De welzijnskoepel Rivierenland is een samenwerkingsverband van 12 lokale besturen dat inzet op het versterken van lokaal welzijnsbeleid via belangenbehartiging, kennisdeling en het aantrekken van externe middelen. Na een evaluatie werd beslist om de coördinatiefunctie over te hevelen van IGEMO naar een lokaal bestuur, om de werking effectiever en kostenefficiënter te maken. Daarom wordt de huidige overeenkomst met IGEMO stopgezet (tot 01/07/2026), een nieuwe samenwerking goedgekeurd en een nieuwe coördinator aangeworven.
Bij aanvang van de vernieuwde regionale Welzijnskoepel wordt het totaalbudget geraamd op € 120.000/jaar. Voor 2026 wordt de bijdrage pro rata berekend in functie van de opstartdatum (te rekenen per maand).
De deelnemende gemeenten voorzien in een jaarlijkse financiële bijdrage voor de uitvoering van de basisopdrachten van de regionale Welzijnskoepel op basis van een bedrag per inwoner.
De coördinator zal – in afstemming met het coördinerende lokaal bestuur – jaarlijks (voor 15 november) een budget (voor het komende werkingsjaar) en een financiële rapportering (voor 30 april) opmaken. Het financieel saldo wordt desgevallend overgeheveld naar het volgende werkingsjaar.
Zowel het budget als de financiële rapportering worden voorgelegd aan de beleidsgroep “welzijn”. In functie van de financiële resultaten kan de beleidsgroep voorstellen formuleren m.b.t. de wijze van vaststelling en/of het bedrag van de gemeentelijke bijdrage. Deze voorstellen worden desgevallend ter besluitvorming voorgelegd aan de regionale mandaatgroep.
De jaarlijkse bijdrage dient vanaf 2027 te worden geïndexeerd als volgt:
Voor het kalenderjaar 2027:
€ 120.000 x gezondheidsindex december 2026 / 136,69 (indexbasis 2013 - gezondheidsindex december 2025)
Voor de volgende kalenderjaren:
€ 120.000 wordt als basisbedrag genomen en 136,69 als indexbasis. De breuk wordt telkens voltooid met de gezondheidsindex van de voorafgaande maand december van het voorgaande kalenderjaar
Budget is voorzien in meerjarenplan 2026/A1.4.2201/0986-00/6160000/OCMW/VB/IP-GEEN.
Financieel advies:
Gunstig mits aanpassing visum FA 2026/00101 van Financiele dienst van 11 april 2026
Artikel 1- Gaat akkoord om de samenwerkingsovereenkomst tussen IGEMO en de lokale besturen met betrekking tot de organisatie van de regionale welzijnskoepel op te zeggen. De opzegperiode loopt tot 01/07/2026.
Artikel 2 - Gaat akkoord om onderstaande nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de lokale besturen met betrekking tot de organisatie van de regionale welzijnskoepel goed te keuren. Deze overeenkomst gaat in vanaf 01/07/2026.
Samenwerkingsovereenkomst Welzijnskoepel regio Rivierenland
Deze samenwerkingsovereenkomst betreft de organisatie en werking van de Welzijnskoepel in de regio Rivierenland. Zij wordt afgesloten tussen volgende lokale besturen:
Gemeente Berlaar vertegenwoordigd door de heer Walter Horemans, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Anja Neels, algemeen directeur.
Gemeente Bonheiden vertegenwoordigd door de heer Daan Versonnen, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Ethel Van den Wijngaert, algemeen directeur.
Gemeente Bornem vertegenwoordigd door de heer Jeroen Segers, voorzitter gemeenteraad en de heer Björn Caljon, algemeen directeur.
Gemeente Duffel vertegenwoordigd door de heer Dirk Verbist, voorzitter gemeenteraad en de heer Tim Op de Beeck, algemeen directeur.
Gemeente Heist-op-den-Berg vertegenwoordigd door mevrouw Bernadette De Cat, voorzitter gemeenteraad en de heer Hans Welters, algemeen directeur.
Stad Lier vertegenwoordigd door de heer Thierry Suetens, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Katrijn Bosschaerts, algemeen directeur.
Stad Mechelen vertegenwoordigd door de heer Seppe Vriens, voorzitter gemeenteraad en de heer Gert Eeraerts, algemeen directeur.
Gemeente Nijlen vertegenwoordigd door de heer Thomas Van Herbruggen, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Veerle Poelmans, algemeen directeur.
Gemeente Putte vertegenwoordigd door de heer Maarten Op de Beeck, voorzitter gemeenteraad, en de heer Ernie Kasprzak, algemeen directeur,
Gemeente Puurs-Sint-Amands vertegenwoordigd door Els Goedgezelschap, voorzitter gemeenteraad en mevrouw Ellen De Vos, algemeen directeur.
Gemeente Sint-Katelijne-Waver vertegenwoordigd door de heer Sven Verelst, voorzitter gemeenteraad en de heer Gunter Desmet, algemeen directeur.
Gemeente Willebroek vertegenwoordigd de heer Eddy Moens, voorzitter gemeenteraad en de heer Dirk Blommaert, algemeen directeur.
1. Context-feiten-juridische grond
Op de regionale mandaatgroep van 2 februari 2018 werd principieel beslist een regionale Welzijnskoepel op te richten.
Op 1 januari 2020 ging de regionale Welzijnskoepel regio Rivierenland formeel van start.
De Welzijnskoepel regio Rivierenland is een netwerkstructuur van de 12 lokale besturen uit de referentieregio Rivierenland (Berlaar, Bonheiden, Bornem, Duffel, Heist op den Berg, Lier, Mechelen, Nijlen, Putte, Puurs-Sint-Amands, Sint-Katelijne-Waver, Willebroek) die tot doel heeft om complexe en gedeelde uitdagingen op vlak van welzijn en sociaal beleid samen aan te pakken.
Sinds de oprichting van de Welzijnskoepel regio Rivierenland werd de coördinatie in handen gelegd van de dienstverlenende vereniging IGEMO, in haar hoedanigheid van regionaal samenwerkingsverband voor streekbeleid en -ontwikkeling.
Op 6 juni 2025 besliste de regionale mandaatgroep om de coördinatie van de regionale Welzijnskoepel over te hevelen van IGEMO naar één van de 12 lokale besturen van het samenwerkingsverband.
2. Missie en objectieven
De vernieuwde missie van de regionale welzijnskoepel luidt: “Door als lokale besturen complexe en gedeelde uitdagingen op vlak van welzijn en sociaal beleid samen aan te pakken staan we sterker om initiatieven te nemen die de levenskwaliteit van onze burgers bevorderen en de sociale cohesie binnen onze regio versterken. Dit doen we door beleidsafstemming, belangenbehartiging, strategievorming en gezamenlijke initiatieven die onze financiële slagkracht vergroten.”
De volgende doelstellingen staan centraal in de werking van de regionale Welzijnskoepel:
1. Uitwisselen van expertise en kennis
2. Belangenbehartiging – we spreken met één stem
3. Bovenlokale strategievorming: de ambitie om meer focus te brengen in de thema’s en inhoudelijke prioriteiten van de regionale Welzijnskoepel en het duidelijker positioneren van de Welzijnskoepel binnen het landschap. Dit vertaalt zich in regionale strategische prioriteiten en het streven naar complementariteit met bestaande structuren en initiatieven.
4. Versterken van financiële draagkracht.
Het is niet de bedoeling lokale verantwoordelijkheden en taken op een regionale schaal te tillen. Er wordt geen regionaal OCMW of sociaal huis gecreëerd. De regionale samenwerking draagt wel bij tot een lokale versterking van de betrokken besturen.
3. Basisprincipes
3.1. Werkingsgebied en deelnemers
De Welzijnskoepel wordt gevormd door de lokale besturen van de referentieregio Rivierenland.
Andere gemeenten en andere welzijnsactoren kunnen desgewenst toetreden. De toetredingsmodaliteiten worden bepaald in het huishoudelijk reglement van de Welzijnskoepel.
3.2. Solidariteit
Iedere deelnemende gemeente aan de regionale Welzijnskoepel is gelijkwaardig. Dit vertaalt zich in het beslissingsmodel. Elke gemeenten heeft 1 stem. Er wordt gestreefd naar consensus, evenwel zonder dat er vetorechten of blokkeringsmechanismen worden gecreëerd.
Iedere deelnemende gemeente financiert een solidair aandeel op basis van een bedrag per inwoner voor de basiswerking van de regionale dienstverlening (zie missie en doelstellingen).
3.3. Dienstverlening en projecten op basis van afnamemodel
Voor de bepaling van het aanbod van de diensten binnen het samenwerkingsmodel wordt gekozen voor het solidariteitsprincipe. Dit betekent dat er (unaniem) in consensus beslist wordt of een bepaalde dienst/product via het samenwerkingsmodel kan aangeboden worden.
Wat de afname van diensten betreft, wordt gekozen voor het afnamemodel. Het staat iedere stad/gemeente vrij om al dan niet beroep te doen op de aangeboden diensten. Voor afname van diensten worden aparte tarieven bepaald door de aanbiedende gemeente of door het samenwerkingsverband.
Voor dienstverlening tussen gemeenten en deelname aan projecten of initiatieven van gemeenten, worden prijsafspraken gemaakt. De regionale Welzijnskoepel fungeert als intermediair die zorg draagt voor billijke, aanvaardbare en gemotiveerde condities.
Daar waar geopteerd wordt voor het ontplooien van een regionale dienstverlening of de realisatie van een project of initiatief binnen het raamwerk van de regionale Welzijnskoepel, zal de besluitvorming solidair gebeuren – op basis van hoger vermeld beslissingsmodel – doch zonder dat dit betekent dat alle deelnemende gemeenten per definitie de dienstverlening moeten afnemen of verplicht deelnemen aan het project of initiatief.
4. Overlegmodel
De regionale Welzijnskoepel functioneert vanaf heden volgens onderstaand bestuurlijk model.
4.1. Beleidsgroep “welzijn”
De beleidsgroep “welzijn” vormt het kloppend hart van de regionale Welzijnskoepel. Hij beheert de Welzijnskoepel en vormt het beheersmatige beslissingsorgaan.
4.1.1. Opdracht van de beleidsgroep “welzijn”
In de beleidsgroep is er ruimte voor overleg en reflectie. De beleidsgroep volgt lokale en bovenlokale ontwikkelingen op het vlak van sociaal beleid en welzijn op, bereidt regionale visies en standpunten voor en buigt zich over afbakenings-, verdelings- en vereveningsvraagstukken. De beleidsgroep mandateert vertegenwoordigers in regionale structuren en bovenlokale welzijnsorganisaties.
De beleidsgroep is een forum waar de vraag en aanbod van diensten en projecten worden besproken, waar knopen worden doorgehakt over initiatiefnemers en samenwerkingen. De beleidsgroep beslist over het uitwerken en realiseren van een regionale dienstverlening binnen het raamwerk van de regionale welzijnskoepel.
De beleidsgroep is verantwoordelijk voor budgettering en financiële opvolging.
4.1.2. Samenstelling van de beleidsgroep “welzijn”
Iedere gemeente heeft recht op 2 vaste vertegenwoordigers en 2 plaatsvervangers in de beleidsgroep “welzijn”. Iedere gemeente bepaalt zelf wie haar vertegenwoordigers zijn, doch bij voorkeur de schepen van sociale zaken/welzijn en een verantwoordelijke ambtenaar. De vertegenwoordigers dragen verantwoordelijkheid en beschikken over een grondige kennis op het vlak van welzijn. In functie van een efficiënte werking worden zij gemandateerd door het lokaal bestuur waarbij goede afspraken worden gemaakt over terugkoppeling, informatiedoorstroming, interne besluitvormingsprocessen.
Onder haar leden verkiest de regionale Welzijnskoepel een voorzitter (uit de groep van schepenen sociale zaken/welzijn).
Er is geen vergoeding toegelaten voor de afgevaardigden in de beleidsgroep “welzijn”.
4.1.3. Organisatie en werking van de beleidsgroep “welzijn”
De organisatie en werking van de beleidsgroep “welzijn” wordt vastgelegd in een huishoudelijk reglement. De beleidsgroep vergadert regelmatig op een vooraf bepaald vast momentum.
De voorbereiding en ondersteuning van de beleidsgroep “welzijn” gebeurt door de coördinator van de regionale Welzijnskoepel. Deze coördinator wordt ingebed binnen de werking van één van de participerende lokale besturen.
De beleidsgroep “welzijn” vat zijn werkzaamheden aan van zodra de gemeenten de samenwerkingsovereenkomst m.b.t de regionale Welzijnskoepel hebben goedgekeurd en de gemeentelijke vertegenwoordigers (max. 2) en plaatsvervangers hebben aangeduid.
4.2. Werkgroepen “welzijn”
Binnen de schoot van de beleidsgroep “welzijn” kunnen werkgroepen worden geïnstalleerd om (niet exhaustief):
Verder biedt de regionale Welzijnskoepel ook kansen en mogelijkheden tot ervaringsuitwisseling en kennisdeling. De organisatie en werking van werkgroepen wordt beslist door de beleidsgroep “welzijn” en desgevallend gecoördineerd door de coördinator van de regionale Welzijnskoepel.
De werkgroepen fungeren ad hoc. De deelnemers worden door de gemeenten aangeduid in functie van de noden en themata.
4.3. Regionale mandaatgroep
De regionale mandaatgroep heeft een helikopterview over alle regionale of gemeente-overschrijdende beleidsvraagstukken en -thema’s en vormt een baken voor een integraal en geïntegreerd streekbeleid. Daar waar de beleidsgroep “welzijn” in de cockpit zit voor het beheer van de regionale Welzijnskoepel, komt de regionale mandaatgroep in het vizier wanneer het gaat over beleid.
Regionale beleidskeuzes en -beslissingen worden voorbereid door de regionale mandaatgroep én – met absoluut respect voor de lokale autonomie – hetzij beslist door de gemeentelijke bestuursorganen (college van burgemeester en schepenen en gemeenteraad), hetzij beslist na terugkoppeling met de gemeentelijke bestuursorganen. Deze beleidskeuzes en -beslissingen worden voorbereid door, overlegd en bediscussieerd met de beleidsgroep “welzijn”. Een vertrouwens- en respectvolle wisselwerking tussen regionale mandaatgroep en beleidsgroep “welzijn” is een absolute must. De coördinator van de regionale Welzijnskoepel vertolkt hierin een cruciale rol.
5. Coördinatie
5.1. Coördinatie van de regionale Welzijnskoepel
Coördinatie is het sleutelwoord voor de regionale Welzijnskoepel.
Voor de coördinatie van de regionale Welzijnskoepel ligt de klemtoon op
1) het procesmatig managen van visievorming en standpuntbepaling in functie van belangenbehartiging en beleidsmatige keuzes (afbakening, verdeling, verevening…),
2) het vraaggericht initiëren, coördineren en managen van onderlinge dienstverlening en
3) het zoeken naar en concretiseren van externe financieringen.
De coördinatie van de regionale Welzijnskoepel wordt ingebed binnen de werking van één van de participerende lokale besturen en staat in voor de voorbereiding en ondersteuning van de beheers- en overlegorganen, en voor de uitvoering van de door de beleidsgroep “welzijn” opgedragen taken.
5.2. Coördinator van de regionale Welzijnskoepel
De essentie van de coördinatie van de regionale welzijnskoepel ligt vervat in het proces, het traject, de zoektocht naar samen werken, samen beslissen, samen sterk maken, …
5.2.1. Profiel van de coördinator
Voor de coördinerende taken wordt een proces-/projectmanager aangesteld.
Deze coördinator stelt zich onafhankelijk en onpartijdig op. Het belang van de deelnemende lokale besturen staat op een gelijkwaardige wijze voorop.
5.2.2. Opdrachten van de coördinator
De coördinator focust in de uitvoering van zijn opdracht op de objectieven van de regionale welzijnskoepel, namelijk belangenbehartiging, dienstverlening en maximaliseren van de externe financiering.
Het initiëren, coördineren en realiseren van overleg (lokaal, interlokaal en/of regionaal) vergt voorbereiding, zowel operationeel, administratief als inhoudelijk. Ook dit behoort tot de opdracht van de coördinator van de regionale Welzijnskoepel.
5.3. Support voor de regionale welzijnskoepel
Ter ondersteuning van de coördinator in het bijzonder en van de regionale Welzijnskoepel in het algemeen, zorgt het coördinerende lokaal bestuur voor de nodige aansturing, omkadering en inbedding binnen de eigen organisatie. Tevens worden de nodige materialen (bureauruimte, IT materiaal, ...) voorzien zodat de coördinator zijn/haar functie op een kwalitatieve wijze kan uitvoeren.
In functie van de algemene werking en de communicatie wordt binnen de regionale Welzijnskoepel een bescheiden werkingsbudget voorzien.
Daar waar binnen de beleidsgroep “welzijn” geopteerd wordt voor het ontplooien van een regionale dienstverlening of de realisatie van een project of initiatief binnen het raamwerk van de regionale Welzijnskoepel, kan overgegaan worden tot de aanwerving van extra medewerkers voor de regionale Welzijnskoepel.
5.4. Coördinatiecel Welzijn
De coördinatiecel Welzijn staat in voor de opmaak van de agenda van de beleidsgroep “welzijn”. Voor de samenstelling wordt minimaal 1 vertegenwoordiger aangeduid per eerstelijnszone.
De coördinator van de regionale Welzijnskoepel heeft de opdracht de coördinatiecel bijeen te roepen.
6. Budget en bijdrage
Bij aanvang van de vernieuwde regionale Welzijnskoepel wordt het totaalbudget geraamd op 120.000 EUR/jaar. Voor 2026 wordt de bijdrage pro rata berekend in functie van de opstartdatum (te rekenen per maand).
De deelnemende gemeenten voorzien in een jaarlijkse financiële bijdrage voor de uitvoering van de basisopdrachten van de regionale Welzijnskoepel op basis van een bedrag per inwoner.
De coördinator zal – in afstemming met het coördinerende lokaal bestuur – jaarlijks (voor 15 november) een budget (voor het komende werkingsjaar) en een financiële rapportering (voor 30 april) opmaken. Het financieel saldo wordt desgevallend overgeheveld naar het volgende werkingsjaar.
Zowel het budget als de financiële rapportering worden voorgelegd aan de beleidsgroep “welzijn”. In functie van de financiële resultaten kan de beleidsgroep voorstellen formuleren m.b.t. de wijze van vaststelling en/of het bedrag van de gemeentelijke bijdrage. Deze voorstellen worden desgevallend ter besluitvorming voorgelegd aan de regionale mandaatgroep.
De jaarlijkse bijdrage dient vanaf 2027 te worden geïndexeerd als volgt:
Voor het kalenderjaar 2027:
120.000 euro x gezondheidsindex december 2026 / 136,69 (indexbasis 2013 - gezondheidsindex december 2025)
Voor de volgende kalenderjaren:
120.000 euro wordt als basisbedrag genomen en 136,69 als indexbasis. De breuk wordt telkens voltooid met de gezondheidsindex van de voorafgaande maand december van het voorgaande kalenderjaar
Wat het gebruik maken van elkaars expertise, diensten en projecten betreft, wordt gewerkt met een afnamemodel: iedere gemeente die hiervan gebruik maakt betaalt aan de dienstverlener een bijdrage. De hoogte van en de wijze waarop de bijdrage wordt vastgesteld (forfaitair, reële prestaties…), wordt in overleg tussen aanbieder en afnemer(s) bepaald.
7. Duurtijd
7.1. Duurtijd
Deze overeenkomst treedt in werking vanaf 1 juli 2026 en loopt voor onbepaalde duur.
7.2. Toetreding, uittreding
7.2.1. Toetreding
Nieuwe partners kunnen toetreden op voordracht van en mits goedkeuring door de oprichtende (en niet uitgetreden) leden van de beleidsgroep “welzijn”. De modaliteiten worden vastgelegd in het huishoudelijk reglement van de beleidsgroep “welzijn”.
7.2.2 Uittreding
Elke gemeente of partner kan zich terugtrekken uit de regionale Welzijnskoepel mits een vooropzeg van minstens 1 jaar met ingang op de eerstvolgende 1 januari en mits de terugtrekking ter kennis gebracht is aan de leden van de beleidsgroep “welzijn” door middel van een aangetekend schrijven.