruimen van zwerfvuil aangepast. Aan de gemeenteraad wordt goedkeuring gevraagd voor dit subsidiereglement.

      Voorgeschiedenis
      • 27/05/2015: Het subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
      • September-oktober 2025: Budgetconclaven meerjarenplanning 2026-2031.
      • 20/11/2025: Toelichting van de resultaten budgetconclaven aan het diensthoofd departement vrije tijd.
      • 25/11/2025: Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met het subsidiereglement omtrent het opruimen van zwerfvuil (CBS/2025/1610).
      Feiten en context

      Erkende jeugdbewegingen, verenigingen en organisaties kunnen deelnemen aan acties omtrent het opruimen van zwerfvuil. Voor erkende jeugdbewegingen is er één zwerfvuilactie per jaar en deze vindt plaats in het voorjaar. Voor verenigingen en organisaties zijn er twee acties per jaar; één in het voorjaar en één in het najaar.

      Adviezen
      Juridische grond

      Het Decreet over het lokaal bestuur.

      Argumentatie
      • Met dit reglement wil de gemeente erkende jeugdbewegingen, verenigingen en andere organisaties in Bonheiden-Rijmenam stimuleren om actief deel te nemen aan acties tegen zwerfvuil. Door het ondersteunen en subsidiëren van dergelijke initiatieven beoogt de gemeente een zichtbaar properder openbaar domein en een grotere betrokkenheid van inwoners bij een nette leefomgeving.
      • Een subsidiereglement garandeert dat elke erkende jeugdbeweging, vereniging of organisatie die deelneemt aan een zwerfvuilactie binnen de gemeente op dezelfde objectieve en transparante manier beoordeeld wordt.
      • Een subsidiereglement maakt duidelijke welke verantwoordelijkheden bij de gemeente en welke bij de deelnemende erkende jeugdbewegingen, verenigingen of organisaties liggen.
      Bijzonderheden bij de besluitvorming

      De N-VA fractie vraagt de voorzitter van de gemeenteraad dit punt te verdagen naar een volgende zitting.

      Dit voorstel wordt met 9 stemmen voor (Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Jef Jacobs) en 14 stemmen tegen (Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs) niet aangenomen.

      Financiële gevolgen

      In de meerjarenplanning 2026-2031 wordt op actie: A2.10.4201 jaarlijks € 12.000 voorzien voor subsidies zwerfvuilacties.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00340 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
      Onthouders: Sofie Crauwels, Conny Van den Brande, Peggy Aerts
      Resultaat: Met 14 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 3 onthoudingen
      Besluit

      Artikel 1 - Keurt het subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil als volgt goed:

      SUBSIDIEREGLEMENT VOOR HET OPRUIMEN VAN ZWERFVUIL

      I. Doelstelling

      Met dit reglement wil de gemeente verenigingen en organisaties in Bonheiden - Rijmenam stimuleren om actief deel te nemen aan acties tegen zwerfvuil. Door het ondersteunen en subsidiëren van dergelijke initiatieven beoogt de gemeente een zichtbaar properder openbaar domein en een grotere betrokkenheid van inwoners bij een nette leefomgeving.

      II. Voorwerp

      Binnen de perken van de jaarlijkse op het budget voorziene en goedgekeurde kredieten kan het college van burgemeester en schepenen een subsidie verlenen aan een vereniging of organisatie voor het voeren van een zwerfvuilactie, volgens de normen en voorwaarden die hierna worden vastgesteld.

      III. Definities en begrippen

      Voor de toepassing van het reglement wordt verstaan onder:

        • Vereniging of organisatie: een vereniging of organisatie van Bonheiden – Rijmenam. Politieke partijen vallen niet onder dit subsidiereglement.
        • Erkende jeugdbeweging: een jeugdbeweging met een erkenningsstatuut toegekend door het lokaal bestuur Bonheiden. 
        • Zwerfvuil: afval dat door mensen is weggegooid of achtergelaten op plekken waar het niet hoort, of dat daar terechtkomt doordat mensen bepaalde handelingen niet uitvoeren.
        • Zwerfvuilactie: actie die op het grondgebied van Bonheiden plaatsvindt en tot doel heeft zwerfvuil dat zich op het openbaar domein (zoals voetpaden, wandelpaden, bermen, oevers, parken, bosranden, groenzones, openbare parking, …) bevindt, op te ruimen.

      IV. Begunstigde

      Deze subsidie kan enkel aangevraagd worden door verenigingen of organisaties van Bonheiden – Rijmenam, die voldoen aan onderstaande voorwaarden.

      V. Zwerfvuilactie voor erkende jeugdbewegingen

      Tijdens één jaarlijkse zwerfvuilactie, die plaatsvindt in het voorjaar, wordt de gemeente verdeeld in pakketten die verschillende straten bevatten:

        • Pakket 1: Rijmenam Dorp
        • Pakket 2: De Mart
        • Pakket 3: Harent
        • Pakket 4: Noordelijk deel van Bonheiden dorp
        • Pakket 5: Zuidelijk deel van Bonheiden dorp
        • Pakket 6: Putsesteenweg
        • Pakket 7: St-Anna

      De pakketten worden verdeeld onder de verschillende erkende jeugdbewegingen, die op één gezamenlijke dag elk hun toegewezen pakket opruimen.

      Voorwaarden

      De subsidie voor de zwerfvuilactie voor erkende jeugdbewegingen wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:

        • Enkel erkende jeugdbeweging van Bonheiden-Rijmenam komen in aanmerking.
        • Langs het gekozen traject wordt het zwerfvuil langs beide straatzijden ingezameld.
        • De deelnemende erkende jeugdbewegingen dienen aanwezig te zijn met alle leden die volgens de reguliere werking op die dag aanwezig zijn. Het is niet toegelaten slechts met een deel van de afdelingen of beperkt aantal groepen deel te nemen.
        • De deelnemers aan de actie zijn verplicht een reflecterend hesje en handschoenen te dragen.
        • De deelnemende kinderen staan onder begeleiding van leiders en leidsters van de erkende jeugdbewegingen. Er wordt steeds gezorgd voor voldoende begeleiders in verhouding tot het aantal kinderen.

      VI. Zwerfvuilactie voor verenigingen en organisaties

      Tijdens twee zwerfvuilacties per jaar, één in het voorjaar en één in het najaar, worden acht grote trajecten in de gemeente verdeeld onder verenigingen en organisaties die zich hiervoor kandidaat stellen.

      De acht trajecten zijn:

        • Putsesteenweg van rondpunt Pasbrug tot rondpunt R6
        • Waversesteenweg van Achterdiedonken tot aan Kerkplein + Muizensteenweg van Mechelsesteenweg tot aan water
        • Mechelsesteenweg van aan kruispunt lichten tot aan Kerkplein
        • Rijmenamseweg van aan Kerkplein tot aan Oude Schrieksebaan
        • Rijmenamseweg  van aan Oude Schrieksebaan tot aan Grote Paallaan
        • Doornlaarstraat van Weynesbaan tot Grensstraat
        • Weynesbaan van kruispunt Lange Dreef tot Mussepot
        • Dijleweg van kerk tot grens Mechelen 

      Voorwaarde

      De subsidie voor de zwerfvuilactie voor verenigingen en organisaties wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:

        • Een vereniging of organisatie stelt zich kandidaat via het daarvoor voorziene digitale formulier op de website van de gemeente Bonheiden.
        • Langs het gekozen traject wordt het zwerfvuil langs beide straatzijden ingezameld.
        • Deelnemers dienen minimum 12 jaar te zijn (deze trajecten zijn niet geschikt voor jongere kinderen).
        • De deelnemers aan de actie zijn verplicht een reflecterend hesje en handschoenen te dragen.

      VII. Ondersteuning en subsidie

      De gemeente voorziet de nodige vuilniszakken en er worden afspraken gemaakt met de milieudienst omtrent de plaats waar de zakken zullen verzameld worden.

      De deelnemers aan de opruimactie zijn verzekerd door de gemeente voor eventuele schade of bij ongeval (ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering).

      De gemeente zal de zwerfvuilacties voor de erkende jeugdbewegingen, verenigingen en organisaties tijdig bekendmaken via de gemeentelijke communicatiekanalen. De zwerfvuilactie voor de erkende jeugdbewegingen wordt besproken op de Jeugdraad.

      De subsidie wordt betaald na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen. De uitbetaling van de subsidie is afhankelijk van de goedgekeurde kredieten op het gemeentebudget. 

        1. Zwerfvuilactie voor erkende jeugdbewegingen:
          • Er wordt een bedrag van 8.000 EUR per jaar als subsidie voorzien.
          • De voorziene subsidie wordt verdeeld tussen de verschillende deelnemende jeugdbewegingen.
          • De verdeling van deze subsidie zal gebeuren volgens de ledenaantallen van de aan de actie deelnemende jeugdbewegingen.
        2. Zwerfvuilactie voor verenigingen en organisaties:
          • De subsidie bedraagt 250 EUR per traject.

      VIII. Controle en sancties

      Indien de opruimactie niet verlopen is conform dit reglement, kan de gemeente de subsidie weigeren.

      Bij elk bedrog, poging tot bedrog of indien bepalingen van dit reglement niet nageleefd worden, kan het college van burgemeester en schepenen de totale toegekende subsidie terugvorderen, verhoogd met de wettelijke interest vanaf de dag van uitbetaling van de subsidie.

      IX. Bezwaren

      Bezwaren tegen beslissingen op basis van dit reglement worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen.

      Bezwaren moeten binnen één maand na kennisgeving van de beslissing worden ingediend, per aangetekende brief aan het college.

      X. Ingangsdatum

      Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Patrimonium - Akte grondafstand "Groote Heijde": Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Delen van percelen gelegen aan "Groote Heijde" (Matadilaan - Oude Kasteellaan), gekadastreerd volgens 1ste afdeling, sectie B deel van nummers 0260 Y P0000 en 0260 X P0000, met een oppervlakte volgens meting van 2a 33ca (= 2a 25ca voor lot 3 + 8ca voor lot 4) en met gereserveerde perceelsidentificatie 260 H2 P0000 (voor lot 3) en 260 K2 P0000 (voor lot 4), voor eenzelfde grootte, wordt aan de gemeente kosteloos aangeboden.
      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de kosteloze grondafstand van de percelen ter opname in het openbaar domein te aanvaarden en de overeenkomstige akte goed te keuren.

      Voorgeschiedenis
      • 18/12/2021: Indiening aanvraag omgevingsvergunning.
      • 28/04/2022: De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard door de vergunningverlenende overheid.
      • 27/09/2022: Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het afbreken van een eengezinswoning, het gedeeltelijk ontbossen, het aanleggen en wijzigen van gemeentewegen, het bouwen van 4 vrijstaande meergezinswoningen, een fietsenstalling en een HS-cabine (630 KVA) en het uitvoeren van omgevingsaanlegwerken, Oude Kasteellaan 26.
      • 02/11/2022: De aanvragers tekenen beroep aan tegen de afgifte van de weigering van een omgevingsvergunning bij de Deputatie van de provincie Antwerpen.
      • 30/11/2022: Het provinciebestuur deelt mee dat het beroepschrift werd ingediend en vraagt het standpunt van het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot het beroep.
      • 17/01/2023: Besluit van het college van burgemeester en schepenen houdende kennisname bouwberoep en standpuntbepaling.
      • 01/02/2023: Provinciebestuur Antwerpen deelt mee dat het bouwberoep zal behandeld worden op 28/02/2023.
      • 02/03/2023: Beslissing afgeleverd door de Bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen onder nummer OMBER-2022-1030.
      • 30/10/2025: Het college van burgemeester en schepenen ontvangt aanvraag tot splitsing.
      • 08/11/2025: Ontvangst van de ontwerpakte gratis grondafstand met de vraag te agenderen op de gemeenteraad.
      Feiten en context

      Op 18/12/2021 werd door Matadi Residences een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het afbreken van een eengezinswoning, het gedeeltelijk ontbossen, het aanleggen en wijzigen van gemeentewegen, het bouwen van 4 vrijstaande meergezinswoningen, een fietsenstalling en een HS-cabine (630 KVA) en het uitvoeren van omgevingsaanlegwerken.
      De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 28/04/2022 door de vergunningverlenende overheid. De omgevingsvergunningsaanvraag draagt als kenmerk OMV_2021191844 is gemeentelijk geregistreerd onder het nummer 2021/329.

      Conform de beslissing afgeleverd door de Bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen onder nummer OMBER-2022-1030 op datum van 02/03/2023, dient de grond bestemd voor inlijving bij het openbaar domein kosteloos te worden afgestaan aan de gemeente.
      Het betreft een strook grond, zoals aangeduid op de bijgaande plannen, met een oppervlakte van 2a 33ca (= 2a 25ca voor lot 3 + 8ca voor lot 4), kadastraal gekend onder Bonheiden, 1ste afdeling, sectie B deel van nummers 0260 Y P0000 en 0260 X P0000 en gelegen aan de  "Groote Heijde". Afgebeeld als loten 3 en 4 op het bijgevoegd grondplan.

      Juridische grond

      Het Decreet over het lokaal bestuur, meer bepaald artikel 41, 11° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

      Argumentatie

      In de "Groote Heijde" (Matadilaan - Oude Kasteellaan) wordt een stuk grond, kadastraal gekend als 1ste afdeling, sectie B deel van nummers 0260 Y P0000 en 0260 X P0000, met een oppervlakte van 2a 33ca (= 2a 25ca voor lot 3 + 8ca voor lot 4), kosteloos aan de gemeente aangeboden, conform de bepalingen van de daarop geldende verkavelingsvergunning, afgeleverd door de bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen onder nummer OMBER-2022-1030 op 02/03/2023, om op te nemen in het openbaar domein.
      De overdracht van het perceel moet bij authentieke akte worden vastgelegd. Aangezien het hierbij om een daad van beschikking met betrekking tot onroerende goederen gaat, is het aan de gemeenteraad om de akte goed te keuren.

      Financiële gevolgen

      Aan de overdracht zelf van het onroerend goed zijn geen kosten verbonden.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Hecht goedkeuring aan de akte voor de kosteloze overdracht van het perceel gelegen in de "Groote Heijde" (Matadilaan - Oude Kasteellaan) met kadastrale aanduiding: Bonheiden 1ste afdeling, sectie B deel van nummers 0260 Y P0000 en 0260 X P0000, met een oppervlakte van 2a 33ca (= 2a 25ca voor lot 3 + 8ca voor lot 4), die als bijlage bij dit besluit is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt.
      Artikel 2 - Duidt de (waarnemend) burgemeester en de (waarnemend) algemeen directeur aan om de gemeente te vertegenwoordigen bij het verlijden van de authentieke akte.

    • Overheidsopdrachten - Voorwaarden van de overheidsopdracht 'De Splinter: binnenafwerking' en wijze van gunning: Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld een overheidsopdracht voor de finalisering van de binnenafwerking van De Splinter op te starten en de voorwaarden van de overheidsopdracht en de wijze van gunning vast te stellen:

      • wat de voorwaarden van de overheidsopdracht betreft: Binnenafwerking van De Splinter;
      • wat betreft de wijze van gunning betreft: openbare procedure.

      Raming: € 640.606,53 excl. btw of € 775.133,90 incl. 21% btw.

      Voorgeschiedenis
      • 29/12/2017: Besluit van het college van burgemeester en schepenen om de overheidsopdracht voor de bouw van een kinder- en jeugdontmoetingscentrum te gunnen aan Convents Product nv (perceel 1 ruwbouw). Er werd vastgesteld dat het geplaatste dak niet damp- en waterdicht is. De aannemer werd in 2022 failliet verklaard.
      • 31/01/2024: Besluit van de gemeenteraad waarbij de dading met Van Belle & Medina Architects BV werd goedgekeurd.
      • 20/02/2024: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij de opdracht ‘Raamovereenkomst studiebureau bouwkunde’ werd gegund aan AE+ architecten bv.
      • 20/02/2024: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij de opdracht ‘Aanstelling studiebureau speciale technieken’ werd gegund aan Studiebureau Heedfeld.
      • 27/12/2024: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij de opdracht ‘Vernieuwen dak’ gegund werd aan Schoofs NV.
      • 18/02/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij de de opdracht ‘studiebureau binnenafwerking’ werd gegund aan AE+ architecten bv.
      • 11/03/2025: Het college van burgemeester en schepenen keurde de indeling voor het gebouw De Splinter goed.
      • 17/06/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij de opdracht ‘studiebureau stabiliteit’ werd gegund aan Ney & Partners Wow, en sinds 13/05/2025 met een nieuwe naam 'WOW Engineering', Rue d'Anogrune 154A, 1380 Lasne (BE0536.891.436).
      • 28/08/2025: Het overleg met studiebureau Ensemble en studiebureau Heedfeld over de openstaande zaken in het dossier technieken en binnenafwerking.
      • 09/09/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij het standpunt over de openstaande zaken voor de dossiers binnenafwerking en technieken werd goedgekeurd.
      • 09/10/2025: De mail met het bijzonder lastenboek, opgesteld door studiebureau Ensemble.
      Feiten en context

      De binnenafwerking van De Splinter is nog niet volledig uitgevoerd. De architect heeft een bestek en bijhorende plannen opgemaakt om deze werken uit te voeren, conform de vernieuwde indeling vastgelegd door het college van burgemeester en schepenen van 17/03/2025.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Het Koninklijk Besluit van 14/01/2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. 
      • De Wet van 17/06/2013, betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies. 
      • De Wet van 17/06/2016, inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 37. 
      • Het Koninklijk Besluit van 18/04/2017, betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren. 
      • Het Decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald artikel 41, 10° betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, inzake het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten.
      Argumentatie
      • Overeenkomstig artikel 41, 10° van het Decreet over het lokaal bestuur, stelt de gemeenteraad de wijze vast waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden gegund.
      • Aangezien het ramingsbedrag, zonder btw, hoger ligt dan € 143.000 excl. btw, wordt er niet voldaan aan de voorwaarden om te kiezen voor de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. Daarom wordt er gekozen voor de openbare procedure.
      • Anderzijds moeten ook de voorwaarden van de overheidsopdracht worden vastgesteld. In dit geval zijn de algemene uitvoeringsregels, zoals deze werden vastgesteld bij het Koninklijk Besluit van 14/01/2013, integraal van toepassing.
      Financiële gevolgen

      Raming: € 640.606,53 excl. btw of € 775.133,90 incl. 21% btw.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig mits aanpassing visum FA 2025/00264 van Financiele dienst van 16 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Stelt de voorwaarden van de Overheidsopdracht 'De Splinter: binnenafwerking' vast en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. 

      Artikel 2 - Keurt het bestek met nr. 2025/1542 en de raming voor de opdracht 'De Splinter: binnenafwerking', opgesteld door studiebureau Ensemble, goed.

      Artikel 3 - Kiest als wijze van gunning voor de openbare procedure.

    • Overheidsopdrachten - Voorwaarden van de overheidsopdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties' en wijze van gunning: Vaststelling

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld een overheidsopdracht voor de installatie van HVAC- en sanitaire installaties op te starten en de voorwaarden van de overheidsopdracht en de wijze van gunning vast te stellen:

      • wat de voorwaarden van de overheidsopdracht betreft: 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties';
      • wat de wijze van gunning betreft: openbare procedure.

      Raming: € 216.292 excl. btw of € 261.713,32 incl. 21% btw.

      Voorgeschiedenis
      • 29/12/2017: Besluit van het college van burgemeester en schepenen om de overheidsopdracht voor de bouw van een kinder- en jeugdontmoetingscentrum te gunnen aan Convents Product nv (perceel 1 ruwbouw). Er werd vastgesteld dat het geplaatste dak niet damp- en waterdicht is. De aannemer werd in 2022 failliet verklaard.
      • 30/10/2023: E-mail van SB Heedfeld met de offerte voor de verdere opvolging van de speciale technieken van de Splinter.
      • 31/01/2024: Besluit van de gemeenteraad waarbij de dading met Van Belle & Medina Architects BV werd goedgekeurd.
      • 07/02/2024: Betaling van het volgens de dading aan de architect verschuldigde bedrag.
      • 20/02/2024: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij de opdracht ‘Raamovereenkomst studiebureau bouwkunde’ werd gegund aan AE+ architecten bv.
      • 20/02/2024: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij de opdracht ‘Aanstelling studiebureau speciale technieken’ werd gegund aan Studiebureau Heedfeld.
      • 28/08/2024: Voorwaarden van de overheidsopdracht 'De Splinter: Afwerking lucht- en ventilatie-installatie' en wijze van gunning: Vaststelling door de gemeenteraad.
      • 17/09/2024: Uit te nodigen ondernemer voor 'De Splinter: Afwerking lucht- en ventilatie-installatie': Vaststelling door het college van burgemeester en schepenen.
      • 27/12/2024: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij de opdracht ‘Vernieuwen dak’ gegund werd aan Schoofs NV.
      • 18/02/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij de de opdracht ‘studiebureau binnen afwerking’ werd gegund aan AE+ architecten bv.
      • 11/03/2025: Het college van burgemeester en schepenen keurde de indeling voor het gebouw De Splinter goed.
      • 17/06/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij de opdracht ‘studiebureau stabiliteit’ werd gegund aan Ney & Partners Wow, en sinds 13/05/2025 met een nieuwe naam 'WOW Engineering', Rue d'Anogrune 154A, 1380 Lasne (BE0536.891.436).
      • 28/08/2025: Het overleg met studiebureau Ensemble en studiebureau Heedfeld over de openstaande zaken in het dossier technieken en binnen afwerking.
      • 09/09/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen waarbij het standpunt over de openstaande zaken voor de dossiers binnen afwerking en technieken werd goedgekeurd.
      • 10/10/2025: E-mail met het bijzonder lastenboek, opgesteld door studiebureau Heedfeld.
      Feiten en context

      Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 20/02/2024 de ontwerpopdracht voor de opdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties' toe te wijzen aan Studiebureel Heedfeld nv, Reggerstraat 71 te 3770 Riemst.

      De sanitaire installaties en HVAC van De Splinter zijn nog niet volledig uitgevoerd. Het studiebureau Heedfeld nv heeft een bestek en bijhorende plannen opgemaakt om deze werken uit te voeren, conform de vernieuwde indeling vastgelegd door het college van burgemeester en schepenen van 11/03/2025.

      De voorwaarden en de wijze van gunning van de overheidsopdracht ''De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties' staan beschreven in het lastenboek, opgemaakt door het studiebureau technieken Heedfeld nv.

      Adviezen
      Juridische grond
      • De wet van 29/7/1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen. 
      • Het Koninklijk besluit van 14/01/2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
      • De wet van 17/06/2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
      • De wet van 17/06/2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36.
      • Het Koninklijk besluit van 18/04/2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
      • Het Decreet  van22/12/2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
      • Het Decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
      • Het Bestuursdecreet van 07/12/2018.
      Argumentatie
      • Overeenkomstig artikel 41, 10° van het Decreet over het lokaal bestuur, stelt de gemeenteraad de wijze vast waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden gegund.
      • Aangezien het ramingsbedrag, zonder btw, hoger ligt dan € 143.000 excl. btw, wordt er niet voldaan aan de voorwaarden om te kiezen voor de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. Daarom wordt er gekozen voor de openbare procedure.
      • Anderzijds moeten ook de voorwaarden van de overheidsopdracht worden vastgesteld. In dit geval zijn de algemene uitvoeringsregels, zoals deze werden vastgesteld bij het Koninklijk Besluit van 14/01/2013, integraal van toepassing.
      • In het kader van de opdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties' werd een bestek met nr. 2025/AV-1554 opgesteld door de ontwerper, Studiebureel Heedfeld nv, Reggerstraat 71 te 3770 Riemst.
      • De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 216.292 excl. btw of € 261.713,32 incl. 21% btw.
      Financiële gevolgen
      • De uitgave voor deze opdracht is voorzien in actiepunt A12.2.12 - AR: Gebouwen - andere gebouwen - gemeenschapsgoederen - Activa in aanbouw - ACT: De Splinter: erelonen en uitvorering.
      • De uitgave voor deze overheidsopdracht wordt geraamd op € 216.292 excl. btw of € 261.713,32 incl. 21% btw.

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00347 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Keurt het bestek met nr. 2025/AV-1554 en de raming voor de opdracht 'De Splinter: HVAC- en sanitaire installaties', opgesteld door het studiebureau Heedfeld nv, Reggerstraat 71 te 3770 Riemst, goed.

      Artikel 2 - Stelt de lastvoorwaarden vast, zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming voor de totale opdracht bedraagt € 216.292 excl. btw of € 261.713,32 incl. 21% btw.

      Artikel 3 - Gunt bovengenoemde opdracht bij wijze van openbare procedure.

    • Vrije Tijd - Erkenningsreglement verenigingen: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Het erkenningsreglement verenigingen wil rechtlijnigheid en voorspelbaarheid brengen omtrent de criteria, die vereist zijn om als vereniging erkend te kunnen worden door het gemeentebestuur Bonheiden. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het erkenningsreglement goed te keuren. Na goedkeuring door de gemeenteraad worden alle vroegere reglementen met betrekking tot erkenning van verenigingen opgeheven.

      Voorgeschiedenis
      • 25/04/2018: Besluit van de gemeenteraad houdende de vaststelling van het ondersteuningsreglement vrije tijd, inclusief de voorwaarden voor erkenning van verenigingen.
      • 11/08/2023: Publicatie van het 'digitaliseringsdecreet' Vlaanderen dat het juridisch kader regelt voor de digitalisering van gegevensuitwisselingen door Vlaamse en lokale overheidsdiensten, waaronder het 'verenigingsregister en verenigingsloket'.
      • 25/11/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen houdende de principiële goedkeuring van het ontwerp van het erkenningsreglement verenigingen.
      Feiten en context

      Een projectgroep vanuit vrije tijd, bestaande uit het departementshoofd vrije tijd, de directeur van GC 't Blikveld, het diensthoofd sport & jeugd en de stafmedewerker lokaal cultuurbeleid, werkte het voorontwerp van het erkenningsreglement uit. Daarbij werd rekening gehouden met de vereiste juridische aspecten en voortschrijdend inzicht op basis van ervaringen vanuit het vorige erkenningsreglement. Het reglement is helder en overzichtelijk opgesteld en voldoet aan het principe van rechtlijnigheid en voorspelbaarheid, doordat de criteria eenduidig geformuleerd zijn.
      De invoering van het reglement op 01/01/2026 houdt in dat alle voorgaande reglementen met betrekking tot erkenning van verenigingen worden opgeheven. De verenigingen die erkend werden volgens de voorwaarden van het ondersteuningsreglement vrije tijd, zoals vastgesteld door de gemeenteraad dd. 25/04/2018, krijgen een overgangsperiode van zes maanden om zich in regel te stellen met het nieuwe erkenningsreglement.

      Juridische grond
      • Het Decreet over het lokaal bestuur.
      • Het digitaliseringsdecreet Vlaanderen.
      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Keurt het erkenningsreglement vereningen goed, als volgt:

      Reglement voor de erkenning van verenigingen 2026-2031

      1. Doelstelling 

      Het gemeentebestuur van Bonheiden wil het sociale weefsel in de gemeenschap versterken door het lokaal verenigingsleven actief te ondersteunen. 
      Door verenigingen te erkennen die bijdragen aan ontmoeting, gemeenschapsvorming, sportieve en culturele beleving en maatschappelijk engagement, wil het bestuur de levenskwaliteit binnen Bonheiden en Rijmenam verhogen. 

      Met een objectief en transparant erkenningskader streeft de gemeente naar: 

      • een duidelijke basis voor ondersteuning van verenigingen, 
      • stimulering van kwaliteitsvolle en duurzame werking, 
      • waardering voor vrijwilligers die zich inzetten voor het lokale gemeenschapsleven, 
      • en afstemming van verenigingsinitiatieven op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. 

      Erkende verenigingen kunnen gebruikmaken van gerichte ondersteuningsvormen, zoals logistieke, communicatieve en financiële hulp. 

      Dit reglement is van toepassing op alle verenigingen die een erkenning aanvragen. 

      2. Voorwerp 

      Het voorwerp van dit reglement is het vastleggen van de voorwaarden, de procedure en de voordelen verbonden aan de erkenning van verenigingen. 

      Een vereniging kan een aanvraag indienen om zich te laten erkennen door het college van burgemeester en schepenen. 

      De erkenning geldt tot één jaar na het einde van de lopende legislatuur en kan tijdens het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad worden verlengd, op voorwaarde dat de vereniging nog steeds aan alle voorwaarden voldoet. 

      Erkenning is een bindende voorwaarde om toegang te krijgen tot de verschillende vormen van gemeentelijke ondersteuning. 

      3. Definities en begrippen 

      Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder: 

      • Vereniging: een vorm van vrijwillige organisatie met een gemeenschappelijk doel en een regelmatige werking waarbij meerdere personen een vzw of feitelijke vereniging vormen om activiteiten te ontplooien. 
      • Reguliere werking: jaarlijks structurele en terugkerende basisactiviteiten organiseren binnen de normale exploitatie. Uitzonderlijke of occasionele activiteiten buiten het gewone jaarprogramma worden, niet als reguliere werking beschouwd. 
      • Gebruikersreglement: Reglement voor het gebruik van gemeentelijke cultuur- of sportinfrastructuur. 
      • Uitleenmateriaal: Audiovisueel materiaal en feestmateriaal door het lokaal bestuur ter beschikking gesteld ter ondersteuning van extern georganiseerde evenementen. 
      • Gemeentelijke communicatiekanalen: gemeentelijk infobladen, buiten-mediaschermen, gemeentelijke sociale media, gemeentelijke nieuwsbrieven. 
      • College: Het college van burgemeester en schepenen van het lokaal bestuur Bonheiden. 
      • Vrijetijdscheques/ UiTPAS met voordeeltarief: Voordeeltarief voor deelname aan vrijetijdsactiviteiten binnen de gemeente voor mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties. 
      4. Doelgroep 

      Alle verenigingen met maatschappelijke zetel (in geval van vzw) of secretariaat (in geval van feitelijke vereniging) op het grondgebied van Bonheiden-Rijmenam. 

      5. Voorwaarden

      Om in aanmerking te komen voor erkenning moet een vereniging gedurende de erkenningsperiode blijvend voldoen aan de volgende voorwaarden, gegroepeerd per domein: 

      Organisatie en structuur 

        1. De vereniging heeft de vorm van een vzw of feitelijke vereniging. 
        2. De vereniging heeft zich geregistreerd in het Verenigingsregister van de Vlaamse overheid. 
        3. De vereniging heeft een bestuur van minstens drie leden, elk woonachtig op een verschillend adres, waarvan maximaal twee in bloed- of aanverwantschap tot en met de tweede graad staan. 
        4. De vereniging beschikt over een bankrekening op naam van de vereniging, met minstens twee volmachthouders die deel uitmaken van de vereniging. 
        5. De vereniging heeft een zetel (in geval van vzw) of secretariaat (in geval van feitelijke vereniging) op het grondgebied van Bonheiden-Rijmenam. 
        6. De vereniging heeft de noodzakelijke verzekeringen afgesloten (burgerlijke aansprakelijkheid, lichamelijke ongevallen en indien van toepassing brandverzekering). 

      Open en democratische werking 

      7. De vereniging is een open vereniging. Hieronder wordt verstaan dat iedereen lid kan worden, op voorwaarde dat hij/zij de waarden, doelstellingen en reglementen van de vereniging respecteert.

      8. De vereniging gebruikt het Nederlands bij haar werking, organisatie en administratie. 

      9. De vereniging verklaart zich akkoord met het ethisch charter en verbindt zich ertoe:

          • geen enkele vorm van discriminatie op grond van het geslacht, nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, leeftijd, seksuele geaardheid, gender, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, beperking, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst te dulden.
          • elk discriminerend gedrag tijdens de werking te voorkomen en indien nodig te bestrijden en te bestraffen.
          • de wetten en reglementen die de toepassing van de non-discriminatie en gelijke kansen bevorderen en verdedigen na te leven. 
          • bij samenwerking met derden deze clausule kenbaar te maken en ervoor te zorgen dat ook zij die naleven in de bijdrage die zij leveren in het kader van het toepasselijke reglement.  

      Activiteiten en lokale betrokkenheid

      10. De vereniging heeft een reguliere werking.

      11. Minstens 50% van de activiteiten vindt plaats op het grondgebied van Bonheiden-Rijmenam, tenzij de aard van de activiteiten die niet toelaten (zoals zwemmen, schaatsen, bergklimmen).

      12. De vereniging heeft een publiek zichtbare werking via eigen of gemeentelijke communicatiekanalen.

      13. De vereniging is lid van een gemeentelijke adviesraad of heeft lidmaatschap aangevraagd, indien er een adviesraad bestaat die relevant is voor haar werking. 

      Beleidsmatige afstemming

      14. De vereniging draagt met haar werking actief bij aan de beleidsdoelstellingen van het lokaal bestuur.

      15. Indien van toepassing, aanvaardt de vereniging VT-cheques en UiTPAS met voordeeltarief. 

      Uitsluitingen

      16. Commerciële initiatieven, beroepsorganisaties, mutualiteiten, vakbonden en politieke partijen komen niet in aanmerking voor erkenning.

      17. Verenigingen die reeds door een ander lokaal bestuur erkend zijn of financiële ondersteuning krijgen, komen niet in aanmerking voor erkenning in Bonheiden. 

      18. Verenigingen met een commerciële werking worden uitgesloten. Dit zijn verenigingen die winsten of vermogensvoordelen uitkeren, rechtstreeks of onrechtstreeks, aan oprichters, leden, bestuurders of derden. Uitzondering hierop zijn uitkeringen die uitsluitend en aantoonbaar kaderen in de verwezenlijking van het belangeloos doel van de vereniging en die daarom niet als winst worden beschouwd. 

      6. Voordelen 

      De erkenning geeft de verenigingen toegang tot volgende voordelen: 

      Infrastructuur en materiaal 

      1. Verlaagde tarieven bij de huur van gemeentelijke infrastructuur, volgens de geldende gebruikersreglementen (tariefcategorie B).

      2. Gebruik van gemeentelijk uitleenmateriaal, met mogelijkheid tot vervoer door gemeentelijke diensten.

      3. Vroegtijdige reservatie van gemeentelijke infrastructuur en uitleenmateriaal tot één jaar vooraf. 

      Communicatie en promotie 

      4. Publicatie van activiteiten via gemeentelijke communicatiekanalen volgens de geldende publicatievoorwaarden. 

      Vorming en ondersteuning 

      5. Toegang tot vormingen en overlegmomenten georganiseerd door, voor of via gemeentelijke adviesraden. 

      6. Toegang tot deelname aan gemeentelijke thematische of milieuprojecten waarvoor een vergoeding kan worden voorzien. 

      Financiële voordelen 

      7. Toegang tot sectorspecifieke subsidies en evenementensubsidies volgens de geldende reglementen. 

      8. Waardering bij jubilea: verenigingen die een activiteit organiseren naar aanleiding van hun 25-jarig bestaan of een veelvoud daarvan kunnen een jubileumsubsidie ontvangen. Deze bedraagt 50% van de kosten van de jubileumactiviteit, met een maximum van 500 euro, op voorwaarde dat: 

          • de vereniging de oprichtingsdatum aantoont met een oprichtingsakte of met een bewijs van de eerste activiteit, 
          • de aanvraag uiterlijk drie maanden na de jubileumactiviteit wordt ingediend, 
          • bij de aanvraag de facturen worden toegevoegd die betrekking hebben op de gemaakte kosten. 
      7. Aanvraag 
      • Een vereniging kan op elk moment via het daartoe bestemde online formulier een eerste erkenningsaanvraag indienen. 
      • Een vereniging kan de verlenging van een erkenning aanvragen vanaf twaalf maanden voor het einde van de lopende erkenningsperiode. m.a.w. vanaf de eerste dag na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad. 
      • Een vereniging kan bij ingetrokken erkenning een hernieuwing van de erkenning aanvragen mits de werking is aangepast en er opnieuw voldaan wordt aan de voorwaarden.
      8. Beoordeling 
      Het college beoordeelt de aanvraag op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud. Indien nodig kan het college bijkomende informatie opvragen. Het college beslist binnen zestig dagen na ontvangst van de volledige aanvraag. 
      9. Controle en sancties 

      De gemeentelijke diensten kunnen eenmaal per jaar een erkende vereniging vragen aan te tonen dat zij nog voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. Dit kan: 

      1. op vraag van het college van burgemeester en schepenen, 

      2. op vraag van een betrokken adviesraad, 

      3. op initiatief van de gemeentelijke dienst, 

      4. of na een klacht van een belanghebbende persoon betrokken aan de werking van de vereniging. 

      Wanneer blijkt dat een vereniging niet voldoet aan de bepalingen van dit reglement, kan het college de erkenning intrekken. 

      Intrekking kan met onmiddellijke ingang plaatsvinden bij: 

        • het niet naleven van voorwaarden, 
        • het verstrekken van foutieve gegevens, 
        • of het niet tijdig bezorgen van gevraagde informatie. 
      10. Bezwaren 

      Bezwaren tegen beslissingen op basis van dit reglement worden behandeld door het college van burgemeester en schepenen. 
      Bezwaren moeten binnen één maand na kennisgeving van de beslissing worden ingediend via een schriftelijke melding aan het college, waarbij de indiener het ontvangstbewijs of de ontvangstbevestiging van het college moet kunnen voorleggen. 

      11. Ingangsdatum 

      Dit reglement heft Deel I en II van het “Ondersteuningsreglement verenigingen Vrije Tijd”, bekrachtigd door de gemeenteraad op 25/04/2018, op en treedt in werking op 01/01/2026. 

      12. Overgangsmaatregelen 
      • Erkenningen die vóór de bekendmaking van dit reglement werden toegekend, blijven geldig tot 31/08/2026. 
      • Vanaf de ingangsdatum (cf. artikel 11) tot 1 juli 2026 geldt een overgangsperiode waarin bestaande erkende verenigingen hun erkenning kunnen vernieuwen volgens de voorwaarden van dit reglement. 
      • Tijdens deze overgangsperiode behouden verenigingen hun erkenning, ook indien zij nog niet volledig aan alle voorwaarden voldoen, op voorwaarde dat zij uiterlijk op 01/07/2026 aantonen dat zij volledig in orde zijn. 
      • Vanaf 01/09/2026 zijn enkel erkenningen geldig die zijn verleend volgens dit reglement. 

      Artikel 2 - Maakt deze beslissing, overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur, binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke webtoepassing en brengt de toezichthoudende overheid, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur hiervan dezelfde dag op de hoogte.

    • Vrije tijd - Reglement financiële ondersteuning voor de organisatie van evenementen met bovenlokale uitstraling: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Het reglement financiële ondersteuning voor de organisatie van evenementen met bovenlokale ondersteuning wil rechtlijnigheid en voorspelbaarheid brengen omtrent de criteria, die vereist zijn voor financiële ondersteuning door het gemeentebestuur Bonheiden. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het reglement financiële ondersteuning voor de organisatie van evenementen met bovenlokale ondersteuning goed te keuren. Na goedkeuring door de gemeenteraad worden alle vroegere reglementen met betrekking tot de financiële ondersteuning voor de organisatie van evenementen met bovenlokale uitstraling opgeheven.

      Voorgeschiedenis
      • 25/04/2018: Besluit van de gemeenteraad houdende de vaststelling van het ondersteuningsreglement vrije tijd, inclusief de voorwaarden voor erkenning van verenigingen.
      • 11/08/2023: Publicatie van het 'digitaliseringsdecreet' Vlaanderen dat het juridisch kader regelt voor de digitalisering van gegevensuitwisselingen door Vlaamse en lokale overheidsdiensten, waaronder het 'verenigingsregister en verenigingsloket'.
      • 25/11/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen houdende de principiële goedkeuring van het ontwerp van het erkenningsreglement verenigingen.
      • 02/12/2025: Besluit van het college van burgemeester en schepenen houdende de principiële goedkeuring van het ontwerp van het reglement financiële ondersteuning voor evenementen met bovenlokale uitstraling.
      Feiten en context

      Een projectgroep vanuit vrije tijd, bestaande uit het departementshoofd vrije tijd, de directeur van GC 't Blikveld, het diensthoofd sport & jeugd, de stafmedewerker jeugd, de stafmedewerker sport, de stafmedewerker evenementen en de stafmedewerker lokaal cultuurbeleid, werkte het voorontwerp van het reglement financiële ondersteuning van evenementen met bovenlokale uitstraling uit. Daarbij werd rekening gehouden met de vereiste juridische aspecten en voortschrijdend inzicht op basis van ervaringen vanuit het vorige ondersteuningsreglement. Het reglement is helder en overzichtelijk opgesteld en voldoet aan het principe van rechtlijnigheid en voorspelbaarheid, doordat de criteria eenduidig geformuleerd zijn.
      De invoering van het reglement op 01/01/2026 houdt in dat alle voorgaande reglementen met betrekking tot financiële ondersteuning van evenementen met bovenlokale uitstraling worden opgeheven.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Het Decreet over het lokaal bestuur.
      • Het digitaliseringsdecreet Vlaanderen.
      Financiële gevolgen

      Financieel advies:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00354 van Financiele dienst van 03 december 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Geeft goedkeuring aan het reglement financiële ondersteuning van evenementen met bovenlokale uitstraling.

      Reglement financiële ondersteuning voor de organisatie van evenementen met bovenlokale uitstraling

      1. Doelstelling

      Het lokaal bestuur Bonheiden wil initiatieven ondersteunen die bijdragen aan een bruisend en inclusief vrijetijdsaanbod. Door ondersteuning te bieden aan evenementen van bijzondere aard met bovenlokale uitstraling, wil het lokaal bestuur Bonheiden de gemeenschapsvorming en de positieve uitstraling van de gemeente Bonheiden bevorderen.

      Met dit reglement biedt de gemeente een duidelijk en transparant kader voor de toekenning van financiële ondersteuning aan evenementen van bijzondere aard met bovenlokale uitstraling.

      2. Voorwerp

      Dit reglement bepaalt de voorwaarden, criteria, categorieën, bedragen en procedures voor de toekenning van financiële ondersteuning voor evenementen van bijzondere aard met bovenlokale uitstraling.

      Binnen de perken van de kredieten die jaarlijks op de gemeentelijke begroting worden goedgekeurd in het kader van de meerjarenplanning, kan financiële ondersteuning worden toegekend overeenkomstig dit reglement.

      Het reglement is van toepassing op evenementen die worden georganiseerd door een lokaal erkende vereniging en plaatsvinden op het grondgebied van Bonheiden-Rijmenam.

      3. Definities en begrippen

      Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

      • Evenement: een publiek toegankelijke activiteit of publiek programma, al dan niet betalend, dat tijdelijk plaatsvindt op één of meerdere locaties en gericht is op een brede doelgroep.
      • Evenement van bijzondere aard: een evenement dat een duidelijke meerwaarde biedt voor het lokale vrijetijdsaanbod en niet behoort tot de reguliere jaarwerking van een vereniging.
      • Evenement met bovenlokale uitstraling: een evenement dat aantoonbaar bezoekers, deelnemers, partners of media-aandacht bereikt buiten de gemeente Bonheiden. Er worden drie niveaus onderscheiden:
        1. Regionale uitstraling: Het evenement bereikt hoofdzakelijk publiek uit omliggende gemeenten of uit de regio Rivierenland. De communicatie richt zich aantoonbaar op meerdere buurgemeenten en de bezoekers komen uit een ruimere lokale omgeving.
        2. Vlaamse uitstraling: Het evenement trekt bezoekers of deelnemers uit meerdere provincies of wordt opgenomen in bovenlokale (Vlaamse) cultuur-, sport- of vrijetijdskanalen. Partners of deelnemers komen aantoonbaar van buiten de regio.
        3. (Inter)nationale uitstraling: Het evenement ontvangt deelnemers, publiek of programmatie uit het buitenland, of werkt samen met (inter)nationale organisaties of netwerken. De communicatie gebeurt ook via (inter)nationale kanalen.
      • Organisator: een erkende vereniging.
      • Erkende vereniging: een vereniging erkend door het lokaal bestuur Bonheiden conform het reglement voor de erkenning van verenigingen 2026-2031.
      • College: het college van burgemeester en schepenen van het lokaal bestuur Bonheiden.
      • Financieel verslag: een overzicht van alle uitgaven, met vermelding van hun aanwending, en van alle inkomsten, inclusief opbrengsten uit ticketverkoop, sponsoring en eventuele andere bronnen.
      • Inhoudelijk verslag: een korte omschrijving van het evenement, het dagprogramma, de betrokken partners en het aantal aanwezige bezoekers met een inschatting van hun woonplaats.
      • Communicatieplan: een beschrijving van de geplande communicatiemiddelen en -kanalen, aangevuld met een tijdsplanning van de communicatieve acties.
      • Afvalbeheersplan: een overzicht van alle voorziene en genomen maatregelen ter beheersing van de afvalstromen gericht op het maximaal voorkomen van afval en het optimaliseren van het selectief inzamelen.
      • Beeldmateriaal van het evenement: digitale foto’s en/ of video’s waarbij door externen een beeld kan worden gevormd van de aard van het evenement, de locatie en het aantal aanwezigen.

      4. Doelgroep

      De financiële ondersteuning kan worden aangevraagd door erkende verenigingen.

      5. Voorwaarden

      Een evenement komt in aanmerking als het cumulatief voldoet aan de basisvoorwaarden. De concrete drempels per ondersteuningsniveau worden vermeld in de determinatietabel (cf. artikel 6).

      A. Inhoudelijke voorwaarden

        • Het evenement sluit aan bij de gemeentelijke beleidsdoelstellingen.
        • Het aanbod is aanvullend op het bestaande vrijetijdsaanbod in de gemeente.
        • De organisator beschikt over een afvalbeheersplan.
        • Het evenement is vrij van politieke of religieuze doeleinden.
        • De organisator heeft een officiële evenementenaanvraag ingediend via de gemeentelijke website.

      B. Financiële voorwaarden

        • De organisator legt na afloop een financieel verslag voor.
        • De eigen inbreng moet ten minste gelijk zijn aan het bedrag van de verkregen subsidie.

      C. Veiligheid en bezoekersaantallen

      Afhankelijk van het aantal verwachte bezoekers is, conform de bepalingen inzake evenementenorganisatie in de gemeente Bonheiden, een veiligheidsadvies of veiligheidsoverleg noodzakelijk.

      D. Toegangsprijs

      Wanneer de toegangsprijs een vastgesteld bedrag per dag overschrijdt, voorziet de organisator een kansentarief via het systeem van Vrijetijdscheques en/ of UiTPAS, afhankelijk van het systeem dat op moment van aanvraag van kracht is in de gemeente Bonheiden.

      E. Huurkost locatie (indien van toepassing)

      Vereisten voor infrastructuurkosten volgens het ondersteuningsniveau.

      F. Inclusie

        • Het evenement is fysiek toegankelijk voor iedereen.
        • Acties gericht op kwetsbare doelgroepen of buurtwerking volgens het niveau van het evenement.

      6. Determinatietabel en bedragen

      De financiële ondersteuning wordt bepaald op basis van onderstaande categorieën:

      Criterium

      Brons – € 500

      Zilver – € 2.500

      Goud – € 5.000

      Bovenlokale uitstraling

      Regionaal

      Vlaanderen

      (Inter) Nationaal

      Aantal bezoekers en veiligheid

      Min. 100

      Min. 500 +

      advies noodplanning

      Min. 800 + veiligheidsoverleg

      Toegangsprijs per dag

      Max €15 of

      geen limiet en kansentarief via vrijetijdscheques of UiTPAS

      Max €15 of

      max €40 en kansentarief via vrijetijdscheques of UiTPAS

      Max €15 of

      max €40 en kansentarief via vrijetijdscheques of UiTPAS

      Huurkost locatie

      Geen voorwaarden

      Huurkost van de gebruikte infrastructuur bedraagt meer dan €250

      Huurkost van de gebruikte infrastructuur bedraagt meer dan €750

      Inclusiemaatregelen

      Geen bijkomende voorwaarden

      Acties voor kwetsbare doelgroepen of buurtwerking

      Acties voor kwetsbare doelgroepen of buurtwerking

      Wanneer wordt aangetoond dat de volledige opbrengst naar een vooraf aangeduid goed doel gaat, wordt de financiële ondersteuning verhoogd met € 100 voor brons, met € 500 voor zilver en met € 800 voor goud, zijnde 1 euro per minimumaantal bezoekers op het evenement.

      7. Aanvraag voor financiële ondersteuning

      De aanvraag voor financiële ondersteuning wordt ingediend via het digitale formulier van de gemeente zoals vermeld op de gemeentelijke website.

      De aanvraag gebeurt uiterlijk zes weken vóór de datum van het evenement.

      Volgende documenten worden toegevoegd:

        • beschrijving van concept en doelstellingen
        • begroting met inschatting van eigen inbreng
        • communicatieplan
        • afvalbeheersplan
        • bewijs van aanvraag van het evenement

      8. Beoordeling

      Het college beoordeelt de aanvraag op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud. Indien nodig kan het college bijkomende informatie opvragen. Het college neemt een principiële beslissing binnen zestig dagen na ontvangst van een volledige aanvraag en bepaalt op basis van de determinatietabel het ondersteuningsniveau.  De definitieve beslissing wordt genomen nadat alle vereiste documenten werden ingediend en goedgekeurd.

      9. Uitbetaling

      De subsidie wordt uitbetaald na ontvangst en goedkeuring van:

        • het financieel verslag
        • bewijsstukken van de gemaakte uitgaven en van de eigen inbreng
        • een kort inhoudelijk verslag
        • beeldmateriaal van het evenement (ter ondersteuning van gemeentelijke communicatie)

      10. Weigering

      De beslissing tot ondersteuning kan worden geweigerd wanneer:

        • het evenement niet voldoet aan de voorwaarden
        • de aanvraag foutieve informatie bevat
        • de beschikbare begrotingskredieten volledig werden aangewend
        • de realisatie van het evenement in ernstige mate afwijkt van het ingediende dossier
        • de financiële afrekening niet uiterlijk 3 maanden na het evenement wordt ingediend

      11. Bezwaren

      Bezwaren worden binnen één maand na kennisgeving schriftelijk ingediend bij het college. De indiener moet kunnen aantonen dat het bezwaar tijdig werd ingediend en ontvangen.

      12. Ingangsdatum

      Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en vervangt het nominatief toekennen van evenementensubsidies in de meerjarenplanning.

      13. Overgangsmaatregelen

      Aanvragen voor evenementen die plaatsvinden vóór 01/01/2026 worden behandeld volgens de procedures die op dat moment van kracht zijn.
      Vanaf 01/01/2026 worden alle aanvragen volgens dit reglement beoordeeld.

      Artikel 2 - Maakt dit reglement binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website, overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur.

    • Vrije Tijd - Actualisatie gebruikersreglement patrimonium vzw Krankhoeve: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Naar aanleiding van stelselmatige opmerkingen over gebrekkige schoonmaak bij de huur van patrimonium onder beheer van de vzw Krankhoeve, wordt een structurele bijsturing voorgesteld om deze problematiek aan te pakken.

      Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om deze aanpassing van het gebruikersreglement goed te keuren.

      Voorgeschiedenis
      • 26/09/2018: Beslissing van de gemeenteraad houdende de goedkeuring van de gebruikersreglementen van het patrimonium onder beheer van vzw Krankhoeve.
      • 28/09/2022: Beslissing van de gemeenteraad houdende goedkeuring uitbreiding samenwerkingsovereenkomst vzw Krankhoeve-lokaal bestuur Bonheiden met uitbreiding van het in beheer zijn de patrimonium met feestzaal Sint-Martinus.
      • 18/10/2022: Beslissing van het college van burgemeester en schepenen houdende het gebruikersreglement feestzaal Sint-Martinus.
      • 01/12/2025: Positief advies betreffende de aanpassing van het gebruikersreglement vzw Krankhoeve door het bestuursorgaan vzw Krankhoeve.
      Feiten en context
      I. Inleiding:
      Het huidige principe is dat de huurder van patrimonium in beheer van de vzw Krankhoeve de gehuurde locatie schoonmaakt i.f.v. een net gebruik voor de volgende gebruiker.
      Helaas zijn er regelmatig opmerkingen waarbij in hoofdzaak klachten binnenkomen na gebruik door een huurder van categorie C of D. De erkende verenigingen voeren meestal plichtsgetrouw hun schoonmaaktaak naar behoren uit. 
      Naar aanleiding van een nieuwe reeks klachten inzake schoonmaak kwam het voorstel om op korte termijn bij te sturen.
      Deze bijsturing verloopt voorafgaand aan een grondigere actualisatie van de gebruikersreglementen, een actualisatie die voorzien is in de loop van het komende werkjaar.
      II. Knelpunten bij het huidig reglement:
      • Een huurder heeft geen garantie op een nette locatie bij aankomst;
      • Bij betalende schoonmaak wordt nog veel verwacht van inspanning huurder;
      • Grote schoonmaakboete (€ 125) ligt lager dan het tarief voor externe schoonmaak (€ 150).
      III. Visie aanpak:
      1. Verhuring door categorie C en D in het weekend of feestdag + vooravond schoonmaak verplicht betalend te maken.  
      2. Bij huur door een erkende vereniging of buurtcomité i.f.v. een buurtfeest momenteel de keuze laten of er zelf schoongemaakt wordt of ervoor betaald wordt. Bij 2x vaststelling binnen een jaar van onvoldoende schoonmaak door een vereniging (de opmerking zal schriftelijk overgemaakt worden), zal de vereniging ook de verplichte betalende schoonmaak worden opgelegd voor het komende jaar.
      3. In de servicemail bij elk verhuur wijzen op het belang van het respecteren van de voorschriften inzake schoonmaak.
      4. Bij betalende schoonmaak de inspanning van de huurder beperken tot:
        • verwijderen aangebrachte versieringen;
        • vuilnis verwijderen;
        • tafels opruimen en de afwas doen.

      IV. Aanpassing gebruikersreglement:

      • In het algemeen gebruikersreglement wordt het deel schoonmaak aangepast. Meer specifiek zijn aanpassingen aangebracht op pagina 8 punt II.2d., pagina 12 punt IV afdeling 5 en pagina 16 punt V afdeling 2.
      • In de specifieke reglementen Krankhoeve, Sint-Martinus, Pastorij Rijmenam en Sint-Maartensberg worden eveneens de delen schoonmaak aangepast. Meer specifiek pagina 2 punt 3.3.

      V. Ingangsdatum:

      Gezien de problematiek wordt voorgesteld deze aanpassingen te laten ingaan bij verhuur vanaf 01/01/2026.

      Advies

      Op 01/12/2025 gaf het bestuursorgaan van de vzw Krankhoeve gunstig advies voor deze aanpassingen.

      Juridische grond

      Het Decreet over het lokaal bestuur.

      Argumentatie

      Deze aanpassingen in de gebruikersreglementen zijn dringend, gezien de problematiek inzake het onvoldoende net achter laten bij huur, door vooral huurders van categorie C en D, relatief frequent voorkomt. Met de aanpassing wordt getracht een garantie te bieden om een nette locatie aan te treffen bij aankomst en start van de huur.

      Financiële gevolgen

      Na een simulatie wordt ingeschat dat de vzw Krankhoeve door deze maatregel geen financiële hinder ondervindt en de begroting niet belast. De ingeschatte ontvangsten compenseren de extra te maken kosten.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Chantal Jacobs
      Tegenstanders: Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Jef Jacobs
      Onthouders: Peggy Aerts
      Resultaat: Met 16 stemmen voor, 6 stemmen tegen, 1 onthouding
      Besluit

      Artikel 1 - Geeft goedkeuring aan de aanpassing van het algemene gebruikersreglement vzw Krankhoeve voor het deel betreffende de bepalingen inzake schoonmaak

      zijnde:

      punt II. Afdeling 1 punt d Schoonmaak 

      'Wat betreft schoonmaak kan beroep gedaan worden op een betalende schoonmaakservice - tarieven per locatie zie gebruikersovereenkomst per gebouw. In deze schoonmaakservice zit de schoonmaak van de infrastructuur en het meubilair. Gebruikte materialen en keukenmateriaal zijn niet inbegrepen in de schoonmaakservice en moeten steeds door de gebruiker schoongemaakt worden – zie ook de schoonmaakinstructies ter plaatse in de lokalen.   

      Betalende schoonmaakaanvragen moeten minimum 1 maand vooraf aangevraagd worden.'

      en 

      punt IV. Afdeling 5 . Schoonmaak

      'Om de volgende gebruiker een nette ruimte aan te bieden, dienen na gebruik alle lokalen terug in de oorspronkelijke toestand en in nette toestand achtergelaten worden. Dit houdt naast het terugzetten van het lokaal in de standaardopstelling ook schoongemaakt moet worden. 

      Wanneer de betalende schoonmaakservice van toepassing is, dienen de zelf aangebrachte versieringen verwijderd worden, het verwijderen van al de eigen gebruikte materialen incl afval en het gebruikte keukenmateriaal en servies afgewassen worden. 

              Voor het gebruik van de infrastructuur in het weekend en feestdagen incl het dagdeel voorafgaand aan een weekend- of feestdag, dienen alle huurders van categorie C en D verplicht betalende schoonmaak te nemen. 

              Gebruikers van categorie A en B kunnen zelf beslissen of ingegaan wordt op de dienstverlening van betalende schoonmaak.'

      en 

      punt V. Afdeling 2 Inbreuk ten aanzien van de schoonmaak 

      'Bij het vaststellen van de gebreken inzake schoonmaak wordt onderscheid gemaakt tussen kleine en grote opmerkingen.  

      Kleine opmerkingen: kleine, beperkte bevuilingen zoals vuile vloer, bevuild meubilair, vuil servies, afwas onvoldoende uitgevoerd, … 

      Grote opmerkingen: grote bevuiling van het lokaal zoals volledige wanorde, intense bevuiling van vloer, meubilair, afwas laten staan. 

      Een kleine opmerking geeft aanleiding tot een boete van €50.   

      Een grote opmerking geeft aanleiding tot een boete van €175.   

      De vzw Krankhoeve met delegatie tot het personeel van de cultuurdienst is bevoegd tot het geven van opmerkingen en het bepalen van de categorie van de opmerking. 

      Het niet-betalen van de schoonmaakvergoeding geeft aanleiding tot weigering van een nieuwe aanvraag tot reservatie in alle infrastructuur of aanvragen van uitleenmateriaal beheerd door de vzw Krankhoeve/cultuurdienst.  

      Huurders van categorie B die opteren om zelf schoon te maken en binnen een periode van een jaar een tweede maal een schoonmaakboete krijgen, worden gedurende het volgende jaar verplicht om de dienstverlening van betalende schoonmaak te bestellen' 

      Artikel 2 - Geeft goedkeuring aan de aanpassing van het specifieke gebruikersreglement vzw Krankhoeve voor het deel OC Krankhoeve betreffende de bepalingen inzake schoonmaak zijnde punt 3.3. Schoonmaak:

      'Op deze locatie kan u kiezen voor een betalende poets of zelf schoonmaken. De prijs van de betalende poets bedraagt € 125.

      Kiest u voor een betalende poets:

        • Minimum 1 maand op voorhand aanvragen;
        • Aangebrachte versieringen en zelf mee gebrachte materialen verwijderen, afval meenemen of selectief deponeren in de gepaste afvalcontainer, afwassen van gebruikte keukenmaterialen en servies, het leegmaken van de afwasmachine.  

      Kiest u om zelf te poetsen:

        • Gehele locatie met nat schoonmaken;
        • Keuken en toebehoren grondig poetsen;
        • Toiletten grondig poetsen.

      Basispoetsmateriaal is in het inkomsas aanwezig. Handdoeken en afwasmiddel zijn zelf mee te brengen.'

      Artikel 3 - Geeft goedkeuring aan de aanpassing van het specifieke gebruikersreglement vzw Krankhoeve voor het deel OC Sint-Maartensberg betreffende de bepalingen inzake schoonmaak, zijnde punt 3.3. Schoonmaak:

      'Op deze locatie kan u kiezen voor een betalende poets of zelf schoonmaken.

      De prijs van de betalende poets bedraagt € 125.

      Kiest u voor een betalende poets:

        • Minimum 1 maand op voorhand aanvragen;
        • Aangebrachte versieringen en zelf mee gebrachte materialen verwijderen, afval meenemen of selectief deponeren in de gepaste afvalcontainer, afwassen van gebruikte keukenmaterialen en servies, het leegmaken van de afwasmachine.  

      Kiest u om zelf te poetsen:

        • Gehele locatie met nat schoonmaken;
        • Keuken en toebehoren grondig poetsen;
        • Toiletten grondig poetsen.

      Basispoetsmateriaal is in de berging achter de keuken aanwezig. Handdoeken en afwasmiddel zijn zelf mee te brengen.'

      Artikel 4 - Geeft goedkeuring aan de aanpassing van het specifieke gebruikersreglement vzw Krankhoeve voor het deel Pastorij Rijmenam betreffende de bepalingen inzake schoonmaak, zijnde punt 3.3. Schoonmaak:

      'Op deze locatie kan u kiezen voor een betalende poets of zelf schoonmaken.

      De prijs van de betalende poets bedraagt € 125.

      Kiest u voor een betalende poets:

        • Minimum 1 maand op voorhand aanvragen;
        • Aangebrachte versieringen en zelf mee gebrachte materialen verwijderen, afval meenemen of selectief deponeren in de gepaste afvalcontainer, afwassen van gebruikte keukenmaterialen en servies, het leegmaken van de afwasmachine.  

      Kiest u om zelf te poetsen:

        • Gehele locatie met nat schoonmaken;
        • Keuken en toebehoren grondig poetsen;
        • Toiletten grondig poetsen.

      Basispoetsmateriaal is in de aanpalende garage aanwezig. Handdoeken en afwasmiddel zijn zelf mee te brengen.'

      Artikel 5 - Geeft goedkeuring aan de aanpassing van het specifieke gebruikersreglement vzw Krankhoeve voor het deel feestzaal Sint-Martinus betreffende de bepalingen inzake schoonmaak, zijnde punt 3.3. Schoonmaak:

      'Op deze locatie kan u kiezen voor een betalende poets of zelf schoonmaken.

      De prijs van de betalende poets bedraagt € 125.

      Kiest u voor een betalende poets:

        • Minimum 1 maand op voorhand aanvragen;
        • Aangebrachte versieringen en zelf mee gebrachte materialen verwijderen, afval meenemen of selectief deponeren in de gepaste afvalcontainer, afwassen van gebruikte keukenmaterialen en servies, het leegmaken van de afwasmachine.  

           Kiest u om zelf te poetsen:

        • Gehele locatie met nat schoonmaken;
        • Keuken en toebehoren grondig poetsen;
        • Toiletten grondig poetsen.

      Basispoetsmateriaal is in de berging aanwezig. Handdoeken en afwasmiddel zijn zelf mee te brengen.'

      Artikel 6 - Geeft goedkeuring om deze aanpassingen in werking te laten treden vanaf verhuur na 01/01/2026.

      Artikel 7 - Maakt dit reglement binnen de 10 dagen bekend op de gemeentelijke website, overeenkomstig artikelen 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur en brengt de toezichthoudende overheid hiervan dezelfde dag op de hoogte, overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur.

    • Intergemeentelijke samenwerking - Samenwerkingsovereenkomst Dierenbescherming Mechelen vzw over de aanpak van de zwerfkattenproblematiek: Aanpassing

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Op 20/12/2017 keurde de gemeenteraad een overeenkomst met Dierenbescherming Mechelen vzw goed inzake de aanpak van de zwerfkattenproblematiek. Het betreft een overeenkomst van onbepaalde duur, die intussen meermaals gewijzigd werd.

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de aangepaste overeenkomst goed te keuren.

      Voorgeschiedenis
      • 30/08/2017: De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met Dierenbescherming Mechelen vzw goed voor het onderbrengen en opvangen van kleine huisdieren.
      • 20/12/2017: De gemeenteraad keurt de overeenkomst met Dierenbescherming Mechelen vzw over de aanpak van de zwerfkattenproblematiek goed.
      • 20/11/2025: Vraag van Dierenbescherming Mechelen om de aangepaste overeenkomst ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
      Feiten en context

      Om de zwerfkattenpopulatie niet uit de hand te laten lopen, is het belangrijk dat deze op een structurele manier wordt aangepakt. Hiervoor werkt de gemeente Bonheiden reeds een aantal jaren samen met Dierenbescherming Mechelen. Zwerfkatten worden gesteriliseerd en gecastreerd, en nadien ofwel gesocialiseerd ofwel terug uitgezet op de gevonden locatie. 

      Adviezen
      Juridische grond
      • De Wet van 14/08/1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.
      • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 05/02/2016 betreffende de identificatie en registratie van katten. 
      • Het Decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald artikel 56,§1 dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen de beraadslaging en de besluiten van de gemeenteraad voorbereidt.
      • Het Decreet van 22/12/2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald artikel 19 dat bepaalt dat de voorzitter van de gemeenteraad tot bijeenroeping van de gemeenteraad beslist en de agenda van de vergadering opstelt. De agenda bevat in ieder geval de punten die door het college van burgemeester en schepenen aan de voorzitter worden medegedeeld.
      Argumentatie

      De voorgestelde wijzigingen betreffen een aanpassing van de geldende tarieven (zie financiële gevolgen).

      Financiële gevolgen

      De voorgestelde aanpassingen aan de overeenkomst hebben te maken met de tarieven van de prestaties.

      Het forfaitaire bedrag van € 150 per kwartaal voor verzorging en administratie wijzigt niet. Volgende wijzigingen worden voorgesteld:

      • Het castreren van een kater: € 50 (voorheen € 40).
      • Het steriliseren van een kattin: € 100, en voor een drachtige kattin € 130 (voorheen € 80).
      • Euthanasie en het verwerken van het kadaver van een zieke kat: € 50 (voorheen € 40).
      • Vervoersonkosten: € 0,44 per afgelegde kilometer.

      Alle andere kosten (testen, medicatie, andere ingrepen) zijn ten laste van de Dierenbescherming Mechelen vzw. Deze prijzen worden op jaarbasis bijgewerkt ten gevolge van de prijsverhogingen van de dierenarts en/of het verwerken van de kadavers.

      Visum:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00344 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Enig artikel - Keurt de aanpassingen aan de overeenkomst met Dierenbescherming Mechelen goed, zodat de tekst van de overeenkomst luidt als volgt:

      OVEREENKOMST TUSSEN GEMEENTE BONHEIDEN EN DE DIERENBESCHERMING MECHELEN VZW INZAKE DE AANPAK VAN DE ZWERFKATTENPROBLEMATIEK

      Heden, tussen

      ENERZIJDS

      De gemeente Bonheiden, vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen waarvoor optreden Lode Van Looy, Burgemeester en Ethel Van den Wijngaert, Algemeen directeur, handelend krachtens de beslissing van de Gemeenteraad genomen in zitting van 17/12/2025, hierna gemeente Bonheiden, genoemd,

      ANDERZIJDS

      De Dierenbescherming Mechelen vzw waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 2800 Mechelen, Slachthuislaan 3 waarvoor optreden Mickel Leers, voorzitter en An Wauters, secretaris en Yannick Davet, beheerder handelend krachtens de beslissing van de Raad van Beheer, hierna Dierenbescherming Mechelen vzw genoemd,

      is overeengekomen wat volgt:

      ARTIKEL 1

      De Dierenbescherming Mechelen vzw vangt de zwerfkatten die zich op het openbaar domein van gemeente Bonheiden bevinden door middel van speciale en diervriendelijke vangkooien: de vangplaatsen worden bepaald in gezamenlijk overleg tussen de beide partijen. Op private eigendommen wordt opgetreden in uitzonderlijke na schriftelijke toelating van de eigenaar.
      Dit vangen gebeurt ofwel door het zelf plaatsen door de Dierenbescherming Mechelen VZW van vangkooien, ofwel door het ter beschikking stellen van vangkooien aan de inwoners van de betrokken gemeente, of door een combinatie van beide.

      De Dierenbescherming Mechelen vzw zal in samenwerking met de lokale politie op de vangplaatsen vooraf contact opnemen met de personen die voedsel verstrekken aan de zwerfkatten en de omwonenden op de hoogte brengen van de actie.
      Bij het vangen van zwerfkatten neemt de Dierenbescherming Mechelen vzw alle mogelijke maatregelen om het vangen van huiskatten te vermijden. Indien er toch een huiskat gevangen wordt, zal dit dier onmiddellijk terug aan de eigenaar bezorgd worden.

      ARTIKEL 2

      De gevangen zwerfkatten worden door de Dierenbescherming Mechelen vzw geregistreerd volgens een formulier (zie bijlage 1b) en ten spoedigste toevertrouwd aan de contractdierenarts van de vzw die:

        • De kattinnen steriliseert.
        • De katers castreert.
        • De katten ontwormt en ontvlooit, indien nodig.
        • De behandelde katten merkt met een knip in het oor.
        • De katten die lijden aan kattenaids of een andere ongeneeslijke ziekte, euthanaseert.

      De behandelde zwerfkatten worden door de Dierenbescherming Mechelen vzw na herstel ten spoedigste terug vrijgelaten op de vangplaats, tenzij dit om objectieve redenen niet mogelijk is.

      ARTIKEL 3

      Gemeente Bonheiden verleent aan de Dierenbescherming Mechelen vzw, binnen de perken van de jaarlijks op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten, de volgende werkingstoelagen voor het behandelen van de gevangen zwerfkatten:

        • 150 euro per kwartaal voor verzorging en administratie
        • 50,00 euro voor het castreren van een kater
        • 100,00 euro voor het steriliseren van een kattin
        • 130,00 euro voor het steriliseren van een drachtige kattin
        • 50,00 euro voor euthanasie en verwerken van het kadaver van een zieke kat
        • 0.44 euro per afgelegde kilometer

      Alle andere kosten (testen, medicatie, andere ingrepen) zijn ten laste van de Dierenbescherming Mechelen vzw.
      Deze prijzen worden op jaarbasis bijgewerkt ten gevolge van de prijsverhogingen van de dierenarts en/of het verwerken van de kadavers.

      ARTIKEL 4

      De werkingstoelagen worden door gemeente Bonheiden driemaandelijks uitbetaald op basis van een werkingsverslag dat door de Dierenbescherming Mechelen vzw wordt opgesteld en dat de volgende gegevens bevat:

        • Plaats en datum van de vangst en het terugzetten.
        • Aantal katten dat werd gevangen, gecastreerd en gesteriliseerd.
        • Aantal katten dat werd geëuthanaseerd met een motivatie voor deze ingreep.
        • Een overzicht van het aantal kilometers dat afgelegd werd voor het vangen, behandelen en terugplaatsen van de katten.
        • Eventuele andere relevante inlichtingen.

      Het werkingsverslag wordt binnen de veertien dagen na elk trimester door de Dierenbescherming Mechelen vzw overgemaakt aan gemeente Bonheiden, die de werkingstoelagen betaalt binnen een termijn van twee maanden.

      ARTIKEL 5

      Het College van Burgemeester en Schepenen en de door haar aangestelde personeelsleden van gemeente Bonheiden oefenen toezicht uit op de naleving van de bepalingen van deze overeenkomst. Op hun eenvoudige vraag worden alle nodige inlichtingen verstrekt en worden hen alle gegevens die betrekking hebben op deze overeenkomst, voorgelegd.

      ARTIKEL 6

      De beide partijen zullen in gezamenlijk overleg een sensibiliserings- en informatiecampagne organiseren rond het preventief onvruchtbaar maken van huiskatten.

      ARTIKEL 7

      De Dierenbescherming Mechelen vzw zal er steeds over waken dat de bepalingen van deze overeenkomst op een diervriendelijke wijze worden uitgevoerd.

      ARTIKEL 8

      Beide partijen verbinden zich ertoe de bepalingen van deze overeenkomst correct en te goeder trouw uit te voeren. Zo deze uitvoering op een bepaald ogenblik ernstig wordt verstoord door een nieuw en belangrijk element dan zal dit dadelijk tussen beide partijen besproken worden en bestaat de mogelijkheid om de overeenkomst vervroegd in der minne te beëindigen teneinde een nieuwe overeenkomst met aangepaste bepalingen af te sluiten.

      ARTIKEL 9

      Beide partijen kunnen een einde maken aan deze overeenkomst mits het betekenen van een vooropzeg van één maand ingaande de maand volgend op de postdatum van de aangetekende opzeggingsbrief. Deze overeenkomst neemt een aanvang op 01/01/2026.

      ARTIKEL 10

      Voor geschillen die niet in der minne kunnen geregeld worden, zijn uitsluitend de Rechtbanken van het arrondissement Antwerpen, afdeling Mechelen bevoegd.

      Opgesteld in twee exemplaren waarvan elke partij erkent er één te hebben ontvangen, te Slachthuislaan 3, 2800 Mechelen op 17/12/2025

      Voor de gemeente Bonheiden

      Lode Van Looy Ethel Van den Wijngaert
      Burgemeester Algemeen Directeur

      Voor Dierenbescherming Mechelen vzw

      Mickel Leers An Wauters Yannick Davet
      Voorzitter Secretaris Beheerder

    • Intergemeentelijke samenwerking - Samenwerkingsovereenkomst Dierenbescherming Mechelen vzw voor het onderbrengen en opvangen van kleine huisdieren: Aanpassing

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Op 30/08/2017 keurde de gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst met Dierenbescherming Mechelen vzw goed voor het onderbrengen en opvangen van kleine huisdieren, die in het verleden reeds gewijzigd werd. Ook nu worden er wijzigingen aan de overeenkomst voorgesteld.

      Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de gewijzigde overeenkomst goed te keuren.

      Voorgeschiedenis
      • 30/08/2017: De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met Dierenbescherming Mechelen vzw goed voor het onderbrengen en opvangen van kleine huisdieren.
      • 20/12/2017: De gemeenteraad keurt de overeenkomst met Dierenbescherming Mechelen vzw over de aanpak van de zwerfkattenproblematiek goed.
      • 18/12/2019: De gemeenteraad keurt een gewijzigde overeenkomst goed (prijsaanpassing).
      • 20/12/2025: Vraag van Dierenbescherming Mechelen om een gewijzigde overeenkomst goed te keuren.
      Feiten en context

      Via de samenwerkingsovereenkomst voor het onderbrengen en opvangen van kleine huisdieren, staat Dierenbescherming Mechelen in voor de rechtstreekse opvang en verzorging van zwervende, verloren, achtergelaten, afgestane, mishandelde en/of verwaarloosde of in beslag genomen honden en katten op het grondgebied van de gemeente. Voor de opvang van andere dieren dient de gemeente zelf de nodige maatregelen te nemen om dergelijke dieren toe te vertrouwen aan een persoon die er een behoorlijke verzorging en huisvesting voor verzekert, een ander dierenasiel (dat wél over de nodige opvangmogelijkheden beschikt) of een dierentuin.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Het Decreet over het lokaal bestuur. 
      • De wet betreffende de bescherming der dieren van 14/08/1986.
      Argumentatie

      De voorgestelde wijzigingen hebben enerzijds te maken met de werkwijze (artikel 4). Volgende bepalingen wordt toegevoegd:

      • Voor afstand van huisdieren werken wij steeds op afspraak en houden wij rekening met de bezetting van de opvanglocaties.
      • Dit steeds in overleg met het personeel en afhankelijk van de beschikbaarheid.
      • Belangrijk is te vermelden dat het steeds moet gaan over gezonde dieren die geen dringende medische hulp nodig hebben.
      • Voor noodgevallen buiten de openingsuren kan de gemeente en de politie het asiel steeds telefonisch bereiken via het noodnummer. Persoonlijke contactgegevens van de beheerder en/of medewerkers van het asiel mogen door politie of gemeente in geen geval aan derden verstrekt worden.
      • 4.3 Adoptie: Het is belangrijk op te merken dat deze regeling niet van toepassing is op dieren die vrijwillig door hun eigenaar worden afgestaan aan een asiel of opvangcentrum. In dat geval kan het asiel of opvangcentrum onmiddellijk over het dier beschikken, tenzij anders overeengekomen.

      Anderzijds wordt er een aanpassing aan de financiering voorgesteld:

      • Er wordt voorgesteld de werkingstoelage te verhogen van € 0,35/inwoner naar € 0,45/inwoner (jaarlijks geïndexeerd). Er wordt een bepaling toegevoegd over de berekening van de indexering.
      • De verplaatsingen uitgevoerd door Dierenbescherming Mechelen vzw voor het ophalen van dieren in het kader van onderhavige overeenkomst, worden aangerekend, via driemaandelijkse factuur, op basis van onderstaand tarief (forfait per opgenomen dier):
        • vervoer tijdens de openingsuren van het asiel: € 50;
        • op zaterdag tussen 15.00 u. en 18.00 u.: € 75;
        • op zon- en feestdagen tussen 09.00 u. en 18.00 u.: € 50.
      • De verplaatsingskosten worden enkel aangerekend aan het gemeentebestuur indien de eigenaar niet kan opgespoord worden.
      • De kosten voor de speciale plastiek kadaverzakken worden door de stad/gemeente terugbetaald via een geregelde facturatie volgens de tarieven van onze leverancier, zonder meerprijs. Elke prijsaanpassing door de leverancier wordt onmiddellijk aan de stad/gemeente gemeld.
      Bijzonderheden bij de besluitvorming

      De meerderheid wenst volgend amendement toe te voegen:

      Tijdens de bijzonder algemene vergadering bleek dat er nog enkele verwijzingen in het contract aangepast moesten worden voor wat betreft de wet van 14/08/1986 naar de codex Dierenwelzijn van 17/05/2024. Hieronder de aangepaste paragrafen, en bijgevoegd de finale versie van de samenwerkingsovereenkomst.

      • Openingszin van de overeenkomst:
        • In uitvoering van de verplichtingen voortvloeiende uit de wet betreffende de bescherming en het welzijn der dieren van 14 augustus 1986

      naar:

        • In uitvoering van de verplichtingen voortvloeiende uit de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024
      • Paragraaf 1.1
        • Conform en in uitvoering van art. 9 § 1 van voormelde wet 

      naar:

        • Conform en in uitvoering van artikel 15 §2 van voormeld decreet
      • Paragraaf 4.3
        • conform art. 9 § 2 van voormelde wet

      naar:

        • conform artikel 15 §4 van voormeld decreet
        • Toevoeging van conform artikel 15 §5 over de wachttermijn voor euthanasie:
          • Deze termijnen moeten conform artikel 15 §5 van voormeld decreet niet in acht worden genomen wanneer een dierenarts oordeelt dat het dier moet worden gedood. In dit geval moeten de identificatiegegevens van het dier, aangevuld met de redenen van euthanasie bijgehouden worden ten behoeve van de vroegere eigenaar van het dier of de controlerende overheid.
      • Paragraaf 4.5
        • Overtredingen op voormelde wet
        • Inbreuken op voormelde wet

      naar:

        • Overtredingen op de Vlaamse Codex Dierenwelzijn
        • Inbreuken op voormeld decreet
      • Paragraaf 4.8
        • conform art. 9 § 2 Dierenwelzijnswet

      naar:

      • conform artikel 15 §4 van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024

      Dit amendement wordt met eenparigheid van stemmen aangenomen.

      Financiële gevolgen

      Er wordt voorgesteld de werkingstoelage te verhogen van € 0,35/inwoner naar € 0,45/inwoner (jaarlijks geïndexeerd). Er wordt een bepaling toegevoegd over de berekening van de indexering.
      De verplaatsingen uitgevoerd door Dierenbescherming Mechelen vzw voor het ophalen van dieren in het kader van onderhavige overeenkomst, worden aangerekend, via driemaandelijkse factuur, op basis van onderstaand tarief (forfait per opgenomen dier):

      • vervoer tijdens de openingsuren van het asiel: € 50;
      • op zaterdag tussen 15.00 u. en 18.00 u.: € 75;
      • op zon- en feestdagen tussen 09.00 u. en 18.00 u.: € 50.

      De verplaatsingskosten worden enkel aangerekend aan het gemeentebestuur indien de eigenaar niet kan opgespoord worden.

      De kosten voor de speciale plastiek kadaverzakken worden door de stad/gemeente terugbetaald via een geregelde facturatie volgens de tarieven van onze leverancier, zonder meerprijs. Elke prijsaanpassing door de leverancier wordt onmiddellijk aan de stad/gemeente gemeld.

      Visum:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00345 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Enig artikel - Keurt de aangepaste samenwerkingsovereenkomst met Dierenbescherming Mechelen vzw voor het onderbrengen en opvangen van kleine huisdieren goed, waarvan de tekst luidt als volgt:

      SAMENWERKINGSOVEREENKOMST MET DIERENBESCHERMING MECHELEN VZW VOOR HET ONDERBRENGEN EN OPVANGEN VAN KLEINE HUISDIEREN

      In uitvoering van de verplichtingen voortvloeiende uit de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024, wordt tussen enerzijds de gemeente Bonheiden hier vertegenwoordigd door: Lode Van Looy, Burgemeester en Ethel Van den Wijngaert, Algemeen directeur
      En anderzijds, Vzw Dierenbescherming Mechelen, dierenasiel erkend door de FOD Dierenwelzijn onder nummer HK 30100948 met maatschappelijke zetel te 2800 Mechelen, Slachthuislaan 3 en hier vertegenwoordigd door Mickel Leers, voorzitter en An Wauters, secretaris en Yannick Davet, beheerder
      volgende overeenkomst gesloten:
      Artikel 1 Voorwerp van de overeenkomst

      1.1. Omschrijving
      Deze overeenkomst betreft het onderbrengen en opvangen van dieren die door hun eigenaar worden afgestaan, van zwervende dieren en van dieren die ten gevolge van een crisissituatie (mishandeling, verwaarlozing, inbeslagname) aangeboden worden.

      Conform en in uitvoering van artikel 15 §2 van voormeld decreet

        • wordt Vzw Dierenbescherming Mechelen door de gemeente Bonheiden aangewezen voor de rechtstreekse opvang en verzorging van zwervende, verloren, achtergelaten, afgestane, mishandelde en/of verwaarloosde of in beslag genomen honden en katten (*) op het grondgebied van de gemeente. Voor de opvang van andere dieren zal de gemeente zelf alle verantwoordelijkheid dragen en de nodige maatregelen moeten nemen om dergelijke dieren toe te vertrouwen aan een persoon die er een behoorlijke verzorging en huisvesting voor verzekert, een ander dierenasiel (dat wél over de nodige opvangmogelijkheden beschikt) of een dierentuin.
        • zal Dierenbescherming Mechelen steeds de nodige maatregelen nemen om de gemeente te informeren over de opvang en plaatsing van deze dieren door het aanleggen van schriftelijke en/of digitale registers.

      (*) Dierenbescherming Mechelen vzw heeft enkel een vergunning voor honden en katten, bij contactname voor andere kleine huisdieren die aangeboden worden verwijzen wij door naar gespecialiseerde opvang.

      Artikel 2 Modaliteiten van de overeenkomst

      2.1. Duurtijd
      Deze overeenkomst zal aanvangen op 01/01/2026 en is vanaf die datum één jaar geldig. De overeenkomst wordt daarna stilzwijgend verlengd van jaar tot jaar.
      2.2. Wijzigingen
      Wijzigingen aan deze overeenkomst gebeuren steeds in onderling overleg tussen beide partijen.
      2.3. Opzeg
      Deze overeenkomst kan opgezegd worden door elk van de partijen, via een aangetekend schrijven aan de andere partij, mits inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden. Deze termijn gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op het versturen van het aangetekend schrijven (postdatum aangetekend schrijven als bewijs).

      Artikel 3 Terminologie

      3.1. Definities

        • Registratieformulier: invulblad voorzien van de in de overeenkomst vermelde gegevens
        • Jaarrekening: balans en resultatenrekening (cijfers)
        • Financieel verslag: toelichting balans en resultatenrekening (tekst)
        • Beheersverslag:
        • Welke acties werden gedaan in het voorgaande jaar (jaarverslag)
        • de resultaten hiervan
        • toelichting bij de begroting van het volgende jaar

      Artikel 4 Verplichtingen Dierenbescherming Mechelen vzw

      4.1. Ontvangst
      Zwervende, verloren, achtergelaten, door de eigenaar of met volmacht eigenaar afgestane, mishandelde en/of verwaarloosde of in beslag genomen honden en katten op het grondgebied kunnen zowel door inwoners, de gemeentediensten, de brandweer als de lokale politiediensten of organisaties die in opdracht van deze handelen, aan het asiel overgedragen worden. Bij de afgifte van dieren moet steeds een afgifteformulier worden ingevuld. Bij het afleveren van in beslag genomen dieren dient daarenboven steeds een proces-verbaal van vaststelling te worden voorgelegd. Alle inwoners kunnen gevonden dieren gratis en afstandsdieren tegen een vergoeding onderbrengen in het asiel. De vergoeding wordt vastgelegd door het asiel en hangt duidelijk zichtbaar op aan het onthaal.
      Bij overbezetting kunnen dieren geweigerd worden, doorverwezen worden naar andere erkende asielen of geplaatst worden bij pleeggezinnen.
      Regeling:
      Tijdens de normale openingsuren (op weekdagen: van 9u00 – 18u00, op zaterdag: van 9u00 – 12u00, gesloten op zon- en feestdagen) kunnen bovenvermelde dieren afgeleverd worden in het dierenasiel. Voor afstand van huisdieren werken wij steeds op afspraak en houden wij rekening met de bezetting van de opvanglocaties.
      Dierenbescherming Mechelen vzw zal tijdens de openingsuren – uitzonderlijk en op eenvoudig verzoek van de politie, de gemeente of particulieren - zelf gevonden dieren ophalen. Dit steeds in overleg met het personeel en afhankelijk van de beschikbaarheid. De ophalingskosten worden gespecifieerd in artikel 5.1.
      Regeling buiten de openingsuren: enkel politie en brandweer kunnen bovenvermelde dieren afleveren aan het asiel. Zij beschikken over een sleutel/code van het dierenasiel. Het asiel stelt hiervoor een schuthok of opvangruimte ter beschikking. Dit schuthok dient als eerste opvang voor gevonden honden en huiskatten, ongeacht de omvang of leeftijd van het dier. Politie en brandweer vullen bij aflevering een aangifteformulier in, ter plaatse voorzien door het asiel (bijlage 1). Belangrijk is te vermelden dat het steeds moet gaan over gezonde dieren die geen dringende medische hulp nodig hebben.
      Voor noodgevallen buiten de openingsuren kan de gemeente en de politie het asiel steeds telefonisch bereiken via het noodnummer. Persoonlijke contactgegevens van de beheerder en/of medewerkers van het asiel mogen door politie of gemeente in geen geval aan derden verstrekt worden.

      4.2. Afstand
      Voor katten of honden die worden afgestaan geldt het registratieformulier als afstandsverklaring welke wordt ondertekend door de eigenaar/volmachthouder. De gemeente neemt zelf geen dieren aan die worden afgestaan door particulieren. Enkel de erkende asielen zijn hiervoor bevoegd.
      4.3. Adoptie
      Door berichten op de eigen website, persberichten of andere communicatievormen levert het asiel inspanningen om dieren te plaatsen.
      Een gevonden dier toevertrouwd aan een dierenasiel moet conform artikel 15 § 4 van voormeld decreet ten minste vijftien dagen na de besteding ter beschikking van de eigenaar worden gehouden. Indien het dier door het gemeentebestuur of door het asiel toevertrouwd of afgestaan wordt aan een persoon, moet deze er zich toe verbinden het ten minste vijfenveertig dagen, te rekenen vanaf het ogenblik dat het aan het gemeentebestuur werd toevertrouwd, ter beschikking te houden van zijn vroegere eigenaar. De termijn bedraagt vijftien dagen als het om een hond gaat. Na het verstrijken van die termijnen wordt de houder er van rechtswege eigenaar van. Het is belangrijk op te merken dat deze regeling niet van toepassing is op dieren die vrijwillig door hun eigenaar worden afgestaan aan een asiel of opvangcentrum. In dat geval kan het asiel of opvangcentrum onmiddellijk over het dier beschikken, tenzij anders overeengekomen.

      Deze termijnen moeten conform artikel 15 §5 van voormeld decreet niet in acht worden genomen wanneer een dierenarts oordeelt dat het dier moet worden gedood. In dit geval moeten de identificatiegegevens van het dier, aangevuld met de redenen van euthanasie bijgehouden worden ten behoeve van de vroegere eigenaar van het dier of de controlerende overheid.

      Werkwijze:
      Zowel omwille van het welzijn van het dier als omwille van de verantwoordelijkheid ten aanzien van de nieuwe eigenaar en zijn/haar huisgenoten streeft het asiel een zo goed mogelijke afstemming tussen huisdier en toekomstige eigenaar na.
      De medewerkers van het asiel voeren, steeds op afspraak, een verkennend gesprek met de mensen die een dier willen adopteren (informatieverwerving waar het dier terechtkomt en of de adoptie van het dier aangepast is aan de woon- en leefsituatie).
      Bij een adoptie wordt zoveel mogelijk mondelinge en schriftelijke informatie over het dier (o.m. voorgeschiedenis, gezondheidstoestand, gedrag en verzorging) en de verantwoordelijkheden ervoor, aan de adoptant verschaft. Deze informatie is ook in het adoptieregister of op het adoptieformulier van het asieldier terug te vinden. Bij dieren waarvan men weet heeft van medische problemen of gedragsproblemen wordt, zowel mondeling als schriftelijk, duidelijke informatie aan de adoptant meegegeven.
      Alle katten worden voor adoptie in het asiel gesteriliseerd/gecastreerd, ontwormd, ontvlooid, ingeënt, gechipt en geregistreerd. Alle honden worden voor adoptie ontwormd, ontvlooid, ingeënt, gechipt en geregistreerd.
      De adoptant is voor de adoptie gehouden tot betaling van een financiële bijdrage in de kosten aan het asiel. In dit bedrag kunnen de kosten voor medisch onderzoek, vaccinatie, sterilisatie, chippen en opvang van het dier verrekend worden.
      Dierenbescherming Mechelen vzw laat de dieren niet inslapen, tenzij alle alternatieven geprobeerd zijn en er geen mogelijkheden meer resten om het dier te herplaatsen. Ook als een dier duidelijk lijdt, het geen waardig bestaan meer kan leiden en de kans op herstel minimaal of onbestaande is, kan het asiel het dier laten inslapen. Van zodra een dier een ernstig gevaar is voor de veiligheid van het personeel of de vrijwilligers omwille van agressief gedrag, kan het asiel beslissen dit dier te laten inslapen. Enkel een erkend dierenarts kan aan een dier kalmerings- of verdovingsmiddelen toedienen om het op de minst pijnlijke manier te laten inslapen. De wettelijke verplichtingen hierover worden strikt nageleefd.
      4.4. Registratie
      Dierenbescherming Mechelen vzw registreert elk opgenomen en geadopteerd dier op standaardformulieren (zie voorbeelden in bijlagen 2-5) en houdt hiervan een schriftelijk/digitaal register bij dat ten alle tijde tijdens de openingsuren – mits voorafgaande afspraak - consulteerbaar is door het gemeentebestuur.
      Dit register omvat de volgende gegevens:

        1. datum van de opname/adoptie/heropname na adoptie
        2. contactgegevens (naam, adres, tel. nr.) van de aanbieder/gemeentedienst/adoptant
        3. in voorkomend geval: chipnummer kat/hond (nagaan registratie)
        4. in voorkomend geval: aard van de opname (gebracht, opgehaald)
        5. in voorkomend geval: plaats van de vondst (straat, nummer, postcode, gemeente)
        6. in voorkomend geval: ondernomen actie (doorverwijzing naar….)
        7. gevonden dieren worden zo snel mogelijk op de website en facebookpagina van het asiel geplaatst en/of op een weblocatie door de gemeente aangeduid.

      Elk standaardformulier bevat volgende vermelding:
      “Dierenbescherming Mechelen vzw houdt uw persoonsgegevens louter bij met het oog op de subsidiëring van haar werking. U kunt kennis krijgen van uw gegevens en ze kosteloos laten verbeteren (Wet van 08/12/1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens).”
      4.5. Dierenwelzijn
      Dierenbescherming Mechelen vzw zal de dieren herbergen en verzorgen conform de vigerende wetgeving en onder toezicht van de eigen contractdierenarts.
      Dierenbescherming Mechelen vzw stelt alles in het werk om het welzijn van de dieren gedurende de periode dat de dieren in Dierenbescherming Mechelen vzw verblijven maximaal te garanderen en hun verblijf zo kort mogelijk te houden, in functie van het welzijn van de dieren. De huisvesting van de dieren is aangepast aan hun welzijnsnoden.
      Dierenbescherming Mechelen vzw doet alle mogelijke inspanningen om aan de dieren in het asiel veel aandacht te geven en ze te observeren om hun karaktereigenschappen te leren kennen. In de mate van het mogelijke gebeurt frequent contact met mensen en sociaal contact met soortgenoten. Voor katten wordt het welzijn nagestreefd door huisvesting in beperkte groepen, de inrichting van de ruimte en het zorgen voor afleiding (krab- en klimpalen, verhoogde ligplaatsen, speeltjes, manden, voldoende kattenbakken). Voor honden wordt het welzijn nagestreefd door te gaan wandelen met de honden, spelmomenten in te lassen op de hondenweide en te zorgen voor afleiding in de kennel.
      Dit alles wordt ondersteund door het inzetten van vrijwilligers. Alle vrijwilligers worden gescreend middels een persoonlijk gesprek bij de beheerder of een medewerker van Dierenbescherming Mechelen. Begeleiding wordt ook voorzien, steeds met het oog op het maximaliseren van hun eigen veiligheid, alsook de veiligheid en het welzijn van de opgevangen dieren.
      Overtredingen op de Vlaamse Codex Dierenwelzijn, vastgesteld op het grondgebied van de gemeente, zullen door Dierenbescherming Mechelen vzw per email gemeld worden aan de politiezone. Dierenbescherming Mechelen vzw zal haar kennis ter zake ter beschikking stellen van de politie om alzo een einde te kunnen stellen aan de inbreuken op voormeld decreet.
      4.6. Naleven van overige wetgeving
      Dierenbescherming Mechelen vzw dient alle wetgeving zowel op vlak van dierenwelzijn als op vlak van diergeneeskundige praktijken strikt na te leven. Alle diergeneeskundige handelingen moeten uitgevoerd worden door een dierenarts.
      Deze overeenkomst ontslaat het asiel niet van de verplichtingen opgelegd aan de dierenasielen (Koninklijk besluit van 17/02/1997 (B.S. van 24/05/97en volgende wijzigingen) en verenigingen voor dierenbescherming.
      Dierenbescherming Mechelen vzw bevestigt te beschikken over alle nodige erkenningen en vergunningen voor de exploitatie van een dierenasiel en staat garant voor het respecteren van de (milieu)wetgeving ter zake.
      4.7. Ontlening vangkooien aan particulieren
      Voor kittens van zwerfkatten geboren op privéterrein kunnen particulieren – mits borgsom – vangkooien afhalen in het asiel teneinde deze te laten steriliseren of castreren en terug uit te zetten, of voor adoptie aan te bieden. Vangkooien worden tevens uitgeleend aan particulieren die hun huiskat willen binnenbrengen, maar ze zelf niet kunnen vangen.
      4.8. Crisissituatie
      Katten of honden die ten gevolge van een crisissituatie voor tijdelijk verblijf aangeboden worden, kunnen, voor zover er plaats is, opgenomen worden door Dierenbescherming Mechelen vzw, mits schriftelijke toestemming van de eigenaar of op vraag van de politie.
      Onder een dergelijke crisissituatie wordt begrepen: opvang van dieren bij vrijheidsberoving of huisuitdrijving van de eigenaar van het huisdier, op voorwaarde dat de interventie gebeurde op verzoek van de gemeente, hulpdiensten (dienst 100 en brandweer), een gerechtsdeurwaarder, het OCMW/Sociaal Huis, de gerechtelijke overheid of de lokale of federale politie die steeds het standaardformulier van het asiel invullen.
      Deze dieren krijgen het statuut van “achtergelaten dier”. Dit betekent dat indien het dier niet binnen de 15 dagen (katten of honden) of 45 dagen (katten reeds afgestaan aan een persoon) opgehaald wordt, het na deze termijn kan geadopteerd worden (conform artikel 15 §4 van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024).

      Crisissituaties veroorzaakt door het overlijden of de plotse hospitalisatie van katten- of hondeneigenaars behoren tot de particuliere werking van Dierenbescherming Mechelen vzw.

      4.9. Verwilderde huiskatten
      De problematiek omtrent de verwilderde huiskatten zal in overleg worden aangepakt, beschreven in de zwerfkattenovereenkomst. Het beperken van de populaties aan verwilderde huiskatten zal niet gebeuren op basis van euthanasie maar door castratie of sterilisatie. Dierenbescherming Mechelen vzw zal haar kennis en materiaal ter beschikking stellen van de gemeente. Het gemeentebestuur beslist autonoom over de prioriteiten bij de aanpak van de problematiek omtrent verwilderde en zwervende huiskatten. Het gemeentebestuur zal via haar begroting een apart budget voorzien voor het vangen, castreren en steriliseren van de verwilderde huiskatten.

      4.10. Non-discriminatieclausule
      Dierenbescherming Mechelen vzw verbindt zich ertoe:

        • geen enkele vorm van discriminatie op grond van het geslacht, nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst te dulden
        • toegankelijk te zijn voor iedereen
        • elk discriminerend gedrag op de werkplaats te voorkomen en indien nodig te bestrijden en te bestraffen
        • de wetten en reglementen die de toepassing van de non-discriminatie en gelijke kansen bevorderen en verdedigen na te leven
        • indien we beroep doen op derden, aan hen de onderhavige code ter kennis te brengen en ervoor te zorgen dat ook zij die naleven in de bijdrage die zij leveren in het kader van het toepasselijke reglement/de overeenkomst.

      Wanneer de non-discriminatieclausule niet nageleefd wordt, kan de gemeente, rekening houdend met alle elementen, maatregelen nemen.

      Artikel 5 Financiering – Uitvoeringsmodaliteiten

      5.1. Subsidievorm
      De werkingstoelage bedraagt 45 eurocent per inwoner op begindatum van januari 2026. Deze vergoeding wordt jaarlijks automatisch geïndexeerd:
      De genoemde werkingstoelage voor een jaar is gekoppeld aan de consumptieprijsindex en wordt vervolgens jaarlijks aangepast vanaf 1 januari 2026 volgens de formule:

      Nieuwe werkingstoelage=
      Basiswerkingstoelage (45 Eurocent/per inwoner) x nieuwe Consumptieprijsindex
      / aanvangsindexcijfer

      Aanvangsindexcijfer:
      Waarbij het aanvangsindexcijfer het consumptieprijsindexcijfer is van de maand die voorafgaat aan de maand tijdens welke deze overeenkomst werd afgesloten.

      Nieuwe consumptieprijsindex:
      Het nieuwe indexcijfer is het consumptieprijsindexcijfer van de maand die voorafgaat aan deze waarin de aanpassing, conform hetgeen hierboven werd gesteld, wordt doorgevoerd.

      Aantal inwoners:
      Het aantal inwoners ingeschreven op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het te begroten boekjaar.

      De verplaatsingen uitgevoerd door Dierenbescherming Mechelen vzw voor het ophalen van dieren in het kader van onderhavige overeenkomst, worden aangerekend, via driemaandelijkse factuur, op basis van onderstaand tarief (forfait per opgenomen dier)

        • vervoer tijdens de openingsuren van het asiel: 50 euro
        • op zaterdag tussen 15u en 18u: 75 euro
        • op zon- en feestdagen tussen 09.00 en 18.00 uur: 50 euro

      De verplaatsingskosten worden enkel aangerekend aan het gemeentebestuur indien de eigenaar niet kan opgespoord worden.

      5.2. Berekening en uitbetaling van de subsidie en inleveringstermijn bewijsdocumenten
      De toegekende subsidie wordt aan het asiel gestort, volgens deze modaliteiten:

        • 80% van het voor deze overeenkomst voorziene bedrag wordt jaarlijks uitbetaald tijdens het eerste kwartaal van ieder kalenderjaar
        • De uitbetaling van het resterend saldo van 20% gebeurt na ontvangst door de gemeente van de opvangcijfers van het voorgaande jaar (zie artikel 5.4).

      5.3. Financieel beheer
      Ten behoeve van het toezicht op de vzw’s (exploitatie – solvabiliteit) bezorgt Dierenbescherming Mechelen vzw jaarlijks 1 juni een kopie van de ingediende jaarrekening bij de rechtbank van koophandel alsook een financieel verslag en een beheersverslag aan de milieudienst van de gemeente. Het niet tijdig aanleveren van deze documenten ontslaat de gemeente van uitbetaling van 10% subsidie.
      5.4. Opvang- en adoptiecijfers
      Het asiel bezorgt tevens jaarlijks vóór 1 juni een overzicht van het aantal opgevangen katten en honden van het voorgaande jaar aan de milieudienst. Dit overzicht van de opgevangen dieren op het grondgebied van GGG bevat een opsplitsing tussen aantal afgestane, aantal gevonden, aantal kittens en zwerfkatten, evenals het aantal geplaatste dieren volgens opsplitsing: geadopteerd, terug naar eigenaar (herenigd), geëuthanaseerd en niet-geadopteerd (informatie over het totaal aantal interventies per maand én op jaarbasis). Dit document wordt door de milieudienst bij de ondertekende overeenkomst gevoegd. De gemeente kan nadere modaliteiten bepalen. Het niet tijdig aanleveren van deze documenten ontslaat de gemeente van uitbetaling van 10% subsidie. Deze laten zowel het asiel als de gemeente toe om de evolutie van de opvang transparant op te volgen.
      5.5. Afleveren kadavers (optioneel)
      Dierenbescherming Mechelen vzw stelt haar infrastructuur ter beschikking voor de opvang van kadavers van kleine dieren die door de gemeentelijke diensten en brandweer worden gebracht. De vzw staat in voor een geregelde afvoer ervan door een erkende firma. Voor het verwijderen van de kadavers kunnen kosten aangerekend worden:

      De kosten voor de speciale plastiek kadaverzakken worden door de stad/gemeente terugbetaald via een geregelde facturatie volgens de tarieven van onze leverancier, zonder meerprijs. Elke prijsaanpassing door de leverancier wordt onmiddellijk aan de stad/gemeente gemeld.

      Artikel 6 Rekeningnummer

      De subsidie zal gestort worden op rekeningnummer BE05 4197 0327 4175 van de Dierenbescherming Mechelen vzw volgens de overeengekomen termijnen en subsidiebedragen. Dierenbescherming Mechelen vzw verbindt er zich toe de gemeente onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen van de wijziging van haar rekeningnummer.

      Artikel 7 Controle en coördinatie

      7.1. Overleg
      De schepen bevoegd voor het dierenwelzijn en/of milieu of hun vervanger kan in naam van de gemeente zetelen in de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering van de vzw, mits aanvraag en goedkeuring door de desbetreffende RvB en AV van Vzw Dierenbescherming Mechelen.
      7.2. Toezicht dierenarts
      Dierenbescherming Mechelen vzw staat onder controle van een eigen dierenarts die verantwoording aflegt aan de Afdeling Dierenwelzijn van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid.
      7.3. Aanwending subsidie
      De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend (onderbrengen en tussentijdse opvang van kleine huisdieren op grondgebied van Bonheiden) en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd, zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.

      7.4. Controle- en bezoekrecht
      De gemeente heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te controleren ongeacht de manier waarop ze verleend wordt, alsook het bedrag en de aard van de subsidie die wordt toegekend. Ingeval het asiel zich verzet tegen de uitoefening van de controle/bezoekrecht, kan de gemeente de subsidie voor een willekeurige termijn schorsen of definitief inhouden voor de rest van het werkingsjaar. Het recht op controle/bezoek vervalt niet met de al dan niet aanwezigheid van bestuursleden van het asiel. Dit recht kan enkel plaatsvinden tijdens de openingsuren van het asiel.
      7.5. Fraude/valse verklaringen
      Ingeval van fraude of valse verklaringen in hoofde van Dierenbescherming Mechelen vzw met betrekking tot alle artikels in deze subsidieovereenkomst, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie geheel of gedeeltelijk te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan het dierenasiel.

      Artikel 8 Toezicht gemeente

      De milieudienst van de gemeente wordt belast met het toezicht op de uitvoering van deze overeenkomst. De gemeente kan in geen geval aansprakelijk gesteld worden voor schade aan personen, goederen die rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van activiteiten met betrekking tot deze overeenkomst.

      Artikel 9 Betwistingen

      Voor betwistingen met betrekking tot aangelegenheden welke niet in deze overeenkomst zouden geregeld zijn, zullen partijen pogen een minnelijke regeling te bekomen. In geval van geschillen zijn alleen de hoven en rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen – afdeling Mechelen bevoegd.

      Opgemaakt te Mechelen, op 17/12/2025 in twee exemplaren. Elke partij verklaart een ondertekend exemplaar(inclusief bijlages) te hebben ontvangen.

      Voor de gemeente Bonheiden

      Lode Van Looy Ethel Van den Wijngaert
      Burgemeester Gemeentesecretaris

      Voor Dierenbescherming Mechelen vzw

      MICKEL LEERS AN WAUTERS YANNICK DAVET
      Voorzitter Secretaris Beheerder

    • Intergemeentelijke samenwerking - Samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Bonheiden en IGEMO – IGS Wonen langs Dijle en Nete – werkingsperiode 2026–2031: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Overeenkomstig artikel 2.2 en 2.3 van de Vlaamse Codex Wonen 2021 hebben gemeenten de regierol inzake lokaal woonbeleid. Voor de uitvoering hiervan neemt de gemeente Bonheiden deel aan de intergemeentelijke samenwerking Wonen langs Dijle en Nete, waarin IGEMO optreedt als uitvoerende partner.

      De nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Bonheiden en IGEMO heeft betrekking op de periode 01/01/2026 tot en met 31/12/2031 en vormt een voortzetting van de bestaande samenwerking. De jaarlijkse gemeentelijke bijdrage in 2026 bedraagt € 73.096,78.

      De gemeenteraad wordt gevraagd de samenwerkingsovereenkomst goed te keuren.

      Voorgeschiedenis

      De gemeenten Berlaar, Bonheiden, Duffel, Putte en Sint-Katelijne-Waver werken sinds 2010 samen binnen de intergemeentelijke samenwerking Wonen langs Dijle en Nete. Hiervoor worden subsidies verkregen via Wonen in Vlaanderen.

      De huidige subsidieperiode (2020–2025) loopt af op 31/12/2025. Een nieuw subsidiedossier voor de periode 2026–2031 werd ingediend op 22/10/2025 en eerder goedgekeurd door de gemeenteraad op 24/09/2025. Wonen in Vlaanderen verklaarde de aanvraag op 22/10/2025 ontvankelijk.

      De voorliggende samenwerkingsovereenkomst met IGEMO vormt de juridische basis om de samenwerking in de periode 2026–2031 verder te zetten.

      Feiten en context

      IGEMO ondersteunt de aangesloten gemeenten in hun regierol inzake wonen. De uitvoering omvat zowel basisinitiatieven (art. 2.14–2.16 Besluit Vlaamse Codex Wonen 2021) als eigen initiatieven uit het goedgekeurde subsidiedossier. De looptijd is van 01/01/2026 tot en met 31/12/2031, met mogelijkheid tot beëindiging met 12 maanden opzeg vanaf 31/12/2029.
      IGEMO voorziet jaarlijkse inhoudelijke en financiële rapportering, gebaseerd op gepresteerde uren voor:

      • coördinatie en woonbeleid;
      • woningkwaliteit;
      • leegstand en verwaarlozing;
      • STEKR (woonloket).

      De facturatie gebeurt per kwartaal. De vierde kwartaalfactuur wordt afgerekend na financiële rapportering.

      Adviezen
      Juridische grond
      • Vlaamse Codex Wonen 2021, artikelen 2.2 en 2.3.
      • Besluit van de Vlaamse Regering ter uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen, artikelen 2.14, 2.15 en 2.16.
      • Decreet Lokaal Bestuur van 22/12/2017, in het bijzonder de bepalingen inzake intergemeentelijke samenwerking en besluitvorming door de gemeenteraad.
      Argumentatie

      De samenwerking met IGEMO is noodzakelijk om het lokaal woonbeleid kwalitatief te kunnen uitvoeren, conform de verplichtingen van de Vlaamse Codex Wonen. IGEMO beschikt over de expertise en personele capaciteit om de basisinitiatieven en eigen initiatieven efficiënt en uniform uit te voeren binnen het intergemeentelijke samenwerkingsverband.

      De samenwerkingsovereenkomst bouwt voort op een langdurige, goed functionerende samenwerking en verzekert continuïteit voor de komende legislatuur.

      Financiële gevolgen

      Volgens artikel 4 van de samenwerkingsovereenkomst bedraagt:

      • de geïndexeerde kostprijs 2026: € 96.512,86;
      • de subsidie 2026: € 23.416,08;
      • de gemeentelijke bijdrage 2026: € 73.096,78.

      De jaarlijkse kostprijs én subsidies worden jaarlijks geïndexeerd. Vanaf 2027 zijn de gemeentelijke bijdragen indicatief, aangezien de precieze subsidie-indexering vooraf niet kan worden berekend. De definitieve bedragen worden vastgesteld op de eerste stuurgroep van elk jaar.

      Visum:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00349 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Bonheiden en IGEMO, betreffende de intergemeentelijke samenwerking Wonen langs Dijle en Nete voor de periode 01/01/2026 – 31/12/2031, goed als volgt:

      SAMENWERKINGSOVEREENKOMST WONEN LANGS DIJLE EN NETE
      OVEREENKOMST IGEMO – GEMEENTE BONHEIDEN

      Tussen de ondergetekenden

      Enerzijds
      De intergemeentelijke vereniging voor ontwikkeling van het gewest Mechelen en omgeving (IGEMO), publieke rechtspersoon die overeenkomstig het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 de vorm van een dienstverlenende vereniging heeft aangenomen, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2800 Mechelen, Schoutetstraat 2 en KBO nr. 0213.349.124, vertegenwoordigd door de heer Walter Horemans, voorzitter, en de heer Dieter Goossens, algemeen directeur;
      Hierna “IGEMO” genoemd,

      Anderzijds
      De gemeente Bonheiden, met kantoren in het gemeentehuis aan Jacques Morrensplein 10, 2820 Bonheiden, vertegenwoordigd door de heer Lode Van Looy, burgemeester, en mevrouw Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur;

      Hierna “gemeente Bonheiden” of “opdrachtgever(s)” genoemd.

      Is overeengekomen wat volgt:

      ARTIKEL 1: VOORWERP VAN DE OVEREENKOMST

      Overeenkomstig artikel 2.3 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 hebben de gemeenten conform artikel 2.2, §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 de regierol voor het woonbeleid op hun grondgebied. Dat betekent dat ze binnen de grenzen van het subsidiariteitsbeginsel zorgen voor de uitwerking, sturing, afstemming en uitvoering van het lokaal woonbeleid.
      IGEMO ondersteunt de gemeenten Berlaar, Bonheiden, Duffel, Putte en Sint-Katelijne-Waver in de rol als regisseur van het woonbeleid. Op het vlak van wonen hebben de gemeenten Berlaar, Bonheiden, Duffel, Putte en Sint-Katelijne-Waver een intergemeentelijke samenwerking (IGS) Wonen langs Dijle en Nete.
      Deze overeenkomst is een continuering van de reeds bestaande samenwerking waarvoor IGEMO als uitvoerende partner fungeert.

      ARTIKEL 2: TAAKOMSCHRIJVING

      Voor een uitgebreide taakomschrijving van de opdracht wordt verwezen voor de basisinitiatieven naar artikelen 2.14, 2.15 en 2.16 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021. Voor de eigen initiatieven wordt verwezen naar de aanvraag van subsidies voor intergemeentelijke samenwerkingsprojecten, goedgekeurd op de gemeenteraad van 24 september 2025.

      ARTIKEL 3: TERMIJNEN

      Deze samenwerkingsovereenkomst neemt een aanvang op 1 januari 2026 en neemt een einde op 31 december 2031.
      Partijen bewaken de normale procesvooruitgang en treffen hiertoe de nodige maatregelen (tijdige inplanning van overlegmomenten, tijdig aanleveren van voor de uitvoering van de opdracht benodigde informatie en documenten, tijdig nemen van beslissingen, etc.).
      Elke partij kan de samenwerkingsovereenkomst beëindigen mits eerbiediging van een opzegtermijn van twaalf maanden, ten vroegste vanaf het einde van de eerste driejarige periode, zijnde 31 december 2029.

      ARTIKEL 4: VERGOEDING

      § 1. De opdracht wordt uitgevoerd voor een jaarlijkse, globale, forfaitaire prijs
      § 2. Voor de uitvoering van de taakomschrijving (zie hoger) worden subsidies aangevraagd bij Wonen in Vlaanderen. Deze subsidies worden aangevraagd door IGEMO. Deze worden in mindering gebracht van de kostprijs.
      § 3. De jaarlijkse gemeentelijke bijdrage wordt aldus bepaald door de globale forfaitaire prijs te verminderen met de bekomen subsidies.
      § 4 Zowel de globale kostprijs als de subsidies worden jaarlijks geïndexeerd.
      § 4.1 De kostprijs wordt jaarlijks geïndexeerd op 1 januari aan een vast percentage van 2,5% (component loopbaanevolutie).
      Een loonindexering wordt pas bij iedere overschrijding van de spilindex uitgevoerd. Telkens op 1 januari volgend op het jaar waarin de spilindex overschreden wordt. Bij meerdere loonindexaties in 1 jaar, worden deze allemaal geïndexeerd op 1 januari van het daaropvolgende jaar.
      § 4.2 De indexering van de subsidies wordt door Wonen Vlaanderen voorzien. Het loonaandeel van de subsidiebedragen (90 %) wordt met 2% geïndexeerd telkens nadat de spilindex overschreden wordt. Het werkingsaandeel volgt de gezondheidsindex en wordt jaarlijks op 1 januari gedeeltelijk (75%) geïndexeerd.
      Door een algemene besparingsmaatregel is er voor de werkingsjaren 2026 en 2027 geen indexering van het werkingsaandeel voorzien. Voor de werkingsjaren 2028 en 2029 wordt de gedeeltelijke indexering van 75% gehalveerd. Voor de werkingsjaren 2030 en 2031 zal de volgende Vlaamse Regering een beslissing nemen.

       § 5 Onderstaande tabel geeft dan een overzicht van de geïndexeerde kostprijs voor de werkingsperiode 2026 tot en met 2031 volgens percentage vermeld in §4.1, en de berekening van de gemeentelijk bijdrage bij een gelijkblijvend subsidiebedrag.

         kostprijs   subsidie   gemeentelijke bijdrage
      2026 € 96.512,86 € 23.416,08  € 73.096,78 
      2027 € 98.925,68  € 23.416,08  € 75.509,60 
      2028 € 101.398,83  € 23.416,08   € 77.982,74 
      2029 € 103.933,80  € 23.416,08   € 80.517,71 
      2030 € 106.532,14  € 23.416,08   € 83.116,06 
      2031 € 109.195,45  € 23.416,08   € 85.779,36 

      § 6 De indexering van de subsidie is niet op voorhand te berekenen. De gemeentelijke bijdrage in bovenstaand overzicht is dus vanaf 2027 een indicatie van het juiste bedrag. Aangezien, de stijging van de subsidie integraal wordt doorgerekend, zal het werkelijk gefactureerd bedrag lager zijn dan wat in deze tabel wordt vooropgesteld. Tijdens de eerste stuurgroep van het desbetreffende jaar, worden de exacte bedragen medegedeeld.

      § 7 Op de eerste stuurgroep van het jaar wordt de definitieve jaarlijkse kostprijs en gemeentelijke bijdrage bepaalt.

      ARTIKEL 5: RAPPORTERING

      § 1 Inhoudelijke rapportering
      Jaarlijks op eerste stuurgroep van het jaar wordt inhoudelijke rapportering van het voorbije jaar voorgelegd. De rapportering bevat minstens de nodige elementen voor de beoordeling van de uitvoering van de initiatieven zoals omschreven in artikel 2.
      § 2 Financieel management
      Op eerste stuurgroep wordt jaarlijks een financiële rapportering voorgelegd van het voorgaande jaar. De rapportering bevat minstens verantwoording op basis van de gepresteerde uren op basis van de inhoudelijke takenpakketten rond:

        • Coördinatie
        • Woningkwaliteit
        • Leegstand & verwaarlozing
        • Stekr

      ARTIKEL 6: FACTURATIE EN BETALING

      De facturatie gebeurt per kwartaal waarbij 25% van het verschuldigde jaarlijkse bedrag in rekening wordt gebracht. De schijf horende bij het vierde kwartaal van het desbetreffende jaar wordt pas afgerekend na voorlegging van financiële rapportering, horende bij dat jaar.

      Facturen worden verstuurd naar de opdrachtgever met vermelding van de opdrachtgever en de referentie van de overeenkomst.
      De betalingstermijn voor de facturen van IGEMO bedraagt 30 kalenderdagen na factuurdatum door middel van overschrijving op de bankrekening vermeld op de factuur.
      Tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen, is bij laattijdige betaling van rechtswege en zonder vereiste van voorafgaande ingebrekestelling een interest van 1% per maand verschuldigd, alsmede een forfaitaire schadevergoeding van 10% van het factuurbedrag, met een minimum van 75,00 euro voor een eerste herinnering en 150,00 euro voor een tweede herinnering.
      Een bezwaar met betrekking tot de factuur dient binnen de 10 werkdagen na kennisgeving van de factuur te gebeuren middels een gemotiveerde aangetekende brief. Dergelijk bezwaar ontheft de opdrachtgever niet van de betaalverplichting.

      ARTIKEL 7: AANSPRAKELIJKHEID EN VERZEKERING

      IGEMO en zijn aangestelden zijn verzekerd voor hun beroepsaansprakelijkheid via polis AXA met nr. 010.730.619.189.
      De aansprakelijkheid van IGEMO is beperkt tot de tussenkomst verkregen in het kader van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Indien, om welke reden dan ook, er geen tussenkomst zou zijn vanwege voormelde beroepsaansprakelijkheidsverzekering, is de aansprakelijkheid van IGEMO en zijn aangestelden beperkt tot het bedrag van de door de opdrachtgever betaalde vergoedingen voor de door IGEMO verleende diensten die aanleiding geven tot de aansprakelijkheidskwestie.
      IGEMO is niet aansprakelijk voor tekortkomingen van derden of andere deskundigen, dewelke in samenspraak met de opdrachtgever werden ingeschakeld.

      ARTIKEL 8: UITVOERING EN WIJZIGING VAN DE OPDRACHT

      Partijen verbinden zich ertoe de bepalingen van deze overeenkomst te goeder trouw uit te voeren. Zo deze uitvoering ernstig verstoord wordt door een nieuw en belangrijk element, wordt dit dadelijk tussen de contractspartijen besproken teneinde de bepalingen van deze overeenkomst desgevallend schriftelijk aan te passen.
      Elke wijziging van de overeenkomst wordt opgenomen in een door de contracterende partijen ondertekend addendum bij de overeenkomst.

      ARTIKEL 9: VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS

      In het kader van de uitvoering van deze overeenkomst verwerkt IGEMO persoonsgegevens in opdracht van de opdrachtgever. Hiertoe wordt tussen partijen voor aanvang van de uitvoering van de opdracht een verwerkingsovereenkomst gesloten met de opdrachtgever als verwerkingsverantwoordelijke en IGEMO als verwerker.

      ARTIKEL 10: DEELBAARHEID

      Indien een bepaling van deze overeenkomst onder het toepasselijke recht geheel of gedeeltelijk, onwettig, nietig of onafdwingbaar zou worden verklaard, heeft dit niet de nietigheid, ongeldigheid of onafdwingbaarheid van de overige bepalingen van deze overeenkomst tot gevolg.
      Partijen vervangen alsdan in onderling akkoord de aldus nietig, onwettig of onafdwingbaar bevonden bepaling door een geldige, afdwingbare bepaling, zonder hierbij het contractuele evenwicht te ontwrichten. Zo dit laatste niet mogelijk blijkt, kan elk der partijen de overeenkomst beëindigen.

      ARTIKEL 11: TOEPASSELIJK RECHT EN BEVOEGDE RECHTBANK

      Deze overeenkomt wordt beheerst door en geïnterpreteerd volgens het Belgisch recht.
      Partijen stellen alles in het werk om de betwistingen en geschillen voortspruitend uit deze overeenkomst in der minne te regelen. Zo dat niet mogelijk is, zijn de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen (Afdeling Mechelen) bevoegd uitspraak te doen.

      Deze overeenkomst werd ondertekend te ………………………………………. op datum van …/…/2025 in drie originelen. Iedere betrokken partij erkent door ondertekening van deze overeenkomst één exemplaar te hebben ontvangen.

      Namens gemeente Bonheiden

      Lode Van Looy, burgemeester  -   Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur

      Namens IGEMO

      Walter Horemans, voorzitter  -  Seppe Jacobs en Leen Seynaeve, Co-algemeen directeur ad interim

      Artikel 2 - Machtigt de burgemeester en de algemeen directeur om de overeenkomst te ondertekenen en alle verdere administratieve en financiële stappen te zetten voor de uitvoering ervan.

      Artikel 3 - Geeft opdracht aan de financiële dienst om de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage in de meerjarenplanning en jaarlijkse budgetten in te schrijven, conform de bedragen zoals vastgesteld op de jaarlijkse stuurgroep.

      Artikel 4 - Bezorgt dit besluit aan IGEMO en neemt het op in het register van de beslissingen van de gemeenteraad.

    • Intergemeentelijke samenwerking - Samenwerkingsovereenkomst met VOC Neteland vzw: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de samenwerkingsovereenkomst met VOC Neteland vzw (Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren in nood) goed te keuren.

      Voorgeschiedenis
      • 04/02/2025: E-mail van VOC Neteland vzw met een verzoek tot samenwerking tussen het gemeentebestuur Bonheiden en VOC Neteland vzw, teneinde de activiteiten van opvang, revalidatie en natuureducatie van vogels en wilde dieren te verzekeren en de samenwerking met de brandweer en de politie te consolideren.
      • 12/03/2025: Kennismaking met VOC Neteland vzw, in aanwezigheid van de schepen van dierenwelzijn, de milieuambtenaar en de administratief medewerker.
      Feiten en context

      VOC Neteland vzw is een opvangcentrum voor vogels en wilde dieren, gevestigd te Herenthout. Zij maken deel uit van de 9 Vlaamse opvangcentra, erkend door het Agentschap Natuur en Bos van de Vlaamse Gemeenschap en overkoepeld door Vogelbescherming Vlaanderen.
      Met een team van meer dan 150 vrijwilligers en 5 medewerkers vangen zij jaarlijks meer dan 4.500 in nood verkerende inheemse wilde dieren op, met het oog op revalidatie en uitzetting in de natuur. Het aantal opgevangen dieren stijgt jaar na jaar.
      VOC Neteland vzw vervult een belangrijke taak in de bescherming van biodiversiteit in de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant en de ondersteuning van wetenschappelijk onderzoek, onder meer in het kader van ziektebewaking (denk aan vogelgriep, usutu-virus, ...).
      Particulieren, bedrijven, brandweer en politie doen beroep op het opvangcentrum voor het plaatsen en verzorgen van gevonden wilde dieren in nood. Scholen, groepen en verenigingen kunnen terecht op het VOC Neteland voor rondleidingen, natuureducatieve activiteiten, lezingen e.d.
      De samenwerking met verschillende instanties, waaronder gemeenten, verzekert een performante dienstverlening door VOC Neteland vzw. Met de vernieuwing van het dienstgebouw en opvangaccommodatie wil VOC Neteland vzw zich voorbereiden op de nieuwe richtlijnen van de Vlaamse Overheid inzake opvang en revalidatie van wilde dieren. VOC Neteland bezorgde de gemeente een ontwerp-samenwerkingsovereenkomst, die indien gewenst door de gemeente, nog aangepast kan worden.

      Adviezen
      Juridische grond

      Het Decreet over het lokaal bestuur.

      Argumentatie

      Bonheiden is een gemeente met veel natuur, en dus ook met potentieel veel wilde dieren in nood. In het verleden heeft de gemeente al meerdere inwoners doorverwezen naar VOC Neteland bij meldingen van wilde dieren in nood. 
      Een samenwerking met VOC Neteland vzw draagt op verschillende manieren bij tot het behoud van de natuur:

      • het ondersteunen van het dierenwelzijn en de soortenbescherming;
      • professionele opvang en revalidatie van inheemse wilde dieren;
      • het bevorderen van bewustwording van het belang van wilde dieren, hun bescherming, het behoud en verbetering van hun habitat.

      Het VOC Neteland beschikt over deskundig en gediplomeerd personeel en meer dan honderd vrijwilligers. Dieren en hun huisvesting worden 7 op 7 verzorgd.

      Tijdens de openingsuren wordt er telefonische permanentie voorzien. Buiten de openingsuren kunnen dieren opgevangen worden in een daartoe voorziene ruimte.
      Het VOC Neteland werkt samen met een gespecialiseerde dierenartsenpraktijk.
      Een samenwerking met VOC Neteland is complementair aan een samenwerking met Dierenbescherming Mechelen. Dierenbescherming Mechelen richt zich op de opvang van honden en katten. Bij VOC Neteland gaat het om wilde dieren in nood.
      Een samenwerkingsovereenkomst zorgt ervoor dat de gemeente zeker is van een deskundige opvang van de wilde dieren, die in nood zijn op haar grondgebied. Voor VOC Neteland geeft een financiële bijdrage van de gemeenten de mogelijkheid om haar organisatie en haar werking te optimaliseren.

      Financiële gevolgen

      De jaarlijkse bijdrage wordt berekend o.b.v. het aantal inwoners van onze gemeente en de afstand tot VOC Neteland (Herenthout).

      Voor Bonheiden komt dit op een jaarlijkse bijdrage van € 1.500 (aantal inwoners 15.000-25.000)(15-30 km afstand). De nodige middelen hiervoor zijn voorzien in het voorstel van meerjarenplanning op A2.9.0802: Samenwerking VOC Neteland.

      De samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan vanaf 01/01/2026 voor onbepaalde duur en kan ten allen tijde worden opgezegd, mits in achtneming van een aangetekend schrijven en een opzegtermijn van 3 maanden. De vergoeding kan in onderling overleg tweejaarlijks worden aangepast.

      Visum:

      Adviezen
      • Visum financieel beheerder

        Het visum van de financieel directeur wordt toegekend aan deze verbintenis. Daarmee wordt bevestigd dat er geen enkele aanwijzing is gevonden dat deze uitgave onwettig, onregelmatig of zonder voldoende krediet in het lopende boekjaar of zonder verbintenis mogelijk binnen het meerjarenplan zou worden aangegaan mits goedkeuring MJP 2026-2031.

        Gunstig visum Visum 2025/0106 van Els Van Bever van 23 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Artikel 1 - Keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Bonheiden en VOC Neteland vzw goed, waarvan de tekst luidt als volgt:

      Tussen Het gemeentebestuur Bonheiden, Jacques Morrensplein 10, 2820 Bonheiden, vertegenwoordigd door de heer Lode VAN LOOY, burgemeester en mevrouw Ethel VAN DEN WIJNGAERT, algemeen directeur, verder 'de gemeente genoemd

      en

      Het Vlaams Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Neteland (VOC), Langstraat 29/0001 te 2270 Herenthout, vertegenwoordigd door voorzitter Dirk BEERSMANS, verder het VOC genoemd.

      ARTIKEL 1 - DOEL VAN DE OVEREENKOMST

      De samenwerkingsovereenkomst heeft tot doel:

        • het ondersteunen van dierenwelzijn en de soortenbescherming;
        • de ondersteuning van professionele opvang en revalidatie van inheemse wilde dieren;
        • bevorderen van bewustwording van het belang van wilde dieren, hun bescherming, het behoud en verbetering van hun habitat;
        • zekerheid voor de gemeente en het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Neteland over de financiële middelen voor een - in principe - meerjarige periode. Dit biedt het VOC de mogelijkheid voor het voeren van een efficiënte organisatie van de inzet van mensen en middelen, wat de beleidsvoering, de bedrijfsvoering en de beheersing van werkingsrisico's ten goede komt.
      ARTIKEL 2 - ENGAGEMENT VAN VOC NETELAND 
      VOC Neteland is een Vlaams opvangcentrum voor vogels en wilde dieren. Het werkgebied omvat (delen van) de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant. VOC Neteland is erkend door de Vlaamse Overheid en werkt samen met verschillende organisaties zoals Natuurpunt, andere VOC's en Vogelbescherming Vlaanderen. 
      Het VOC heeft drie opdrachten:
       
      1. Opvang en verzorging van inheemse wilde dieren: deze opdracht bestaat erin om op deskundige wijze dieren in nood op te vangen, te verzorgen en na revalidatie terug vrij te laten in de natuur.
      Welke dieren vangt het VOC op?
          1. alle inheemse wilde fauna
          2. exoten aangetroffen in het wild (mits er plaats beschikbaar is)
          3. vogels en reptielen van inbeslagnames (mits er plaats beschikbaar is)
          4. ontsnapte valkeniersvogels
      VOC Neteland beschikt over deskundig en gediplomeerd personeel en meer dan honderd vrijwilligers om deze opdracht te vervullen. Dieren en hun huisvesting worden 7 dagen op 7 verzorgd. Tijdens de openingsuren wordt er een telefonische permanentie voorzien. Buiten de openingsuren kunnen dieren opgevangen worden in een daartoe voorziene ruimte.
      Om gewenning aan de mens te voorkomen, wordt de revalidatieperiode zo kort mogelijk gehouden en is de accommodatie niet toegankelijk voor het publiek. Er wordt echter wel een uitzondering gemaakt voor educatieve doeleinden. Om een goede zorgverlening te garanderen werkt het VOC intensief samen met een gespecialiseerde dierenartsenpraktijk.
      Gerevalideerde inheemse soorten worden vrijgelaten in een geschikt habitat, exotische soorten worden herplaatst. Selectief aanvaarde gedomesticeerde dieren worden verzorgd en de eigenaars, w.o. valkeniers of duivenmelkers, actief opgezocht.
      Het VOC onderhoudt een uitgebreide administratie van de binnengebrachte slachtoffers. Er wordt jaarlijks een slachtofferlijst gepubliceerd.
      Relatie met diensten: in onderling overleg assisteert het VOC, binnen de openingsuren, diensten als politie en brandweer bij verschillende oproepen zoals reeën die in een kanaal zijn gevallen, bevrijden van roofvogels, etc. Mits er voldoende bekwame mensen beschikbaar zijn kan het VOC ook assisteren bij het verwijderen van kauwen en andere vogels uit schoorstenen. Het VOC voorziet de brandweerzones met 2/3e gemeentes met een samenwerkingsovereenkomst van een aangepaste reeënkist, waar een gekwetste ree kan worden ondergebracht voor vervoer naar het VOC. Ook wisselkisten kunnen voorzien worden om onmiddellijke verplaatsing van het dier bij aankomst op het VOC Neteland te voorkomen.
      Het VOC kan in onderling overleg voorzien in informatie en opleiding van diensten.
      2. Educatie en sensibilisering
      Het VOC organiseert verschillende natuureducatieve activiteiten, zoals rondleidingen, natuurwandelingen, opendeurdag, lezingen. De eigen werking, het terrein van het VOC en de onmiddellijke omgeving zijn op deze opdracht afgestemd.
      Het VOC draagt er zorg voor om het terrein en de accommodaties zo in te richten dat ze een onmiddellijke educatieve waarde hebben voor alle bezoeken.
      Scholen, verenigingen, instellingen, groepen kunnen beroep doen op het VOC voor een rondleiding of natuureducatieve activiteit, al dan niet met een aanbod op maat. Scholen, verenigingen of instellingen met zetel in de gemeente of gemeente waarmee een samenwerkingsovereenkomst is gesloten krijgen een reductie van 20% op de gangbare prijs van de natuureducatieve activiteiten.
      3. Sociaal en maatschappelijk engagement
      VOC Neteland investeert in het sociale weefsel van de maatschappij. Het VOC is voor vrijwilligers en kwetsbare personen een ontmoetings- of rustpunt. Voor een aantal vrijwilligers is VOC Neteland een katalysator om terug in een gezond ritme te komen en zo opnieuw deel te nemen of te participeren.
      VOC Neteland begeleidt personen die op één of andere manier trajectmatig bij het VOC terecht komen, zoals bijvoorbeeld justitie (werkstraffen, reclassering), VDAB, OCMW, psychiatrie, Vlaams fonds voor personen met een handicap... Met het lokale OCMW kunnen afspraken gemaakt worden rond werkbegeleiding van kwetsbare mensen. Het verzorgen van dieren blijkt een belangrijke factor te zijn in de verwerking van psychische kwetsuren.
      ARTIKEL 3 -  ENGAGEMENTEN VAN HET GEMEENTEBESTUUR
      De gemeente ondersteunt financieel de werking van het VOC en maakt de werking van het VOC bekend bij haar bevolking. Deze bijdrage wordt berekend o.b.v. het aantal inwoners en de afstand tot VOC Neteland.
      Het gemeentebestuur kent VOC Neteland voor de dienstverlening vermeld onder 'engagement van VOC Neteland' een jaarlijkse vergoeding van € 1.500 toe die zal gebruikt worden voor de werking van het VOC zoals beschreven in het engagement. Deze vergoeding wordt betaald op het rekeningnummer IBAN BE66 9794 3630 0143, BIC: ARSP BE 22 van VOC Neteland. De vergoeding kan in onderling overleg tweejaarlijks worden aangepast. 
      Het VOC heeft de mogelijkheid - voor zover hiervoor ruimte beschikbaar is - tot communicatie over de werking van VOC Neteland.

      ARIKEL 4 - DUUR VAN DE OVEREENKOMST

      Deze samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan vanaf 1 januari 2026 voor onbepaalde duur. De overeenkomst kan door de partijen van de overeenkomst opgezegd worden via aangetekend schrijven aan de andere partij, mits in achtneming van een opzegtermijn van 3 maanden.

      Jaarlijks voorziet VOC een verslag van het werkingsjaar dat minstens de volgende informatie bevat:

        • algemene informatie over de activiteiten en werking van het opvangcentrum;
        • het aantal wilde dieren dat in het afgelopen kalenderjaar is binnengebracht door inwoners van de gemeente.
      ARTIKEL 5 - SLOTBEPALINGEN
      In geval van betwisting van deze overeenkomst is de rechtbank van Turnhout bevoegd.
      Deze overeenkomst werd opgemaakt in 2 exemplaren waarvan elke partij erkent één exemplaar te hebben ontvangen.
      Opgemaakt te Bonheiden op 17/12/2025.
      Gelezen en goedgekeurd:
      Voor VOC Neteland                                                                                               
      Dirk Beersmans - Voorzitter-secretaris vzw VOC Neteland 
      Voor de gemeente
      Lode Van Looy - Burgemeester
      Ethel Van den Wijngaert - Algemeen directeur

      Artikel 2 - Voorziet hiervoor de nodige kredieten in de meerjarenplanning 2026-2031. 

    • Intergemeentelijke samenwerking - Samenwerkingsovereenkomst Regionaal Landschap Rivierenland/Loket Onderhoud Buitengebied: Goedkeuring

      Aanwezig: Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad
      Lode Van Looy, burgemeester
      Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, schepenen
      Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, gemeenteraadsleden
      Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur
      Verontschuldigd: Jan Fonderie, Wim Van der Donckt, gemeenteraadsleden

      Vanuit het ‘Loket Onderhoud Buitengebied' (LOB) ondersteunen de 16 Regionale Landschappen in Vlaanderen gemeenten bij het beheer van hun landschappelijke infrastructuur in het buitengebied. Het LOB kan o.a. ingezet worden voor het beheer van straatbomen, kleine landschapselementen (vb. poelen, bomenrijen, houtkanten, hoogstamfruitboomgaarden), trage wegen, bermen en recreatieve infrastructuur. 

      Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de samenwerkingsovereenkomst LOB voor 2026-2031 goed te keuren.

      Voorgeschiedenis
      • 09/03/2017: Het college van burgemeester en schepenen beslist om deel te nemen aan het pilootproject "Naar een duurzaam model voor landschapsonderhoud" van Regionaal Landschap Rivierenland.
      • 24/04/2019: De gemeenteraad besluit tot de opmaak van een bomenbeheerplan en tot het vrijmaken van middelen hiervoor in de meerjarenplanning.
      • 03/03/2020: Projectvoorstel Loket Onderhoud Buitengebied van Regionaal Landschap Rivierenland. 
      • 27/05/2020: De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst Loket Onderhoud Buitengebied 2020-2025 met Regionaal Landschap Rivierenland goed.
      Feiten en context

      Voor een complexe materie als het voeren van een kwalitatief en natuurvriendelijk openruimtebeheer, is een samenwerking tussen verschillende actoren en beleidsniveaus nodig. Het Regionaal Landschap zoekt in samenspraak met de gemeente en haar partners een oplossing om het regulier beheer gestructureerd en consequenter te laten verlopen zodat het efficiënt, betaalbaar en gecoördineerd uitgevoerd kan worden. Voor de gemeente Bonheiden is Regionaal Landschap Rivierenland vzw de organisator van het LOB en link met de hogere overheden.

      De concrete projecten die het LOB zal uitwerken worden steeds in overleg met de gemeente bepaald. 

      Binnen het LOB werd in het verleden al een bomenbeheerplan uitgewerkt, dat nog steeds opgevolgd wordt via het LOB. Verder werd er ook een plan opgesteld om het beheer van grachten en bermen verder op mekaar af te stemmen, zodat dit op een meer natuurvriendelijke manier kan gebeuren. Er werd ook reeds gestart met een inventarisatie van knoteiken en knotessen in de gemeente. Dit zijn zeldzame en waardevolle natuurelementen, die heel typisch zijn voor Bonheiden. Hier zal ook de volgende jaren aan verder gewerkt worden.

      Adviezen
      Juridische grond

      Het Decreet over het lokaal bestuur.

      Argumentatie

      Het Loket Onderhoud Buitengebied stelt de gemeenten in staat om het beheer van het openbaar groen efficiënter, kwaliteitsvoller en meer gestructureerd te laten verlopen. Door het gebruik van een digitaal platform kan het LOB kostenramingen en gedetailleerde werklastgrafieken over meerdere jaren heen genereren om een optimale planning uit te werken. 
      Het voorstel van samenwerkingsovereenkomst voor 2026-2031 bestaat uit 2 delen:

      • DEEL 1: jaarlijkse opvolging van het bestaande bomenbeheerplan in Bonheiden;
        • Doel: Opvolging van het bomenbeheerplan van Bonheiden, inclusief ondersteuning bij de coördinatie en uitvoering van de beheerwerken (2026-2031) en jaarlijkse actualisatie van de beheerplanning.
        • RLRL voert volgende taken uit:
          1. Organisatie en afstemming: Minimaal tweejaarlijks overleg met de gemeente over stand van zaken, beheerplanning, budgetten, burgervragen en visievorming. Terreinbezoeken en terugkoppelmomenten kunnen gedurende de hele overeenkomst plaatsvinden indien nodig. Informatie over de inventarisatie, het beheerplan en de mogelijkheden van het digitale platform kan altijd opgevraagd worden.
          2. Inventarisatie: Aanvulling van de bestaande inventaris van bomen op openbaar domein, inclusief nieuwe aanplant, via een digitaal platform. Het beheerplan wordt aangepast aan opportuniteiten, toekomstbeelden, beschikbare budgetten en praktische haalbaarheid, samen met de gemeente en andere stakeholders.
          3. Financiering: Indien de uitvoering van het beheer via RLRL verloopt, engageert RLRL zich om waar mogelijk extra financiering te vinden voor uitvoering (bijvoorbeeld via ANB Groenjobs, provinciale middelen, Onroerend Erfgoed premies...).
          4. Coördinatie van de beheerwerken (2026–2031): RLRL zorgt voor een jaarlijks overzicht van de werken, aanbesteding (opmaak bestek en gunning), aansturing van ploegen, opstarten en opvolging van de werken, oplevering, vorderingsstaten en evaluatie van het beheerplan. Bij elke stap wordt de gemeente nauw betrokken. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het beleid en het daaruit voortvloeiende beheer op hun openbaar domein. De gemeente Bonheiden werkt met een eigen raamcontract voor boomverzorging. Bij de vernieuwing hiervan ondersteunt RLRL de gemeente waar nodig bij de opstelling.
          5. Evaluatie en actualisatie beheerplan: RLRL evalueert stelselmatig het beheerplan op basis van ervaringen en kansen voor verbetering en stelt de bijgewerkte digitale planning opnieuw ter beschikking aan de gemeente. Een eventuele wijzing in beheervisie wordt altijd besproken met de gemeente.
        • RLRL neemt volgende onderdelen niet op binnen haar LOB-werking in Bonheiden:
          1. Boomcontroles na iedere storm. RLRL kan wel jaarlijkse controles in functie van beheer opnemen.
          2. Maaiwerken die neigen naar gazonbeheer (heel intensief en weinig ecologisch maairegime - o.a. grazige wandelpaden, maaiwerken hondenlosloopzones, maaiwerken op randen langs verharde wandel- en fietspaden, maaiwerken speelzone). Indien RLRL het nodig acht, kan er, in samenspraak met de gemeente, geopteerd worden om voor gespecialiseerde analyses en/of boomveiligheidscontroles beroep te doen op een externe boomverzorger. De kosten voor deze onderzoeken worden dan doorgerekend aan de gemeente. De aanvullende beheertechnische informatie zal nadien toegevoegd worden aan de inventarisatie in een apart veld.
      • DEEL 2: jaarlijkse uitvoering van een thematisch LOB-project
        • Doel: Opstart en uitwerking van een LOB-project, gekozen in overleg tussen de gemeente Bonheiden en RLRL, met focus op beheeractiviteiten ter versterking en/of herstel van landschappelijke en biodiversiteitswaarden.
        • Volgende stappen worden ondernomen door RLRL en de gemeente:
          1. Organisatie en afstemming: Het thema wordt bij voorkeur in de eerste jaarhelft besproken, zodat RLRL voldoende tijd heeft voor de voorbereiding en uitvoering. Tijdens een startvergadering worden de inhoud, haalbaarheid en timing van de vraag gezamenlijk besproken en vastgelegd. RLRL werkt daarna het voorstel inhoudelijk verder uit en legt dit finaal ter goedkeuring voor aan de gemeente. De taken zullen worden verdeeld tussen de gemeente en RLRL.
          2. Financiering: In deze overeenkomst worden er zes werkdagen voor een dergelijk LOB-project voorzien. Deze (of enkele) werkdagen kunnen, mits onderling akkoord overgedragen worden naar het volgende jaar (bij voorkeur beslist vóór 1 december van het lopende kalenderjaar). Indien er extra werkdagen nodig zijn zullen deze, na schriftelijke goedkeuring van de gemeente, worden ingezet en aangerekend. Kosten voor operationele uitvoering of beheer op het terrein zijn ten laste van de gemeente.
      Financiële gevolgen

      Regionaal Landschap Rivierenland hanteert een dagtarief, waarbij de huidige prijs voor één werkdag van een medewerker is vastgesteld op € 550 inclusief btw. De kost van een LOB hangt af van de keuzes die de gemeente maakt.

      Voor deze samenwerkingsovereenkomst wordt een bedrag voorzien van € 6.600 per jaar, wat overeenkomt met 12 werkdagen. In 2027 wordt bijkomend € 1.100 voorzien, voor het project rond knoteiken en knotessen in Bonheiden. Dit budget stemt overeen met 2 LOB-werkdagen en zal worden aangewend voor de inventarisatie en coördinatie van het project.

      Deze budgetten zijn voorzien in het voorstel voor de meerjarenplanning 2026-2031.

      Visum:

      Adviezen
      • Gunstig visum FA 2025/00348 van Financiele dienst van 30 november 2025

      Publieke stemming
      Aanwezig: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs, Ethel Van den Wijngaert
      Voorstanders: Daan Versonnen, Lode Van Looy, Mieke Van den Brande, Bart Vanmarcke, Yves Goovaerts, Pascal Vercammen, Lola Vanderweyen, Guido Vaganée, Geert Teughels, Karl Theerens, Marcel Claes, Julie De Clerck, Sofie Crauwels, Dirk Keuleers, Marc Huyghe, Lukas De Backer, Edwin Stevens, Conny Van den Brande, Patricia Frederickx, Cindy Symons, Peggy Aerts, Chantal Jacobs, Jef Jacobs
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
      Besluit

      Enig artikel - Keurt de samenwerkingsovereenkomst met Regionaal Landschap Rivierenland voor het Loket Onderhoud Buitengebied goed, zoals toegevoegd in bijlage bij dit besluit.

De voorzitter sluit de zitting op 17/12/2025 om 23:02.

Namens Gemeenteraad,

Ethel Van den Wijngaert
algemeen directeur

Daan Versonnen
voorzitter gemeenteraad